Zes katernen met achtergrondinformatie - RES 1.0 Noord-Holland Zuid.pdf
Tekst van het document
informatie en het participatietraject. Met name de samenvattende overzichtskaarten geven een helder en duidelijk beeld voor de lezer waar en welke opwekking kan plaatsvinden. In deze concept-RES zijn grotendeels de stappen 1 t/m 4 van het eerdergenoemde stappenplan doorlopen: beschrijving van doelen, belemmeringen- en kansenkaart, afbakening van gebieden en in beeld brengen van omgevingseffecten. In de concept-RES zijn de warmteopgave en energie-infrastructuuropgave benoemd en voor een beperkt deel uitgewerkt. Verdere uitwerking zal later plaatsvinden. De Commissie gaat in het advies daarom voor deze onderdelen niet in op de vraag of de voorliggende informatie van voldoende kwaliteit is. 2. Vooruitkijken: milieu-informatie voor de RES 1.0. Er is al veel milieu-informatie beschikbaar. Voor het toewerken naar de RES 1.0 beveelt de Commissie aan om voor een aantal onderdelen nadere verkenningen te doen, met name voor landschap, leefbaarheid en natuur. Zo kan een goede afweging worden gemaakt voor de definitieve vaststelling van de RES 1.0. Daarbij vraagt de Commissie extra aandacht voor: • de cumulatieve effecten; • de samenhang tussen de zoekgebieden en deelregio’s; • de relatie met aangrenzende regio’s.
MER en milieueffecten
Ook adviseert de Commissie in het vervolgtraject enkele samenhangende alternatieven te onderzoeken voor de gehele RES-regio en die te vergelijken qua milieueffecten, zoals beschreven in de stappen 5 en 6 uit haar stappenplan. Hiervoor doet zij in paragraaf 3.2 van dit advies suggesties voor mogelijke alternatieven. Deze alternatievenvergelijking is relevant als onderbouwing voor de te maken afwegingen over zoekgebieden in de RES 1.0 en/of latere omgevingsbesluiten. Hiermee kan tegelijkertijd ook beter beoordeeld worden of de gemaakte keuzes in de concept-RES, waarbij draagvlak een belangrijke rol speelde, ook vanwege de eisen voor leefomgevingskwaliteit en natuur overal houdbaar (uitvoerbaarheid) zullen zijn. 3. Proces en milieu-informatie vervolgbesluiten na de RES 1.0 Hoofdstuk 4 gaat in algemene zin in op het detailniveau van de milieuinformatie van besluiten na de RES 1.0, zoals omgevingsvisies of omgevingsbesluiten. Ook geeft de Commissie de aanbeveling om een beeldkwaliteitsplan te ontwikkelen voor de inpassing van zonneparken in het landschap.
Noord-Holland Zuid
11 210421 Achtergrondinformatie - RES 1.0 Noord-Holland Zuid 30 / 214
Terug naar startpagina
4. Opvolging van het advies van de Commissie m.e.r. Het advies van de Commissie m.e.r. op basis van de conceptRES gaat in op de volgende dertien punten: 1. Rol participatie en afwegingen zoekgebieden zon en wind. 2. Beoordeling van de geschiktheid vanuit milieuoogpunt. 3. Samenhang met aangrenzende regio’s. 4. Samenhangende alternatieven en cumulatieve milieugevolgen. 5. Referentiepunt milieuonderzoek. 6. Aandachtspunten leefbaarheid en hinder.
7. Natuur. 8. Natura 2000. 9. Migratie vogels en vleermuizen. 10. Landschap. 11. Aanbevelingen Regionale Structuur Warmte. 12. Beeldkwaliteitsplan zonneparken. 13. Innovatieve toepassingsmogelijkheden zon.
De Commissie adviseert bij de RES 1.0 de (milieu)afwegingen en -onderzoeken die hierbij een rol hebben gespeeld, stapsgewijs te beschrijven zodat voor zowel besluitvormers als belanghebbenden duidelijk is op welke (milieu)gronden zoekgebieden zijn geselecteerd of juist afgevallen.
onder andere opgenomen: de status van het zoekgebied, een beschrijving van de locatie(s), (potentieel) opwekkingsvermogen, de stappen van participatie, uitgangspunten voor lokaal eigendom, de technische mogelijkheden van de bestaande energie-infrastructuur, een overzicht van alle geldende beperkingen en beleidskaders met betrekking tot landschap, natuur en milieu, het grondeigendom, en welke andere belangen eventueel in het geding zijn. Het gebiedspaspoort is een dynamisch document en zal gedurende de verdere concretisering van een zoekgebied worden geactualiseerd. Daarnaast heeft Energieregio Noord-Holland Zuid als uitgangspunt een open en transparante informatievoorziening. Alle informatie en (tussen)producten uit het RES-proces zijn in te zien op de website energieregio NoordHolland Zuid. Aanvullend daarop heeft Energieregio Noord-Holland Zuid samen met de provincie Noord-Holland - mede naar aanleiding van het advies van de Commissie m.e.r. over de navolgbaarheid - twee online platforms ontwikkeld:
Voor alle zoekgebieden, zoals deze zijn opgenomen in de RES 1.0, is (wordt) een gebiedspaspoort opgesteld. Dit gebiedspaspoort bevat informatie, een technische beschrijving van het zoekgebied en de gemaakte keuzes. Hierin worden
• De RES-viewer, die enerzijds een totaaloverzicht geeft van alle zoekgebieden die vastgesteld zijn door het bevoegd gezag. Anderzijds is per zoekgebied de informatie uit het gebiedspaspoort in te zien. Ook is het mogelijk om andere
Hieronder is aangegeven hoe hier opvolging aan gegeven is in (de stappen naar) de RES 1.0. Of wordt aangegeven hoe er op een later moment invulling gegeven kan worden aan het advies.
1. Rol participatie en afwegingen zoekgebieden zon en wind.
MER en milieueffecten
Noord-Holland Zuid
12 210421 Achtergrondinformatie - RES 1.0 Noord-Holland Zuid 31 / 214
Terug naar startpagina
kaartlagen (beleid en informatie) zichtbaar te maken, zodat duidelijk is hoe de zoekgebieden zich verhouden tot deze kaartlagen. • Een storymap waarin elke processtap tot aan de RES 1.0 is uitgelegd. Hoe is invulling gegeven aan iedere stap en tot welke producten heeft elke stap geleid? Hoe is gekomen tot de gemaakte keuzes? Hoe is de samenleving daarbij betrokken? Welke data en informatie zijn daarvoor gebruikt?
2. Beoordeling van de geschiktheid vanuit milieuoogpunt. De Commissie adviseert om bij de RES 1.0 samen te vatten waarom de onderzochte locaties en gebieden voor windturbineparken en zonneparken vanuit milieuoogpunt al dan niet geschikt zijn. Leg dit overzicht naast de concept-RES om mogelijke milieuaandachtspunten en knelpunten tijdig in beeld te hebben. Ruimtelijke inpassing (waaronder milieueffecten) is een van de vier aspecten van het landelijke afwegingskader voor de RES. De andere drie aspecten (kwantiteit, systeemefficiëntie en maatschappelijk en politiek-bestuurlijk draagvlak) bepalen ook de geschiktheid van zoekgebieden.
Voor de zoekgebieden die gewijzigd zijn opgenomen in de RES 1.0 ten opzichte van de concept-RES zijn de effectbeoordelingen natuur, landschap, ruimtegebruik en hinder waar relevant geactualiseerd. De effectbeoordeling wordt gebruikt in de gesprekken over de zoekgebieden, en wordt opgenomen en bijgehouden in de gebiedspaspoorten. De concretisering van de zoekgebieden is een continu proces, waarbij de gemaakte keuzes worden geborgd in omgevingsbeleid. Milieuaandachtspunten zijn dus continu onderdeel van de nadere uitwerking van de zoekgebieden. Bij de besluitvorming over het omgevingsbeleid wordt de geschiktheid onderbouwd.
