11.2.3. b_NL.IMRO.0246.619ONT2HVW1-VA01_tb3
Tekst van het document
Quickscan Flora & Fauna 2e Hoornerveenseweg 1 8181 LT , Heerde
1
Quickscan Flora & Fauna 2e Hoornerveenseweg 1 8181 LT , Heerde
Alcedo Natuurprojecten heeft dit rapport opgesteld in opdracht van RooBeek Advies. Daarmee is dit rapport eigendom van bovengenoemde opdrachtgever. Niets uit deze rapportage mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, microfilm, fotokopie, of welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Alcedo Natuurprojecten. Het is ook niet toegestaan dit rapport zonder toestemming te gebruiken voor enig ander werk dan waarvoor dit product is ontwikkeld. Alcedo Natuurprojecten is niet aansprakelijk voor gevolgschade of schade welke voortvloeit uit toepassingen van resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Alcedo Natuurprojecten; opdrachtgever vrijwaart Alcedo Natuurprojecten van aanspraken van derden in verband met deze toepassing.
Quickscan Flora & Fauna 2e Hoornerveenseweg 1 Heerde 2
Colofon
Opdrachtgever:
RooBeek Advies Nautilusstraat 7b Emmen
Auteur:
Evert Ruiter
Opdrachtnemer:
Alcedo Natuurprojecten Cornelis Houtmanstraat 10 8023 EA Zwolle
Contactpersoon:
Evert Ruiter, info@alcedo-natuurprojecten.nl
Uitvoer onderzoek:
Evert Ruiter
Projectcode:
2022 - 037
Rapportcode:
2022 - 023
Datum:
27.06.2022
Status:
Definitief
Te citeren als: Ruiter E.J. 2022. Quickscan Flora & Fauna 2e Hoornerveenseweg 1, Heerde. Alcedo Natuurprojecten rapportnummer 2022 – 023. In opdracht van: RooBeek Advies Emmen
Quickscan Flora & Fauna 2e Hoornerveenseweg 1 Heerde 3
Inhoudsopgave
1
Inleiding ........................................................................................................................................................... 4 1.1 1.2 1.3
2
Onderzoeksmethodiek ...................................................................................................................................... 7 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
3
Beschrijving locatie of locaties ............................................................................................................................... 9 Beschrijving ingreep ................................................................................................................................................ 9
Gebiedsbescherming ...................................................................................................................................... 11 4.1 4.2
5
Algemene opzet en werkwijze ................................................................................................................................. 7 Bronnenonderzoek ................................................................................................................................................... 7 Oriënterend terreinbezoek ....................................................................................................................................... 7 Volledigheid van het onderzoek .............................................................................................................................. 8 Verantwoording........................................................................................................................................................ 8
Beschrijving locaties en ingrepen ...................................................................................................................... 9 3.1 3.2
4
Aanleiding en vraag ................................................................................................................................................. 5 Doel .......................................................................................................................................................................... 6 Leeswijzer ................................................................................................................................................................ 6
Natuurnetwerk Nederland (NNN) .......................................................................................................................... 11 Natura 2000 ........................................................................................................................................................... 13
Resultaten ...................................................................................................................................................... 14 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7
Veldbezoek ............................................................................................................................................................. 14 Flora........................................................................................................................................................................ 14 Grondgebonden zoogdieren .................................................................................................................................. 16 Vleermuizen ........................................................................................................................................................... 17 Vogels..................................................................................................................................................................... 17 Amfibieën, reptielen en vissen............................................................................................................................... 19 Dagvlinders, libellen en overige ongewervelden ................................................................................................... 19
6
Toetsing aan de Wnb....................................................................................................................................... 20
7
Conclusies en aanbevelingen .......................................................................................................................... 22
Bronvermeldingen................................................................................................................................................... 23 Bijlage 1 | foto-overzicht ......................................................................................................................................... 24 Bijlage 2 | Overzicht realisatie van de plannen. ......................................................................................................... 26 Bijlage 3 | Wettelijk kader ........................................................................................................................................ 27
Quickscan Flora & Fauna 2e Hoornerveenseweg 1 Heerde 4
1 Inleiding
1.1 Aanleiding en vraag Initiatiefnemer is voornemens om in een weiland (eigen grond) aan de 2e Hoornerveenseweg 1 te Heerde een nieuwe woning te bouwen. Deze geplande ingreep kan betekenen dat er via de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermde planten- of diersoorten in het gedrang komen en/of dat er sprake kan zijn van negatieve invloed op de kernwaarwaarden van nabijgelegen NNN of N2000. Daartoe zal een quickscan flora en fauna moeten worden uitgevoerd. De resultaten van deze quickscan kunnen bepalend zijn voor aanvullend onderzoek op basis van het vleermuisprotocol 2021 of kennisdocumenten. RooBeek Advies uit Emmen heeft het ecologisch adviesbureau Alcedo Natuurprojecten uit Zwolle verzocht deze quickscan uit te voeren. In deze rapportage wordt uiteengezet hoe de opdracht is uitgevoerd en wat de conclusies daarvan zijn.
