10.2.7. Aanvullend onderzoek vleermuizen en marterachtigen.pdf
Tekst van het document
Adviesgroep voor ruimte, water & natuur Postbus 1799, 3600 BT Maarssen
Vleermuis- en marterachtigenonderzoek De Stege 10 te Veessen Projectgegevens Opdr. gvr.: Dhr. Rakhorst Project: 20BTG03 De Stege 10 Veessen Betreft: Vleermuis- & marterachtigenonderzoek Locatie: De Stege 10 te Veessen Opgest.: K. Wegerif, Ecoloog Uitvoering: Ruimte voor Advies BV Contact: 06 39713509, wegerif@ruimtevooradvies.nl Datum: 21 september 2020
1 Aanleiding en doel Onderhavige rapportage beschrijft de resultaten van vleermuisonderzoek en marterachtigenonderzoek uitgevoerd op de locatie De Stege 10 te Veessen, gemeente Heerde.
De initiatiefnemer heeft het voornemen op locatie aan de Stege 10 te Veessen de bestaande schuur en bijgebouw te slopen. Hiervoor in de plaats wordt een nieuwe woning met bijgebouw gerealiseerd. De woning en het bijgebouw worden landschappelijk ingepast met een hoogstam boomgaard en een meidoorn of veldesdoorn haag. De onderzoekslocatie is gelegen in het buitengebied van Veessen. Op het erf staat een boerderij, een oude veeschuur een klein bijgebouw/garage en een paardenstal. De oude veeschuur is in vervallen staat en wordt hedendaags als opslag gebruikt. De oude veeschuur en het kleine bijgebouw/garage worden gesloopt, de paardenstal blijft behouden maar wordt aangepast zodat deze in het landschap past. De oude veeschuur is opgetrokken uit baksteen. De bovenste helft van de gevel bestaat uit golfplaten. Het dak bestaat uit een asbest golfplaten dak. Het bijbehouw/ garage bestaat uit bakstenen muren en een golfplaten muur aan de kopsekant. De kopgevels bestaan uit metalen golfplaten zonder aftimmering. Het dak van het bijgebouw/garage bestaat uit een asbest golfplaten dak zonder dakbetimmering. Het erf is grotendeels verhard met klinkers en betonplaten. Het overige deel van het erf bestaat uit siertuin en verwilderde onverharde stukken. De locatie is omringd door agrarische percelen aan de noordzijde van het dorp Veessen. Op 4 mei 2020 heeft J.
Mossink, ecoloog van Ruimte voor Advies een ecologische quickscan uitgevoerd om de mogelijke effecten op de beschermde natuurwaarden in kaart te brengen. Uit de quickscan (Ecologische quickscan De Stege 10 Veessen, Ruimte voor Advies 26 mei 2020) is gebleken dat de te slopen schuur potentieel geschikt is als verblijfplaats voor vleermuizen en marterachtigen. De bebouwing kan als verblijfplaats functioneren voor verschillende vleermuissoorten, zoals de gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis. Doordat de bebouwing geschikt is als verblijfplaats kunnen de geplande werkzaamheden leiden tot aantasting of vernieling van jaarrond beschermde verblijfplaatsen van vleermuizen. Daarnaast is de schuur en omliggende ruigtes geschikt leefgebied voor marterachtigen (bunzing, wezel en steenmarter). De ruigtes en schuur kunnen dienen als verblijfplaats en essentieel foerageergebied voor marterachtigen. Het bijgebouw/de garage is ongeschikt als voor vleermuizen om te gebruiken als vaste rust- en verblifplaats.Door de sloop en de voorgenomen activiteiten kunnen verblijfplaatsen en essentieel foerageergebied van de soort en verloren gaan.
[1]
21 september 2020
Om vast te stellen of vleermuizen daadwerkelijk gebruik maken van de schuur als verblijfplaats is gericht onderzoek uitgevoerd naar vaste rust- en verblijfplaatsen conform de richtlijnen van het Vleermuisprotocol 2017 (opgesteld door o.a. Netwerk Groene Bureaus en Zoogdiervereniging). Dat wil zeggen vijf gerichte, nachtelijke veldbezoeken in geschikte periodes (15 mei -15 juli en 15 augustus- 30 september) en bij gunstige weersomstandigheden om aanwezigheid van vaste rusten verblijfplaatsen van vleermuizen te onderzoeken. Om vast te stellen of marterachtigen de schuur en ruigtes gebruiken als verblijfplaats en foerageergebied is gericht onderzoek uitgevoerd naar de soorten.Voor het marterachtigenonderzoek worden twee cameravallen geplaats gedurende 6 weken in de voortplantingsperiode van de soorten (juni-augustus).
