CConstaterende datHeemstede
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport bodemkwaliteitskaart IJmond definitief.pdf

Commissie Ruimte 9 december 2021, gemeente HeemstedeBij agendapunt: 7: Vaststellen Addendum Nota bodembeheer regio IJmond inclusief geactualiseerde bodemkwaliteitskaart13.325 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Rapport Bodemkwaliteitskaart regio IJmond

projectnummer 0466267.100 definitief revisie 00 22 april 2021

Rapport Bodemkwaliteitskaart regio IJmond

projectnummer 0466267.100 definitief revisie 00 22 april 2021

Auteurs M.A.L. Rutting I. Lanting

Opdrachtgever Omgevingsdienst IJmond Stationsplein 48 B 1948 LC BEVERWIJK

datum vrijgave 22-4-2021

definitief revisie 00 definitief

goedkeuring I. Lanting

vrijgave H.E. Oosterbaan

Inhoudsopgave 1

Inleiding

Blz. 2

2

Uitganspunten

3

2.1 2.2 2.3 2.4

Richtlijn bodemkwaliteitskaarten Relaties oude bodemkwaliteitskaarten Technisch-inhoudelijke onderbouwing Wegbermen

3 3 4 4

3

Tot stand komen bodemkwaliteitskaart

6

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

Beheergebied Bodemkwaliteitszones Uitgangspunten bodemkwaliteitskaart Databewerking Rekensessies Extremenanalyse

6 6 7 8 8 9

4

Bodemkwaliteitskaart

10

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Bodemfunctiekaart Indeling bodemkwaliteitszones Ontgravingskaarten Toepassingskaart Vaststelling en herziening

10 11 11 11 12

5

Betrouwbaarheid bodemkwaliteitskaart

13

5.1 5.2 5.3

Ruimtelijke verdeling Heterogeniteit en ruimtelijke verdeling Saneringscriterium

13 13 14

Bijlage 1 Toelichting databewerking Bijlage 2 Statistische kengetallen Bijlage 3 Risicotoolbox Bodem Kaarten I. II. III. IV. V. VI. VII.

Bodemfunctieklassenkaart Kaart met zone indeling bovengrond Kaart met zone indeling bovengrond Ontgravingskaart bovengrond (tot 0,5 m-mv.) Ontgravingskaart ondergrond (0,5 – 2,5 m-mv.) Toepassingskaart bovengrond Toepassingskaart ondergrond

Rapport Bodemkwaliteitskaart regio IJmond projectnummer 0466267.100 22 april 2021 revisie 00

1

Inleiding De (toenmalige) gemeenten Beverwijk, Bloemendaal, Heemskerk, Heemstede, Uitgeest, Velsen en Zandvoort hebben als onderdeel van een duurzaam bodembeleid een bodemkwaliteitskaart opgesteld, tezamen met de bijbehorende Nota bodembeheer. De huidige bodemkwaliteitskaart is bestuurlijk vastgesteld in 2016, tezamen met de Nota bodembeheer, met kenmerk 0269712.00. Volgens de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten moet een bodemkwaliteitskaart periodiek (eens per 5 jaar) opnieuw beleidsmatig worden vastgesteld. De toenmalige gemeente Haarlemmerliede & Spaarnwoude is onderdeel geworden van de gemeente Haarlemmermeer. De gemeente Noordwijkerhout is opgegaan in de gemeente Noordwijk. Het grondgebied van deze voormalige gemeenten behoren hierdoor niet meer tot het werkgebied van de Omgevingsdienst IJmond. De kaart wordt derhalve geactualiseerd voor de gemeenten Beverwijk, Bloemendaal, Heemskerk, Heemstede, Uitgeest, Velsen en Zandvoort.

Doel Het doel van het opstellen van de regionale bodemkwaliteitskaart is het inzichtelijk maken van de actuele diffuse bodemkwaliteit en het toekennen van bodemfunctieklassen aan verschillende deelgebieden van de deelnemende gemeenten. Deze kaart kan vervolgens, in het kader van het Besluit bodemkwaliteit, binnen de regio gebruikt worden als erkend bewijsmiddel, conform paragraaf 4.3.5 van de Regeling bodemkwaliteit, voor het aantonen van de milieuhygiënische kwaliteit van een partij vrijkomende grond en/of de ontvangende bodem. Dit voorkomt onderzoekskosten indien grond binnen het beheergebied door ontgraving vrijkomt en hierbinnen ook weer wordt toegepast. In dit rapport is de totstandkoming van de bodemkwaliteitskaart toegelicht en is de classificatie van de actuele bodemkwaliteit beschreven. Ten aanzien van PFAS een Bodemkwaliteitskaart PFAS voor de regio IJmond opgesteld (kenmerk 0458873.100, d.d. 28 januari 2021). Deze kaart dient in combinatie met de voorliggende bodemkwaliteitskaart te worden gebruikt.

Leeswijzer Als eerste worden de uitgangspunten voor het opstellen van de voorliggende bodemkwaliteitskaart besproken in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 is beschreven hoe bij het opstellen van de bodem-kwaliteitskaart met eisen uit hoofdstuk 2 is omgegaan. De bodemkwaliteitskaart zelf wordt toegelicht in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 is beschreven hoe is omgegaan met de vereisten rondom de betrouwbaarheid van de bodemkwaliteitskaart en de algemene regels voor het gebruiken van de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel voor grondverzet.

Blad 2 van 15

Rapport Bodemkwaliteitskaart regio IJmond projectnummer 0466267.100 22 april 2021 revisie 00

2

Uitganspunten

2.1

Richtlijn bodemkwaliteitskaarten De bodemkwaliteitskaart is opgesteld conform de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten van het ministerie van VROM van 3 september 2007 en de Wijzigingsbladen van januari 2013, 2014, 2016 en 2019. Deze richtlijn beschrijft de acht stappen die moeten worden doorlopen om tot een bodemkwaliteitskaart te komen: In Stap 1 worden de beleidsmatige en technisch-inhoudelijke keuzes gemaakt. In Stap 2 dient te worden vastgesteld welke kenmerken binnen het beheergebied naar verwachting een belangrijke rol spelen bij het definiëren van deelgebieden. In Stap 3 worden bodemgegevens geschikt gemaakt voor verwerking tot een bodemkwaliteitskaart. In Stap 4 worden voorlopige homogene deelgebieden samengesteld. Dit gebeurt op basis van de kenmerken waarvan in stap 2 werd verwacht dat deze bepalend zijn voor de bodemkwaliteit. In Stap 5 wordt op basis van de beschikbare meetresultaten vastgesteld of de indeling in deelgebieden van stap 4 juist is, waardoor zones ontstaan. Waar mogelijk worden deelgebieden met een overeenkomstige bodemkwaliteit samengevoegd tot zones. Indien nodig wordt in Stap 6 aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd. In Stap 7 worden de verschillende soorten gegevens, die van elke bodemkwaliteitszone beschikbaar zijn, in samenhang geïnterpreteerd.

Op basis hiervan wordt een rapport opgesteld waarin de totstandkoming van de bodemkwaliteitskaart wordt weergegeven en gemotiveerd. In Stap 8 wordt, op basis van de bodemkwaliteit in combinatie met de functiekaart, de toepassingseis per bodemkwaliteitszone geformuleerd. Dit resulteert in een generieke toepassingskaart. Onderdeel van stap 8 is daarnaast dat per bodemkwaliteitszone wordt aangegeven onder welke voorwaarde grondverzet zonder aanvullende keuring is toegestaan. Naast de genoemde richtlijn is de bodemkwaliteitskaart gebaseerd op het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit. Ook is gebruik gemaakt van de 'Handreiking Besluit bodemkwaliteit' van Bodem+ (tegenwoordig onderdeel van Rijkswaterstaat Leefomgeving) en van het document 'Grondverzet met bodemkwaliteitskaarten' van TNO/Deltares, niet gedateerd (opgesteld in opdracht van Bodem+).

2.2

Relaties oude bodemkwaliteitskaarten Voor het actualiseren van de bodemkwaliteitskaart is in eerste instantie gebruik gemaakt van de zonering van de voorgaande bodemkwaliteitskaart. Uit de eerste berekeningen bleek echter dat de zonekwaliteit van de deze zones afweek ten opzichte van de vorige kaart. De vorige regionale kaart was samengesteld uit meerdere bodemkwaliteitskaarten. De zones zijn destijds samengevoegd op de actuele bodemkwaliteit. In enkele gevallen kwamen hierdoor gebieden die verschillen in gebruik in eenzelfde zone terecht. In de afgelopen vijf jaar is een grote hoeveelheid extra

Blad 3 van 15

Rapport Bodemkwaliteitskaart regio IJmond projectnummer 0466267.100 22 april 2021 revisie 00

data verzameld. Mogelijk hebben deze verschillen in gebruik en het verkrijgen van extra informatie over deze gebieden geleid tot een verandering in bodemkwaliteit voor deze grote samengestelde zones. Er is in overeenstemming met de Omgevingsdienst IJmond gekozen om de oude bodemkwaliteitskaart niet te actualiseren maar een nieuwe kaart op te stellen op basis van de functies van het gebied. De functiekaart is aangepast: er zijn nieuwe ontwikkelingen toegevoegd, begrenzingen nauwkeuriger gemaakt en waar nodig verbeteringen toegepast. In de toekomst kan de functiekaart ook worden gebruikt om de Omgevingsvisie/-plan onder de aankomende Omgevingswet nadere invulling te geven. In de functiekaart is verder nog een grote aanpassing doorgevoerd. Namelijk, het duingebied is in de bodemkwaliteitskaart als aparte zone aangemerkt. Hierdoor sluit de bodemkwaliteitskaart beter aan op de recent opgestelde PFAS-Bodemkwaliteitskaart (kenmerk 0458873.100).

