CConstaterende datHeerde
Koppel je AI →
Document · PDF

10.2.9. Archeologisch onderzoek.pdf

Raad 4 oktober 2021, gemeente HeerdeBij agendapunt: A Vaststelling bestemmingsplan De Stege 10 Veessen8.405 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Transect-rapport 2855 Veessen, de Stege 10 Gemeente Heerde (GE)

Een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase

Foto van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek.

Overijsselhaven 127 3433 PH Nieuwegein

T: 030-7620705 F: 030-7620706 E: informatie@transect.nl

Colofon Titel

Rapportnummer

Veessen, de Stege 10. Gemeente Heerde (GE). Een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase. Transect-rapport 2855

Auteur

M. Sonneveld

Versie

Concept, versie 1.0

Datum

06-07-2020

Projectnummer

20040077

Onderzoeksmelding

4874827100

Opdrachtgever

Bouwkundig Tekenburo Gerrit Scholten Veldkampseweg 6b 8181 LN Heerde

Uitvoerder

Transect b.v. Overijsselhaven 127 3433 PH Nieuwegein

Bevoegde overheid

Gemeente Heerde

Beheer en plaats documentatie Toetsing rapport bevoegde overheid

Transect b.v., Nieuwegein Nog niet goedgekeurd

Omslagafbeelding

Foto van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek

Autorisatie Naam Drs. T. Nales Senior KNA Prospector

Datum

Paraaf

ISSN: 2211-7067 © Transect b.v., Nieuwegein Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Transect aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

Overijsselhaven 127 3433 PH Nieuwegein

T: 030-7620705 F: 030-7620706 E: informatie@transect.nl

Samenvatting In opdracht van Bouwkundig Tekenburo Gerrit Scholten heeft Transect in juli 2020 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied bij de Stege 10 in Veessen (gemeente Heerde). Het vooronderzoek bestond hier uit een gecombineerd archeologisch bureau- en booronderzoek (BO en IVO). De aanleiding van het onderzoek vormt de aanvraag van een omgevingsvergunning die de realisatie van een woning en bijgebouw in het plangebied mogelijk moet maken. Bij de voorgenomen werkzaamheden zal grondverzet plaatsvinden, waardoor de oorspronkelijke bodem en daarmee eventueel aanwezige archeologische resten in het gebied kunnen worden verstoord. Omdat in het plangebied in het gemeentelijk bestemmingsplan is vastgesteld dat er een archeologische verwachting geldt, is in het kader van de aanvraag van de omgevingsvergunning archeologisch onderzoek verplicht gesteld. Op basis van het bureau- en veldonderzoek is de verwachting op het aantreffen van archeologische resten in het plangebied gespecificeerd. Uit het bureauonderzoek blijkt dat in het plangebied oeveren geulafzettingen van de Gelderse IJsel worden verwacht, en mogelijk intact dekzand waarin archeologische waarden uit de prehistorie (dekzand) tot en met de Late Middeleeuwen-Nieuwe tijd (op oeverafzettingen) aan te treffen zijn. Oever- en geulafzettingen zijn tijdens het veldonderzoek inderdaad aangetroffen.

Het ontbreekt in de aangetroffen afzettingen echter aan een duidelijk archeologisch relevant niveau of aanwijzingen die duiden op de aanwezigheid hiervan. Er is bovendien geen sprake van fosfaatvlekken of een “vuile laag” in de oeverafzettingen. Intact dekzand is eveneens niet aangetroffen. Op basis van deze waarnemingen is dan ook sprake van een lage verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit de prehistorie. Dit geldt eveneens voor latere perioden tot en met de vroege Middeleeuwen: er zijn oeverafzettingen aangetroffen, maar van een duidelijk archeologisch niveau is geen sprake. Voor de periode Late Middeleeuwen-Nieuwe tijd is de verwachting op sporen van landgebruik, terreininrichting en erfgerelateerde zaken daarentegen hoog: op basis van historische kaarten ligt het plangebied direct naast een erf dat reeds in de 18e eeuw op kaarten staat. Dit kan betekenen dat de ouderdom van dit erf tot in de Middeleeuwen terug kan gaan. Daarom is voor de periode Late Middeleeuwen-Nieuwe Tijd een hoge archeologische verwachting van toepassing. Advies In het plangebied is een hoge verwachting vastgesteld op het aantreffen van intacte archeologische resten uit de periode Late Middeleeuwen-Nieuwe Tijd.

In het kader van de voorgenomen ingrepen, de realisatie van een woning en bijgebouw, adviseren wij daarom om vervolgonderzoek plaats te laten vinden, wanneer in het plangebied bodemingrepen plaatsvinden die dieper reiken dan 0,4m -Mv. Een dergelijk onderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Voor dergelijk onderzoek is op voorhand een Programma van Eisen (PVE) nodig alvorens de werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd. Indien de herontwikkeling zonder aantasting van het bodemarchief kunnen plaatsvinden, zijn geen aanvullende maatregelen nodig. Dan geldt wanneer tijdens de werkzaamheden toch archeologische vondsten worden gedaan, er een plicht geldt dergelijke zaken direct te melden bij de bevoegde overheid, de gemeente Heerde (Erfgoedwet 2016, artikel 5.10). Het bovenstaande is een advies. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Heerde, om op basis van de resultaten van dit rapport een besluit te nemen over de daadwerkelijke omgang met eventuele archeologische resten.

Inhoud 1.

Aanleiding.............................................................................................................................. 5

2.

Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek ............................................................. 6

3.

Afbakening van het plan- en onderzoeksgebied ................................................................... 7

4.

Planvorming en consequenties toekomstig gebruik ............................................................. 9

5.

Beleidskader ........................................................................................................................ 10

6.

Landschap, geomorfologie en bodem ................................................................................. 11

7.

Archeologische waarden en onderzoeken .......................................................................... 13

8.

Historische situatie, huidig gebruik en bodemverstoringen ............................................... 15

9.

Gespecificeerde archeologische verwachting ..................................................................... 20

10.

Resultaten veldonderzoek ................................................................................................... 22

11.

Beantwoording onderzoeksvragen ..................................................................................... 24

12.

Conclusies en advies............................................................................................................ 25

13.

Geraadpleegde bronnen ..................................................................................................... 26

Archeologische periode-indeling voor Nederland .............................................................. 28 Situatie ................................................................................................................................ 29 Inrichtingsschets.................................................................................................................. 30 Archeologiebeleid ............................................................................................................... 31 Stroomgordels ..................................................................................................................... 33 Geomorfologie .................................................................................................................... 34 Maaiveldhoogte .................................................................................................................. 35 Bodem ................................................................................................................................. 36 Archeologische waarden en onderzoeken .......................................................................... 37 Boorpuntenkaart .................................................................................................................

38 Foto’s van boringen ............................................................................................................. 39 Boorbeschrijvingen.............................................................................................................. 40

1. Aanleiding In opdracht van Bouwkundig Tekenburo Gerrit Scholten heeft Transect b.v. in juli 2020 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied nabij de Stege 10 in Veessen (gemeente Heerde). De aanleiding van het onderzoek vormt de aanvraag van een omgevingsvergunning die de realisatie van een nieuwe woning in het plangebied mogelijk moet maken. Bij de voorgenomen werkzaamheden zal grondverzet plaatsvinden, waardoor de oorspronkelijke bodem en daarmee eventueel aanwezige archeologische resten in het gebied kunnen worden verstoord. In het plangebied geldt in het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Oost, (2013)’ een dubbelbestemming ‘Waarde Hoge archeologische verwachting’. Een archeologisch onderzoek is verplicht bij het bouwen van een bouwwerk groter dan 100 m² en graafwerkzaamheden dieper dan 0,4 m -Mv. Dit betekent dat gezien de aard en omvang van de voorgenomen bodemingrepen archeologisch vooronderzoek nodig is. Het onderzoek in dit rapport geeft invulling aan die verplichting. Het archeologisch vooronderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de eisen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1 en het Plan van Aanpak (Sonneveld, 2020).

