10.2.3. Stationsstraat 9-11 Heerde_Bijlagen bij de toelichting.pdf
Tekst van het document
Stationsstraat 9-11 Heerde
Stationsstraat 9-11 Heerde vastgesteld
Inhoudsopgave
Bijlagen bij de toelichting
3
Bijlage 1
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
4
Bijlage 2
Verkennend bodemonderzoek
21
Bijlage 3
Stikstofonderzoek
84
Bijlage 4
Natuurwaardenonderzoek
108
Bijlage 5
Archeologisch bureauonderzoek
135
Bijlage 6
Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek
165
Bijlage 7
Watertoetsresultaat
190
BJZ.nu Bestemmingsplannen
2
Stationsstraat 9-11 Heerde vastgesteld
Bijlagen bij de toelichting
BJZ.nu Bestemmingsplannen
3
Stationsstraat 9-11 Heerde vastgesteld
Bijlage 1
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
BJZ.nu Bestemmingsplannen
4
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai2, Keetweg 5 en Badhuisweg
Stationsstraat 9-11, Heerde Landgoed Bonenburg
December 2019 Juni 2020
Status: Definitief
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Stationsstraat 9-11, Heerde Definitief
AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI “STATIONSSTRAAT 9-11, HEERDE”
Auteur: Opdrachtgever Status: Datum: Projectnummer
S. van Capelle City Developer-S B.V. Definitief Oktober 2020 2020 - 349
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
2
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Stationsstraat 9-11, Heerde Definitief
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 4 HOOFDSTUD 2 WETTELIJK KADER ......................................................................... 5 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
ALGEMEEN ................................................................................................................................................. 5 ZONE LANGS WEGEN .................................................................................................................................... 5 GRENSWAARDEN ......................................................................................................................................... 5 BEREKENEN GELUIDSBELASTING ...................................................................................................................... 6 GEMEENTELIJK GELUIDSBELEID........................................................................................................................ 6
HOOFDSTUK 3 3.1 3.2
UITGANGSPUNTEN ........................................................................ 7
SITUATIE PROJECTGEBIED............................................................................................................................... 7 VERKEERSGEGEVENS..................................................................................................................................... 9
HOOFDSTUK 4 RESULTATEN .............................................................................. 10 4.1 4.2 4.3 4.4
BEREKENINGEN ......................................................................................................................................... 10 GELUIDSBELASTING .................................................................................................................................... 10 MAATREGELEN REDUCTIE GELUIDBELASTING ................................................................................................... 11 HOGERE WAARDE ...................................................................................................................................... 11
HOOFDSTUK 5 CONCLUSIE ................................................................................ 12 BIJLAGEN BIJ HET ONDERZOEK .............................................................................. 13 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3
ITEMEIGENSCHAPPEN.......................................................................................................................... 14 REKENMODEL.................................................................................................................................... 15 REKENRESULTATEN............................................................................................................................. 16
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
3
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Stationsstraat 9-11, Heerde Definitief
HOOFDSTUK 1
INLEIDING
Initiatiefnemer is voornemens om de bestaande bebouwing aan de Stationsstraat 9 – 11 te Heerde de te slopen en vervolgens een appartementengebouw te realiseren. In afbeelding 1.1 is de ligging van het projectgebied in de kern Heerde (rode ster) en de directe omgeving (rode omkadering) weergegeven.
Afbeelding 1.1 Ligging van het projectgebied in Heerde en ten opzichte van de directe omgeving (Bron: PDOK)
Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling dient een ruimtelijke procedure te worden doorlopen. De gewenste functies (woningen) betreffen nieuwe geluidsgevoelige functies in het kader van de Wet geluidhinder. In het kader van ruimtelijke procedure is het noodzakelijk de geluidbelasting ter plaatse van deze geluidsgevoelige functies te toetsen aan het stelsel van voorkeurswaarde en maximale ontheffingswaarden uit de Wet geluidhinder. In voorliggend geval betreft het enkel het aspect wegverkeerslawaai. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de regels van het vigerende Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. In voorliggende rapportage zijn de uitgangspunten, rekenresultaten en conclusies van het onderzoek beschreven.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
4
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Stationsstraat 9-11, Heerde Definitief
HOOFDSTUD 2 2.1
WETTELIJK KADER
Algemeen
Artikel 77 van de Wet geluidhinder (Wgh) bepaalt dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, wijzigingsplan, uitwerkingsplan of bij het voorbereiden van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse afwijking akoestisch onderzoek uitgevoerd dient te worden. Doel van dit onderzoek is de geluidsbelasting aan de gevel van een geluidsgevoelig object als gevolg van de weg te bepalen. Onderzoek is enkel noodzakelijk indien een geluidsgevoelige bestemming zich binnen de wettelijke geluidszone van een weg bevindt. In de volgende paragraaf wordt nader ingegaan op de wettelijke geluidszone van wegen.
2.2
Zone langs wegen
Artikel 74.1 van de Wgh bepaalt dat wegen een wettelijke geluidszone hebben. De breedte van de geluidszone is afhankelijk van het aantal rijstroken en of de weg in stedelijk of in buitenstedelijk gebied is gelegen. In tabel 1 worden de wettelijke geluidszones weergegeven. Aantal rijstroken 1 of 2 3 of 4 5 of meer
Stedelijk gebied 200 m 350 m 350 m
Buitenstedelijk gebied 250 m 400 m 600 m
Tabel 1 Wettelijke geluidszones wegen (Bron: wetten.overheid.nl)
De wettelijke geluidszone bevindt zich aan weerszijde van de weg en begint naast de buitenste rijstrook. Eventuele parkeerstroken, voet- en fietspaden en vluchtstroken behoren niet tot de weg. Binnen de zone van een weg dient akoestisch onderzoek plaats te vinden naar de geluidsbelasting op de binnen de zone gelegen woning(en). Bij het berekenen van de geluidsbelasting wordt de L den-waarde in dB bepaald. De Lden-waarde is het energetisch en naar tijdsduur van de beoordelingsperiode gemiddelde van de volgende waarden: • • •
Het geluidsniveau in de dagperiode (tussen 7.00 en 19.00 uur); Het geluidsniveau in de avondperiode (tussen 19.00 en 23.00 uur) + 5 dB; Het geluidsniveau in de nachtperiode (tussen 23.00 en 7.00 uur) + 10 dB.
De berekende geluidsbelasting dient aan de voorkeurswaarde en indien nodig aan de uiterste grenswaarde van de Wgh worden getoetst. Op basis van artikel 74.2 van de Wgh gelden de in tabel 1 opgenomen zones niet voor: • •
Wegen die als woonerf zijn aangeduid; Wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur.
Het feit dat er voor de hiervoor genoemde gevallen geen wettelijke geluidszone geldt, betekent niet dat een akoestisch onderzoek automatisch niet benodigd is. Indien vooraf aangenomen kan worden dat er niet aan de voorkeurswaarde van 48 dB kan worden voldaan, dient er een akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden. De geluidsbelasting van de weg kan hierdoor meegenomen worden in de belangenafweging in het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’.
2.3
Grenswaarden
In de Wgh worden eisen gesteld aan de maximaal toelaatbare geluidsbelasting op gevels van nog niet geprojecteerde woningen of gebouwen als vervangende nieuwbouw die binnen de geluidszone van een weg liggen. Met niet geprojecteerde woningen of gebouwen worden bedoeld: ‘woningen of gebouwen waarvoor het geldende bestemmingsplan verlening van de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht niet toelaat’.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
5
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Stationsstraat 9-11, Heerde Definitief De voorkeurswaarde voor de geluidsbelasting door wegverkeer bedraagt voor zowel woningen als andere geluidsgevoelige objecten 48 dB. Bij een hogere geluidsbelasting kunnen burgemeester en wethouders een hogere waarde vaststellen. Voor een hogere waarde geldt een maximum, afhankelijk van de ligging van een geluidsgevoelig object. In buitenstedelijk gebied kan, voor onder meer niet geprojecteerde woningen die dienen ter vervanging van bestaande woningen, een hogere waarde van maximaal 58 dB worden vastgesteld (art. 83 lid 7). Hiervoor moet worden voldaan aan twee voorwaarden, de vervanging mag namelijk niet leiden tot: • •
een ingrijpende wijziging van de bestaande stedebouwkundige functie of structuur; een wezenlijke toename van het aantal geluidgehinderden bij toetsing op bouwplanniveau voor ten hoogste 100 woningen.
