11.2.5. Buitengebied West, herziening Kerkdijk 5 - Regels.pdf
Tekst van het document
11.4 Mantelzorg in vrijstaande bijbehorende bouwwerken Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 1.24 bijbehorend bouwwerk voor het wonen ten behoeve van mantelzorg in een vrijstaande bijbehorende bouwwerken, mits is aangetoond dat mantelzorg in de bestaande woning redelijkerwijs niet mogelijk is, waarbij de volgende voorwaarden gelden: 1. bijwoning dient te geschieden in een vrijstaand bijbehorende bouwwerk dat binnen de bestaande bouwmogelijkheden past; 2. bijwoning eindigt wanneer de mantelzorg eindigt; 3. binnen 1 jaar na beëindiging van de mantelzorg wordt het teruggebracht in de oorspronkelijke situatie danwel een situatie die voor wat betreft het gebruik en bouwregels voldoet aan het geldende bestemmingplan; 4. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de in geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden; 5. er dient gebruik te worden gemaakt van één inrit; 6. er dient sprake te zijn van gemeenschappelijk nutsvoorzieningen; 7. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. woonsituatie; c. milieusituatie; d. de verkeersveiligheid; e. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzend gronden; f. de sociale veiligheid.
11.5 Kleinschalige kampeerterreinen Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in de regels van dit plan ten behoeve van kleinschalige kampeerterreinen bij woningen en bedrijfswoningen, met dien verstande dat: 1. het aantal standplaatsen ten hoogste 25 mag bedragen; 2. het terrein voor kleinschalig kamperen dient te zijn gelegen binnen het bouwvlak, indien dit binnen de betreffende bestemming is opgenomen, en met inachtneming van het beginsel van bebouwingsconcentratie; 3. de landschappelijke inpassing is aangetoond door een landschappelijk inpassingsplan; 4. de hoofdverschijningsvorm van het perceel of het pand niet onevenredig wordt aangetast; 5. de voorzieningen ten behoeve van het kleinschalig kamperen worden ondergebracht in de bestaande bebouwing tot een oppervlakte van 100 m²; 6. de oppervlakte van het perceel ten behoeve van het kleinschalig kamperen ten minste 0,5 hectare bedraagt;
Bestemmingsplan Buitengebied West, herziening Kerkdijk 5 Ontwerp Regels
30
7. de onderlinge afstand tussen terreinen voor kleinschalig kamperen ten minste 500 m bedraagt; 8. het kleinschalige kampeerterrein de cultuurhistorische waarden of de bedrijfsmatige activiteiten ter plaatse moet versterken; 9. voor zover het betreft een terrein ter plaatse van de aanduiding 'ehs-natuur' en 'ehsverwevingsgebied' of de dubbelbestemming 'Waarde - Ecologische verbindingszone' kleinschalig kamperen uitsluitend is toegestaan, indien er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de aanwezige natuurlijke of landschappelijke waarden.
11.6 Afwegingskader 11.6.1 Afwegingskader Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheden in dit plan vindt een evenredige belangenafweging plaats waarbij betrokken worden: 1. de mate waarin de waarden, waaronder de aanwezige landschaps- en natuurwaarden, welke het plan beoogt te beschermen, kunnen worden geschaad; 2. het beginsel van bebouwingsconcentratie; 3. de mate waarin de belangen van gebruikers en/of eigenaren van de aanliggende gronden kunnen worden geschaad; 4. de mate waarin de uitvoerbaarheid is aangetoond, waaronder begrepen de toelaatbaarheid op het gebied van milieu, geluid, externe veiligheid, waterhuishouding, ecologie en archeologie; 5. de mate waarin de landschappelijke inpasbaarheid is aangetoond; 6. de mate waarin de verkeerssituatie wordt beïnvloed, waaronder begrepen de gevolgen voor de infrastructuur; 7. stiltegebiedentoets; 8. EHS-toets (nee tenzij-toets). 11.6.2 Weigering Indien de waarden en/of belangen als genoemd in 11.6.1 onder 1, 2, 7 en 8 onevenredig worden geschaad en/of de 11.6.1 onder 3, 4 en 5 genoemde uitvoerbaarheid/ inpasbaarheid niet is aangetoond en/of de 11.6.1 onder 6 genoemde verkeerssituatie onevenredig wordt beïnvloed, vindt de afwijkingsbevoegdheid geen toepassing.