2.3

Technisch-inhoudelijke onderbouwing De technisch-inhoudelijke onderbouwing gaat in op de eisen waar een bodemkwaliteitskaart aan moet voldoen. In de richtlijn zijn de onderwerpen benoemd die essentieel worden geacht om de kwaliteit van het grondverzet te kunnen waarborgen. Deze onderwerpen moeten dan ook minimaal in de onderbouwing worden meegenomen. Dit betreft: • het (deel van het) beheergebied waarvoor de bodemkwaliteitskaart wordt opgesteld; • de diepte en de te onderscheiden dieptetrajecten waarover de bodemkwaliteitskaart een uitspraak doet (respectievelijk 0-0,5 en 0,5-2,5 m -mv.); • de stoffen die in de bodemkwaliteitskaart worden opgenomen; • de onderscheidende kenmerken op basis waarvan de bodemkwaliteitszones worden gedefinieerd: o metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink); o polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK 10 VROM); o polychloorbifenylen (PCB som 7); o minerale olie (GC); • de kwaliteitseisen waaraan een zone moet voldoen; • de statistische kengetallen op basis waarvan de zones worden gekarakteriseerd; • in welk kader (generiek of gebiedsspecifiek) de kaart functioneert.

2.4

Wegbermen De verwachting is dat onverharde wegbermen in het buitengebied een andere bodemkwaliteit bevatten dan omliggende gebieden. Om deze reden is voor het elders toepassen van grond uit wegbermen de bodemkwaliteitskaart geen bewijsmiddel. Er dient derhalve altijd een partijkeuring plaats te vinden als gevolg van het heterogene karakter van de wegbermen. De wegbermen zijn in deze bodemkwaliteitskaart niet als aparte zone kaart opgenomen. Voor de begrenzing van de bermen wordt aangesloten bij de onderstaande figuren. Deze figuren zijn afkomstig uit een brief van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Dienst Verkeer en Scheepvaart (kenmerk RWS/DVS-2009/2932, 19 november 2009).

Blad 4 van 15

Rapport Bodemkwaliteitskaart regio IJmond projectnummer 0466267.100 22 april 2021 revisie 00

Figuur 1: Begrenzing bermen (bron: brief, kenmerk RWS/DVS-2009/2932, 19 november 2009)

Blad 5 van 15

Rapport Bodemkwaliteitskaart regio IJmond projectnummer 0466267.100 22 april 2021 revisie 00

3

Tot stand komen bodemkwaliteitskaart

3.1

Beheergebied De bodemkwaliteitskaart is opgesteld voor het grondgebied van de gemeenten Beverwijk, Bloemendaal, Heemskerk, Heemstede, Uitgeest, Velsen en Zandvoort.

Figuur 2: Het beheergebied is gelijk aan de landbodem van het grondgebied van de gemeenten Beverwijk, Bloemendaal, Heemskerk, Heemstede, Uitgeest, Velsen en Zandvoort (met geel aangegeven)

3.2

Bodemkwaliteitszones Het uitgangspunt voor het definiëren van een deelgebied wordt gevormd door een vergelijkbare en gebiedseigen bodemkwaliteit. Het indelen in bodemkwaliteitszones vindt daarom over het algemeen plaats op basis van gebruikshistorie en de milieuhygiënische bodemkwaliteit, eventueel in combinatie met de bodemopbouw. Oude zonering De huidige bodemkwaliteitskaarten zijn destijds afzonderlijk opgesteld aan de hand van de toenmalige actuele bodemkwaliteit. In de meeste gevallen heeft de zonering plaatsgevonden op basis van berekende bodemkwaliteit. In tabel 3.1 is de huidige zonering benoemd. In alle gevallen is de zonering voor de boven- en ondergrond gelijk. Tabel 3.1: Overzicht kwaliteitsklasse oude kaart van de bodem per zone Bovengrond (0-0,5 m -mv) Ondergrond (0,5-2,5 m -mv) Zone Kwaliteitsklasse Zone Kwaliteitsklasse Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde Wonen Wonen Zone 1 Zone 4 Industrie Industrie Zone 2 Zone 5 Zone 3

Zone 6

Blad 6 van 15

Rapport Bodemkwaliteitskaart regio IJmond projectnummer 0466267.100 22 april 2021 revisie 00

Nieuwe zonering De zones zijn destijds samengevoegd op basis van de actuele bodemkwaliteit. In een aantal gevallen kwamen hierdoor gebieden die verschillen in gebruik in eenzelfde zone terecht. Uit de eerste voorberekeningen bleek dat de zonekwaliteit afweek van de hierboven genoemde zonekwaliteit in tabel 3.1. Voor het opstellen van de zonekaart is daarom gekozen om gebruik te maken van de functiekaart als basis omdat de kwaliteit mogelijk kan zijn beïnvloed door het gebruik. Ook is gekozen om het duingebied uit te sluiten om zo meer aansluiting te vinden bij de PFAS-bodemkwaliteitskaart. Tabel 3.2 Overzicht nieuwe zonering voor de databewerking en de rekensessies. Zone

Zone omschrijving

Bovengrond - 0,0 – 0,5 m-mv. Zone 1

Zone met functie Landbouw/Natuur

Zone 2

Zone met functie Wonen

Zone 3

Zone met functie Industrie

Zone 4

Uitgesloten / duingebied

Ondergrond- 0,5 – 2,5 m-mv.

3.3

Zone 5

Zone met functie Landbouw/Natuur

Zone 6

Zone met functie Wonen

Zone 7

Zone met functie Industrie

Zone 8

Uitgesloten / duingebied

Uitgangspunten bodemkwaliteitskaart De bodemkwaliteitskaart is opgesteld: • volgens het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit; • voor alleen grond als landbodem en dus niet voor grondwater of de bodem onder oppervlaktewater (waterbodem); • voor de boven- en ondergrond (respectievelijk 0-0,5 en 0,5-2,5 m -mv.); • op basis van relevante informatie uit het bodeminformatiesysteem (zie paragraaf 3.4); • voor de parameters van het standaard stoffenpakket grond: o metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink); o polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK 10 VROM); o polychloorbifenylen (PCB som 7); o minerale olie (GC); • met minimaal 20 waarnemingen per zone en 3 waarnemingen ter plaatse van ieder niet-aaneengesloten gelegen deelgebied (snipper). • voor de toetsing is uitgegaan van de normen en rekenregels voor het op landbodem toepassen van grond. De bij deze toepassing behorende toetsingswaarden (klasse AW2000, klasse wonen en klasse industrie) zijn opgenomen in tabel 1 van bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit. Toetsregel klasse AW2000 Om te bepalen of er sprake is van een overschrijding van de achtergrondwaarden (AW2000) is artikel 4.2.2 van de Regeling bodemkwaliteit van toepassing.

Dit artikel stelt dat de bodem, een partij grond of een partij baggerspecie nog in de klasse AW2000 valt als bij meting van 2 stoffen het rekenkundig gemiddelde gehalte van maximaal 12 stoffen de achtergrondwaarden overschrijdt. In de onderstaande tabel is de toetsregel voor AW2000 opgenomen.

Blad 7 van 15

Rapport Bodemkwaliteitskaart regio IJmond projectnummer 0466267.100 22 april 2021 revisie 00

Tabel 3.3: Toetsregel AW2000

Aantal onderzochte stoffen X Aantal overschrijdingen Y

2 1

7 2

16 3

27 4

37 5

Toetsregel klasse Wonen (voor ontvangende bodem) De overschrijding mag maximaal tweemaal de achtergrondwaarde van de betreffende stof bedragen. Daarnaast geldt dat het rekenkundig gemiddelde gehalte kleiner moet zijn dan of gelijk moet zijn aan de Maximale Waarden Wonen. Omdat de achtergrondwaarde en Maximale Waarde Wonen (bijna) gelijk zijn aan elkaar, vervalt voor de stoffen nikkel en PCB de voorwaarde dat het gehalte kleiner moet zijn dan de Maximale Waarden Wonen. Opgemerkt wordt dat er per 1 januari 2016 een aanpassing van de Regeling bodemkwaliteit en de richtlijn bodemkwaliteitskaarten is gepubliceerd voor o.a. de stoffen barium, kobalt en molybdeen en (eerder al) PCB. Het gaat hierbij om aangepaste toetsingswaarden en het aantal noodzakelijke waarnemingen. De huidige bodemkwaliteitskaart sluit aan op deze laatste richtlijn. Accreditatieschema 3000 Vanaf 1 juli 2007 is het Accreditatieschema 3000 (AS3000) in werking getreden. AS3000 bevat de kwaliteitseisen voor laboratoria voor al het milieuhygiënisch bodemonderzoek. AS3000 schrijft een monstervoorbehandeling voor, bestaande uit malen en homogeniseren. Dit verlaagt de kans op een grote spreiding van analyseresultaten waardoor resultaten betrouwbaarder worden. Om deze aanpassing te ondervangen, heeft een vergelijking plaatsgevonden van de analyseresultaten van de afgelopen vijf jaar en de resultaten ouder dan vijf jaar.

3.4

Databewerking Voor het opstellen van de bodemkwaliteitskaart is gebruik gemaakt van onderzoeksgegevens uit het bodeminformatiesysteem (Nazca-I) van de verschillende gemeenten. De datagegevens zijn in december 2021 aangeleverd. In een bodeminformatiesysteem zijn de onderzoeksgegevens van diverse typen onderzoeken opgenomen, zoals verkennende en nadere onderzoeken maar ook saneringen en evaluatierapporten. Omdat de bodemkwaliteitskaart een betrouwbare en representatieve weergave moet zijn van de actuele (diffuse) bodemkwaliteit, moeten onderzoeksgegevens van bijvoorbeeld punt-bronnen of verdachte percelen buiten beschouwing worden gelaten. Dit betekent dat de data moet worden bewerkt zodat alleen die analysegegevens overblijven, die geschikt zijn om te worden gebruikt voor het opstellen van de bodemkwaliteitskaart. De selectiemethode is beschreven in bijlage 1.

