10.2.2. Wapenveld Gruttoweg_Bijlagen bij de toelichting (1)
Tekst van het document
AW
Legenda @ x AW(WO) N.B.
T
I
Monster 7019982 Monster 7019983 MM4, 01: 50-100, 01: 100-130, 01: 160-200, 05: 60-100,MM5, 05: 100-150, 02: 50-100, 05: 150-200, 02: 100-150, 06: 110-150, 02: 150-200, 06: 150-200 03: 100-150, 03: 160-200, 04: 60-100, 04 Max. Bodemindex 0,004 Max. Bodemindex 0,004 Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index 0,2 1
10 25
90,6
90,6
0 0
0,5 1,2
10 25
0 0
@
0
93,7
93,7
@
0
190 0,6 15 40 0,15 50 1,5 35 140
555 6,8 102,5 115 18,075 290 95,75 67,5 430
920 13 190 190 36 530 190 100 720
< 20 < 0.2 <3 <5 < 0.05 < 10 < 1.5 <4 < 20
< 54 < 0.24 < 7.4 < 7.2 < 0.05 < 11 < 1.0 <8 < 33
@ -
0 0 0 0 0 0 0 0 0
< 20 < 0.2 <3 <5 < 0.05 < 10 < 1.5 <4 < 20
< 54 < 0.24 < 7.4 < 7.2 < 0.05 < 11 < 1.0 <8 < 33
@ -
0 0 0 0 0 0 0 0 0
190
2595
5000
< 35
< 120
-
0
< 35
< 120
-
0
< 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05
< 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
< 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05
< 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035
0,35
< 0.35
0
0,35
< 0.35
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001
< 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035
0 0 0 0 0 0 0
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001
< 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035
0,005
< 0.024
0,004
0,005
< 0.024
1,5
0,02
20,75
0,51
40
1
-
-
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -
0 0 0 0 0 0 0 0
-
0,004
Geen toetsoordeel mogelijk x maal Achtergrondwaarde (Wonen) <= Achtergrondwaarde De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa
januari ’22
21
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Gruttoweg perceel sectie C nr. 7381 te Wapenveld
interpretatie onderzoeksresultaten grond In tabel 16 staat een samenvatting weergegeven van de toetsresultaten van de onderzochte mengmonsters. tabel 16: samenvatting toetsresultaten per mengmonster Mengmonster MM1
Boringen 1+6+7+8+16+17+19
Diepte 0.0-0.5
Zintuiglijk -
>AW kwik
>T -
>I -
Indicatieve toetsing Bbk* Wonen*
MM2
2+4+5+12+13+15+20
0.0-0.5
-
kwik
-
-
Wonen*
MM3
3+9+10+11+14+18
0.0-0.5
-
lood
-
-
Wonen*
MM4
1+5+6
0.5-2.0
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
MM5
2 t/m 4
0.5-2.0
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
>AW
overschrijding achtergrondwaarde (bodemindex =<0,5)
>T
overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)
>I
overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)
Bbk
besluit bodemkwaliteit
*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond
bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Bovengrondmengmonster MM1 bevat een verhoogd gehalte kwik (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde. Bovengrondmengmonster MM2 bevat een verhoogd gehalte kwik (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde. Bovengrondmengmonster MM3 bevat een verhoogd gehalte lood (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde. De licht verhoogd aangetoonde gehalten kwik en lood (zware metalen) in de bovengrond ter plaatse van de bovengrondmengmonsters MM1 t/m MM3 zijn op basis van zintuiglijke waarnemingen niet te relateren aan het bekende bodemgebruik van de locatie. In gebieden welke reeds langere tijd door de mens in gebruik zijn (o.a. langdurige bewoning of menselijk gebruik) worden vaker verhoogde gehalten aan o.a. zware metalen in de grond gemeten. In algemene zin wordt opgemerkt dat antropogene beïnvloeding van een locatie in de meeste gevallen een negatief effect heeft op de kwaliteit van de bodem. Zware metalen, zoals cadmium, koper, kobalt, kwik, lood, nikkel en zink, bezitten een geringe mobiliteit in de bodem en hechten zich met name aan slib- en kleideeltjes. Zware metalen komen van nature in bepaalde concentraties in de bodem voor. Deze concentraties kunnen verhoogd voorkomen in het stedelijk milieu.De afgifte vindt onder andere plaats door dakpannen, dakgoten, kabels en leidingen, verkeer en afval.
