CConstaterende datHeemstede
Koppel je AI →
Document · PDF

Transitievisie Warmte Heemstede (80 procent versie).pdf

Commissie Middelen 15 september 2021, gemeente HeemstedeBij agendapunt: 8: 80%-versie Transitievisie Warmte gemeente Heemstede13.294 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Bij nieuw te bouwen wijken is verdere verlaging van de aanvoertemperatuur naar 40°C (laagtemperatuur) mogelijk. Bij woningen is dan wel een aanvullende boostervoorziening nodig in de woning voor warm tapwater (55°C). In de praktijk zien we daarom bij nieuwbouwwoningen vaak een middentemperatuur warmtenet. De opbouw van het woningenbestand bepaalt de haalbaarheid van een warmtenet. Grondgebonden woningen zijn lastiger aan te sluiten op een warmtenet dan meergezinswoningen (flats, appartementen). Grondgebonden woningen staan minder dicht bij elkaar. De bestaande gasketel is vaak geplaatst op zolder. Hierdoor moeten inwoners aanvullende aanpassingen doen in de woning. Daarnaast is het van belang dat de voldoende woningen aansluiten. In de praktijk gaat het om een hele straat of meerdere straten. Woningcorporaties kunnen hierbij een belangrijke rol spelen. In een straat zijn vaak meerdere (soms alle) woningen in bezit van een woningcorporatie. Daardoor kan een warmtenet met corporatiewoningen gemakkelijker de nodige schaalgrootte halen.

Gasnet/hybride De gecombineerde inzet van gas en elektriciteit voor verwarming noemen we een hybride systeem. Hierbij wordt voornamelijk elektriciteit gebruikt om middels een warmtepomp te verwarmen, maar op momenten dat de warmtevraag hoog is, springt een gasgestookte installatie bij. In een goed geïsoleerde woning bespaart deze combinatie als snel 70% van het aardgasverbruik. Een groot voordeel van een hybride systeem is dat het minder eisen stelt aan isolatie en afgiftesysteem in de woning en aan het elektriciteitsnet dan volledig elektrisch verwarmen. Ook vraagt deze combinatie vaak minder

26

80%-versie Transitievisie Warmte Heemstede

ruimte omdat er geen buffervat wordt gebruikt en een kleinere warmtepomp volstaat. Hybride systemen kunnen als tussenstap richting volledig elektrisch verwarmen op korte termijn veel aardgasbesparing opleveren. In de toekomst kunnen ze, in combinatie met duurzame gassen als waterstof en groen gas, ook een aardgasvrije warmteoptie zijn. Daarnaast kunnen duurzame gassen in gebouwen die niet goed te isoleren zijn (bijvoorbeeld monumentale panden) direct in cv-ketels worden ingezet. 2.3 Overstappen naar duurzame warmtebronnen Om volledig aardgasvrij in 2050 te worden, zullen we in de toekomst alle benodigde energie in de gebouwde omgeving met duurzame bronnen opwekken. Hierbij is het belangrijk dat er zicht is op voldoende duurzame bronnen in de toekomst, en dat er voldoende capaciteit in de infrastructuur is om deze energie naar de regio en de gemeente te transporteren. Om de beschikbaarheid van duurzame energie in de toekomst te borgen, werkt de gemeente regionaal samen met andere gemeenten in de regio Noord-Holland Zuid aan de Regionale Energiestrategie (RES). Bij iedere energie infrastructuur (elektriciteitsnet, warmtenet en gasnet/hybride) horen andere bronnen en andere installaties in de gebouwen. De transitie naar volledig duurzame bronnen zal daarom verschillen per energie infrastructuur:

