10.2.1. Stationsstraat 9-11 Heerde_Bijlage bij de regels.pdf
Tekst van het document
3
3. Parkeernormen 3.1. Algemeen Zoals eerder beschreven geven de parkeerkencijfers opgenomen in CROW publicatie 182 een indicatie van de parkeerbehoefte per functie en gebied. Hierbij is een bandbreedte gegeven voor het kencijfer (een minimale en een maximale parkeerbehoefte). Omdat er in de gemeente Heerde geen uitgebreide parkeeronderzoeken hebben plaatsgevonden op basis waarvan de landelijke kentallen kunnen worden gevalideerd, worden de kentallen zoals die in genoemde CROW publicatie zijn opgenomen gehanteerd. Hierbij is de parkeernorm voor Heerde afgeleid uit de landelijke kentallen, waarbij voor woningen het gemiddelde tussen de minimale en maximale waarde als norm is vastgesteld. Voor alle overige voorzieningen geldt de minimale waarde uit genoemde CROW publicatie als norm. In bijlage 1 t/m 7 zijn de parkeernormen voor alle voorzieningen opgenomen. Voor een aantal specifieke functies geldt een aantal aanvullende richtlijnen. Deze komen in paragraaf 3.2 t/m 3.5 aan de orde.
3.2. Aanvullende richtlijnen wonen
Parkeervoorzieningen op eigen terrein Woningen met parkeervoorziening(en) op eigen terrein hebben theoretisch parkeerruimte voor één of meerdere voertuigen. In de praktijk blijkt dat deze ruimte (praktisch) niet in alle gevallen wordt gebruikt. Bij het opstellen van een parkeerbalans voor te ontwikkelen woningen/woonwijken worden de volgende berekeningsaantallen voor parkeervoorzieningen op eigen terrein aangehouden: Tabel 1:
Berekeningsaantallen parkeervoorzieningen bij woningen
Parkeervoorziening Oprit enkele oprit (zonder garage) lange oprit (zonder garage/carport) dubbele oprit (zonder garage) garage zonder oprit (bij woning) met enkele oprit met lange oprit met dubbele oprit garagebox (niet bij woning)
theoretisch aantal
berekeningsaantal
opmerking
1 2 2
0,8 1,0 1,7
oprit minimaal 5,0 meter diep oprit minimaal 10,0 meter diep oprit minimaal 4,5 meter breed
1 2 3 3
0,4 1,0 1,3 1,8
oprit minimaal 5,0 meter diep oprit minimaal 10,0 meter diep oprit minimaal 4,5 meter breed
1
0,5
-
4
3.3. Aanvullende richtlijnen onderwijs
Bepaling parkeerbehoefte Kiss & Ride Ten behoeve van het halen en brengen van kinderen bij basisscholen is het lastiger om de parkeerbehoefte te bepalen. Ten eerste worden niet alle kinderen met de auto gebracht en gehaald. Daarnaast zijn niet alle ouders tegelijkertijd aanwezig, is de parkeerduur relatief kort en worden er meerdere kinderen per auto vervoerd. Dit zijn dus enkele factoren waar rekening mee moet worden gehouden bij de bepaling van de parkeerbehoefte. De parkeerbehoefte tijdens het brengen en halen wordt berekend volgens onderstaand schema:
Berekeningsmethode Kiss & Ride
Groepen 1 t/m 3 aantal leerlingen x % leerlingen met auto x Rparkeerduur x Raantal kinderen + Groepen 4 t/m 8 aantal leerlingen x % leerlingen met auto x Rparkeerduur x Raantal kinderen + Kinderdagverblijf aantal leerlingen x % leerlingen met auto x Rparkeerduur x Raantal kinderen = totaal aantal parkeerplaatsen voor halen en brengen
Rparkeerduur = Reductiefactor voor de parkeerduur Raantal kinderen= Reductiefactor aantal kinderen per auto * bron: Parkeerkencijfers – basis voor parkeernormering (CROW, publicatie 182, september 2008)
Een belangrijk onderdeel in de berekening van de parkeerbehoefte tijdens het brengen en halen is het percentage leerlingen dat met de auto wordt gebracht en gehaald. Dit is ondermeer afhankelijk van de stedelijkheidsgraad, de stedelijke zone en de gemiddelde afstand naar school. In tabel 2 zijn hiervoor algemene waarden opgenomen. Deze waarden hebben echter een grote bandbreedte. Het is daarom wenselijk om onder de leerlingen een enquête uit te voeren over de manier waarop zij naar school komen. Zo wordt een voor de school specifieke oplossing aangedragen. In tabel 3 zijn ook nog enkele aanvullende reductiefactoren opgenomen ten behoeve van de berekening van de parkeerbehoefte voor Kiss & Ride.