Ook depositie van zware metalen op de bodem door industriële activiteiten is een mogelijke oorzaak van verhoogde concentraties. Tot de bedrijfsactiviteiten die verontreiniging van de bodem met zware metalen kunnen veroorzaken worden onder andere gerekend galvanische bedrijven, grafische industrie, sloperijen en metaalbewerkende industrie
januari ’22
22
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Gruttoweg perceel sectie C nr. 7381 te Wapenveld
ondergrond (0.5-2.0 m-mv) De ondergrondmengmonsters MM4 en MM5 bevatten geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde.
Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter vanuit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000). Op basis van de circulaire bodemsanering 2009 zijn de toetsingswaarden voor barium (zware metalen) tijdelijk ingetrokken. Indien er op een locatie sprake is van een antropogene bron kan het gemeten gehalte barium indicatief worden getoetst aan de voormalige interventiewaarde.
januari ’22
23
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Gruttoweg perceel sectie C nr. 7381 te Wapenveld
4.3.2
Milieuhygiënische kwaliteit grondwater
In tabel 17 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 17: gemeten gehaltes (µg/l) in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project OPID 96362663#22-M10207-Gruttoweg perceel C 7381 te Wapenveld Certificaten 1301118 Toetsing T.13 - Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb Toetsversie BoToVa 2-1-2000 Toetsdatum: 26 januari 2022 10:20 Parameters
Toetsing
Analyse Eenheid S Metalen ICP-MS (opgelost) barium (Ba) µg/l 50 cadmium (Cd) µg/l 0,4 kobalt (Co) µg/l 20 koper (Cu) µg/l 15 Kwik (Hg) (niet vluchtig) µg/l 0,05 lood (Pb) µg/l 15 molybdeen (Mo) µg/l 5 nikkel (Ni) µg/l 15 zink (Zn) µg/l 65 Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) µg/l 50 Vluchtige aromaten benzeen µg/l 0,2 ethylbenzeen µg/l 4 naftaleen µg/l 0,01 o-xyleen µg/l styreen µg/l 6 tolueen µg/l 7 xyleen (som m+p) µg/l Sommaties aromaten som xylenen µg/l 0,2 Vluchtige chlooralifaten 1,1,1-trichloorethaan µg/l 0,01 1,1,2-trichloorethaan µg/l 0,01 1,1-dichloorethaan µg/l 7 1,1-dichlooretheen µg/l 0,01 1,1-dichloorpropaan µg/l 1,2-dichloorethaan µg/l 7 1,2-dichloorpropaan µg/l 1,3-dichloorpropaan µg/l cis-1,2-dichlooretheen µg/l dichloormethaan µg/l 0,01 monochlooretheen (vinylchloride) µg/l 0,01 tetrachlooretheen µg/l 0,01 tetrachloormethaan µg/l 0,01 trans-1,2-dichlooretheen µg/l trichlooretheen µg/l 24 trichloormethaan µg/l 6 Sommaties som C+T dichlooretheen µg/l 0,01 som dichloorpropanen µg/l 0,8 Vluchtige gehalogeneerde alifaten - divers tribroommethaan (bromoform) µg/l Legenda @ xS N.B.
T
I
Monster 7030303 Pb1, 01-Pb1: 430-530 Max. Bodemindex Toetsoordeel Ana.Res. Std.Res.
Monster 7030304 Pb2, 02-Pb2: 420-520 0,117 Max. Bodemindex Overschrijding StreefwaardeToetsoordeel T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res.