In buitenstedelijk gebied kan, voor andere geluidsgevoelige gebouwen, een hogere waarde van maximaal 58 dB worden vastgesteld (artikel 3.2 Bgh). Het vaststellen van een hogere waarde is enkel mogelijk, indien maatregelen om de geluidsbelasting te reduceren op bezwaren stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Hierbij dient afgewogen te worden of de cumulatieve geluidsbelasting (het totaal van de geluidsbelasting van alle wegen gezamenlijk) niet leidt tot een onaanvaardbare geluidsbelasting. Bij het vaststellen van een hogere waarde dient bij de bouwvergunningsaanvraag aangetoond te worden dat aan de gestelde geluidseisen (binnenwaarde in de geluidgevoelige ruimten o.a.: 28 dB bij lokalen onderwijsgebouwen, verblijfsruimten ziekenhuizen, verpleeghuizen, psychiatrische inrichtingen en kinderdagverblijven en 33 dB bij vaklokalen van onderwijsgebouwen, ruimten voor patiëntenhuisvesting, alsmede recreatie- en conversatieruimten van ziekenhuizen en verpleeghuizen) wordt voldaan zoals in artikel 3.1 van het bouwbesluit en in artikel 3.10 van het Besluit geluidhinder genoemd wordt.
2.4
Berekenen geluidsbelasting
De geluidsbelasting dient per weg afzonderlijk berekend en aan de voorkeurswaarde getoetst te worden. Voordat de geluidsbelasting aan de voorkeurswaarde van 48 dB getoetst wordt, mag de berekende geluidsbelasting op basis van artikel 110g van de Wgh, aangevuld met artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012, worden verminderd. Reden hiervoor is de verwachting dat de geluidsproductie van motorvoertuigen steeds verder af zal nemen. De geluidsbelasting mag in de volgende situaties worden verminderd met: •
5 dB voor wegen met een maximumsnelheid tot 70 km/uur;
Voor wegen met een maximumsnelheid van 70 km/uur of meer mag de geluidsbelasting worden verminderd met: • • •
4 dB indien de geluidsbelasting zonder reductie 57dB bedraagt; 3 dB indien de geluidsbelasting zonder reductie 56 dB bedraagt; 2 dB voor overige geluidsbelasting.
Uit uitspraak 201304862/3/R2 van de Raad van State blijkt dat het voor wegen met een snelheidsregime van 30 km/uur eveneens is toegestaan de geluidsbelasting met 5 dB te verminderen. Bij lagere snelheden wordt de geluidsemissie voornamelijk door motorgeluid veroorzaakt, bandengeluid speelt hierbij een minder grote rol. Toekomstige geluidsreductie is in de toekomst voornamelijk te verwachten door het gebruik van stillere motoren. De aftrek van 5 dB kan daardoor ook toegepast worden bij snelheden van 30 km/uur of minder.
2.5
Gemeentelijk geluidsbeleid
De gemeente Heerde beschikt niet over eigen geluidsbeleid. De Wgh wordt dan ook gevolgd.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
6
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Stationsstraat 9-11, Heerde Definitief
HOOFDSTUK 3
3.1
UITGANGSPUNTEN
Situatie projectgebied
Het voornemen is om de bestaande bedrijfsbebouwing ter plaatse van het projectgebied te slopen en vervolgens een appartementengebouw met in totaal 16 appartementen te realiseren. Het gebouw zal beschikken over drie bouwlagen (begane grond, 1e verdieping en 2e verdieping). In afbeelding 3.1 is een impressie weergegeven van de gewenste situering binnen het projectgebied. In afbeelding 3.2 is een impressie van het aanzicht van de gewenste bebouwing weergegeven.
Afbeelding 3.1
Impressie situering projectgebied (Bron: Initiatiefnemer)
Afbeelding 3.2
Impressie aanzicht bebouwing (Bron: Initiatiefnemer)
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
7
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Stationsstraat 9-11, Heerde Definitief
Het projectgebied ligt binnen de geluidzone van de Brinklaan en de Soerelseweg, beiden betreffen wegen met een maximumsnelheid van 50 km/uur. Daarnaast ligt het projectgebied aan de Stationsstraat, dit betreft - met een maximumsnelheid van 30 km/uur - een weg zonder geluidzone. Het feit dat voor deze weg geen wettelijke geluidszone geldt, betekent -zoals in hoofdstuk 2 gesteld - niet dat een akoestisch onderzoek automatisch niet benodigd is. De geluidsbelasting van deze weg wordt meegenomen in voorliggend onderzoek in de belangenafweging in het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’. Voor de overige omliggende wegen geldt – gezien de maximum snelheid, functie, intensiteit, afstand tot het projectgebied en/of tussenliggende bebouwing (barrièrewerking) - dat vooraf wordt aangenomen dat aan de voorkeurswaarde van 48 dB kan worden voldaan, deze wegen zijn daarom geen onderdeel van voorliggend akoestisch onderzoek. In tabel 2 is weergegeven welke uitgangspunten in voorliggend onderzoek voor het rekenmodel moeten worden gehanteerd. Locatie projectgebied Hoogst mogelijke waarde wegverkeerslawaai Wgh van toepassing Vermindering geluidsbelasting Brinklaan Vermindering geluidsbelasting Soerelseweg Vermindering geluidsbelasting Stationsstraat
Stedelijk gebied 63 dB (m.u.v. Stationsstraat) Ja (m.u.v. Stationsstraat) 5 dB 5 dB 5 dB
Tabel 2 Uitgangspunten onderzoek wegverkeerslawaai (Bron: BJZ.nu)
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
8
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Stationsstraat 9-11, Heerde Definitief
3.2
Verkeersgegevens
De gemeente Heerde heeft de verkeersgegevens voor de Brinklaan, Soerelseweg en de Stationsstraat van het prognosejaar 2025 aangeleverd. Voor het berekenen van de etmaalintensiteiten voor het jaar 2031 is, op verzoek van de gemeente Heerde, uitgegaan van een jaarlijkse autonome groei van 1%. In tabel 3 zijn de weg- en verkeersgegevens van de relevante wegen uiteengezet, zoals deze zijn ontvangen van de gemeente Heerde gebruikt ten behoeve van het berekenen van de geluidsbelasting. Weg- en verkeersgegevens Etmaalintensiteit 2025 weekdag (prognose) Etmaalintensiteit 2031 weekdag (prognose) Dag/avond/nacht uurintensiteit Gemiddelde intensiteit per uur dag (licht/middelzwaar/zwaar) Gemiddelde intensiteit per uur avond (licht/middelzwaar/zwaar) Gemiddelde intensiteit per uur nacht (licht/middelzwaar/zwaar) Wettelijke rijsnelheid (km/uur) (alle categorieën) Wegdektype
Brinklaan
Soerelseweg
Stationsstraat
7123
4191
3492
7562
4449
3707
6,99/2,50/0,77
6,90/3,30/0,50
6,90/3,30/0,50
91,57/4,61/3,82
93,00/4,00/3,00
93,00/4,00/3,00
94,44/3,87/1,69
93,05/4,00/2,95
93,05/4,00/2,95
88,91/6,59/4,50
94,00/4,00/2,00
94,00/4,00/2,00
50
50
30
SMA-NL8
SMA-NL8
Elementenverharding in keperverband
Tabel 3 Weg- en verkeersgegevens (Bron: Gemeente Heerde)
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
9
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Stationsstraat 9-11, Heerde Definitief
HOOFDSTUK 4 4.1
RESULTATEN
Berekeningen
De overdrachtsberekening voor de wegen is uitgevoerd overeenkomstig Standaard Reken Methode 2 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Bij de berekening is uitgegaan van een standaard bodemfactor van 0,0 (akoestisch hard). In het model zijn de volgende zaken opgenomen: -
wegen met intensiteiten; gebouwen inclusief hoogte; rekenpunten op de gevels van het appartementengebouw (1,5 m, 4,5 m en 7,5 m).