5
Tabel 2:
Percentages leerlingen dat met de auto wordt gebracht en gehaald
Groep
% dat met de auto wordt gebracht en gehaald
1 t/m 3
30 – 60%
4 t/m 8
5 – 40%
kinderdagverblijf
50 – 80%
Reductiefactor parkeerduur 0,5 (gemiddeld 10 minuten in een periode van 20 minuten) 0,25 (gemiddeld 2,5 minuten in een periode van 10 minuten) 0,25 (gemiddeld 15 minuten in een periode van 60 minuten
Reductiefactor aantal kinderen per auto 0,75
0,85
0,75
3.4. Invaliden Voor het aantal parkeerplaatsen voor invalidenvoertuigen geldt de algemene richtlijn dat bij publieke voorzieningen (bioscoop, bibliotheek, gemeentehuis et cetera) minimaal 5% van de parkeerplaatsen algemene gehandicaptenparkeerplaatsen moeten zijn. Voor openbare gebouwen, voor bestemmingen die voor mensen met een handicap toegankelijk zijn en voor aangepaste woningen moet ten minste 1 aangepaste parkeerplaats op minder dan 50 meter van de bestemming aanwezig zijn. Voor grotere parkeerterreinen geldt dat er 1 aangepaste parkeerplaats per 50 gewone parkeerplaatsen gerealiseerd dient te worden. De werkelijke parkeervraag voor gehandicapten kan worden bepaald door monitoring en/of overleg met de gehandicaptenorganisaties.
3.5. Fietsers Ook voor het aantal benodigde fietsparkeervoorzieningen zijn in de landelijke richtlijnen kencijfers beschikbaar. Voor het fietsparkeren is dit beschreven in de publicatie “Leidraad fietsparkeren” CROW, publicatie 291 [december 2010]. De fietsparkeerkencijfers opgenomen in de publicatie dienen als uitgangspunt voor het bepalen van de parkeervraag voor fietsers.
6
Bijlagen
Bijlage 1:
Parkeernormen hoofdfunctie wonen voorziening
stedelijke zone centrum
schil/overloopgebied
rest bebouwde kom
eenheid
aandeel bezoekers
opmerking
WONEN woning duur
1,6
1,8
2,1
woning
0,3 pp.
woning midden
1,4
1,7
1,8
woning
0,3 pp.
woning goedkoop
1,2
1,4
1,5
woning
0,3 pp.
serviceflat/aanleunwoning
0,4
0,4
0,4
woning
0,3 pp.
kamer verhuur
0,4
0,4
0,4
woning
0,2 pp.
