Verwervingsstrategie Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang.pdf
Tekst van het document
Omschrijving nieuwe verwerving Opvang a. Opvangplekken b. Time-outplekken c. Beveiliging 21
opvangvoorzieningen. De eerste opvang beslaat twee weken en behelst het bieden van een veilige plek (voor de nacht), onderdak, en maaltijden (ochtend en avond).
Wat valt onder de scope van de Maatschappelijke Opvang? a. Opvangplekken Dit zijn plekken waar dakloze mensen tijdelijk en kortdurend opgevangen kunnen worden. Het gaat om het bieden van een eerste opvangplek/ slaapplek, waarbij er zo snel mogelijk wordt gezocht naar een passende verblijfplek voor de langere termijn. Er worden aparte plekken ingekocht voor volwassen, jongvolwassenen en gezinnen met kinderen. Bij de inkoop gaan we in principe uit van de leeftijdsgrenzen zoals eerder omschreven, maar het moet wel mogelijk zijn om op basis van de hulpvraag af te kunnen wijken en maatwerk te bieden. b.Time-outplekken Cliënten die grensoverschrijdend gedrag vertonen in de opvanglocaties kunnen een sanctie opgelegd krijgen, zoals het tijdelijk niet mogen betreden van de locatie. Omdat het niet wenselijk is dat cliënten met een ontzegging op straat verblijven kunnen cliënten terecht op een time-outbed. Op dit moment zijn er verschillende afspraken met verschillende aanbieders. Het is wenselijk dat hiervoor eenduidige afspraken worden gemaakt. Het organiseren van time-out plekken is onderdeel van het perceel Maatschappelijke Opvang en van het perceel Beschermd Wonen. Een aanbieder die Maatschappelijke Opvang biedt is dus tevens verantwoordelijk voor het organiseren van time-outplekken voor zowel cliënten die in de opvang verblijven als voor cliënten die Beschermd Wonen. c.
Beveiliging In de huidige situatie wordt de beveiliging voor de nachtopvang apart ingekocht. De contracten voor deze beveiliging kunnen worden beëindigd per 1 januari 2023. De huidige aanbieders van Maatschappelijke Opvang zijn in het huidige contract al verantwoordelijk voor het bieden van een veilige omgeving voor cliënten. In de nieuwe situatie willen we de beveiliging als integraal onderdeel toevoegen aan de contracten met aanbieders. Zo wordt de aanbieder het enige aanspreekpunt voor de veiligheid op een opvanglocatie. Daarnaast biedt het ruimte aan de aanbieder om te bepalen wat er nodig is aan beveiliging op een locatie en hoe dat het beste kan worden vormgegeven, want er zijn allerlei verschillende manieren om ervoor te zorgen dat een locatie veilig is (denk aan cameratoezicht en het inzetten van extra begeleiding). Wat valt buiten de scope van de Maatschappelijke Opvang? Doorstroomplekken en tussenvormen In de huidige situatie kennen we tussenvormen Beschermd Wonen en doorstroomplekken Maatschappelijke Opvang. Deze verschillende woonvormen zijn allebei ingericht op uitstroom en ze zijn niet bedoeld voor langdurig verblijf. De bedoeling van verblijf op een doorstroomplek of tussenvorm is dat cliënten in een zo kort mogelijke periode voldoende leren om zelfstandig te kunnen gaan wonen.
De begeleiding op deze locaties lijkt daarom op elkaar en ook de doelgroep is vergelijkbaar. In de nieuwe verwerving wordt er daarom geen onderscheid meer gemaakt tussen de doorstroomplekken Maatschappelijke Opvang en de tussenvormen Beschermd Wonen. Deze voorzieningen worden allemaal als onderdeel van het perceel Beschermd Wonen ingekocht. Op deze manier willen we de overgang van MO naar BW soepeler laten verlopen en onnodige verhuisbewegingen voorkomen. 22
Tariefstelling Het toekomstige tarief voor een plek in een opvangvoorziening bestaat uit drie componenten: 1. De kosten verbonden aan een locatie, bestaande uit: - huisvestingskosten (kapitaallasten, huur van het gebouw, onderhoud en inventaris); - hotelmatige kosten (bijvoorbeeld huishoudelijke verzorging, keukenpersoneel, de facilitaire dienst en dagelijkse welzijnsactiviteiten); - voedingskosten. 2. Personele kosten: - Aanwezigheid en begeleiding op de groep overdag; - Aanwezigheid en begeleiding op de groep overdag; - Beveiliging. 3. Groepsruimte
v. Perceel 2: Beschermd Wonen Wat is Beschermd Wonen? Beschermd Wonen is wonen in de accommodatie van een instelling met daarbij behorend toezicht en begeleiding voor mensen die tijdelijk niet zelfstandig kunnen wonen. Beschermd Wonen is onder te verdelen in twee producten: Beschermd Wonen In de beschermde woonvorm is 24 uur per dag begeleiding aanwezig of de begeleiding kan 24 uur per dag opgeroepen worden. Het is niet altijd nodig dat er 24 uur per dag toezicht wordt gehouden omdat mensen meestal in staat zijn om hun hulpvraag uit te stellen. De cliënten hebben steun aan elkaar en/of kunnen samen met de andere cliënten activiteiten ondernemen in de gemeenschappelijke ruimte (gebaseerd op artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wmo). Tussenvormen Beschermd Wonen Dit zijn lichtere vormen van Beschermd Wonen die niet onder de wettelijke definitie van Beschermd Wonen vallen (bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wmo). In een tussenvorm is het mogelijk om wonen en zorg van elkaar te scheiden: de cliënt betaalt dan zelf huur. Er is wel op regelmatige basis begeleiding aanwezig. Het is voor de cliënt belangrijk dat de begeleiding nabij is. Het helpt de cliënt om dichtbij andere cliënten te wonen, samen in één gebouw (of voorziening). De cliënten hebben steun aan elkaar en/of kunnen samen activiteiten ondernemen.