5

2. Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek Het archeologisch vooronderzoek bestaat uit een gecombineerd onderzoek, te weten een archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase. Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting. Aan de hand van beschikbare informatie over de archeologie, cultuurhistorie, geomorfologie, bodemkunde en grondgebruik binnen en rondom het plangebied, wordt de kans bepaald dat binnen het plangebied archeologische resten kunnen voorkomen. Hiervoor is onder andere het centraal Archeologisch Informatiesysteem (Archis3) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geraadpleegd, waarin de Archeologische MonumentenKaart (AMK) en de Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IKAW) zijn opgenomen. Aanvullende (cultuur)historische informatie is verkregen uit divers voorhanden historisch kaartmateriaal. Om inzicht te krijgen in de opbouw en ontwikkeling van het landschap zijn onder andere de bodemkaart en beschikbaar geologisch-geomorfologisch kaartmateriaal geraadpleegd. Deze gegevens zijn aangevuld met relevante informatie uit achtergrondliteratuur.

Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar mogelijk bijstellen van de gespecificeerde archeologische verwachting, door het verzamelen van informatie over de feitelijke bodemopbouw, het bodemreliëf en de bodemintactheid in het plangebied. Hiermee ontstaat inzicht in de landschapsvormende processen en landschappelijke eenheden uit het verleden. Op basis hiervan kan een oordeel worden gegeven over waar, wanneer en in hoeverre het gebied in het verleden geschikt was voor de mens. Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd in de vorm van een booronderzoek (IVO-O). Het onderzoek probeert aan de hand van feitelijke informatie antwoord te geven op de volgende vragen: 1. Hoe heeft het plangebied oorspronkelijk in het natuurlijk landschap gelegen? 2. Zijn er binnen de bodemopbouw archeologisch relevante bodemniveaus te onderscheiden en hoe diep liggen deze? 3. In hoeverre zijn de archeologisch relevante bodemniveaus nog intact (verstoring, erosie, afdekkend substraat)? 4. Wat is de archeologische verwachting van het plangebied en in hoeverre is deze te differentiëren in laag, middelhoog en hoog? Het resultaat van het archeologisch vooronderzoek is dit rapport met een conclusie omtrent het risico dat eventueel aanwezige archeologische waarden in het plangebied worden verstoord als gevolg van de voorgenomen plannen.

Op basis van dit rapport neemt het bevoegd gezag een beslissing in het kader van de vergunningverlening of planprocedure. Het rapport bevat waar mogelijk gegevens over de – verwachte – aan- of afwezigheid, aard, omvang, ouderdom, gaafheid, conservering en (relatieve) kwaliteit van archeologische waarden. Het onderzoek is uitgevoerd conform protocollen 4002 (bureauonderzoek) en 4003 (inventariserend veldonderzoek) van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1 (KNA 4.1).

6

3. Afbakening van het plan- en onderzoeksgebied Plaats

Veessen

Toponiem

De Stege 10

Gemeente

Heerde

Provincie

Gelderland

Kaartblad

27E

Perceelnummer(s)

HDE00, sectie N, nummer 1184

Centrumcoördinaat

202.853 / 488.613

Oppervlakte

Circa 5000 m2

Binnen het archeologisch onderzoek is onderscheid gemaakt tussen het plangebied en het onderzoeksgebied. Het plangebied is het gebied waarbinnen de bodemingrepen worden uitgevoerd. Het onderzoeksgebied omvat het plangebied en een deel van het direct omringende gebied, in een straal van circa 500 m, dat bij het onderzoek wordt betrokken om tot een beter inzicht te komen in de landschappelijke, archeologische en (cultuur)historische situatie in het plangebied. Het plangebied bevindt zich ten oosten van de Stege 10 te Veessen (gemeente Heerde). Het plangebied beslaat een deel van het kadastrale perceel HDE00, sectie N nummer 1184, en het gehele perceel HDE00 Sectie N nummer 1185 en is op dit moment deels bebouwd. De begrenzing van het plangebied is gebaseerd op de begrenzing van de voorgenomen ingrepen. De totale oppervlakte van het plangebied bedraagt daarmee ongeveer 5000 m2. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1 en bijlage 2. De voorgenomen bodemingrepen vinden voornamelijk plaats aan de zuid en oostzijde van het plangebied.

7

Figuur 1. Ligging van het plangebied (rood omlijnd) op een luchtfoto. Bron: PDOK; www.pdok.nl.

8

4. Planvorming en consequenties toekomstig gebruik Planvorming

Sloop bestaande gebouwen, bouw nieuwe woning

Aard bodemverstoringen

Graafwerkzaamheden

Verstoringsoppervlakte

Circa 2300m2

Verstoringsdiepte

Mogelijk 1,0 m -Mv

Binnen het plangebied wordt een deel van de bestaande bebouwing gesloopt en een nieuwe woning gerealiseerd. Voor de bouw van de woning wordt voorlopig ervan uitgegaan dat de ondergrond tot circa 1 m –Mv wordt ontgraven. Het is echter nog niet helemaal duidelijk hoe diep er exact ontgraven zal worden omdat de plannen nog niet volledig zijn vastgelegd. Het bouwblok zal ongeveer een oppervlakte beslaan 2300 m2. Rondom de bebouwing wordt een boomgaard ingericht. Afhankelijk van de diepte van aanleg kunnen ook boomplantgaten tot verstoring leiden. De oppervlakte van het deel van het plangebied waarin bodemverstoringen zullen optreden bedraagt ongeveer 2300 m2 . Dit is inclusief eventuele boomplantgaten. Zie hiervoor de inrichtingsschets in bijlage 3.

9

5. Beleidskader Onderzoekskader

Omgevingsvergunning

Beleidskader

Bestemmingsplan Buitengebied Oost (2013)

Onderzoeksgrens

Groter dan 100 m2, dieper dan 0,4 m -Mv

In 1992 heeft Nederland het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed ondertekend; ook wel het Verdrag van Malta of Valletta genoemd, naar het eiland en de plaats waar het is ondertekend. Het Verdrag is in 1998 geratificeerd en op 1 september 2007 via de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) geïmplementeerd. De Wamz is een wijzigingswet en omvat een wijziging van de Monumentenwet 1988, de Wet Milieubeheer, de Ontgrondingenwet en de Woningwet, op grond waarvan overheden onder andere bij bodemingrepen verplicht rekening moeten houden met het behoud van archeologische waarden. Met ingang van juli 2016 is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door één integrale Erfgoedwet. De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zal in de nieuwe Omgevingswet worden geregeld, die in 2021 in werking zal treden. De gemeente Heerde heeft het archeologiebeleid inzake het plangebied verankerd in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oost (2013)’. Het bestemmingsplan regelt en beschermt archeologie in juridisch-planologische zin. De vertaalslag heeft plaatsgevonden aan de hand van de gemeentelijke waarden- en verwachtingskaart van Heerde (bijlage 4). Op deze kaart is te zien dat het plangebied in een zone met een hoge archeologische verwachting valt. Aan deze verwachtingszone zijn in het bestemmingsplan planregels geformuleerd.

Voor de zone met een hoge archeologische verwachting geldt hierin de gebiedsaanduiding ‘Waarde – Hoge archeologische verwachting. Dit betekent dat archeologisch onderzoek onder andere verplicht is voor het bouwen van bouwwerken die groter zijn dan 100 m2 en dieper reiken dan 0,4 m -Mv. Met de voorgenomen werkzaamheden in het plangebied worden bovenstaande regels deels overschreden, waardoor archeologisch onderzoek in het kader van de omgevingsvergunningsaanvraag noodzakelijk is.