0,026 Voldoet aan Streefwaarde T.Oordeel B.Index
337,5 3,2 60 45 0,175 45 152,5 45 432,5
625 6 100 75 0,3 75 300 75 800
71 < 0.2 <2 22 < 0.05 <2 <2 <3 18
1.4 S 1.5 S -
0,037 0 0 0,117 0 0 0 0 0
< 20 < 0.2 <2 3,4 < 0.05 <2 <2 <3 26
-
0 0 0 0 0 0 0 0 0
325
600
< 50
-
0
< 50
-
0
15,1 77 35,005
30 150 70
-
300 1000
0 0 0 0 0 0 0
< 0.2 < 0.2 < 0.02 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2
-
153 503,5
< 0.2 < 0.2 < 0.02 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2
0 0 0 0 0 0 0
35,1
70
0,2
-
0
0,2
-
0
150,005 65,005 453,5 5,005
300 130 900 10
-
400
500,005 2,505 20,005 5,005
1000 5 40 10
262 203
500 400
-
0 0 0 0,006 0 0 0 0 0 0 0,026 0,002 0,006 0 0 0
< 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.2
-
203,5
< 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.2
-
0 0 0 0,006 0 0 0 0 0 0 0,026 0,002 0,006 0 0 0
10,005 40,4
20 80
0,1 0,4
-
0,007 0
0,1 0,4
-
0,007 0
630
< 0.2
@
0
< 0.2
@
0
-
-
-
-
-
-
Geen toetsoordeel mogelijk <= Streefwaarde x maal Streefwaarde De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa
januari ’22
24
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Gruttoweg perceel sectie C nr. 7381 te Wapenveld
interpretatie resultaten grondwater In tabel 18 staat een samenvatting weergegeven van de toetsresultaten van het onderzochte grondwatermonster. tabel 18: samenvatting toetsresultaten per grondwatermonster Grondwatermonster
Diepte filter
Zintuiglijk
>S
>T
>I
1 (peilbuis) 2 (peilbuis)
4.3-5.3 4.2-5.2
-
barium, koper -
-
-
Legenda >S
overschrijding streefwaarde (bodemindex <=0,5)
>T
overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)
>I
overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)
peilbuis 1 (4.3-5.3 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat verhoogde gehalten barium en koper (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde. Ten aanzien van het voorkomen van verhoogde gehaltes zware metalen in het freatisch grondwater kan worden opgemerkt dat dergelijke verhoogde gehaltes op tal van onverdachte locaties in Nederland regelmatig voorkomen. De gehaltes worden vaak in verhoogde mate aangetoond zonder dat daarbij sprake is van een verontreinigingsbron. De verhoogde gehaltes zware metalen kunnen o.a. worden veroorzaakt door wisselende milieuomstandigheden in de bodem alsmede door diverse bodemprocessen. Zo kan het onvoldoende herstelde evenwicht tussen grond en grondwater ten tijde van de bemonstering een mogelijke oorzaak zijn van het verhoogd voorkomen van zware metalen. Deels kunnen zware metalen van nature, door uitloging uit sedimenten, afhankelijk van het redoxpotentiaal, in verhoogde mate in het grondwater voorkomen, het betreft in deze gevallen natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden. peilbuis 2 (4.2-5.2 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 2 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de streefwaarde.
Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter van uit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000), e.e.a. geldt voor de gecorrigeerde som 1,2dichlooretheen, gecorrigeerde som dichloorpropaan en som xylenen.
januari ’22
25
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Gruttoweg perceel sectie C nr. 7381 te Wapenveld
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend milieukundig bodemonderzoek worden de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. zintuiglijke waarnemingen Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde bodemmateriaal geen bodemvreemde afwijkingen of asbestverdacht materiaal waargenomen (indicatieve waarneming). Een samenvatting van de toetsingsresultaten staat weergegeven in tabel 19. tabel 19: samenvatting toetsingsresultaten Mengmonster Boringen grond
Diepte
Zintuiglijk >AW of >S
>T
>I
Indicatieve toetsing Bbk*
MM1
1+6+7+8+16+17+19
0.0-0.5
-
kwik
-
-
Wonen*
MM2
2+4+5+12+13+15+20
0.0-0.5
-
kwik
-
-
Wonen*
MM3
3+9+10+11+14+18
0.0-0.5
-
lood
-
-
Wonen*
MM4
1+5+6
0.5-2.0
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
2 t/m 4 Grondwater
0.5-2.0
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
Pb1
1
4.3-5.3
-
barium, koper -
-
n.v.t.
Pb2
2
4.2-5.2
-
-
-
n.v.t.
