Uitvoeringsnotitie Wet inburgering 2021.pdf
Tekst van het document
Uitvoeringnotitie Wet inburgering 2021
Aanvullende informatie over de uitvoering van de Wet inburgering gemeente Heemstede 1. Samenvatting van de nieuwe wet Personen die van buiten de Europese Unie, IJsland, Kroatië, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland naar Nederland komen zijn tot drie zaken verplicht: het leren van de Nederlandse taal het leren kennen van Nederlandse samenleving en kennis krijgen van de arbeidsmarkt. Tenminste, als zij zich hier langdurig willen vestigen. Dit heet inburgeren. Op 1 januari 2022 is de nieuwe Wet Inburgering 2021 in werking getreden. De nieuwe wet betreft een algehele stelselwijziging en vervangt het inburgeringssysteem 2013. De nieuwe wet behelst het volgende: - De gemeente gaat inburgeringsplichtige nieuwkomers begeleiden bij hun inburgering. Voor statushouders (vluchtelingen met verblijfsstatus) doen wij dit vanaf het moment van huisvesting in de gemeente. - Iedereen krijgt een inburgering op maat. Dit gebeurt aan de hand van een brede intake. En het maken van een persoonlijk Plan Inburgering en Participatie door de consulent inburgering van de gemeente. - Gemeenten begeleiden ook gezinsmigranten en overige migranten. Zij betalen hun inburgering altijd zelf. De consulent inburgering van de gemeente neemt een brede intake af en stelt daarmee de te volgen leerroute vast. Ook adviseert de consulent inburgering over een mogelijk passende onderwijsinstelling.
Bovengenoemde taken worden voor Heemstede uitgevoerd door de Intergemeentelijke Afdeling Sociale Zaken (IASZ). Speciaal opgeleide consulenten inburgering van de IASZ die de afgelopen jaren al ervaring hebben opgedaan met de doelgroep statushouders worden hiervoor ingezet. Inmiddels zijn ze opgeleid om per 1 januari 2022 uitvoering te kunnen geven aan de nieuwe taken behorende bij de Wet inburgering. Ook is per 1 januari 2022 al een nieuwe collega in dienst getreden die een deel van de taken van de inburgeringsconsulent in zijn pakket heeft. 1.1 Doel nieuwe wet Uitgangspunt van de nieuwe wet is dat alle inburgeringsplichtigen zo snel mogelijk en volwaardig meedoen in de Nederlandse samenleving, het liefst via betaald werk. Door nieuwkomers te stimuleren de Nederlandse taal op een zo hoog mogelijk niveau te leren en door participatie ook al tijdens de inburgering een belangrijke plek te geven, moet inburgering in het nieuwe stelsel effectiever worden. In het nieuwe stelsel gaan het leren van de taal en participatie (bijvoorbeeld via werk of stage) hand in hand en gaat de taaleis omhoog van A2- naar B1 -niveau. 1.2 Inburgeren via drie nieuwe leerroutes Er komen drie leerroutes in het nieuwe stelsel: de onderwijsroute, de B1-Route en de zelfredzaamheidsroute (Z-route).
Bij twee van deze leerroutes, te weten de B1-route en de Z-route, wordt het inburgeringstraject aangevuld met de participatiecomponent. De onderwijsroute beoogt de doorgaande leerlijn te realiseren naar het regulier onderwijs en is gericht op (jonge) inburgeraars die de mogelijkheid en capaciteit hebben om hier te studeren. De B1-route en de Z-route zijn duale trajecten. Dit zijn trajecten die geïntegreerd worden aangeboden waarin het leren van de taal samengaat met participatie, met het oog op doorstroom naar de arbeidsmarkt. Als dat niet reëel is,
wordt maximale participatie in de samenleving beoogd; bijvoorbeeld via het doen van vrijwilligerswerk of een andere vorm van participatie. 1.3 Verplichte aanvullende modules: MAP en PVT Gemeenten moeten daarnaast de Module Arbeidsmarkt & Participatie (MAP) en het Participatieverklaringstraject (PVT) aanbieden. De MAP is een module die is gericht op de oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt en het in beeld brengen van competenties en arbeidsmarktkansen van de inburgeraar. De MAP is in het nieuwe aanbod ondergebracht bij de aanbieders van de B1- en Z-route. Het Participatieverkaringstraject (PVT) is een belangrijke kennismaking, groepsgewijs, met de Nederlandse waarden en gebruiken. Dit onderdeel is ondergebracht bij de aanbieder van het brugklasprogramma en zal worden uitgevoerd door onderaannemer Vluchtelingenwerk. 1.4. Financieel ontzorgen en financiële zelfredzaamheid Onderdeel van de Wet inburgering is verder dat alle bijstandsgerechtigde statushouders de eerste periode na aankomst in de gemeente financieel ontzorgd worden. De verplichte ontzorging in Heemstede wordt uitgevoerd door consulenten inburgering samen met uitkeringsadministratie en bestaat uit het inhouden van de vaste lasten van de huur, de rekeningen voor gas, water en stroom en de verplichte zorgverzekering.