3.5

Rekensessies In totaal zijn in maart 2020 zes verschillende rekensessies uitgevoerd. Hieronder zijn de belangrijkste rekensessies en de onderbouwing beschreven. 1e en 2e rekensessie Bij deze rekensessies is de data van de periode tot 5 jaar (rekensessie 1: periode 2016-2021) en de periode tussen 5 en 10 jaar (rekensessie 2: periode 2011-2016) separaat doorgerekend. Bij deze sessies is uitgegaan van de eerdergenoemde indeling in deelgebieden en van de bodemlagen 0,0-0,5 m -mv. (bovengrond) en 0,5-2,5 m -mv. (ondergrond). Op basis van de uitkomsten van deze twee rekensessies is beoordeeld of de bodemkwaliteit vergelijkbaar is en of de data van deze 2 perioden kunnen worden samengevoegd.

Blad 8 van 15

Rapport Bodemkwaliteitskaart regio IJmond projectnummer 0466267.100 22 april 2021 revisie 00

De milieuhygiënische kwaliteit uit de periodes tot 5 jaar terug en van 5 tot 10 jaar terug bleken overeen te komen. Daarom zijn de sets samengevoegd tot één dataset met de periode 0 tot 10 jaar geleden. 3e rekensessie Na het samenvoegen van de data tot een data set van de afgelopen 10 jaar is de gehele dataset doorgerekend en zijn per zone de benodigde (statistische) kengetallen gegenereerd. 4e rekensessie Voor de extremenanalyse is de dataset meerdere keren doorgerekend. Waarbij steeds de uitschieters (de zogenoemde 'extremen') worden beoordeeld en op basis van de in paragraaf 3.6 benoemde criteria worden uitgesloten van de volgende doorrekening. Voor de extremenanalyse is de totale dataset 14 keer doorgerekend. 5e rekensessie Vervolgens is bepaald of er per zone voldoende waarnemingen aanwezig zijn om tot het opstellen van de bodemkwaliteitskaart over te gaan en is gekeken of de ruimtelijke verdeling van de waarnemingen binnen elk deelgebied toereikend was. Geconcludeerd werd dat er in een aantal gebieden (snippers) geen meetpunten aanwezig waren voor het bepalen van de kwaliteitsklasse. Dit waren met name landbouwgebieden die van elkaar zijn gescheiden door watergangen.

6e rekensessie Na de extremenanalyse is de gehele dataset doorgerekend en zijn per zone zijn de voor de bodemkwaliteitskaart benodigde (statistische) kengetallen gegenereerd: • het aantal waarnemingen; • de gemiddelde gehalten per parameter (incl. lutum en organische stof); • de minimale en maximale gemeten gehalten; • diverse percentielwaarden (P5, P50, P80, P90, P95): het vergelijken van percentielwaarden levert informatie op over de betrouwbaarheid van de bodemkwaliteit binnen een zone. Zo geeft bijvoorbeeld de P95 de waarde aan waar 95% van de waarnemingen onder ligt en 5% van de waarnemingen boven ligt; • boven- en ondergrens van het 80% betrouwbaarheidsinterval rond het gemiddelde; • heterogeniteitstoets; • variatiecoëfficiënt.

3.6

Extremenanalyse Op basis van de gegevens van de 4e rekensessie is een extremenanalyse uitgevoerd. Het is namelijk mogelijk dat, ondanks een bewerking van de dataset, nog waarnemingen in de dataset aanwezig zijn waarvan het aannemelijk is dat deze niet tot de diffuse bodemkwaliteit behoren (zogenoemde 'extremen'). Conform de richtlijn Bodemkwaliteitskaarten dient van deze gehalten te worden bepaald of ze: 1. Deel uitmaken van de achtergrondgehalten; 2. Afkomstig zijn van een lokale puntbron; 3. Het gevolg zijn van een fout in het onderzoek of een fout bij de invoer van gegevens. Wanneer blijkt dat het extreme gehalte wordt veroorzaakt door een geval van lokale bodemverontreiniging of het gevolg is van een invoer- of meetfout, mag het betreffende gehalte buiten beschouwing worden gelaten bij het bepalen van de diffuse bodemkwaliteit. In andere gevallen moet worden geconcludeerd dat er geen directe oorzaak is aan te wijzen voor de extreme gehalten en moeten de gehalten worden meegenomen in de berekening van de diffuse bodemkwaliteit.

Blad 9 van 15

Rapport Bodemkwaliteitskaart regio IJmond projectnummer 0466267.100 22 april 2021 revisie 00

4

Bodemkwaliteitskaart De bodemkwaliteitskaart bestaat uit: 1. Een bodemfunctieklassenkaart; 2. Een kaart met de zone-indeling; 3. Ontgravingskaarten (bovengrond en ondergrond); 4. Een toepassingskaart (bovengrond en ondergrond); Dit hoofdstuk geeft een korte toelichting op de genoemde kaarten.

4.1

Bodemfunctiekaart Vanuit het besluit bodemkwaliteit is de gemeente verplicht om een bodemfunctieklassenkaart op te stellen. De bodemfunctieklassenkaart is opgenomen in de kaartbijlage I. Het uitgangspunt bij het opstellen van de bodemfunctieklassenkaart is dat de bodemkwaliteit moet aansluiten op de bodemfunctie. In het Besluit bodemkwaliteit zijn zeven bodemfuncties opgenomen: • wonen met tuin; • plaatsen waar kinderen spelen; • groen met natuurwaarden; • ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie; • moestuinen en volkstuinen; • natuur; • landbouw. Bij elk van deze bodemfuncties hoort een eigen bodemkwaliteitsniveau, indien gekozen wordt voor gebiedsspecifiek beleid. Dit niveau is gebaseerd op de humane, ecologische of landbouwrisico's die te verwachten zijn bij een bodemfunctie. Algemeen uitgangspunt is dat er geen sprake mag zijn van onaanvaardbare humane risico's bij het beoogde gebruik. Indien gekozen wordt voor generiek beleid, worden de zeven bodemfuncties verdeeld in drie bodemfunctieklassen. Deze bodemfunctieklassen zijn vastgelegd in een bodemfunctieklassenkaart. De volgende drie bodemfunctieklassen worden onderscheiden: • wonen; • industrie; • overig (kwaliteit toe te passen grond en baggerspecie moet voldoen aan de achtergrondwaarden). In tabel 4.1 is de indeling van bodemfuncties naar bodemfunctieklassen opgenomen.

Hierbij wordt opgemerkt dat recreatie valt onder de bodemfunctie “plaatsen waar kinderen spelen” en/of “groen met natuurwaarden” en derhalve onder bodemfunctieklasse “wonen”. Tabel 4.1: Tabel Bodemfunctieklassen Bodemfunctie

Bodemfunctieklasse

(gebiedsspecifiek beleid)

(generiek beleid)

1. 2. 3.

Wonen met tuin Plaatsen waar kinderen spelen Groen met natuurwaarden

Wonen

4.

Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie

Industrie

5. 6. 7.

Moestuinen en volkstuinen Natuur Landbouw

(Kwaliteit toe te passen grond en baggerspecie moet voldoen aan de achtergrondwaarden)

Blad 10 van 15

Rapport Bodemkwaliteitskaart regio IJmond projectnummer 0466267.100 22 april 2021 revisie 00

Er vindt bij het toepassen van grond een dubbele toetsing plaats. Er wordt zowel gekeken naar de bodemfunctieklasse van de zone, als naar de bodemkwaliteit in de zone. Hierbij geldt dat de schoonste van deze twee leidend is. Deze dubbele toetsing geldt niet voor grootschalige bodemtoepassingen. Voor de regels hiervan wordt verwezen naar de Nota Bodembeheer.

4.2

Indeling bodemkwaliteitszones Binnen het beheergebied worden in totaal 8 verschillende zones onderscheiden. De zones zijn weergegeven in tabel 4.2. De zonekaarten zijn opgenomen in kaartbijlagen II en III.

4.3

Ontgravingskaarten De ontgravingskaarten geven de te verwachten kwaliteitsklasse van de bodem aan in de situatie dat de grond wordt ontgraven/vrijkomt om elders te worden toegepast. De aaneengesloten ontgraven grond wordt dan beoordeeld als een partij grond. Voor het tot stand komen van deze kaart zijn de gemiddeld gemeten gehalten van de zones getoetst aan de gehalten uit bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit. De uitkomsten van deze toetsing zijn weergegeven in tabel 4.2. Hierbij is onderscheid gemaakt in de bovengrond (0-0,5 m -mv) en de ondergrond (0,5-2,5 m mv). De ontgravingskaarten, zoals benoemd in bijlage M (‘kaarten van de actuele bodemkwaliteit’) van de Regeling bodemkwaliteit, zijn opgenomen in de kaartbijlagen IV en V. Tabel 4.2: Overzicht kwaliteitsklasse van de bodem per zone Bovengrond (0-0,5 m -mv)

4.4

Ondergrond (0,5-2,5 m -mv)

Zone

Kwaliteitsklasse

Zone

Kwaliteitsklasse

Zone 1

Landbouw/natuur

Zone 4

Landbouw/natuur

Zone 2

Industrie

Zone 5

Wonen

Zone 3

Industrie

Zone 6

Wonen

Zone 7

Uitgesloten

Zone 8

Uitgesloten

Toepassingskaart Het landelijk geldende beleidskader van het Besluit bodemkwaliteit (= het generieke kader) schrijft voor dat: • de kwaliteitsklasse van de toe te passen partij grond of baggerspecie geschikt moet zijn voor de functie die de bodem heeft EN • door het toepassen van de partij grond of baggerspecie de milieuhygiënische kwaliteit van de ontvangende bodem niet mag verslechteren. Dit betekent dat een op de landbodem toe te passen partij grond of baggerspecie getoetst moet worden aan zowel de kwaliteitsklasse als de functieklasse van de ontvangende bodem. De strengste van beide klassen bepaalt uiteindelijk de kwaliteitsklasse waar een toe te passen partij grond of baggerspecie aan moet voldoen (zie onderstaande tabel). Daarnaast moet worden voldaan aan regels voor toepassen van grond/baggerspecie zoals opgenomen in de Nota bodembeheer.