Duurzame elektriciteit Voor de opwek van elektriciteit zullen we de komende jaren steeds meer duurzame bronnen gebruiken. In de toekomst zal de stroommix in Nederland nagenoeg helemaal duurzaam zijn, voornamelijk wind- en zonne-energie. Naast het verwarmen in de gebouwde omgeving zullen ook andere sectoren in toenemende mate gebruik gaan maken van duurzame energie. Het vervoer zal steeds meer elektrisch worden en ook de industrie zal daar waar mogelijk overstappen op elektriciteit. Aandachtspunt is daarbij dat knelpunten in het elektriciteitsnet tijdig worden verholpen.11 Duurzame warmte Veel warmtenetten in Nederland zijn nu nog aangesloten op fossiele (rest)warmtebronnen zoals elektriciteitscentrales, afvalenergiecentrales of gasgestookte installaties. Ook is het soms tijdens de aanleg van een warmtenet nodig tijdelijk gebruik te maken van gasgestookte centrales. Ook zijn gasgestookte ketels vaak nodig om op momenten met hoge warmtevraag bij te springen. Op de lange termijn zal de warmte uit duurzame bronnen komen, zoals geothermie, aquathermie en duurzame gassen. Warmte is lastiger om over grote afstanden te transporteren dan gas en elektriciteit. Warmtenetten hebben daarom vaak een sterk lokaal of regionaal karakter. De nabijheid van duurzame warmtebronnen is belangrijk voor de haalbaarheid van warmtenetten.

In de regio Noord-Holland Zuid zijn veel warmtebronnen aanwezig.12 Toch is daarmee niet gezegd dat het lukt om deze warmte in de gemeente in te zetten. Veel hangt daarbij af van de schaal van een toekomstig warmtenet en of de vraag groot genoeg is om de afstanden te overbruggen.

11 Zie ook: Impactanalyse Stedin (volgt)

12 Zie ook: RES 1.0 Noord-Holland Zuid: https://energieregionhz.nl/app/uploads/2021/07/nhz-res-1-20210708.pdf

27

80%-versie Transitievisie Warmte Heemstede

DUURZAME WARMTEBRONNEN IN HEEMSTEDE Voor een duurzaam warmtenet is een duurzame warmtebron in de buurt nodig. In het kader van de Regionale Structuur Warmte (RSW) als onderdeel van de RES zijn een aantal van deze bronnen in beeld gebracht.13 In de omgeving van Heemstede zijn verschillende opties om duurzame warmte te produceren. Aquathermie Aquathermie is het winnen van warmte uit water. Het kan daarbij gaan om afvalwater (riothermie), oppervlaktewater en drinkwaterleidingen. Met name drinkwaterleidingen zijn een interessante optie voor Heemstede. De WRK-leiding die door de gemeente loopt, vervoert ruw drinkwater vanuit Nieuwegein naar de Noord-Hollandse duinen. Middels warmtepompen kan warmte uit dit water worden gewonnen. In een recente studie is gebleken dat op deze manier genoeg warmte te winnen is om een groot gedeelte van Heemstede van warmte te voorzien. Daarnaast is het op verschillende plekken mogelijk warmte uit oppervlaktewater te winnen. Denk bijvoorbeeld aan het Spaarne en de Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder. (Diepe) geothermie Middels geothermie (aardwarmte) wordt warm water van grote diepte (tot enkele kilometers) uit de ondergrond opgepompt. De warmte wordt bovengronds in een gesloten systeem gebruikt, en het afgekoelde water wordt weert terug in de ondergrond gepompt. Deze techniek wordt al langer toegepast in de glastuinbouwsector.

Of het mogelijk is om geothermische warmte te winnen hangt af van de samenstelling van de ondergrond. Een aandachtspunt hierbij is dat een geothermieproject een grote schaal heeft (minimaal enkele duizenden woningen). Op dit moment wordt de potentie voor diepe geothermie verkend in de zogeheten SCAN-campagne.14 De gemeente Haarlem zet in op geothermie voor een warmtenet in de wijk Meerwijk. In de toekomst biedt dit wellicht mogelijkheden voor naastliggende wijken in Heemstede. Hierover blijven we met Haarlem in gesprek. Restwarmte Restwarmte is warmte die vrijkomt bij bedrijven of industrie die ter plekke niet nuttig wordt toegepast. Als er voldoende restwarmte beschikbaar is, kan deze worden toegepast in de gebouwde omgeving. Regionale voorbeelden zijn Tata Steel IJmuiden, datacentrales in de Haarlemmermeer en afvalwaterzuiveringsinstallaties. Uit eerdere verkenningen is gebleken dat het gebruiken van restwarmte van Tata Steel IJmuiden waarschijnlijk een toename van stikstofemissies zal veroorzaken. Dit project is daarom stilgelegd. In de gemeente Heemstede zelf zijn geen grote restwarmtebronnen bekend. Omgevingsdienst IJmond inventariseert momenteel waar potentieel nog meer restwarmte uit zou kunnen ontstaan.