10

6. Landschap, geomorfologie en bodem Geologie

Formatie van Echteld; rivierklei op rivierzand

Geomorfologie

Stroomrug 3B44

Maaiveldhoogte

Ca. 3 m + NAP

Bodem

Kalkhoudende ooivaaggronden

Grondwatertrap

VI

Landschap Het plangebied ligt in het rivierengebied, specifiek in het IJsseldal (Berendsen, 2005). Het IJsseldal ligt ingeklemd tussen de stuwwal van de Veluwe enerzijds en de stuwwal van Salland anderzijds (Cohen et al., 2009). De archeologisch relevante afzettingen worden gevormd door de top van de oeverafzettingen van de Gelderse IJssel. De Gelderse IJssel is een relatief jonge rivier, die pas na het begin van de jaartelling door het IJsseldal is gaan stromen (Berendsen, 2005). Het IJsseldal zelf bestond al wel eerder en vindt zijn oorsprong in de voorlaatste IJstijd, het Saalien (375000-130000 jaar geleden). Vanuit archeologisch oogpunt is het niet zinvol om bij de complete geologische geschiedenis van het IJsseldalbekken stil te staan, aangezien de Gelderse IJssel zich heeft ingesneden in de oudere afspoelingswaaiers die mogelijk bewoonbaar zijn geweest (Cohen et al., 2009). Daardoor zijn eventuele archeologische resten op de afspoelingswaaiers (die in het Laat-Pleniglaciaal en LaatGlaciaal1 gevormd zijn) ter plaatse van het plangebied al geërodeerd. De top van het pleistoceen in het plangebied ligt volgens de zanddieptekaart van Cohen et al. (2009) thans tussen 3 en 4 m –Mv. In het IJsseldalbekken vond vanaf het Holoceen veenvorming plaats, onder invloed van de stijgende grondwaterspiegel.

In de laagste delen van het IJsseldal kan nog veen aanwezig zijn (Cohen et al., 2009). De Gelderse IJssel was actief vanaf ongeveer 390 na Chr. tot aan de bedijking rond 1200 na Chr. (Cohen et al., 2012; bijlage 5). In die tijd vormde de rivier beddingafzettingen (zand), oeverafzettingen (zandige klei) en komafzettingen (zware klei). Ook zijn langs de Gelderse IJssel tussen Doesburg en Wijhe uitgestrekte crevasse-complexen aanwezig, die de beddinggordel begeleiden. Dit crevassecomplex dankt zijn uitgestrektheid aan de opname van oudere afzettingen (met name dekzand) uit het gebied. Het crevasse-complex markeert de periode van de eerste sedimentatie door de IJssel in het Sallandse deel van het IJsseldal (waar het plangebied ook deel van uit maakt). Het begon met een overstroming in de Vroege-Middeleeuwen waarbij de dekzandrug tussen Voorst/Wilp en Gorssel/Zutphen begon te eroderen, waarna het water zich een weg baande naar het veengebied ten noorden van Deventer. In de omgeving van het plangebied is de Gelderse IJssel dus iets jonger (actief vanaf 500 à 700 na Chr.) dan ten zuiden van Deventer. Dit is van belang in verband met de ouderdom van de archeologische resten die op de oeverwallen aanwezig kunnen zijn. Tijdens volgende overstromingen konden de geulen in het crevasse-complex zich door ontwikkelen tot permanent watervoerende geulen waarmee de Gelderse IJssel ontstond.

Hierna zijn ook over het crevassecomplex oeverwallen afgezet, die plaatselijk 1,5 m dik zijn (Cohen et al., 2009). Verder van de stroomgordel af duurde het langer voordat hier klei werd afgezet. Er kan eeuwen tussen de datering van de eerste sedimentatie dicht naast de rivier zitten en de sedimentatie ver van de rivier af. Dit komt door de geleidelijke toename van de kleiafzetting naarmate de IJssel groter werd en meer water begon af te voeren (Cohen et al., 2012). 1

Dit is tussen ca. 26.000 en 10.000 jaar geleden

11

Vanaf de Middeleeuwen greep de mens in op de loop van de IJssel door het bedijken van de rivier en het afsnijden van meanderbochten. De IJssel in de omgeving van het plangebied is rond 1308 bedijkt, waarbij de dijk deels op de oeverwallen is aangelegd. De bedijking van de gehele IJssel vond in verschillende fasen plaats (Cohen et al., 2009). Geomorfologie en maaiveldhoogte Volgens de geomorfologische kaart ligt het plangebied op een stroomrug (kaartcode 3B44; bijlage 6). Dit is de stroomrug van de hierboven beschreven Gelderse IJssel. In de omgeving van het plangebied komen overloop- of crevassegeulen (kaartcode 22R44) en een rivierkomvlakte voor (kaartcode 1M46). Deze geulen zijn op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) herkenbaar door hun strookvormige, lagere ligging van het maaiveld ter plaatse (bijlage 7; bron: www.ahn.nl). Het gaat om hoogteverschillen van ca. 0,5 m. Bodem en grondwatertrap Volgens de bodemkaart zijn binnen het plangebied kalkhoudende ooivaaggronden aanwezig die zich ontwikkeld hebben in lichte zavel (kaartcode Rd10A-VI). Ooivaagronden zijn tot aanzienlijke diepte homogeen bruin of grijsbruin van kleur en grijze of roestvlekken komen pas na 50 cm diepte voor (indien ze aanwezig zijn). De homogene bovenlaag is veroorzaakt door langdurige hoge biologische activiteit die een gevolg is van de relatief hoge en droge ligging (De Bakker, 1966).

Ze komen dus ook vaak voor op oeverwallen. Daarnaast wijst de aanwezigheid van lichte zavel (sterk zandige klei) ook op de aanwezigheid van oeverwallen. De grondwatertrap is vanuit archeologisch oogpunt relevant omdat het een indicatie geeft van de mate van conservering van onverbrande organische vondsten, zoals hout, leer en bot. Boven de gemiddeld laagste grondwaterstand treden namelijk schommelingen in de grondwaterstand op, waardoor oxidatie en dus degradatie van organische vondsten optreedt. Binnen het plangebied is de grondwatertrap VI. Dit betekent dat de gemiddeld laagste grondwaterstand dieper dan 120 cm –Mv ligt. De gemiddeld hoogste grondwaterstand ligt tussen 40 en 80 cm –Mv. Vanuit archeologisch oogpunt betekenen dergelijke grondwaterstanden dat onverbrande organische vondsten binnen 120 cm –Mv waarschijnlijk gedegradeerd zijn. Anorganische vondsten zoals (vuur)steen, metaal en aardewerk kunnen binnen 120 cm –Mv wat betreft de grondwaterstand wel onaangetast bewaard zijn gebleven.

12

7. Archeologische waarden en onderzoeken Wettelijk beschermde monumenten

Nee

AMK-terreinen

Nee

Archeologische waarden

Niet binnen plangebied. In de omgevingen vondsten uit Neolithicum, Romeinse Tijd, Vroege-Middeleeuwen en Late-Middeleeuwen.