MM5
-
Legenda >AW / >S
overschrijding achtergrondwaarde of streefwaarde (bodemindex =<0,5)
>T
overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)
>I
overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)
Bbk
besluit bodemkwaliteit
*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond
grond bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Bovengrondmengmonster MM1 bevat een verhoogd gehalte kwik (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) / bodemindex-waarde (>0.5) wordt in dit geval niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. Bovengrondmengmonster MM2 bevat een verhoogd gehalte kwik (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) / bodemindex-waarde (>0.5) wordt in dit geval niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. Bovengrondmengmonster MM3 bevat een verhoogd gehalte lood (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) / bodemindex-waarde (>0.5) wordt in dit geval niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek.
januari ’22
26
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Gruttoweg perceel sectie C nr. 7381 te Wapenveld
ondergrond (0.5-2.0 m-mv) De ondergrondmengmonsters MM4 en MM5 bevatten geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. grondwater peilbuis 1 (4.3-5.3 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat verhoogde gehalten barium en koper (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) / bodemindex-waarde (>0.5) wordt in deze gevallen niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. peilbuis 2 (4.2-5.2 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 2 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de streefwaarde. toetsing hypothese Op basis van de vooraf gestelde hypothese is de onderzoekslocatie in eerste aanleg als milieuhygiënisch onverdacht aangemerkt. In tabel 20 is de hypothese en de noodzaak tot vervolgonderzoek beoordeeld aan de hand van de onderzoeksresultaten. tabel 20: toetsing hypothese Locatie
Hypothese
Correct?
Gruttoweg perceel sectie C nr. 7381 te Wapenveld
onverdacht
nee, verhoogde gehalten aangetoond
Verkennend onderzoek met nieuwe hypothese?
nee, onderzoeksinspanning voldoende
Nader onderzoek?
nee, er zijn geen matig tot sterk verhoogde gehalten in de bodem gemeten.
Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de locatie niet vrij is van bodemverontreiniging. De grond en het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie bevatten plaatselijk enkele stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde resp. de streefwaarde. De licht verhoogd gemeten gehalten overschrijden de tussenwaarde/bodemindex-waarde (>0.5) niet en geven daardoor naar onze mening geen directe aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek. Opgemerkt wordt dat de conclusies betrekking hebben op de chemische gesteldheid van de bodem (excl. asbest). Een asbestonderzoek in grond of puin conform de NEN 5707+C2 resp. NEN 5897+C2 maakt geen onderdeel uit van de scope van onderhavig onderzoek. Op basis van dit onderzoek dat volgens NEN-5740-A1 is uitgevoerd kan geen uitspraak worden gedaan omtrent de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal in de bodem of puin. Indien een formele uitspraak over het voorkomen van asbest in de bodem gewenst is dient een asbestonderzoek uit gevoerd te worden conform de NEN 5707+C2 of NEN 5897+C2.
januari ’22
27
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Gruttoweg perceel sectie C nr. 7381 te Wapenveld
Aanbevelingen Indien de grond ontgraven gaat worden, bijvoorbeeld ten behoeve van bouwwerkzaamheden, is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Middels het Besluit is het mogelijk om door het lokaal bevoegd gezag lokale maximale bodemgebruikswaarden vast te stellen, of om deze bodemgebruikswaarden te conformeren aan de maximale waarden uit het (landelijke) generieke model. Indien grond van het eigen terrein moet worden afgevoerd zal deze verwerkt dienen te worden conform de eisen van het Besluit Bodemkwaliteit. De mogelijkheden hiertoe kunnen worden vastgesteld na overleg met de betrokken overheidsinstanties. Volledige duidelijkheid omtrent de bodemkwaliteitsklasse van vrijkomende grond wordt pas verkregen op basis van een partijkeuring conform het Besluit Bodemkwaliteit. Opgemerkt dient te worden dat de vertaalslag van verkennend bodemonderzoek naar hergebruik van grond volgens het Besluit Bodemkwaliteit, veelal, niet mogelijk is. In de meeste gevallen zijn aanvullende gegevens noodzakelijk, het bevoegd gezag (de gemeente waarin de grond wordt toegepast) kan hier uitsluitsel over geven. Op 8 juli 2019 heeft het Ministerie van Infrastructuur en Milieu een tijdelijk handelingskader vastgesteld voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. Vanaf 8 juli 2019 is het verplicht om onderzoek naar de stofgroep PFAS uit te voeren bij o.a.