13 Zie ook: RSW in RES 1.0 Noord-Holland Zuid: https://energieregionhz.nl/app/uploads/2021/07/nhz-res-1-20210708.pdf

14 Zie ook: https://scanaardwarmte.nl/

28

80%-versie Transitievisie Warmte Heemstede

Duurzaam gas Daar waar het gasnet blijft liggen zal aardgas worden vervangen door een klimaatneutraal alternatief, bijvoorbeeld groen gas of waterstof. Er bestaan verschillende typen duurzaam gas: groen gas dat wordt geproduceerd door het vergassen of vergisten van biomassa en (groene) waterstof dat wordt geproduceerd door met groene stroom water te ontleden in waterstof en zuurstof. Naar de toekomstige beschikbaarheid van deze gassen wordt nog veel onderzoek gedaan. De huidige inschatting is dat er tot 2030 met groen gas een potentiële verduurzaming van 20% tot 30% van de huidige gasvraag van de gebouwde omgeving mogelijk is. Tot 2050 is er mogelijk meer beschikbaar, maar ook andere sectoren zullen hiervan gebruik willen maken. Bijvoorbeeld als back-up voor elektriciteitsproductie, als piekvoorziening voor warmtenetten en de procesindustrie. Voor waterstof wordt voor 2030 geen grootschalige toepassing in de gebouwde omgeving verwacht. Ook voor de periode daarna is het verduurzamingspotentieel onzeker. Dat komt omdat voor de productie van groene waterstof groene stroom noodzakelijk is. Zolang er nog geen groene stroom in overmaat beschikbaar is, zal het efficiënter zijn om de stroom direct in te zetten.

Daarnaast zullen, net als bij groen gas, ook andere sectoren van duurzame waterstof gebruik willen maken.15 Drie ‘kleuren’ waterstof Waterstof (H2) wordt op dit moment al veel gebruikt in Nederland en in de rest van de wereld. Het is een belangrijke grondstof voor de procesindustrie. Er wordt vaak gesproken over ‘grijze’, ‘blauwe’ en ‘groene’ waterstof. Chemisch zijn deze drie soorten waterstof exact het zelfde en eigenlijk heeft waterstof ook geen kleur. Je kunt het vergelijken met ‘grijze’ en ‘groene’ stroom. Grijze waterstof: Waterstof die wordt geproduceerd uit fossiele brandstoffen (meestal aardgas) noemen we grijze waterstof. Veruit de meeste waterstof die momenteel wordt gebruikt, is grijze waterstof. Ongeveer 10% van het geproduceerde aardgas in Nederland wordt ingezet voor de productie van waterstof. Hierbij komt veel CO2 vrij, deze vorm van waterstofproductie is dus niet duurzaam en zal in de toekomst vervangen worden door blauwe of groene waterstof. Blauwe waterstof: Blauwe waterstof wordt ook geproduceerd uit fossiele brandstoffen (meestal aardgas). Bij de productie van blauwe waterstof wordt de vrijgekomen CO2 afgevangen en in de ondergrond opgeslagen. Hierbij komt dus geen CO2 in de atmosfeer, maar er is veel discussie over of deze manier van produceren duurzaam is.

Groene waterstof: Wanneer in de context van de warmtetransitie wordt gesproken over waterstof, gaat het meestal over groene waterstof. Bij deze vorm van waterstofproductie wordt (groene) stroom gebruikt om water te ontleden in zuurstof en waterstof. Hierbij komt dus geen CO2 vrij. Aandachtspunt is wel dat dit een inefficiënte manier van elektriciteitsgebruik is. Er voldoende groene stroom beschikbaar zijn. Wanneer er maar beperkt groene stroom beschikbaar is, is het vaak efficiënter om deze direct in te zetten in bijvoorbeeld een warmtepomp, in plaats van voor de productie van waterstof.

2.4 Samenvatting duurzame warmteopties De tabel hieronder vat de karakteristieken van de verschillende warmteopties samen. De opties verschillen in de noodzakelijke maatregelen in het gebouw, de infrastructuur in de wijk, de beschikbare bronnen en het typische toepassingsgebied.