De quickscan flora & fauna is uitgevoerd op basis van de algemene vraag: wat is het effect van de voorgenomen ingreep op de eventueel aanwezige beschermde planten- en diersoorten?
Quickscan Flora & Fauna 2e Hoornerveenseweg 1 Heerde 5
1.2 Doel Het doel van het onderzoek, de quickscan flora & fauna, is het controleren en onderzoeken van de locatie op de aanwezigheid van via de Wnb beschermde planten- en diersoorten en het uitbrengen van advies ten aanzien van eventuele vervolgstappen. Het uitgevoerde onderzoek is samen te vatten in de volgende vragen: 1. Welke beschermde soorten, zoals genoemd in de Wnb zijn op de locatie aanwezig? 2. Wat zijn de effecten van de voorgenomen plannen op deze beschermde soorten? 3. Worden bij uitvoer van de voorgenomen plannen verbodsbepalingen van de Wnb overtreden? 4. Welke mogelijkheden zijn er om negatieve effecten op de beschermde soorten te minimaliseren of te voorkomen? 5. Is aanvullend onderzoek noodzakelijk?
1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 1 wordt beschreven hoe dit onderzoek, het uitvoeren van een onderzoek flora & fauna in het kader van soort- en gebiedsbescherming, tot stand is gekomen en werd de doelstelling vertaald naar onderzoeksvragen. In hoofdstuk 2 wordt de onderzoeksmethodiek besproken. Vervolgens wordt In hoofdstuk 3 een beschrijving gegeven van de onderzochte locatie en de voorgenomen ingreep. In hoofdstuk 4 volgt een effectentoetsing van deze ingreep op Natura 2000-gebieden en Natuurnetwerk Nederland. In hoofdstuk 5 volgt de synthese van de resultaten en daarna wordt in hoofdstuk 6 een effectentoetsing uitgevoerd op beschermde soorten in het kader van de Wnb. In hoofdstuk 7 volgen de conclusies en aanbevelingen en wordt de eventuele noodzaak tot nader onderzoek aangegeven. Vervolgens is er een overzicht van veel gebruikte bronvermeldingen toegevoegd en ook enkele bijlagen met een foto-overzicht van de onderzochte locatie, een beeld van de gewenste situatie en een uiteenzetting van het wettelijk kader.
Quickscan Flora & Fauna 2e Hoornerveenseweg 1 Heerde 6
2 Onderzoeksmethodiek
2.1 Algemene opzet en werkwijze Dit onderzoek betreft een quickscan flora en fauna. Op basis van een grondig onderzoek op locatie is een inschatting gemaakt van de aanwezigheid of mogelijke aanwezigheid van beschermde planten- en diersoorten en de mogelijke nadelige effecten van de voorgenomen ingreep op deze soorten. Deze inschatting is gemaakt op basis van parate veldkennis van de onderzoeker met betrekking tot beschermde planten- en diersoorten. Naar aanleiding van de bevindingen is een oordeel gevormd van te verwachten negatieve effecten op de aanwezige en/of mogelijk aanwezige beschermde planten- en diersoorten. De mogelijk negatieve effecten zijn getoetst aan de Wnb.
2.2 Bronnenonderzoek Het bronnenonderzoek wordt gebruikt als aanvulling op tijdens het veldonderzoek verzamelde waarnemingen en gaat uit van bestaande en beschikbare gegevens. Voor een actueel overzicht van beschermde planten- en diersoorten die in de regio voorkomen kunnen verspreidingsgegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), internetmedia en diverse verspreidingsatlassen van relevante soortgroepen en verslagen van Particuliere Gegevens-beherende Organisaties (PGO’s) worden geraadpleegd.