Archeologische verwachting Op de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart heeft het plangebied een hoge archeologische verwachting (bijlage 4). Deze hoge verwachting is gebaseerd op de ligging op de oeverwallen van de Gelderse IJssel. Ook op de archeologische beleidskaart van de Gemeente Heerde heeft het plangebied deze verwachting. Bekende waarden Het plangebied heeft volgens het centraal archeologisch informatiesysteem (Archis) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geen archeologisch wettelijk beschermde status en is ook niet opgenomen op de Archeologische MonumentenKaart (AMK; bijlage 10). Ook zijn geen vondsten binnen het plangebied bekend. Het plangebied valt binnen de grenzen van eerder uitgevoerd onderzoek. Het gaat hierbij om grootschalige bureau- en booronderzoeken in het kader van een hoogwatergeul, uitgevoerd op verschillende momenten door verschillende archeologische bureaus, waaronder Sweco en Arcadis. Hierna is door het ADC op diverse plekken langs de gehele breedte van de watergeul op diverse plekken vervolgonderzoek gedaan (onderzoeksmelding 2457924100). Hierbij is in de omgeving van het plangebied op enkele plekken de top van het dekzand aangetroffen met een intacte bodemopbouw. Er zijn hierin echter geen sporen of vondsten gedaan. Wel is er een waterput uit de Nieuwe Tijd aangetroffen en gedocumenteerd.

Andere onderzoeksgebieden die bij dit onderzoek zijn betrokken liggen te ver van het plangebied om er iets over te zeggen. Het gaat hierbij met name om een opgraving te Vorchten waar een rivierduin aanwezig is die al sinds de Bronstijd bewoond is. Deze ligt echter meer dan 2 km ten noordoosten van het plangebied. Vlak bij het plangebied is eveneens eerder onderzoek uitgevoerd. Op ca. 700 m ten noordwesten, aan de Stege 14 is door RAAP2 een archeologisch onderzoek verricht ten behoeve van een nieuwe melkveestal (onderzoeksmelding 2431866100). Hierbij zijn dijkdoorbraakafzettingen op oeverafzettingen op komklei aangetroffen. Er is geen dekzand waargenomen. Tevens zijn er geen archeologische indicatoren waargenomen. Hierom is geen vervolgonderzoek aanbevolen. Binnen een straal van 500 m van het plangebied zijn geen archeologische vondstmeldingen bekend (bijlage 10). Daarom worden enkele vondsten besproken die iets verder van het plangebied verwijderd liggen, om toch een beeld te kunnen schetsen van de archeologische resten en/of sporen die op de oeverwallen van de Gelderse IJssel kunnen worden aangetroffen: • Ongeveer 1 km ten zuidoosten van het plangebied is uit de IJssel bij Veessen een doorboorde bijl uit het Neolithicum aangetroffen (vondstmeldingsnummer 3087189100). De bijl is gemaakt uit

2

Raap-notitie 4741 Plangebied de Stege 14 te Veessen

13

• •

een hertengewei. Het gaat vermoedelijk om een verspoelde vondst. Nadere details zijn in Archis3 niet opgenomen. Ongeveer 2 km ten noordwesten is een bronzen beeldje uit de Romeinse tijd aangetroffen (vondstmeldingsnummer 2793134100) Ongeveer 1,7 km ten westen is een vondstmelding van een mogelijk erf uit de Nieuwe tijd (vondstmeldingsnummer 3125411100). Het gaat om relatief veel vondsten en enkele donkere vlekken die zichtbaar werden na het ploegen van het land op deze plek.

14

8. Historische situatie, huidig gebruik en bodemverstoringen Historisch gebruik

Bouwland

Huidig gebruik

Erf en weiland

Bekende verstoringen

Bouwland, grenzend aan historisch erf

Historische situatie Het plangebied ligt aan de Stege. Deze weg is al te zien op de Hottingerkaart uit 1780 (Versvelt, 2003). Het is in gebruik als bouwland. Op de Hottingerkaart is verder te zien dat direct ten noorden van het plangebied bebouwing staat ingetekend. Op het Kadastrale Minuutplan uit 1811-1832 is het plangebied nog steeds in gebruik als bouwland (figuur 3). De bebouwing direct ten noorden, vermoedelijk een boerderij, van het plangebied is tevens nog aanwezig. Vanaf de historische kaart uit 1866 is er bebouwing binnen het plangebied. Het gaat dan waarschijnlijk om de woning die er nog staat en binnen de planvorming bewaard zal blijven. Ten oosten van deze woning is er eerst een boomgaard. Vanaf 1975 zijn er meerdere schuren op het erf bij geplaatst. Vanwege de aanwezigheid van een erf vlakbij het plangebied vanaf in ieder geval de 18e eeuw en vanaf circa 1850 in het plangebied binnen het plangebied kunnen sporen van landgebruik, terreininrichting en erf-gerelateerde verschijnselen verwacht worden (waterputten, greppels, spiekers). Militair Erfgoed Binnen het plangebied zijn geen waarden uit de Tweede Wereldoorlog bekend op de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (www.ikme.nl). Ook op basis van andere bronnen worden niet direct waarden uit de Tweede Wereldoorlog binnen het plangebied3 verwacht.

Huidig gebruik en bodemverstoringen Het plangebied bestaat uit een erf met diverse gebouwen, waaronder een woonhuis in het oosten en een grote schuur in het westen en aan de zuidkant uit weiland. De mate waarin nog archeologische resten en/of sporen binnen het plangebied aanwezig kunnen zijn is mede afhankelijk van de mate van intactheid van de bodem. Daarom worden hier mogelijke en bekende bodemverstoringen besproken: • Binnen het plangebied is bebouwing aanwezig die met de aanleg ervan voor bodemverstoring kan hebben gezorgd. Het gaat dan met name om de grote schuur in het westen van het plangebied. • Volgens het BodemloketTM hebben binnen het plangebied geen saneringen plaatsgevonden. De bodemopbouw is dus niet verstoord door saneringen. • Op het AHN is te zien dat het plangebied iets hoger ligt dan de omliggende percelen (bijlage 7 en 8). De bodem binnen het plangebied is mogelijk opgehoogd, maar het kunnen ook natuurlijke verschillen zijn (zie ook hoofdstuk 6). Deze ophoging oogt op het AHN onregelmatig. Het zou kunnen dat bij de aanleg hiervan de bodemopbouw is aangetast, maar of en in welke mate dit het geval is, is niet bekend.

3

www.vergeltungswaffen.nl, www. Tracesofwar.com

15

Figuur 2. Het plangebied (rood omlijnd) op de Hottingerkaart uit 1780. Bron: Versfelt, 2003.

16

Figuur 3. Het plangebied (rood omlijnd) op het Kadastrale Minuutplan uit 1811-1832. Huidskleur is bouwland, rood bebouwing. Het historische erf ten noorden van het plangebied valt buiten dit kaartblad. Bron: www.hisgis.nl.

Figuur 4. Het plangebied (rood omlijnd) op een historische kaart uit 1866. Bron: www.topotijdreis.nl.

17

Figuur 5. Het plangebied (rood omlijnd) op een historische kaart uit 1900. Bron: www.topotijdreis.nl.

Figuur 6. Het plangebied (rood omlijnd) op een historische kaart uit 1950. Bron: www.topotijdreis.nl.

18

Figuur 7. Het plangebied (rood omlijnd) op een topografische kaart uit 1975. Bron: www.topotijdreis.nl.

Figuur 8. Het plangebied (rood omlijnd) op een topografische kaart uit 2010. Bron: www.topotijdreis.nl.

