CConstaterende datHeemstede
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Regionale financiering excessieve casuïstiek jeugdhulp Zuid-Kennemerland en IJmond.pdf

Gemeenteraad 25 juni 2026, gemeente HeemstedeBij agendapunt: 14: Regionale financiering excessieve casuïstiek jeugdhulp Zuid-Kennemerland en IJmond2.717 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsbesluit Zaaknummer Team Portefeuillehouder Openbaarheid

: 1371093 : Welzijnszaken Heemstede : S.A. Meerhoff : Actief openbaar

Raadsvergadering: 25 juni 2026

Onderwerp Regionale financiering excessieve casuïstiek jeugdhulp Zuid-Kennemerland en IJmond

Kernboodschap Dit voorstel gaat over de regionale financiering voor excessieve jeugdhulpcasuïstiek in de jeugdregio Zuid-Kennemerland en IJmond. De werkwijze is erop gericht het financiële risico van toekomstige instroom van excessieve casuïstiek gezamenlijk op te vangen en te zorgen dat er ruimte blijft voor de continuering van de reguliere casuïstiek binnen de meervoudige jeugdhulp.

Besluit B&W 1. De raad voor te stellen in te stemmen met de regionale financiering voor excessieve jeugdhulpcasuïstiek en voor de uitvoering van deze werkwijze een bedrag van € 56.000 in 2026 en € 111.000 structureel vanaf 2027 beschikbaar te stellen; 2. De raad voor te stellen voor de uitvoeringsjaren 2026 en 2027 dit op te vangen binnen bestaand budget en eventuele compensatie voor de jeugdzorg uit het tweede advies van de commissie Van Ark in te zetten als dekking van de regionale financiering voor excessieve jeugdhulpcasuïstiek vanaf 2028;

3. Het voorstel voor te leggen aan de commissie Samenleving om advies te geven aan de raad.

pagina 1 van 9

Besluit raad De raad van de gemeente Heemstede; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 12 mei 2026

Besluit: 1. In te stemmen met de regionale financiering voor excessieve jeugdhulpcasuïstiek en voor de uitvoering van deze werkwijze een bedrag van € 56.000 in 2026 en € 111.000 structureel vanaf 2027 beschikbaar te stellen; 2. Voor de uitvoeringsjaren 2026 en 2027 dit op te vangen binnen bestaand budget en eventuele compensatie voor de jeugdzorg uit het tweede advies van de commissie Van Ark in te zetten als dekking van de regionale financiering voor excessieve jeugdhulpcasuïstiek vanaf 2028. De raad voornoemd,

de griffier,

de voorzitter,

K. Millenaar

F. Binnendijk

pagina 2 van 9

Wettelijke grondslag Juridisch en beleidskader •

Jeugdwet

• •

Wet verbetering beschikbaarheid Jeugdzorg Gemeentewet Verordening Jeugdhulp Heemstede

•

Regiovisie Jeugdhulp Zuid-Kennemerland IJmond

Bevoegdheid Het college is bevoegd om een nieuwe werkwijze (beleid) en het bijbehorende budget voor te leggen aan de raad op grond van artikel 160, eerste lid onder b en c van de Gemeentewet. Dit besluit ligt voor aan de raad, omdat het college deze regionale financiering structureel wil verwerken in de begroting. Voor de uitvoeringsjaren 2026 en 2027 kan dit opgevangen worden binnen bestaand budget. Vanaf 2028 is er echter een tekort om deze financiële consequenties op te vangen. De raad is bevoegd tot het wijzigen van de financiële kaders, op grond van artikel 189 van de Gemeentewet, in samenhang met artikel 191 van de Gemeentewet.

Bestuurlijke achtergrond De gemeenten in de regio’s Zuid-Kennemerland en IJmond werken sinds 2015 samen op het gebied van jeugdzorg1. Deze samenwerking is de afgelopen jaren doorontwikkeld en sinds 1 januari 2026 werken de twee regio’s hierin samen onder de noemer van jeugdregio Zuid-Kennemerland IJmond (hierna: ZKIJ). De inwerkingtreding van de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg per 1 januari 2026 verplicht verdere versterking en formalisering van de samenwerking. Gemeenten zijn gehouden hier gezamenlijk invulling aan te geven. Voorliggend raadsbesluit gaat over de regionale financiering van excessieve jeugdhulpcasuïstiek, waaraan eerder gerefereerd is in de raadsinformatieberichten van januari en april 2026 met kwartaalinformatie over de voortgang van de jeugdhulp in ZKIJ.