2.3 Oriënterend terreinbezoek Het bezoek vindt overdag plaats onder geschikte weercondities. Tijdens dit bezoek is op basis van de opdrachtgever aangeleverde gegevens zoveel mogelijk concrete informatie verzameld met betrekking tot de aan- of afwezigheid van beschermde planten- en diersoorten, via zicht- en gehoorwaarnemingen, sporenonderzoek zoals de aanwezigheid van nesten, holen, uitwerpselen, uilenballen, veertjes, eischalen. Ook is de wijde omgeving van de te onderzoeken locatie of locaties bekeken en is er een inschatting gemaakt van hoe dieren deze en het omliggende terrein kunnen gebruiken als plaats om te foerageren, erlangs te trekken, er te rusten of het anderszins te benutten.
Quickscan Flora & Fauna 2e Hoornerveenseweg 1 Heerde 7
2.4 Volledigheid van het onderzoek Gedurende het veldonderzoek wordt een inschatting van het onderzoeksgebied gemaakt, maar met een dergelijk veldonderzoek is het nooit zeker dat alle aanwezige soorten ook daadwerkelijk waargenomen worden. Een ervaren veldbioloog kan wel een goede inschatting maken van de kans dat beschermde soorten een plangebied benutten. Dit deskundigheidsoordeel komt tot stand aan de hand van parate kennis van beschermde planten- en diersoorten, hun habitatvoorkeur, ecologie en op basis van vooronderzoek met betrekking tot de te onderzoeken locatie of locaties.
2.5 Verantwoording Uitvoer veldwerk en fotografie: Evert Ruiter Rapportage: Evert Ruiter www.alcedo-natuurprojecten.nl info@alcedo-natuurprojecten.nl
Quickscan Flora & Fauna 2e Hoornerveenseweg 1 Heerde 8
3 Beschrijving locaties en ingrepen
3.1 Beschrijving locatie De onderzochte locatie betreft: •
Een weiland naast een woonhuis in het buitengebied van Heerde
De onderzochte locatie bevindt zich aan de 2e Hoornerveenseweg 1 te Heerde. Een tweetal weilanden met een totale oppervlakte van 0,28 hectare. In de weilanden worden drie pony’s geweid. Het zijn kort gegraasde weilanden met vooral gras en witte klaver. De plaatsen waar de pony-mest ligt zijn ruiger begroeid. Het geheel is gelegen in een ruime landelijk gelegen buitenwijk ten noordwesten van de bebouwde kom van Heerde. De weilanden zijn deels omsloten met heggen of grenzen aan tuinen of wegen. Voor een impressie van de planlocatie: zie fotobijlage op pagina 23
Figuur 1. Ligging van de planlocatie ten opzichte van Heerde. Bron: Google Earth
Quickscan Flora & Fauna 2e Hoornerveenseweg 1 Heerde 9
3.2 Beschrijving ingreep De geplande ingreep bestaat uit het bouwrijp maken van een van de weilanden voor de bouw van een woning. Zie figuur 2. Dat wil zeggen, het weiland zal voor een deel worden vergraven omdat de ondergrond bestaat uit zand en er daardoor voor de bouw geen diepe fundering noodzakelijk is. Ook zal er geen kelderverdieping onder het huis worden aangelegd. Voor deze ingreep worden geen bomen gekapt of bosschages gerooid. Ook zullen er geen sloten of andere wateren worden gedempt. Voor een impressie van de nieuwe situatie, zie bijlage 2.
Figuur 2: Ligging van de planlocatie In geel kader. De nieuwe woning is gesitueerd binnen het blauwe kader. Langs de groene lijnen worden hagen aangeplant. Bron: Google Earth.
Quickscan Flora & Fauna 2e Hoornerveenseweg 1 Heerde 10
4 Gebiedsbescherming
Binnen de kaders van een quickscan flora & fauna is het van belang om ook na te gaan of de te onderzoeken locatie binnen of in de nabijheid van de begrenzingen van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) of een Natura 2000 gebied ligt en wat het effect van de voorgenomen ingreep op deze gebieden zal zijn. Hierbij wordt een kritische afstand van 3 kilometer gehanteerd.