De ontzorging duurt minimaal zes maanden en gaat in op het moment dat het recht op bijstand ontstaat. Het begeleiden naar financiële (zelf)redzaamheid is een verplicht onderdeel van financieel ontzorgen en wordt gedaan door de budgetcoaches van vluchtelingenwerk. Tijdens deze periode wordt er ook een groepstraining van 5 dagdelen georganiseerd door Vluchtelingenwerk gericht op financiële zelfredzaamheid. Na zes maanden wordt gekeken of er noodzaak is tot verlenging. Dit is maatwerk. 1.5. Maatschappelijke begeleiding Net als onder de huidige wet inburgering, blijft de gemeente onder de nieuwe wet inburgering verantwoordelijk voor het aanbieden van maatschappelijke begeleiding aan statushouders. De maatschappelijke begeleiding richt zich op het wegwijs maken van gehuisveste statushouders in de gemeente. Deze begeleiding richt zich op twee componenten: praktische ondersteuning bij het regelen van basisvoorzieningen op het gebied van wonen, zorg, inkomen, vervoer, verzekeringen en onderwijs en het bieden van voorlichting over de basisvoorzieningen in de Nederlandse samenleving. Dit gebeurt in Heemstede standaard 12 maanden na het moment van huisvesting in de gemeente. De intensiteit van de begeleiding kan per individu verschillen. Na 12 maanden worden statushouders warm overgedragen naar de partners van de gemeente.
2. Doelgroep en omvang De gemeenten worden met de invoering van de nieuwe Wet Inburgering verantwoordelijk voor een grotere groep. Alle inburgeringsplichtigen vallen onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten, ook degenen die in de meeste gevallen geen uitkering ontvangen, zoals de groep gezinsmigranten en overige migranten. De doelgroep van de nieuwe Wet inburgering is te verdelen in twee groepen: de groep statushouders (inclusief nareizigers) en de groep gezinsmigranten en overige migranten.
2.1 Statushouders • Statushouders zijn vluchtelingen die door de IND worden erkend en een vluchtelingenstatus krijgen. Zij komen eerst in asielzoekerscentra (AZC) terecht. Het Centraal Orgaan Asielzoekers (COA) vangt hen op en koppelt statushouders aan een gemeente. • Nareizigers zijn de nareizende familieleden van de statushouder die na inwilliging van de gezinshereniging in Nederland mogen verblijven. Zij komen dus terecht bij hun familielid die al woonachtig is in de gemeente. De groep statushouders is vaak in eerste instantie bijstandsafhankelijk.
2.2. Gezinsmigranten en overige migranten • Gezinsmigranten en overige migranten (hierna gezinsmigranten) zijn personen die hier voor gezinshereniging of gezinsvorming gekomen zijn. Het gaat om personen die een Nederlandse partner hebben. Inburgering start voor gezinsmigranten al met een basisexamen inburgering dat in het land van herkomst wordt afgelegd. Ook geestelijk bedienaren (dominees, priesters en imams) en vreemdelingen met een verblijfsvergunning voor een onbepaald verblijfdoel zijn onderdeel van deze groep. Gezinsmigranten zijn (veelal) niet bijstandsafhankelijk. 2.3. Volumes Het is niet eenvoudig om vast te stellen hoe groot de groep is voor wie vanaf 1 januari 2022 aanbod gereed moet zijn. Het Rijk bepaalt elk half jaar het aantal statushouders dat de gemeente moet huisvesten. Op basis van de taakstelling van dit jaar en het percentage statushouders dat boven de 18 jaar en dus inburgeringsplichtig is, is eerder een inschatting gemaakt van de aantallen in de regio. Het gaat in deze arbeidsmarktregio in 2021 om circa 322 statushouders en circa 188 gezinsmigranten- en overige migranten. Het aantal statushouders kan dus jaarlijks fluctueren. Van de groep statushouders is de verwachting dat 60% de B1- route gaat volgen, 25% de onderwijsroute en 15% de Z-route. Gemeente
Statushouders 2020
Statushouders 2021
Gezinsmigranten 2020
Beverwijk
17
35
16
Bloemendaal
10
22
10
Haarlem
65
136
100
Heemskerk
17
33
16
Heemstede
11
23
10
Velsen
29
58
26
Zandvoort
8
15
10
Totaal
158
322
188
Bovengenoemde aantallen zijn ter illustratie en kunnen per jaar fluctueren.
3. Wettelijke aanbodplicht door gemeenten In onderstaande tabel 1 staat het te realiseren aanbod door gemeenten uitgesplitst naar de groep statushouders en gezinsmigranten- en overige migranten. Het te volgen inburgeringstraject voor statushouders is veelomvattender dan voor gezinsmigranten. De wettelijke aanbodplicht verschilt namelijk voor de twee doelgroepen onder de nieuwe wet. Tabel 1. Overzicht verantwoordelijkheden gemeente per doelgroep nieuwe Wet inburgering Aanbod
1 Brede intake en Persoonlijk plan Inburgering en
Statushouders
Gezinsmigranten- en overige migranten
X
X
Participatie (PIP)
2 Brugklas
X
3 Participatieverklaringstraject (PVT)
X
4 Maatschappelijke begeleiding
X
5 Zes maanden Financieel ontzorgen (inclusief
X
X
financiële begeleiding
6 3 leerroutes (B1-, Z- of onderwijsroute) incl.