1 Specialistische jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering

pagina 3 van 9

Motivering De gemeenten werken als strategische partners samen met de gecontracteerde jeugdhulpaanbieders in de jeugdregio ZKIJ. Vanuit deze samenwerking worden zaken als zorggebruik (soort zorg en zorgzwaarte- en duur) gemonitord en besproken. Hieruit is gebleken dat bepaalde casuïstiek een disproportioneel deel van het lumpsumbudget van de consortia 2 in beslag neemt. Het gaat hier om zogenoemde ‘excessieve casuïstiek’. Excessieve casuïstiek betreft jeugdhulptrajecten die gepaard gaan met uitzonderlijk hoge kosten vanwege de inzet van combinaties van zeer intensieve (hoog)specialistische zorg. Consortia hebben hier vanaf het begin van de contractering een deel van hun lumpsumbudget voor gereserveerd. De gemeenten in ZKIJ hebben medio 2024 besloten om dit risico van de consortia over te nemen zodat het lumpsumbudget ingezet kon worden voor de grote groep jeugdigen die de zorg nodig hadden. Momenteel worden de excessieve casussen daarom apart gefinancierd door de individuele gemeenten waar deze jeugdigen wonen. Hierdoor kunnen gemeenten – gezien de onvoorspelbaarheid van de casuïstiek en de noodzaak voor snelheid en maatwerk – geconfronteerd worden met grote financiële lasten. Heemstede heeft momenteel geen excessieve casussen lopen.

De Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg verplicht gemeenten tot regionale samenwerking om de beschikbaarheid van specialistische jeugdhulp duurzaam te borgen en financiële risico’s beter beheersbaar te maken. In dat licht constateren de gemeenten in de jeugdregio ZKIJ dat de huidige wijze van bekostiging van excessieve casuïstiek kan leiden tot onevenredige belasting van individuele gemeenten en onvoldoende bijdraagt aan financiële voorspelbaarheid in de regio. Om te voldoen aan de wet, om efficiënter met middelen en capaciteit om te gaan, en om individuele gemeenten te beschermen tegen grote financiële risico’s is er gezamenlijk toegewerkt naar het instellen van een regionale financiering voor excessieve jeugdhulpcasuïstiek. Dit wordt gezien als een logische vervolgstap in het versterken van regionale samenwerking en risicodeling, met als doel de continuïteit van zorg voor de meest kwetsbare jeugdigen te borgen. Hiermee organiseren we voor lange termijn meer regie op de kosten en een drukkend effect op de begroting. De regionale financiering van excessieve casuïstiek is erop gericht om de financiële risico’s beheersbaar te maken en solidariteit tussen gemeenten te organiseren.

Ook vergroot het de mogelijkheid om meer grip te krijgen op zeer kostbare zorgtrajecten en het actief sturen op afschaling en doorstroom – en daarmee op kostenbeheersing waar dat inhoudelijk verantwoord is. Met de regionale werkwijze wordt bovenal ruimte gecreëerd bij de consortia voor het oppakken van de niet-excessieve/ reguliere jeugdhulp. Hiermee zorgen we ervoor dat de budgettaire ruimte van de consortia niet enkel wordt ingevuld door een klein aantal jeugdigen met een zeer zware

2 Samenwerkingsverbanden van gecontracteerde jeugdhulpaanbieders

pagina 4 van 9

zorgbehoefte (en daarmee uitzonderlijk hoge kosten), maar beschikbaar blijft voor een grotere groep die de hulp hard nodig heeft. Het college vindt het van belang dat er goed gekeken wordt naar de complexiteit van casussen en hoe de gelden worden verdeeld over de verschillende doelgroepen. De nieuwe werkwijze fungeert als een soort ethisch vangnet dat garandeert dat niemand wordt opgegeven, ongeacht hoe complex de zorgvraag is. Daarnaast voorkomt het dat de zorg voor velen in het gedrang komt door de noodzakelijke (maar zeer dure) zorg voor enkelen. Er wordt voorgesteld de uitgewerkte nieuwe werkwijze te laten vaststellen door het college.