In bijlage 1 zijn de itemeigenschappen opgenomen en in bijlage 2 is een uitsnede van het rekenmodel opgenomen.
4.2
Geluidsbelasting
In bijlage 3 zijn de rekenresultaten opgenomen. In onderstaande tekst wordt kort ingegaan op de resultaten per weg. Brinklaan Als gevolg van de Brinklaan wordt de hoogste geluidbelasting gemeten op de 1 e en 2e verdieping, ter plaatse van de achtergevel. Deze geluidbelasting bedraagt 47 dB inclusief reductie, waarmee aan de voorkeurswaarde van 48 dB (Wgh) wordt voldaan. Soerelseweg Als gevolg van de Soerelseweg wordt de hoogste geluidbelasting gemeten op de 2 e verdieping, ter plaatse van de voorgevel. Deze geluidbelasting bedraagt 35 dB inclusief reductie, waarmee aan de voorkeurswaarde van 48 dB (Wgh) wordt voldaan. Stationsstraat Als gevolg van de Stationsstraat wordt de hoogste geluidbelasting gemeten op de begane grond en de 1e verdieping, ter plaatse van de voorgevel. Deze geluidbelasting bedraagt 59 dB inclusief reductie, waarmee niet aan de voorkeurswaarde van 48 dB (Wgh) wordt voldaan. Ook aan de noordoostelijke en zuidoostelijke zijgevels wordt, met respectievelijk 50 dB en 51 dB niet aan de voorkeurswaarde van 48 dB (Wgh) voldaan. De overige gevels voldoen met maximaal 45 dB wel aan de voorkeurswaarde van 48 dB (Wgh). Daarnaast wordt ter plaatse van alle gevels voldaan aan de hoogst mogelijke waarde van 63 dB (Wgh).
Conclusie Uitsluitend als gevolg van de Stationsstraat wordt ter plaatse van de voorgevel en het voorste deel (vanaf de Stationsstraat gezien) van beide zijgevels niet voldaan aan de voorkeurswaarde uit de Wgh. De Wet geluidhinder is echter niet van toepassing op deze 30 km/uur weg, aangezien hiervoor geen zones geldt. Het verkrijgen van een hogere waarde voor deze weg is dan ook niet aan de orde. Ondanks vorenstaande wordt in de volgende paragrafen ingegaan op de maatregelen.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
10
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Stationsstraat 9-11, Heerde Definitief
4.3
Maatregelen reductie geluidbelasting
Om de geluidbelasting te reduceren kan gebruik worden gemaakt van bron-, overdrachts- en gevelmaatregelen, zoals in het vervolg van deze paragraaf beschreven. 4.3.1
Bronmaatregelen
Het geluid van een voertuig wordt veroorzaakt door het motorgeluid en het geluid van de banden. Vooral vrachtwagens zijn de afgelopen jaren veel stiller geworden. In het rekenmodel is hier al rekening mee gehouden. Daarnaast is de verwachting dat voertuigen in de toekomst nog stiller zullen worden. Hier wordt rekening mee gehouden door de in paragraaf 2.4 beschreven aftrek toe te passen. In het kader van de ontwikkeling is geen sprake van invloed op het reduceren van het geluid van voertuigen. Daarnaast is ook geen sprake van invloed op de samenstelling van het verkeer, de verkeersintensiteit en het snelheidsregime. Een aanpassing van het wegdektype kan leiden tot een reductie van het bandengeluid van voertuigen en daarmee het geluid van een voertuig. Echter zijn de kosten hiervan hoog, vanwege de relatief kleine oppervlakte van het wegdek. De wegbeheerder zal daarnaast niet instemmen met het stiller maken van een klein deel van de weg, omdat dit tot onderhoudtechnische problemen leidt. Vanuit financieel en civieltechnisch oogpunt is het aanbrengen van stiller asfalt dus niet haalbaar. 4.3.2
Overdrachtsmaatregelen
Een grotere afstand tussen de gevel en de weg leidt tot een lagere geluidsbelasting op de gevel. Deze maatregel kan in voorliggend geval echter niet worden toegepast, aangezien dit onder meer niet wenselijk is binnen de stedenbouwkundige structuur. Het plaatsen van geluidsschermen langs de weg is eveneens niet wenselijk vanuit stedenbouwkundig en financieel oogpunt. 4.3.3
Gevelmaatregelen
Bij het toestaan van een hogere geluidsbelasting moet het binnenniveau van 33 dB gewaarborgd worden. Artikel 110 lid g van de Wgh bepaalt dat de aftrek bij het vaststellen van de noodzakelijk geluidwering 0 dB bedraagt. In voorliggend geval betekent dit dat met een geluidbelasting van maximaal 64 dB (voorgevel) zou moeten worden gerekend. De hiervoor vereiste geluidwering GA;K bedraagt 31 dB. 4.3.4
Conclusie maatregelen
De maatregelen die getroffen kunnen worden om aan de voorkeurswaarde te voldoen ontmoeten bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke of financiële aard. Gevelmaatregelen zijn het meest doelmatig.
4.4
Hogere waarde
De maatregelen die getroffen kunnen worden om aan de voorkeurswaarde te voldoen ontmoeten bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke of financiële aard. Dit betekent dat een hogere waarde kan worden aangevraagd, indien sprake is van een weg met een geluidzone. Voor de Stationsstraat geldt echter geen zone, waardoor het verkrijgen van een hogere waarde voor deze weg niet aan de orde is.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
11
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Stationsstraat 9-11, Heerde Definitief
HOOFDSTUK 5
CONCLUSIE
Initiatiefnemer is voornemens om aan de Stationsstraat 9-11 in Heerde een appartementengebouw met in totaal 16 appartementen te realiseren. Het projectgebied ligt binnen de geluidzone van de Brinklaan en de Soerelseweg. Daarnaast ligt het projectgebied aan de Stationsstraat, dit betreft - met een maximumsnelheid van 30 km/uur - een weg zonder geluidzone. Deze weg is in voorliggend onderzoek meegenomen in de belangenafweging in het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’. Uitsluitend als gevolg van de Stationsstraat wordt ter plaatse van de voorgevel en het voorste deel (vanaf de Stationsstraat gezien) van beide zijgevels niet voldaan aan de voorkeurswaarde uit de Wgh. Het verkrijgen van een hogere waarde voor deze weg is echter, aangezien hiervoor geen geluidzone geldt, niet aan de orde. De cumulatieve geluidsbelasting bedraagt hoogstens 64 dB (voorgevel) als gevolg van wegverkeerslawaai. De hiervoor vereiste geluidwering GA;K bedraagt 31 dB. Met de in het bouwbesluit opgenomen standaard gevelwering van 20 dB kan dan ook niet worden voldaan worden aan het benodigde binnenniveau van maximaal 33 dB. Om hieraan te kunnen voldoen zijn aanvullende gevelmaatregelen noodzakelijk. Indien voldoende geluidwering wordt toegepast is ter plaatse van de te realiseren appartementen sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, voor wat betreft het aspect wegverkeerslawaai.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
12
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Stationsstraat 9-11, Heerde Definitief
BIJLAGEN BIJ HET ONDERZOEK
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
13
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Stationsstraat 9-11, Heerde Definitief
Bijlage 1
Itemeigenschappen
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
14
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Stationsstraat 9-11, Heerde Definitief
Bijlage 2
Rekenmodel
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
15
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Stationsstraat 9-11, Heerde Definitief
Bijlage 3
Rekenresultaten
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
16
Stationsstraat 9-11 Heerde vastgesteld
Bijlage 2
Verkennend bodemonderzoek
BJZ.nu Bestemmingsplannen
21
RAPPORT betreffende een verkennend bodemonderzoek Stationsstraat 9 - 11 te Heerde
Datum Kenmerk Auteur
: 26 november 2020 : 1610J737/SWI/rap2 : Mevrouw S. Wielemaker
Vrijgave
: De heer C. Brouwer (projectleider)
: …………………. Opdrachtgever
: DRB Vastgoed Advies : De heer L. Guijt : Blekerij 12 : 2223 BW Katwijk
© IDDS bv. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd bestand en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de uitgever.