Blad 11 van 15

Rapport Bodemkwaliteitskaart regio IJmond projectnummer 0466267.100 22 april 2021 revisie 00

Tabel 4.3: Toe te passen kwaliteit op basis van functie en ontvangende/actuele bodemkwaliteit

4.5

Functie (op kaart)

Actuele bodemkwaliteit

Welke kwaliteit maximaal toepassen

Landbouw/natuur

AW2000

AW2000

Landbouw/natuur

Wonen

AW2000

Landbouw/natuur

Industrie

AW2000

Wonen

AW2000

AW2000

Wonen

Wonen

Wonen

Wonen

Industrie

Wonen

Industrie

AW2000

AW2000

Industrie

Wonen

Wonen

Industrie

Industrie

Industrie

Vaststelling en herziening Vaststelling De bodemkwaliteitskaart (conform het generieke beleid), inclusief de beschrijving van het tot stand komen daarvan, moet door het college van Burgemeester en Wethouders van de afzonderlijke deelnemende gemeenten worden vastgesteld, voordat met de bodemkwaliteitskaart grondverzet kan worden gefaciliteerd. Herziening Omdat nieuwe onderzoeksgegevens van invloed kunnen zijn op de bodemkwaliteit, dient de actualiteit van de bodemkwaliteitskaart en de eventuele noodzaak tot herziening hiervan, met eens per vijf jaar te worden getoetst. Bij een dergelijke toets moeten alle stappen voor het opstellen van een bodemkwaliteitskaart opnieuw worden doorlopen. Alleen dan kan worden vastgesteld of de bodemkwaliteitskaart nog in voldoende overeenstemming is met de actuele bodemkwaliteit.

Blad 12 van 15

Rapport Bodemkwaliteitskaart regio IJmond projectnummer 0466267.100 22 april 2021 revisie 00

5

Betrouwbaarheid bodemkwaliteitskaart Om de betrouwbaarheid van een bodemkwaliteitskaart te kunnen aantonen, moeten volgens de richtlijn enkele controles worden uitgevoerd. Deze controles zijn in dit hoofdstuk beschreven.

5.1

Ruimtelijke verdeling Een voorwaarde voor het verkrijgen van een betrouwbaar beeld van de bodemkwaliteit, is dat de waarnemingen voldoende ruimtelijk verspreid binnen de zone moeten liggen. Om dit te kunnen toetsen schrijft de richtlijn voor dat een zone in 20 gelijke vakken moet worden ingedeeld en dat in ten minste 10 van deze vakken waarnemingen moeten liggen. De minimaal 10 vakken met waarnemingen kunnen niet aan één gesloten liggen. Om een uitspraak te kunnen doen over de ruimtelijke verdeling zijn, op basis van de uitkomst van de laatste rekensessie, de waarnemingen waarvan het minst aantal meetpunten beschikbaar zijn (PCB), beoordeeld op de ruimtelijke verdeling. Onder 'een waarneming' wordt in dit geval niet een individueel geanalyseerd monster verstaan, maar een onderzoeksrapport waarbij één of meer monsters horen. Een waarneming kan dus representatief zijn voor meer dan één gehalte aan PCB. Per zone wordt ruimschoots voldaan aan het vereiste aantal meetpunten van minimaal 20 stuks. Echter, aan de minimum van 3 meetpunten per deelgebied (snipper) wordt niet overal voldaan. Dit gaat met name om kleine door sloten ingesloten landbouwpercelen en natuurgebieden. Aangenomen wordt dat de scheiding van gebieden door watergangen niet leiden tot een andere kwaliteit.

Er zijn echter ook enkele deelgebieden (snippers) die niet voldoen aan de minimumeis van 3 meetpunten maar die meer geïsoleerd liggen. Gezien de heterogeniteit binnen de regio (zie paragraaf 5.2 ) geeft de bodemkwaliteit kaart onvoldoende inzicht in de bodemkwaliteit in deze deelgebieden. Deze deelgebieden zijn derhalve uitgesloten van de ontgravings- en toepassingskaart.

5.2

Heterogeniteit en ruimtelijke verdeling Heterogeniteit Een bodemkwaliteitskaart wordt gebaseerd op de gemiddeld gemeten gehalten van de zones. Deze gehalten worden getoetst aan de toetsingswaarden van het Besluit bodemkwaliteit, op grond waarvan vervolgens een indeling in een kwaliteitsklasse plaatsvindt. Is binnen een zone echter sprake van sterke heterogeniteit (= mate van spreiding in de gemeten gehalten ten opzichte van de normwaarden) dan kunnen de gemiddelden een vertekend beeld geven van de bodemkwaliteit alsmede van de kwaliteit van vrijkomende partijen grond. In dat geval zou ten onrechte van de bodemkwaliteitskaart gebruik worden gemaakt als bewijsmiddel. Om voor de zones na te kunnen gaan hoe het met de heterogeniteit is gesteld, is gebruik gemaakt van een berekening die is beschreven in het eerdergenoemde document 'Grondverzet met bodemkwaliteitskaarten' van TNO/Deltares, niet gedateerd.

Blad 13 van 15

Rapport Bodemkwaliteitskaart regio Iimond projectnummer 0466267.100 22 april 2021 revisie 00

In het genoemde document wordt voorgesteld om de heterogeniteit te bepalen door het verschil tussen twee percentielwaarden (de P5 en P95; de kop en de staart van de verdeling) te delen door een referentiewaarde van de normen (maximale waarde 'industrie' minus de achtergrondwaarde): P95-P 5 = heterogeniteit industrie-AW2000

De uitkomst van deze vergelijking levert een factor op die de mate van heterogeniteit weergeeft: − Bij waarden kleiner dan 0,2: er is sprake van weinig heterogeniteit − Bij waarden tussen 0,2 en 0,5: er is sprake van beperkte heterogeniteit − Bij waarden tussen 0,5 en 0,7: er is sprake van heterogeniteit − Bij waarden groter dan 0,7: er is sprake van sterke heterogeniteit Het resultaat van deze 'heterogeniteitstoets' maakt deel uit van het overzicht met kengetallen in bijlagen 2. Op basis van de uitkomsten van deze toets kan worden geconcludeerd dat er sprake is van heterogeniteit minerale olie in alle zones. Daarnaast geldt voor de zones 2, 3, 6 en 7 dat er sprake is voor heterogeniteit voor met name zware metalen (koper, lood, nikkel en of zink). Dit valt binnen de verwachting aangezien deze stoffen in de vorige bodemkwaliteitskaart ook heterogeniteit vertoonde. Met name in de bewoonde en industriële gebieden kan dit voorkomen door het gebruik. Er is derhalve geen aanleiding om een andere zonering te hanteren.

Ruimtelijke variabiliteit In de richtlijn voor bodemkwaliteitskaarten staat vermeld dat bij de indeling in bodemkwaliteitszones rekening moet worden gehouden met de ruimtelijke variabiliteit. Dit betekent dat als alle hoge(re) waarnemingen in één hoek van een zone worden aangetoond, deze hoek als een aparte zone moet worden gedefinieerd. Omdat het eventueel optreden van ruimtelijke variabiliteit in de waarnemingen tot uiting zou moeten komen in enerzijds de kengetallen en anderzijds de mate van heterogeniteit, zijn deze uitkomsten als eerste signaal gehanteerd. Zoals hiervoor is aangegeven, volgt uit de (toelichting op de) heterogeniteitstoets dat dit van toepassing is in van oudsher stedelijke gebied. Voor alle zones is sprake van enige heterogeniteit voor een beperkt aantal stoffen. Deze variatie in gehalten geeft echter geen aanleiding tot een andere zone-indeling of nader onderzoek.

5.3

Saneringscriterium Wanneer de P95-waarde boven de interventiewaarde ligt, bestaat de kans dat in de betreffende bodemkwaliteitszone grond voorkomt die het saneringscriterium overschrijdt. De Richtlijn bodemkwaliteitskaarten schrijft in dat geval voor dat de P95-waarde moet worden ingevoerd in de Risicotoolbox Bodem. Blijkt uit deze toetsing van de P95-waarde dat er sprake is van risico's bij een bepaalde bodemgebruiksvorm, dan worden er beperkingen gesteld aan het gebruiken van de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel voor grondverzet vanuit deze zone. Het wordt dan namelijk niet verantwoord gevonden om zonder aanvullende partijkeuring grondverzet vanuit die zone te laten plaatsvinden naar gebieden met een bodemgebruiksvorm waarvan de Risicotoolbox heeft aangegeven dat daarvoor het saneringscriterium wordt overschreden. Uit de tabellen in bijlage 2 blijkt dat in de bovengrond van zone 3 en zone 6 voor zink de P95waarde boven de interventiewaarde ligt. Dit is te verklaren doordat in de regio zware industrie aanwezig is (geweest), die de omgeving negatief beïnvloed heeft. In de vorige bodemkwaliteitskaart bleek deze stof ook boven de interventiewaarde voor te komen. Voor deze zones is dan ook een berekening met de Risicotoolbox Bodem uitgevoerd. Bij de uitgevoerde toetsingen is het bepalen van de ecologische risico's buiten beschouwing gelaten. Enerzijds vanwege de aanname dat