zelfstandige woning met beperkte zorgvoorzieningen
Bijlage 2:
Parkeernormen hoofdfunctie winkel stedelijke zone voorziening centrum
schil/overloopgebied
eenheid
aandeel bezoekers
opmerking
85%
1 arbeidsplaats = 40 m2 bvo
rest bebouwde kom WINKELEN
wijk-, buurt- en dorpscentra, supermarkt
3,0
3,0
3,0
100 m2 bvo
bouwmarkt/tuincentrum/kringloopwinkel
-
2,2
2,2
100 m2 bvo
showroom (auto's, keukens, meubels, caravans)
1,0
1,2
1,6
100 m2 bvo
35%
1 arbeidsplaats = 30-50 m2 bvo
grootschalige detailhandel
-
6,5
6,5
100 m2 bvo
85%
1 arbeidsplaats = 40 m2 bvo
0,18
0,18
0,18
1 m kraam
85%
1 m marktkraam = 6 m2 bvo (indien geen parkeren achter kraam dan + 1,0 pp per standhouder)
(week)markt
Bijlage 3:
Parkeernormen hoofdfunctie werken
stedelijke zone voorziening centrum
schil/overloopgebied
eenheid
aandeel bezoekers
opmerking
rest bebouwde kom WERKEN
(commerciële) dienstverlening
2,3
2,8
3,0
100 m2 bvo
20%
1 arbeidsplaats = 25-35 m2 bvo
kantoren (kantoren zonder baliefunctie)
1,2
1,5
1,7
100 m2 bvo
5%
1 arbeidsplaats = 25-35 m2 bvo
0,5
0,6
0,8
100 m2 bvo
5%
1 arbeidsplaats = 30-50 m2 bvo
1,2
1,7
2,5
100 m2 bvo
5%
1 arbeidsplaats = 25-35 m2 bvo
0,8
0,8
0,8
100 m2 bvo
10%
1 arbeidsplaats = 25-35 m2 bvo
arbeidsexentesieve/bezoekersextensieve bedrijven (loods, opslag, transportbedrijf) arbeidsintesieve/bezoekersextensieve bedrijven (industrie, laboratorium, werkplaats) bedrijfsverzamelgebouw
Parkeernormen hoofdfunctie leisure
Bijlage 4:
stedelijke zone voorziening centrum
schil/overloopgebied
eenheid
aandeel bezoekers
rest bebouwde kom
opmerking
LEISURE café/bar/discotheek/cafetaria
5,0
5,0
6,0
100 m2 bvo
90%
restaurant
10,0
10,0
14,0
100 m2 bvo
80%
evenementenhal/beursgebouw/congresgebouw
4,0
5,0
6,0
100 m2 bvo
99%
museum/bibliotheek
0,5
0,7
1,0
100 m2 bvo
95%
bioscoop/theater/schouwburg
0,2
0,2
0,3
zitplaats
jachthaven
0,5
0,5
0,5
ligplaats
themapark/pretpark
4,0
4,0
4,0
ha. netto terrein
99%
overdekte speeltuin/-hal
3,0
3,0
3,0
100 m2 bvo
90%
cultureel centrum/wijkgebouw
2,0
2,0
2,0
100 m2 bvo
90%
sporthal (binnen)
1,7
2,0
2,5
100 m2 bvo
95%
gymlokalen met alleen schoolfunctie hebben geen extra parkeervraag, bij sporthal met wedstrijdfunctie: +0,1-0,2
stedelijke zone voorziening centrum
schil/overloopgebied
eenheid
aandeel bezoekers
opmerking
exclusief kantine, kleedruimte, oefenveldje en toiletten
rest bebouwde kom LEISURE
sportveld (buiten
13,0
13,0
13,0
ha. netto terrein
95%
dansstudio/sportschool
3,0
3,0
4,0
100 m2 bvo
95%
squashbanen
1,0
1,0
1,0
baan
90%
tennisbanen
2,0
2,0
2,0
baan
90%
golfbaan
-
-
6,0
hole
95%
bowlingbaan/biljartzaal
1,5
1,5
1,5
baan/tafel
95%
stadion
0,04
0,04
0,04
zitplaats
99%
zwembad
8,0
9,0
10,0
100 m2 opp. bassin
90%
manege
-
-
0,3
box
90%
Bijlage 5:
Parkeernormen hoofdfunctie gezondheidszorg
stedelijke zone voorziening
eenheid centrum
schil/overloopgebied
rest bebouwde kom
aandeel bezoekers
opmerking
GEZONDHEIDSZORG ziekenhuis
1,5
1,5
1,5