19

9. Gespecificeerde archeologische verwachting Kans op archeologische waarden

Hoog

Periode

Laat-Paleolithicum-Nieuwe tijd

Complextypen

Nederzettingen, sporen van landgebruik, grafvelden

Stratigrafische positie

In de top van de oever-/crevasse-afzettingen Indien aanwezig top van het dekzand Onder ophoogpakket, mogelijk meerdere niveaus

Diepteligging

Archeologische verwachting en periode De archeologische verwachting is afhankelijk van de landschappelijke ondergrond en de aanwezigheid van cultuurhistorische elementen: • Vanwege de ligging op oeverafzettingen van de Gelderse IJssel heeft het plangebied een hoge archeologische verwachting op archeologische vondsten en/of sporen. Gezien de ouderdom van de Gelderse IJssel kunnen in ieder geval sporen vanaf de Vroege-Middeleeuwen aanwezig zijn, maar mogelijk ook uit de Romeinse Tijd, toen de IJssel in het gebied actief werd. In de wijde omgeving van het plangebied zijn in ieder geval vondsten uit de Romeinse Tijd én Vroege-Middeleeuwen bekend. De hoge archeologische verwachting heeft vooralsnog dan ook betrekking op de periode Romeinse-Nieuwe tijd. • Vondsten en/of sporen uit oudere periodes worden niet verwacht, omdat deze geërodeerd en/of verspoeld zijn door de Gelderse IJssel. In de omgeving van het plangebied zijn her en der nog wel restanten onverspoeld dekzand aangetroffen. Omdat de lithologische ondergrond van het plangebied onbekend is, is niet uitgesloten dat hier ook dekzand aanwezig kan zijn waarvan de top intact is. Als dat het geval is, geldt voor resten uit de periode Laat-Paleolithicum-IJzertijd theoretisch gezien ook een verwachting.

• Vondsten en/of sporen uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe Tijd kunnen worden verwacht in de vorm van sporen van landgebruik, terreininrichting of erf-gerelateerde verschijnselen (waterputten, greppels spiekers), omdat al op de Hottingerkaart een erf aanwezig is, dat net ten noorden van het plangebied gesitueerd is. Ook nederzettingsresten zijn niet uitgesloten, aangezien in de Middeleeuwen erven zich verplaatst kunnen hebben. Stratigrafische positie en diepteligging Eventuele archeologische vondsten en/of sporen worden verwacht in de top van de oeverafzettingen. Deze kunnen in principe vanaf het maaiveld aanwezig zijn. Op basis van de AHN lijkt een deel van het terrein iets hoger te liggen. Dit kan verschillende oorzaken hebben. Mogelijk dat er iis opgehoogd. In dat geval kan de top van de oever dieper begraven liggen. Mogelijk is binnen het plangebied sprake van meerdere archeologische niveaus, wanneer de oeverafzettingen van de Gelderse IJssel eventueel oudere crevasse-afzettingen hebben afgedekt. Een eventuele diepteligging hiervan is niet bekend, maar de top zal zich binnen 3 à 4 m –Mv bevinden aangezien dat de diepte is waarop de pleistocene ondergrond verwacht wordt. Complextypen, omvang en aanwezigheid In het plangebied worden nederzettingsterreinen, sporen van landgebruik en grafvelden verwacht.

De omvang van vindplaatsen kan variëren van enkele tientallen vierkante meters tot honderden vierkante meters voor een nederzetting die betrekking heeft op een enkele boerderij. In de top van de oeverafzettingenvegetatiehorizonten of cultuurlagen kunnen nederzettingssporen en sporen van landgebruik aanwezig zijn. Sporen van landgebruik bestaan uit paalgaten, afvalkuilen, greppels en waterputten. Nederzettingscomplexen kunnen zich kenmerken door oude woongronden of andersoortige cultuurlagen, vondstlagen of dichte vondstendichtheid van onder andere keramiekfragmenten en botmateriaal, hetgeen met name afhankelijk is van de langdurigheid en/of 20

intensiteit van eventuele bewoning op die plek. Sporen van kortstondige bewoning en landgebruik zullen zich kenmerken door (kleinschalige) grondsporen in plaats van de aanwezigheid van vondstmateriaal. Derhalve kan over de aanwezigheid van laatstgenoemde complexen enkel uitspraken gedaan worden op basis van de opbouw en de mate van intactheid van de bodem. Mogelijk is het bodemarchief plaatselijk aangetast met de ophoging van het perceel, maar of en in welke mate dit het geval is, is niet bekend. Of hiermee een eventueel archeologisch niveau is aangetast is niet bekend. Om bovenstaande archeologische verwachting te toetsen zijn boringen nodig om de bodemopbouw en mate van intactheid van het bodemprofiel te bepalen.

21

10. Resultaten veldonderzoek Onderzoekstrategie

Verkennend booronderzoek

Aantal boringen

5

Type boor

Edelmanboor, gutsboor

Boordiameter

Edelmanboor 7 cm, gutsboor 3 cm

Maximale boordiepte

265 cm -Mv

Werkwijze Het doel van het veldonderzoek is het toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting in het plangebied, zoals deze is opgesteld in Hoofdstuk 9. Hiertoe is in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. De boringen zijn gebruikt om de mate van intactheid van de bodem te bepalen, inzicht te krijgen in de bodemopbouw en de exacte landschappelijke ligging van het plangebied. In totaal zijn in het plangebied vijf boringen gezet (boring 1-5). De boringen zijn handmatig gezet met behulp van een Edelmanboor met een diameter van 7 cm. Beneden de grondwaterspiegel is gebruik gemaakt van een gutsboor met een diameter van 3 cm tot een diepte van maximaal 265 cm -Mv. De opgeboorde monsters zijn handmatig verbrokkeld, versneden en doorzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren (zoals bot, aardewerk, baksteen, bewerkt vuursteen en houtskool). De boringen zijn gefotografeerd, waarna ze zijn beschreven volgens de NEN5104 en de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB; SIKB 2008). Deze foto’s en beschrijvingen zijn terug te vinden in bijlage 12 en 13. De boringen zijn zo gelijkmatig mogelijk verdeeld over het plangebied. De ligging van de boringen is opgenomen in bijlage 11. De hoogteligging ten opzichte van NAP van de boorpunten is afgeleid van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN; bijlage 7).

Veldwaarnemingen Het plangebied was ten tijde van het veldwerk deels bebouwd, en deels in gebruik als weiland. Er waren geen duidelijke hoogteverschillen waar te nemen in het veld. Door de begroeiing en bebouwing was er geen mogelijkheid om aan het maaiveld archeologische indicatoren waar te nemen. De huidige bebouwing bestaat uit een woning, een stal en grote schuur, waarbij de schuur in de plannen gesloopt wordt. Er is geen informatie over mogelijke kelders en de diepte van funderingen. Ook tijdens het veldbezoek is het niet mogelijk geweest hier een waarneming te kunnen doen. Lithologie en bodemopbouw Bouwvoor Vanaf maaiveld tot een diepte van 20-30 cm (2,50-2,60 m +NAP) is sprake van een gebrokt, rommelig bruingrijs sterk zandige klei. Dit pakket is kalkrijk en bevat op enkele plekken wat brokken oranje bouwpuin. Het gaat om een moderne bouwvoor. Oever Direct onder de bouwvoor op een diepte vanaf 20-30 cm tot 50-90 cm is er nog een pakket grijsbruin sterk zandige klei. Het gaat hier om een laag oeverafzettingen. Vanaf 50 tot 90 cm wordt de oever minder zandig en steviger en bevat deze enkele ijzervlekken. Er zijn geen verdere aanwijzingen voor een archeologisch relevant niveau aangetroffen (fosfaten, puinbrokjes, leem etc.).