partijkeuringen in het kader van afvoer van grond. In dit verkennend bodemonderzoek is geen onderzoek uitgevoerd naar PFAS stoffen in de bodem. De in dit onderzoek opgenomen indicatieve toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit is excl. onderzoek naar PFAS-stoffen, onderzoek naar deze verbindingen is bij definitieve beoordeling van evt. hergebruiksmogelijkheden van evt. af te voeren grond alsnog nodig. Indien het noodzakelijk is dat er grond afgevoerd moet worden van de locatie zal er een melding grondverzet gedaan moeten worden via het landelijk meldpunt: www.meldpuntbodemkwaliteit.nl. Opgemerkt wordt dat evt. afvoer van grond met de bodemkwaliteitsklasse “wonen”, “industrie” en “niet toepasbare grond” meer kosten met zich meebrengt dan de afvoer van schone grond “achtergrondwaarde”. Wanneer grond binnen het plangebied wordt ontgraven dient voorkomen te worden dat grond met een verschillende/afwijkende milieuhygiënische kwaliteit met elkaar wordt vermengd. Mocht grondwater onttrokken worden t.b.v. bemaling, dient bekeken te worden in hoeverre de grondwaterkwaliteit de lozingsnormen overschrijdt.
januari ’22
28
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Gruttoweg perceel sectie C nr. 7381 te Wapenveld
Algemeen/opmerkingen/betrouwbaarheid/uitsluitingen Het onderhavige onderzoek heeft betrekking gehad op de locatie aan de Gruttoweg perceel sectie C nr. 7381 te Wapenveld (zie bijlage 2). Op basis van het onderhavige onderzoek kan alleen een uitspraak worden gedaan omtrent de bodemkwaliteit van het onderzochte terreindeel, zie bijlage 2. Op basis van het onderhavige onderzoek kan geen uitspraak worden gedaan: omtrent de bodemkwaliteit van niet onderzochte terreindelen, de milieuhygiënische bodemkwaliteit van bekende verdachte terreindelen buiten het plangebied, de milieuhygiënische bodemkwaliteit van niet bekende verdachte terreindelen, de bodemkwaliteit onder gebouwen en/of gesloten verharding, de milieuhygiënische bodemkwaliteit van niet verkende bodemlagen, de milieuhygiënische kwaliteit van het diepere grondwater etc. Daarnaast kan op basis van dit onderzoek geen uitspraak worden gedaan omtrent de eventuele aanwezigheid van asbest in de bodem/puin. Indien echter een formele uitspraak over het voorkomen van asbest in de bodem gewenst is dient een asbestonderzoek uit gevoerd te worden conform de NEN 5707+C2 of NEN 5897+C2. Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin.
In algemene zin wordt opgemerkt dat bij analyse van mengmonsters de gehalten in de individuele deelmonsters van een mengmonster zowel hoger als lager kunnen zijn dan de aangetoonde gehalten in het betreffende mengmonster. Er kan in gevallen waarbij sprake is van ruime overschrijdingen van de achtergrondwaarde, gemeten in een mengmonster, niet worden uitgesloten dat individuele deelmonsters gehalten boven de tussen- of interventiewaarde bevatten. T.a.v. historische (bodem) informatie van de locatie wordt opgemerkt dat de geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is Sigma Bouw & Milieu afhankelijk van deze bronnen, waardoor Sigma Bouw & Milieu niet kan instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Het kan voorkomen dat niet alle bronnen zijn geraadpleegd, doordat ze niet voorhanden waren. Hierdoor kan informatie ontbreken. Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving en methoden. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het, conform de geldende richtlijnen, steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem d.m.v.
een representatief geacht aantal monsters, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is om garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Een verkennend bodemonderzoek geeft nooit volledige zekerheid omtrent de toestand van de bodem ter plaatse van een locatie. Het onderzoek dient geïnterpreteerd worden als een inschatting van de verontreinigingssituatie op een bepaald moment. Het is echter op basis van dit onderzoek nooit uit te sluiten dat er lokaal afwijkingen in de bodem voorkomen. Het kan op basis van dit onderzoek niet uitgesloten worden dat zich op de locatie verontreiniging bevindt welke in dit onderzoek niet is aangetroffen/ontdekt. Het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek is dan ook indicatief en een momentopname. De resultaten van het onderzoek kunnen minder representatief worden naarmate de tijd verstrijkt. Eventuele toekomstige activiteiten, calamiteiten, sloopwerkzaamheden, bouwrijp maken en/of aanvoer van grond van elders, kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden. Tijdens werkzaamheden in de bodem dient men alert te blijven op waarneembare bijzonderheden, die kunnen duiden op eventuele verontreinigingen Het onderzoek is gebaseerd op informatie van derden en het verrichten van een beperkt aantal boringen en analyses, conform de geldende richtlijnen.