bed
bij vaste bezoektijden bovengrens hanteren
verpleeg/verzorgingstehuis
0,5
0,5
0,5
wooneenheid
60%
inclusief personeel
arts/maatschap/kruisgebouw/therapeut
1,5
1,5
1,5
behandelkamer
65%
met minimum van 3 pp per praktijk
apotheek
1,7
1,7
1,7
100 m2 bvo
Bijlage 6:
Parkeernormen hoofdfunctie onderwijs stedelijke zone voorziening
eenheid centrum
schil/overloopgebied
rest bebouwde kom
aandeel bezoekers
opmerking
ONDERWIJS beroepsonderwijs (MBO, ROC, WO, HBO)
20,0
20,0
20,0
collegezaal
totale parkeervraag = collegezalen + leslokalen (collegezaal = circa 150 zitplaatsen)
voorbereidend beroepsonderwijs (VWO, HAVO, VMBO)
0,5
0,5
0,5
leslokaal
leslokaal = circa 30 zitplaatsen
avondonderwijs
0,5
0,5
0,5
student
basisonderwijs
0,5
0,5
0,5
leslokaal
leslokaal = circa 30 zitplaatsen, (exclusief kiss & ride)
creche/peuterspeelzaal/kinderdagverblijf
0,6
0,6
0,6
arbeidsplaats
arbeidsplaats = maximaal gelijktijdig aanwezig aantal werknemers (exclusief kiss & ride)
Bijlage 7:
Parkeernormen hoofdfunctie overig
stedelijke zone voorziening
eenheid centrum
schil/overloopgebied
rest bebouwde kom OVERIG
hotel
0,5
0,5
0,5
kamer
volkstuin
0,3
0,3
0,3
perceel
religiegebouw
0,1
0,1
0,1
zitplaats
begraafplaats/crematorium
15,0
15,0
15,0
gelijktijdige begravenis/crematie
aandeel bezoekers
opmerking
Stationsstraat 9-11 Heerde vastgesteld
Bijlage 2
Beeldkwaliteitsplan
BJZ.nu Bestemmingsplannen
57
B E E L D KWA L I T E I T P L A N
S TAT I O N S S T R A AT 9 - 1 1 , H E E R D E 9-12-2021 P3591.01
INLEIDING Inleiding
1
De Stationsstraat 9 - 11 is gelegen in de kern van Heerde. Het plangebied wordt aan de achterzijde begrensd door de Brinklaan. Momenteel is het plangebied in gebruik als winkelpand met werkplaats en parkeerplaats. De initiatiefnemer is voornemens de bestaande bebouwing te amoveren en nieuwbouw op het plangebied te ontwikkelen. Ten behoeve van deze herontwikkeling wenst de gemeente Heerde een beeldkwaliteitplan waaraan het plan getoetst kan worden. In dit document wordt kort de context toegelicht, waarna de beoogde kwaliteit voor deze herontwikkeling wordt beschreven aan de hand van beeldkwaliteitscriteria. De criteria worden vervolgens ruimtelijk weergegeven, waarna een aantal sfeerbeelden van de bebouwing en de buitenruimte volgen. Doel beeldkwaliteitplan
2
2
Een beeldkwaliteitplan is een document dat dient ter inspiratie en toetsing. Architecten, ontwerpers, kopers/huurders en andere betrokkenen kunnen in het beeldkwaliteitplan lezen wat het beoogde ruimtelijk beeld is. Zowel de richtlijnen met betrekking tot de inrichting van de openbare ruimte als de architectuur worden beschreven. Het beeldkwaliteitplan is geen keurslijf. Er is ruimte voor interpretatie, maar afwijken van het beschreven beeld moet gemotiveerd worden. Het beeldkwaliteitplan gaat in op de onderlinge relatie tussen de stedenbouwkundige opzet van de wijk, de bebouwing en de inrichting van de openbare ruimte.
