11.9. Sv 2024-06 beantwoording vragen PvdA Omgevingsdienst Veluwe
Tekst van het document
Schriftelijke vragen Reg. nr. 2024-06 Datum: Van: Aan: Onderwerp: Datum beantwoording: Behandeld in college van:
05-03-2024 Siebren Buist (PvdA) College Omgevingsdienst Veluwe 27-03-2024 26-03-2024
[in te vullen door de organisatie] [in te vullen door de organisatie]
Toelichting In juli 2008 verscheen het rapport van de commissie Mans onder naam ‘De tijd is rijp’. Dat rapport was het fundament voor de oprichting van de Omgevingsdiensten in Nederland. Mans is aan de slag gegaan nadat het enkele keren goed mis was gegaan in ons land (o.a. naar aanleiding van de vuurwerkramp in Enschede, de brand in het Hemeltje in Volendam en de ramp in Moerdijk). In het rapport wordt uitvoerig aandacht aan de situatie op het terrein van het milieu besteed. De vergunningverlening, het toezicht en de handhaving zijn v.w.b. uitvoering direct in handen van de afzonderlijke provincies en gemeenten. De verschillen tussen bijvoorbeeld de gemeenten waren enorm. Met als gevolg dat het vestigingsklimaat voor bedrijven ook enorm verschilde per gemeente. Gemeenten waren elkaars concurrent. Dat vestigingsklimaat voor nieuwe bedrijven kon sterk verschillen omdat de ene gemeente weinig voorwaarden bij een vergunning stelde en de andere gemeente juist veel en zware. In de ene gemeente was veel toezicht en handhaving en in de andere juist heel weinig. De deskundigheid verschilde erg per overheid en de organisatie van ‘het milieu’ binnen de overheden was vaak kwetsbaar. Het zogenaamde ‘level playing field’ op het terrein van het milieu was ver te zoeken (wat in de ene gemeente kan en mag op milieugebied is in een nabuurgemeente absoluut niet aan de orde). Tot zover Mans.
Sinds de start van de 7 Gelderse Omgevingsdiensten in 2013/2014 zijn er overigens steeds geluiden geweest en ook zorgen geuit over o.a. de kwetsbaarheid van sommige kleine Omgevingsdiensten. Die geluiden speelden toen specifiek in het Gelderse maar later ook in de rest van het land. De net gerealiseerde fusie tussen ‘Harderwijk’ en ‘Apeldoorn’ in de nieuwe Omgevingsdienst Veluwe is een belangrijke stap in Gelderland als het gaat om robuustheid en het verminderen van kwetsbaarheid. Over de samenwerking, de daarop volgende fusie en de daarover gemaakte afspraken, procedures en documenten is er vanuit de fractie informatie ingewonnen bij de gemeentelijke organisatie in Heerde. Er is daarover meermalen goed inhoudelijk contact geweest met de ambtelijke organisatie van de gemeente Heerde. Er is, dat staat wel vast, heel veel goed werk verzet door de samenwerkende instanties. De nieuwe OD staat; wij zijn onder de indruk van de kwaliteit en de zorgvuldigheid van al dat verzette werk. Een compliment aan degenen die dit gerealiseerd hebben is op de plaats. Bij deze!
Het belang dat de deelnemende gemeenten hebben bij een goed functionerende OD is groot. Het gaat immers om ons gemeenschappelijke milieu in de brede zin van het woord in een groter gebied dan dat van iedere deelnemende gemeente op zich. Het gaat om veel geld afkomstig van de verschillende deelnemende gemeenten en het gaat ook om invloed van uit de lokale politiek op een gemeenschappelijke dienst. Als het bij de OD belegde werk vanuit een deelnemende gemeente in het gebied van onze Omgevingsdienst Veluwe niet goed geregeld is heeft dat in de beeldvorming negatieve gevolgen voor alle deelnemende gemeenten. Die negatieve gevolgen zijn er ook voor de deelnemers in de kosten of de opbrengsten m.b.t. onze dienst. Slecht werk of slecht georganiseerd werk/werkproces kost geld en levert minder op voor alle deelnemers. Dit gesteld hebbend heeft de fractie o.a. op het gebied van toezicht en handhaving een aantal concrete vragen. De gekozen richting in Landelijke Handhaving strategie Milieu (deze biedt handvaten om de handhaving op een zo gelijk mogelijke manier toe te passen), de bevindingen van de commissie Mans (zie boven) en het rapport (4-3-2021) en de aanbevelingen van de commissie Aartsen (uniform beleid en programma in het gebied, uniform takenpakket, sterkere positie directeur door mandatering) zijn daarbij als leidend vertrekpunt genomen.