X
alfabetisering en Kennis Nederlandse Maatschappij (KNM)
7 Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP)
X
X
*Brugklas is geen wettelijke taak van de gemeenten. De overige onderdelen zijn dit wel.
De brede intake, Persoonlijk plan Inburgering en Participatie (PIP) en de onderdelen Participatieverklaringstraject (PVT) en Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) zijn onderdelen die de gemeente voor elke inburgeringsplichtige moeten aanbieden. Het onderdeel brugklas is geen wettelijke taak, maar een aanvullend en ondersteunend aanbod geïntegreerd programma met het wettelijk onderdeel PVT. Maatschappelijke begeleiding en het financieel ontzorgen zijn verplichte taken die de gemeente moet uitvoeren voor statushouders. Het volgen van een van de drie leerroutes is een verplicht onderdeel voor statushouders, maar niet voor de groep gezinsmigranten. Wel heeft de gemeente de wettelijke plicht om aan gezinsmigranten ondersteuning en begeleiding aan te bieden bij hun inburgeringstraject. De gemeente gaat een belangrijke rol spelen bij het adviseren van gezinsmigranten over passend inburgeringsonderwijs en andere aspecten om een goede start in Nederland te maken. Gezinsmigranten krijgen daarom – net als statushouders – een brede intake, een PIP en voortgangsgesprekken. Hoewel Gezins- en overige migranten vrij zijn in hun keuze voor een taalschool, kan de gemeente hen hierover wel adviseren. Alle gezinsmigranten van buiten de EU/ EER en Zwitserland vallen onder de Wet inburgering.
4. Onze ambitie, een regionale ambitie Heemstede wil het nieuwe stelsel benutten om de kansen van inburgeringsplichtigen te vergroten om op een snelle en volwaardige manier mee te doen in de maatschappij. Op basis van de 5
subdoelen van de wet (tijdigheid, snelheid, maatwerk, dualiteit, kwaliteit) stellen we ons de volgende ambitie: “Vanaf 1 januari 2022 krijgen alle Inburgeringsplichtigen onder de nieuwe Wet in de Arbeidsmarktregio IJmond en Zuid-Kennemerland een tijdig en passend inburgeringstraject aangeboden waarbij het leren van de taal gecombineerd wordt met participatie, zodanig dat zij zo snel mogelijk mee kunnen doen aan de samenleving en uiteindelijk volwaardig kunnen deelnemen. Meedoen betekent zo snel mogelijk meedoen naar vermogen (bij voorkeur via betaald werk). Ook wordt de ambitie gesteld dat zij aan het einde van de inburgering maatschappelijk zelfredzaam zijn.” Dit betekent dat de Inburgeringsplichtige: - Het inburgeringstraject op zijn/haar niveau succesvol heeft afgerond binnen de wettelijke termijn van drie (3) jaar; - Een baan of opleiding heeft die leidt tot financiële onafhankelijkheid. En wanneer dit niet kan, een zinvolle dagbesteding heeft; - Op andere leefgebieden zelfredzaam is. Onder zelfredzaamheid verstaan wij iemand die in staat is om weloverwogen keuzes te maken. Wanneer iemand dit zelf niet kan, weet zij/hij waar en wanneer hij/zij hierbij om hulp kan vragen. Het college heeft in november 2020 de doelstellingen Wet inburgering en de wijze van verwerving vastgesteld. (Zaaknummer 709508)
5. Uitvoeringstaken en uitvoerders samengevat In onderstaand schema is het overzicht van de wettelijke aanbodplicht verder ingevuld om een beter beeld te geven van de inhoud van de verschillende taken, de duur en door wie de taak wordt uitgevoerd vanaf 1 januari 2022. Welke taak? Wat is het en wat is de duur? Wie voert het uit? Maatschappelijke Wegwijs maken in de gemeente en de Maatschappelijk begeleiding aan ondersteuning bij praktische zaken begeleider van statushouder Vluchtelingenwerk Duur: vanaf moment van huisvesting 12 maanden, vervolgens overdracht naar het Loket Heemstede. Financieel ontzorgen aan Inhouden van de vaste lasten (huur, GWL Consulent inburgering statushouder en verplichte zorgverzekering) samen met de gedurende de zes maanden + financiële uitkeringsadministratie. coaching om de financiële redzaamheid te vergroten. Groepstraining Eurowijzer. Groepstraining Vluchtelingenwerk Duur: 6 maanden vanaf het moment van huisvesting in de gemeente, Ondersteuning vanuit Verlenging is mogelijk en is maatwerk Maatschappelijke begeleider Vluchtelingenwerk Periode van 10 weken brede intake tot opstellen PIP Brede intake aan alle Aan de hand van 13 leefgebieden de inburgeraars startpositie en de
Consulent inburgering IASZ
ontwikkelmogelijkheden van een statushouder in beeld brengen. De brede intake vormt het startpunt van een individuele route via inburgering naar participatie en resulteert in het Plan Inburgering en Participatie (PIP). Het PIP wordt opgesteld door een consulent inburgering van de gemeente. De brede intake bestaat uit twee gesprekken en vindt plaats binnen maximaal 10 weken Brugklasprogramma aan De brugklas is interactief programma van statushouders 6 weken wat dient als een aanvulling op de wettelijke brede intake door de gemeente. Het programma vindt plaats tussen de aankomst in de gemeente en het opstellen van het PIP. Deze termijn is binnen tien (10) weken na huisvesting in de gemeente. De brugklas heeft tot doel om informatie te geven, kennis te maken met de lokale omgeving en een completer beeld te krijgen van de statushouder en de deelnemer en consulent inburgering een passend advies te geven voor de leerroute. De keuze voor de leerroute wordt opgenomen in het PIP. Participatieverklaringstraject Het PVT wordt voor de statushouder (PVT) voor alle inburgeraars geïntegreerd aangeboden in het brugklasprogramma.