Argumenten 1. De werkwijze zorgt voor solidaire en regionale risicodeling in de financiering van excessieve casuïstiek Het werken met een regionaal budget voor de financiering van excessieve casuïstiek is een vervolgstap in het versterken van regionale samenwerking en risicodeling, met als doel de continuïteit van zorg voor de meest kwetsbare jeugdigen te borgen. Het voorkomt daarnaast dat de zorg voor velen in het gedrang komt door de noodzakelijke (maar zeer dure) zorg voor enkelen. Ook organiseren we voor de lange termijn meer regie op de kosten. Met de voorgestelde werkwijze wordt een regionaal budget in het leven geroepen, met een omvang van € 5.000.000 per jaar en een ingroeipad van twee jaar. De regio werkt toe naar invoering van de werkwijze vanaf 1 juli 2026, met terugwerkende kracht voor de nieuwe instroom vanaf 1 januari 2026. Daarmee kan structureel voorkomende, maar moeilijk voorspelbare excessieve casuïstiek regionaal opgevangen worden. Tegelijkertijd is het streven om, waar mogelijk, het beroep op deze voorziening te beperken en het benodigde budget in de toekomst af te bouwen, bijvoorbeeld door betere sturing, vroegsignalering en beheersing van kosten. De volgende uitgangspunten zijn van toepassing: ▪ Er zal een commissie worden gevormd voor de beoordeling van excessieve casuïstiek, die in staat is om regie te voeren op de nieuwe aanmeldingen van deze casussen.

▪ De beoordelingscommissie richt het proces in voor aanmelding en toetsing van nieuwe casussen en bespreekt dit met de consortia. ▪ De samenwerkende gemeenten verwerken het benodigde budget voor 2026 eenmalig in hun begroting. ▪ De samenwerkende gemeenten verwerken het benodigde budget voor 2027 structureel in hun begroting. ▪ Individuele gemeenten blijven excessieve casussen die vóór 1 januari 2026 zijn gestart, vergoeden tot uitstroom.

pagina 5 van 9

▪

▪

De casussen die onder regie van de beoordelingscommissie instromen tussen 1 januari tot en met 30 juni 2026, worden nog betaald door de individuele gemeenten. De beoordelingscommissie monitort deze uitgaven. De betalingen worden beschouwd als voorschot op de regionale financiering in afwachting tot de formele ingangsdatum in juli 2026, maar met terugwerkende kracht per 1 januari 2026. De werkwijze zal in juli 2026 in werking treden wanneer benodigde middelen door de raad beschikbaar zijn gesteld.

De financiering van de werkwijze staat los van de reguliere lumpsumfinanciering van de consortia. Het totale budget wordt solidair verdeeld over de gemeenten via een verdeelsystematiek die zo veel mogelijk aansluit bij de verdeelsystematiek van de lumpsum. Zo worden administratieve lasten voor de gemeenten laag gehouden. Deze verdeelsystematiek kent daarom een weging op zorgzwaarte, gekeken naar de gerealiseerde verblijfs- en pleegzorg in het voorgaande jaar. Daarmee wordt aangesloten bij de zwaarste categorie zorg, waardoor gemeenten die in de afgelopen jaren relatief veel zwaardere casuïstiek hebben gehad ook een groter aandeel bijdragen. Hiermee wordt recht gedaan aan verschillen tussen gemeenten, zoals de relatief beperkte instroom van excessieve casuïstiek in Heemstede. Hoewel excessieve casuïstiek niet één-op-één voorspelbaar is, vormt gerealiseerde zware verblijfszorg de best beschikbare indicator voor risicospreiding. De peildatum is jaarlijks op 31 december en de data wordt jaarlijks herijkt op 1 februari. Om in aanmerking te komen voor deze regionale werkwijze, moet een casus voldoen aan een aantal voorwaarden. Het gaat over casussen waarbij sprake is van dringend noodzakelijk, hoog intensieve zorg, waarbij het uitgangspunt is dat de hoge intensiteit tijdelijk zal zijn.