Blad 14 van 15

Rapport Bodemkwaliteitskaart regio IJmond projectnummer 0466267.100 22 april 2021 revisie 00

de industriegebieden grotendeels verhard en daarmee van lage ecologische waarde zijn. Anderzijds omdat het doel van de risicobeoordeling is om na te gaan of de bodemkwaliteitskaart een betrouwbaar bewijsmiddel is voor grondverzet. Het heeft niet tot doel om vast te stellen of sprake is van een geval van bodemverontreiniging, zoals bedoeld in de Wet bodembescherming. De uitkomsten van de Risicotoolbox zijn opgenomen in bijlage 3 en samengevat in tabel 5.1. Een overschrijding van de risicogrenswaarde (risico-index groter dan 1) betekent dat de berekende levenslang gemiddelde dosis die hoort bij het ingevoerde scenario de risicogrenswaarde overschrijdt. De risicogrenswaarde wordt beleidsmatig vastgesteld op basis van wetenschappelijk onderzoek (Beschrijving door Risicotoolbox Bodem). Tabel 5.1: Uitkomsten Risicotoolbox Bodemgebruiksvorm

Risico-index zink (humane risico’s) Zone 3

Zone 6

Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie

0,00

0,00

Groen met natuurwaarden

0,00

0,00

Landbouw (zonder boerderij en erf)

0,02

0,01

Moestuinen/volkstuinen

0,23

0,20

Natuur

0,00

0,00

Plaatsen waar kinderen spelen

0,00

0,00

Wonen met tuin

0,02

0,01

Voor geen van de bodemgebruiksvormen wordt het saneringscriterium overschreden. Dit betekent dat er geen nadere beperkingen aan het toepassen van grond uit deze zone 3 en 6 worden gesteld en de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel kan worden gebruikt. Antea Group, Almere, april 2021

Blad 15 van 15

Bijlage 1 Toelichting databewerking

Rapport Bodemkwaliteitskaart regio IJmond projectnummer 0466267.100 22 april 2021 revisie 00

Bijlage 1 Toelichting databewerking 1. Type onderzoek De eerste stap bij de selectie van de juiste onderzoeksgegevens, is de selectie van het type onderzoek en de aanleiding van het onderzoek. In de onderstaande tabellen 1 en 2 is aangegeven welke typen en aanleidingen van onderzoek relevant zijn bevonden voor de bodemkwaliteits-kaart. In deze tabellen is uitgegaan van de omschrijvingen zoals deze aanwezig zijn in het bodeminformatiesysteem. Het gaat hier om aantallen bodemonderzoeken en dus niet het aantal monsters of stoffen per onderzoek. Tabel 1: Onderzoekstypen Omschrijving Verkennend onderzoek NEN 5740 Verkennend onderzoek NVN 5740 Indicatief onderzoek Oriënterend bodemonderzoek avr (aanvullend rapport) Nul situatieonderzoek brf (briefrapport) ASB - asbest onderzoek NEN 5707 Historisch onderzoek Nader onderzoek Bijzonder inventariserend onderzoek Partijkeuring grond Sanerings evaluatie Sanerings onderzoek (niet gevuld) Verkennend onderzoek voor waterbodems (NVN 5720) Meldingsformulier BUS evaluatieverslag Bodemsanering bedrijven (BSB) BOOT Saneringsplan Monitoringsrapportage Bouwstoffenbesluit

Relevant Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee

Rapport Bodemkwaliteitskaart regio IJmond projectnummer 0466267.100 22 april 2021 revisie 00

Tabel 2: Aanleiding Omschrijving Bouwvergunning Civieltechnisch Transactie (niet gevuld) bestemmingswijziging, VINEX, locatieontwikkeling Landsdekkend Nulsituatie ISV-programmering Voorgaand Vermoeden of melding verontreiniging Onbekend BOOT Calamiteit

Relevant Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Nee Nee Nee Nee Nee

2. Periode De onderzoeksgegevens, op basis waarvan de actuele bodemkwaliteit wordt vastgesteld, moeten voldoende recent zijn om te waarborgen dat de gegevens representatief zijn. In de richtlijn bodemkwaliteitskaarten is aangegeven dat gegevens daarom in principe niet ouder mogen zijn dan 5 jaar. Het gebruiken van gegevens ouder dan 5 jaar is toegestaan, mits wordt aangetoond dat deze gegevens vergelijkbaar zijn met de recentere gegevens. In de huidige kaart zijn de gegevens tot 10 jaar terug gebruikt. 3. AS3000 Conform het Besluit bodemkwaliteit wordt voor het opstellen van de bodemkwaliteitskaart gebruik gemaakt van de data die de laatste 5 jaar is verzameld. In veel gevalleen leidt dit tot onvoldoende meetpunten om een kaart op te stellen. Om de dataset uit te breiden wordt gebruik gemaakt van oudere data. Om te bepalen of dit mogelijk is de data van de afgelopen 5 jaar vergeleken met de eerder verworven data van de zone om te bepalen of deze representatief is. In 2007 is het werken onder de bodemrichtlijn geïntroduceerd en worden analyses bij ster gecertificeerde laboratoria uitgevoerd onder het AS3000 accreditatieschema. Er is geen aanleiding geweest op basis van eerder opgestelde bodemkwaliteitskaarten om hier nog een onderscheidt in te maken.

Op basis van de uitgevoerde vergelijking blijkt de eerder verworven data representatief voor de zone en ins overeenkomstig met de dat van de afgelopen 5 jaar 4. Bodemlagen Om de analysemonsters te kunnen toekennen aan de boven- en ondergrond, is uitgegaan van de gemiddelde diepte van de analysemonsters. Hiermee wordt bedoeld dat: • Wanneer de gemiddelde diepte van de bemonsterde laag tussen 0,0 en 0,5 m -mv. valt, dit als bovengrond is beschouwd (bijv. in het geval van een bemonsterde laag uit het traject 0,2-0,7 m -mv.: de gemiddelde diepte is dan 0,45 m -mv.); • Voor de ondergrond geldt dat de gemiddelde diepte van het bemonsterde traject groter moet zijn dan 0,5 m -mv. en kleiner dan of gelijk aan 2,5 m -mv. (bijvoorbeeld in het geval van de laag 0,3-0,8 m -mv.; de gemiddelde diepte is 0,55 m -mv.).

Rapport Bodemkwaliteitskaart regio IJmond projectnummer 0466267.100 22 april 2021 revisie 00

5. Rapportagegrenzen en somparameters Voor de omgang met 'kleiner dan rapportagegrens'-waarden, alsmede de wijze waarop gehalten van individuele parameters moeten worden opgeteld om tot een somparameter te komen, is aangesloten bij recente wet- en regelgeving. Zo is in de Regeling bodemkwaliteit het volgende aangegeven: "Bij een resultaat < dan de rapportagegrenzen genoemd in tabel 1 van deze bijlage (zijnde bijlage G), mag de beoordelaar ervan uitgaan dat de kwaliteit van de grond, grondwater, baggerspecie, bodem, bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam voldoet aan de van toepassing zijnde normwaarden. Indien de op het analysecertificaat weergegeven < rapportagegrens hoger ligt dan de in tabel 1 vermelde rapportagegrenzen dan dient de desbetreffende < rapportagegrens te worden vermenigvuldigd met 0,7. De zo verkregen rekenwaarde wordt getoetst aan de van toepassing zijnde normwaarden. Bij het berekenen van een somwaarde, het rekenkundig gemiddelde en een percentielwaarde worden voor de individuele componenten de gemeten gehalten < rapportagegrens vermenigvuldigd met 0,7. Indien er voor een of meer individuele componenten een of meer gemeten gehalten (zonder < teken) zijn of geen rapportagegrens in tabel 1 is opgenomen, dan dient de berekende waarde te worden getoetst aan de van toepassing zijnde normwaarde.

Deze regel geldt ook als gemeten gehalten lager zijn dan de vereiste rapportagegrens. Indien alle individuele waarden als onderdeel van deze berekende waarde < rapportagegrens uit tabel 1 zijn, mag de beoordelaar ervan uit gaan dat de kwaliteit voldoet aan de van toepassing zijnde normwaarden." Het bovenstaande is op de volgende wijze toegepast op de dataset: • Voor de somparameter PAK 10 VROM en PCB som 7 is niet uitgegaan van het optellen van de gehalten van alle individuele componenten, zoals hierboven is beschreven, maar van het geregistreerde totaalgehalte. Dit omdat in het bodeminformatiesysteem over het algemeen niet de gehalten van de individuele parameters worden ingevuld. • Bij het genereren van de gemiddelden gehalten en de diverse kengetallen zijn voor alle parameters de 'kleiner dan rapportagegrens'-waarden vermenigvuldigd met een factor 0,7. De hierbij verkregen rekenwaarde is vervolgens getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit. Dit betekent dat geen rekening is gehouden met de 'kleiner dan rapportagegrens'waarden die voldoen aan de voorgeschreven rapportagegrens. 6. Kwalibo De richtlijn geeft aan dat wanneer de datum van een bodemonderzoek is gelegen na 1 juli 2007, het onderzoek moet zijn uitgevoerd door een erkende instantie. Dit in verband met eisen die vanuit Kwalibo aan onderzoeksgegevens worden gesteld.

Bij het invoeren van onderzoeksgegevens in het bodeminformatiesysteem wordt hier vaak geen rekening mee gehouden. Derhalve is ervoor gekozen om dit niet als voorwaarde mee te nemen bij de databewerking. Verwacht wordt echter dat dit geen noemenswaardige consequenties heeft. Kwalibo is namelijk van toepassing op alle situaties waarbij het bevoegd gezag een beslissing moet nemen. Aangezien bodemonderzoeken, die bij de gemeente worden ingediend, over het algemeen zullen zijn uitgevoerd in het kader van de aanvraag van een bouw- of milieuvergunning, worden deze onderzoeken gecontroleerd op de eisen vanuit Kwalibo. De kans wordt dan ook zeer klein geacht dat de bodemonderzoeken, die zijn uitgevoerd na 1 juli 2007, en bij de databewerking zijn geselecteerd om te worden gebruikt voor het opstellen van de bodemkwaliteitskaart, niet door een erkende instantie zijn uitgevoerd.