Waarbij tevens moet vaststaat dat een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming en Verordening Stikstof en Natura 2000 Gelderland, hetzij niet nodig is, hetzij is of zal worden verleend.
Bestemmingsplan Buitengebied West, herziening Kerkdijk 5 Ontwerp Regels
31
Artikel 12 12.1
Algemene wijzigingsregels
Algemene wijzigingen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de ligging van bestemmings-, bouw- en aanduidingsgrenzen te wijzigen, met inachtneming van de volgende bepalingen: 1. de bij wijziging betrokken grenzen mogen ten hoogste 20 m worden verschoven; 2. de oppervlakte van de bij wijziging betrokken bestemmings- en bouwvlakken en aanduidingen mag niet worden vergroot ten opzichte van de oppervlakte vóór wijziging; 3. met uitzondering van het bepaalde onder 2 mag de oppervlakte van de bestemming Verkeer - Categorie 1, Verkeer - Categorie 3 of Verkeer - Categorie 4, worden vergroot indien er sprake is van een ondergeschikte aanpassing voor incidentele verbeteringen zoals een bushalte, of voor passagemogelijkheden.
12.2 Wijzigingsbevoegdheid Agrarisch - Kwekerij of Agrarisch Glastuinbouw Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan zodanig te wijzigen, dat de bestemming van gronden direct grenzend aan gronden met de bestemming 'Agrarisch - Kwekerij' of 'Agrarisch - Glastuinbouw' worden gewijzigd in de bestemming 'Agrarisch - Kwekerij' respectievelijk 'Agrarisch - Glastuinbouw', met inachtneming van de volgende bepalingen: 1. per geval dient de noodzaak voor een doelmatige bedrijfsvoering te zijn aangetoond; 2. aangetoond is dat uitbreiding binnen het bestaande bestemmingsvlak redelijkerwijs niet mogelijk is; 3. de oppervlakte aan glasopstanden mag niet worden vergroot ten opzichte van de maximaal toegestane oppervlakte als bedoeld in lid 4.2.2 onder 5; 4. de verkeersaantrekkende werking niet onevenredig toeneemt; 5. de belangen van de omliggende functies niet onevenredig worden geschaad; 6. de doelstellingen van de ecologische verbindingszone niet onevenredig worden geschaad; 7. het wijzigen dient zo te geschieden dat de inpassing van de gebouwen in het landschap op zorgvuldige wijze kan plaatsvinden, aan de hand van een landschappelijk inpassingsplan, waarbij onevenredige aantasting van in de directe omgeving voorkomende landschaps- en natuurwaarden en van de waterhuishouding en waterkwaliteit ter plaatse zoveel mogelijk wordt voorkomen.
12.3
Wijzigingsbevoegdheid Wonen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan zodanig te wijzigen, dat de bestemming van gronden direct grenzend aan gronden met de bestemming 'Wonen' worden gewijzigd in de bestemming 'Wonen', met inachtneming van de volgende bepalingen: 1. de totale oppervlakte van de bestemming Wonen met niet meer dan 25% wordt vergroot; 2. de wijziging noodzakelijk is voor de optimale inrichting van het perceel; 3. het wijzigen dient zo te geschieden dat de inpassing van de gebouwen in het landschap op zorgvuldige wijze kan plaatsvinden, aan de hand van een landschappelijk inpassingsplan, waarbij onevenredige aantasting van in de directe omgeving voorkomende landschaps- en natuurwaarden en van de waterhuishouding en waterkwaliteit ter plaatse zoveel mogelijk wordt voorkomen.
