Regiovisie jeugdhulp Zuid-Kennemerland en IJmond.pdf
Tekst van het document
In de vertaling naar de sturing bij de inzet van jeugdhulp staat de ambitie/de opgave centraal. Daaromheen staan de ‘hefbomen’: de gedeelde waarden, kaders en randvoorwaarden, data en informatie, interactie en dialoog. Zie een voorbeeld in het kader.
2
Simons, R. (1995). Control in an Age of Empowerment. Harvard business review, 73(2), 80-88.
27
Voorbeeld sturing in Sociaal Domein
De vier hefbomen worden voor Zuid-Kennemerland en IJmond, op basis van de in deze regiovisie geformuleerde ambitie en doelen, samen met de belangrijke partners, ouders en jeugdigen ingevuld en/of aangescherpt. In het bereiken van de ambities spelen zowel jeugdhulpaanbieders een rol als partners in het onderwijs en de toegang. Als netwerk werken we samen aan het iedere dag een beetje beter maken van de jeugdhulp. Gezamenlijk geven we invulling aan de ‘hefbomen’. Hierbij vinden we het belangrijk dat: De leidende principes die de verschillende gemeenten al met partners geformuleerd hebben de basis vormen voor en vertaald worden naar regionaal gedeelde en gedragen leidende principes. Deze geven richting aan het handelen, en zijn sturend zijn in de besluitvorming. Ze helpen bij het maken van keuzes voor de inrichting van het zorglandschap en het realiseren van de transformatie. Ze zijn dynamisch en continu onderwerp van gesprek. Want, ze zijn pas waardevol als ze leiden tot inzicht, betrokkenheid en motivatie en als we ze ook echt toepassen in de praktijk. Bij alle onderdelen de inbreng van jeugdigen, ouders en hun netwerk een passende plek krijgt. Zowel bij het in kaart brengen van de beweging als bij het leren zijn hun verhalen en ervaringen van belang.
Het verzamelen van data en informatie is altijd gekoppeld aan de ambitie, de beweging die we in gang willen zetten en de doelen die we daarvoor geformuleerd hebben. In het uitvoeringsprogramma worden de doelen verder geconcretiseerd en worden er kritieke prestatie indicatoren (kpi’s) aan gekoppeld. De eerste basis voor een regionaal databestand IJmond en Zuid-Kennemerland is in aanloop naar deze regiovisie gelegd. In het kader van de gezamenlijke sturing op de jeugdhulp vindt verdere verdieping plaats. Vanuit een gedeelde verantwoordelijkheid zullen gemeenten, jeugdhulpaanbieders en de toegangsorganisaties structureel de actuele monitoringsgegevens duiden. Hierbij komen vragen aan bod als: Waardoor is een resultaat wel of niet behaald? Hebben we hier invloed op en zo ja, hoe gaan we hier vanuit de verschillende rollen op sturen? Onderstaande sturingsuitgangspunten zijn eerder gedefinieerd en worden meegenomen in de verdere uitwerking (zie omschrijving in bijlage 3).
28
● ● ● ● ● ●
Minder administratieve lasten. Uitvoering binnen het voor jeugdhulp beschikbare budget. Partnerschap tussen gemeenten, toegang, cliënten en jeugdhulpaanbieders en onderwijs om de transformatie vorm te geven en te vertalen naar doelstellingen, KPI’s en monitoring. Partnerschap tussen jeugdige/gezin, toegang en de hulpverlener bij het vormgeven van de in te zetten jeugdhulp. De strategisch partners nemen verantwoordelijkheid voor passende en tijdige jeugdhulp. Monitoren of de jeugdhulp aanbieders voldoen aan de vastgestelde kwaliteitseisen.
29
BIJLAGEN 1.