BRL SIKB 2000 protocollen 2001 & 2002
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING...................................................................................................................... 3
2.
VOORONDERZOEK EN ONDERZOEKSOPZET ............................................................ 4 2.1. ALGEMEEN ......................................................................................................... 4 2.2. REGIONALE BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ..................................... 4 2.3. BESCHRIJVING ONDERZOEKSLOCATIE .......................................................... 4 2.4. HISTORISCHE INFORMATIE .............................................................................. 6 2.5. CONCLUSIES VOORONDERZOEK .................................................................... 7 2.6. ONDERZOEKSOPZET ........................................................................................ 7
3.
VELDONDERZOEK ........................................................................................................ 8 3.1. VELDWERKZAAMHEDEN ................................................................................... 9 3.2. RESULTATEN VELDWERK ............................................................................... 10
4.
CHEMISCH ONDERZOEK............................................................................................ 11 4.1. ANALYSESTRATEGIE....................................................................................... 11 4.2. RESULTATEN EN TOETSING CHEMISCHE ANALYSES .................................. 12
5.
BESPREKING ONDERZOEKSRESULTATEN ............................................................. 14
6.
CONCLUSIES EN ADVIES ........................................................................................... 15
7.
BETROUWBAARHEID ................................................................................................. 17
BIJLAGEN 1.
Kaarten en tekeningen 1.1. overzichtskaart 1.2. situatietekening 1.3. boorpunten ten opzichte van oude Hinderwet-inrichting
2.
Boorstaten en legenda
3.
Analysecertificaten grond en grondwater 3.1. grond 3.2. grondwater
4.
Toetsingsresultaten en -waarden grond en grondwater 4.1 grond 4.2 grondwater
5.
Veldverslag
6.
Historische informatie
1.
INLEIDING
In opdracht van DRB Vastgoed Advies is een verkennend milieukundig bodemonderzoek verricht op de locatie Stationsstraat 9 - 11 te Heerde. Aanleiding en doelstelling onderzoek Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de voorgenomen transactie en herontwikkeling van de locatie. In het kader van de Woningwet/Gemeentelijke Bouwverordening dient een omgevingsvergunningaanvraag (activiteit bouwen) vergezeld te gaan van een rapportage inzake de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Doel van het onderzoek is vast te stellen of het voormalige dan wel het huidige gebruik van de onderzoekslocatie heeft geleid tot een verontreiniging van de bodem. Het verkennend bodemonderzoek beoogt het verkrijgen van inzicht in aard, plaats van voorkomen en concentraties van eventueel aanwezige verontreinigende stoffen in de bodem. Ter bepaling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit binnen de begrenzing van de onderzoekslocatie, is de norm NEN 5740 (onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek, NNI, januari 2009) gehanteerd. Deze norm beschrijft de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij een verkennend bodemonderzoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van bodemverontreiniging en de werkwijze voor het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en eventueel vrijkomende grond.
Leeswijzer De locatiegegevens, het vooronderzoek en de opzet van het onderzoek zijn beschreven in hoofdstuk 2. De keuze van de opzet van het onderzoek is onder meer afhankelijk van het huidige en het voormalige gebruik van het perceel. Een beschrijving van het veldonderzoek en het analytisch onderzoek is weergegeven in de hoofdstukken 3 en 4. De verzamelde gegevens zijn getoetst aan het toetsingskader van de Wet bodembescherming, geïnterpreteerd en besproken in hoofdstuk 5. Op basis van de verzamelde onderzoeksresultaten is de chemische bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie beoordeeld. Deze beoordeling is ondergebracht in hoofdstuk 6 (conclusies). Daarnaast worden op basis van de onderzoeksresultaten aanbevelingen gedaan met betrekking tot eventueel te nemen vervolgstappen. In hoofdstuk 7 zijn de factoren, die van invloed zijn op de betrouwbaarheid van het onderzoek, toegelicht.
Stationsstraat 9 - 11 te Heerde: 1610J737/SWI/rap2
3/17
2.
VOORONDERZOEK EN ONDERZOEKSOPZET
2.1.
ALGEMEEN
Bij toepassing van de NEN 5740 moet een hypothese worden opgesteld omtrent de aan- of afwezigheid, de aard en de ruimtelijke verdeling van eventueel te verwachten verontreinigingen. Ten behoeve van het opstellen van de hypothese dient een vooronderzoek uitgevoerd te worden overeenkomstig de NEN 5725 (Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek, NNI, januari 2009). In het kader van onderhavig onderzoek is het vooronderzoek uitgevoerd conform het standaard niveau. In dit kader is informatie verzameld over de volgende aspecten van de locatie: -
Regionale bodemopbouw en geohydrologie (paragraaf 2.2); Huidig (en toekomstig) gebruik van de onderzoekslocatie (paragraaf 2.3); Historische informatie (paragraaf 2.4).
De verzamelde informatie is vastgelegd per bron en weergegeven in de genoemde paragrafen van onderhavige rapportage. De conclusies van het vooronderzoek worden weergegeven in paragraaf 2.5. Op basis van deze gegevens is in paragraaf 2.6 de onderzoeksopzet bepaald. Als afbakening van de onderzoekslocatie, ten behoeve van het vooronderzoek, is gekozen voor het te onderzoeken perceel alsmede de aangrenzende percelen tot maximaal 25 meter gerekend vanaf de grens van het te onderzoeken perceel. Opgemerkt dient te worden dat de genoemde afstand een arbitraire keuze betreft.
2.2.
REGIONALE BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE
Teneinde inzicht te kunnen verkrijgen in de samenstelling van de diepere bodemlagen is de Grondwaterkaart van Nederland, kaartbladen 27 en 33 geraadpleegd. Deze is uitgegeven door het Instituut van Grondwater en Geo-energie TNO (IGG). De regionale geohydrologische opbouw is schematisch weergegeven in tabel 1. TABEL 1: Regionale geohydrologische opbouw Pakket
Ligging (m t.o.v. NAP)
Lithologie
Geohydrologie
Formatie van Boxtel
circa 0 - 4
zandige eenheid (fijn tot en met grof zand), grind en/of schelpen
Freatisch pakket
Formatie van Kreftenheye
circa 4 - 11
zandige eenheid (fijn tot en met grof zand), grind en/of schelpen
Deklaag
Formatie van Kreftenheye / Laagpakket van Zutphen
circa 11 - 13
kleiige eenheid, overwegend bestaande uit klei, zandige klei en/of kleiig zand
Scheidende laag
Formatie van Kreftenheye
circa 13 - 25
zandige eenheid (fijn tot en met grof zand), grind en/of schelpen
1e watervoerende pakket
Stationsstraat 9 - 11 te Heerde: 1610J737/SWI/rap2
4/17
2.3.
BESCHRIJVING ONDERZOEKSLOCATIE
De ligging van de onderzoekslocatie is globaal weergegeven in de overzichtskaart van bijlage 1.1. Enkele locatiespecifieke aspecten zijn opgenomen in tabel 1. TABEL 2: Locatiespecifieke gegevens Locatiegegevens Adres
Stationsstraat 9 – 11
Postcode en plaats
8181 CW
Gemeente
Heerde
Provincie
Gelderland
Kadastrale gemeente
Heerde
Kadastrale gegevens
Sectie K, nummers 7401, 7403 en 7562
Rijksdriehoekcoördinaten
X: 199.338
2
Oppervlakte in m
circa 1.350 m²
Huidige gebruik
bedrijfsruimte
Maaiveldtype
klinkers / beton
Y: 489.163
Huidig (en toekomstig) gebruik Op 27 oktober 2016 heeft een locatie-inspectie plaatsgevonden. Op de locatie bevindt zich momenteel een leegstaande bedrijfsruimte met parkeerplaats. In het verleden is de locatie in gebruik geweest als autoreparatie- en handelsbedrijf. De inpandige verharding bestaat uit beton, de uitpandige verharding en verharding op de parkeerplaats bestaat uit klinkers. In de toekomst in men voornemens om de locatie te herontwikkelen (activiteit bouwen). Overige aspecten ten aanzien van de onderzoekslocatie staan hieronder beknopt omschreven: -
Tijdens de locatie-inspectie zijn op het maaiveld van de onderzoekslocatie geen asbestverdachte materialen waargenomen; Op en in de nabijheid van de onderzoekslocatie zijn geen zakkingen, dan wel ophogingen in het maaiveld waargenomen; Ter plaatse van de onderzoekslocatie was in het verleden een autoreparatiebedrijf aanwezig, welke mogelijk een bodemverontreiniging (heeft) kunnen veroorzaken.