Daarnaast is het belangrijk dat, wanneer een consortium een casus aanmerkt als excessief, om een beroep te doen op aanvullende financiering, dit wordt beoordeeld met als uitgangspunt redelijkheid en billijkheid. Immers, in de contracten is opgenomen dat alle zorg die nodig is door consortia wordt verleend binnen de lumpsum. Als de zorg hoog intensief is en daardoor de kosten zeer hoog zijn, is het bovendien niet redelijk en billijk dat 1 partij hiervoor opdraait. En daarmee komen we tenslotte bij het laatste element, de financiën. Excessieve casussen brengen door de hoge kosten een groot financieel risico met zich mee. Zowel voor een consortium als voor een individuele gemeente. 2. Het huidige jeugdhulpbudget is niet structureel toereikend voor de benodigde extra middelen In het portefeuillehoudersoverleg van 12 december 2025 is door de portefeuillehouders jeugd uit de jeugdregio ZKIJ afgesproken om uitvoering te geven aan de voorgestelde regionale werkwijze. De benodigde middelen voor de uitvoering van deze werkwijze kunnen in 2026 en 2027 naar verwachting opgevangen worden binnen het bestaande budget. Vanaf 2028 is er echter een structureel tekort om deze financiële consequenties op te vangen (zie financiële paragraaf voor verdere toelichting).

pagina 6 van 9

Met de werkwijze verandert er iets aan de manier waarop excessieve casuïstiek wordt bekostigd binnen de regiogemeenten. Waar dit tot op heden door elke gemeente los wordt bekostigd en de begrotingsmethodiek in Heemstede zo wordt geregeld dat de begroting er waar nodig achteraf op aangepast wordt, zal dit met de regionale financiering naar de voorkant worden gehaald. Zo wordt – gekeken naar excessieve casuïstiek – fluctuatie uit de begroting gehaald. Het uitgangspunt blijft dat alle meervoudige specialistische jeugdhulp door de consortia geleverd wordt en via de bijbehorende financieringsmethoden bekostigd wordt. Echter, voor de uitzonderlijke situaties dat een casus excessief wordt (en het dus niet meer reëel is dat financiering van onze consortia gevraagd wordt), wordt de beschreven werkwijze voorgesteld.

Kanttekeningen, risico’s en beheersmaatregelen Het ‘risico’ bestaat dat er in een jaar geen Heemsteedse excessieve casuïstiek voorkomt Het kan voorkomen dat het budget enkel ingezet wordt voor jeugdigen uit andere gemeenten. Dit is echter het idee achter de werkwijze; alle gemeenten dragen bij en kunnen gebruik maken van het budget als een casus excessief wordt. Dat we op dit moment geen excessieve casus hebben in Heemstede, wil niet zeggen dat die er nooit zal komen. Dit is een vorm van risicodeling waarmee we instemmen, waarbij tegelijkertijd het solidariteitsbeginsel wordt gehandhaafd. Het is niet vooraf te voorspellen hoeveel excessieve casussen er zullen zijn in een jaar Een ander risico is dat het totaal beschikbare budget sneller uitgenut wordt dan verwacht, omdat het aantal excessieve casussen hoger is dan verwacht. De totstandkoming van het budget op basis van historische data (gerealiseerde trajecten) is dan niet meer passend om de huidige ontwikkeling op te kunnen vangen. Het gaat echter om uitzonderlijke zorgsituaties waarbij een grote stijging niet in de lijn der verwachtingen ligt. Daarnaast kunnen er ook minder excessieve casussen ontstaan, waardoor er budget overblijft.