15 Zie bijvoorbeeld: Klimaatakkoord, Routekaart Groen Gas 2020-2050, PBL Klimaat en Energieverkenning 2019, RES MRDH, Systeemstudie Zuid Holland

29

80%-versie Transitievisie Warmte Heemstede

Tabel 2. Overzicht verschillende duurzame warmteopties

Elektrisch In het gebouw

E-koken Basisisolatie LT-afgiftesystem Warmtepomp

In de wijk

Verzwaard elektriciteitsnet

Bronnen

Landelijk elektriciteitsnet

Typische toepassing

Woningen ≥ 1990 Nieuwbouw in lage dichtheden

30

Hybride + duurzaam gas E-koken Basisisolatie Hybride Warmtepomp

Warmtenet (> ca 70°) E-koken Basisisolatie Afleverset

Bestaand gasnet Verzwaard elektriciteitsnet Landelijk gasnet met op termijn duurzaam gas

Warmtenet (collectieve warmtepomp) Hoogwaardige restwarmte Geothermie Biomassa Aquathermie Gebouwen > 1950 met hoge dichtheden

Gebouwen < 1920 Gebouwen zonder perspectief op een andere optie

Warmtenet (70 -40°) E-koken Basisisolatie LT-afgiftesysteem Afleverset Warmwatervoorziening Warmtenet (collectieve warmtepomp) Laagwaardige restwarmte Ondiepe geothermie Aquathermie Grootschalige nieuwbouw in hoge dichtheden

Lokale bronnetten E-koken Basisisolatie LT-afgiftesysteem Warmtepomp Bronnet Aquathermie, WKO

Utiliteitsbouw > 1950

80%-versie Transitievisie Warmte Heemstede

Bijlage 3 Transitiepaden 3.1 Volledig elektrisch verwarmen (‘All-electric’) Transitiepad Gebouwen Warmteoptie Tempo

Netverzwaring

Uitzondering ‘opt-out’

Volledig elektrisch verwarmen Alle gebouwen gaan op natuurlijke momenten naar het basisniveau van isolatie, installatie en elektrisch koken. Daarnaast zetten deze gebouwen een extra stap om de binneninstallatie (bijvoorbeeld radiatoren) geschikt te maken voor een warmtepomp. Individueel elektrisch door middel van een warmtepomp in de woning en een extra verzwaard elektriciteitsnet in de wijk. Deze wijken stappen gestaag over op de warmtepomp, in het tempo van gebouweigenaren. Een te hoog tempo is in deze wijken onwenselijk en onnodig door: De extra stap die deze gebouwen moeten zetten in de binneninstallatie, die bij voorkeur op een natuurlijk moment (verbouwing / verhuizing) wordt gezet. Het feit dat dit vaak relatief jonge wijken zijn waar gasleidingen en riolering vaak nog lang niet afgeschreven zijn. Het feit dat er nog veel inpandige innovaties verwacht worden die de kosten verlagen en netverzwaring wellicht voorkomen. Het feit dat deze wijken vaak al redelijk geïsoleerd zijn, waardoor er relatief weinig klimaatwinst te behalen valt. Op een gegeven moment zijn zoveel gebouwen overgestapt op een warmtepomp dat netverzwaring onvermijdelijk is. De netbeheerder monitort de capaciteit op het net, en kiest samen met de gemeente een natuurlijk moment om het elektriciteitsnet te verzwaren en het gasnet te verwijderen, zoals bij rioleringsvervanging.

Netverzwaring en gasnetverwijdering zijn niet per definitie op hetzelfde moment. Binnen deze wijken kunnen lokale, kleinschalige warmtenetten en bronnetten als opt-out voorkomen.

3.2 Warmtenet Transitiepad Gebouwen Warmteoptie Perspectief op duurzame bronnen Tempo

Uitzondering ‘opt-out’

Varianten

Warmtenetwijken Alle gebouwen gaan op natuurlijke momenten naar het basisniveau van isolatie, installatie en elektrisch koken. Een warmtenet in de wijk met een afleverset in de woning. Er is in deze wijk een duurzaam bronperspectief zoals geothermie of aquathermie. In de opstartfase van een nieuw warmtenet zijn vaak nog tijdelijke transitiebronnen nodig, zoals aardgas. Deze wijken volgen een wijk- of doelgroepgerichte aanpak waarbij de wijk, of een cluster gebouwen binnen een wijk, in een bepaald tempo aansluit op het warmtenet. De snelheid waarin verschillende doelgroepen in een wijk wel of niet aansluiten is vooral afhankelijk van landelijke subsidies, financiering en regelgeving. Eigenaren hebben een keuze om niet mee te doen met het warmtenet, en zelf voor een ander duurzaam alternatief voor aardgas te zorgen. Binnen deze wijken zullen warmtepomp en lokale bronnetten als opt-out voorkomen. Om de maatschappelijke kosten zo laag mogelijk te houden is opt-out in deze wijken niet wenselijk. Warmtenetten kunnen, afhankelijk van de beschikbare bronnen en het isolatieniveau van de aangesloten panden, op verschillende temperatuurniveaus opereren. Aandachtspunt hierbij is dat wanneer het temperatuurniveau te laag is, er een extra voorziening moet worden getroffen voor de bereiding van warm tapwater.