Wat willen we bereiken met Beschermd Wonen? Met Beschermd Wonen willen we inwoners die nog niet in staat zijn om zelfstandig te kunnen wonen een plek bieden om te werken aan herstel zodat ze hun eigen leven weer in kunnen gaan richten. Beschermd Wonen is ook gericht op het voorkomen van verwaarlozing, maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen. Een voorziening voor Beschermd Wonen is zo ingericht dat deze voorziening cliënten een goede basis biedt om toe te werken naar zelfstandig wonen.
23
Doelgroep Beschermd Wonen Inwoners met psychiatrische en/of psychosociale problematiek die ondersteuningsvragen hebben ten aanzien van én het wonen én het herstellen. Om in aanmerking te komen voor Beschermd Wonen zijn cliënten nog niet in staat om zelfstandig te kunnen wonen maar is er wel potentie voor cliënten om zich te ontwikkelen naar zelfstandig wonen.
Huidige omschrijving Perceel 3: Arrangementenmodel 3.1 Arrangement op maat 3.2 Overbruggingszorg
Omschrijving nieuwe verwerving a. Passend aanbod b. Pauzeplek c. Time-out
Wat kopen we in voor Beschermd Wonen? a. Passend aanbod Het gaat om het inkopen van plekken waar mensen die nog niet zelfstandig kunnen wonen worden begeleid richting het zelfstandig wonen. De plekken sluiten aan bij de behoefte van cliënten om de stap naar zelfstandigheid weer te kunnen maken. Hiervoor kan het noodzakelijk zijn dat er plekken voor specifieke doelgroepen zijn. De plekken zijn verspreid door de regio. Voor specifieke woonvormen en een beperkt aantal plekken voor een bepaalde doelgroep kan het noodzakelijke aantal plekken in de regio te klein zijn om het aanbod te spreiden. Deze plekken worden dan regionaal aangeboden. Op een locatie 24 uur per dag, 7 dagen per week, woonbegeleiding aanwezig of oproepbaar. Voor de tussenvormen Beschermd Wonen kan de begeleiding variëren. De woonbegeleiding op de locatie wordt afgestemd met de trajectbegeleider (vanuit het perceel trajectbegeleiding). Bij het indiceren van een cliënt wordt een inschatting gemaakt van de zorgaanbieder en de locatie waar een cliënt het beste passend. Gedurende het traject kan het zijn dat de (beoogde) locatie niet meer passend is of (nog) niet beschikbaar is. Het is aan de trajectbegeleider om dit gedurende het ondersteuningstraject te monitoren en samen met de cliënt te handelen als de situatie wijzigt.
Voor een duidelijk regionaal overzicht wordt gewerkt met een regionale centrale wachtlijst voor cliënten afkomstig uit alle regiogemeenten. Aanbieders hebben een acceptatieplicht. Het kan voorkomen dat de beste passende plek niet beschikbaar is. In overeenstemming met het centrale wachtlijstbeheer kan een trajectbegeleider dan een alternatieve plek zoeken of wachten totdat de gewenste plek beschikbaar is. b. Pauzeplekken Het gaat om plekken waar cliënten tijdelijk en kortdurend opgevangen kunnen worden. Deze plekken zijn bedoeld om een cliënt en diens omgeving tijdelijk te ontlasten. De plekken zijn bedoeld als pauze, als het thuis even niet meer gaat of om decompensatie of terugval te voorkomen. De plekken zijn tijdelijk en bedoeld voor een maximum aantal dagen periode. Ze zijn niet bedoeld om de wachtlijst te overbruggen, als time-outplek of opvangplek voor dakloze mensen. c. Time-out Cliënten die grensoverschrijdend gedrag vertonen op Beschermd Wonen locaties kunnen een sanctie opgelegd krijgen, zoals het tijdelijk niet mogen betreden van de locatie. Omdat het niet wenselijk is dat cliënten met een ontzegging op straat verblijven kunnen cliënten terecht op een time-outbed. Op dit moment zijn er verschillende afspraken met verschillende aanbieders. Het is wenselijk dat hiervoor eenduidige afspraken worden gemaakt. Het organiseren van time-out plekken is onderdeel van het 24
perceel Beschermd Wonen en van het perceel Maatschappelijke Opvang. Een aanbieder die Beschermd Wonen biedt is tevens verantwoordelijk voor het organiseren van time-outplekken voor zowel cliënten die in de opvang verblijven als voor cliënten die Beschermd Wonen. Tariefstelling Het tarief voor een plek in een Beschermd Wonen voorziening bestaat uit drie componenten: 1. De kosten verbonden aan een locatie, bestaande uit: - huisvestingskosten (kapitaallasten, huur van het gebouw, onderhoud en inventaris). Het kan ook zijn dat de huisvestingskosten gedekt worden door huurbetaling door de client; - hotelmatige kosten (bijvoorbeeld huishoudelijke verzorging, keukenpersoneel, de facilitaire dienst en dagelijkse welzijnsactiviteiten); - voedingskosten; - beveiliging. 2. Personele kosten: - aanwezigheid en begeleiding op de groep overdag - aanwezigheid en begeleiding op de groep ‘s nachts 3. Groepsruimte.