22

Geulafzettingen. Direct onder de oever is sprake van een geleidelijke overgang naar sterk siltige slappe klei. Het pakket klei betreft waarschijnlijk een opeenvolging van crevasse- en geulafzettingen van een voormalige geul behorend bij de IJssel . Onderin, op ca. 200 cm -Mv is in de boringen een wat humeuzer kleilaagje aangetroffen, dat in de boringen 3 en 4 zelfs als sterk kleiig veen is beschreven. Dit geldt waarschijnlijk een fase waarin de geul dichtgeslibd is. Alle boringen zijn geëindigd in een pakket matig grof kalkloos zand dat slecht gesorteerd is en relatief veel grind bevat. Dit zandpakket is geïnterpreteerd als beddingafzettingen. Onder invloed van het grondwater (aangetroffen vanaf circa 150 cm -Mv; 1,3-1,5 m +NAP) loopt dit zand uit de boor, waarop de boringen zijn beëindigd op dieptes van 250-265 cm -Mv (0,3-0,5 m +NAP). Uitzondering is boring 5. Deze is gestaakt in recent puin op ca. 30 cm Archeologische indicatoren Er zijn tijdens het veldonderzoek bij het doorzoeken van de opgeboorde grondmonsters geen bijzonderheden ontdekt. Archeologische interpretatie Tijdens het veldonderzoek is vastgesteld dat sprake is van een moderne bouwvoor op oeverafzettingen die weer liggen op geulafzettingen van een voorloper van de huidige IJssel.

Het ontbreekt in de aangetroffen afzettingen echter aan een duidelijk archeologisch relevant niveau of aanwijzingen die duiden op de aanwezigheid hiervan. Er is bovendien geen sprake van fosfaatvlekken of een “vuile laag” in de oeverafzettingen. Intact dekzand is eveneens niet aangetroffen. Op basis van deze waarnemingen is dan ook sprake van een lage verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit de prehistorie. Dit geldt eveneens voor latere perioden tot en met de Vroege Middeleeuwen: er zijn oeverafzettingen aangetroffen, maar van een duidelijk archeologisch niveau is geen sprake. Voor de periode Late Middeleeuwen-Nieuwe tijd is de verwachting op sporen van landgebruik, terreininrichting en erf-gerelateerde zaken daarentegen hoog: op basis van historische kaarten ligt het plangebied direct naast een erf dat reeds in de 18 e eeuw op kaarten staat. Dit kan betekenen dat de ouderdom van dit erf tot in de Middeleeuwen terug kan gaan. Daarom is voor de periode Late Middeleeuwen-Nieuwe Tijd een hoge archeologische verwachting van toepassing.

23

11. Beantwoording onderzoeksvragen 1.

Hoe heeft het plangebied oorspronkelijk in het natuurlijk landschap gelegen? Het plangebied bevindt zich op een restgeul van de Gelderse IJssel. Hierop bevindt zich een oever en een moderne bouwvoor.

2.

Zijn er binnen de bodemopbouw archeologisch relevante bodemniveaus te onderscheiden en hoe diep liggen deze? Het archeologisch relevant niveau is vooraf bepaald op de top van oeverafzettingen, en indien aanwezig het dekzand. Dekzand is echter niet aangetroffen. Oevers zijn in het plangebied aan te treffen vanaf een diepte van 30-50 cm -Mv.

3.

In hoeverre zijn de archeologisch relevante bodemniveaus nog intact (verstoring, erosie, afdekkend substraat)? De top van de oever is nog intact. Er ligt een dikke moderne bouwvoor op.

4.

Wat is de archeologische verwachting van het plangebied en in hoeverre is deze te differentiëren in laag, middelhoog en hoog? Op basis van het archeologisch vooronderzoek is vastgesteld dat sprake is van een moderne bouwvoor op oeverafzettingen - en geulafzettingen van de Gelderse IJssel. Deze oever vertoont geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van een archeologisch relevant niveau voor de periode Romeinse tijd – Vroege Middeleeuwen. Het ontbreekt in de relevante afzettingen aan zaken als fosfaatvlekken of een “vuile laag”, waardoor geen sprake is van een cultuur- of woonlaag in het plangebied binnen de diepte van de boringen. Daarom is de hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit de periode Romeinse tijd – Vroege middeleeuwen in het plangebied naar een middelhoge verwachting bij te stellen omdat oevers van oudsher wel interessante plekken voor bewoning waren. Er is geen dekzand aangetroffen. Hiermee is de verwachting op archeologische resten uit de Prehistorie tot en met de Vroege Middeleeuwen naar beneden bij te stellen naar laag. De aanwezigheid van een erf uit de 18e eeuw direct aangrenzend ten noorden van het plangebied geeft echter een hoge verwachting op sporen van landgebruik, terreininrichting en erfgerelateerde verschijnselen zoals waterputten, greppels en spiekers uit de Nieuwe tijd en mogelijk Late Middeleeuwen.

24

12. Conclusies en advies Conclusie Op basis van het bureau- en veldonderzoek is de verwachting op het aantreffen van archeologische resten in het plangebied bij te stellen. Op basis van het bureauonderzoek werden crevasse- en geulafzettingen van de Gelderse IJsel verwacht, waarin archeologische waarden uit de Romeinse tijd tot en met de Nieuwe tijd aan te treffen zijn. Er zijn inderdaad oever en geulafzettingen in het veld aangetroffen. Het ontbreekt in de aangetroffen afzettingen echter aan een duidelijk archeologisch relevant niveau of aanwijzingen die duiden op de aanwezigheid hiervan. Er is bovendien geen sprake van fosfaatvlekken of een “vuile laag” in de oeverafzettingen. Intact dekzand is eveneens niet aangetroffen. Op basis van deze waarnemingen is dan ook sprake van een lage verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit de prehistorie. Dit geldt eveneens voor latere perioden tot en met de Vroege Middeleeuwen: er zijn oeverafzettingen aangetroffen, maar van een duidelijk archeologisch niveau is geen sprake. Voor de periode Late Middeleeuwen-Nieuwe tijd is de verwachting op sporen van landgebruik, terreininrichting en erfgerelateerde zaken daarentegen hoog: op basis van historische kaarten ligt het plangebied direct naast een erf dat reeds in de 18 e eeuw op kaarten staat. Dit kan betekenen dat de ouderdom van dit erf tot in de Middeleeuwen terug kan gaan.

Daarom is voor de periode Late Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd een hoge archeologische verwachting van toepassing. Advies In het plangebied is sprake van een hoge verwachting op intacte archeologische resten uit de late middeleeuwen-nieuwe tijd in verband met een erf dat minimaal vanaf de 18e eeuw aanwezig is aangrenzend aan het plangebied. In het kader van de voorgenomen ingrepen, de realisatie van een huis en bijgebouw en herinrichting van het erf, adviseren wij om aanvullende onderzoeksstappen te ondernemen op het gebied van archeologie. Om de hoge archeologische verwachting te toetsen op resten van mogelijke erfgerelateerde sporen wordt om een proefsleuvenonderzoek uit te voeren. Dit in of nabij alle geplande bodemingrepen dieper dan 40 cm – MV.

Mochten er tijdens de voorgenomen werkzaamheden na vervolgonderzoek of vrijgave onverhoopt toch archeologische vondsten worden gedaan, dan wijzen wij de initiatiefnemer en de uitvoerder van de werkzaamheden op de wettelijke plicht dergelijke zaken direct te melden bij de bevoegde overheid, de gemeente Heerde (Erfgoedwet 2016, artikel 5.10). Het bovenstaande is een advies. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Heerde, om op basis van de resultaten van dit rapport een besluit te nemen over de daadwerkelijke omgang met eventuele archeologische resten.