Bestemmingsplan Buitengebied West, herziening Kerkdijk 5 Ontwerp Regels
32
12.4
Wijzigingsbevoegdheid bedrijfsbeëindiging
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd. indien de gronden ter plaatse zijn aangeduid als bouwvlak en indien vaststaat dat de bedrijfsactiviteiten zijn beëindigd, de bestemming Agrarisch, Agrarisch - Glastuinbouw, Agrarisch - Kwekerij, Bedrijf, Detailhandel, Maatschappelijk, te wijzigen ten behoeve van: 1. de bestemming Wonen, waarbij geldt dat: a. alleen de bestemming van gronden naar de bestemming Wonen gewijzigd wordt, als die gronden na wijziging gebruikt worden ten behoeve van de woning met tuinen en erven. De overige gronden krijgen een agrarische bestemming; b. de karakteristiek van de voormalige bedrijfswoning en de complexiteit van het (voormalige) (boeren)erf, alsmede de landschappelijke kenmerken (percelering, beplanting) blijkens een aan het Landschapsontwikkelingsplan getoetste inrichtingsplan waar mogelijk worden versterkt en in ieder geval niet worden aangetast; c. door de wijziging geen milieuhygiënische belemmeringen ontstaan voor omringende agrarische bedrijven; d. de infrastructuur niet verzwaard mag worden. Onder verzwaren wordt mede verstaan: het verharden van zandwegen; e. de verkeersaantrekkendheid in vergelijking met de oorspronkelijke activiteit niet of nauwelijks mag toenemen; f. de monumentale en karakteristieke bebouwing gehandhaafd dient te blijven; g. het aantal woningen niet toeneemt. 2.
de bestemming Natuur ten behoeve van natuurontwikkeling, met dien verstande dat: a. natuurontwikkeling uitsluitend plaatsvindt ter uitvoering van het provinciaal natuurbeleid; b. het ruimtelijke (natuur)eenheden betreft. 3. de bestemming Agrarisch, met dien verstande dat geen bouwvlak mag worden toegevoegd.
12.5
Wijzigingsbevoegdheid woningsplitsing
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan zodanig te wijzigen ten behoeve van het toestaan van één woning extra binnen de aaneengesloten bebouwing van een bestaande woning met inachtneming van de volgende bepalingen: 1. het aanvaardbaar is vanuit volkshuisvesting waarbij de extra woning dient te passen binnen het gemeentelijk woningbouwprogramma; 2. de hoofdvorm mag niet worden aangetast indien het betreft een karakteristiek pand ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek'; 3. het wijzigen dient zo te geschieden dat de inpassing van de woning en bijbehorende bouwwerken in het landschap op zorgvuldige wijze kan plaatsvinden, aan de hand van een landschappelijk inpassingsplan, waarbij onevenredige aantasting van in de directe omgeving voorkomende landschaps- en natuurwaarden en van de waterhuishouding en waterkwaliteit ter plaatse zoveel mogelijk wordt voorkomen. 4. bij iedere woning is maximaal 100 m² aan bijbehorende bouwwerken toegestaan; 5. bij wijziging wordt gelijktijdig op de verbeelding de aanduiding 'twee-aaneen' opgenomen.
Bestemmingsplan Buitengebied West, herziening Kerkdijk 5 Ontwerp Regels
33
12.6
Afwegingskader wijziging
12.6.1 Afwegingskader Bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheden in dit plan vindt een evenredige belangenafweging plaats waarbij betrokken worden: 1. de mate waarin de waarden, waaronder de aanwezige landschaps- en natuurwaarden, welke het plan beoogt te beschermen, kunnen worden geschaad; 2. het beginsel van bebouwingsconcentratie; 3. de mate waarin de belangen van gebruikers en/of eigenaren van de aanliggende gronden kunnen worden geschaad; 4. de mate waarin de uitvoerbaarheid is aangetoond, waaronder begrepen de toelaatbaarheid op het gebied van milieu, geluid, externe veiligheid, waterhuishouding, ecologie en archeologie; 5. de mate waarin de landschappelijke inpasbaarheid is aangetoond; 6. de mate waarin de verkeerssituatie wordt beïnvloed, waaronder begrepen de gevolgen voor de infrastructuur; 7. stiltegebiedentoets; 8. EHS-toets (nee tenzij-toets). 12.4.2 Weigering Indien de waarden en/of belangen als genoemd in 12.4.1 onder 1, 2, 7 en 8 onevenredig worden geschaad en/of de 12.4.1 onder 3, 4 en 5 genoemde uitvoerbaarheid/ inpasbaarheid niet is aangetoond en/of de 12.4.1 onder 6 genoemde verkeerssituatie onevenredig wordt beïnvloed, vindt de afwijkingsbevoegdheid geen toepassing.