Rapport Bodemkwaliteitskaart regio IJmond projectnummer 0466267.100 22 april 2021 revisie 00

6. Coördinaten Voor het opstellen van de bodemkwaliteitskaart zijn alleen die onderzoeksgegevens gebruikt waarvan in het BIS een rapportcontour is ingetekend. Alleen in dat geval was het namelijk mogelijk om de analyseresultaten van een rapport aan één van de deelgebieden toe te wijzen. Voor de geografische koppeling, oftewel de toewijzing van een rapport (en daarmee de analysemonsters) aan een deelgebied, is uitgegaan van de centroïde van de rapportcontour. Dit betekent dat voor die gevallen waarbij de rapportcontour gedeeltelijk in deelgebied X en gedeeltelijk in deelgebied Y ligt, alle analyseresultaten aan dat deelgebied zijn toegekend waarin de centroïde van de rapportcontour ligt. 7. Extremenanalyse Ondanks de onder punt 1 beschreven databewerking zaten er nog verhoogde gehalten in de dataset waarvan het vermoeden bestond dat deze niet tot de diffuse bodemkwaliteit behoorden (zogenoemde 'extremen'). Conform de richtlijn dient van deze gehalten te worden bepaald of ze: 1. deel uitmaken van de achtergrondgehalten 2. afkomstig zijn van een lokale puntbron 3. het gevolg zijn van een fout in het onderzoek of een fout bij de invoer van gegevens.

Alleen wanneer kan worden aangetoond dat het extreme gehalte wordt veroorzaakt door een geval van lokale bodemverontreiniging of het gevolg is van een invoer- of meetfout, mag het betreffende gehalte buiten beschouwing worden gelaten bij het bepalen van de diffuse bodemkwaliteit. In andere gevallen moet worden geconcludeerd dat er geen directe oorzaak is aan te wijzen voor de extreme gehalten en moeten de gehalten worden meegenomen in de berekening van de diffuse bodemkwaliteit.

Bijlage 2 Statistische kengetallen

Statistieken bodemkwaliteitskaart

Zone1

kwaliteit ontgravingsk aart (*1):

Achtergrondwaarde

bodemlaag: 0= 0,00 en <= 0,50 m -mv

kwaliteit ontvangende bodem (*1):

Achtergrondwaarde

one :

4. stof

4.

n

P50

P80

Organische stof

370

2,7

4,2

Lutum

341

2,2

6,2

11

Barium

319

149

223

Cadmium

314

0,22

0,55

Kobalt

314

5,6

9,6

Koper

314

26

Kwik

310

Lood

306

Molybdeen

314

Nikkel

313

13

22

Zink

333

104

PCB (som 7)

286

PAK 10 VROM

315

Minerale olie

422

4.

P95

max.

gem.

std. dev.

varco.

px.80+

6,5

15

3,0

2,2

0,73

3,1

2,9

20

52

5,2

8,5

1,6

5,8

4,6

309

816

286

2,7

126

0,58

1,4

0,36

0,30

0,83

0,38

0,34

0,60

1,2

4,3

13

0,10

13

20

45

7,7

18

2,3

9,0

6,4

15

35

190

190

0,10

36

47

492

55

2,6

25

40

54

190

190

0,27

0,33

1,1

0,15

1,1

0,15

0,15

0,83

4,8

36

0,06

118

235

56

1,1

54

50

210

530

530

0,22

1,1

7,4

0,57

0,68

0,88

1,5

88

190

190

0,00

32

47

110

18

40

2,2

21

15

35

39

100

100

0,62

200

262

383

846

140

250

1,8

157

122

140

200

720

720

0,61

0,020

0,020

0,030

0,040

0,070

0,023

0,028

1,2

0,025

0,021

0,02

0,04

0,5

1

0,04

0,64

2,4

4,9

9,8

35

2,2

4,5

2,0

2,6

1,9

1,5

6,8

40

40

0,25

340

918

427

3,6

145

190

190

500

5000

73

18 0,12 38 1,1

't.

0,18

5,6

0,55

0,24

76 1,1

95

P90

101 1,1

136

231

105

21 0,14 50 0,84

't.

118

px.80-

achtergrondwaarde

interventiewaarde

heterogeniteit

(n.v.t.) 85

17 0,13 46 0,80

91

(n.v.t.)

1,04

't.

Toelichting kwaliteitsklassen

stof

naam van de stof

n

Kleur

Gehalten zijn gerapporteerd in mg/kg Ondergrens Bovengrens Omschrijving

aantal waarnemingen

<= AW AchtergrondW aarde (*2)

P50

50e percentiel

0 AW

<= Wo Wonen (*2)

P80

80e percentiel

0 Wo

<= Ind

P90

90e percentiel

0 Ind

P95 max.

95e percentiel

gem. std.

maximum

dev.

gemiddelde

varco.

standaarddeviatie

px.80+

variatiecoëfficiënt

0= 0,00

<= 0,20

weinig heterogeniteit

px.80-

bovengrens betrouwb aarheidsinterva l van80% rond het gemiddelde

0 0,20

<= 0,50

beperkte heterogeniteit

achtergron

ondergrensbet rouwbaa rheidsinterval van 80%

0 0,50

<= 0,70

aarde

wonen

bovengrens kwaliteitsklasse w onen (*2) bovengrens kwaliteitsklasse industrie (*2)

interventiewaarde

Statistieken zijn op basis van naar stand aardbodemt eruggerekende gehalten Berekeningvanstand aardbodemi s conform 'Regeling bodemkwaliteit, bijlage G'

Industrie (*2

*1. Kwaliteitsoordeel op basis

Groter dan industrie

*2. Maximale waarden zijn conform 'Regeling bodemkwaliteit, Bijlage B, Tabel 1'

Interventiewaarde (*3

* 3. Normwaarden zijn conform 'Circulaire bodemsanering, Bijlage 1, Tabel 1'

van het gemiddelde gehalte

*4. Heterogeniteit is conform 'Grondverzet met bodemkwaliteitskaarten' (Deltares, 2011) heterogeniteitsklassen (*4) Kleur

rond het gemiddelde

bovengrens kwaliteitsklasse achtergrondwaarde (*2)

industrie

heterogeniteit

industrie

(n.v.t.)

Legenda Kolommen

dw

wonen

interventiewaarde (*3) heterogeniteit (*4), b erekend met: ( P95 - P5 ) / ( industrie - achtergrondw aarde )

Ondergrens Bovengrens Omschrijving

0 0,70

heterogeniteit sterke heterogeniteit

datum: 7-04-2021

bestandsversie: 4.0.04 (30-05-2017)

Statistieken bodemkwaliteitskaart

Zone 2

kwaliteit ontgravingskaart (*1):

Industrie

bodemlaag: 0= 0,00 en <= 0,50 m -mv

one:

kwaliteit ontvangende bodem (*1):

Wonen

4. stof

4.

n

P50

P80

P95

max.

gem.

std. dev.

varco.

px.80+

Organische stof

1679

1,5

3,3

4,6

6,1

93

2,3

4,2

1,8

2,5

2,2

(n.v.t.)

Lutum

1509

1,8

3,1

5,0

7,4

92

2,7

4,0

1,5

2,8

2,6

(n.v.t.)

Barium

1255

86

176

394

1111

504

3,8

150

Cadmium

1244

0,24

0,59

0,76

1,7

0,39

0,40

1,0

0,40

0,37

0,60

1,2

4,3

13

0,14

Kobalt

1252

6,9

11

15

22

82

8,9

28

3,1

9,9

7,9

15

35

190

190

0,10

Koper

1293

20

32

48

90

581

90

3,2

31

40

54

190

190

0,55

Kwik

1236

0,13

0,24

0,60

1,4

0,30

1,7

0,20

0,15

0,83

4,8

36

0,12

Lood

1396

48

125

371

1114

218

2,2

105

50

210

530

530

0,75

Molybdeen

1253

1,1

59

2,4

2,5

1,0

1,5

88

190

190

0,00

Nikkel

1257

15

22

30

36

133

18

33

1,9

19

17

35

39

100

100

0,44

Zink

1412

112

251

433

698

1710

191

534

2,8

209

173

140

200

720

720

1,15

PCB (som 7)

1267

0,020

0,030

0,060

0,13

4,2

0,069

1,3

0,12

0,022

0,02

0,04

0,5

1

0,23

PAK 10 VROM

1367

1,1

4,5

10

18

83

4,0

8,5

2,1

4,3

3,7

1,5

6,8

40

40

0,46

Minerale olie

1708

160

234

387

1255

645

4,8

155

190

190

500

5000

't.

1,1

87

1,1

P90

4.

262 0,59

0,41 232 1,1

132

28 0,18 97 0,94

135

't.

19

px.80-

achtergrondwaarde

25 0,17 90 0,85

115

interventiewaarde

heterogeniteit

(n.v.t.)

1,18

't.

Toelichting kwaliteitsklassen

stof

naam van de stof

n

aantal waarnemingen

P50

Kleur

80e percentiel

P90

90e percentiel

Gehalten zijn gerapporteerd in mg/kg Ondergrens Bovengrens Omschrijving <= AW AchtergrondW aarde (*2)

50e percentiel

P80

0 AW

<= Wo Wonen (*2)

0 Wo

<= Ind

0 Ind

95e percentiel

P95 max. dev. varco.