Stationsstraat 9 - 11 te Heerde: 1610J737/SWI/rap2
5/17
2.4.
HISTORISCHE INFORMATIE
Op 13 oktober 2016 is het Provincieloket van de Provincie Gelderland geraadpleegd inzake het historische gebruik van de onderzoekslocatie en de omliggende percelen. Op verzoek van de Gemeente Heerde is hier in november 2020 aanvullende informatie aan toegevoegd welke in 2016 niet verkregen is. Hiertoe is het milieudossier van de locatie ingezien, is Bodemloket opnieuw geraadpleegd, en zijn opnieuw oude bodemrapporten opgevraagd. Er was alleen informatie beschikbaar over bodemonderzoeken in de omgeving. De Gemeente Heerde zelf beschikt niet over bodeminformatie van het perceel. Opgemerkt wordt dat jongstleden meer/aanvullende informatie is verkregen dan tijdens de verzoeken van oktober 2016 om informatie uit archieven. Zo heeft het Provincieloket destijds geen info verstrekt met betrekking tot de Hinderwet vergunning. Deze hebben wij nu wel ontvangen en bekeken. Voor de volledigheid is de verkregen historische informatie opgenomen in bijlage 6 van onderhavige rapportage. Het milieudossier wordt separaat meegezonden in verband met de omvang van het document. Uit het historisch onderzoek blijkt het volgende: -
-
-
-
De onderzoekslocatie kent een langdurig gebruik als autoreparatie- en handelsbedrijf en parkeerterrein; In het verleden waren er meerdere ondergrondse tanks (met dieselolie, benzine en superbenzine) en afleverpunten aanwezig voor het bedrijfspand. De pomplocatie en tanks zijn allemaal verwijderd rond 1990. Ter plaatse van de ondergrondse tanks is destijds bij de meest linker tank een verontreiniging met olie en benzine aangetroffen. Deze verontreiniging was urgent en het milieudossier laat zien dat in 1990 maatregelen werden getroffen tot het saneren van deze verontreiniging; Na het verwijderen van de tanks en pomplocatie is het bedrijf in 1991 als niet meer vergunningsplichtig verklaard. Sindsdien valt het onder de AMvB; Op Bodemloket wordt een bovengrondse brandstoftank genoemd. Hier is echter geen informatie over beschikbaar en bij locatie-inspectie is deze ook niet aangetroffen; Inpandig hebben diverse bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden. Echter is in het pand altijd een betonvloer aanwezig geweest.
Derhalve is het niet aannemelijk dat er contact met de bodem geweest is; De locatie is op basis van de voor ons bekende informatie niet verdacht op het voorkomen van asbest; De naastgelegen percelen zijn (of waren) in gebruik ten behoeve van wonen en bedrijfsruimte, in de toekomst is men voornemens om de locatie te herontwikkelen (activiteit bouwen); Naar verwachting hebben de activiteiten op de omliggende percelen de chemische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie niet negatief beïnvloed.
Luchtfoto’s onderzoekslocatie en omliggende percelen Van het gebied zijn drie luchtfoto’s bestudeerd. De foto's zijn gemaakt in 1957, 1983 en 1997. Op de foto’s zijn geen bijzonderheden waargenomen die mogelijk een (bodem)verontreiniging (hebben) kunnen veroorzaken. Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken Ter plaatse van de onderzoekslocatie is, naar informatie van het Provincieloket Gelderland, de Gemeente Heerde en het Bodemloket, in het verleden nog geen eerder milieukundig onderzoek uitgevoerd. Zo is er bijvoorbeeld ook geen nulsituatie onderzoek bekend, wat als referentiekader voor onderhavig onderzoek had kunnen dienen.
Stationsstraat 9 - 11 te Heerde: 1610J737/SWI/rap2
6/17
Rondom de locatie zijn enkele bodemonderzoeken uitgevoerd. Ter plaatse van Stationsstraat 13 is in 2003 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door PenJ Milieuservices (doc. Nr. 1307901A). Er zijn toen lichte verontreinigingen met enkele zware metalen en PAK aangetoond in de ondergrond. Ter plaatse van Stationsstraat 17 is in 1994 door Oranjewoud een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (doc. nr. 71351). Er zijn toen in de bovengrond lichte verontreinigingen met enkele zware metalen en PAK aangetoond. Ter plaatse van Stationsstraat 12 is in 1993 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. In de boven- en ondergrond zijn lichte verontreinigingen met lood en PAK aangetoond. In het grondwater zijn een matige verontreiniging van lood en lichte verontreinigingen van enkele zware metalen aangetoond. Bodemkwaliteitskaart De gemeente Heerde beschikt over een goedgekeurde bodemkwaliteitsklassenkaart. De onderzoekslocatie is gelegen in homogeen deelgebied 4: Heerde. Uit de gegevens blijkt dat de licht verhoogde achtergrondgehaltes verwacht kunnen worden, voor een standaardbodem in deze zone.
2.5.
CONCLUSIES VOORONDERZOEK
Op basis van het vooronderzoek kan worden afgeleid dat, op en in de nabijheid van het onderzoeksterrein, geen aandachtspunten aanwezig zijn met betrekking tot het veroorzaken van een mogelijke bodemverontreiniging. Het Provincieloket Gelderland heeft aangegeven dat mogelijk een bodemverontreiniging is ontstaan doordat in het verleden een autoreparatiebedrijf op de locatie aanwezig was. Dit vermoeden van een bodemverontreiniging is echter niet gebaseerd op een eerder uitgevoerd onderzoek. Uit het vooronderzoek blijkt dat er geen specifieke punten van aandacht meer aanwezig zijn. De inpandige werkzaamheden zijn uitgevoerd boven een betonvloer. Het is derhalve niet aannemelijk dat er direct contact geweest is met de onderliggende bodem. Een bodemverontreiniging ten aanzien van deze werkzaamheden wordt derhalve niet aannemelijk geacht. Op basis van gegevens uit de bodemkwaliteitskaart blijkt dat licht verhoogde achtergrondgehaltes voor diverse parameters verwacht kunnen worden, voor een standaardbodem in deze zone.
2.6.
ONDERZOEKSOPZET
Ten behoeve van het vaststellen van de algemene chemische kwaliteit van de bodem voor een dergelijke locatie is het aantal verrichte boringen, alsmede de uitgevoerde analyses, afgeleid van de richtlijnen zoals deze in de NEN 5740 zijn opgenomen. De voor de locatie bekende gegevens vormen geen aanleiding om een intensievere onderzoeksstrategie te hanteren. Derhalve is als onderzoeksopzet de NEN 5740 voor een onverdachte locatie gehanteerd. In aanvulling op de norm is ervoor gekozen om in verband met de in het verleden uitgevoerde activiteiten op locatie (met name de ondergrondse tanks en afleverpunten), alle boringen minimaal door te zetten tot 1 m-mv, en drie boringen door te zetten tot 2 m-mv. Derhalve inzicht en een representatief beeld te verkrijgen van de
Stationsstraat 9 - 11 te Heerde: 1610J737/SWI/rap2
7/17
onderzoekslocatie zijn een drietal boringen inpandig geplaatst. In tabel 2 is de gevolgde onderzoeksstrategie aangegeven. TABEL 2: Onderzoekstrategie Onderzoeksaspect
Kritische parameters
Kritische bodemlaag (m-mv)
Hypothese
Strategie
Oppervlakte
algemene bodemkwaliteit
zware metalen, PAK en minerale olie
-
lichte verontreinigingen
NEN 5740 : ONV
circa 1.350 m²
Op basis van recent verkregen informatie met betrekking tot oude inrichtingstekeningen, is het boorplan ook over de voormalige inrichting heen gelegd. Deze tekening is bijgevoegd in bijlage 1.3.