vi. Perceel 3: Trajectbegeleiding Wat is trajectbegeleiding? Trajectbegeleiding is begeleiding • • •
gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie; het psychisch en psychosociaal functioneren, en; stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld.
Wat willen we bereiken met trajectbegeleiding? Trajectbegeleiding heeft als doel om inwoners die tijdelijk niet in staat zijn om zelfstandig te wonen te begeleiden in het aanleren van vaardigheden waarmee inwoners (weer) zelfstandig kunnen gaan wonen. Doelgroep trajectbegeleiding Inwoners met psychiatrische en/of psychosociale problematiek of dakloze mensen die ondersteuningsvragen hebben ten aanzien van én het wonen én het herstellen. Cliënten zijn allemaal nog niet in staat om zelfstandig te kunnen wonen kunnen zich wel ontwikkelen naar zelfstandig wonen. Huidige omschrijving Perceel 2: Traject in de Opvang - Opvang en: - Traject in de opvang
Omschrijving nieuwe verwerving a. Begeleiding op maat b. Beschermd Thuis
Perceel 4: Arrangement: 3.1 Arrangement op maat 3.2 Overbruggingszorg 25
Wat kopen we in voor trajectbegeleiding? a. Begeleiding op maat De trajectbegeleiding is op maat en afhankelijk van de vraag van de cliënt. Het doel is om direct begeleiding op maat te bieden en in te zetten op herstel en zelfredzaamheid. In de nieuwe verwerving is de begeleiding een apart product dat los staat van de verblijfslocatie. Zo is het mogelijk dat een begeleider de begeleiding kan voorzetten wanneer de cliënt verhuist naar een andere locatie. Dit maakt het mogelijk om cliënten die in de Maatschappelijke Opvang wachten op een vervolgplek alvast een arrangement op maat aan te bieden, zodat er in de opvang al gericht wordt gewerkt aan herstel. Begeleiding op maat kan daarmee op verschillende locaties geboden worden: -
in een locatie voor Beschermd Wonen of in een tussenvorm Beschermd Wonen; in de Maatschappelijke Opvang.
Zodra wordt vastgesteld dat een cliënt onvoldoende zelfredzaam is ten aanzien van het wonen én het herstellen, ontvangt de cliënt toegang en wordt de cliënt toegewezen aan een zorgaanbieder. De zorgaanbieder wordt geselecteerd op basis van de expertise die past bij de ondersteuningsvraag van de client. Vanuit de zorgaanbieder wordt een trajectbegeleider gekoppeld aan de cliënt. De trajectbegeleider functioneert als een coördinator of regiehouder en begeleidt de cliënt daar waar mogelijk. Een uitgangspunt is dat waar mogelijk gedurende het hele traject dezelfde trajectbegeleider betrokken blijft. De trajectbegeleider stelt samen met de cliënt een plan op om te werken aan de doelen. De trajectbegeleider coördineert, stemt af en volgt de benodigde hulpverlening naast de eigen inzet. De begeleider betrekt zoveel als mogelijk het eigen netwerk van de cliënt en andere hulpverleners met expertise waarover de trajectbegeleider zelf niet of onvoldoende beschikt. Samen met de cliënt en het netwerk wordt de ondersteuningsvraag in kaart gebracht. In een cyclisch proces van monitoren, beoordelen en beslissen wordt gekeken of de ondersteuning rondom de cliënt leidt tot het gewenste (eind)resultaat. De trajectbegeleider heeft een signalerende rol en kan geconsulteerd worden door betrokkenen indien bijvoorbeeld situaties tijdens de begeleiding verergeren.