3. Samenhang met aangrenzende regio’s. De Commissie adviseert om voor de RES 1.0 te kijken naar de samenhang in de beoordeling van de milieueffecten tussen de zes deelregio’s, en te onderzoeken welke cumulatieve effecten kunnen optreden. Geef tevens aan welke afstemming en/of welke afspraken zijn gemaakt met aangrenzende regio’s. Afstemming met aangrenzende RES-regio’s In het proces om te komen tot de RES 1.0 wordt door de RES-regio gekeken naar de samenhang tussen de deelregio’s, maar ook
MER en milieueffecten
over de grenzen van de RES-regio heen. Meerdere RES-regio’s grenzen aan het Groene Hart. Vanuit het ministerie van Buitenlandse Zaken is voor dit gebied een aantal workshops over landschapskwaliteiten en de impact van te maken keuzes in de RES’en georganiseerd. Hieraan hebben verschillende ambtelijke disciplines vanuit alle betrokken RES-regio’s deelgenomen. Ook hebben de drie Provinciaal Adviseurs Ruimtelijke Kwaliteit (PARK’s) van de betrokken provincies een gezamenlijk advies uitgebracht over het Groene Hart. Dit hebben zij gedaan na een verzoek daartoe vanuit het Bestuurlijk Platform Groene Hart. Dit bestuurlijk platform heeft de drie PARK’s gevraagd om op basis van de concept-RES’en van de zeven regio’s die (deels) in het Groene Hart liggen aan te geven hoe de zoekgebieden zich verhouden tot de kwaliteiten van het gebied en waar kansen liggen om de verschillende RES-plannen op elkaar af te stemmen, zodat deze elkaar versterken.
Het gezamenlijk advies van de PARK’s vindt u in het document Regionale Energiestrategieën en het Groene Hart
Een ander gebied dat gedeeltelijk in de RES-regio Noord-Holland Zuid ligt is het IJsselmeer. Daarom vindt er afstemming plaats met deze RES-regio’s en andere betrokken stakeholders. In de ‘buur’-RESregio Noord-Holland Noord worden de mogelijkheden van energieopwekking op het IJsselmeer onderzocht. Eventuele effecten van deze mogelijkheden worden binnen de Noord-Holland Zuid
13 210421 Achtergrondinformatie - RES 1.0 Noord-Holland Zuid 32 / 214
Terug naar startpagina
vijf RES-regio’s besproken en ingebracht in het Bestuurlijk Platform IJsselmeergebied.
4. Samenhangende alternatieven en cumulatieve milieugevolgen. De Commissie adviseert om voor de afwegingen in de RES 1.0 en/of latere omgevingsbesluiten enkele samenhangende alternatieven op het niveau van de gehele RES-regio te ontwikkelen en zowel onderling als met de concept-RES te vergelijken. Deze vergelijking geeft inzicht in de cumulatieve milieugevolgen en draagt verder bij aan de onderbouwing van de haalbaarheid van gemaakte keuzes. Het gezamenlijk advies van de PARK’s vindt u in het document Regionale Energiestrategieën en het Groene Hart
Voor een toelichting op het doel en de aanpak van de georganiseerde thematafels, zie katern Thematafels
Scenario’s per deelregio In stap 2 van het RES-proces zijn per deelregio drie scenario’s voor de opwekking van duurzame energie ontwikkeld. De scenario’s zijn te zien als alternatieven en zijn op een vergelijkbare wijze tot stand gekomen en beoordeeld. Van alle scenario’s zijn de effecten op natuur, landschap en ruimtegebruik en hinder beoordeeld aan de hand van de criteria uit het beoordelingskader. De scenario’s zijn in vele regionale en lokale participatiebijeenkomsten besproken. Uit de discussie over de scenario’s kwamen knelpunten, leerpunten en spanningen naar voren, maar ook kansen voor de regio. Deze input is verwerkt in de concept-RES.
Het ontwikkelen van nieuwe regionale scenario’s na oplevering van de conceptRES zou geen recht doen aan de uitkomst van het participatieproces. Wel worden bij de uitwerking van de zoekgebieden verschillende varianten onderzocht. Daarbij wordt rekening gehouden met de samenhang met andere zoekgebieden. Alternatief ruimtelijke samenhang Ruimtelijke samenhang is een veelgenoemd thema in de gesprekken met de overheden en partners in het RES-proces. Het gaat dan om de vraag hoe individuele RESzoekgebieden zich tot elkaar verhouden. En of er gekomen kan worden tot samenhangende ontwerpkeuzes op een (boven)regionaal niveau, rekening houdend met ruimtelijke aspecten (als: landschap, natuur, landbouw, recreatie, netinfrastructuur). Naast de Commissie m.e.r. vragen ook de Provinciaal Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit (PARK) en de provinciale Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling (ARO) aandacht voor de samenhang en cumulatieve effecten tussen de RES-zoekgebieden. Daarom is in aanloop naar de RES 1.0 de thematafel ‘ruimtelijke samenhang’ georganiseerd. In de bijeenkomsten rondom deze thematafel stonden de volgende vragen centraal:
MER en milieueffecten
• Hoe kunnen we, met de concept-RESkaart als vertrekpunt, verdere stappen zetten op het gebied van ruimtelijke samenhang en kwaliteit? Welke ontwerpvraagstukken zien we in de regio(s)? • Voor welke (zoek)gebieden is behoefte aan gezamenlijke, (boven)regionale uitgangspunten voor het ontwikkelen, vormgeven en inpassen van energie in het landschap? En hoe zien die uitgangspunten er uit?
De provincie Noord-Holland heeft de organisatie van de thematafel ‘ruimtelijke samenhang’ op zich genomen. In opdracht van de provincie heeft een onafhankelijk ontwerpconsortium in de zomer van 2020 een eerste reflectie gegeven op de RESzoekgebieden, waarbij bovenstaande vraag centraal stond. De reflectie vormde input voor de eerste thematafel ‘ruimtelijke samenhang’. Deze vond plaats op 3 september 2020. Een onafhankelijk ontwerpconsortium presenteerde hier zijn inzichten. Een breed gezelschap van RES-partners (betrokken overheden en stakeholders) was aanwezig. Tijdens deze eerste thematafel zijn de volgende conclusies getrokken:
De uitkomsten leest u terug in het document RES Noord-Holland - Reflectie ruimtelijke kwaliteit.
Noord-Holland Zuid
14 210421 Achtergrondinformatie - RES 1.0 Noord-Holland Zuid 33 / 214
Terug naar startpagina
• Het is goed om te beschouwen hoe de lokaal opgehaalde zoekgebieden zich tot elkaar verhouden. • Een zekere clustering binnen de nu nog globale zoekgebieden is zinnig. • Te veel spreiding van de energieopwek is een risico en dit kan vooral het geval zijn bij de (veel ingetekende) ‘energie langs infra’. • Regionale afspraken zouden kunnen helpen in het versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Een provinciale rol hierop wordt logisch gevonden. Tegelijkertijd moet goed rekening gehouden worden met de politiek-bestuurlijke en maatschappelijke realiteit in de zoekgebieden. Naar aanleiding van de bovengenoemde aandachtspunten zijn ontwerptrajecten gestart voor een aantal gebieden die voldeden aan een of meerdere van de volgende criteria: • Zoekgebieden (of clusters van zoekgebieden) met een deelregiooverstijgend karakter. • Potentiële voorbeelden/iconen op het gebied van meervoudig ruimtegebruik. • Potentiële locaties voor grootschalige energieopwek. Op basis van deze criteria zijn de volgende gebieden geselecteerd voor het vervolgontwerptraject: 1. Zijpepolder en Noordhollandsch Kanaal.
2. A9 en omgeving. 3. A7 en omgeving. 4. Zon in West-Friesland. 5. IJsselmeergebied. 6. Noordzeekanaalgebied (NZKG). 7. Diemerscheg. 8. Zonne-carré Haarlemmermeer. 9. A4-A44-zone Haarlemmermeer. 10. Greenports. Het vervolgontwerptraject vond plaats in de periode oktober 2020 – februari 2021. Voor elk geselecteerd gebied zijn ateliers georganiseerd, waaraan de betrokken overheden en stakeholders hebben deelgenomen. Het doel van de ontwerptrajecten was om te komen tot slimme, samenhangende en inspirerende ontwerpkeuzes. Waar mogelijk zijn de uitkomsten vastgelegd in bestuurlijke afspraken. Naast de bijdrage aan ruimtelijke samenhang en kwaliteit, is dit ontwerptraject ook input geweest voor de nadere concretisering van zoekgebieden. Ruimtelijke samenhang is een van de onderdelen van het gebiedspaspoort van een zoekgebied.
In alle effectbeoordelingen in de verschillende stappen (zoals bij de scenario’s, de zoekgebieden in de concept-RES en de concretisering van zoekgebieden) is de effectbeoordeling uitgevoerd aan de hand van het beoordelingskader. Daarbij is de huidige milieusituatie als referentiepunt gebruikt. Deze situatie is beschreven in het fotodocument en tijdens de concretisering van zoekgebieden waar relevant verfijnd op het schaalniveau van het betreffende zoekgebied.