3.3 Besparen en op termijn duurzaam gas Transitiepad

Besparen met perspectief op duurzaam gas

Gebouwen

Alle gebouwen gaan op natuurlijke momenten naar het basisniveau van isolatie, installatie en elektrisch koken. Hierbij moet rekening gehouden worden dat dit voor sommige gebouwen technisch complex is, omdat dit veelal vooroorlogse wijken zijn.

Warmteoptie

Individuele hybride warmtepompen (op voorwaarde van een basisniveau aan isolatie) waarbij een gasketel alleen op de koudste dagen van het jaar verwarmt. Op termijn zal de resterende gasvraag ingevuld worden met duurzaam gas, zoals groengas of waterstofgas. Het huidige gasnet blijft in principe liggen.

31

80%-versie Transitievisie Warmte Heemstede

Tempo

Deze wijken stappen gestaag over op hybride, in het tempo van gebouweigenaren. Doordat dit oude gebouwen zijn hebben zij waarschijnlijk alle tijd tussen nu en 2050 nodig om het basisniveau te bereiken en de overstap te maken naar hybride.

Gasbesparing

Doordat deze wijken op termijn aanspraak zullen maken op schaars duurzaam gas is het van belang zoveel mogelijk gas te besparen. Dat doen we op drie manieren:

Uitzondering ‘opt-out’

•

Isoleren en kierdichten: het verlagen van de warmtevraag van het gebouw.

•

Hybride: het beperken van de gasvraag door de warmtevraag deels in te vullen met warmtepompen.

•

Opt-out: naoorlogse gebouwen in deze wijken moeten in principe wel zoveel mogelijk gasvrij worden.

Binnen deze wijken zullen individueel elektrisch verwarmen en lokale bronnetten als opt-out voorkomen. Om zoveel mogelijk gas te besparen is opt-out in deze wijken juist wenselijk.

3.4 Besparen en herijken Transitiepad

Besparen met aandacht voor herijking

Gebouwen

Alle gebouwen gaan op natuurlijke momenten naar het basisniveau van isolatie, installatie en elektrisch koken.

Warmteoptie en herijking

Voor deze wijken is het nog onduidelijk welke warmteoptie er komt, bijvoorbeeld omdat de kosten van de verschillende warmteopties erg dicht bij elkaar liggen. Zij zijn echter niet zo oud dat zij aanspraak kunnen maken op duurzaam gas. Daarom volgen deze wijken een no-regret-transitiepad gericht op gasbesparing en krijgen zij extra aandacht bij de vijfjaarlijkse herijking van de Transitievisie Warmte, waarbij de warmteoptie van deze wijken opnieuw wordt beoordeeld op basis van voortschrijdend inzicht. Een hybride warmtepomp is in deze wijken in principe no-regret. Als de wijk uiteindelijk toch gasvrij wordt geldt dit als tussenoplossing: de hybride warmtepomp maakt dan op termijn plaats voor een volledige warmtepomp of een afleverset.

Tempo

Deze wijken stappen in het tempo van gebouweigenaren naar het basisniveau en eventueel hybride warmtepompen.

Uitzondering ‘opt-out’

Binnen deze wijken zullen individueel elektrisch verwarmen en lokale bronnetten als opt-out voorkomen.

3.5 Bedrijventerreinen Transitiepad

Bedrijventerrein

Gebouwen

Voor bedrijfsbebouwing geldt dat inregeling van de binneninstallatie vaak belangrijker is dan het maken van bouwkundige aanpassingen. Dit is echter ook sterk afhankelijk van de gebruiksfunctie van het bedrijfspand.