Hierdoor is het mogelijk dat niet alle informatie is verkregen, dan wel dat niet alle afwijkingen in de bodem zijn geconstateerd. Sigma Bouw & Milieu aanvaardt derhalve op generlei wijze aansprakelijkheid voor de gevolgen/schade dan wel enige andere indirecte incidentele of gevolgschade welke voortvloeien uit beslissingen welke worden genomen op basis van de onderzoeksresultaten van het onderhavige onderzoek als in de praktijk blijkt dat de verontreinigingssituatie anders is dan in dit onderzoek vermeld.
januari ’22
29
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Gruttoweg perceel sectie C nr. 7381 te Wapenveld
6
LITERTUURLIJST 1. Bodemonderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek volgens de Nederlandse norm, NEN 5740+A1 (NNI, april 2016). 2. Boringen zijn geplaatst volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2001 (vigerende versie). 3. Grondmonsters zijn genomen volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2001 (vigerende versie), grondwatermonsters zijn genomen volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2002 (vigerende versie). 4. De conservering van monsters in het veld is uitgevoerd volgens de eisen uit de SIKBprotocollen 2001 en 2002 (vigerende versie). 5. Regeling Bodemkwaliteit” (zie vigerende versies op www.wetten.overheid.nl of
www.rwsleefomgeving.nl) 6. Circulaire Bodemsanering (zie vigerende versies op www.wetten.overheid.nl of www.rwsleefomgeving.nl)
7. Classificatie van onverharde grondmonsters, NEN 5104, september 1989. 8. Geologische overzichtskaarten van Nederland, Rijks Geologische Dienst, 1995. 9. Grondwaterstromingsstelsels in Nederland, Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 1989. 10. Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader bodemonderzoek, NEN 5725, (oktober 2017). 11. Bodem-Monsterneming van grondwater, NEN 5744, (NNI maart 2011). 12. NEN 5707+C2; Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond; uitgifte december 2017.
januari ’22
30
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Gruttoweg perceel sectie C nr. 7381 te Wapenveld
7
COLOFON
opdrachtgever project omvang rapport datum projectleider
Auteur
januari ’22
: : : : :
Salverda Bouw BV Gruttoweg perceel sectie C nr. 7381 te Wapenveld 31 blz. 28 januari 2022
Paraaf
Gecontroleerd door
Paraaf
Datum
Status
28 januari 2022
definitief
31
BIJLAGE 1 TOPOGRAFISCH OVERZICHT IJij B ax F
2020
Adviesgroepen: Bouw Milieu
Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl
BIJLAGE 1 TOPOGRAFISCH OVERZICHT (HISTORISCH) IJij B ax F
2000
1990
1960
Adviesgroepen: Bouw Milieu
Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl
1920
1890
1870
Adviesgroepen: Bouw Milieu
Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl
1860
1840
Adviesgroepen: Bouw Milieu
Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl
Pb 1 0
01
gras / cm t ov m aaiveld zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an
1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, edelm an
50
0
-40
2 100 3
zand, zeer grof, m at ig silt ig, m at ig grindig, neut raal grijs, edelm an
150 4
zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal geel, edelm an
200
-130
-160
250
300
350
zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal geel, grijs, edelm an
400
-390
430 450
500 530
-530 t ype dat um boorm eest er
p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 1 1 -0 1 -2 0 2 2
bodem profielen BIJLAGE 3 : BOORPROFIELEN onderzoek project code get ekend conform
Gr u t t ow e g p e r ce e l C 7 3 8 1 t e W a p e n ve ld 2 2 -M 1 0 2 0 7 N EN 5 1 0 4
Pb 2 0
02
gras / cm t ov m aaiveld 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an
2
zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal geel, beige, edelm an
50
0
-40
100 3 150 4 200
250
300
350
400 420 450
500 520
-520 t ype dat um boorm eest er
p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 1 1 -0 1 -2 0 2 2
bodem profielen BIJLAGE 3 : BOORPROFIELEN onderzoek project code get ekend conform
Gr u t t ow e g p e r ce e l C 7 3 8 1 t e W a p e n ve ld 2 2 -M 1 0 2 0 7 N EN 5 1 0 4