Het PVT omvat minimaal twaalf (12) uur en bestaat uit workshops op de terreinen van: inleiding in de kernwaarden van de Nederlandse samenleving (discriminatie, (gender)gelijkheid, vrijheid van religie en vrijheid van meningsuiting); en minimaal één activiteit of excursie waarin de aandacht uitgaat naar een kernwaarde van de Nederlandse samenleving. Voor gezinsmigranten wordt dit aangeboden als losse module. Het is voor alle inburgeraars een verplicht onderdeel van de inburgering. Landelijke Tijdens de PIP-termijn van 10 weken is leerbaarheidstoets de gemeente verantwoordelijk voor het voor alle inburgeraars afnemen van een landelijke
Taalaanbieder Danner en Danner in combinatie met praktijkcoaches van Vluchtelingewerk Locatie Kinderhuissingel Haarlem
Vluchtelingenwerk
Afname en begeleiding tijdens de toets wordt uitgevoerd door de
leerbaarheidstoets. De landelijke leerbaarheidstoets geeft antwoord op de vraag of inburgeraars in staat zijn om binnen een termijn van drie jaar B1niveau te halen. Persoonlijk inburgeringsplan en Participatie (PIP) voor alle inburgeraars
consulent inburgering van de IASZ. Toets is landelijk ontwikkeld door bureau ICE in opdracht van ministerie van SZW. Uitgevoerd door de consulent inburgering van de gemeente. Consulent inburgering is regievoerder en eerste aanspreekpunt voor de inburgeraar.
In het PIP (beschikking van de gemeente) worden in samenspraak met de inburgeraar afspraken gemaakt en vastgelegd in het persoonlijk inburgeringsplan. Voor de statushouder wordt hierin de keuze van de leerroute vastgelegd. Het PIP is een instrument om de inburgeraar tijdens de inburgeringsperiode goed te kunnen monitoren en afspraken te wijzigen/bij te stellen. Na vaststellen PIP begint inburgeringstermijn te lopen, wettelijke termijn is 3 jaar Start inburgeringstermijn na Gezinsmigranten hebben vrije keuze Consulent inburgering opstellen PIP en start voor het invullen van het houdt regie op inburgeringstraject voor alle inburgeringstraject. inburgeringstraject aan inburgeraars Voor asielstatushouders is 1 van de 3 de hand van periodieke leerroutes verplicht. gesprekken. B1 en Z-route (inclusief MAP en KNM)
Onderwijsroute (incl. KNM) HBO/WO niveau
Onderwijsroute (incl. KNM) MBO 2,3 en 4
Gezinsmigranten moeten alleen de MAP module verplicht volgen binnen de inburgeringstermijn. Het doel van deze module is om de competenties en arbeidskansen van inburgeraars in beeld te brengen en hun vaardigheden bij te brengen om een baan te vinden. Taalschakeltrajecten (bestaat uit taalonderwijs gericht op behalen B1 niveau en deficiënte vakken die nodig zijn voor vervolgopleiding). Het traject stoomt deelnemers klaar voor instroom op vervolgopleiding op HBO- of WOniveau. Taalschakeltrajecten (bestaat uit taalonderwijs gericht op behalen B1 niveau en deficiënte vakken die nodig zijn voor vervolgopleiding). Het traject stoomt deelnemers klaar voor instroom op vervolgopleiding op MBO 2, MBO 3 of MBO 4 niveau.
Danner & Danner in samenwerking met stichting Akros, Double Dutch (taalaanbieders), Agros, Pasmatch en VluchtelingenWerk (participatieaanbieders) De onderwijsroute zal uitgevoerd worden door de Vrije Universiteit van Amsterdam en de Hogeschool van Amsterdam. Nog onbekend. Zie proces beschreven in de informatienota.
Uitkomst inburgering afgerond, maximaal haalbare taalniveau behaald en meedoen naar vermogen.
3. Naleving en Handhaving Gelet op de diverse aanleidingen die hebben geleid tot een complete stelselherziening op het gebied van inburgering, is voor de gemeente ook een belangrijke rol weggelegd op het gebied van handhaving. Niet alleen wat betreft het voorkomen van misbruik (door bijvoorbeeld kwaliteitseisen te stellen bij de inkoop en hierop te sturen middels contractmanagement), maar ook wat betreft het motiveren en gemotiveerd houden van inburgeraars om het voor hen hoogst haalbare resultaat te behalen. Hiertoe wordt enerzijds een beroep gedaan op gesprekstechnieken c.q. de gespreksvoering door de consulent, maar anderzijds ook op de handhavende rol van de consulent. Handhaven blijft echter maatwerk, waarbij heldere communicatie en tijdig signaleren centraal staan. Ook het, indien nodig, daadwerkelijk sanctioneren is maatwerk en afhankelijk van de aard en omvang van de schending van de afspraken, de situatie van de inburgeraar en de consequenties voor het verdere traject. De kunst is om de inburgeraar te prikkelen om het traject weer op te pakken, zonder daarbij (te hard) te sanctioneren en de inburgeraar te demotiveren. Een eerste richtlijn met betrekking tot de hoogte van de boetes is opgenomen in de Wet inburgering alsook de eerste versie van de lagere regelgeving. De boetes zijn daarbij vooralsnog trapsgewijs opgebouwd.