Warmteoptie

Op bedrijventerreinen zullen individuele en kleinschalig collectieve warmteopties voorkomen. Het gaat daarbij elektrisch verwarmen maar ook om WKO-netten die naast warmte ook koude kunnen leveren. De energie-infrastructuur op een bedrijventerrein is echter in hoge mate maatwerk, zeker als er procesindustrie op het terrein aanwezig.

Tempo

Deze wijken volgen voorlopig het tempo van de gebouweigenaren. Het tempo zal mede bepaald worden door de verplichtingen die bedrijven hebben onder de Wet milieubeheer om energie te besparen, en de handhaving van de Omgevingsdienst hierop.

32

80%-versie Transitievisie Warmte Heemstede

Bijlage 4 Toelichting gekozen transitiepaden Wijknaam Centrum

Oude Dorp, Indische wijk en omgeving en utiliteit Cruquisweg/Nijverheids -weg

Gekozen transitiepad Besparen en duurzaam gas

Besparen en duurzaam gas /bedrijventerrein

Zandvoortselaan en Berkenrode en omgeving

Besparen en duurzaam gas

Heemsteedse Dreef, Schilderswijk en omgeving

Besparen en duurzaam gas

Van Merlenwijk en Valkenburgerplein en omgeving

Besparen en duurzaam gas

Schouwbroekerpolder en Watermuziek

Besparen en herijken/individueel elektrisch verwarmen

Rivierenwijk

Besparen en herijken

Kennemerduin en omgeving

Besparen en herijken

Provinciënwijk

Besparen en herijken

Geleerdenwijk

Besparen en duurzaam gas

De Glip

Besparen en herijken

33

Toelichting Deze wijk kent een diverse opbouw, zowel wat betreft gebouwtypen (utiliteit, rijwoningen, appartementen) als bouwperioden. Daardoor is er geen eenduidige modeluitkomst op wijkniveau. Een deel van de gebouwen zal mogelijk geschikt zijn voor een warmtenet (verkenningsgebied collectieve warmte) maar voor een deel zullen duurzame gassen in de toekomst het beste aardgasvrije alternatief vormen. Woningen in deze wijk zijn relatief oud (deels voor 1920, veelal uit de periode 1920-1950). Hierdoor zal voor de meeste woningen de stap naar een middentemperatuur-warmtenet of laagtemperatuur individueel elektrisch verwarmen zowel technisch als financieel niet aantrekkelijk zijn. Voor de bedrijven ten noorden van de Cruquiusweg is een kleinschalig collectief (bron)net mogelijk een alternatief voor aardgas. Het watertorengebied bestaat uit gestapelde, homogene en relatief jonge bouw (na 2005). In de toekomst biedt dit mogelijk kansen voor een kleinschalig collectief warmtenet. Woningen in deze wijk zijn relatief oud (deels voor 1920, veelal uit de periode 1920-1950). Ook is de bebouwingsdichtheid met veel twee-onder-éénkapwoningen relatief laag. Hierdoor zal voor de meeste woningen de stap naar middentemperatuur (warmtenet) of laagtemperatuur individueel elektrisch verwarmen op dit moment technisch en financieel niet aantrekkelijk zijn.

Deze wijk kent een relatief oude woningvoorraad (veelal uit de periode 19201950) en een relatief lage bebouwingsdichtheid. Hierdoor zal voor de meeste woningen de stap naar middentemperatuur (warmtenet) of laagtemperatuur individueel elektrisch verwarmen op dit moment technisch en financieel niet aantrekkelijk zijn. Deze wijk kent een relatief oude woningvoorraad (veelal uit de periode 19201950) en een relatief lage bebouwingsdichtheid. Hierdoor zal voor de meeste woningen de stap naar middentemperatuur (warmtenet) of laagtemperatuur individueel elektrisch verwarmen op dit moment technisch en financieel niet aantrekkelijk zijn. Deze wijk kent een aantal appartementengebouwen. Mogelijk is een lokaal warmtenet voor deze gebouwen een interessant alternatief voor aardgas. Daarnaast zijn de recent gebouwde woningen >2005 rond de Henk Andriessenlaan dankzij een hoge isolatiegraad geschikt voor individueel elektrisch verwarmen. Deze wijk met een gemixte opbouw aan woningtypes is aangewezen als één van de mogelijke pilotgebieden voor een warmtenet op basis van warmte uit de WRK-leiding. In deze wijk staan een aantal utiliteitsgebouwen en meergezinswoningen die mogelijk kunnen aansluiten bij een warmtenetontwikkeling in de Provinciënwijk In deze wijk ligt al een kleinschalig warmtenet op basis van een (gasgestookte) WKK.