*1. Kwaliteitsoordeel op basis

Groter dan industrie

*2. Maximale waarden zijn conform 'Regeling bodemkwaliteit, Bijlage B, Tabel 1'

Interventiewaarde (*3

* 3. Normwaarden zijn conform 'Circulaire bodemsanering, Bijlage 1, Tabel 1'

Kleur

Ondergrens Bovengrens Omschrijving 0= 0,00

<= 0,20

weinig heterogeniteit

px.80-

bovengrens betrouwb aarheidsinterva l van80% rond het gemiddelde

0 0,20

<= 0,50

beperkte heterogeniteit

achtergron

ondergrensbet rouwbaa rheidsinterval van 80%

0 0,50

<= 0,70

bovengrens kwaliteitsklasse w onen (*2) bovengrens kwaliteitsklasse industrie (*2)

interventiewaarde

rond het gemiddelde

bovengrens kwaliteitsklasse achtergrondwaarde (*2)

wonen

van het gemiddelde gehalte

heterogeniteitsklassen (*4)

variatiecoëfficiënt

industrie

Berekeningvanstand aardbodemi s conform 'Regeling bodemkwaliteit, bijlage G'

Industrie (*2

px.80+

aarde

Statistieken zijn op basis van naar stand aardbodemt eruggerekende gehalten

*4. Heterogeniteit is conform 'Grondverzet met bodemkwaliteitskaarten' (Deltares, 2011)

maximum gemiddelde standaarddeviatie

gem. std.

heterogeniteit

industrie

114

Legenda Kolommen

dw

wonen

interventiewaarde (*3) heterogeniteit (*4), b erekend met: ( P95 - P5 ) / ( industrie - achtergrondw aarde )

0 0,70

heterogeniteit sterke heterogeniteit

datum: 7-04-2021

bestandsversie: 4.0.04 (30-05-2017)

Statistieken bodemkwaliteitskaart

Zone3

kwaliteit ontgravingskaart (*1):

Industrie

bodemlaag: 0= 0,00 en <= 0,50 m -mv

kwaliteit ontvangende bodem (*1):

Industrie

one :

4. stof

4.

n

P50

P80

P95

max.

gem.

std. dev.

varco.

px.80+

Organische stof

862

1,7

4,3

7,0

9,1

91

3,0

5,4

1,8

3,3

2,8

(n.v.t.)

Lutum

772

2,0

4,5

8,8

14

47

3,7

5,3

1,4

3,9

3,4

(n.v.t.)

Barium

642

385

996

472

3,4

Cadmium

626

0,23

0,58

1,1

1,6

0,50

1,2

Kobalt

642

6,3

14

20

28

69

10

28

2,7

12

Koper

697

21

57

97

152

628

43

129

3,0

49

Kwik

628

0,080

0,24

0,67

1,4

0,32

1,8

Lood

681

42

127

391

1112

234

2,4

Molybdeen

640

1,7

44

1,9

2,2

Nikkel

638

17

31

44

59

133

22

46

2,1

25

Zink

729

132

343

558

836

1673

232

591

2,5

PCB (som 7)

609

0,020

0,050

0,090

0,17

3,3

0,054

0,55

PAK 10 VROM

664

1,3

4,6

10

18

60

3,9

7,7

2,0

Minerale olie

1252

173

300

484

1003

552

4,4

87

0,63

't.

69

P90

4.

204

1,1

295 0,87

0,47 256 1,1

139 0,43

0,18 99 0,87

126

't.

10

px.80-

162 0,45

achtergrondwaarde

interventiewaarde

heterogeniteit

(n.v.t.)

0,40

0,60

1,2

4,3

13

0,23

8,9

15

35

190

190

0,14

40

54

190

190

0,97

0,15

0,83

4,8

36

0,13

50

210

530

530

0,79

1,5

88

190

190

0,01

20

35

39

100

100

0,81

260

204

140

200

720

720

1,39

0,083

0,026

0,02

0,04

0,5

1

0,31

4,3

3,5

1,5

6,8

40

40

0,46

190

190

500

5000

0,20

36 0,16

110 0,96

88 0,78

146

106

1,51

't.

Toelichting kwaliteitsklassen

stof

naam van de stof

n

aantal waarnemingen

P50

Kleur

80e percentiel

P90

90e percentiel

Gehalten zijn gerapporteerd in mg/kg Ondergrens Bovengrens Omschrijving <= AW AchtergrondW aarde (*2)

50e percentiel

P80

0 AW

<= Wo Wonen (*2)

0 Wo

<= Ind

0 Ind

95e percentiel

P95 max. dev. varco.

*1. Kwaliteitsoordeel op basis

Groter dan industrie

*2. Maximale waarden zijn conform 'Regeling bodemkwaliteit, Bijlage B, Tabel 1'

Interventiewaarde (*3

* 3. Normwaarden zijn conform 'Circulaire bodemsanering, Bijlage 1, Tabel 1'

Kleur

Ondergrens Bovengrens Omschrijving 0= 0,00

<= 0,20

weinig heterogeniteit

px.80-

bovengrens betrouwb aarheidsinterva l van80% rond het gemiddelde

0 0,20

<= 0,50

beperkte heterogeniteit

achtergron

ondergrensbet rouwbaa rheidsinterval van 80%

0 0,50

<= 0,70

bovengrens kwaliteitsklasse w onen (*2) bovengrens kwaliteitsklasse industrie (*2)

interventiewaarde

rond het gemiddelde

bovengrens kwaliteitsklasse achtergrondwaarde (*2)

wonen

van het gemiddelde gehalte

heterogeniteitsklassen (*4)

variatiecoëfficiënt

industrie

Berekeningvanstand aardbodemi s conform 'Regeling bodemkwaliteit, bijlage G'

Industrie (*2

px.80+

aarde

Statistieken zijn op basis van naar stand aardbodemt eruggerekende gehalten

*4. Heterogeniteit is conform 'Grondverzet met bodemkwaliteitskaarten' (Deltares, 2011)

maximum gemiddelde standaarddeviatie

gem. std.

heterogeniteit

industrie

115

Legenda Kolommen

dw

wonen

interventiewaarde (*3) heterogeniteit (*4), b erekend met: ( P95 - P5 ) / ( industrie - achtergrondw aarde )

0 0,70

heterogeniteit sterke heterogeniteit

datum: 7-04-2021

bestandsversie: 4.0.04 (30-05-2017)

Statistieken bodemkwaliteitskaart

Zone 4

kwaliteit ontgravingskaart (*1):

Achtergrondwaarde

bodemlaag: 0 0,50 en <= 2,50 m -mv

one:

kwaliteit ontvangende bodem (*1):

Achtergrondwaarde

4. stof

4.

n

P50

P80

Organische stof

292

1,2

3,6

Lutum

251

2,0

6,2

Barium

238

Cadmium

236

0,22

0,55

Kobalt

239

5,6

11

16

Koper

239

10

20

34

Kwik

238

0,050

0,14

Lood

242

19

51

Molybdeen

240

Nikkel

239

12

22

34

47

101

18

39

2,2

21

Zink

257

44

122

189

259

1790

94

338

3,6

PCB (som 7)

239

0,010

0,020

0,020

0,030

0,20

0,016

0,051

PAK 10 VROM

254

0,35

1,1

3,2

6,8

92

2,6

9,7

Minerale olie

313

40

1,1

't.

P95

max.

gem.

std. dev.

varco.

px.80+

10

83

3,3

8,2

2,5

3,9

2,7

13

19

58

5,1

8,2

1,6

5,7

4,4

166

219

768

5,8

92

1,1

85

P90

4.

0,55

0,20

0,55

1,1

116

0,86

0,32

23

45

8,0

45

271

0,27

91

137 1,1

189

74

1,8

335

0,11

1860

0,97

128

't.

interventiewaarde

heterogeniteit

(n.v.t.)

0,75

0,34

0,30

0,60

1,2

4,3

13

0,09

18

2,3

9,5

6,5

15

35

190

190

0,11

42

2,4

21

14

40

54

190

190

0,26

1,7

0,13

0,098

0,15

0,83

4,8

36

0,05

2,3

47

32

50

210

530

530

0,26

1,5

88

190

190

0,00

15

35

39

100

100

0,63

121

67

140

200

720

720

0,40

3,2

0,020

0,012

0,02

0,04

0,5

1

0,04

3,7

3,4

1,8

1,5

6,8

40

40

0,18

4,9

173

190

190

500

5000

90 1,2

1,2

627

1,1

56

0,87

82

(n.v.t.)

1,03

't.

Toelichting kwaliteitsklassen

stof

naam van de stof

n

aantal waarnemingen

P50

Kleur

80e percentiel

P90

90e percentiel

Gehalten zijn gerapporteerd in mg/kg Ondergrens Bovengrens Omschrijving <= AW AchtergrondW aarde (*2)

50e percentiel

P80

0 AW

<= Wo Wonen (*2)

0 Wo

<= Ind

0 Ind

95e percentiel

P95 max. dev. varco.

*1. Kwaliteitsoordeel op basis

Groter dan industrie

*2. Maximale waarden zijn conform 'Regeling bodemkwaliteit, Bijlage B, Tabel 1'

Interventiewaarde (*3

* 3. Normwaarden zijn conform 'Circulaire bodemsanering, Bijlage 1, Tabel 1'

Kleur

Ondergrens Bovengrens Omschrijving 0= 0,00

<= 0,20

weinig heterogeniteit

px.80-

bovengrens betrouwb aarheidsinterva l van80% rond het gemiddelde

0 0,20

<= 0,50

beperkte heterogeniteit

achtergron

ondergrensbet rouwbaa rheidsinterval van 80%

0 0,50

<= 0,70

bovengrens kwaliteitsklasse w onen (*2) bovengrens kwaliteitsklasse industrie (*2)

interventiewaarde

rond het gemiddelde

bovengrens kwaliteitsklasse achtergrondwaarde (*2)

wonen

van het gemiddelde gehalte

heterogeniteitsklassen (*4)

variatiecoëfficiënt

industrie

Berekeningvanstand aardbodemi s conform 'Regeling bodemkwaliteit, bijlage G'

Industrie (*2

px.80+

aarde

Statistieken zijn op basis van naar stand aardbodemt eruggerekende gehalten

*4. Heterogeniteit is conform 'Grondverzet met bodemkwaliteitskaarten' (Deltares, 2011)

maximum gemiddelde standaarddeviatie

gem. std.

heterogeniteit

industrie

(n.v.t.)