[2]
21 september 2020
Afb. 1.1: Luchtfoto van de projectlocatie aan de Stege 10 te Veessten met de te onderzoeken bebouwing (rood kader). Bron: GoogleMaps
Veessen
Afb. 1.2: Globale ligging onderzoeksgebied (rode cirkel) ten opzichte van het dorp Veessen. Bron: GoogleMaps .
[3]
21 september 2020
2 Methode 2.1 Vleermuisonderzoek Op de onderzoekslocatie zijn vier gerichte inventarisaties uitgevoerd (zie tabel 2.1). Voor het onderzoek zijn de richtlijnen van het meest recente Vleermuisprotocol (versie 2017) gevolgd. De inventarisaties zijn uitgevoerd door K. Wegerif, ecoloog en tevens vleermuisdeskundige in opdracht van bureau Ruimte voor Advies. Voor het vleermuisonderzoek is gebruik gemaakt van een zogenaamde batdetector met opnamefunctie (Pettersson d240x & Echometer Touch 2 Pro met opname functie), verrekijker en zichtwaarnemingen. Tabel 2.1 Overzicht inventarisatiemomenten vleermuizen De Stege 10 te Veessen
Datum
Periode-Temp-Weer
Doelsoort inventarisatie
23 jun 2020 15 jul 2020 24 aug 2020 17 sep 2020
21.45-23.45, 16°C, helder, ZW 1 03.30-05.30, 11°C, bewolkt, ZW 1 21.40-23.40, 16°C, helder, ZWZ 2 20.50-22.45, 13°C, bewolkt, NO 3
Vleermuis zomer-/kraamverblijf Vleermuis zomer-/kraamverblijf Vleermuis paarverblijfplaats Vleermuis paarverblijfplaats
2.2 Marterachtigenonderzoek Voor dit onderzoek zijn twee cameravallen geplaatst, de vallen hebben ten minste 6 weken op de onderzoekslocatie gestaan. Voor de cameravallen is gebruikt gemaakt van de Struikrover 3.5 (Bushnell Trophy Cam). De vallen zijn geplaatst door K. Wegerif, ecoloog in opdracht van bureau Ruimte voor Advies. Tabel 2.2 Overzicht plaasting en verwijdering cameravallen
[4]
Datum
Tijdstip
Doel
23 jun 2020 24 aug 2020
21.30 21.30
Plaatsing cameravallen Verwijdering cameravallen
21 september 2020
3 Resultaten inventarisaties 3.1 Vleermuisonderzoek 3.1.1 Verblijfplaatsen Tijdens het eerste veldbezoek werd vermoed dat achter de golfplaten aan de noordzijde de schuur zich een verblijfplaats van de gewone dwergvleermuis gelokaliseerd is. De soort kwam tijdens het veldbezoek om de hoek vliegen en leek uit de opening bij de golfplaten te vliegen. Dit is echter niet met zekerheid vast gesteld tijdens het eerste onderzoek. Om het vermoeden te bevestigen is tijdens het tweede ochtendbezoek extra aandachtig gelet op invliegende vleermuizen in deze opening. Deze zijn niet waargenomen tijdens deze onderzoeksronde. De ruimte bij de golfplaten wordt niet gebruikt door vleermuizen zoals vermoeden werd. Tijdens de veldbezoeken is door K. Wegerif geen verblijfplaatsen aangetroffen in de geschikte bebouwing. Rondom de schuur is geen territoriaal gedrag waargenomen van vleermuizen. Er zijn geen paarverblijfplaatsen gevestigd in het pand. De voorgenomen activiteit leiden derhalve niet tot aantasting van beschermde vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen. Conclusie De te slopen bebouwing wordt niet gebruikt als vaste rust- en verblijfplaats. De sloop leidt niet tot verstoring/vernielen van beschermde verblijfplaatsen van vleermuizen.