3
4
5
BESTAANDE SITUATIE
Brink laa
n
1:250
Sta tion
sstr aat
5
4
2 3
1
3
CONTEXT Context De locatie is gelegen in de kern van Heerde. De Stationsstraat is één van de dorpslinten waarlangs Heerde is gegroeid. Het bebouwingsbeeld is divers en kleinschalig. De westzijde en oostzijde van de weg hebben in hun bebouwingsbeeld een subtiel verschil. De westzijde van de Stationsstraat lag lang met zijn rug richting het toenmalige spoor. Het kenmerkte zich door grotere percelen dan aan de oostzijde van de weg. De oostzijde had historisch gezien een hogere bebouwingsdichtheid en een kleinschaliger verkavelingsbeeld. Dit is in het huidige straatbeeld nog te zien. De westzijde heeft op delen een meer gefragmenteerd en ook steniger straatbeeld. Met name ter plaatse van het plangebied is dit zichtbaar. De winkel heeft een gevelbeeld dat detoneert met het historische bebouwingsbeeld, mede veroorzaakt door de winkelpui die het verticale gevelbeeld verstoort. Het voor- en achtererf zijn volledig verhard en ook dit werkt verstorend op het straatbeeld.
4
De westzijde van de Stationsstraat kenmerkt zich door een grotere variatie in bouwmassa en rooilijn van de bebouwing. Ter plaatse van het plangebied versmalt het straatprofiel doordat de rooilijn dicht op de weg ligt. De bouwvolumes van de omringende bebouwing aan de westzijde van de weg varieert van 1 laag met een kap voor de oudere gebouwen tot 2 lagen met een (forse) kap voor gebouwen die meer recentelijk zijn gerealiseerd waaronder het appartementencomplex ten zuiden van het plangebied.
Heerde ca. 100 jaar geleden
Westzijde Stationsstraat; grotere percelen dan t.o.v. oostzijde, gefragmenteerd en steniger
Oostzijde Stationsstraat; hogere bebouwingsdichtheid, kleinschaliger verkavelingsbeeld
Massa’s en rooilijnen; westzijde grotere massa’s en verspringende rooilijn, oostzijde kleinere massa’s en relatief rechte rooilijn
CRITERIA Situering
Kleur- en materiaalgebruik
•
• • •
• • •
De nieuwbouw sluit aan bij de parcellering (korrelgrootte) van de bebouwing in de omgeving. Deze bedraagt ca. 8 a 9 meter. Bedrijfsbebouwing en bijgebouwen staan op het achtererf. Verspringingen in de rooilijn blijven binnen de uitersten van de naastgelegen bebouwing. Het overwegend half open bebouwingbeeld van herkenbare individuele panden wordt in stand gehouden. Hiertoe wordt aan straatzijde een minimale afstand van 2 meter aangehouden tussen de zijgevel en de zijdelingse perceelgrens.
• • •
Massa en vorm • • • • •
•
De massa en vorm van nieuwbouw zijn zorgvuldig ingepast tussen de bestaande bebouwing. De bouwhoogte bedraagt maximaal twee lagen met daarop een kap. Mogelijke kapvormen zijn het zadeldak, mansardekap of schilddak. De bestaande samenhang en afwisseling in de vormgeving van de kappen in de omgeving blijven gehandhaafd. De parcellering (breedte van samenhangende delen) van bebouwing aan straatzijde bedraagt maximaal 9 meter, dit is te zien in de gevelindeling, vorm van de kap en/of geleding van de gevel. Bebouwing aan straatzijde onderscheidt zich van bebouwing op het achtererf. Een goede benadering kan zijn om hiervoor de referentie van woning en schuur/deel (agrarisch) of woning en schuur/loods (ambacht) te gebruiken. Buitenruimte aan straatzijde bevindt zich binnen de omlijsting van de gevel.