De werkwijze gaat enkel in als alle zeven regiogemeenten instemmen Indien één van de regiogemeenten niet instemt met de regionale financiering, kan deze in de voorgestelde vorm niet worden ingevoerd. Dit betekent dat ook de beoogde inrichting van een regionale beoordelingscommissie en de daarmee samenhangende regie en sturing op excessieve casuïstiek niet tot stand komt. In dat geval blijven gemeenten individueel verantwoordelijk voor zowel de financiering als de afwegingen rondom deze casuïstiek. Daarnaast ontbreekt in dat scenario de gebundelde expertise en uitvoeringskracht die nodig is om deze complexe casuïstiek goed te beoordelen en te sturen. De wettelijke opgave om regionaal de beschikbaarheid van deze zorg te borgen blijft echter van kracht, waardoor gemeenten opnieuw met elkaar in overleg zullen moeten treden over een passende invulling. Tot dat moment blijft de huidige situatie van individuele bekostiging van kracht. pagina 7 van 9

Geen regionale financiering als alternatief Het alternatief is dat de voorgestelde werkwijze niet wordt ingevoerd en de regiogemeenten de excessieve casuïstiek individueel blijven financieren. Het financiële risico wordt dan niet regionaal gedragen, maar blijft een lokale aangelegenheid. Deze keuze kan naast forse incidentele kosten en druk op het lumpsumbudget, leiden tot verdringing van lichtere vormen van jeugdhulp of juist het niet op kunnen pakken van de excessieve casuïstiek. Met als gevolg toenemende knelpunten, oplopende wachtlijsten en crisissituaties in de regio.

Financiën De financiële consequenties voor de in te voeren regionale financiering excessieve casuïstiek bedragen in 2026 € 56.000 en € 111.000 structureel vanaf 2027. De financiële consequenties voor 2026 en 2027 kunnen naar verwachting opgevangen worden binnen het bestaande budget. Door de taakstelling van de Hervormingsagenda jeugd, welke in mindering is gebracht op het jeugdhulpbudget, is er vanaf 2028 een structureel tekort om de financiële consequenties voor de regionale financiering van excessieve casuïstiek op te vangen. In 2027 komt de commissie van Ark met een tweede adviesrapport over de landelijke financiële bekostiging van de jeugdhulp. Voorgesteld wordt om dit advies, welke naar verwachting in Q1/Q2 van 2027 wordt gepubliceerd, af te wachten en de structurele financiële consequenties van de regionale financiering van excessieve casuïstiek te betrekken bij de uitwerking van het advies van de commissie van Ark in de meicirculaire 2027.

Samenwerking en communicatie Deze regionale werkwijze is in samenwerking ontstaan met alle gemeenten uit de jeugdregio ZKIJ. Communicatie met de consortia verloopt via het regionale contractmanagement. De raden van de regiogemeenten worden op de hoogte gehouden van relevante ontwikkelingen via de portefeuillehouder jeugd en de regionale kwartaalinformatiebrieven.

Planning/uitvoering Als alle zeven gemeenten in ZKIJ hebben ingestemd met de regionale werkwijze, treedt deze per 1 juli 2026 in werking (met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026). De beoordelingscommissie voert vervolgens regie op de inzet van de middelen voor excessieve casuïstiek en doet dit in overleg met de consortia. Wanneer een casus wordt aangemeld dan bepaalt de beoordelingsomissie welk deel van het beschikbare budget wordt gereserveerd voor de betreffende casus in welk jaar. De

pagina 8 van 9

beoordelingscommissie stuurt gedurende de looptijd op afschaling van de zorg en het beperken van de kosten. In het geval dat de beoordelingscommissie meer aanmeldingen krijgt dan verwacht en van mening is dat het budget niet toereikend is, dan dient de commissie zich te wenden tot het portefeuillehoudersoverleg jeugd (hierna: PFO) met een inhoudelijk voorstel. De commissie heeft geen mandaat om boven het bedrag van de regionale werkwijze uit te keren. De omvang van het budget zal jaarlijks worden herijkt op basis van inhoudelijke gronden en worden voorgelegd aan het PFO. De regio ZKIJ volgt daarin dezelfde P&C-cyclus als het vaststellen van het regulier lumpsumbudget.

Bijlage Geen

pagina 9 van 9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.heemstede.nl/api/v1/meetings/3259/documents/46022