4.1 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS), is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het is een netwerk waarin de natuur voorrang heeft en daarom wordt beschermd. Daarmee wordt voorkomen dat natuurgebieden geïsoleerd komen te liggen en dieren en planten uitsterven en natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur en het is daarom van belang dit netwerk te bespreken in het kader van natuurbescherming. Het NNN moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen het aaneengesloten Pan-Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen. Sinds 1990 zijn de provincies en het Rijk drukdoende met de aanleg van verbindingszones tussen verschillende natuurgebieden om zo een duurzaam, samenhangend netwerk van gebieden te creëren. De NNN heeft als doel van bestaande en nieuwe natuur een goed werkend netwerk te maken. Het behoud, herstel en de ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN is hierbij het uitgangspunt. Net als bij de Wnb geldt hier het ‘nee-tenzij’-beginsel. Dit is 1 oktober 2012 vastgelegd in het Besluit Algemene Regelingen Ruimtelijke Ordening (BARRO).
Dit betekent dat er geen activiteiten plaats mogen vinden waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN in het geding komen, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang, tenzij er geen reële alternatieven zijn of tenzij negatieve effecten zo veel mogelijk beperkt worden en de overblijvende effecten worden gecompenseerd. Rijk en provincies hebben in 2011 met elkaar afgesproken dat natuurbeheer meer een regionale verantwoordelijkheid wordt. Dat is vastgelegd in het Natuurakkoord. Als gebiedsregisseurs van het landelijke gebied zetten de provincies zich in voor een versterking van de natuur. Zij dienen de begrenzing van het NNN vast te leggen in een provinciale verordening, waar ook de regels omtrent de inhoud van en de toelichting bij bestemmingsplannen in het belang van de realisatie, bescherming, instandhouding en verdere ontwikkeling van de beoogde natuurkwaliteit van het NNN worden beschreven. De provincies dienen hierbij ook de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN vast te
Quickscan Flora & Fauna 2e Hoornerveenseweg 1 Heerde 11
leggen. Dit zijn de huidige en potentiële waarden, gebaseerd op de natuurdoelen van het desbetreffende gebied. Per perceel worden deze doelen vaak in natuurdoeltypen en/of beheertypen vastgelegd. Effectenbeoordeling: De onderzochte locatie valt niet binnen de begrenzing van het NNN, maar ligt er minder dan 1 kilometer vandaan. De voorgenomen ingreep zal geen grote impact hebben op de kernwaarden van het NNN, omdat deze geen directe invloed heeft in de vorm van verstoring van de rust binnen het NNN, want er verandert vrijwel niets aan de huidige situatie.
Figuur 3. Ligging van onderzochte locatie ten opzichte van het NNN (groen). Bron: Provincie Gelderland
Quickscan Flora & Fauna 2e Hoornerveenseweg 1 Heerde 12
4.2 Natura 2000 Natura 2000 (N2000) is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In deze N2000gebieden worden bepaalde dieren, planten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit (=soortenrijkdom) te behouden. De biodiversiteit staat in Europa al jaren onder druk. Duurzame bescherming van flora en fauna is hard nodig. Planten en dieren trekken zich weinig aan van landsgrenzen en het is daarom belangrijk om natuurbescherming in Europees verband aan te pakken. In 1979 is de Vogelrichtlijn opgesteld en in 1992 de Habitatrichtlijn. Deze richtlijnen bestaan uit twee delen: soortenbescherming en gebiedsbescherming. Alle EU-lidstaten wijzen beschermde gebieden aan voor specifieke leefgebieden van planten- en diersoorten. De onder beide richtlijnen aangewezen beschermde gebieden vormen het N2000-netwerk. Effectenbeoordeling: De onderzochte locatie ligt op 0,08 kilometer van N2000 gebied Veluwe. De voorgenomen heeft een verwaarloosbaar effect op de instandhoudingsdoelen van N2000. Voor aanlegfase is sinds 1 juli 2021 geen Aerius-calculatie meer noodzakelijk om te kunnen bepalen hoe groot de stikstofdepositie zal zijn.
Figuur 4: Ligging van locatie (in rode cirkel) ten opzichte van Natura 2000 gebied. Bron: ArcGis.com
Quickscan Flora & Fauna 2e Hoornerveenseweg 1 Heerde 13
5 Resultaten
In dit hoofdstuk wordt de aan- of afwezigheid van de onderzochte planten- en diersoorten in het onderzoeksgebied onderbouwd. Alleen relevante soorten worden nader toegelicht.