Een eerste overtreding weegt aanzienlijk minder zwaar dan bijvoorbeeld een derde. Naast de gemeente heeft ook DUO een handhavende rol in het nieuwe inburgeringsstelsel. Waar de gemeente toeziet op de handhaving van het PIP, handhaaft DUO op het binnen drie jaar behalen van de het inburgeringsdiploma, de MAP en het PVT. Het uitgangspunt bij de rolverdeling tussen DUO en gemeenten, is dat beide partijen gegevens uitwisselen om zo te voorkomen dat een inburgeraar door boetes in de financiële problemen raakt. Daartoe zijn ook de nodige artikelen opgenomen in de nieuwe Wet inburgering zodat dit vanwege privacyregels ook mogelijk is. Ook kan de gemeente op grond van de Participatiewet handhaven. Het kan dan ook voorkomen dat een inburgeraar met één gedraging beide wetten overtreedt en dus ook twee keer gesanctioneerd kan worden. Om dit te vermijden, wordt in de wet opgenomen dat wanneer een gemeente handhaaft op grond van de Participatiewet, handhaving op grond van de Wet inburgering niet mogelijk is. Dit is ook zo opgenomen in de beleidsregels die op 30 november 2021 zijn vastgesteld (zaaknummer 943478)
4. Beheersmaatregelen De Wet inburgering is een nieuwe wet, die nieuwe taken en verantwoordelijkheden met zich meebrengt voor de gemeente. Monitoring en evaluatie zijn daarom erg belangrijk, zodat de gemeente kan leren wat wel en niet werkt en tijdig kan worden bijgesteld.
4.1 Monitoring Om de effectiviteit van het inburgeringsbeleid te kunnen meten, worden in ieder geval de volgende zaken periodiek gemonitord: • Instroom van inburgeringsplichtigen. Omdat de instroom onvoorspelbaar is, wordt dit tevens gebruikt om een beeld te vormen van de doelgroep en waar nodig de uitvoering op bij te stellen. • (Tussentijds) behaalde resultaten, waaronder de uitstroom per route, na hoeveel maanden deze uitstroom plaatsvindt, en de slagingspercentages voor het inburgeringsexamen, de leerroute en de diverse modules. • De kostenontwikkeling. • Klanttevredenheid met betrekking tot de onderdelen die geen meetbaar resultaat hebben, zoals maatschappelijke begeleiding, de MAP en het PVT. • Voor zover onderdelen niet zelf worden uitgevoerd, wordt middels contractmanagement gestuurd op de bij de inkoop opgenomen kwaliteitseisen en –criteria. Daarbij worden niet alleen contractgesprekken gevoerd, maar is opdrachtnemers ook gevraagd managementrapportages aan te leveren. • Behaalde resultaten op het gebied van participatie en re-integratie die in de duale trajecten worden opgenomen.
4.2 Evaluatie Hoewel tussentijds de voortgang wordt gemonitord en waar nodig de uitvoering wordt bijgesteld, wordt niet eerder dan 2 jaar na ingangsdatum van de Wet inburgering een evaluatie van het beleid alsook de implementatie uitgevoerd. Er is voor een langere periode gekozen omdat de verwachting is dat nagenoeg alle inburgeraars die onder het nieuwe stelsel vallen op een eerder moment nog volop met hun traject aan de slag zijn en er dus nog geen resultaten zijn. Indien nodig kan op basis van signalen vanuit de monitoring maar ook vanuit de uitvoering de evaluatie naar voren worden gehaald. Het bovenstaande neemt niet weg dat er tussentijds aandacht is voor leren en bijstellen. De Wet inburgering is een nieuwe taak voor de gemeente, waarbij ook tussentijds bezien moet worden wat wel en niet werkt. Als er knelpunten ontstaan op beleids- of uitvoeringsniveau wordt hier op bijgesteld. Na de eerste periode van 2 jaar wordt het beleid na de volgende 2 jaar nogmaals geëvalueerd.
5. Financiën Binnen het nieuwe inburgeringsstelsel wordt onderscheid gemaakt tussen een aantal verschillende budgetten, te weten de invoeringskosten, de uitvoeringskosten en de kosten voor de inburgeringsvoorzieningen. De invoeringskosten zijn verstrekt als integratie-uitkering inburgering via het gemeentefonds 2020 en 2021. De uitvoeringskosten worden verstrekt als integratie-uitkering Inburgering via het gemeentefonds, vanaf 2022. De benodigde middelen voor de kosten van inburgeringsvoorzieningen worden verstrekt via een specifieke uitkering van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De verdeling van het vanaf 2022 beschikbaar gestelde structurele budget voor de leerbaarheidstoets van jaarlijks € 6 miljoen wordt bij de meicirculaire 2022 bekend gemaakt, maar worden wel meegenomen in berekening van het uitvoeringsbudget.