Jeugdhulp in Zuid-Kennemerland en IJmond in cijfers
Aanvullend op de gegevens in hoofdstuk 2 gaan we hier op een aantal onderdelen verder in vooruitlopend op de verdiepende analyse die in de volgende fase met aanbieders, samenwerkingspartners, ouders en jeugdigen gemaakt wordt. Wanneer we inzoomen op de stijging van 2020 ten opzichte van 2018 van het aantal jeugdigen met jeugdhulp zien we dat met name het aantal jeugdigen met ambulante jeugdhulp stijgt. Stijging 47% van de basis GGZ Stijging 7% van de specialistische GGZ Stijging bijna 16% dyslexie zorg Stijging van 14% van overig ambulant, na stijging in 2019 daling in 2020
Wanneer we kijken naar de ontwikkeling van de kosten binnen het perceel Ambulant zien we het volgende beeld: Stijging kosten basis GGZ 91% Stijging kosten specialistische GGZ bijna 51% Stijging kosten dyslexie 16% Stijging kosten overig ambulant 71%
30
Wanneer we inzoomen aantal jeugdige in jeugdhulp met verblijf zien we de volgende ontwikkeling: Afname van 42 % in 2020 ten opzichte van 2018 van klinische GGZ-bedden na lichte stijging in 2019. Stijging van jeugdzorg verblijf overig in 2019 met bijna 22%, daling in 2020 van bijna 11%. Totale stijging over 2018-2020 van 9%. Lichte stijging van het aantal jeugdigen in pleegzorg en gezinshuizen, 3% over 2018-2020.
31
De ontwikkeling van de kosten van jeugdhulp met verblijf geeft het volgende beeld: De kosten van jeugd GGZ klinische bedden dalen met bijna 59% over periode 2018-2020. De kosten van jeugdzorg met verblijf overig stijgt met bijna 18% in dezelfde periode. Deze stijging vond vooral plaats in 2018. De kosten voor pleegzorg en gezinshuizen zijn met 22% gestegen van 2018-2020.
Wanneer we kijken naar het gemiddelde bedrag per traject voor een jeugdige met ambulante jeugdhulp zien we behalve bij dyslexie zorg overal een stijging.
32
Wanneer we kijken naar het gemiddelde bedrag per traject voor een jeugdige met jeugdhulp met verblijf zien we een daling van de kosten van een traject jeugdhulp met verblijf.
Hieronder een overzicht van het aantal jeugdigen en de verwijzer die jeugdhulp heeft ingezet. Hierbij moet opgemerkt worden dat de verwijzingen die door de praktijkondersteuner jeugd van het CJG zijn gedaan zijn opgenomen in het aantal verwijzingen door de huisarts.
33
Tot slot twee afbeeldingen die bevestigen dat de uitgangssituatie per regio en per gemeente verschilt en dat in het vervolg analyse op regio en gemeenteniveau noodzakelijk is.
34
2.
Een thuis voor Noordje
In Noord-Holland hebben betrokken jeugdhulpregio’s samen met aanbieders, samenwerkingsverbanden VO en ervaringsdeskundigen gewerkt aan een bovenregionaal plan voor specialistische jeugdhulp ‘een thuis voor Noordje’. De ambitie is het aantal jeugdigen met een machtiging gesloten jeugdhulp zo veel als mogelijk terug te brengen. Is dit toch nodig dan wordt passende hulp en verblijf in Noord-Holland geboden. Er is geïnventariseerd wat nodig is om deze resultaten te bereiken en aan wat voor voorwaarden deze middelen zouden moeten voldoen: Netwerkoverleg o Voor opschaling van de zorgvraag, waarbij sprake lijkt van behandeling in combinatie met een verblijfsvraag o Het gezin/jeugdige en de expertises van onderwijs en zorg (volwassen/jeugd) aan tafel zitten. o Geïnitieerd door degene die nu al rondom zorgvraag actief zijn.
Ambulante intensieve begeleiding o Opstellen van een integraal plan rondom jeugdige en het gezin o Verbinding met regulier onderwijs zodat jeugdige daar naar school kan - Ondersteuning bieden op school aan docenten - Expertise van speciaal onderwijs in regulier onderwijs inzetten
Als thuis wonen echt niet gaat, dan goede plaatsing in pleegzorg of een gezinshuis
Woonvoorzieningen (kleinschalig) voor zeer kleine unieke doelgroep waar wonen centraal staat o Pedagogisch medewerkers die jeugdigen op hun niveau aanspreken en begeleiden o Behandeling vindt plaats buiten wonen, scheiden van wonen en zorg
Kortdurende behandeling die op ieder moment kan worden ingezet voor deze doelgroep en waarbij soms verblijf noodzakelijk is
35
3.