5.1 Veldbezoek Tijdens het veldbezoek is voor zover mogelijk een inventarisatie uitgevoerd van aanwezige planten- en diersoorten met een nadruk op de middels de Wnb beschermde soorten. In onderstaande tabel worden het tijdstip en de waarnemings-condities van het uitgevoerde veldbezoek weergegeven. Tabel. Waarnemingscondities veldbezoek
Waarnemingscondities veldbezoek
Datum
24 juni 2022
Begintijd
10.00 uur
Eindtijd
11.00 uur
Temperatuur (in ̊ C)
18
Bewolking (in octa’s)
7 vrijwel geheel bewolkt
Wind (in bft.)
2
Neerslag
geen
Quickscan Flora & Fauna 2e Hoornerveenseweg 1 Heerde 14
5.2 Flora De onderzochte locatie betreft een intensief begraasd weiland met een begroeiing van hoofdzakelijk (raai)gras en witte klaver. Overige flora bestaat uit onder meer madeliefje, paardenbloem en Jacobskruiskruid. Langs de afrastering (rikken, prikkeldraad) groeien andere plantensoorten die horen bij het schrale Veluwse boerenland, zoals driekleurig viooltje, Sint-janskruid en biggenkruid. Er is echter geen sprake van de aanwezigheid van via de Wnb beschermde flora.
Figuur 5: Beeld van de begroeiing in het weiland.
Effectenbeoordeling: Door de geplande ingreep zullen geen via de Wnb beschermde plantensoorten in het geding komen.
Quickscan Flora & Fauna 2e Hoornerveenseweg 1 Heerde 15
5.3 Grondgebonden zoogdieren Tijdens het veldonderzoek is gericht onderzoek gedaan naar de geschiktheid van de locatie voor grondgebonden zoogdieren. Er werden in geen aanwijzingen gevonden die wijzen op gebruik als vaste verblijfplaatsen zoals holen of burchten van volgens de Wnb beschermde grondgebonden zoogdieren. Ook werden er geen uitwerpselen of andere sporen aangetroffen. In de directe omgeving komt wel een groot aantal grondgeboden zoogdiersoorten voor die beschermd zijn via de Wnb. Het betreft onder meer otter, das, boommarter, egel, bunzing, hermelijn en wezel, ree en haas. Enkele van deze soorten zullen zo nu en dan de onderzochte locatie bezoeken of doorkruisen omdat het perceel onderdeel uitmaakt van een groter geheel dat kan worden aangeduid als potentieel geschikt of functioneel leefgebied van genoemde soorten. Dat geldt met name voor de soorten egel, bunzing, hermelijn en wezel. Deze soorten vallen staan niet meer op de provinciale vrijstellingslijst en zijn nu wettelijk beschermd. De aard van de geplande ingreep zal echter geen grote impact hebben op deze functies, want het functioneel leefgebied van deze soorten bevindt zich in de hagen rondom het weiland en deze wordt niet aangetast.
Effectenbeoordeling: Door de geplande ingreep zullen geen via de Wnb beschermde grondgebonden zoogdieren in het geding komen en/of vaste voortplantings- en rustplaatsen permanent worden verstoord.
Quickscan Flora & Fauna 2e Hoornerveenseweg 1 Heerde 16
5.4 Vleermuizen Op basis van recente verspreidingsgegevens en gegevens uit de NDFF komen in de directe omgeving (straal van 0 – 1 kilometer) van de onderzochte locatie de volgende soorten vleermuizen voor: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, rosse vleermuis, watervleermuis, laatvlieger en franjestaart. Omdat er geen sprake is van sloop of renovatie van gebouwen of kap van bomen is er binnen het kader van dit onderzoek geen onderzoek gedaan naar de potentiële geschiktheid van de locatie als: •
vaste verblijfplaatsen voor vleermuizen.
Er is wel onderzoek gedaan naar de geschiktheid van de gehele locatie als: •
foerageerbiotoop voor vleermuizen;
•
vliegroute voor vleermuizen.
Vaste verblijfplaatsen De onderzochte locatie is •
niet geschikt
als vaste verblijfplaats voor vleermuizen. De aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen (baltslocatie, zomerverblijfplaats, kraamkolonie) kan op de onderzochte locatie worden uitgesloten. Motivatie: Er worden ter plaatse geen woningen of andere gebouwen afgebroken en geen bomen gekapt. Foerageerplaatsen De onderzochte locatie is •
geschikt
als foerageerplaats voor vleermuizen. Motivatie: De onderzochte locatie betreft een door huizen, bomen en heggen omsloten weiland waar pony’s lopen. Een luwe en insectenrijke omgeving. Na het uitvliegen in de schemering zullen vleermuizen deze plek benutten om er te foerageren. Deze situatie zal door de voorgenomen mogelijk tijdelijk worden aangetast.