25

13. Geraadpleegde bronnen Archeologische kaarten en databestanden • Archeologische Monumenten Kaart (AMK), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2007. • Archeologisch Informatie Systeem (Archis3), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2015. • www.ahn.nl • www.ruimtelijkeplannen.nl • www.planviewer.nl • www.topotijdreis.nl • www.bodemloket.nl • www.dinoloket.nl • www.edugis.nl • Beeldbank.cultureelerfgoed.nl • www.ikme.nl • www.hisgis.nl • https://www.oene-info.nl/verenigingen/ampt-epe-historische-vereniging/ • www.kadastralekaart.com • www.tracesofwar.nl • www.vergeltungswaffen.nl • Zand in banen: https://www.gelderland.nl/Kaartenencijfers Literatuur • Bakker, H., de/J. Schelling, 1989. Systeem van bodemclassificatie voor Nederland, de hogere niveaus, Wageningen. • Beek, R., van, 2009. Reliëf in tijd en ruimte. Interdisciplinair onderzoek naar bewoning en landschap van Oost-Nederland tussen vroege prehistorie en middeleeuwen. Proefschrift Wageningen Universiteit. • Berendsen, H.J.A., 1982. De genese van het landschap in het zuiden van de provincie Utrecht, Utrecht (Utrechtse Geografische Studies 25). • Berendsen, H.J.A., 2000. Landschappelijk Nederland, Assen (Fysische Geografie van Nederland). • Berendsen, H.J.A., 2005. De vorming van het land, Assen (Fysische Geografie van Nederland). • Berendsen, H.J.A./E. Stouthamer (eds.), 2001.

Palaeogeographical development of the RhineMeuse delta, the Netherlands, Assen. • Cohen, K.M./E. Stouthamer/H.J. Pierik, A.H. Geurts, 2012. Digitaal Basisbestand Paleogeografie van de Rijn‐Maas Delta. Dept. Fysische Geografie. Universiteit Utrecht. Digitale Dataset. • Cohen, K.M/ E. Stouthamer/ W.Z. Hoek/ H.J.A. Berendsen en H.F.J. Kempen, 2009, Zand in Banen - Zanddieptekaarten van het Rivierengebied en het IJsseldal in de provincies Gelderland en Overijssel. Arnhem: Provincie Gelderland. • De Bakker, H., 1966. De subgroepen van het systeem voor bodemclassificatie voor Nederland. In: Boor en Spade. • Goossens, E., 2014. Raap-Notitie 4741 Plangebied de Steege 14 te Veessen • Gottschalk, M.K.E., 1956. De ontginning der Stichtse venen ten oosten van de Vecht. In: TKNAG. II. Jaargang 73. p 207-222. • Huisman, D.J./J. Bouwmeester/G. de Lange/Th. van der Linden/G. Mauro/D. Ngan-Tillard/M. Groenendijk/T. de Ridder/C. van Rooijen/I. Roorda/D. Schmutzhart e/R. Stoevelaar, 2010. De

26

• • • • • • • •

invloed van bouwwerkzaamheden op archeologische vindplaatsen, Bouwen en Archeologie, Amersfoort (RCE). Jongmans, A.G./M.W. van den Berg/M.P.W. Sonneveld/G.J.W.C. Peek/R.M. van den Berg van Saparoea, 2013. Landschappen van Nederland, Wageningen. Maas, G. J., S. P. J. v. Delft & A. H. Heidema, 2017, Toelichting bij de legenda Geomorfologische kaart van Nederland 1:50 000 (2017). Wageningen, Wageningen Environmental Research. Mulder, E.F.J., de/M.C. Geluk/I.L. Ritsema/W.E. Westerhof/T.E. Wong, 2003. De ondergrond van Nederland, Houten. Verboom-Jansen, M., 2019. Plan van Aanpak Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase. Nieuwegein, Overijsselhaven 127. Transect, Nieuwegein. Stouthamer, E./K.M. Cohen/W.Z. Hoek, 2015. De vorming van het Land, Utrecht. Versfelt, H.J., 2003. De Hottinger-atlas van Noord- en Oost-Nederland, Heveskes Uitgevers, Groningen Vos, P.C., 2015. Compilation of the Holocene paleogeographical maps of the Netherlands, In: P.C. Vos (ed.), The origin of the Dutch coastal landscape, Groningen, 50-81. Vos, P.C./S. de Vries, 2015. 2e generatie paleogeografische kaarten van Nederland (versie 2.0). sd, www.archeologieinnederland.nl (11-30-2015).

Afbeeldingen Figuur 1. Ligging van het plangebied op een topografische kaart. Figuur 2. Het plangebied (rood omlijnd) op de Hottingerkaart uit 1780. Figuur 3. Het plangebied (rood omlijnd) op het Kadastrale Minuutplan uit 1811-1832. Figuur 4. Het plangebied (rood omlijnd) op een historische kaart uit 1900. Figuur 5. Het plangebied (rood omlijnd) op een historische kaart uit 1925. Figuur 6. Het plangebied (rood omlijnd) op een historische kaart uit 1955. Figuur 7. Het plangebied (rood omlijnd) op een topografische kaart uit 1980. Figuur 8. Het plangebied (rood omlijnd) op een topografische kaart uit 2015.

27

Archeologische periode-indeling voor Nederland Periode

Deel-/subperiode

Recent

Van

Tot

1945 na Chr.

2050 na Chr.

Nieuwe Tijd

Late-Nieuwe Tijd Midden-Nieuwe Tijd Vroege-Nieuwe Tijd

1850 na Chr. 1650 na Chr. 1500 na Chr.

1945 na Chr. 1850 na Chr. 1650 na Chr.

Middeleeuwen

Late-Middeleeuwen B Late-Middeleeuwen A Vroege-Middeleeuwen D Vroege-Middeleeuwen C Vroege-Middeleeuwen B Vroege-Middeleeuwen A

1250 na Chr. 1050 na Chr. 900 na Chr. 725 na Chr. 525 na Chr. 450 na Chr.

1500 na Chr. 1250 na Chr. 1050 na Chr. 900 na Chr. 725 na Chr. 525 na Chr.

Romeinse Tijd

Laat-Romeinse tijd B Laat-Romeinse tijd A Midden-Romeinse tijd B Midden-Romeinse tijd A Vroeg-Romeinse tijd B Vroeg-Romeinse tijd A

350 na Chr. 270 na Chr. 150 na Chr. 70 na Chr. 25 na Chr. 12 voor Chr.

450 na Chr. 350 na Chr. 270 na Chr. 150 na Chr. 70 na Chr. 25 na Chr.

IJzertijd

Late-IJzertijd Midden-IJzertijd Vroege-IJzertijd

250 voor Chr. 500 voor Chr. 800 voor Chr.

12 voor Chr. 250 voor Chr. 500 voor Chr.

Bronstijd

Late-Bronstijd Midden-Bronstijd B Midden-Bronstijd A Vroege-Bronstijd

1100 voor Chr. 1500 voor Chr. 1800 voor Chr. 2000 voor Chr.

800 voor Chr. 1100 voor Chr. 1500 voor Chr. 1800 voor Chr.

Neolithicum

Laat-Neolithicum B Laat-Neolithicum A Midden-Neolithicum B Midden-Neolithicum A Vroeg-Neolithicum B Vroeg-Neolithicum A

2450 voor Chr. 2850 voor Chr. 3400 voor Chr. 4200 voor Chr. 4900 voor Chr. 5300 voor Chr.

2000 voor Chr. 2450 voor Chr. 2850 voor Chr. 3400 voor Chr. 4200 voor Chr. 4900 voor Chr.

Mesolithicum

Laat-Mesolithicum Midden-Mesolithicum Vroeg-Mesolithicum

6450 voor Chr. 7100 voor Chr. 8800 voor Chr.

4900 voor Chr. 6450 voor Chr. 7100 voor Chr.