Legenda Kolommen

dw

wonen

93

0,20

39

achtergrondwaarde

3,0

0,24

17

424 15

224

px.80-

interventiewaarde (*3) heterogeniteit (*4), b erekend met: ( P95 - P5 ) / ( industrie - achtergrondw aarde )

0 0,70

heterogeniteit sterke heterogeniteit

datum: 7-04-2021

bestandsversie: 4.0.04 (30-05-2017)

Statistieken bodemkwaliteitskaart

Zone5

kwaliteit ontgravingskaart (*1):

Wonen

bodemlaag: 0 0,50 en <= 2,50 m -mv

kwaliteit ontvangende bodem (*1):

Wonen

one :

4. stof

4.

n

P50

P80

P90

Organische stof

1434

1,0

2,6

4,7

Lutum

1261

1,6

3,2

6,8

Barium

1113

122

188

Cadmium

1125

0,23

0,57

0,57

Kobalt

1131

6,4

12

17

Koper

1158

14

29

50

Kwik

1128

0,080

0,22

0,42

Lood

1212

27

103

212

Molybdeen

1129

1,1

1,1

Nikkel

1144

13

21

34

49

115

17

Zink

1212

61

161

283

496

2135

PCB (som 7)

1111

0,020

0,020

0,020

0,050

PAK 10 VROM

1225

0,50

2,4

7,6

Minerale olie

1764

133

228

46

1,1

't.

76

P95

4.

max.

gem.

std. dev.

varco.

px.80+

93

2,7

7,0

2,6

2,9

2,5

15

100

3,5

6,5

1,9

3,8

3,3

272

887

334

3,6

106

8,1

0,57

93

px.80-

achtergrondwaarde

interventiewaarde

heterogeniteit (n.v.t.) (n.v.t.)

81

(n.v.t.)

0,34

0,36

1,1

0,36

0,33

0,60

1,2

4,3

13

0,09

24

73

8,6

24

2,7

9,5

7,7

15

35

190

190

0,12

76

367

76

3,1

28

40

54

190

190

0,46

0,43

2,3

0,21

0,15

0,83

4,8

36

0,13

211

2,6

89

50

210

530

530

0,74

1,1

1,3

0,92

1,5

88

190

190

0,00

38

2,2

19

16

35

39

100

100

0,67

133

488

3,7

151

115

140

200

720

720

0,80

0,93

0,030

0,23

7,8

0,039

0,021

0,02

0,04

0,5

1

0,06

17

78

3,1

8,1

2,6

3,4

2,8

1,5

6,8

40

40

0,44

532

2548

1042

7,0

181

190

190

500

5000

0,67 364 1,1

3,5

25 0,19

970 32

82 0,87

149

't.

22 0,17 74 0,83

117

Legenda

1,68

't.

Toelichting kwaliteitsklassen

stof

naam van de stof

n

aantal waarnemingen

P50

Kleur

80e percentiel

P90

90e percentiel

Gehalten zijn gerapporteerd in mg/kg Ondergrens Bovengrens Omschrijving <= AW AchtergrondW aarde (*2)

50e percentiel

P80

0 AW

<= Wo Wonen (*2)

0 Wo

<= Ind

0 Ind

95e percentiel

P95 max. dev. varco.

*1. Kwaliteitsoordeel op basis

Groter dan industrie

*2. Maximale waarden zijn conform 'Regeling bodemkwaliteit, Bijlage B, Tabel 1'

Interventiewaarde (*3

* 3. Normwaarden zijn conform 'Circulaire bodemsanering, Bijlage 1, Tabel 1'

Kleur

Ondergrens Bovengrens Omschrijving 0= 0,00

<= 0,20

weinig heterogeniteit

px.80-

bovengrens betrouwb aarheidsinterva l van80% rond het gemiddelde

0 0,20

<= 0,50

beperkte heterogeniteit

achtergron

ondergrensbet rouwbaa rheidsinterval van 80%

0 0,50

<= 0,70

bovengrens kwaliteitsklasse w onen (*2) bovengrens kwaliteitsklasse industrie (*2)

interventiewaarde

rond het gemiddelde

bovengrens kwaliteitsklasse achtergrondwaarde (*2)

wonen

van het gemiddelde gehalte

heterogeniteitsklassen (*4)

variatiecoëfficiënt

industrie

Berekeningvanstand aardbodemi s conform 'Regeling bodemkwaliteit, bijlage G'

Industrie (*2

px.80+

aarde

Statistieken zijn op basis van naar stand aardbodemt eruggerekende gehalten

*4. Heterogeniteit is conform 'Grondverzet met bodemkwaliteitskaarten' (Deltares, 2011)

maximum gemiddelde standaarddeviatie

gem. std.

heterogeniteit

industrie

1,6

Kolommen

dw

wonen

interventiewaarde (*3) heterogeniteit (*4), b erekend met: ( P95 - P5 ) / ( industrie - achtergrondw aarde )

0 0,70

heterogeniteit sterke heterogeniteit

datum: 7-04-2021

bestandsversie: 4.0.04 (30-05-2017)

Statistieken bodemkwaliteitskaart

Zone6

kwaliteit ontgravingskaart (*1):

Wonen

bodemlaag: 0 0,50 en <= 2,50 m -mv

kwaliteit ontvangende bodem (*1):

Industrie

zone:

4. stof

4.

n

P50

P80

Organische stof

908

1,0

4,0

Lutum

739

2,0

8,9

19

Barium

621

155

230

Cadmium

608

0,22

0,52

Kobalt

620

4,9

13

21

Koper

647

12

36

66

Kwik

618

0,050

0,25

Lood

646

23

89

Molybdeen

625

Nikkel

626

13

32

49

Zink

671

67

227

PCB (som 7)

614

0,020

PAK 10 VROM

644

0,52

Minerale olie

1342

35

0,81

't.

67

P90

P95 9,3

max.

gem.

std. dev.

varco.

px.80+

7,4

2,5

3,3

2,7

11

1,7

7,2

6,1

276

2,8

114

1,0

0,35

0,32

0,60

1,2

4,3

13

0,15

19

2,2

9,9

7,9

15

35

190

190

0,15

85

2,9

34

40

54

190

190

0,75

2,3

0,21

0,15

0,83

4,8

36

0,12

2,5

86

50

210

530

530

0,67

1,5

88

190

190

0,00

18

35

39

100

100

0,90

199

148

140

200

720

720

1,22

5,5

0,042

0,024

0,02

0,04

0,5

1

0,14

13

2,8

5,2

3,9

1,5

6,8

40

40

0,63

899

6,3

173

190

190

500

5000

86

3,0

32

100

6,6

321

666

99

1,5

0,34

28

54

8,9

118

434

29

3,5

0,19

885

76

69

1,0

63

97

20

39

1,9

22

436

736

1888

174

517

3,0

0,020

0,050

0,089

0,70

0,033

3,0

9,5

24

94

4,5

635

2341

142

1,1

7,0

4.

0,54

0,43

0,76

0,63

214 1,1

127

333 1,1

304

't.

0,35

0,43 192 3,2

3,1

0,18

px.80-

1,2

achtergrondwaarde

n

aantal waarnemingen

Kleur

(n.v.t.)

25 0,17 67 0,84

110

80e percentiel

P90

90e percentiel

P95

95e percentiel

0 AW

<= Wo Wonen (*2)

0 Wo

<= Ind

0 Ind

2,00

't.

*1. Kwaliteitsoordeel op basis

*2. Maximale waarden zijn conform 'Regeling bodemkwaliteit, Bijlage B, Tabel 1'

Interventiewaarde (*3

* 3. Normwaarden zijn conform 'Circulaire bodemsanering, Bijlage 1, Tabel 1'

variatiecoëfficiënt

0= 0,00

<= 0,20

weinig heterogeniteit

px.80+

bovengrens betrouwb aarheidsinterva l van80% rond het gemiddelde

0 0,20

<= 0,50

beperkte heterogeniteit

px.80-

ondergrensbet rouwbaa rheidsinterval van 80%

0 0,50

<= 0,70

achtergrondw aarde

bovengrens kwaliteitsklasse achtergrondwaarde (*2) bovengrens kwaliteitsklasse w onen (*2) bovengrens kwaliteitsklasse industrie (*2)

van het gemiddelde gehalte

*4. Heterogeniteit is conform 'Grondverzet met bodemkwaliteitskaarten' (Deltares, 2011)

varco.

wonen

Berekeningvanstand aardbodemi s conform 'Regeling bodemkwaliteit, bijlage G'

Groter dan industrie

std. dev.

industrie

Statistieken zijn op basis van naar stand aardbodemt eruggerekende gehalten

Industrie (*2

maximum gemiddelde standaarddeviatie

heterogeniteit

(n.v.t.)

Gehalten zijn gerapporteerd in mg/kg Ondergrens Bovengrens Omschrijving <= AW AchtergrondW aarde (*2)

50e percentiel

P80

interventiewaarde

heterogeniteit

Toelichting naam van de stof

gem.

interventiewaarde

85

kwaliteitsklassen

stof

max.

industrie

(n.v.t.)

Legenda Kolommen

P50

wonen

heterogeniteitsklassen (*4) Kleur

rond het gemiddelde

interventiewaarde (*3) heterogeniteit (*4), b erekend met: ( P95 - P5 ) / ( industrie - achtergrondw aarde )

Ondergrens Bovengrens Omschrijving

0 0,70

heterogeniteit sterke heterogeniteit

datum: 7-04-2021

bestandsversie: 4.0.04 (30-05-2017)

Bijlage 3 Risicotoolbox Bodem

V. Sanscrit

2.7.3 V. rapport 2.18

Rapportage Sanscrit.nl

Instrument ter bepaling van spoedeisendheid van saneren Algemeen Naam dossier: Code: Beoordelaar: Datum rapport: Type bodemgebruik:

IJmond OG 0466267.100- Zone 6 maarten.rutting@anteagroup.com woensdag 7 april 2021 huidig

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.heemstede.nl/api/v1/meetings/1138/documents/16960