Dit net verwarmt momenteel een aantal meergezinswoningen in het bezit van Stichting Elan Wonen. Deze corporatie heeft aangegeven de mogelijkheden te onderzoeken dit net te verduurzamen en uit te breiden door omliggende gebouwen aan te sluiten Er is voor deze wijk geen eenduidige modeluitkomst op wijkniveau. Een deel van de gebouwen zal mogelijk geschikt zijn voor individueel elektrisch verwarmen, maar voor een deel zullen duurzame gassen in de toekomst het beste aardgasvrije alternatief vormen. Deze wijk is aangewezen als één van de mogelijke pilotgebieden voor een warmtenet op basis van warmte uit de WRK-leiding. De Glip heeft een hoog percentage aan woningcorporatiebezit, een hoge bebouwingsdichtheid en homogene bouw van rijwoningen en bouwjaren.

80%-versie Transitievisie Warmte Heemstede

Glipper Dreef en Merlenhoven

Besparen en herijken

Utiliteit Leidsevaartweg

Bedrijventerrein

Dichters- en Vogelwijk

Besparen en duurzaam gas / individueel elektrisch verwarmen

34

Deze wijk is aangewezen als één van de mogelijke pilotgebieden voor een warmtenet op basis van warmte uit de WRK-leiding. Glipper Dreef en de Merlenhoven hebben een hoog percentage aan woningcorporatiebezit, een hoge bebouwingsdichtheid en homogene bouw van rijwoningen en bouwjaren. Voor de bedrijven op dit terrein zijn een kleinschalig collectief (bron)net of individuele WKO-systemen mogelijk een alternatief voor aardgas. Deze wijk bestaat uit twee delen: de wat oudere Dichterswijk in het zuiden en de jongere Vogelwijk in het noorden. Voor de nieuwe woningen in de Vogelwijk geldt dat ze geschikt zijn voor individueel elektrisch verwarmen. De oudere woningen in het zuiden zijn hiervoor minder geschikt wegens de lagere isolatiegraad. De appartementengebouwen aan de Roerdomplaan en de Pelikaanlaan zijn mogelijk geschikt voor een kleinschalig collectief systeem.

80%-versie Transitievisie Warmte Heemstede

Bijlage 5 Vergelijking verschillende modelanalyses We hebben verschillende modellen gebruikt om een inschatting te maken van de maatschappelijke kosten van verschillende aardgasvrije warmteopties in de gemeente Heemstede. De uitkomsten van deze modellen gebruiken we om een indruk te krijgen van de mogelijkheden en onmogelijkheden in de gemeente. Wat opvalt is dat de verschillende modellen tot erg verschillende uitkomsten komen. Dat heeft een aantal oorzaken: • De wijken in Heemstede zijn divers van samenstelling. Daardoor is het lastig om op wijkniveau één warmteoptie te kiezen die voor de hele wijk de beste optie is; • In veel van de wijken komen relatief veel rijwoningen uit de periode 1950-1975 voor. Voor deze woningen geldt dat de maatschappelijke kosten van zowel een warmtenet als individueel elektrisch verwarmen (met de kennis van nu) dicht bij elkaar liggen en relatief hoog zijn; • De modellen werken met verschillende scenario’s. De aannames met betrekking tot de toekomstige beschikbaarheid van duurzame gassen hebben grote invloed op de uitkomsten.