5.1 Invoeringskosten Deze incidentele middelen zijn gebruikt voor de financiering van de kosten die gemaakt worden ter voorbereiding op de nieuwe wet. Het budget is o.a. ingezet voor het vrijmaken van de beleidsadviseur voor het inrichten van het beleid en de inkoop, het opleiden van medewerkers, het aanpassen van software, abonnementen etc. Door het uitstel van de wet naar 1 januari 2022 is de invoeringsperiode met 6 maanden verlengd. Daarom is in 2021 nogmaals eenmalig extra geld uitgekeerd via de meicirculaire 2021. Van dit restant zal nog een deel nodig zijn in 2022 voor bijvoorbeeld voorlichtingsmateriaal. Het restant van de invoeringskosten 2021 zal bij de jaarrekening 2021 worden meegenomen in het voorstel van de over te hevelen budgetten 2021/2022. Naar verwachting is dit ruim voldoende om incidenteel het tekort op de uitvoeringskosten 2022 te dekken.
5.2 Uitvoeringskosten Onder uitvoeringskosten vallen kosten voor: de brede intake en het opstellen van het PIP, de voortgangsgesprekken, handhaving, ontzorging (inclusief het vergroten van de financiële zelfredzaamheid), inkoop en de vormgeving van het beleid en ondersteunende processen. De uitvoeringskosten betreffen voornamelijk kosten voor personeel en materiaal. De onderstaande budgetten voor uitvoeringskosten zijn conform de in begroting 2022-2025 opgenomen budgetten uitvoeringskosten gebaseerd op de integratie-uitkering van het gemeentefonds, vermeerderd met de nog verwachte middelen voor de leerbaarheidstoets. Het budget voor de uitvoeringskosten (2022 en verder), zoals opgenomen in de meicirculaire bedraagt:
Heemstede
Budget 2022 € 101.000
Budget 2023 € 104.000
Budget 2024 € 103.000
Budget 2025 € 101.000
De structurele uitvoeringskosten worden vanaf de start van het stelsel in 2022 verstrekt en zijn gebaseerd op het aantal inwoners en het aantal personen met een niet-westerse migratieachtergrond in de gemeente. Het budget loopt mee met de reguliere accressystematiek van het Gemeentefonds en beweegt niet mee met de instroom. Bij de berekening van de formatie zijn we uitgegaan van de huisvestingstaakstelling zoals die nu voor 2022 geldt. Dit omdat de hoeveelheid werk afhankelijk is van het aantal statushouders dat zich in de gemeente vestigt. Zoals eerder aangegeven loop je hiermee een risico wanneer de taakstelling hoger wordt. Vanaf 1 april 2021 begeleiden wij de statushouders uit de ‘ondertussengroep’ al intensiever en hebben de consulenten inburgering een pilot uitgevoerd op de Brede intake. Op basis van de taakstelling van 2021: Heemstede 17 x 2 = 34 waarvan 60% inburgeringsplichtig = 20 personen Voor gezinsmigranten kan worden uitgegaan van de cijfers van DUO, 10 tot 15 personen per jaar voor Heemstede. AEF (Andersson Elffers Felix) heeft in opdracht van het Rijk een rapport gemaakt waarin een inschatting is gemaakt van de benodigde formatie om de Wet Inburgering uit te voeren. Hierbij is onder andere rekening gehouden met de gemeentegrootte. Het is echter moeilijk bij de start van een nieuw stelsel met alle factoren rekening te houden en een betrouwbaar beeld te schetsen.
Om die reden zal na drie jaar het functioneren van het nieuwe stelsel door het Rijk worden geëvalueerd. De financiën, en dus ook de verdeling van de middelen zal daar onderdeel van uitmaken.
Bij de berekening van de benodigde formatie is rekening gehouden met de aannames uit het AEF rapport. Na de oplevering van het rapport zijn er echter aanvullende taken bij de gemeente belegd zoals de leerbaarheidstoets en de eindgesprekken voor de MAP en Z-route. Door de pilot Brede Intake die vanaf 1 juli 2021 door de IASZ is uitgevoerd is er meer ervaring met de duur van deze gespreken. Mede door gebruik van tolken is de tijd van 2 ½ uur, die hiervoor begroot is, niet voldoende voor twee gesprekken. Ook moet er extra geregistreerd worden t.b.v. het CBS en DUO omdat koppelingen van bestanden technisch nog niet tot stand gekomen zijn. De in het rapport berekende tijd voor de werkzaamheden van de consulenten is daarom niet toereikend. Met onze bijgestelde berekening gaat een consulent in 3 jaar gemiddeld 15 uur per jaar besteden aan de asielstatushouder en inburgeraar. Dit is exclusief de reguliere bijstandstaken. Benodigde formatie voor Bloemendaal en Heemstede 1,68 fte voor inburgeringsconsulenten 0,25 fte voor beleid en contractmanagement 0,27 fte voor ondersteunende processen (Applicatiebeheer, uitkeringsadministratie, bezwaar- en beroep, boete-ambtenaar) 2.2 fte. totale loonsom (inclusief overhead):
€ 247.000
Overige kosten Ingekochte trajecten financiële zelfredzaamheid Abonnement Inburgering Pink Roccade
€ 14.000 € 10.000
Totaal uitvoeringskosten
€ 272.000
Op basis van de afspraken worden de kosten verdeeld op inwonersaantal (52% van de kosten voor Heemstede (afgerond € 141.000) en 48% voor Bloemendaal (afgerond € 131.000). Heemstede kosten budget Structureel tekort
€ 141.000 € 101.000 (tussen € 101.000 - € 104.000, uitgegaan van € 101.000) € 40.000
Op de uitvoeringskosten verwachten wij voor Heemstede structureel een tekort van ca. € 40.000. Het overschot op de incidentele invoeringskosten t/m 2021 is ruim voldoende om te worden ingezet als incidentele dekking voor het tekort op de uitvoeringskosten 2022 (zie ook toelichting bij de invoeringskosten). Voor de jaren 2023 t/m 2026 zal bij de kadernota 2023, op basis van de dan bekende informatie, structureel aanvullend budget worden aangevraagd.