6. Aandachtspunten leefbaarheid en hinder. De Commissie beveelt aan om in de volgende fase op een kwalitatief niveau de cumulatieve gevolgen voor de leefbaarheid in beeld te brengen. Zo kunnen er bijvoorbeeld gebieden zijn waar al (grote) hinder wordt ervaren door andere activiteiten (verkeer, luchtvaart, industrie/havens). Door in beeld te brengen welke gebieden dit zijn en wat de bijdrage zal zijn van de plannen op de totale hinder, kan hiermee rekening worden gehouden in een volgend stadium. Dit kan bijvoorbeeld in beeld worden gebracht aan de hand van geluidkaarten van het gebied.
5. Referentiepunt milieuonderzoek. De Commissie adviseert om de milieuvergelijking van de alternatieven af te zetten tegen de huidige milieusituatie.
MER en milieueffecten
In de fotodocumenten zijn per deelregio de ruimtelijke beperkingen (onder andere wettelijke normen voor veiligheid en Noord-Holland Zuid
15 210421 Achtergrondinformatie - RES 1.0 Noord-Holland Zuid 34 / 214
Terug naar startpagina
hinder) geïnventariseerd. Vervolgens zijn per deelregio in de verschillende scenario’s de effecten, onder andere op ruimtegebruik en hinder, in beeld gebracht. De toetsing van de zoekgebieden voor de leefomgevingskwaliteit vraagt om lokaal maatwerk. Daarom worden bij de verdere uitwerking van de zoekgebieden de effecten op de leefomgevingskwaliteit op lokaal niveau nader onderzocht. Hierbij wordt, onder andere aan de hand van alternatieven en met belanghebbenden, gezocht naar een optimalisatie vanuit effecten op de leefomgeving. Daarbij zal ook gekeken worden naar de cumulatie van effecten op de leefomgeving. De uitkomsten van deze onderzoeken worden meegenomen in de onderbouwing bij (lokale) besluitvorming over het omgevingsplan of de omgevingsvergunning.
Hotspotkaart ecologie Een complete hotspotkaart voor heel NoordHolland is (nog) niet beschikbaar. Bij de concretisering van de zoekgebieden (waar natuurwaarden aanwezig zijn) zou dit voor een specifiek gebied gemaakt kunnen worden. Daarbij kan gebruik gemaakt worden van bestaande kaartlagen, zoals de Nationale Databank Flora en Fauna en Weidevogel tellingen (noord-holland.nl) en vogelvlieg- en -trekroutes en vleermuisroutes.
7. Natuur.
Handreiking ‘ontwikkelprincipes zonne- en windenergie’ (natuur en leefomgeving) Naar aanleiding van de ontvangen reacties en wensen en bedenkingen op de conceptRES, over de effecten op de natuur en leefomgeving, is er een thematafel ‘ontwikkelprincipes zonne- en windenergie’ georganiseerd (zie ook katern Thematafels). De onderzoeksvraag van deze thematafel was: welke algemene (ruimtelijke) voorwaarden willen we toepassen voor het ontwikkelen
De Commissie beveelt aan om bij de verdere inperking van zoekgebieden naar locaties voor de opwekking van windenergie en zonneenergie te werken met hotspotkaarten die (agrarische) gebieden met hogere ecologische waarden indiceren.
In opdracht van het Nationaal Programma RES is er een GIS-kaart met vogeltreken -vliegroutes opgesteld. Deze kaart is toegevoegd aan de RES-viewer van Noord-Holland. Door deze kaart over de zoekgebieden te leggen ontstaat gedetailleerder inzicht. Dit helpt bij de verdere uitwerking van de zoekgebieden.
MER en milieueffecten
van zon- en windprojecten in NoordHolland? Daarbij gaat het specifiek om ontwikkelprincipes voor: • De leefomgeving. • De natuur. Wat zijn de voorwaarden/ uitgangspunten om de balans tussen natuur en energie te vinden? De thematafel heeft geleid tot een handreiking Ontwikkelprincipes zonne- en windenergie, met daarin de geldende wetgeving (verplicht) en bestaande leidraden (wat is aanvullend nog mogelijk). Deze handreiking dient als instrument voor de nadere concretisering van de zoekgebieden.
De handreiking Ontwikkelprincipes zonne- en windenergie vindt u op de website van Energieregio NHZ.
Samen met de betrokken overheden en stakeholders (onder andere natuuren landschapspartijen, bedrijfsleven, Veiligheidsregio, vertegenwoordigers van bewonersgroepen) zijn de onderzoeksvragen verkend, aan de hand van bestaande wetgeving en leidraden. De conclusie was dat bestaande wetgeving en leidraden voldoende zijn, en dat er per gebied of locatie behoefte is aan maatwerk. Dit vraagt gebiedsgericht nader onderzoek (onder andere veldonderzoek), bundeling van landelijk onderzoek naar effecten op de natuur, gebiedsgerichte verkenning van koppelkansen (biodiversiteit, erfgoed) en verruiming van de zonneenergieregels van de provincie. Noord-Holland Zuid
16 210421 Achtergrondinformatie - RES 1.0 Noord-Holland Zuid 35 / 214
Terug naar startpagina
8. Natura 2000. De Commissie adviseert voor de te maken (milieu)afwegingen in de RES 1.0 en/of latere omgevingsbesluiten voor natuur alvast een ‘Plantoets’ of ‘Passende beoordeling’ op een globaal planniveau uit te voeren, die de gevolgen van windparken en zonneparken in of nabij Natura 2000-gebieden (waaronder IJsselmeer, Markermeer, IJmeer en Gooimeer) voor de instandhoudingsdoelstellingen van deze gebieden beschrijft. Het Kader Ecologie en Cumulatie (KEC) op de Noordzee kan ter inspiratie dienen. Houd ook rekening met projecten in het kader van de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW). Natura 2000 is een van de belangrijkste beschermingsregiems voor natuur in Europa en Nederland. Bij het bepalen van effecten op Natura 2000-gebieden is significantie een belangrijk begrip. Wat is Natura 2000? Natura 2000 is een Europees netwerk van natuurgebieden. Het moet de biodiversiteit bevorderen door geïsoleerd liggende gebieden met elkaar te verbinden zodat planten en dieren tussen gebieden kunnen migreren. De Natura 2000-gebieden zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen. Voor de meest bedreigde
soorten en habitattypen is bepaald welke gebieden minimaal noodzakelijk zijn voor hun voortbestaan. Per soort of habitat zijn behoudof verbeterdoelen vastgesteld, de zogenaamde instandhoudingsdoelstellingen. Wat is significantie? In de MER wordt bepaald of een plan of project significante gevolgen heeft voor Natura 2000-gebieden. Er is sprake van significante gevolgen als het plan of project het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen bemoeilijkt. Deze doelstellingen zijn vastgelegd in de aanwijzingsbesluiten voor de Natura 2000-gebieden. Wat is een Passende beoordeling? Als niet kan worden uitgesloten dat een plan of project significante gevolgen heeft, dan moet een zogenaamde Passende beoordeling worden gemaakt. Daarin wordt dieper ingegaan op de gevolgen voor Natura 2000-gebieden, zoals bedoeld in de Wet natuurbescherming. De Passende beoordeling is doorgaans als deelonderzoek opgenomen in de MER bij omgevingsbeleid. Dit is aan de orde bij latere besluitvorming; wanneer zoekgebieden worden verankerd in omgevingsbeleid én er sprake kan zijn van negatieve effecten op Natura 2000-gebieden.
MER en milieueffecten
9. Migratie vogels en vleermuizen. De Commissie adviseert na te gaan hoe deze informatie ook voor de regio NoordHolland Zuid kan worden benut, zodat al bij de beoordeling van de RES 1.0 een gedegen inschatting kan worden gemaakt van effecten op vogels en vleermuizen. Dit voorkomt dat in de uitwerkingsfase ecologische problemen worden geconstateerd en projecten niet of in sterk afgeslankte vorm kunnen doorgaan, en daarmee de energieopwekkingsdoelstellingen in gevaar komen. De commissie geeft in haar advies aan dat er op landelijk niveau zones met trekverdichting op zee en land in kaart worden gebracht onder coördinatie van respectievelijk Rijkswaterstaat en het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Wanneer deze informatie beschikbaar is kan deze worden meegewogen bij het maken van keuzes in gebiedspaspoorten en kunnen de uitkomsten van deze onderzoeken worden meegenomen in de onderbouwing bij (lokale) besluitvorming over het omgevingsplan of de omgevingsvergunning.