3.1.2 Foerageergebied en vliegroutes In de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) zijn geen waarnemingen van vleermuizen bekend in, en rondom het plangebied. Wel zijn aan de Hoogeweg 11 verblijfplaatsen bekend van de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger in de NDFF. Ook is de rosse vleermuis hier foeragerend waargenomen. Bovendien zijn er tijdens eerder onderzoek van Ruimte voor Advies aan De Stege 1 vliegroutes van de gewone dwergvleermuis vastgesteld langs het begin van De Stege. Door het ontbreken van begroeiing wordt het niet verwacht dat de vliegroute doorloopt naar de noordzijde van De Stege. Tijdens de veldbezoeken zijn drie soorten vleermuizen waargenomen: laatvlieger, gewone grootoorvleermuis en gewone dwergvleermuis (zie afb. 2.1). De laatvlieger is op één van de veldbezoeken overvliegend waargenomen van west naar oostelijke richting. Gedurende de gehele derde inventarisatie was de gewone grootoorvleermuis foeragerend aanwezig over het plangebied. Balts of een verblijfplaats van de soort is niet vastgesteld. De gewone dwergvleermuis was tijdens alle veldbezoeken aanwezig. De meest waargenomen soort tijdens de inventarisaties is de gewone dwergvleermuis, tot maximaal 4-5 exemplaren tegelijk binnen het onderzoeksgebied. De gewone dwergvleermuis werd op verschillende locaties foeragerend vastgesteld.
In en rondom het plangebied zijn geen essentiële vliegroutes aanwezig. Er is in en rondom het plangebied geen aaneengesloten lijnvormige beplanting aanwezig die kan dienen als vliegroute. Het plangebied, en voornamelijk de bosschage aan de zuidzijde van het plangebied wordt gebruikt als foerageergebied. De bosschage, welke gebruikt wordt als foerageergebied, zal niet worden aangetast door de geplande werkzaamheden. Deze is bovendien niet essentieel als foerageergebied. Het plangebied betreft maar een klein onderdeel van het foerageergebied, en zeker niet essentieel (gezien in groter verband). De terreindelen binnen het plangebied worden niet gebruikt als vliegroute. Vleermuizen zijn erg gevoelig voor lichtverstoring. [5]
21 september 2020
Geslotenheid en donkerte mogen daarom niet te veel worden aangetast om negatieve effecten op de functionele leefomgeving te voorkomen. Bij de herinrichting dient hier rekening mee te worden houden. Zo dient er spaarzaam te worden omgegaan met verlichting op en rondom het erf. Wees spaarzaam met verlichting binnen het plangebied om lichtverstoring te voorkomen. Indien het gebruik van verlichting toch gewenst wordt dient te worden gebruikt gemaakt van zogeheten amberkleurige ‘bat-lampen’ of afschermende armaturen en met een beperkte verlichtingshoogte tot maximaal 3 meter. De verlichting mag ten alle tijden niet gericht zijn op de boomkronen. Tijdens de werkzaamheden kan enige mate van verstoring voorkomen door het gebruik van verlichting. De kans op verstoring van de vliegroutes treedt alleen op in de schemering en nachtelijke uren in de actieve periode van vleermuizen (globaal april -november). Is het werken in de avond- en vroege morgenuren onvermijdelijk, dan zijn maatregelen met betrekking tot verlichting vereist. Dit kan door het gebruik van amberkleurige verlichting of afschermende armaturen. In de periode december -maart zijn vleermuizen normaal gesproken niet actief en zijn deze maatregelen niet nodig. Conclusie In en om het plangebied zijn drie soorten vleermuizen foeragerend en/of passerend waargenomen.
De bosschage aan de zuidzijde van het plangebied wordt gebruikt als niet-essentieel foerageergebied. In en rondom het plangebied is geen aaneengesloten opgaande beplanting die kan dienen als vliegroute voor vleermuizen. Het plangebied wordt gebruikt als niet-essentieel foerageergebied. De voorgenomen realisatie kan door lichtgebruik negatieve effecten hebben om de functionaliteit (vliegroute en foerageergebied) van het leefgebied van vleermuizen. Lichtverstoring kan optreden door het werken in de nachtelijke uren en een permanente toename van licht rondom de opstanden. Lichtverstoring dient te worden voorkomen door spaarzaam te zijn met verlichting en te werken buiten de actieve periode van vleermuizen.