Gekeken is ook naar de Kamerbrief versterking VTH stelsel (08-07-2022) die aangeeft wanneer welke aanbeveling afgerond dient te zijn. Dat betekent bijvoorbeeld: • Dat er binnen het werkgebied van de OD Veluwe wordt gewerkt conform de Landelijke Handhaving Strategie als het gaat om toezicht en handhaving; • dat de besturen van de deelnemende gemeenten de nodige distantie betrachten om de Omgevingsdienst de nodige ruimte te geven om professioneel te kunnen opereren binnen de algemeen uniform gestelde kaders door de verschillende gemeenten; • dat de werkwijze van de OD t.b.v.de deelnemers uniform is en dat het takenpakket dat wordt uitgevoerd voor de deelnemers identiek is; • dat het beschikbaar stellen van geld/uren voor toezicht en handhaving door de lokale besturen geen invloed mag hebben op het zogenaamde ‘level playing field’ in het totale werkgebied; • dat de verschillen in toezicht en handhaving tussen gemeenten dan niet meer dan marginaal kunnen zijn. Het komt voor dat gemeenten soms ‘een dossier weghalen bij de OD’ en de afwikkeling van het dossier zelf ter hand nemen. De reden die daarbij veelal gehoord wordt is dat dan het bestuur dichterbij zit en dat de lijnen korter zijn. Overigens zou je op basis van aanwezige expertise bij de OD en de vereiste distantie (bevinding commissie Aartsen) juist verwachten dat die dossiers niet worden teruggehaald.
Het komt soms ook voor dat klachten en handhavingsverzoeken aangaande een specifiek bedrijf/klager niet rechtstreeks bij de OD kunnen worden gedaan en steeds via de deelnemende gemeente dienen te lopen. Dat lijkt storend in het regulier proces en kan een deugdelijke klachtenregistratie op milieugebied bij de OD in de weg staan. E.e.a. lijkt in strijd te zijn met de uitkomsten van de commissie Aartsen, de aanbevelingen en de strekking van bovengenoemde kamerbrief. Van uit mijn vroegere dienstbetrekking in de hoek van milieuhandhaving is mij bekend dat er omgevingsdiensten in het land zijn die, bij wijze van spreken, voor elke gemeente een ander takenpakket hebben te doen. Er zijn Omgevingsdiensten in het land die heel krap in de uren zijn gezet door de deelnemende gemeenten als het gaat om toezicht en handhaving. Dit komt o.a. de uniformiteit en effectiviteit in handelen in de sfeer van toezicht en handhaving door de OD niet ten goede.
2/6
Op basis van bovenstaande zien wij graag onderstaande vragen beantwoord: Wij beseffen dat onderstaande vragen (grotendeels) betrekking hebben op de omgevingsdienst. In het kader van de ‘normale’ verantwoordingslijn college-gemeenteraad, stellen wij de vragen aan het college: 1. zijn de aanbevelingen van de commissie Aartsen en de Landelijke Handhaving strategie leidend voor het handelen van de OD Veluwe? Zo nee, op welke punten wijkt het af? En waarom? En is het hierboven in de 4e alinea gestelde het vertrekpunt binnen de OD? Zo neen, wat is dan het gehanteerde vertrekpunt binnen het werkgebied van de OD Veluwe?. 2. heeft de OD Veluwe per gemeente hetzelfde takenpakket? Graag enige uitleg en duiding als de aanbeveling van de commissie Aartsen op dit punt niet gevolgd is. 3. komt het voor dat er dossiers door deelnemende gemeenten zijn ‘teruggehaald’? Mocht dat zo zijn dan graag wat achtergrond, de commissie Aartsen adviseert meer afstand vanuit het bestuur en mandatering aan de directeur; 4. hoe is het indienen van klachten en handhavingsverzoeken binnen het werkgebied van de OD Veluwe geregeld? 5. is er binnen de OD Veluwe 1 uniforme regeling aangaande het indienen van klachten en het doen van handhavingsverzoeken in milieukwesties? Worden deze afspraken ook nagekomen door de deelnemende overheden? Zo nee, waarom niet? 6.