Waarbij tevens moet vaststaat dat een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming en Verordening Stikstof en Natura 2000 Gelderland, hetzij niet nodig is, hetzij is of zal worden verleend.
Bestemmingsplan Buitengebied West, herziening Kerkdijk 5 Ontwerp Regels
34
Artikel 13
Algemene procedureregels
Bij de gebruikmaking van de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen is de volgende procedure van toepassing: 1. een ontwerpbesluit tot het stellen van nadere eisen, ligt, met bijhorende stukken, gedurende twee weken ter inzage; 2. de terinzagelegging wordt vooraf bekend gemaakt in één of meer dag- of nieuwsbladen, die in de gemeente worden verspreid, en voorts op de gebruikelijke wijze; 3. de bekendmaking houdt mededeling in van de bevoegdheid tot het schriftelijk indienen van zienswijzen gedurende de onder a genoemde termijn; 4. burgemeester en wethouders delen aan hen die zienswijzen hebben ingediend de beslissing daaromtrent mede.
Bestemmingsplan Buitengebied West, herziening Kerkdijk 5 Ontwerp Regels
35
Artikel 14 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden 14.1
Vergunningplicht
Behoudens het bepaalde in lid 14.3.1, is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders op en in de hierna aangegeven gronden de daarbij aangegeven werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:
waarden/bestemmingen/aanduidingen 'dekzandruggen en oude bouwlanden' 2)
werken en werkzaamheden * a b c d e +
+
+
+
f
g
+
+
h
in de tabel is: + = vergunning vereist 2) uitsluitend waar de aanduiding ligt over de bestemmingen: Agrarisch en Agrarisch – Glastuinbouw. * de onderstaande letters worden hierna verklaard: a. aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. verlagen van de bodem en afgraven van gronden, tenzij daarvoor een vergunning is vereist krachtens de Ontgrondingenwet, en het ophogen en egaliseren van de gronden; c. aanleggen en dempen van watergangen en poelen; d. aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen (nutsvoorzieningen) breder dan 80 cm en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; e. diepploegen, zijnde het extra diep - meer dan circa 0,4 m onder het maaiveld omploegen, het (chemisch) scheuren van grasland, anders dan voor graslandverbetering; f. bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden, waaronder begrepen het kweken en telen van bomen, struiken en heesters; g. het vellen of rooien van bomen, houtsingels of houtwallen; h. drainage en onderbemaling.
Bestemmingsplan Buitengebied West, herziening Kerkdijk 5 Ontwerp Regels
36
14.2
Vergunningplicht archeologie
Behoudens het bepaalde in lid 14.3.2, is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders op en in de hierna aangegeven gronden de daarbij aangegeven werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:
waarden/bestemmingen/aanduidingen
werken en werkzaamheden * a b c d e
f
7 Waarde - Hoge archeologische verwachting
+
+
+
+
+
+
in de tabel is: + = vergunning vereist * de onderstaande letters worden hierna verklaard: a. aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. verlagen van de bodem en afgraven van gronden, tenzij daarvoor een vergunning is vereist krachtens de Ontgrondingenwet, en het ophogen en egaliseren van de gronden; c. aanleggen en dempen van watergangen en poelen; d. aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen (nutsvoorzieningen) breder dan 80 cm en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; e. diepploegen, zijnde het extra diep - meer dan circa 0,4 m onder het maaiveld omploegen, het (chemisch) scheuren van grasland, anders dan voor graslandverbetering; f. bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden, waaronder begrepen het kweken en telen van bomen, struiken en heesters;
14.3
Uitzonderingen vergunningplicht
14.3.1 Algemeen Het in lid 14.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van de volgende werken en werkzaamheden: 1. werken en werkzaamheden in het kader van het normale (agrarisch) beheer, onderhoud en exploitatie; 2. werken en werkzaamheden, waarmee rechtens is of mag worden begonnen ten tijde van het onherroepelijk worden van het plan; 3. werken en werkzaamheden die worden uitgevoerd ter ontwikkeling van landschaps- en natuurwaarden; 4. werken en werkzaamheden als bedoeld in lid 46.1, bij b, voorzover het betreft het aanleggen van poelen; 5. werken en werkzaamheden als bedoeld in lid 46.1 , bij d, voor zover daarvoor een omgevingsvergunning is vereist voor bouwen; 6. voor werken en werkzaamheden binnen een afstand van maximaal 2,5m uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk; 7. graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten.