Noord-Holland Zuid
17 210421 Achtergrondinformatie - RES 1.0 Noord-Holland Zuid 36 / 214
Terug naar startpagina
10. Landschap. De Commissie adviseert om voor de RES 1.0 en/of latere omgevingsbesluiten een landschappelijk toetsingskader te ontwikkelen. Beoordeel hiermee de samenhangende alternatieven op het niveau van de gehele RESregio en ondersteun dit met visualisaties. Bestaande landschappelijke kaders Rijk en provincie hebben een beschermingsregime Unesco-werelderfgoederen aangewezen. In de Omgevingsverordening 2020 is vastgelegd dat de kernkwaliteiten van de werelderfgoederen Stelling van Amsterdam, Nieuwe Hollandse Waterlinie en Droogmakerij de Beemster niet aangetast mogen worden. Met het vaststellen van de Omgevingsverordening 2020 heeft de provincie Noord-Holland daarnaast Bijzondere Provinciale Landschappen (BPL) aangewezen. Voor deze gebieden zijn landschappelijke, ecologische en aardkundige kernkwaliteiten vastgelegd die als toetsingskader worden gebruikt voor alle nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen binnen deze gebieden. De kernkwaliteiten mogen niet worden aangetast. Tot slot hanteert de provincie de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie (inclusief de Kwaliteitsimpuls zonneparken ), waarin de kernkwaliteiten verder zijn uitgewerkt en die gebiedspecifieke handvatten biedt voor ontwerp en inpassing van ontwikkelingen in
het buitengebied. Aanvullend hierop hebben veel deelregio’s en/of gemeenten eigen beleid/toetsingskaders voor het landschap (buitengebied). Op dit moment gelden verbodsbepalingen voor opstellingen voor zon- en wind in genoemde Unesco-werelderfgoederen. Door vier provincies wordt gewerkt aan een afsprakenkader hernieuwbare energie voor de Stelling van Amsterdam en de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Op basis hiervan wordt bekeken of de verbodsbepalingen kunnen vervallen. Concretisering zoekgebieden Bovenstaande kaders staan samen met ander beleid en regelgeving aan de basis voor het verder concretiseren van de zoekgebieden. Bij deze concretisering is of wordt door middel van visualisaties (vaak van verschillende varianten) inzichtelijk gemaakt wat de impact is van de energieopwekking op het landschap en zijn omgeving. Daarnaast is in aanloop naar de RES 1.0 de thematafel ‘ruimtelijke samenhang’ georganiseerd (zie ook katern Thematafels en hoofdstuk 2).
MER en milieueffecten
11. Aandachtspunten Regionale Structuur Warmte (RSW). De Commissie heeft nog de volgende aanbevelingen voor het vervolgonderzoek naar de RES 1.0: •B ronnen voor hernieuwbare warmte zoals geo- en aquathermie hebben een aanzienlijk ruimtebeslag. Ook zal er, veelal ondergrondse, opslagcapaciteit nodig zijn om op elk gewenst moment warmte te kunnen leveren. Maak daarom een doorkijk naar de ruimtelijke impact van deze opgave, in relatie tot de ruimtelijke impact van zonneparken en windparken. Dan kan in de besluitvorming van de RES 1.0 rekening worden gehouden met de toekomstige ruimtelijke impact van de verschillende alternatieven. •B ij (grootschalige) inzet van warmte uit oppervlaktewater zijn er mogelijk effecten op de daar aanwezige natuurwaarden. Het veranderen/beïnvloeden van de watertemperatuur kan gevolgen hebben voor de aquatische natuurwaarden. Onderzoek die gevolgen. • Vanwege de grote warmtebehoefte is wellicht lokale optimalisatie en/of integratie van systemen voor elektriciteit en warmte nodig. Een voorbeeld is het lokaal omzetten van surplus zonnestroom naar warmte en lokale seizoensopslag (Power-
Noord-Holland Zuid
18 210421 Achtergrondinformatie - RES 1.0 Noord-Holland Zuid 37 / 214
Terug naar startpagina
to-X-concept). Hiermee kan mogelijk een netverzwaring voor de afvoer van zonnestroom voorkomen worden. Alles wat lokaal gebruikt of opgeslagen wordt, hoeft immers niet getransporteerd te worden. Onderzoek hoe dat mogelijk is. Een recente studie van Stedin kan hierbij als leidraad of voorbeeld dienen. Het Power-to-X-concept behelst omzettingen van elektriciteit naar een andere drager waarbij X kan staan voor waterstof, synthetische methaan, methanol, ammoniak of warmte. Een voorbeeld is een productielocatie voor waterstof nabij een windpark waar elektriciteit wordt omgezet naar waterstof en lokaal wordt opgeslagen voor transport naar een tankstation voor brandstofcel-auto’s. Hiermee kan bijvoorbeeld een verzwaring van het elektriciteitsnetwerk mogelijk achterwege blijven en volstaan worden met de huidige kleinere aansluiting.
De resultaten kunt u lezen in het rapport Inventarisatie en analyse data warmtetransitie Provincie NoordHolland.
Nieuwe technieken Om te kunnen bepalen of geo- en/of aquathermie in Energieregio NHZ toepasbaar is, loopt op het moment van vaststellen van de RES 1.0 nog een aantal onderzoeken. De resultaten hiervan kunnen inzicht bieden in hoeverre geothermie en aquathermie daadwerkelijk een bijdrage kunnen leveren bij het verwarmen van de gebouwde omgeving. Een eerste Inventarisatie en analyse van de data warmtetransitie - Provincie NoordHolland geeft hiervan een globale indruk.
Voor het verder onderzoeken van de potentie van energie uit water is een thematafel georganiseerd. Aan deze thematafel zijn verschillende overheden (gemeenten, waterschappen en provincie) samen met stakeholders in gesprek geweest over de mogelijkheden en onmogelijkheden van het toepassen van energie uit water. De uitkomst van dit gesprek is vertaald in een actieagenda (zie katern Thematafels) die door de waterschappen zal worden bijgehouden en aangejaagd. In het katern Energie-infrastructuur is een beeld geschetst van de toekomst van de energie-infrastructuur in de energieregio en de energievraag van alle sectoren in Noord-Holland. De toepassing van langetermijnalternatieven, zoals groen gas of waterstof transporteren via het huidige aardgasnet, zijn nog niet opgenomen in de RSW. De RSW focust zich op bovenregionale warmtebronnen en daarmee met name op kansen voor regionale warmtenetten. De RSW zal komende jaren verder worden ontwikkeld in samenhang met de Transitievisie Warmte (TVW) van de gemeenten in de energieregio. Overigens heeft de Rijksoverheid gemeenten opgeroepen in hun TVW terughoudend te zijn met het aanwijzen van buurten op duurzame
MER en milieueffecten
gassen. Dit omdat er voor 2030 nog geen grootschalige hoeveelheden beschikbaarheid zullen zijn van waterstof en groen gas, en dat deze gassen in de industrie en zwaar transport een belangrijke rol vervullen. Het is dan ook de verwachting dat er pas richting 2030 (RES 2.03.0) meer te zeggen valt over de strategische inzet van groen gas en waterstof in de huidige aardgasleidingen in de regio.
12. Beeldkwaliteitsplan zonneparken. De Commissie geeft in overweging in dit stadium (RES 1.0) al te starten met een beeldkwaliteitsplan voor de zonneparken. Hierdoor kan een dergelijk plan als randvoorwaarde bij vervolgtrajecten tijdig beschikbaar zijn voor overheden in de regio (zie ook stap 7 van het stappenplan van de Commissie). De provinciale Leidraad Landschap en Cultuurhistorie is geborgd in artikel 6.59 van de Omgevingsverordening NH2020 en biedt handvatten voor een zorgvuldige landschappelijke inpassing bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landelijke gebied. In de brochure Kwaliteitsimpuls Zonneparken worden deze handvatten uitgewerkt en geïllustreerd aan de hand
Het document Kwaliteitsimpuls Zonneparken vindt u op de website van provincie NoordHolland.
Noord-Holland Zuid
19 210421 Achtergrondinformatie - RES 1.0 Noord-Holland Zuid 38 / 214
Terug naar startpagina
van voorbeelden. Er bestaat dus een relatie tussen de Leidraad en de Kwaliteitsimpuls waarbij de Leidraad het leidende kader is en de Kwaliteitsimpuls een uitwerking daarvan. Dit betekent dat bij de ontwikkeling van een zonnepark rekening gehouden moet worden met de uitgangspunten uit de Kwaliteitsimpuls. Een belangrijk uitgangspunt uit de Kwaliteitsimpuls is dat bij de ontwikkeling van een zonnepark een beeldkwaliteitsplan moet worden opgesteld. De Kwaliteitsimpuls Zonneparken is nog steeds actueel en sluit goed aan op het document (beeldkwaliteitsplan) dat de Commissie m.e.r. lijkt te bedoelen.