5.1 Startanalyse – Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)

Figuur 5. Startanalyse PBL

35

80%-versie Transitievisie Warmte Heemstede

5.2 Openingsbod – Stedin

Figuur 6. Ruim warmte ruim gas

Figuur 8. Ruim warmte beperkt gas

36

Figuur 7. Beperkt warmte beperkt gas

80%-versie Transitievisie Warmte Heemstede

5.3 Warmtetransitiemodel – Over Morgen

Figuur 9. Veel gas

37

Figuur 10. Beperkt gas

80%-versie Transitievisie Warmte Heemstede

5.4 Vergelijking verschillende modellen

Figuur 11. Vergelijking verschillende modellen

38

80%-versie Transitievisie Warmte Heemstede

Bijlage 6 Kansen en uitdagingen die zijn meegegeven vanuit de meedenkgroep 6.1 Antwoorden op de vraag: Wat vind je het belangrijkst aan de aardgasvrije oplossing voor jouw woning? • Dat er ruimte voor maatwerk en keuzevrijheid is • Dat er regie is vanuit de gemeente • Dat ik kan aansluiten bij (persoonlijke) natuurlijke momenten • Dat mijn woning comfortabel warm blijft/ het juiste isolatieniveau voor all-electric • Dat ik samen met mijn buren kan optrekken in een collectieve oplossing • Dat de oplossing betaalbaar/kostenbesparend/comfort-verhogend is • Dat de oplossing duurzaam is

6.2 Antwoorden op de vraag: In wat voor buurten zou jij beginnen met de overgang naar aardgasvrij? • In wijken die al goed geïsoleerd zijn, daar is de overstap op een warmtepomp het gemakkelijkst te maken • Aan de andere kant: wijken waar veel wordt gebruikt, daar is de meeste milieuwinst te boeken • In wijken waar zich natuurlijke momenten voordoen/waar de inwoners er aan toe zijn • Ga op zoek naar een ‘Heemsteedse’ oplossing, dat is goed voor het draagvlak • Kijk niet alleen naar buurtkenmerken, gebruik ook andere criteria zoals renovatie, aankoop, verbouwen (natuurlijke momenten, planning inwoners) • Benader woningeigenaren actief met informatie en subsidiemogelijkheden • Informeer inwoners over de mogelijkheden van hybride en spijtvrije maatregelen. De term ‘aardgasvrij’ is daarbij misschien wat ongelukkig

6.3 Overige opmerkingen

Tips en kansen • Betrek inwoners pas als er opties zijn om aan ze voor te leggen, zodat ze daadwerkelijk over iets concreets kunnen meepraten • Aardgasvrij is niet het doel – CO2 neutraal wel. De term aardgasvrij bevordert niet de discussie • Gestapelde bouw, al dan niet beheert door een VvE, vraagt om andere maatregelen dan grondgebondenwoningen. Hier moet aandacht voor zijn in de plannen: VvE’s kunnen van elkaar leren • Aquathermie uit de Leidsevaart als kans • In kaart brengen van de individuele initiatieven van inwoners om clusters te ontdekken, bijvoorbeeld door het aantal subsidieaanvragen in kaart te brengen

39

80%-versie Transitievisie Warmte Heemstede

• Aansluiting zoeken bij mogelijke warmtenetten in omliggende gemeenten (Haarlem) • Meer en beter informeren over de mogelijkheden voor individuele warmteoplossingen en maatregelen. En de beschikbare subsidies • Het pionieren naar mogelijkheden kan geen kwaad. We moeten in dit moeilijke proces ergens met elkaar beginnen. Dit creëert ook draagvlak en zorgt voor kennisuitwisseling. In Nederland heerst er een onterechte koudwatervrees ten aanzien van nieuwe technieken. We moeten deze technieken goed blijven volgen. Er zijn veel kansen voor Nederland.

Uitdagingen • Heemstede kent relatief veel oudere woningen, houd er rekening mee dat deze vaak moeilijker zijn om te isoleren • Is de warmtetransitie wel uitvoerbaar? • De industrie is groot verbruiker – hoe gaan we de kosten zo efficiënt mogelijk inzetten op landelijk niveau om CO2 te reduceren? • Beschikbaarheid van warmte in de regio – is er genoeg voor iedereen? • Woonlastenneutraliteit lijkt (nog) niet haalbaar. De (landelijke) politiek moet hier eerlijk over zijn. In veel gevallen is de overstap nu nog (te) duur. • De druk op het elektriciteitsnet bij grootschalige all-electric oplossingen • Beschikbaarheid van duurzame gassen: enerzijds is men overtuigd dat dit voor Heemstede een goede optie is (handhaven bestaand gasnet), anderzijds twijfelt men aan de daadwerkelijke beschikbaarheid in de toekomst • De landelijke overheid zou een meer leidende rol moeten hebben / uitspraak moeten doen over de warmteverdeling en bijbehorende kosten. De daadwerkelijke invulling moet de gemeente vormgeven met de omgeving • Meer aandacht voor de zwijgzame / onzichtbare meerderheid

40

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.heemstede.nl/api/v1/meetings/1128/documents/15011