3.2 Marterachtigenonderzoek Tijdens het onderzoek is vastgesteld dat het onderzoeksgebied niet wordt gebruikt door marterachtigen. In NDFF zijn een aantal waarnemingen bekend van de steenmarter. De soort is op ca. 300 meter afstand ten zuidoosten waargenomen. De soort is in de begroeiing rondom de Hogeweg 11 waargenomen. Op de cameravallen zijn geen waarnemingen vastgelegd van de steenmarter, bunzing, hermelijn of das. De schuur en ruige begroeiing rondom wordt niet gebruikt als vaste rust- en verblijfplaats door marterachtigen. Ook wordt het plangebied niet gebruikt als foerageergebied of schakel tussen foerageergebied en leefgebied door de soorten. Op de vallen staan veel waarnemingen van katten, kippen, egels en (spits)muizen. Conclusie Het plangebied wordt niet gebruikt als vaste rust- en verblijfplaats of foerageergebied door marterachtigen. Het erf is geen onderdeel van het leefgebied van marterachtigen. De voorgenomen activiteiten hebben geen effect op deze soortgroep, het nemen van vervolgstappen is niet noodzakelijk.
[6]
21 september 2020
[7]
Afbeelding 3.1: De egel is vastgesteld op één van de cameravallen binnen het erf.
Afbeelding 3.2: Huisspitsmuis binnen de schuur waargenomen op de cameraval.
Afbeelding 3.3: Op de cameravallen zijn veel opnames vastgelegd van katten binnen het plangebied.
Afbeelding 3.4: Ook zijn geen waarnemingen op de cameravall in de ruigte bekend van kippen die op het erf rond scharrelen.
21 september 2020
4 Conclusie en advies Algemeen •
Bij de uitvoering geldt de algemene zorgplicht en overige aanbevelingen die volgen uit de quickscan. Dit laatste betreft voornamelijk de aanwezigheid van broedvogels tijdens het broedseizoen.
Verblijfplaatsen vleermuizen •
In de te slopen schuur bevinden zich geen verblijfplaatsen van vleermuizen. De schuur wordt niet gebruikt als vaste rust- en verblijfplaats. De voorgenomen werkzaamheden leiden niet tot negatieve effecten op verblijfplaatsen van vleermuizen;
Foerageergebieden en vliegroutes vleermuizen •
Geslotenheid en donkerte mogen niet te veel worden aangetast om negatieve effecten op de functionele leefomgeving te voorkomen. Bij de herinrichting dient hier rekening mee te worden houden. Zo dient er spaarzaam te worden omgegaan met verlichting op en rondom het erf;
•
Er wordt geadviseerd om spaarzaam te zijn met verlichting binnen het plangebied om lichtverstoring te voorkomen. Indien het gebruik van verlichting toch gewenst wordt dient te worden gebruikt gemaakt van zogeheten amberkleurige ‘bat-lampen’ of afschermende armaturen en met een beperkte verlichtingshoogte tot maximaal 3 meter. De verlichting mag ten alle tijden niet gericht zijn op de boomkronen;
•
Tijdens de werkzaamheden kan enige mate van verstoring voorkomen door het gebruik van verlichting. De kans op verstoring van de vliegroutes treedt alleen op in de schemering en nachtelijke uren in de actieve periode van vleermuizen (globaal april -november). Is het werken in de avond- en vroege morgenuren onvermijdelijk, dan zijn maatregelen met betrekking tot verlichting vereist. Dit kan door het gebruik van amberkleurige verlichting of afschermende armaturen. In de periode december -maart zijn vleermuizen normaal gesproken niet actief en zijn deze maatregelen niet nodig;
Verblijfplaatsen en leefgebied marterachtigen
[8]
•
De schuur en ruigtes op het erf worden niet gebruikt als vaste rust- en verblijfplaats door marterachtigen. Marterachtigen zijn tijdens het veldbezoek niet waargenomen. De voorgenomen activiteiten hebben geen invloed op verblijfplaatsen van de das, steenmarter, wezel of bunzing. Het nemen van vervolgstappen is niet nodig;
•
Het plangebied is met zekerheid geen essentieel onderdeel van het leefgebied van marterachtigen. Marterachtigen gebruiken de bosschage, ruigtes en andere onderdelen op het erf niet als foerageergebied of schakel tussen verblijfplaats en verblijfplaats. Derhalve leiden de werkzaamheden en initiatieven niet tot negatieve effecten op het leefgebied van marterachtigen;
21 september 2020
Legenda Verblijf-, foerageer- en vlieglocatie
Afb. 3: Aanwezigheid van beschermde soorten in 2020. Bron ondergrond: GoogleMaps
Gewone dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis Laatvlieger Tweekleurige vleermuis Gewone grootoorvleermuis Rosse vleermuis Anders.... Buiten plangebied lettercodering w = winter-; k = kraam-; z = zomer-; p = paarverblijf
[9]
21 september 2020