Stationsstraat 9 - 11 te Heerde: 1610J737/SWI/rap2
8/17
3.
VELDONDERZOEK
3.1.
VELDWERKZAAMHEDEN
De veldwerkzaamheden zijn op 27 oktober 2016 uitgevoerd. Op 3 november 2016 heeft bemonstering van het grondwater plaatsgevonden. De uitgevoerde boringen zijn beschreven in tabel 3. De onderzoekslocatie en de posities van de meetpunten zijn weergegeven in de situatietekening van bijlage 1.2. TABEL 3: Aantal boringen en boordiepte (in m-mv) Onderzoeksaspect
Aantal x diepte [m-mv]
Boornummers
algemene bodemkwaliteit
1 x 2,0 met peilbuis 1 x 3,2 6 x 1,0 2 x 2,0
1 2 3, 4, 5, 7, 8, 9 6, 10
Uitvoeringswijze De veldwerkzaamheden zijn verricht door De Klinker Milieu onder certificaat BRL SIKB 2000, VKB protocol 2001 en 2002. Tijdens de veldwerkzaamheden is niet afgeweken van de beoordelingsrichtlijn. Het veldverslag (met daarin de namen van de veldwerkers) is opgenomen in bijlage 5. Het procescertificaat en het hierbij behorende keurmerk zijn van toepassing op de activiteiten met betrekking tot de veldwerkzaamheden en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie aan een erkend laboratorium of de opdrachtgever. Uit oogpunt van onafhankelijkheid verklaart IDDS geen eigenaar te zijn van het terrein waarop het bodemonderzoek en de advisering betrekking heeft. Tijdens het verrichten van de veldwerkzaamheden zijn de grond en het grondwater zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen (organoleptisch onderzoek) en is de texturele, minerale en organische samenstelling van de bodemlagen nauwkeurig beschreven (lithologisch onderzoek). Organoleptisch onderzoek Het opgeboorde bodemmateriaal is visueel beoordeeld op het voorkomen van antropogene bestanddelen (puin, slakken en dergelijke) en olieproduct (via olie/watertest). Het materiaal is met name beoordeeld op de volgende aspecten: de aard, grootte en gradatie van voorkomen.
Sommige verontreinigingen die in de bodem aanwezig zijn, kunnen aan de geur herkend worden. Benadrukt dient te worden dat, indien tijdens de veldwerkzaamheden passieve geurwaarnemingen worden gedaan, deze gekarakteriseerd worden en per boorpunt worden beschreven. Asbest Het veldonderzoek is uitgevoerd door veldwerkers welke zijn opgeleid voor het herkennen van asbestverdachte materialen. Tijdens de uitvoering van het bodemonderzoek is het maaiveld van de onderzoekslocatie, evenals het opgeboorde bodemmateriaal visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen.
Stationsstraat 9 - 11 te Heerde: 1610J737/SWI/rap2
9/17
3.2.
RESULTATEN VELDWERK
Lithologisch onderzoek De bodem van het terrein bestaat globaal vanaf het maaiveld tot een diepte van circa 3 m-mv uit zand. Een gedetailleerde beschrijving van de ter plaatse van de onderzoekslocatie aangetroffen bodemopbouw (lithologie) is weergegeven in bijlage 2 (boorstaten). Organoleptisch onderzoek In tabel 4 zijn de zintuiglijk waargenomen relevante bijzonderheden weergegeven waaraan mogelijk een bodemverontreiniging gerelateerd kan worden. Op het maaiveld en in het opgeboorde bodemmateriaal zijn zintuiglijk geen asbestverdachte materialen en oliegerelateerde bijzonderheden waargenomen. TABEL 4: Zintuiglijk waargenomen afwijkingen Boring
Diepte [m-mv]
Samenstelling
Bijzonderheden
2
0,11 – 1,70
matig fijn zand
zwak baksteenhoudend
3
0,07 – 0,15 0,15 – 0,65
matig grof zand matig fijn zand
resten baksteen sporen baksteen
6
0,55 – 0,75
matig fijn zand
resten baksteen
8
0,40 – 0,80
matig fijn zand
sporen baksteen
9
0,10 – 0,20 0,60 – 1,00
matig grof zand matig fijn zand
sporen baksteen sporen baksteen
10
0,09 – 0,45
matig grof zand
resten baksteen
Opgemerkt wordt dat bij boring 4 geen olie-water reactie is waargenomen. Grondwatermetingen In tabel 5 zijn de resultaten van de metingen die aan het grondwater zijn uitgevoerd weergegeven. TABEL 5: Metingen uitgevoerd aan het grondwater Peilbuisnummer
1
Filterstelling [m-mv]
Grondwaterstand [m-mv]
1,25 – 3,20
2,25
Metingen pH
EC [S/cm]
Troebelheid (NTU)
6,75
900
5,03
De gemeten zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en de mate van troebelheid (NTU) van het grondwater vertonen geen afwijkende waarden ten opzichte van een natuurlijke situatie.
Stationsstraat 9 - 11 te Heerde: 1610J737/SWI/rap2
10/17
4.
CHEMISCH ONDERZOEK
Voor de verrichting van het chemisch onderzoek zijn de grond(water)monsters overgebracht naar een (RvA) geaccrediteerd en AS3000 erkend laboratorium.
4.1.
ANALYSESTRATEGIE
Ten behoeve van het vaststellen van de algemene chemische kwaliteit van de bodem zijn van de boven- en ondergrond grondmengmonsters samengesteld. Als ondergrond is de bodemlaag vanaf 0,6 m-mv aangemerkt. Bij de selectie van de grond(meng)monsters is zowel rekening gehouden met de zintuiglijk waargenomen afwijkingen als het verkrijgen van een ruimtedekkend en representatief beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse. De grond- en grondwatermonsters zijn geanalyseerd op het standaard NEN-pakket. Voorts zijn ten behoeve van de correctie van de achtergrond- en interventiewaarden van zowel de bovenals de ondergrond de percentages lutum en organische stof vastgelegd. In aanvulling op de norm zijn in verband met de ‘’verdachte activiteiten’’ 2 aanvullende analyses ingezet. Analysepakketten In het standaard NEN-pakket voor grond zijn de volgende analyses opgenomen: -
Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink). PAK (polycyclische aromatische koolwaterstoffen). Minerale olie (GC). PCB (PolyChloorBifenylen).
Het standaard NEN-pakket voor grondwater omvat de volgende analyses: -
Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink). BTEXNS (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen en styreen). VOCl (vluchtige organochloorverbindingen). Minerale olie.
Stationsstraat 9 - 11 te Heerde: 1610J737/SWI/rap2
11/17
4.2.
RESULTATEN EN TOETSING CHEMISCHE ANALYSES
De resultaten van de chemische analyses zijn weergegeven op de analysecertificaten, die in bijlage 3 zijn opgenomen. Voor de interpretatie van de resultaten van de chemische analyses van de grondmonsters zijn de meetwaarden, conform bijlage G van de Regeling bodemkwaliteit, gecorrigeerd voor de gemeten percentages lutum en/of organische stof. Voor de organische parameters PCB en minerale olie zijn ten behoeve van de correctie percentages organisch stof aangehouden van minimaal 2,0 %, en maximaal 30,0 %. Voor de organische parameter PAK zijn ten behoeve van de correctie percentages organisch stof aangehouden van minimaal 10,0 %, en maximaal 30,0 %. Voor de zware metalen zijn ten behoeve van de correctie minimale percentages lutum en organisch stof van 2% aangehouden. De gecorrigeerde meetwaarden zijn vergeleken met het toetsingskader van de Wet bodembescherming. Dit toetsingskader bestaat uit de achtergrondwaarden, zoals opgenomen in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit, en de interventiewaarden, zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 (Staatscourant nr. 16675, 27 juni 2013). Naast het wettelijk kader zijn de gecorrigeerde meetwaarden getoetst aan de tussenwaarden, zijnde het rekenkundig gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarden voor de betreffende stof.