5.3 Inburgeringsvoorzieningen De gemeente krijgt ten behoeve van de Inburgeringsvoorzieningen via een specifieke uitkering € 13.000 per asielstatushouder en € 601 per gezinsmigrant. Deze uitkering moet worden uitgegeven voor de inburgeringsvoorzieningen, leerroutes, maatschappelijke begeleiding, MAP, PVT en de tolkenvoorziening. Voor een asielstatushouder zijn de verwachte uitgaven: Brugklas € 850 Duale Leerroute € 11.000 Maatschappelijke begeleiding € 1.944 Tolkvoorziening € 417___ Totaal € 14.211
Het tekort van € 1.211 per asielstatushouder wordt vanuit het bestaande re-integratiebudget aangevuld. Asielstatushouders krijgen namelijk in hun inburgeringstraject een re-integratietraject aangeboden. Daardoor zijn de leerroutes duurder dan de begrootte € 10.000 die het Rijk bekostigt. Het totale tekort op basis van 20 asielstatushouders is voor Heemstede afgerond € 24.000. Bij de voorjaarsnota 2022 zal voor 2022 het re-integratiebudget met € 24.000 worden verlaagd en het budget voor de inburgeringsvoorzieningen met € 24.000 worden verhoogd. Voor een gezinsmigrant zijn de verwachte uitgaven: PVT € 200 MAP € 250 Tolkvoorziening € 179_ Totaal € 629 Ondanks het tekort van € 28 per gezinsmigrant verwachten we hiermee toch uit te komen omdat de verwachting is dat niet de hele tolkvoorziening ingezet hoeft te worden. Deze groep bestaat veelal uit Engels sprekende mensen. Ook vestigen deze mensen zich bij een Nederlandse partner waardoor de inzet van tolken niet altijd nodig is. Reiskosten
Het budget voor de inburgeringsvoorzieningen biedt geen ruimte om aanvullende kosten te dekken, zoals reiskosten. De gemeente heeft op basis van de nieuwe inburgeringswet ook geen taak op dit gebied. De gemeente ziet reiskosten als de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeraar zolang er geen beperking is vastgesteld. Hiervoor wordt wel een fiets beschikbaar gesteld bij vestiging in de gemeente. Door activiteiten op een goed bereikbare locatie te organiseren, wil de gemeente de reiskosten wel zoveel mogelijk beperken. Omdat de leerroutes gecombineerd zijn met reintegratietrajecten kunnen vanuit de re-integratieverordening de reiskosten wel worden vergoed indien dit noodzakelijk is. Prestatiebekostiging In de Wet inburgering is ruimte ingebouwd om, in een later stadium, een zogeheten prestatiebekostiging door te voeren. Wanneer te weinig inburgeraars hun traject succesvol afronden, kan een gemeente gekort worden op het budget dat zij ontvangt ten behoeve van de uitvoering van het inburgeringsstelsel. Daarmee wordt het ook financieel van belang om bij de uitvoering continu aandacht te hebben voor kwaliteit en monitoring. Naar verwachting wordt de prestatiebekostiging per 2026 ingevoerd.
6. Risico’s 6.1 Onvoorspelbaarheid instroom Als voornaamste risico geldt dat de instroom van inburgeraars in de gemeente bijzonder sterk onderhevig is aan exogene ontwikkelingen. De gemeente heeft hier zelf geen invloed op. De taakstelling met betrekking tot de te huisvesten statushouders wordt door het Rijk opgelegd. In dit geval gaat het om aantallen maar ook de samenstelling van de instroom is onvoorspelbaar. Waar de landelijke verwachting is dat 65% van de inburgeraars instroomt in de B1-route, kan dit percentage in werkelijkheid afwijken. Hetzelfde geldt voor de overige leerroutes. Lokaal is het mogelijk om op een verhoogde instroom te anticiperen; asielmigranten moeten eerst hun vergunningprocedure doorlopen alvorens zij aan een gemeente gekoppeld worden. Daarmee ontstaat tijd voor een gemeente om bijvoorbeeld afspraken te maken met opdrachtnemers om de
verhoogde instroom op te vangen. Het is echter niet mogelijk om op de samenstelling van de instroom te anticiperen, daar eerst uit de brede intake moet blijken voor welke leerroute de inburgeraar in aanmerking komt.