13. Innovatieve toepassingsmogelijkheden zon. De Commissie beveelt aan – als opmaat naar een RES 2.0 - om tijdig te inventariseren wat de mogelijkheden hiervoor zijn en wat de (landschappelijke) voor- en nadelen zijn van zonnepanelen op gevels of andere innovatieve toepassingen. Bij het opstellen van de Regionale Energiestrategie wordt uitgegaan van bestaande en bewezen technologieën voor de grootschalige opwek van zonne- en
windenergie. Dit doet niets af aan het feit dat innovatie cruciaal is om de ambities uit het Klimaatakkoord te realiseren. Innovatie leidt immers tot nieuwe oplossingen voor het opwekken, opslaan en transporteren van energie. Die nieuwe oplossingen stellen ons te zijner tijd in staat meer tempo te maken en meer opbrengst te genereren met dezelfde ruimtelijke impact, of zij leiden tot kostenreducties. Innovatie is in het RES-proces tot nu toe veelvuldig aan bod gekomen. Zowel in generieke zin als oplossing voor de toekomst, als meer specifiek bij het inpassen van lopende innovaties in het proces. Daarom is in aanloop naar de RES 1.0 de thematafel ‘Innovatie’ georganiseerd. In de bijeenkomsten rondom deze thematafel stonden de volgende onderzoeksvragen centraal: • Wat doet de regio Noord-Holland Zuid nu al om innovaties te stimuleren? • Welke relevante innovaties zijn er in beeld op het gebied van hernieuwbare energieopwekking? • Hoe kunnen innovaties bijdragen aan oplossingen voor het (beter) inpassen van hernieuwbare energie? • Hoe kunnen we toekomstige innovaties inpassen? • Hoe kunnen we innovatie stimuleren?
MER en milieueffecten
Als invulling van de thematafel ‘Innovatie’ is het initiatief genomen om de verbinding te leggen tussen What Design Can Do en het programmabureau van de RES NHZ. Dit bouwt voort op de samenwerking rondom de Clean Energy Challenge (2018-2019) vanuit het programma Energietransitie van de MRA. Inzet is het creëren van ruimte voor experiment en innovatie binnen het (vervolg)proces van de RES en de rol die design en innovatie daarbij kunnen spelen. Uit de gevoerde gesprekken komt de gezamenlijke notie naar voren dat de energietransitie niet alleen als een technologische opgave gezien moet worden, maar ook als een maatschappelijke opgave. Waarbij het sturen op houding en gedrag(sverandering) minstens zo belangrijk is als de adoptie van nieuwe energiesystemen. De uitwerking van deze thematafel is terug te vinden in katern Thematafels.
Voor een toelichting op het doel en de aanpak van de georganiseerde thematafels, zie katern Thematafels.
Noord-Holland Zuid
20 210421 Achtergrondinformatie - RES 1.0 Noord-Holland Zuid 39 / 214
Terug naar startpagina
Colofon Dit katern biedt achtergrondinformatie bij de RES 1.0 Noord-Holland Zuid. Aan dit katern hebben meegewerkt: Provincie Noord-Holland Tauw Programma RES Noord-Holland Zuid Het katern is opgesteld naar aanleiding van het advies van de Commissie voor de milieueffectrapportage
Design: Beautiful Minds Meer informatie is te vinden op www.energieregionhz.nl
April 2021
MER en milieueffecten
Noord-Holland Zuid
21 210421 Achtergrondinformatie - RES 1.0 Noord-Holland Zuid 40 / 214
Terug naar startpagina
210421 Achtergrondinformatie - RES 1.0 Noord-Holland Zuid 41 / 214
Terug naar startpagina
& KATERN ONTWERP-GEDREVEN INNOVATIE DAGAN COHEN, HOOFD R&D WDCD - AMSTERDAM, 8 FEBRUARI 2021 210421 Achtergrondinformatie - RES 1.0 Noord-Holland Zuid 42 / 214
Terug naar startpagina
INHOUD 1. INTRODUCTIE 2. ADVIES & CASES 3. VERVOLGSTAPPEN 4. OVER WDCD
210421 Achtergrondinformatie - RES 1.0 Noord-Holland Zuid 43 / 214
Terug naar startpagina
INTRODUCTIE / ONTWERP-GEDREVEN INNOVATIE Voortbouwend op de samenwerking rondom de Clean Energy Challenge (2018-2019), is vanuit het programma energietransitie van de MRA het initiatief genomen om de verbinding te leggen tussen What Design Can Do en het programmabureau van de RES NHZ. Inzet is het creëren van ruimte voor experiment en innovatie binnen het (vervolg) proces van de RES en de rol die design daarbij zou kunnen spelen.
Dit katern geeft een holistische visie op hoe en waar ontwerpkracht ingezet kan worden binnen de RES. Hierin worden 4 actielijnen voorgesteld die weliswaar afzonderlijk aangewend kunnen worden, maar ook onderdeel vormen van een innovatiecyclus waarin experiment, leren en kennisdeling centraal staan.
Uit de gevoerde gesprekken komt de gezamenlijke notie naar voren dat de energietransitie niet louter als een technologische opgave gezien moet worden, maar ook als een maatschappelijk opgave. Waarbij het sturen op attitude en gedragsverandering minstens zo belangrijk is als de adoptie van nieuwe energiesystemen. Met andere woorden: gelijktijdig met innovatie, dient ook sociale innovatie en het ontwerp van participatie op de agenda te staan
210421 Achtergrondinformatie - RES 1.0 Noord-Holland Zuid 44 / 214
Terug naar startpagina
INTRODUCTIE / WAAROM DESIGN? 1.Alles om ons heen is ontworpen: de producten die we gebruiken, de kleding die we dragen, de gebouwen waarin we wonen en werken, de systemen die eten bezorgen en ons van A naar B brengen. De impact van design op onze samenleving en milieu is groot en biedt in deze tijd van grote transities veel kansen.
5.Een goed ontwerp vandaag is niet alleen user centred maar ook earth centred. We moeten dan ook samen leren creatieve oplossingen en kansen te vinden binnen de beperkingen van onze planeet.
2.Door verbeeldingskracht te combineren met probleemoplossend vermogen, hebben ontwerpers de unieke capaciteit de toekomst tastbaar, begrijpelijk en wenselijk te maken. 3.In een tijd met ongekende ecologische en sociale uitdagingen biedt een optimistische, ontwerp gedreven aanpak perspectief op een betere wereld 4.Co-design benaderingen versterken het democratische beginsel om degenen die beïnvloed worden door beleid, als actieve deelnemer mee te nemen in het ontwerpen van oplossingen 210421 Achtergrondinformatie - RES 1.0 Noord-Holland Zuid 45 / 214
Terug naar startpagina
DESIGN CHALLENGES ALS INSTRUMENT OM INNOVATIE TE VERSNELLEN
1 RESEARCH
2
3
OPEN OPROEP VOORSELECTIE
4
5
6
7
FEEDBACK
EINDSELECTIE
ACCELERATIE
FOLLOW-UP
1.Research: verkenning van het thema, probleemstelling, vaststellen ontwerpopgave, identificatie en aansluiting partners. 2.Open call: :communicatiecampagne, aanhaken ontwerpers, bureaus, onderwijsinstellingen, scouten van veelbelovende innovaties. 3.Voorselectie: selectiecommissie bestaande uit ontwerpers en domein-experts bepalen nominaties. 4.Feedback: selectiecommissie biedt genomineerde advies om hun inzending aan te scherpen. 5.Eindselectie: (internationale) jury van vooraanstaande ontwerpers en domein-experts selecteert de challenge winnaars. 6.Acceleratie: intensief begeleidingsprogramma van een half jaar op-maat gemaakt voor elke challenge winnaar. 7.Follow-up: half jaar ‘nazorg’ met nadruk op verbindingen van startups met (potentiële) partners, investeerders en vervolg programma’s Impactmeting: de effecten van het programma op de deelnemers, worden in elke stap van het challenge proces gemeten en geëvalueerd. De uitkomsten worden gebruikt om de volgende challenge te verbeteren. 210421 Achtergrondinformatie - RES 1.0 Noord-Holland Zuid 46 / 214
Terug naar startpagina
ADVIES ACTIELIJNEN & INNOVATIECYCLUS 1. NIEUW NARRATIEF 2. ACTIVATIE & PARTICIPATIE 3. VERSNELLEN VAN INNOVATIE 4. METEN & LEREN 5. INNOVATIECYCLUS
210421 Achtergrondinformatie - RES 1.0 Noord-Holland Zuid 47 / 214
Terug naar startpagina
ADVIES 1. NIEUW NARRATIEF De energietransitie is omgeven met tal van negatieve associaties: Het gaat veel geld kosten (en de burger betaalt uiteindelijk de rekening), lelijke windmolens en zonneparken in het landschap, gemeenten die te hard gaan en onvoldoende naar burgers luisteren en meenemen in hun plannen.