is er een overzicht bij de OD Veluwe waaruit blijkt hoeveel bedrijven door onze OD worden bediend en in welk risicocategorie die bedrijven zijn ingedeeld?; 7. hoeveel uren zijn er begroot binnen de OD als het gaat om toezicht en hoeveel uren er beschikbaar zijn voor de handhaving binnen de OD? Is dat aantal uren voldoende? Zo nee, waar komt dat dan door? 8. wat is de handelswijze binnen de OD Veluwe in de sector handhaving als de begrote uren al ingezet zijn voor/ten behoeve van het eerder genoemde ‘level playing field’?; 9. wat is de stand van zaken bij de opvolging aanbevelingen Commissie van Aartsen in het werkgebied van onze OD (kamerbrief 8 -7- 2022)?; 10. is het AB van de OD Veluwe voornemens om ergens in 2024 een bijeenkomst te beleggen voor de raden om informatie te geven over het fusieproces en de raden bij te praten over de actualiteit bij de OD Veluwe?
Met vriendelijk groet, Namens de fractie van de PvdA Siebren Buist
Antwoord De gestelde vragen hebben inderdaad met name betrekking op de Omgevingsdienst. Uit de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) volgt dat een gemeenschappelijke regeling een actieve informatieplicht heeft. Het college heeft vanuit zijn rol als opdrachtgever de vragen ter beantwoording voorgelegd aan de Omgevingsdienst Veluwe. Op basis van de Wgr hadden de vragen ook rechtstreeks aan de Omgevingsdienst gesteld kunnen worden. Hieronder de beantwoording per vraag:
3/6
1. Vraag: Zijn de aanbevelingen van de commissie Van Aartsen en de Landelijke Handhaving strategie leidend voor het handelen van de OD Veluwe? Zo nee, op welke punten wijkt het af? En waarom? En is het hierboven in de 4e alinea gestelde het vertrekpunt binnen de OD? Zo neen, wat is dan het gehanteerde vertrekpunt binnen het werkgebied van de OD Veluwe?
Antwoord: Ja, de aanbevelingen van de commissie Van Aartsen en de Landelijke Handhavingstrategie (LHS) zijn leidend voor het handelen/optreden binnen het werkgebied van ODVeluwe. ODVeluwe is door alle deelnemers breed gemandateerd om taken uit te voeren.
2. Vraag: Heeft de OD Veluwe per gemeente hetzelfde takenpakket? Graag enige uitleg en duiding als de aanbeveling van de commissie Van Aartsen op dit punt niet gevolgd is.
Antwoord: Ja, alle deelnemers van ODVeluwe hebben het wettelijke VTH-milieutakenpakket (zgn. “basistakenpakket”) belegd bij ODVeluwe. Naast deze taken kunnen deelnemers nog andere taken beleggen bij ODVeluwe (conform artikel 4 van de Gemeenschappelijke Regeling ODVeluwe). Hierover worden afzonderlijke afspraken gemaakt met de desbetreffende deelnemer(s) en de inbreng verschilt.
3. Vraag: Komt het voor dat er dossiers door deelnemende gemeenten zijn ‘teruggehaald’? Mocht dat zo zijn dan graag wat achtergrond, de commissie Aartsen adviseert meer afstand vanuit het bestuur en mandatering aan de directeur.
Antwoord: Nee, dit is niet aan de orde.
4. Vraag: Hoe is het indienen van klachten en handhavingsverzoeken binnen het werkgebied van de OD Veluwe geregeld?
Antwoord: Momenteel is er nog een onderscheid te maken binnen het werkgebied van ODVeluwe. In het gebied van voormalig ODNV is de afspraak dat klachten/verzoeken worden ingediend bij de gemeente. De gemeente beoordeelt de klacht en schakelt ODVeluwe in als beoordeling vanuit ODVeluwe gewenst is; ODVeluwe ontvangt dan een mail vanuit de deelnemer met de nodige informatie. Binnen het werkgebied van voormalig OVIJ worden klachten/verzoeken rechtstreeks ingediend bij ODVeluwe (per mail of telefonisch). ODVeluwe
4/6
streeft ernaar dit op termijn uniform te regelen, waarbij men rechtstreeks terecht kan bij ODVeluwe.
5. Vraag: Is er binnen de OD Veluwe 1 uniforme regeling aangaande het indienen van klachten en het doen van handhavingsverzoeken in milieukwesties? Worden deze afspraken ook nagekomen door de deelnemende overheden? Zo nee, waarom niet?