Bestemmingsplan Buitengebied West, herziening Kerkdijk 5 Ontwerp Regels
37
14.3.2 Archeologie Het in lid 14.2 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van de volgende werken en werkzaamheden: 1. werken en werkzaamheden in het kader van het normale (agrarische) beheer, onderhoud en exploitatie, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; 2. werken en werkzaamheden waarmee rechtens is of mag worden begonnen ten tijde van het onherroepelijk worden van het plan; 3. werken en werkzaamheden als bedoeld in lid 14.2 bij d, voor zover daarvoor een omgevingsvergunning is vereist voor bouwen; 4. voor werken en werkzaamheden binnen een afstand van maximaal 2,5m uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk; 5. in het kader van archeologisch onderzoek en archeologische opgravingen, mits deze worden verricht door een ter zake deskundige als bedoeld in de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie; 6. voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft tot een diepte van 0,4m onder het bestaande maaiveld met een maximale oppervlakte van: a. 100 m² in geen gebied met een Waarde - Hoge archeologische verwachting; b. 1.000 m² in een gebied met een Waarde - Middelhoge archeologische verwachting; c. 10.000 m² in een gebied met een Waarde - Lage archeologische verwachting.
14.4
Toelaatbaarheid werken en werkzaamheden
Werken en werkzaamheden als bedoeld in lid 14.1, zijn slechts toelaatbaar, indien door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, één of meer waarden of functies van de in die artikelen bedoelde gronden, welke het plan beoogt te beschermen, a. niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel b. de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.
14.5
Rapportageplicht Archeologie
De onder lid 14.2 genoemde vergunning kan slechts worden verleend voor zover de archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast, hetgeen moet blijken uit een rapport dat de aanvrager bij de aanvraag voor omgevingsvergunning dient te overleggen. In het rapport moeten de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Een rapport is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld.
14.6
Deskundige advies archeologie
Indien het onder 14.5 genoemde rapport of de beschikbare informatie daartoe aanleiding geeft, dient op advies van een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd te stellen kwalificaties zo nodig archeologisch vervolgonderzoek plaats te vinden.
Bestemmingsplan Buitengebied West, herziening Kerkdijk 5 Ontwerp Regels
38
Artikel 15
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan: 1. de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van: a. het beginsel van bebouwingsconcentratie; b. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; c. de landschappelijke inpassing; d. de verkeersveiligheid; e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; f. de milieusituatie; g. het landschappelijk karakter van het gebied. 2. de plaats, de afmetingen en de nokrichting van de bebouwing ten behoeve van een verantwoorde stedenbouwkundige en landschappelijke situering (= bebouwings- en landschapsstructuur) van zowel de bebouwing onderling als ten opzichte van het landschap en ter bescherming van de cultuurhistorische waarde; 3. de bouw van gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'ehs-natuur', 'ehs-verweving' of de dubbelbestemming 'Waarde - Ecologische verbindingszone' met het oog op bescherming van de kernkwaliteiten en omgevingscondities van de ecologische hoofdstructuur.
Bestemmingsplan Buitengebied West, herziening Kerkdijk 5 Ontwerp Regels
39
HOOFDSTUK 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 16 16.1
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
16.1 Overgangsrecht bouwwerken 1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder 1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. 3. Het bepaalde onder 1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 16.2 Overgangsrecht gebruik 1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 2.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde onder 1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder 1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4. Het bepaalde onder 1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Bestemmingsplan Buitengebied West, herziening Kerkdijk 5 Ontwerp Regels
40
Artikel 17
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Buitengebied West, herziening Kerkdijk 5.
Bestemmingsplan Buitengebied West, herziening Kerkdijk 5 Ontwerp Regels
41