Quickscan Flora & Fauna 2e Hoornerveenseweg 1 Heerde 17
Vliegroutes De onderzochte locatie is •
geschikt
als (onderdeel van) vliegroute voor vleermuizen. Motivatie: Er zijn ter plaatse lineaire structuren aanwezig in de vorm van huizen, laanbeplanting, heggen en bomen. De voorgenomen ingreep zal geen invloed hebben op deze functie, omdat deze situatie niet of nauwelijks wordt aangetast. Effectenbeoordeling: Door de voorgenomen ingreep: ● Zullen geen verblijfplaatsen van vleermuizen in het geding komen; ● Zal foerageergebied van vleermuizen niet permanent worden aangetast; ● Zullen vliegroutes van vleermuizen niet permanent worden aangetast.
5.5 Vogels Tijdens dit onderzoek is gericht gekeken naar de functie die de onderzochte locatie voor vogels kan vervullen en gezocht naar jaarrond beschermde nestplaatsen. Hierbij ging de aandacht in het bijzonder uit naar grond-broedende soorten en de functie van het gebied als belangrijke foerageerplaats. Tijdens het veldbezoek werden geen nesten of aanwijzingen van nestplaatsen aangetroffen. De oppervlakte van het weiland is te klein als potentiële broedplaats voor weidevogels en biedt geen geschikt habitat aan soorten die van meer ruigte houden zoals graspieper, boomleeuwerik en roodborsttapuit. Het weiland zal vanwege de aanwezigheid van pony’s en een rijk bemeste bodem die veel wormen en insecten bevat zeker worden benut als foerageergebied voor lijsterachtigen, witte kwikstaart en roodborst. Langs de randen van het weiland zijn nesten van grondmieren (zwarte wegmier of gele weidemier) aanwezig en deze dienen als voedselbron voor groene specht. Deze soort werd tijdens het veldbezoek waargenomen. Effectenbeoordeling: Door de voorgenomen ingreep zullen geen jaarrond beschermde nestplaatsen van vogels in het geding komen of worden verstoord. Ook zal er geen belangrijk en onvervangbaar foerageerbiotoop c.q. functioneel leefgebied voor vogels worden vernietigd.
Quickscan Flora & Fauna 2e Hoornerveenseweg 1 Heerde 18
5.6 Amfibieën, reptielen en vissen Omdat er op de onderzochte locatie geen sprake is van aanwezigheid van geschikt (land)biotoop voor deze soort of andere via de Wnb beschermde amfibieën- en reptielensoorten en er geen voornemen bestaat om sloten of andere wateren te dempen is er geen gericht onderzoek verricht naar het voorkomen van deze soortgroepen. Effectenbeoordeling: Door de voorgenomen ingreep zullen geen via de Wnb beschermde amfibieën, reptielen of vissen in het gedrang komen.
5.7 Dagvlinders, libellen en overige ongewervelden Op basis van verspreidingsgegevens en biotoopkenmerken kan een inschatting worden gemaakt voor wat betreft het (mogelijk) voorkomen van via de Wnb beschermde insectensoorten. Op basis van deze gegevens kan worden bepaald dat er ter plaatse geen via de Wnb beschermde insectensoorten zullen voorkomen die zich er voortplanten of waarvan functioneel zal worden aangetast door de voorgenomen ingreep. Effectenbeoordeling: Door de voorgenomen ingreep zullen geen via de Wnb beschermde dagvlinders, libellen en overige ongewervelden in het gedrang komen.
Quickscan Flora & Fauna 2e Hoornerveenseweg 1 Heerde 19
6 Toetsing aan de Wnb
Welke verbodsbepalingen kunnen worden overtreden? Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Artikel 3.1. lid 2 ‘het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eigen van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen’ en lid 4 en 5 ‘het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort’ •
Dit is niet van toepassing, omdat op basis van de resultaten van deze quickscan is aangetoond dat er een bewoond nest van huiszwaluw aanwezig is en er voorts niet kan worden uitgesloten dat er jaarrond beschermde nestplaatsen van huismus aanwezig zijn.