Antwoord: ODVeluwe kent één uniforme handelswijze bij ingediende klachten, dan wel gedane handhavingsverzoeken. Klachten/verzoeken worden binnen ODveluwe door de klachtenbehandelaars beoordeeld; een behandelaar beoordeelt of er sprake is van een klacht dan wel een handhavingsverzoek en zorgt er vervolgens voor dat dit op de juiste wijze wordt opgepakt door de organisatie. Het vervolgproces bij de afhandeling van een klacht of een formeel) handhavingsverzoek verschilt; hier zijn interne werkafspraken over gemaakt.
6. Vraag: Is er een overzicht bij de OD Veluwe waaruit blijkt hoeveel bedrijven door onze OD worden bediend en in welk risicocategorie die bedrijven zijn ingedeeld?;
Antwoord: ODVeluwe maakt gebruik van een inrichtingenbestand, waarin bedrijven zijn gekoppeld aan een risicoklasse op basis van milieubelastende activiteiten.
7. Vraag: Hoeveel uren zijn er begroot binnen de OD als het gaat om toezicht en hoeveel uren er beschikbaar zijn voor de handhaving binnen de OD? Is dat aantal uren voldoende? Zo nee, waar komt dat dan door?
Antwoord: ODveluwe heeft in 2024 voor het Programma Toezicht & Handhaving in totaal 63.820 uur beschikbaar. Dit aantal uren is (na eerdere opschaling in ODNV-gebied) passend voor de uitvoering van toezicht & handhaving.
8. Vraag: Wat is de handelswijze binnen de OD Veluwe in de sector handhaving als de begrote uren al ingezet zijn voor/ten behoeve van het eerder genoemde ‘level playing field’?;
Antwoord: In de praktijk blijkt dat de eerder onder punt 7 genoemde uren een passende dekking bieden. Als er een vraagstuk is op het gebied van handhaving dat de “reguliere geplande uren” ruimschoots overstijgt, vindt overleg plaats met de desbetreffende deelnemer binnen wiens grondgebied deze kwestie speelt. Er wordt dan gekeken hoe financiering plaatsvindt; soms leidt dit tot het maken van afspraken over extra financiering, soms vindt verschuiving binnen verschillende budgetten plaats. Het “op zijn” van uren is geen reden het
5/6
handhavingsproces te beëindigen; ervaring leert dat er voor de financiering altijd een oplossing wordt gevonden.
9. Vraag: Wat is de stand van zaken bij de opvolging aanbevelingen Commissie van Aartsen in het werkgebied van onze OD (kamerbrief 8 -7- 2022)?;
Antwoord: In het rapport “Om de leefomgeving” is de Commissie Van Aartsen kritisch over het huidige VTH-stelsel en geeft tien adviezen voor verbetering. Duidelijk werd dat het VTHstelsel in Nederland versterkt moet worden. Op 1 juli 2022 startte daarom het Interbestuurlijk Programma Versterking VTH-stelsel (IBP VTH). Om de verbeteringen door te voeren, zijn in het programma zes pijlers geformuleerd: robuuste omgevingsdiensten en financiering; bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving en vervolging; informatievoorziening; kennisinfrastructuur; onafhankelijke uitvoering van toezicht en handhaving en monitoring kwaliteit milieu toezicht. Het bedrijfsplan van ODVeluwe geeft invulling aan de eisen die vanuit het IBP VTH worden gesteld. Inmiddels is er ook een plan van aanpak “Robuustheid ODVeluwe” geschreven. Op 8 februari jl. heeft het Dagelijks Bestuur (DB) van ODVeluwe ingestemd met dit plan. Het DB verzoekt het Algemeen Bestuur (AB) het plan binnenkort vast te stellen; dit wordt geagendeerd voor de eerstkomende vergadering van het AB van 28 maart a.s.
10. Vraag: is het AB van de OD Veluwe voornemens om ergens in 2024 een bijeenkomst te beleggen voor de raden om informatie te geven over het fusieproces en de raden bij te praten over de actualiteit bij de OD Veluwe?
Antwoord: Er is een voornemen om raden nader te informeren over het fusieproces en de actualiteiten bij ODVeluwe. Naar de vorm wordt gezocht in overleg met de griffies van de verschillende deelnemers. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan het sturen van bestuursbrieven of organiseren van bijeenkomsten.
6/6