6.2 Financiën Naast het tekort op de uitvoeringskosten en de inburgeringsvoorzieningen zoals in hoofdstuk 5.2 en 5.3 toegelicht is, is er een aanvullend financieel risico wat wordt gevormd door de onvoorspelbaarheid van de instroom. In principe geldt dat de financiering in de pas loopt met het aantal gehuisveste statushouders (waarvoor de gemeente verplicht een traject moet aanbieden c.q. een leerroute moet inkopen). Het betreft echter een open einde-regeling. Daarbij geldt dat de asielinstroom sterk onderhevig is aan exogene ontwikkelingen. Hoe de financiering verloopt wanneer er bijvoorbeeld een sterke toename van deze instroom is, is onduidelijk. Volgens Divosa geldt dat bij een plotselinge verhoging van de asielinstroom die zo groot is dat niet redelijkerwijs verwacht mag worden dat gemeenten deze voorfinancieren, SZW na overleg met de VNG kan overgaan tot het verlenen van extra voorschotten. De gemeente blijft wettelijk verantwoordelijk voor het verzorgen van een traject voor de inburgeraar. Of de uitvoeringskosten in dat geval worden opgehoogd door het Rijk is nog niet duidelijk.
6.3. Resultaat De kwaliteit van het inburgeringsstelsel en de ingekochte trajecten wordt gewaarborgd door de bij de inkoop gestelde duidelijke kwaliteitseisen en –criteria, en de gemaakte werkafspraken met samenwerkingspartners. Ook door het nemen van een duidelijke regierol richting de inburgeraar en deze te motiveren (en indien nodig, te sanctioneren), kan de gemeente bijdragen aan de kwaliteit van het stelsel en de wens om de inburgeraar het hoogst haalbare resultaat te laten bereiken. Dit laatste is echter ook afhankelijk van de inburgeraar zelf; de invloed van de gemeente blijft beperkt.
6.4 Privacy De Wet inburgering en de bijbehorende lagere regelgeving bevatten een aantal artikelen c.q. grondslagen waarmee gegevensverwerking- en uitwisseling mogelijk gemaakt wordt. Dit is echter beperkt tot de taken die de gemeente vanuit de Wet inburgering krijgt, en voorziet niet in het delen van gegevens binnen een bredere context in het sociaal domein. In de memorie van toelichting staat hierover het volgende opgenomen: “om maatwerk te kunnen toepassen, is het tevens van belang dat gemeenten in staat worden gesteld een integrale aanpak te hanteren waarbij inburgering zoveel mogelijk wordt verbonden met de overige relevante beleidsterreinen binnen het sociale domein. Om de knelpunten rondom gegevensuitwisseling en privacy in het sociaal domein weg te nemen, heeft de Minister van BZK aangekondigd tot een aanpassing van wetgeving te komen. Gelet op de taken die gemeenten in het nieuwe inburgeringsstelsel krijgen, zal inburgering ook onderdeel gaan uitmaken van deze wetgeving.” Er zijn vijf kritieke momenten waarbij gegevensuitwisseling in het kader van inburgering een belangrijk rol speelt: 1. De warme overdracht met het COA, waarbij de gemeente gegevens overgedragen krijgt van het COA
2.
De brede intake, waarbij de gemeente informatie verkrijgt van de inburgeraar en waarbij bepaald moet worden hoe hiermee moet worden omgegaan (welke gegevens worden met welk doeleinde geregistreerd) 3. De uitvoering van het traject, waarbij de gemeente instrumenten inzet vanuit diverse domeinen/wetten binnen de eigen organisatie. De inburgeringsconsulent moet regie voeren, maar vanuit de diverse domeinen zijn consulenten beperkt in het delen van gegevens over cliënten 4. De uitvoering van het traject, waarbij de gemeente nauw samenwerkt met ketenpartners, maatschappelijke partners en aanbieders en er bijvoorbeeld gegevens uitgewisseld worden in het kader van doorverwijzing, handhaving en monitoring
We hebben, samen met de contractpartijen, rekening houdend met de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) maar ook met andere wetten als de Participatiewet, Verwerkersovereenkomsten of Overeenkomsten voor gedeelde verantwoordelijkheid gesloten. Hierdoor is aandacht voor de privacybelangen van de inburgeraar.
7. Communicatie Voor wat betreft (cultuur)sensitieve communicatie richting de doelgroep zijn brieven opgesteld. Daarnaast zijn er op de gemeentelijke website met een link naar de website van de IASZ wijzigingen aangebracht. De asielstatushouders worden na hun koppeling aan de gemeente geïnformeerd over de klantreis die zij in onze gemeente maken. De informatie over de verschillende stappen en onderdelen van het inburgeringsproces wordt in een folder beschikbaar gesteld in verschillende talen. De communicatie met de inburgeraars geschiedt indien noodzakelijk met behulp van tolken via Global Tolk. Met hen zullen afspraken gemaakt worden over het gebruik van vaste tolken wat de communicatie vergemakkelijkt omdat de tolken dan op de hoogte zijn van onze werkwijze.