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 •
Dit is van toepassing, omdat op basis van de resultaten van deze quickscan is vastgesteld dat de aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen van vleermuizen niet kan worden uitgesloten, het gaat hierbij specifiek om gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en mogelijk ook laatvlieger;
•
Op basis van de resultaten van deze quickscan is vastgesteld dat er geen belangrijk of onmisbaar foerageerbiotoop voor vleermuizen zal worden aangetast;
•
Op basis van de resultaten van deze quickscan is vastgesteld dat er geen belangrijke vliegroutes voor vleermuizen worden aangetast of doorsneden.
Beschermingsregie andere soorten § 3.3 Artikel 3.10 lid 1b ‘het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen’ •
Dit is niet van toepassing, want er worden door de voorgenomen plannen geen vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk beschadigd of vernield.
Quickscan Flora & Fauna 2e Hoornerveenseweg 1 Heerde 20
Gebiedsbescherming Natuur Netwerk Nederland (NNN) De onderzochte locatie ligt niet binnen de begrenzing van het NNN. •
De voorgenomen ingreep heeft geen nadelig effect op de instandhoudingsdoelen van het NNN.
N2000 De onderzochte locatie ligt op 0,08 kilometer afstand van N2000 gebied Veluwe •
De voorgenomen ingreep heeft echter geen nadelig effect op de instandhoudingsdoelen van het N2000. Een Aerius calculatie is sinds 1 juli 2021 niet meer noodzakelijk voor de aanlegfase.
Quickscan Flora & Fauna 2e Hoornerveenseweg 1 Heerde 21
7 Conclusies en aanbevelingen
Op basis van deze quickscan kan het volgende worden geconcludeerd: Op de onderzochte locatie: •
Is geen via de Wnb beschermde flora aangetroffen en wordt deze ter plaatse ook niet verwacht;
•
Zijn
geen
vaste
verblijfplaatsen
aangetroffen
van
beschermde
grondgebonden
zoogdiersoorten; •
Wordt geen functioneel leefgebied van grondgebonden zoogdieren dusdanig aangetast dat er sprake is van het in gevaar komen van de gunstige staat van instandhouding;
•
Kan de aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen van vleermuizen niet worden uitgesloten;
•
Kan de aanwezigheid van jaarrond beschermde nestplaatsen worden uitgesloten;
•
Kan de aanwezigheid van beschermde amfibieën-, reptielen- en vissensoorten worden uitgesloten;
•
Kan de aanwezigheid van beschermde insectensoorten en andere ongewervelden worden uitgesloten;
•
De onderzochte locatie ligt niet binnen de begrenzing van het NNN en op 0,08 kilometer afstand van een N2000 gebied en de aard van de geplande werkzaamheden is van dien aard dat de kernwaarden van het NNN en N2000 niet zullen worden aangetast.
Op basis van deze quickscan wordt het volgende geadviseerd: •
Richt het nieuw te bouwen huis in op een natuurinclusieve wijze. D.w.z. integreer inbouwkasten voor vleermuizen, huismussen, huiszwaluwen en spreeuwen of plaats opbouwkasten aan de buitenzijde;
•
Voor meer info hierover: zie www.vivarapro.nl;
•
Richt
de
nieuwe
omgeving
in
met
streekeigen
bosplantsoen.