0
03
gras / cm t ov m aaiveld 1
50 2 100 3
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, edelm an zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht geel, edelm an
150 4 200 t ype dat um boorm eest er
0
zand, m at ig grof, zwak silt ig, st erk grindig, neut raal geel, oranje, edelm an
0
-40 -60 -80
-160
-200
g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 2 H . va n Ku ik
04
gras / cm t ov m aaiveld 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an
2
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht geel, edelm an
50
0
-60
100 3
150 4 200 t ype dat um boorm eest er
zand, m at ig grof, zwak silt ig, st erk grindig, neut raal geel, oranje, edelm an
-130
-200
g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 2 H . va n Ku ik
bodem profielen BIJLAGE 3 : BOORPROFIELEN onderzoek project code get ekend conform
Gr u t t ow e g p e r ce e l C 7 3 8 1 t e W a p e n ve ld 2 2 -M 1 0 2 0 7 N EN 5 1 0 4
0
05
gras / cm t ov m aaiveld 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an
2
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht geel, edelm an
50
100 3 150 4
zand, m at ig grof, zwak silt ig, st erk grindig, neut raal beige, grijs, edelm an zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal oranje, geel, edelm an
200 t ype dat um boorm eest er
0
0
-60
-100
-150
-200
g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 2
06
gras / cm t ov m aaiveld 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an
50 2
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, oranje, edelm an zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs, edelm an
100 3 150
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, edelm an
0
-55
-90 -110
4 200 t ype dat um boorm eest er
0
-200
g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 2
07
gras / cm t ov m aaiveld 1
50 t ype dat um boorm eest er
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an
0
-50
g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 2
bodem profielen BIJLAGE 3 : BOORPROFIELEN onderzoek project code get ekend conform
Gr u t t ow e g p e r ce e l C 7 3 8 1 t e W a p e n ve ld 2 2 -M 1 0 2 0 7 N EN 5 1 0 4
0
08
gras / cm t ov m aaiveld 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an
50 t ype dat um boorm eest er
0
-50
g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 2
09
gras / cm t ov m aaiveld 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an
50 t ype dat um boorm eest er
0
-50
10
gras / cm t ov m aaiveld zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an
50
0
-50
11
gras / cm t ov m aaiveld zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an
50
0
0
-50
g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 2
12
gras / cm t ov m aaiveld 1
50 t ype dat um boorm eest er
0
g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 2
1
t ype dat um boorm eest er
0
g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 2
1
t ype dat um boorm eest er
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an
0
-50
g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 2
bodem profielen BIJLAGE 3 : BOORPROFIELEN onderzoek project code get ekend conform
Gr u t t ow e g p e r ce e l C 7 3 8 1 t e W a p e n ve ld 2 2 -M 1 0 2 0 7 N EN 5 1 0 4
0
13
gras / cm t ov m aaiveld 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an
50 t ype dat um boorm eest er
0
-50
g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 2
14
gras / cm t ov m aaiveld 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an
50 t ype dat um boorm eest er
0
-50
15
gras / cm t ov m aaiveld zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an
50
0
-50
16
gras / cm t ov m aaiveld zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an
50
0
0
-50
g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 2
17
gras / cm t ov m aaiveld 1
50 t ype dat um boorm eest er
0
g r on d b or in g
1
t ype dat um boorm eest er
0
g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 2
1
t ype dat um boorm eest er
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an