Indien de gecorrigeerde meetwaarde voor één of meerdere stoffen de tussenwaarde overschrijdt kan in potentie sprake zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging (Handhavingsuitvoeringsmethode Wbb, versie 7.5 van het SIKB) en is het uitvoeren van nader bodemonderzoek in veel gevallen noodzakelijk. De analyseresultaten, gecorrigeerde meetwaarden, de achtergrond- , tussen- en interventiewaarden, alsmede de resultaten van de uitgevoerde toetsing, zijn weergegeven in bijlage 4.1 (grond) en 4.2 (grondwater). De overschrijdingen ten opzichte van het hierboven beschreven toetsingskader zijn als volgt geclassificeerd: * ** ***
Het gehalte is lager dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (grond) of streefwaarde (grondwater), dan wel de rapportagegrens. Het gehalte overschrijdt de achtergrondwaarde (grond) of streefwaarde (grondwater) en is lager dan of gelijk aan de tussenwaarde, zijnde licht verontreinigd. Het gehalte overschrijdt de tussenwaarde en is lager dan of gelijk aan de interventiewaarde, zijnde matig verontreinigd. Het gehalte overschrijdt de interventiewaarde, zijnde sterk verontreinigd.
Stationsstraat 9 - 11 te Heerde: 1610J737/SWI/rap2
12/17
In tabel 6 zijn de gecorrigeerde meetwaarden en toetsingsresultaten voor grond weergegeven. TABEL 6: Resultaten chemisch onderzoek grondmonsters (mg/kg.ds) Monster
Humus [%]
Lutum [%]
Cd
Co
Cu
Hg
Mb
Ni
Pb
Zn
PAK
PCB
Olie
MM01
1,3
4,4
-
-
-
-
-
-
68*
159*
-
-
-
MM02
0,4
2,5
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
MM03
0,3
1,0
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
MM04
3,1
3,1
-
-
-
0,35*
-
-
118*
160*
7,6*
0,032*
258*
MM01 (bovengrond): 2 (11-61) + 3 (15-65) + 9 (15-60) + 10 (9-45): zand, resten tot zwak baksteenhoudend MM02 (ondergrond): 2 (170-200) + 1 (140-190) + 10 (150-200): zand MM03 (bovengrond): 5 (7-57) + 6 (6-25) + 7 (20-60) + 8 (7-40): zand MM04 (ondergrond): 6 (55-75) + 8 (80-100): zand, resten baksteen
In het grondwater uit peilbuis 01 zijn alle onderzochte parameters lager dan de bettreffende streefwaarden.
Stationsstraat 9 - 11 te Heerde: 1610J737/SWI/rap2
13/17
5.
BESPREKING ONDERZOEKSRESULTATEN
Naar aanleiding van de verkregen onderzoeksresultaten blijkt met betrekking tot de chemische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie het volgende: Grond De grond ter plaatse van de onderzoekslocatie is overwegend opgebouwd uit zand. In de grond zijn zintuiglijk plaatselijk bijmengingen met bodemvreemde materialen (baksteen) waargenomen. In de bovengrond (MM01) overschrijden de gehalten lood en zink de desbetreffende achtergrondwaarden. De verhoogd aangetoonde gehalten kunnen naar alle waarschijnlijkheid worden gerelateerd aan bijmengingen met bodemvreemd materiaal. In MM03 zijn alle onderzochte parameters lager dan de desbetreffende achtergrondwaarden. In de ondergrond (MM04) overschrijden de gehalten kwik, lood, zink, PAK, PCB’s en minerale olie de desbetreffende achtergrondwaarden. De verhoogd aangetoonde gehalten kunnen naar alle waarschijnlijkheid worden gerelateerd aan bijmengingen met bodemvreemd materiaal. In MM02 zijn alle onderzochte parameters lager dan de desbetreffende achtergrondwaarden. Grondwater De grondwaterstand bevindt zich op circa 2,25 m-mv. Tijdens het veldonderzoek zijn zintuiglijk geen afwijkingen waargenomen aan het bemonsterde grondwater. In het grondwater uit peilbuis 01 zijn alle onderzochte parameters lager dan de desbetreffende streefwaarden.
Bespreking/discussie De licht verhoogde gehaltes in de grond geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een aanvullend bodemonderzoek. De aangetoonde milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen herontwikkeling. In 2016 is het terrein geanalyseerd volgens de strategie ONV-NL conform de NEN 5470. Voor een locatie zoals onderhavige onderzoekslocatie zijn nul-/eindsituatieonderzoeken gebruikelijk. Deze zijn doorgaans gebaseerd op de strategie ONV-NL met daarnaast een focus op de aandachtspunten. Wij hebben de strategie ONV-NL iets geïntensiveerd door middel van het doorzetten van de boringen en het uitvoeren van 2 extra NEN-analysepakketten om zo een representatiever beeld te verkrijgen van de bodemkwaliteit. In de tekening in bijlage 1.3 hebben wij inzichtelijk gemaakt waar onze boorpunten staan ten opzichte van de oude Hinderwetinrichting. Ons inziens hebben we met het voorliggend onderzoek een representatief onderzoek uitgevoerd om iets ten aanzien van de algemene bodemkwaliteit dan wel risico’s ten gevolge van de voormalige activiteiten te kunnen zeggen. Er zijn geen bijzonderheden aangetoond op de locatie. Daarnaast is bij boring 4 geen olie-water reactie aangetroffen, welke aannemelijk maakt dat de eerder aangetroffen verontreiniging inderdaad is gesaneerd.
Op basis van bovenstaande gegevens wordt een substantiële verontreiniging niet aannemelijk geacht indien deze aanwezig zou zijn geweest.
Stationsstraat 9 - 11 te Heerde: 1610J737/SWI/rap2
14/17
6.
CONCLUSIES EN ADVIES
In opdracht van DRB Vastgoed Advies is een verkennend milieukundig bodemonderzoek verricht op de locatie Stationsstraat 9 - 11 te Heerde. Aanleiding en doelstelling onderzoek Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de voorgenomen transactie en herontwikkeling van de locatie. In het kader van de Woningwet/Gemeentelijke Bouwverordening dient een omgevingsvergunningaanvraag (activiteit bouwen) vergezeld te gaan van een rapportage inzake de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Doel van het onderzoek is vast te stellen of het voormalige dan wel het huidige gebruik van de onderzoekslocatie heeft geleid tot een verontreiniging van de bodem. Het verkennend bodemonderzoek beoogt het verkrijgen van inzicht in aard, plaats van voorkomen en concentraties van eventueel aanwezige verontreinigende stoffen in de bodem. Ter bepaling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit binnen de begrenzing van de onderzoekslocatie, is de norm NEN 5740 (onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek, NNI, januari 2009) gehanteerd. Deze norm beschrijft de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij een verkennend bodemonderzoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van bodemverontreiniging en de werkwijze voor het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en eventueel vrijkomende grond.
Conclusies Aan de hand van de resultaten van het onderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: -
In de grond zijn zintuiglijk plaatselijk bijmengingen met bodemvreemde materialen (baksteen) waargenomen. Op het maaiveld en in het opgeboorde bodemmateriaal zijn zintuiglijk geen asbestverdachte materialen en oliegerelateerde bijzonderheden waargenomen. De bovengrond is plaatselijk licht verontreinigd met lood en zink. De ondergrond is plaatselijk licht verontreinigd met kwik, lood, zink, PAK, PCB’s en minerale olie. Het grondwater is niet verontreinigd met alle onderzochte parameters.
De onderzoeksresultaten, te weten de aangetoonde overschrijdingen van de betreffende achtergrondwaarden, liggen in lijn met de verwachting op basis van het historisch onderzoek. De gemeten waarden zijn dermate gering dat aanvullend onderzoek naar het voorkomen van deze stoffen in de bodem op het perceel, ingevolge de Wet bodembescherming, niet noodzakelijk is. Beperkingen inzake het verlenen van een omgevingsvergunning (activiteit bouwen) worden op basis van de onderzoeksresultaten uit milieuhygiënisch oogpunt niet voorzien.