Zie
https://www.deheliant.nl/product-categorie/losse-inheemse-struiken-voor-meerbiodiversiteit/
Quickscan Flora & Fauna 2e Hoornerveenseweg 1 Heerde 22
8 Bronvermeldingen
Bronvermeldingen staan in dit document doorgaans vermeld in de tekst of bij de figuren. Veel van de informatie aangaande (mogelijke) aan- of afwezigheid van planten- en diersoorten wordt tijdens het veldwerk van de quickscan vergaard. Ten behoeve van het verkrijgen van overige relevante informatie over de verspreiding van planten- en diersoorten in Nederland en/of een te onderzoeken locatie, en ook relevante en actuele informatie aangaande de Wnb, kennisdocumenten, te hanteren protocollen en soortgelijke
documentatie,
raadpleegt
Alcedo
Natuurprojecten
regelmatig
de
volgende
informatiebronnen:
Literatuur: •
De meest recente verspreidingsatlassen van alle beschikbare soortgroepen in Nederland. Met name de serie verspreidingsatlassen Nederlandse Fauna;
•
Ecologische atlassen. Alle beschikbare soortgroepen;
•
De
meest
recente
provinciale
verspreidingsatlassen
van
vogels,
paddenstoelen, libellen, dagvlinders, vissen en overige soortgroepen; •
Veldgidsen van KNNV Uitgeverij. Alle soortgroepen;
•
Topografische atlassen;
•
Relevante artikelen uit De Levende Natuur;
•
Relevante artikelen uit vakbladen van SOVON, RAVON, FLORON en overige PGO’s;
Websites en online tools: •
Arcgis
•
Bagviewer/Kadaster
•
Synbiosys.alterra
•
Waarneming.nl
•
Verspreidingsatlas.nl
•
Quickscanhulp.nl
•
Provinciale geoportalen
•
Google Maps
•
Google Earth
Quickscan Flora & Fauna 2e Hoornerveenseweg 1 Heerde 23
Bijlage 1 | foto-overzicht
Quickscan Flora & Fauna 2e Hoornerveenseweg 1 Heerde 24
Quickscan Flora & Fauna 2e Hoornerveenseweg 1 Heerde 25
Bijlage 2 | Overzicht realisatie van de plannen
Quickscan Flora & Fauna 2e Hoornerveenseweg 1 Heerde 26
Bijlage 3 | Wettelijk kader
Algemeen De bescherming van planten- en diersoorten is in Nederland geregeld in de Wet natuurbescherming (verder te noemen Wnb). Deze wet is op 1 januari 2017 in werking getreden en beschermt ruim 900 soorten in Nederland in het wild voorkomende planten- en diersoorten. Deze wet vervangt de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet en de Boswet. Doelstelling van de Wnb •
het beschermen en ontwikkelen van de natuur;
•
het behouden en herstellen van biologische diversiteit;
•
het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur en het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen.
De Wet natuurbescherming benoemt niet welke concrete activiteiten wel of niet zijn toegestaan. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten. Dit betekent in de praktijk dat het gaat om het effect van uw activiteiten op beschermde soorten. Heel vaak gaan activiteiten en werkzaamheden en de bescherming van soorten prima samen. Als u uw werk zo kunt inrichten dat u geen schade toebrengt aan beschermde soorten, dan hoeft u vooraf niets te regelen. Soms is het echter onvermijdelijk dat schade ontstaat aan beschermde dieren of planten. In die situaties is het nodig dat u vooraf bekijkt of hiervoor een vrijstelling geldt, of dat een ontheffing moet worden aangevraagd (‘nee-tenzij’-beginsel). Welke soorten worden beschermd? De Wnb kent drie categorieën van beschermde soorten: •
Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn;
•
Soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn;
•
Andere soorten waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven.
Zorgplicht In de Wnb is ook een zorgplicht vastgelegd. Deze plicht geldt te allen tijde en houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Deze plicht geldt voor iedereen en voor alle planten en dieren, beschermd of niet. De Memorie van Toelichting zegt het zo: “De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, en ook voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”.
Quickscan Flora & Fauna 2e Hoornerveenseweg 1 Heerde 27
De verbodsbepalingen
Beschermingsregimes
Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb
Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb
Andere soorten § 3.3 Wnb
Artikel 3.1 lid 1
Artikel 3.5 lid 1
Artikel 3.10 lid 1a
Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.
Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.
Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen.
Artikel 3.1 lid 2
Artikel 3.5 lid 2
Artikel 3.10 lid 1b
Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.
Het is verboden om dieren opzettelijk te verstoren.
Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.
Artikel 3.1 lid 3
Artikel 3.5 lid 3
Artikel 3.10 lid 1c
Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben.
Het is verboden om eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.
Het is verboden planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Artikel 3.1 lid 4 en lid 5
Artikel 3.5 lid 4
Het is verboden vogels opzettelijk te verstoren, tenzij de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen.
Artikel 3.5 lid 5 Het is verboden planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Quickscan Flora & Fauna 2e Hoornerveenseweg 1 Heerde 28
Beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn en een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Alle vogels, in totaal ruim 700 soorten, zijn (beschermd). Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten (flora, fauna en avifauna) beschermd. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: •
Er mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is.
•
Er moet tegenover een afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid.
•
De ingreep mag geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.
Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode.
Quickscan Flora & Fauna 2e Hoornerveenseweg 1 Heerde 29