0
-50
g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 2
bodem profielen BIJLAGE 3 : BOORPROFIELEN onderzoek project code get ekend conform
Gr u t t ow e g p e r ce e l C 7 3 8 1 t e W a p e n ve ld 2 2 -M 1 0 2 0 7 N EN 5 1 0 4
0
18
gras / cm t ov m aaiveld 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an
50 t ype dat um boorm eest er
0
-50
g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 2
19
gras / cm t ov m aaiveld 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an
50 t ype dat um boorm eest er
0
-50
20
gras / cm t ov m aaiveld zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an
50
0
0
-50
g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 2
21
gras zand, m at ig fijn, zwak silt ig, bruin, grijs, edelm an
50 t ype dat um boorm eest er
0
g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 2
1
t ype dat um boorm eest er
0
0
-50
g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 2
bodem profielen BIJLAGE 3 : BOORPROFIELEN onderzoek project code get ekend conform
Gr u t t ow e g p e r ce e l C 7 3 8 1 t e W a p e n ve ld 2 2 -M 1 0 2 0 7 N EN 5 1 0 4
PEILBUIS
BORIN G
OLIE OP W ATER REACTIE
num m er
bodem m onst er, geroerd
Geen casing
Zwak
Mat ig
St erk
Uit erst
bodem laag
bent oniet
grondwat erst and t ijdens boren
GEUR IN TEN SITEIT
bodem m onst er, ongeroerd
filt ergrind
Geen Zeer zwak
Zwak
Mat ig
St erk
bodem laag filt ert raject grondwat erst and
links= cm -m aaiveld recht s= cm + NAP
GRON D SOORTEN
M ATE V AN BIJM EN GIN G
GRIND, grindig (G,g)
zwak - (0-5%)
ZAND, zandig (Z,z)
m at ig - (5-15%)
LEEM, silt ig (L,s)
st erk - (15-50%)
KLEI, kleiig (K,k)
uit erst - (> 50%)
VEEN, hum eus (V,h) slib
V ERH ARD IN GEN
GRAD ATIE Z AN D
asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag
uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )
OV ERIG
GRAD ATIE GRIN D
bodem vreem de best andsdelen aanwezig
f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )
wat er
BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = fot o ionisat ie det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er
Zeer st erk
onderzoek
onderzoek
onderzoek
onderzoek
onderzoek
onderzoek
BIJLAGE 4 ANALYSECERTIFICATEN
Sigma Bouw en Milieu T.a.v. Bodem-Sigma Phileas Foggstraat 153 7825 AW EMMEN
Uw kenmerk : 22-M10207-Gruttoweg perceel C 7381 te Wapenveld Ons kenmerk : Project 1297520 Validatieref. : 1297520_certificaat_v1 Opdrachtverificatiecode : BACJ-RIMD-CKFW-SKAC Bijlage(n) : 3 tabel(len) + 2 bijlage(n)
Amsterdam, 19 januari 2022 Hierbij zend ik u de resultaten van het laboratoriumonderzoek dat op uw verzoek is uitgevoerd in de door u aangeboden monsters. De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters, zoals die door u voor analyse ter beschikking werden gesteld. Het onderzoek is, met uitzondering van eventueel uitbesteed onderzoek, uitgevoerd door Eurofins Omegam volgens de methoden zoals ze zijn vastgelegd in het geldende accreditatie-certificaat L086 en/of in de bundel "Analysevoorschriften Eurofins Omegam". De in dit onderzoek uitgevoerde onderzoeksmethoden van de geaccrediteerde analyses zijn in een aparte bijlage als onderdeel van dit analyse-certificaat opgenomen. De methoden zijn, voor zover mogelijk, ontleend aan de accreditatieprogramma's/schema's en NEN- EN- en/of ISO-voorschriften. Ik wijs u erop dat het analyse-certificaat alleen in zijn geheel mag worden gereproduceerd. Ik vertrouw erop uw opdracht volledig en naar tevredenheid te hebben uitgevoerd. Heeft u naar aanleiding van deze rapportage nog vragen, dan verzoek ik u contact op te nemen met onze klantenservice. Hoogachtend, namens Eurofins Omegam,
Manager productie
Op dit certificaat zijn onze algemene voorwaarden van toepassing. Dit analyse-certificaat mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd.
Eurofins Omegam B.V. H.J.E. Wenckebachweg 120 NL-1114 AD Amsterdam-Duivendrecht Nederland
T +31-(0)20-597 66 80 CSOmegam@eurofins.com www.eurofins.nl
IBAN NL 16 BNPA 0227667980 BIC BNPANL2A BTW nr. NL8139.67.132.B01 KvK nr. 34215654