Paleolithicum

Laat-Paleolithicum B Laat-Paleolithicum A Midden-Paleolithicum Vroeg-Paleolithicum

18.000 BP 35.000 BP 300.000 BP -

8.800 voor Chr. 18.000 BP 35.000 BP 300.000 BP

28

Situatie

Veessen, de Stege 10 Gemeente Heerden

29

Inrichtingsschets

Bron: Erfadvies gemeente Heerde

A. B. C. D. E. F. G. H. I.

Bestaande bebouwing (blijft behouden) Nieuw te bouwen woning Nieuw te bouwen bijgebouw Gezamelijke entree Nieuw aan te planten boomgaard Nieuwe heg op de perceelsgrens Streekeigen beplanting op kavelgrens Bosje blijft behouden Bestaande beplanting blijft behouden

30

Archeologiebeleid

Veessen, De stege 10 Gemeente Heerde

31

Oene, nabij IJsseldijk 8 Gemeente Olst-Wijhe

32

Stroomgordels

Veessen, de Stege 10 Gemeente Heerde

33

Geomorfologie

Veessen, de Stege 10 Gemeente Heerde

Bron: Maas et al, 2017 34

Maaiveldhoogte

Veessen, de Stege 10 Gemeente Heerde

35

Bodem

Veessen, de Stege 10 Gemeente Heerde

36

Archeologische waarden en onderzoeken

Veessen, de Stege 10 Gemeente Heerden

37

Boorpuntenkaart

Veessen, de Stege 10 Gemeente Heerde

38

Foto’s van boringen Foto’s van boringen representatief voor het plangebied. Boorkernen van de Edelmanboor liggen met de punt (het diepste deel) naar boven, uitgelegd per blok van 50 cm. De guts ligt met het diepste deel naar de linkerzijde.

Boring 1: 0-200 cm -Mv.

Boring 3: 0-200 cm -Mv.

39

boring 3 detail veen

Boorbeschrijvingen

40

boring: VSSN-1 beschrijver: MS, datum: 8-7-2020, landgebruik: grasland, provincie: Gelderland, gemeente: Heerde, opdrachtgever: particulier, uitvoerder: Transect

0 cm -Mv Algemeen: aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, sterk zandig, donkerbruingrijs, matig stevig Bodemkundig: interpretatie: bouwvoor

20 cm -Mv Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk zandig, grijsbruin, schelpengruis, kalkrijk Bodemkundig: enkele Fe-vlekken

90 cm -Mv Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, zwak zandig, bruingrijs, matig stevig, kalkrijk Bodemkundig: enkele Fe- en Mn-vlekken

125 cm -Mv Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, uiterst siltig, lichtbruingrijs, matig slap, kalkrijk Opmerking: zandig bijmenging

150 cm -Mv Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, matig siltig, lichtbruingrijs, slap, kalkrijk Bodemkundig: enkele Fe-vlekken

190 cm -Mv Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, matig siltig, lichtgrijs, slap, kalkrijk

220 cm -Mv Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, matig grindig, grijs, matig grof, kalkloos Opmerking: matig slecht gesorteerd

Einde boring op 250 cm -Mv

1

boring: VSSN-2 beschrijver: MS, datum: 8-7-2020, landgebruik: grasland, provincie: Gelderland, gemeente: Heerde, opdrachtgever: particulier, uitvoerder: Transect

0 cm -Mv Algemeen: aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, sterk zandig, donkerbruingrijs, matig stevig Bodemkundig: interpretatie: bouwvoor

20 cm -Mv Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk zandig, grijsbruin, schelpengruis, kalkrijk Bodemkundig: enkele Fe-vlekken

80 cm -Mv Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, zwak zandig, bruingrijs, matig stevig, kalkrijk Bodemkundig: enkele Fe- en Mn-vlekken

100 cm -Mv Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, zwak zandig, lichtbruingrijs, matig stevig, schelpengruis, kalkrijk Bodemkundig: enkele Fe- en Mn-vlekken

140 cm -Mv Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, uiterst siltig, lichtbruingrijs, matig slap, kalkrijk Opmerking: zandig bijmenging

160 cm -Mv Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, matig siltig, lichtbruingrijs, slap, schelpengruis, kalkrijk Bodemkundig: enkele Fe-vlekken

190 cm -Mv Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, matig siltig, lichtgrijs, slap, kalkrijk

200 cm -Mv Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, matig siltig, zwak humeus, donkergrijs, slap, kalkloos

210 cm -Mv Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, sterk siltig, zwak humeus, donkergrijsbruin, slap, matig fijn, spoor plantenresten, kalkloos Opmerking: rommelig

230 cm -Mv Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, sterk siltig, zwak grindig, grijs, matig fijn, kalkloos Opmerking: matig slecht gesorteerd

240 cm -Mv Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, matig grindig, grijs, matig grof, kalkloos Opmerking: matig slecht gesorteerd

Einde boring op 250 cm -Mv

2

boring: VSSN-3 beschrijver: MS, datum: 8-7-2020, landgebruik: grasland, provincie: Gelderland, gemeente: Heerde, opdrachtgever: particulier, uitvoerder: Transect

0 cm -Mv Algemeen: aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, sterk zandig, donkerbruingrijs, matig stevig Bodemkundig: interpretatie: bouwvoor

10 cm -Mv Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk zandig, donkerbruingrijs, zandbrokken, schelpengruis, kalkrijk Bodemkundig: enkele Fe-vlekken, interpretatie: verstoord

55 cm -Mv Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, zwak zandig, bruingrijs, matig stevig, kalkrijk Bodemkundig: enkele Fe- en Mn-vlekken

95 cm -Mv Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, sterk siltig, lichtgrijs, matig slap, schelpengruis, kalkrijk Opmerking: zandig bijmenging

150 cm -Mv Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, matig siltig, grijs, slap, kalkrijk Bodemkundig: enkele Fe-vlekken

200 cm -Mv Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk siltig, lichtgrijs, veel dunne zandlagen, matig slap, kalkrijk

235 cm -Mv Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: veen, sterk kleiig, donkergrijsbruin, amorf veen, spoor plantenresten, kalkloos

250 cm -Mv Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, matig grindig, grijs, matig grof, kalkrijk Opmerking: matig slecht gesorteerd

Einde boring op 265 cm -Mv

3

boring: VSSN-4 beschrijver: MS, datum: 8-7-2020, landgebruik: grasland, provincie: Gelderland, gemeente: Heerde, opdrachtgever: particulier, uitvoerder: Transect

0 cm -Mv Algemeen: aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, sterk zandig, donkerbruingrijs, matig stevig Bodemkundig: interpretatie: bouwvoor

30 cm -Mv Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk zandig, grijsbruin, schelpengruis, kalkrijk Bodemkundig: enkele Fe-vlekken

50 cm -Mv Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, zwak zandig, bruingrijs, matig stevig, schelpengruis, kalkrijk Bodemkundig: enkele Fe- en Mn-vlekken

90 cm -Mv Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, sterk siltig, lichtgrijs, matig slap, kalkrijk Opmerking: zandig bijmenging

150 cm -Mv Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, matig siltig, lichtgrijs, slap, kalkrijk Bodemkundig: enkele Fe-vlekken

170 cm -Mv Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, matig siltig, grijs, slap, kalkrijk Bodemkundig: enkele Fe-vlekken

200 cm -Mv Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: veen, sterk kleiig, grijsbruin, amorf veen, kalkloos

230 cm -Mv Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, matig grindig, grijs, matig grof, kalkloos Opmerking: slecht gesorteerd

Einde boring op 250 cm -Mv

boring: VSSN-5 beschrijver: MS, datum: 8-7-2020, landgebruik: grasland, provincie: Gelderland, gemeente: Heerde, opdrachtgever: particulier, uitvoerder: Transect, opmerking: gestaakt in recent puin

0 cm -Mv Lithologie: klei, sterk zandig, bruingrijs Archeologie: ondoordringbaar bouwpuin (onbepaald)

Einde boring op 30 cm -Mv

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerde&id=4994e238-a5bb-44b5-9a16-51d254817f45