Uitwerking sturingsprincipes
Verminderde administratieve lasten Er is bij aanbieders een grote behoefte aan het reduceren van de administratieve lasten. Zowel tijdens de aanbesteding, als tijdens de uitvoering van de overeenkomst. Belangrijk aspect hierin is de keuze voor een ander, meer passend bekostigingsmodel. Overigens hebben gemeenten al sterk ingezet op verminderde administratieve lasten, onder meer door het gestandaardiseerde berichtenverkeer. Gemeenten blijven binnen het voor jeugdhulp beschikbare budget Uitgangspunt van de verwerving is het door de gemeenteraad bepaalde budgettair kader in de meerjaren programmabegroting Monitoring en data-analyse van de jeugdhulp is belangrijk om te zien wat de maatschappelijke effecten van de jeugdhulp zijn en in hoeverre de beoogde beleidsdoelstellingen worden behaald binnen het financieel kader. Het gaat hierbij om monitoring en dataverzameling op verschillende niveaus; monitoring van het sociaal domein als geheel tot monitoring op het niveau van professionals en casuïstiek. Goede monitoring en data-gestuurd werken geeft gemeenten gelegenheid om tussentijds bij te sturen waar dat nodig is. Daarbij is het belangrijk dat de systematiek van monitoring goed in elkaar zit. En dat het bijdraagt aan een lerend stelsel, zodat we met elkaar blijvend verbeteren.
Creëren van strategisch partnerschap tussen gemeenten en jeugdhulpaanbieders We koersen op een versnelling van de realisatie van onze transformatiedoelen. Hierin willen we samen optrekken met een aantal strategisch partners die zich committeren aan de opdracht. De concreter invulling van deze opdracht geven we vorm in partnerschap en dialoog. Verantwoording nemen voor passende zorg Wij vereisen van onze strategisch partners dat ze verantwoording nemen voor passende zorg. Zij zorgen dat jeugdigen die jeugdhulp nodig hebben niet tussen wal en schap vallen, voorkomen wordt dat kinderen met lichtere problematiek wel jeugdhulp ontvangen en kinderen met complexe problematiek niet (acceptatieplicht). We creëren hiervoor de randvoorwaarden door middel van een bekostigingsmodel dat ruimte biedt voor flexibiliteit en door het formuleren van een integrale opdracht. Transformatie op zorginhoud verder concretiseren en vertalen naar doelstellingen We verwachten van onze strategisch partners dat zij zich committeren aan de transformatiedoelen en dat zij deze in dialoog met de gemeente verder concretiseren en vertalen naar doelstellingen en resultaten. Vaststellen kwaliteitseisen jeugdhulpaanbieders. Voor de kwaliteitseisen sluiten wij aan bij de eisen zoals die gelden in de Jeugdwet. De eisen in de Jeugdwet zijn gedetailleerd beschreven.
Kwaliteit gaat ook over cliëntervaring en cliënttevredenheid. Daarnaast willen we meer sturen op effectiviteit van zorg. Wij gaan daarbij uit van evidenced based methodieken.
36
4.
Juridische samenwerkingsvormen binnen een GR
Drie hoofdopties
Afstemming: Bij Afstemming gaat het om lichtere vormen van samenwerking. De eigen gemeentelijke organisatie en verantwoordelijkheden blijven volledig intact, delegeren en mandateren is niet aan de orde. Taken worden door de eigen organisatie uitgevoerd en er vinden geen (structurele) betalingen aan elkaar plaats. In de samenwerkingsafspraken wordt de intentie om samen te werken vastgelegd en daarnaast het doel, de inhoud en de manier van samenwerken. Samenwerkingsvormen die vallen onder afstemming zijn de Regeling zonder meer, de Bevoegdhedenovereenkomst en een convenant. Netwerkconstructie: In een Netwerkconstructie voert één van de samenwerkingspartners de taak uit voor en namens de andere partners. De andere gemeenten dragen hun bevoegdheden over, via mandatering en/of via contractuele afspraken. De sturing is belegd bij de gemeente die de taken uitvoert. Samenwerkingsvormen die vallen onder netwerkconstructie zijn de Centrumgemeente en het Gemeenschappelijk Orgaan. Zelfstandige organisatie: Een andere mogelijkheid is dat de samenwerkingspartners een Zelfstandige organisatie oprichten, die de taak voor en namens alle partners uitvoert. Kenmerkend voor samenwerking in een zelfstandige organisatie is het bestaan van een bevoegd orgaan (algemeen of dagelijks bestuur) waarin deelnemers vertegenwoordigd zijn.
Samenwerkingsvormen die vallen onder ‘Zelfstandige organisatie’ zijn een gemeenschappelijk orgaan, een gemeenschappelijk openbaar lichaam en een bedrijfsvoeringsorganisatie
37