Gevels • • • •
De gevelindeling afstemmen op de voorkomende parcellering en gevelbreedtes. Er is sprake van een verticale geleding, met een onderscheidende vormgeving tussen begane grond en verdiepingen, in architectonische samenhang. De plaatsing en behandeling van de hoofdentree heeft bijzondere aandacht verkregen. Er wordt natuurinclusief gebouwd. Voorzieningen worden getroffen, in overleg met een ecoloog, voor insecten, vleermuizen en vogels.
•
Gevels aan straatzijde bestaan in hoofdzaak uit baksteen. Voor de daken worden donkere of rode dakpannen toegepast. Sterke kleurcontrasten worden vermeden, zowel in de gevels van het gebouw zelf als met de omgeving van het gebouw. De kleuren van dakpannen en gevels zijn op elkaar afgestemd. Glas, spiegelende oppervlakken, kunststof en plaatmateriaal worden in principe niet toegepast bij beplating van gevels van bebouwing aan straatzijde. Op het achtererf kunnen alternatieve materialen toegepast worden teneinde het onderscheid tussen voor- en achter te laten zien. Hierbij kan gedacht worden aan hout- of plaatmateriaal, passend bij de schuur of loods typologie. Het toegepaste materiaal is hoogwaardig, kleuren zijn gedekt of zwart. Geen felle kleuren of spiegelende materialen. Groene gevels worden toegepast om bij te dragen aan een vriendelijk en groen beeld van het achterterrein. Daarnaast bevorderd een variatie aan klimplanten de biodiversiteit.
Inrichting en terrein • • • • • • •
Bergingen en overige utilitaire ruimten maken bij voorkeur deel uit van het hoofdvolume. Parkeren gebeurt op het achtererf. Verharding wordt zoveel mogelijk beperkt. Aan de zijde van de Stationsstraat wordt een groen voorerf gerealiseerd, met een lage haag op de perceelgrens. De toerit naar het achtererf/parkeerterrein wordt zo smal mogelijk gehouden en bij voorkeur in waterdoorlatende verharding. Een groene oogopslag is gewenst. De randen van het terrein worden beplant met hagen, heester of klimplanten. Dit geeft het geheel een groene uitstraling en is bevorderlijk voor de biodiversiteit. Bergingen die zich buiten het hoofdvolume bevinden worden deels groen bekleed en krijgen een groendak.
5
RUIMTELIJKE WEERGAVE CRITERIA 1:250
2m
Bergingen onderdeel van hoofdvolume of tegen de perceelsgrenzen met groendak max. 2 lagen met kap
Complex minimaal 2m uit perceelsgrens
8à9
m
Lage haag voorzijde
1
2
14
15
21
16
17
18
19
20 3
4
5
Tweedeling gebouw ter hoogte van hoofdentree Parcellering door middel van gevegeleding
m
13
8à9
12
3m
11
6
22
Verbijzondering hoofdentree Rooilijn verspringing, tussen rooilijnen van naastgelegen percelen in Smalle toerit van 3m 3 leibomen bij Stationsstraat 7
6 7
8
9
Erfverharding met parkeren op grasbetonsteen (2,4m breed per pp) 10 Groene randen rondom (heesters, hagen, klimplanten, bomen)
SFEERBEELDEN BEBOUWING VOORZIJDE • • • •
Parcellering van maximaal 9 meter, dit is te zien in de gevelindeling, vorm van de kap en/of geleding van de gevel; Verticale geleding; Bestaat in hoofdzaak uit baksteen; Glas, spiegelende oppervlakken, kunststof en plaatmateriaal worden niet toegepast;
7
ACHTERZIJDE • • •
Hout- of plaatmateriaal, passend bij de schuur of loods typologie; Hoogwaardig materiaal; Kleuren zijn gedekt of zwart (geen felle kleuren of spiegelende materialen)
SFEERBEELDEN BUITENRUIMTE KLINKERVERHARDING EN BETONSTEEN
GEVELGROEN 8
HEESTERBEPLANTING
BERGINGEN