Creativiteit en verbeeldingskracht zijn daarbij cruciaal. Want ontwerpers, kunstenaars en verhalenvertellers hebben de gedrevenheid en vaardigheden om zo’n positief toekomstbeeld van Nederland te schetsen.
Er is veel te winnen met een ander narratief. Een positief verhaal dat een beeld schetst van het Nederland dat we als samenleving willen: Duurzaam en inclusief. Een verhaal dat niet de problemen en offers uitvergroot, maar de (verdien)kansen en mogelijkheden voor iedereen. Een narratief dat inspireert en een gemeenschappelijk doel biedt waar we met z’n allen naar toe kunnen werken. Met dit nieuwe narratief kunnen we ook laten zien dat we in Nederland niet bij nul beginnen, maar al een eind op weg zijn. Aantrekkelijke innovaties spelen hierin een belangrijke rol. Panorama Nederland 2040 (Rijksbouwmeester) 210421 Achtergrondinformatie - RES 1.0 Noord-Holland Zuid 48 / 214
Terug naar startpagina
NIEUW NARRATIEF/ VOORBEELDEN GOOD NEWS FOR THE PLANET Een boek met als ondertitel “31 briljante ideeën voor klimaat actie”, ontwikkeld rondom de Climate Action Challenge uit 2017, een wereldwijd ontwerp competitie rondom klimaatadaptatie. Het boekje toont een overzicht van inspirerende innovaties uit alle delen van de wereld
CLEAN ENERGY CHALLENGE CAMPAGNE De challenge adresseert de uitdagingen en kansen om binnen de beperkte ruimte en strikte regelgeving in de Metropoolregio Amsterdam, te komen tot innovaties voor opwek, opslag en distributie van hernieuwbare energie. Bekijk hier de campagne video
210421 Achtergrondinformatie - RES 1.0 Noord-Holland Zuid 49 / 214
Terug naar startpagina
ADVIES 2. ACTIVATIE & PARTICIPATIE Overheden moeten ervoor waken de energietransitie uitsluitend te zien als een technologische en technocratische opgave: Een koele rekensom van hoeveel hernieuwbare opwek- en opslagcapaciteit waar moet komen om te voldoen aan de gestelde doelen. De werkelijkheid is anders - de energietransitie is vooral een maatschappelijke opgave, waarvoor een mentale en culturele omslag nodig is.“We doen het niet alleen voor ‘het klimaat’, maar ook voor onze gezondheid en wooncomfort.”
Vanuit ontwerpend onderzoek (design thinking) zijn tal van methodes en tools ontwikkeld en beproefd om in een multi-stakeholders setting problemen in kaart te brengen en tot potentiële oplossingen te komen. Het betrekken van ontwerpers in het co-creatieproces helpt bij het vinden van concrete oplossingen.
Dit vraagt om sociale innovatie. ‘Participatie’ is daarbij het toverwoord. Maar dit woord is eveneens omgeven met negatieve associaties: burgers die participatie zien als een wassen neus voor gemeenteplannen die al gemaakt zijn, organisatoren die ontevreden zijn over de lage opkomst en resultaten van inspraakavonden, ‘tafels’ en ‘ateliers’. Hoe ontwerp en faciliteer je een participatieproces, dat inclusief, creatief en effectief is? Waarbij deelnemers echt gehoord worden en het beste uit zichzelf én elkaar halen. 210421 Achtergrondinformatie - RES 1.0 Noord-Holland Zuid 50 / 214
Terug naar startpagina
ACTIVATIE & PARTICIPATIE / VOORBEELDEN CO-DESIGN ALS BASIS Research labs en co-design workshops zijn krachtige instrumenten om - in een vroeg stadium, de kennis vanuit verschillende invalshoeken bij elkaar te brengen voor het verkennen van problemen en kansen. Daar zijn diverse formats voor: variërend van anderhalf uur durende pressure cooker sessies tot een serie van elkaar opvolgende workshops die het pad volgen van research tot (prototype) ontwikkeling. Block E, een van de winnaars van de Clean Energy Challenge (in de studenten categorie), werd bedacht tijdens een van deze co-design sessies. Het concept: een batterij die opgeladen wordt tijdens het fietsen, en als een lego-blok gekoppeld kan worden aan andere batterijen voor het voeden van kleine elektronische apparaten. Tevens kunnen volle batterijen omgezet worden in credits. Bekijk hier de demo video 210421 Achtergrondinformatie - RES 1.0 Noord-Holland Zuid 51 / 214
Terug naar startpagina
ADVIES 3. VERSNELLEN VAN INNOVATIE Hoewel de RES zich primair richt op bewezen, schaalbare technologie (zonnepanelen en windturbines), zijn bijna alle klimaatexperts het erover eens dat een veelvoud aan oplossingen nodig is om de klimaatdoelen te halen: op micro-, meso- en macroniveau. Er is en wordt al heel veel bedacht. Terwijl sommige innovaties reeds zijn uitontwikkeld, staan andere veelbelovende innovaties nog in de kinderschoenen. Daarnaast is er ruimte om bestaande innovaties te verbeteren, toegankelijker en aantrekkelijker te maken. En daarmee de toepassing te verbreiden.
Een krachtig instrument om innovaties aan te jagen zijn design challenges. Zo’n ontwerp-competitie behelst het complete proces van probleemdefinitie, communicatiecampagne, selectie en acceleratie van veelbelovende innovaties.
Het is dus zaak innovatie te stimuleren op diverse vlakken. Van het zoeken en identificeren van potentieel schaalbare concepten tot het ondersteunen van kansrijke innovaties bij de ontwikkeling en gang naar de markt.
Meer over WDCD design challenges op p 5 + 26 210421 Achtergrondinformatie - RES 1.0 Noord-Holland Zuid 52 / 214
Terug naar startpagina
VERSNELLEN VAN INNOVATIE / VOORBEELDEN (1/4) Enkele voorbeelden van winnende innovaties die deelnamen aan de Clean Energy Challenge. SOLAR VISUALS Modulaire gevelbekleding voor opwek van zonneenergie. Solar Visuals zijn hoogtechnologische fotovoltaïsche modules die de toepassing van zonne-energie op veel grotere schaal mogelijk maken; niet alleen als dakbedekking, maar ook als bekledingsmateriaal voor de gevel of de gehele omhulling van gebouwen. Tegelijkertijd is de technologie zeer esthetisch: de modules zijn te maken in diverse kleuren en patronen Progressie sinds afronding challenge: • 6 voltooide projecten • Klanten zijn onder meer de Europese Unie, UNStudio, ProRail, BAM • Partnerschap met AGC Glass Europe • Genomineerd voor de Sign + Awards 2020 voor het Shell Laboratorium Bekijk hier de demo video 210421 Achtergrondinformatie - RES 1.0 Noord-Holland Zuid 53 / 214
Terug naar startpagina
VERSNELLEN VAN INNOVATIE / VOORBEELDEN (2/4) Enkele voorbeelden van winnende innovaties die deelnamen aan de Clean Energy Challenge. POWER PLANT Eerste kas ter wereld die in zijn eigen energie voorziet. Solar designer Marjan wil dat mensen anders naar zonne-energie gaan kijken. Zij ontwikkelde een prototype voor Powerplant, een kas die niet alleen voedsel produceert, maar ook energie. De kas voorziet in zijn eigen energie door middel van zonnecellen die in het glas zijn geïntegreerd. Progressie sinds afronding challenge: • € 300.000 aan investeringen opgehaald (2019) • Samenwerking Timberland Greening • Winnaar Dutch Design Award (2019) • Nederlands paviljoen op London Design Biënnale (2018)
Bekijk hier de demo video
210421 Achtergrondinformatie - RES 1.0 Noord-Holland Zuid 54 / 214
Terug naar startpagina
VERSNELLEN VAN INNOVATIE / VOORBEELDEN (3/4) Enkele voorbeelden van winnende innovaties die deelnamen aan de Clean Energy Challenge. ICONIC ENERGY STORAGE Ontwerper Cleo den Brabander bedacht samen met energieopslag-experts, een manier om ongebruikte watertorens in te zetten voor de opslag van duurzame energie. Door grote hoeveelheden water op te pompen in tijden van energie-overvloed en de voorraad terug te laten stromen als er een tekort is, kan het terugstromende water worden gebruikt om elektriciteit op te wekken. Door hiervoor oude industriële watertorens te gebruiken, integreert het concept schone energieopslag met het behoud van ons cultureel erfgoed. Progressie sinds afronding challenge: • Team van 2 naar 4 medewerkers • Gesprekken met Waternet en gemeente Amsterdam • Samenwerking met bouwbedrijf Bakker voor ontwikkeling watertoren op M4H terrein in Rotterdam • Samenwerking met de Gemeente Rotterdam
Bekijk hier de demo video
210421 Achtergrondinformatie - RES 1.0 Noord-Holland Zuid 55 / 214
Terug naar startpagina
VERSNELLEN VAN INNOVATIE / VOORBEELDEN (4/4) Enkele voorbeelden van winnende innovaties die deelnamen aan de Clean Energy Challenge. LIVING LIGHT Een lamp die wordt gevoed door de energie van een plant. Ontwerper Ermi van Oers droomt van een wereld waarin planten onderdeel worden van ons energiesysteem en waar technologie en natuur in elkaar overvloeien. Living Light is een lamp die zijn energie oogst door het fotosyntheseproces van de plant. Het licht wordt geactiveerd door de plant zachtjes aan te raken. De beschikbare hoeveelheid energie is afhankelijk van het welzijn van de plant. Progressie sinds afronding challenge: • Van 2 naar 6 teamleden • 10 Living Lights verkocht - gericht op 15-100 volgend jaar (2021) • Lichten geplaatst en geïntegreerd in het Park van Morgen in Rotterdam • Showcase in Abu Dhabi Sustainability Week
Bekijk hier de demo video
210421 Achtergrondinformatie - RES 1.0 Noord-Holland Zuid 56 / 214
Terug naar startpagina
ADVIES 4. METEN EN LEREN Fundamenteel onderdeel van innovatietrajecten is het vooraf definiëren van prestatie- en leerdoelen en deze gedurende het hele proces te monitoren en te evalueren. Daar zijn uiteraard diverse methodes voor - veel veranderaars gaan uit van een Theory of Change: een samenhangend model waarbij eerst de lange termijn doelen worden vastgesteld, dan de gewenste uitkomsten op middellange termijn en vervolgens de doelen per activiteit. Op basis hiervan wordt een meet- en evaluatieplan opgesteld. Daarin staan de effecten van het programma op alle deelnemers (gemeentes, burgers, bedrijven, kennisinstellingen) centraal. Impactmeting draait niet alleen om accountability, maar ook om openbaar maken van resultaten. Daar zit tevens en designopgave in: hoe maak je die resultaten zichtbaar en aantrekkelijk? Bijvoorbeeld door middel van data visualisatie (in de vorm van een digitale monitor of dashboard), maar ook door storytelling, portfolio van projecten en publicaties. Missie 2030 Monitor (fragment) 210421 Achtergrondinformatie - RES 1.0 Noord-Holland Zuid 57 / 214
Terug naar startpagina
METEN EN LEREN (1/2) THEORY OF CHANGE Bij veel sociale en duurzame ondernemingen ligt een Theory of Change aan de basis van hun innovatiepropositie. Deze verander-theorie beschrijft hoe elke activiteit leidt tot de verwachte resultaten op korte en middellange termijn, wat de effecten op de deelnemers zijn en breder leidt tot systemische verandering. Voorbeeld verander-theorie van WDCD
Accelerate the Transition to a Sustainable and Fair Society • Increased design driven solutions to combat climate warming & social injustice • Empowered creatives engaged in decision-making • Decision-makers champion design
• Self-sustaining initiatives • High quality products (prototypes) and business cases • Creatives improve knowledge, skills & attitudes • Decision-makers improve knowledge, skills & attitudes • Sustained collaboration/connections between creatives and decision-makers
Creative Development
Community Building
Learning & Leadership
• Research & Problem Definition • Challenge Programme • Acceleration & development
• Events & Workshops • Design Jams & Labs • Online engagement
• Education Programme • Publications
Long-term outcomes
Intermediate Outcomes
Activities/ Pathways
• Advocacy and Coalition Building
210421 Achtergrondinformatie - RES 1.0 Noord-Holland Zuid 58 / 214
Terug naar startpagina
METEN EN LEREN (2/2) MISSIE 2030 MONITOR ABN AMRO heeft in 2017 de ambitie uitgesproken om al het vastgoed dat de bank helpt financieren (zowel privé als commercieel) in 2030 naar energie label A te brengen. In het kader daarvan ontwikkelden wij in samenwerking met datavisualisatie bureau Clever Franke, het concept voor de 2030 Monitor. Deze volgt over een periode van 13 jaar (van 2017 – 2030) de progressie van deze transitie. De progressie wordt getoond aan de hand van kaarten op landelijk, stedelijk en buurt-niveau, en door grafieken en bijzonder projecten uit te lichten.
210421 Achtergrondinformatie - RES 1.0 Noord-Holland Zuid 59 / 214
Terug naar startpagina
ADVIES 5. INNOVATIE CYCLUS Hoewel de actielijnen apart ingezet kunnen worden, maken ze onderdeel van een ontwerp-gedreven innovatiecyclus. Het volgen van deze cyclus stelt betrokkenen in staat, de effecten van alle activiteiten beter te meten, met elkaar te leren en te optimaliseren. Zo kan steeds een nieuwe, aangescherpte programmacyclus worden ontworpen en uitgevoerd.
4. METEN EN LEREN
1. NIEUW NARRATIEF
NHZ RES INNOVATIE CYCLUS 3. VERSNELLEN INNOVATIE
2. ACTIVATIE & PARTICIPATIE
210421 Achtergrondinformatie - RES 1.0 Noord-Holland Zuid 60 / 214
Terug naar startpagina
ADVIES SAMENVATTING Er zijn 3 belangrijke redenen om design in te zetten binnen het (vervolg) proces van de RES: 1.Het ruimtelijk perspectief: de integratie van opwek in kwetsbare natuurgebieden en cultuurhistorisch erfgoed en het explorer van meervoudig ruimtegebruik, is een duidelijke ontwerpopgave. 3.Het sociale perspectief: het creëren van draagvlak bij bewoners en bedrijven in de zoekgebieden is een crucial succesfactor. Design thinking kan helpen een inclusief proces in te richten waarbij gemeenschappelijk naar oplossingen wordt gezicht. 5.Toekomst perspectief: vanuit de RES wordt volop ingezet op wind en zon, maar hoe maken we deze vorm van opwek aantrekkelijker? En hoe zien de energiesystemen van de toekomst eruit? Ontwerpers kunnen buiten de gebaande paden denken en de wereld van morgen vormgeven. Dat begin met het creëren van ruimte voor experiment.
210421 Achtergrondinformatie - RES 1.0 Noord-Holland Zuid 61 / 214
Terug naar startpagina
VERVOLGSTAPPEN INZET VAN DESIGN BIJ UITWERKING ZOEKGEBIEDEN RES
210421 Achtergrondinformatie - RES 1.0 Noord-Holland Zuid 62 / 214
Terug naar startpagina
VERVOLGSTAPPEN INZET VAN DESIGN BIJ UITWERKING ZOEKGEBIEDEN RES Stap 1: Online workshop om voorgestelde actielijnen & innovatiecyclus toe te lichten en te bespreken Stap 2: Onderzoek en definitie van een ontwerpopgave gekoppeld aan specifieke zoekgebied(en) Stap 3: Ontwikkeling en uitvoering van een of meer van de volgende activiteiten: A. Ontwikkelen van nieuw narratief voor RES NHZ 2.0 (o.a: video, manifest, online portfolio inspirerende innovaties) B. Ontwerpen co-creatie workshop-format voor het betrekken van bewoners, bedrijven, ontwerpers, kennisinstellingen en andere relevante stakeholders. C. Uitvoeren van pilot(s) co-creatie-workshop (bij succes uitrol) D. Ontwerpen en uitvoeren van een design challenge op basis van ontwerpopgave (zie stap 2) E. Ontwerpen en uitvoeren acceleratie /incubatie/ investment ready programma voor kansrijke startups F. Ontwerpen en uitvoeren Monitoring & Evaluatie-programma en online-dashboard
210421 Achtergrondinformatie - RES 1.0 Noord-Holland Zuid 63 / 214
Terug naar startpagina
KORTE INTRODUCTIE 210421 Achtergrondinformatie - RES 1.0 Noord-Holland Zuid 64 / 214
Terug naar startpagina
WAT IS WHAT DESIGN CAN DO? ONTWERPEN VOOR EEN BETERE WERELD What Design Can Do (WDCD) is een internationaal platform dat zich focust op de rol van creativiteit bij de aanpak van maatschappelijke vraagstukken. WDCD verbindt ontwerpers en creatieve makers met overheden, bedrijven, kennisinstellingen en burgers. Met een programma van samenhangende activiteiten – het Design Impact Programma – stimuleert WDCD de cross-sectorale ontwikkeling van innovatieve oplossingen gekoppeld aan de VN Duurzame Ontwikkelingsdoelen. WDCD is gevestigd in Amsterdam (hoofdkwartier), São Paulo en Mexico-Stad, met hubs in New Delhi, Nairobi en Tokio.
210421 Achtergrondinformatie - RES 1.0 Noord-Holland Zuid 65 / 214
Terug naar startpagina
ONTWERPEN VOOR EEN BETERE WERELD MISSIE EN VISIE De missie van WDCD is de nationale en internationale creatieve gemeenschap in staat te stellen op een waardevolle manier bij te dragen aan de grote vraagstukken van onze tijd. Dit doen we vanuit de visie dat de inzet van design en creatie onontbeerlijk is voor de transitie naar een duurzame, eerlijke en veilige wereld. ACTIVITEITEN •Design conferenties •Research labs •Design challenges •Acceleratie programma’s •Communicatiecampagnes •Redactionele content •Educatie programma’s Solar Visuals: energie opwekkende gevelbekleding 210421 Achtergrondinformatie - RES 1.0 Noord-Holland Zuid 66 / 214
Terug naar startpagina
WDCD DESIGN CHALLENGES SNELKOOKPAN VOOR INNOVATIES WDCD mobiliseert de nationale en internationale creatieve gemeenschap om met innovatieve, haalbare en schaalbare oplossingen te komen voor de meest urgente problemen van onze tijd. Design challenges spelen daarbij een belangrijke rol. Sinds 2016 heeft WDCD vier mondiale design challenges en daaraan gekoppeld acceleratieprogramma’s geproduceerd. Deze resulteerden in: ruim 3.500 deelnemers en meer dan 40 innovaties die werken aan oplossingen voor hernieuwbare energie, klimaatactie en sociale gelijkheid in steden.
210421 Achtergrondinformatie - RES 1.0 Noord-Holland Zuid 67 / 214
Terug naar startpagina
IMPACT WDCD AANTAL KEY RESULTATEN 2017-2020
CLEAN ENERGY CHALLENGE
MONDIALE BEREIK CHALLENGES
UITKOMSTEN ACCELERATIE PROGRAMMA’S
INVESTERINGEN IN WINNAARS
15 MILJOEN
75% 10+ 72 GAAT DOOR MILLION LANDEN
IMPRESSIES OP WDCD SOCIAL MEDIA KANALEN
GEMIDDELD AANTAL NATIONALITEITEN PER CHALLENGE
MEER DAN 40 INNOVATIES ZIJN ONTWIKKELD WAARVAN 75% NOG STEEDS ACTIEF
EURO IS GEÏNVESTEERD IN INNOVATIES UIT CHALLENGE PROGRAMMA
210421 Achtergrondinformatie - RES 1.0 Noord-Holland Zuid 68 / 214
Terug naar startpagina
CONTACTGEGEVENS DAGAN COHEN, HOOFD R&D WHAT DESIGN CAN DO dagan@whatdesigncando.com 0655174304
whatdesigncando.com
210421 Achtergrondinformatie - RES 1.0 Noord-Holland Zuid 69 / 214
Terug naar startpagina
RES 1.0
Energie infrastructuur Noord-Holland Zuid Samen aan de slag!
210421 Achtergrondinformatie - RES 1.0 Noord-Holland Zuid 70 / 214
Terug naar startpagina
Index
1
Inleiding
2
—3
4
Toekomst van de infrastructuur — 11
5
De energieinfrastructuur in verandering
3
Energievraag en -aanbod in Noord-Holland
—4
—8
2.1 Voor elke energiedrager een eigen energie-infrastructuur — 4 2.2 Vier grote veranderingen — 6 2.3 Veranderingen vergen tijd, geld en ruimte — 7
3.1 Elektriciteitsvraag en het RES-bod — 8 3.2 Totale energievraag in Noord-Holland — 10
De RES en andere energietransitietrajecten — 18
4.1 Opslag in batterijen — 13 4.2 Waterstof — 14 4.3 Smart grids — 16
210421 Achtergrondinformatie - RES 1.0 Noord-Holland Zuid 71 / 214
Terug naar startpagina
1. Inleiding Voor heel veel dagelijkse activiteiten gebruiken we energie. De energie voor deze activiteiten komt nog steeds voornamelijk uit de fossiele energiebronnen aardgas, kolen en aardolie. Om verdere klimaatverandering tegen te gaan, stappen we over op duurzame energiebronnen zoals windenergie, zonne-energie, geothermie, enzovoort. Met de Regionale Energiestrategieën (RES’en) van Noord-Holland Zuid (NHZ) en NoordHolland Noord (NHN) zoeken we ruimte voor grootschalige opwek van duurzame elektriciteit uit zonne- en windenergie. De windturbines en zonnepanelen zijn een cruciaal onderdeel van het duurzame
energiesysteem van de toekomst. Tegelijk zijn ze slechts een van de vele onderdelen. Ons hele energiesysteem verandert. De RES is een onderdeel van de energietransitie als geheel. Dit katern beschrijft de veranderingen in het energiesysteem als geheel. Het focust op de energie-infrastructuur. De energieinfrastructuur verbindt de energiebronnen met energiegebruikers. Niet alleen de opwek van duurzame energie via windturbines en zonnepanelen heeft invloed op de energie-infrastructuur, ook de groeiende elektriciteitsvraag door nieuwbouw, groeiend elektrisch vervoer, enz. heeft dat. Daarnaast komen er nieuwe energiedragers zoals waterstof. Ook hiervoor is infrastructuur nodig. Dit katern geeft antwoorden op vragen over de ontwikkelingen in de infrastructuur in Noord-Holland. Het bestaat uit vier delen: • De huidige infrastructuur en veranderingen door de energietransitie. • Vraag en aanbod van energie in NoordHolland in 2020 en 2030. • De rol van opslag, waterstof en smart grids in de toekomstige infrastructuur. • De samenhang met andere trajecten naast de RES.
Energie-infrastructuur
Noord-Holland Zuid
3 210421 Achtergrondinformatie - RES 1.0 Noord-Holland Zuid 72 / 214
Terug naar startpagina
2. De energieinfrastructuur in verandering
Om energie te vervoeren is infrastructuur nodig. Daarvoor gebruiken we kabels en leidingen. Zij zijn onderdeel van de energieinfrastructuur. Daarnaast zijn verbindingsstukken (stations genoemd), opslaglocaties en omzettingslocaties onderdeel van de energie-infrastructuur. Deze infrastructuur betalen we als gebruikers met zijn allen via de energierekening. Elke euro die geïnvesteerd wordt in deze infrastructuur zien we terug in de netbeheerkosten. De netbeheerders zijn verantwoordelijk voor de energie-infrastructuur. Zij beheren, onderhouden en vernieuwen de energieinfrastructuur. Netbeheerders werken met maatschappelijk geld; het zijn geen commerciële organisaties. Zij staan onder toezicht van de overheid en moeten zich aan strikte wetten en regels houden voor hun activiteiten en investeringen. Een uitgebreide toelichting over de energie-infrastructuur en de rol van de netbeheerders is geschreven door Netbeheer Nederland. De energie-infrastructuur moet mee veranderen met de veranderingen in opwek en
Energie-infrastructuur
gebruik van energie. De veranderingen hebben ook invloed op de energiedragers. Het verband tussen energiedragers en energie-infrastructuur leggen we uit in de volgende paragraaf.
2.1 Voor elke energiedrager een eigen energieinfrastructuur De energie voor onze dagelijkse activiteiten wordt geleverd door verschillende energiedragers. Om het licht te laten branden gebruiken we elektriciteit. Om te koken en te douchen gebruiken de meeste mensen aardgas. Sommige mensen zijn aangesloten op een warmtenet voor hun verwarming. Elektriciteit, aardgas en heet water zijn drie verschillende energiedragers. Elke energiedrager heeft zijn eigen infrastructuur.