De trajectbegeleider is beschikbaar voor inhoudelijke ondersteuning, consultatie en opschaling van casuïstiek door betrokken professionals. De trajectbegeleider is naast de cliënt het aanspreekpunt bij het nemen van cruciale beslissingen over de hulp en ondersteuning aan de cliënt.
b. Beschermd Thuis Bij Beschermd Thuis wordt de benodigde trajectbegeleiding in de thuissituatie geboden. Omdat cliënten die thuis verblijven niet terug kunnen vallen op de woonbegeleiding van een instelling, is het voor deze groep wenselijk dat er 24 uur per dag, 7 dagen per week, begeleiding bereikbaar is. Door de inzet van Beschermd Thuis wordt het ‘gat’ tussen intramuraal wonen en ambulante begeleiding gedicht. Een cliënt woont zelfstandig in de wijk, maar met intensievere begeleiding dan geboden kan worden vanuit de ambulante begeleiding. Tariefstelling Het tarief voor trajectbegeleiding bestaat uit twee componenten:
26
1. Uurtarief begeleiding 2. Intensiteit van de begeleiding, vastgesteld op basis van het arrangementenmodel Wat valt buiten de scope van trajectbegeleiding? Begeleiding in de opvang voor jeugd Er is wat betreft jeugdzorg een raakvlak met de begeleiding die door de aanbieders van Maatschappelijke Opvang geboden wordt. De begeleiding voor jeugd zelf valt buiten de scope van de verwerving omdat het CJG niet bekostigd wordt vanuit de Wmo.
vii. Ontwikkelopgave Aanbieders hebben aangegeven dat het fijn zou zijn als er een budget beschikbaar is voor ontwikkeling zodat het zorgaanbod van aanbieders kan worden doorontwikkeld, er nieuwe oplossingen kunnen worden uitgeprobeerd en er onorthodoxe maatregelen voor cliënten kunnen worden ingezet wanneer dat nodig is. Daarnaast is het voor gemeenten belangrijk dat er een betere spreiding van locaties komt in de regio en dat nieuwe ondersteuningsvormen, zoals pauzeplekken, ook daadwerkelijk gerealiseerd kunnen worden. De afgelopen jaren heeft de gemeente Haarlem ook innovatiemiddelen gehad maar omdat die middelen een integraal onderdeel van het cliëntgebonden tarief waren was er bij aanbieders geen prikkel om die middelen daadwerkelijk voor ontwikkeling in te zetten. Daarnaast wisten veel aanbieders niet dat hiervoor ruimte was in het budget. Om wel concreet in te kunnen zetten op doorontwikkeling is de wens van gemeenten en aanbieders dat hier een apart budget voor beschikbaar komt. Gemeenten van de regio gaan samenwerken in een Gemeenschappelijk Orgaan om Beschermd Wonen te kunnen uitvoeren. Het Gemeenschappelijk Orgaan kent een innovatiefonds dat jaarlijks wordt bepaald. Om aanspraak te maken op het fonds kunnen gemeenten en aanbieders een (project)voorstel indienen.
Projectvoorstellen moeten gericht zijn op het opbouwen of doorontwikkelen van nieuwe ondersteuningsvormen, lokale voorzieningen voor Beschermd Wonen of op preventie in de gemeente.
27
Hoofdstuk 4: Inkoopprocedure i. Subsidiëren of aanbesteden Om te komen tot een verwervingsstrategie is de afweging gemaakt tussen subsidiëren of inkopen. Op basis van het afwegingskader (zie bijlagen) is de conclusie dat een aanbestedingsprocedure het meest passend is voor de maatwerkvoorzieningen Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. Zo gaat het om een wettelijke taak die uitgevoerd moet worden door de gemeente en zijn er verschillende partijen die de opdracht uit zouden kunnen voeren. Een aanbestedingsprocedure biedt daarnaast diverse voordelen ten opzichte van een subsidieverlening met betrekking tot de sturingsmogelijkheden en het afdwingen van prestaties. De gemeenten kunnen tijdens de overeenkomst op basis van de resultaten waar nodig bijsturen, terwijl dit bij een subsidie beperkter is. De inschatting is dat de administratieve lasten bij een aanbesteding vergelijkbaar zijn met het indienen van een subsidieaanvragen.
ii. Doel van de inkoop De gemeenten willen in gezamenlijkheid met de aanbieders verder vormgeven aan de inrichting van Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang. Zoals ook aangegeven in hoofdstuk 3 is de ambitie van deze verwerving om adequate en kwalitatief goede ondersteuning, opvang en participatie te realiseren voor de kwetsbare jongvolwassenen, volwassenen en ouderen in het kader van Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. Er wordt nagestreefd dat de juiste ondersteuning op het juiste moment voor de juiste persoon kan worden ingezet. Kwetsbare inwoners moeten een beroep op ondersteuning kunnen doen, bij voorkeur dichtbij hun leefomgeving, rekening houdend met de nog aanwezige mogelijkheden en eigen verantwoordelijkheden van die inwoners zelf. Naast de beleidsuitgangspunten "client centraal” en “zo thuis mogelijk” zijn er 6 ontwikkelopgaven die we willen nastreven met de nieuwe aanbesteding: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Ondersteuning dichterbij, lokale verantwoordelijkheid en spreiding van voorzieningen Passende ondersteuning voor álle cliënten Wachtlijsten en wachttijden verkorten en doorstroom bevorderen Passende financiering en passende afspraken Acceptatie in de wijk Samenwerking stimuleren en zo min mogelijk schotten
Afgelopen jaren is er goed ingezet op de begeleiding aan cliënten, zijn er goede ervaringen opgedaan en hebben we gezien en geleerd waar ontwikkeling mogelijk is. De praktijk is weerbarstig. Gestelde doelen blijken soms lastig uitvoerbaar en de meeste voor de hand liggende oplossingsmogelijkheden zijn niet altijd voorhanden. In samenwerking moet gezocht worden naar alternatieven. Dit vraagt van zowel opdrachtgever als opdrachtnemer om flexibiliteit. Om tot een realistische opgave te komen is overleg en samenwerking met de zorgaanbieders van belang. Het is van belang dat de inkoopprocedure mogelijkheden biedt om aanbieders tijdens procedure te betrekken. Daarnaast is het van belang dat gemeenten voldoende instrumenten hebben om tijdens de contractperiode te blijven sturen en bijsturen op het behalen van de gewenste ontwikkelingen.
28
Gezien de bestaande locaties en kennis van het gebied en netwerken van bestaande aanbieders, is het wenselijk om bestaande aanbieders opnieuw te kunnen contracteren. Daarnaast moet het mogelijk zijn voor nieuwe aanbieders die bij kunnen dragen aan de gewenste ontwikkelingen om in te stromen.
iii. Perceel indeling In hoofdstuk 3 is een eerste aanzet gegeven voor het indelen van de percelen. Tijdens de inkoopprocedure wordt, waar nodig in samenwerking met aanbieders, verder uitgewerkt wat de precieze inhoud van deze percelen wordt en of deze perceelindeling voldoet om de doelstellingen te kunnen behalen. Tevens moeten een aantal keuzes zoals nu zijn opgenomen in de uitwerking van de verschillende percelen nog op financiële consequenties en haalbaarheid getoetst worden. De percelen zijn gesplitst in het bieden van voorzieningen voor cliënten in het kader van Maatschappelijke Opvang (perceel 1) en cliënten in het kader van Beschermd Wonen (perceel 2). Hiernaast wordt separaat trajectbegeleiding ingekocht (perceel 3). Gekozen is voor de onderverdeling in perceel 1 en 2, omdat Maatschappelijke Opvang een centrumgemeente verantwoordelijkheid blijft en Beschermd Wonen een regionale verantwoordelijkheid wordt. Door het loskoppelen van de begeleiding in een separaat perceel wordt het mogelijk gemaakt ook aanbieders te contracteren die niet over vastgoed beschikken.
iv. De aanbestedingsprocedure Bij geraamde opdrachtwaardes boven de € 750.000 euro is de verplichting de opdracht Europees aan te besteden. Hierbij is de keuze een regulier aanbestedingstraject of een vereenvoudigde SAS procedure te volgen. Hierbij mede rekening houdende met het beperkte grensoverschrijdende belang van deze diensten. De inkoop van Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang valt, conform de Aanbestedingswet 2012, onder de zogenoemde Sociale en andere specifieke diensten (SAS diensten). De SAS-procedure biedt veel ruimte om de procedure naar eigen inzicht in te richten. Zo is er veel ruimte voor dialoog met de markt, is opdrachtgever niet gehouden aan de Europese standaardtermijnen en de regels over gunningscriteria en is opdrachtgever niet verplicht geschiktheidseisen te stellen of uitsluitingsgronden toe te passen. Voor de verwerving zijn er in dit geval, binnen de SAS procedure, een tweetal mogelijkheden: 1. Dialoog gerichte aanbesteding; 2. Sociale en andere specifieke diensten zonder Economisch Meest Voordelige Inschrijving (waarbinnen een aantal varianten zijn)8. De procedure voor sociale en andere specifieke diensten zonder Economisch Meest Voordelige Inschrijving is nieuw. Op 23 april 2021 is het wetsvoorstel Maatschappelijk verantwoord inkopen Jeugdwet en Wmo 2015 bij de Tweede Kamer ingediend.
Deze maand worden de schriftelijke vragen van de Tweede Kamer beantwoord, de mondelinge behandeling van het wetsvoorstel volgt daarop. Daarna gaat het voorstel naar de Eerste Kamer voordat de wet in werking kan treden. De verwachting is dat de wet in januari wordt aangenomen.
8
Mocht het wetsvoorstel Maatschappelijk verantwoord inkopen Jeugdwet en Wmo 2015 niet worden aangenomen, dan gaan we uit van een SAS procedure met EMVI met minimale gunningscriteria.
29
Het voordeel van de SAS- procedure zonder EMVI is dat gemeenten direct overeenkomsten mogen sluiten met geschikte aanbieders die op basis van selectie criteria geschikt zijn bevonden. In dialoog met de aanbieders kunnen de contractvoorwaarden worden bepaald. De aanbestedingsbeginselen en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur blijven van toepassing. De gemeente moet alle aanbieders gelijk behandelen en kunnen motiveren waarom zij met de ene aanbieder wel en een andere aanbieder niet een overeenkomst sluit. In ‘klassieke’ aanbestedingsprocedures moeten gemeenten verplicht werken met gunningscriteria en vooraf precies aangeven hoe zij offertes gaan beoordelen. Dit kan leiden tot strategische inschrijvingen. Een mogelijkheid bij een overeenkomst die is gesloten na het doorlopen van een SAS-procedure is dat ook de gemeente zeggenschap houden over welke aanbieder uiteindelijk diensten levert aan een cliënt. Hierdoor kunnen gemeente beter invulling geven aan het verkorten van wachtlijsten en het bevorderen van doorstroom. Daarnaast is vooraf niet altijd duidelijk in het sociaal domein wat de beste oplossing is. Problemen en oplossingen kunnen gedurende de inkoopprocedure én de uitvoering van de overeenkomst wijzigen. Onderdeel van de procedure is het in samenwerking met de markt bepalen van de voorwaarden.
Doordat de focus niet meer op de procedure komt te liggen, kan er meer aandacht voor de inhoud komen tijdens gesprekken tussen gemeenten en aanbieders. Deze procedure biedt gemeenten de gelegenheid om in gesprek met de aanbieders te komen tot een realistische invulling van de opgave. Aanbieders worden zeer nauw betrokken tijdens de procedure. In dialoog met de aanbieders kunnen contracten worden afgesloten die flexibiliteit bieden aan de gemeente om te kunnen sturen en bijsturen op het behalen van de gewenste ontwikkelingen.
v. Algemene planning Selectiefase: januari 2022 – maart 2022 Afstemmingsfase met geselecteerde partijen9: maart 2022 – oktober 2022 Sluiten van de overeenkomsten: oktober 2022 Implementatie: oktober 2022 – december 2022 Start overeenkomsten: 1 januari 2023
vi. Visie op bekostiging Bij de keuze voor een bekostigingsmodel is het belangrijk een afweging te maken in de gewenste stuurinformatie én in de hoogte van de administratieve lasten. Beide bepalen de mate in kwaliteit en kwantiteit van de (stuur)informatie over zorginzet en uitgaven van de zorg. Vier bekostigingsmodellen We onderscheiden in de basis vier bekostigingsmodellen: Betalen voor aanbod Op basis waarvan bepaal je volume?
Omvang van de kenmerken van de populatie
Waar betaal je voor? Betalen voor het resultaat
Functiebekostiging
Resultaatbekostiging
9
Inclusief gunningsfase en afstemmingsfase indien nodig als het wetsvoorstel Maatschappelijk verantwoord inkopen Jeugdwet en Wmo 2015 niet worden aangenomen. 30
Omvang en kenmerken van de caseload
Productiebekostiging
Resultaatbekostiging per client
Alle bekostigingsmodellen hebben voor- en nadelen. De voor- en nadelen worden bepaald door: • • • •
Het volume; leiden de prikkels van het bekostigingsmodel tot over- of onderproductie? Inzet (directe middelen per client) werkt die kosten opdrijvend of juist kostendrukkend? Kwaliteit (van het resultaat) wordt deze omhoog of omlag gedreven door de prikkels? Toegankelijkheid (selectie aan de poort of daarna) maken de prikkels het economisch interessant om lastige gevallen te weren of (te) snel door te verwijzen?
Omdat de voorgestelde perceelindeling nog getoetst en uitgewerkt moet worden in overleg met de aanbieders, is het nu nog niet mogelijk om de bekostigingssystematiek vast te stellen. In de procedure wordt de gewenste bekostigingssystematiek verder uitgewerkt. Op basis van de voor- en nadelen van de verschillende bekostigingssystematieken zal worden bepaald welke bekostigingssystematiek het beste bijdraagt aan de sturing op de gewenste doelen, waarbij rekening wordt gehouden met de administratieve lasten voor zowel de aanbieders als de gemeenten.