Stationsstraat 9 - 11 te Heerde: 1610J737/SWI/rap2
15/17
Aanbevelingen Wij adviseren om de onderzoeksresultaten voor te leggen aan het bevoegd gezag, zijnde Gemeente Heerde, om na te gaan of zij kunnen instemmen met de onderzoeksresultaten en bovengenoemde conclusies ten behoeve van het verkrijgen van een omgevingsvergunning (activiteit bouwen). Indien op de onderzoekslocatie ten gevolge van graafwerkzaamheden grond vrijkomt en buiten de locatie wordt hergebruikt, vindt hergebruik veelal plaats binnen het kader van het Besluit bodemkwaliteit. In dat geval dient de chemische kwaliteit van de grond te worden getoetst aan de kwaliteitsnormen die door het Besluit bodemkwaliteit aan de betreffende toepassing worden verbonden. IDDS bv Noordwijk (ZH)
Stationsstraat 9 - 11 te Heerde: 1610J737/SWI/rap2
16/17
7.
BETROUWBAARHEID
Het onderhavige onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen geaccepteerde inzichten en methoden. Echter, een bodemonderzoek is gebaseerd op het nemen van een beperkt aantal monsters en chemische analyses. IDDS streeft naar een zo groot mogelijke representativiteit van het onderzoek. Toch blijft het mogelijk dat lokaal afwijkingen in de milieuhygiënische kwaliteit of opbouw van het bodemmateriaal voorkomen, ten opzichte van de in onderhavig rapport beschreven situatie. IDDS acht zich niet aansprakelijk voor eventuele schade die als gevolg van deze afwijkingen zou kunnen ontstaan. Hierbij dient tevens te worden gewezen op het feit dat het uitgevoerde onderzoek een momentopname is. Beïnvloeding van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) zou plaats kunnen vinden na uitvoering van dit onderzoek door, bijvoorbeeld het bouwrijp maken van de locatie, het aanvoeren van grond van elders, toevoeging van bodemvreemde materialen of het naar de onderzoekslocatie verspreiden van verontreinigingen van verder gelegen terreinen via het grondwater. Naarmate de periode tussen de uitvoering van het onderzoek en het gebruik van de resultaten langer wordt, zal meer voorzichtigheid betracht moeten worden.
In veel gevallen hanteren de beoordelende instanties termijnen (doorgaans maximaal 3 jaar voor een bedrijfslocatie en maximaal 5 jaar voor een woonlocatie) waarbinnen de onderzoeksresultaten representatief worden geacht te zijn. Bij het gebruik van de resultaten van dit onderzoek dient het doel van het onderzoek goed in ogenschouw te worden genomen. Zo zullen de resultaten van een onderzoek naar het voorkomen en/of verspreiding van één specifieke verontreinigende stof geen uitsluitsel bieden omtrent de aanwezigheid aan verhoogde concentraties van overige, niet onderzochte verontreinigende stoffen.
Stationsstraat 9 - 11 te Heerde: 1610J737/SWI/rap2
17/17
BIJLAGE 1 1.1 OVERZICHTSKAART 1.2 SITUATIETEKENING 1.3 BOORPUNTEN TEN OPZICHTE VAN HINDERWET-INRICHTING
BIJLAGE 1.1
25000 0
250
500
750m
Ruimte & Ontwikkeling Milieu Archeologie Explosieven Water Asbest Cultuurtechniek Bouw Infra
LOCATIE-AANDUIDING
W: www.idds.nl SCHAAL:
1:25.000
LIGGING ONDERZOEKSLOCATIE
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
OVERZICHT
17 A
A 3
7 5
19
t/m 17
B
15
B
7
t/m 15
15
15
13
11
Stati onstr aat
LOCATIE 9
C
C
14
12 7
13
10
10 8b
09
01
D
1:2000
11
Statio
03
X
nstra
02
boring
X
boring met peilbuis
at
E
bebouwing
9
08
E
begrenzing onderzoekslocatie
05
06
04
kadastrale nummers 9-11
huisnummer
12
07 F
F
7 OPDRACHTGEVER: DRB VASTGOED ADVIES
10
8b
H
2
3
4
6
7
10
1.2
TITEL:
BODEMONDERZOEK
LOCATIE:
STATIONSTRAAT 9 T/M 11 TE HEERDE
TEKENAAR:
HNA
DATUM:
26.10.2016
DATUM WIJZING:
16.11.2016
VRIJGAVE:
JHA
DATUM WIJZING:
---------------------
SCHAAL: 1: 500
FORMAAT: A4
0 1
BIJLAGE:
PROJECTNUMMER: 1610J737/JHA
G
5
D
LEGENDA
11
5 12
10 13
G Ruimte & Ontwikkeling Milieu Archeologie Explosieven Water Asbest Cultuurtechniek Bouw Infra
15m W: www.idds.nl 14
15
16
H
Boorpunten ten opzichte van Hinderwet-inrichting
BIJLAGE 2 BOORSTATEN EN LEGENDA
Boring:
1
Boring:
2
Datum:
27-10-2016
Datum:
27-10-2016
0 -11
0
beton Volledig beton, Kernboor, beton Zand, matig grof, zwak siltig, geen olie-water reactie, neutraalbeige, Edelmanboor
50 -80 -90
1
Zand, uiterst fijn, zwak siltig, resten roest, geen olie-water reactie, donkergeel, Edelmanboor
150
3
4
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, laagjes leem, geen olie-water reactie, neutraalgrijs, Edelmanboor
-140
150
200
250
5
3 4
-170
5 -200
200
-320
Zand, matig grof, zwak siltig, geen olie-water reactie, neutraalgrijs, Edelmanboor
Boring:
3
Boring:
4
Datum:
27-10-2016
Datum:
27-10-2016
0 -7 -15
0 1 2
50
-65
3 -100
100
klinker Kllnker
0
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, resten baksteen, geen olie-water reactie, neutraalgrijs, Edelmanboor
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, resten grind, sporen baksteen, geen olie-water reactie, neutraalbruin, Edelmanboor
0 -7 -12
1
klinker Klinker Zand, matig grof, zwak siltig, geen olie-water reactie, lichtgrijs, Edelmanboor, straat zand
2 3
-75
4
-100
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak grindhoudend, geen olie-water reactie, neutraal geelbruin, Edelmanboor Zand, zeer grof, zwak siltig, resten grind, geen olie-water reactie, licht beigegeel, Edelmanboor
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, resten grind, geen olie-water reactie, neutraalbruin, Edelmanboor
Boring:
5
Boring:
6
Datum:
27-10-2016
Datum:
27-10-2016
0 -7
0 1 50
klinker Klinker
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen grind, geen olie-water reactie, neutraal bruingeel, Edelmanboor, geroerd
50
0 -6
1
-100
-55
3 100
-25
2
2 100
Zand, matig fijn, zwak siltig, resten grind, geen olie-water reactie, neutraalbeige, Edelmanboor
-270
6
300
2 100
2
beton Volledig beton, Kernboor, beton Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, brokken baksteen, zwak baksteenhoudend, zwak grindhoudend, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
Zand, uiterst fijn, sterk siltig, matig humeus, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor
100
0 -11
0
-75
4 5
150
-150
6 200
-200
klinker Klinker Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen grind, geen olie-water reactie, neutraal geelbeige, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, neutraal geelbeige, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, resten baksteen, zwak grindhoudend, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak grindhoudend, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig grof, zwak siltig, geen olie-water reactie, neutraalbeige, Edelmanboor
Projectcode: 1610J737A
Projectnaam: Stationsstraat Heerde
Pagina 1 / 2
Boring:
7
Boring:
8
Datum:
27-10-2016
Datum:
27-10-2016
0
0
1
-20
2 50
-60
3 -100
100
groenstrook Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak roesthoudend, geen olie-water reactie, lichtbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen grind, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor