Verordening Wet inburgering Heemstede 2013.pdf
Tekst van het document
Verordening Wet inburgering Heemstede 2013 De raad van de gemeente Heemstede; gelezen het voorstel van het college 11 december 2012 gelet op de artikelen 8, 19, 23, 24f en 35 van de Wet inburgering zoals die op 31 december 2012 luidt ; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening Wet inburgering Heemstede 2013 Hoofdstuk 1. Begripsomschrijvingen en informatieverstrekking Artikel 1 Begripsomschrijvingen 1. In deze verordening wordt verstaan onder: a. college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heemstede; b. inburgeringsplichtige: persoon, bedoeld in artikel X, tweede tot en met vijfde lid van de wetswijziging. c. wet: Wet Inburgering; d. wetswijziging: de wet van 13 september 2012 tot wijziging van de Wet inburgering en enkele andere wetten in verband met versterking van de eigen verantwoordelijkhied van de inburgeringsplichtige (Stb.2012, 430); 2. De begripsomschrijvingen in de wet, de wetwijziging en de daarop berustende regelingen zijn van toepassing op de begrippen die in deze verordening worden gebruikt. Artikel 2 De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen 1. Het college draagt er zorg voor dat de inburgeringsplichtigen op een doeltreffende en doelmatige wijze worden geïnformeerd over hun rechten en plichten uit hoofde van de wet en over het aanbod van en de toegang tot inburgeringsvoorzieningen. 2.
Het college maakt bij de informatieverstrekking aan de inburgeringplichtigen in ieder geval gebruik van de volgende middelen: - een fysiek loket: inloopspreekuur bij de Intergemeentelijke afdeling sociale zaken. 3. Het college beoordeelt tenminste eens in de drie jaar de doeltreffendheid en doelmatigheid van het inburgeringsbeleid en rapporteert hierover aan de raad. Dit verslag inburgering omvat in elk geval een rapportage ten aanzien van de doeltreffendheid en doelmatigheid van de informatieverstrekking. Hoofdstuk 2. Doelgroepen en samenstelling van de inburgeringsvoorziening Artikel 3 Doelgroepen 1 Het college biedt een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening aan de inburgeringsplichtige te weten: a. de houder van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 en b. de geestelijke bedienaar, bedoeld in artikel 1, onderdeel g van de wet, die geen oudkomer is als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de wet, voor zover deze uiterlijk 31 december 2012 inburgeringsplichtig is geworden.
Artikel 4 De samenstelling van de inburgeringsvoorziening 1. Het college stemt de inburgeringsvoorziening aan de inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid en onder a, af op het startniveau en de vaardigheden, persoonlijke omstandigheden en de maatschappelijke positie van de inburgeringsplichtige. 2. Indien de inburgeringsplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid en onder a, een voorziening gericht op arbeidsinschakeling wordt aangeboden, draagt het college er zorg voor dat de inburgeringsvoorziening gericht is op arbeidsinschakeling. 3. Aan de inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid en onder a, biedt het college maatschappelijke begeleiding aan 4. Het college kan een inburgeringsvoorziening aanbieden in de vorm van een persoonsgebonden inburgeringsbudget. 5. Onder een persoonsgebonden inburgeringsbudget wordt verstaan: een vergoeding ter voldoening van de noodzakelijk te maken kosten van werkzaamheden die zijn gericht op het inburgeringsexamen of het Staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II c.q. Artikel 5 De inning van de eigen bijdrage 1. De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet dient in maximaal 6 termijnen te worden betaald. 2. Het college legt in de beschikking tot vaststelling van de inburgeringsvoorziening de termijnen van betaling vast.
Indien het college de eigen bijdrage verrekent met de algemene bijstand, wordt dat in de beschikking vastgelegd. Artikel 6 Stimuleringsbonus 1. Indien de inburgeringsplichtige of de vrijwillige inburgeraar, die een eigen bijdrage als bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet is verschuldigd, is geslaagd voor het inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II, wordt hem eenmalig een bonus ter hoogte van het bedrag van de eigen bijdrage uitgekeerd. 2. Indien de inburgeringsplichtige, die een eigen bijdrage, als bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet is verschuldigd, op grond van artikel 31 van de wet wordt ontheven van zijn inburgeringsplicht, wordt hem eenmalig een bonus ter hoogte van de eigen bijdrage uitgekeerd. 3. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de vrijwillige inburgeraar van wie het college op grond van de door de vrijwillige inburgeraar aantoonbaar geleverde inspanning van oordeel is dat het voor hem redelijkerwijs niet mogelijk is het inburgeringsexamen te behalen. 4. Indien de eigen bijdrage nog niet of niet geheel is voldaan zal de stimuleringsbonus verrekend worden met het nog openstaande bedrag. Artikel 7 Opleggen van verplichtingen Het college kan een inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3 bij beschikking een of meer van de volgende verplichtingen opleggen: a. het deelnemen aan de inburgeringcursus; b.
het deelnemen aan (voortgang-)gesprekken met de trajectbegeleider; c. het deelnemen aan het inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II; d. de meldplicht indien door ziekte dan wel door andere relevante omstandigheden niet aan de verplichtingen in de beschikking kan worden voldaan;
e.
overige verplichtingen die het bereiken van het doel van het inburgeringstraject kunnen ondersteunen.
Hoofdstuk 3. Het aanbod van een inburgeringsvoorziening Artikel 8 De procedure van het doen van een aanbod 1. Het college doet het aanbod, bedoeld in artikel 19, eerste of tweede lid, van de wet schriftelijk. Het aanbod wordt verzonden naar het adres waar de inburgeringsplichtige in de gemeentelijke basisadministratie staat ingeschreven. 2. Het aanbod geeft een omschrijving van de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening die wordt aangeboden en vermeldt de rechten en verplichtingen die aan de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening worden verbonden. 3. De inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3 aan wie een aanbod wordt gedaan, deelt binnen twee weken na het aanbod het college schriftelijk mee of hij het aanbod al dan niet aanvaardt. 4. Wanneer de inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3 het aanbod aanvaardt, neemt het college binnen twee weken na ontvangst van deze mededeling het besluit tot toekenning van de inburgeringsvoorziening overeenkomstig het gedane aanbod. 5. Een inburgeringsvoorziening kan verstrekt worden in natura, of als persoonlijk inburgeringsbudget.
Artikel 9 De inhoud van de beschikking Het besluit tot vaststelling van een inburgeringsvoorziening bevat in ieder geval: a een beschrijving van de inburgeringsvoorziening; b een opgave van de rechten en verplichtingen van de inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3; c de datum waarop het inburgeringsexamen c.q. het Staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II moet zijn behaald; d de termijnen en wijze van betaling van de eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet. Hoofdstuk 4. De bestuurlijke boete Artikel 10 De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende overtredingen 1. De bestuurlijke boete bedraagt maximaal € 125 indien de inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het college op redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtig is geen of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld in artikel 25, vierde lid, van de wet. 2 De bestuurlijke boete bedraagt maximaal € 250 indien de inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde inburgeringsvoorziening of taalkennnisvoorziening, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de wet of aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 7 van deze verordening.
3 De bestuurlijke boete bedraagt maximaal € 500 indien de inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid, van de wet bedoelde termijn of binnen de door het college op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de wet verlengde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald.
Artikel 11 Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de overtreding 1 De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 9, eerste lid, bedraagt maximaal € 250 indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding. 2 De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 9, tweede lid, bedraagt maximaal € 500 indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding. 3. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500 indien de inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van artikel 32 van de wet vastgestelde termijn zijn inburgeringsexamen heeft behaald. 4. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500 indien de inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van artikel 33 van de wet vastgestelde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald.
Hoofdstuk 5. Slotbepalingen Artikel 12 Intrekken oude verordening De verordening Wet inburgering Heemstede wordt ingetrokken. Artikel 13 Overgangsbepaling Besluiten, genomen krachtens de verordening als bedoeld in artikel 12 die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. Artikel 14 Hardheidsclausule Het college kan bepalingen uit deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing ervan leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Artikel 15 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de 8e dag na bekendmaking daarvan en werkt terug tot 1 januari 2013. Artikel 16 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Wet inburgering Heemstede 2013.