vii. Visie op contractduur We realiseren ons dat de transformatie niet van de ene op de andere dag is gerealiseerd. De ontwikkelopgaven worden opgenomen in de overeenkomst, waardoor ruimte wordt gecreëerd om in samenwerking met aanbieders afspraken bij te stellen. We moeten de partners de tijd en stabiliteit geven zodat kan worden doorgebouwd aan de beoogde ontwikkeling. Wij streven daarom naar meerjarige afspraken om zowel inwoners als aanbieders voldoende zekerheid te bieden. Wij zoeken daarbij naar de juiste balans tussen flexibel kunnen inspelen op nieuwe ontwikkelingen en inzichten en zekerheid voor aanbieders. Voor aanbieders moet het lonen om te investeren in vernieuwing die bijdraagt aan een optimale ondersteuning aan cliënten. Aanbieders hebben ruimte en zekerheid nodig om zich aan te passen en om te kunnen investeren in de doordecentralisatie. Om die reden wordt gekozen voor een lange contractduur van 6 jaar met de mogelijkheid om het contract 2 keer met 2 jaar te verlengen. Hiermee worden in principe langdurige afspraken gemaakt maar het is mogelijk om het contract eerder te beëindigen. De maximale looptijd van het contract is dan van 1-1-2023 tot maximaal 1-1-2033. Het kader Opvang, Wonen en Herstel loopt per 2028 af. De termijnen in het contract maken het mogelijk om indien gewenst per 2029 de contracten aan te passen op de nieuwe uitgangspunten.
Op deze manier kunnen we aansluiten bij de gewenste beleidswijzigingen. In het contract wordt eveneens de mogelijkheid opgenomen dat indien er sprake is van nieuwe omstandigheden of een wetswijziging, contract opzegging mogelijk is. Als tijdens de contractperiode blijkt dat de gecontracteerde aanbieders geen passende ondersteuning kunnen leveren is het mogelijk om contracten af te sluiten met derden.
31
Hoofdstuk 5: Risico’s en beheersmaatregelen Risico Inhoud Het aanbiederslandschap wordt met name bepaald door het beschikbare vastgoed. Hierdoor is er geen evenredige verdeling van locaties in onze regio en is het niet altijd mogelijk om met nieuwe initiatieven te starten. De manier van aanbesteden is tijdsintensief. Het kan zijn dat aanbieders niet mee willen doen of tijdens het proces afhaken.
De aanbesteding houdt onvoldoende rekening met de weerbarstige praktijk en is niet realistisch.
De verwervingsstrategie is op hoofdlijnen uitgewerkt, hierdoor zijn veel elementen nog niet concreet.
Projectmatig Onrust bij inwoners over de veranderingen.
Beleidstechnisch Beleidswijzigingen op gemeentelijk niveau kunnen de uitvoering van de opdracht en de planning hinderen.
Laag / Middel / Hoog
Beheersmaatregel Door een ontwikkelbudget op te nemen willen wij meer ruimte geven aan nieuwe initiatieven. We blijven echter afhankelijk van het beschikbare vastgoed en de acceptatie binnen de wijken. De aanbesteding gaat uit van samenwerking, dit kost tijd maar levert in de toekomst ook wat op voor de zorgaanbieders en de gemeenten. De intentie is om tot een contract te komen met de aanbieders die door de selectieprocedure komen. Dit geeft aanbieders zekerheid dat de inzet ook leidt tot resultaat. Hiernaast wordt er later in de procedure tijd bespaard omdat er in deze aanbesteding geen offerte geschreven hoeft te worden. Dit betekent voor de partijen minder papierwerk. Door de invulling van de aanbesteding vorm te geven samen met de aanbieders wordt er rekening gehouden met de situatie waarin de aanbieders werken. Tijdens de aanbestedingsprocedure is ruimte om de voorstellen te toetsen, en waar nodig in overleg met de aanbieders aan te passen. Op deze manier kunnen we contracten sluiten die passen bij gewenste ontwikkeling en de weerbarstige praktijk. We houden in de contracten rekening met de overbrugging van cliënten. Hiernaast zal er ook in de communicatie aandacht zijn voor de geplande veranderingen. Op 1 januari 2023 lopen de huidige contracten af. Er is zeer beperkte tijd om tot nieuwe contracten te komen. Door de verwervingsstrategie 32
Beleidswijzigingen op rijksniveau kunnen de uitvoering van de opdracht en planning hinderen. Financieel De voorstellen zijn nog niet financieel doorgerekend. Het is dan ook de vraag of alle gewenste bewegingen financieel haalbaar zijn.
Met ‘beschermd thuis’ wordt het ‘gat’ gedicht tussen ambulante begeleiding en het verblijf in een instelling. Hierdoor kan de prikkel ontstaan dat gemeenten minder ambulante begeleiding gaan inzetten en meer Beschermd Wonen. Juridisch De SAS procedure zonder EMVI is een nieuwe vorm van aanbesteden. Er is nog weinig jurisprudentie over de SAS procedure zonder EMVI.
gezamenlijk op te stellen is er rekening gehouden met de verschillende belangen van zowel kleine en grote(re) gemeenten. Hiernaast is de verwervingsstrategie op hoofdlijnen beschreven, waardoor er in de procedure nog ruimte is om gewenste wijzigingen door te voeren. De gemeente maakt in samenwerking met aanbieders afspraken waardoor er voldoende ruimte is om wijzigingen door te voeren. De verdere uitwerking (zowel inhoudelijk als financieel) is onderdeel van de aanbestedingsprocedure en volgt later. Als de gewenste voorstellen financieel niet haalbaar zijn, is binnen de verwervingsstrategie voldoende ruimte om te zoeken naar een passend alternatief. Als er politieke/ financiële besluiten genomen moeten worden, wordt dit apart voorgelegd aan de colleges in de regio. Omdat zowel ‘beschermd thuis’ als ambulante begeleiding worden bekostigd door de lokale middelen, verwachten wij niet dat dit in de praktijk problemen gaat opleveren.
De verwerving voldoet aan de voorschriften van de SAS procedure. Mocht het wetsvoorstel Maatschappelijk verantwoord inkopen Jeugdwet en Wmo 2015 niet worden aangenomen dan wordt er gekozen voor een SAS procedure met EMVI met minimale gunningscriteria.
33
Bijlagen
34
Bijlage 1: Afwegingskader Inkoop of Subsidie Voor de verwervingsprocedure is gebruik gemaakt van onderstaand afwegingskader. Geen van de argumenten is op zich doorslaggevend, het is altijd een afweging van alle argumenten tezamen. Factor
Vraag
Inkoop vs. subsidie
Bezwarende titel
Is de ontvanger verplicht de prestaties volledig te realiseren? (levert constructie een ‘schriftelijke overeenkomst onder bezwarende titel’ op?) Wil de gemeente nakoming kunnen eisen?
Ja: opdracht Nee: subsidie Toelichting: nakoming is niet mogelijk in subsidierecht, als nakoming vereist is, is inkoop het goede instrument.
Is het een wettelijke taak van de gemeente die uitgevoerd moet worden?
Initiatief
Welke partij heeft voorgesteld om de activiteiten te verrichten?
In hoeverre bepaalt de gemeente de invulling van de activiteiten? Stelt de gemeente niet-doelgebonden eisen die onder subsidieregime niet passend zouden zijn?
Doel/belang
Gaat het om algemeen belang/belang van derden, of gemeente/eigen belang? Aan wie komen de activiteiten en vergoeding ten goede? Genieten derden van de gerealiseerde prestatie?
Commerciële activiteit
Kan de activiteit door meerdere partijen worden gerealiseerd, i.e. bestaat er een (potentiële) markt voor?
Uitvoering door onderneming, met winstoogmerk en marktconforme vergoeding? (onderneming in de ruime interpretatie elke eenheid die een economische activiteit uitvoert, ongeacht rechtsvorm
Ja: opdracht Nee: subsidie Toelichting: nakoming is niet mogelijk in subsidierecht, als nakoming vereist is, is inkoop het goede instrument. Ja: opdracht Nee: subsidie Toelichting: Bij een wettelijke taak kan er sprake van dienstverlening aan de gemeente zijn (let op BTW risico) maar kan nakoming ook een vereiste zijn. Inkoop is dan mogelijk passender (er bestaan BTW vrijstellingen). Verstrekker: opdracht Ontvanger: subsidie Bij subsidie ligt het initiatief primair bij de ontvanger. Inkoop gebeurt op initiatief van de gemeente. Hoge mate: opdracht Lage mate: subsidie Dit is een indicator in hoeverre het initiatief bij de ontvanger ligt. Ja: inkoop Nee: subsidie Hoe meer eisen de gemeente stelt, ook aan de uitvoering en inhoud van de activiteiten, hoe minder het initiatief en vrijheid van invulling bij de ontvanger ligt. Subsidie is een minder passend instrument. Algemeen of niet vooraf aanwijsbare derde: subsidie Gemeentebelang: opdracht Levering van goederen en diensten voldoet niet aan het subsidiebegrip en subsidie is dan niet mogelijk. Nee: inkoop Ja: subsidie Als derden de voordelen van de activiteiten genieten is vaak sprake van subsidie (jurisprudentie) Ja: opdracht Nee: subsidie Subsidie is in principe bedoeld in situaties waar marktmechanismen niet in (kunnen) voorzien. Alsmeerdere partijen de activiteit kunnen realiseren is er mogelijk een markt met concurrentie.
Subsidie zou dan de concurrentie kunnen verstoren. Ja: opdracht Nee, vergoeding is maximaal kostendekkend: subsidie Onderneming kan duiden op een commerciële activiteit waar subsidie niet passend is. Vergoeding van winst duidt op inkoop. Bij subsidie kan geen winst worden vergoed (wel reservevorming bij exploitatiesubsidies) Subsidie voorziet voornamelijk in dekking van een tekort en niet meer dan dat.
35
Factor Verband prestatie en vergoeding
Vraag In hoeverre bepaalt de prestatie de vergoeding?
Inkoop vs. subsidie Prijs per eenheid: inkoop, of subsidie met mogelijke BTW (prijssubsidie) Afrekenen op werkelijke kosten: subsidie (geen vergoeding winst!) Een sterke P*Q component en afrekening op P*Q duidt snel op inkoop omdat hier een specifiek gedefinieerde en meetbare prestatie is (let ook op BTW risico).
36