CConstaterende datHeemstede
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Regionaal Kader Opvang Wonen en Herstel 2022-2027.pdf

Gemeenteraad 27 januari 2022, gemeente HeemstedeBij agendapunt: 10: Regionaal kader Opvang, Wonen en Herstel 2022 tot en met 20272.830 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsbesluit Raadsvergadering: 27 januari 2022

Zaaknummer Team Portefeuillehouder Openbaarheid

: : : :

952545 Welzijnszaken Heemstede J.F. Struijf Actief openbaar

ONDERWERP Regionaal kader Opvang, Wonen en Herstel 2022 tot en met 2027 SAMENVATTING Het college biedt de raad het Regionaal kader Opvang, Wonen en Herstel 2022 tot en met 2027 ter vaststelling aan. Dit kader vormt de basis voor alle gemeenten om het lokale beleid en de lokale uitvoering voor Beschermd Wonen in samenhang met Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang vorm te geven. Doelstelling is om alle cliënten Maatschappelijke Opvang, Beschermd Wonen en Vrouwenopvang zo gewoon mogelijk te laten wonen met herstelondersteuning gericht op inclusie, burgerschap, participatie, zelfredzaamheid en informele steun in de lokale omgeving. JURIDISCH EN BELEIDSKADER Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 het Beleidsplan Sociaal Domein 2020-2023, het Regionaal beleidskader Opvang, Wonen en Herstel 2017-2020 BESLUIT B&W 1. De raad voor te stellen het Regionaal kader Opvang, Wonen en Herstel 2022 tot en met 2027 vast te stellen. 2. Het voorstel voor te leggen aan de commissie Samenleving om advies te geven aan de raad (A-stuk). BESLUIT RAAD De raad van de gemeente Heemstede; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 21 december 2021 besluit: Het Regionaal kader Opvang, Wonen en Herstel 2022 tot en met 2027 vast te stellen. De raad voornoemd, de griffier,

952545

de voorzitter,

1/7

Raadsbesluit Raadsvergadering: 27 januari 2022

AANLEIDING Vanaf 2015 is de gemeente Haarlem centrumgemeente voor de taken Beschermd Wonen voor de regio IJmond, Zuid-Kennemerland en Haarlemmermeer, voor Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang voert Haarlem al veel langer de centrumgemeente taak uit. Eind 2014 is het beleidskader Beschermd Wonen vastgesteld, om in 2016 vervangen te worden door het regionale beleidskader Opvang, wonen en herstel 2017-2020, voor Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang. Dit beleidskader is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met alle partners uit het veld. Het doel is om alle cliënten maatschappelijke opvang, beschermd wonen en vrouwenopvang zo gewoon mogelijk te laten wonen, in hun eigen omgeving en in de buurt van hun sociale netwerk. Dit vergroot de kansen op volwaardig burgerschap, inclusie, participatie en zelfredzaamheid. Ook versterkt het de gewenste beweging van ‘intramuraal’ naar ‘zo thuis mogelijk’. Daarnaast is een beoogd resultaat van het beleid dat de benodigde (herstel) ondersteuning betaalbaar en toekomstbestendig is. De regio zet in op drie actielijnen: een preventie offensief, een hersteltraject op maat en zelfstandig thuis wonen versterkt. Vervolgens is in het uitvoeringsprogramma Opvang, Wonen en Herstel (verwijzen naar collegebesluit) beschreven hoe hier uitvoering aan wordt gegeven.

In 2020 is het beleidskader verlengd tot aan de start van de doordecentralisatie. Op 1 januari 2022 start de doordecentralisatie, en zijn gemeenten verplicht juridisch samen te werken. Op 1 januari 2023 worden alle gemeenten middels een tienjarig ingroeipad ook financieel verantwoordelijk voor de taak Beschermd wonen. De Maatschappelijk Opvang volgt mogelijk in 2026. De Vrouwenopvang blijft vooralsnog een taak van de centrumgemeente. Ter voorbereiding op de doordecentralisatie Beschermd Wonen zijn de regiogemeenten intensief samen opgetrokken. Niet alleen zijn de regiogemeenten door het Rijk verplicht om ook na 2023 regionaal samen te blijven werken, deze samenwerking is ook noodzakelijk om het regionale voorzieningenniveau goed en betaalbaar te houden. In het voorjaar van 2021 is een intensief traject gestart om met alle betrokken partners het huidige beleidskader én de huidige uitvoeringspraktijk te evalueren en een nieuw regionaal kader op te stellen. Dit nieuwe kader dient als basis voor alle acht gemeenten om hun lokale beleid en uitvoering in te richten. Hoewel de aanleiding voor het nieuwe kader de doordecentralisatie Beschermd Wonen is, worden ook de Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang hierin meegenomen. Deze beleidsterreinen zijn nauw met elkaar verbonden.

Er is een grote overlap in cliëntgroep en ondersteuningsvragen; cliënten hebben zowel een woonvraag als een herstelvraag. Ook stroomt een deel van de cliënten na verblijf in de Maatschappelijke Opvang door naar een Beschermd Wonen voorziening. Op basis van de onderzoeken en evaluaties die de afgelopen jaren zijn uitgevoerd, en recente gesprekken met partners trekken we de conclusie dat de uitgangspunten uit het Beleidskader Opvang wonen en herstel nog steeds aansluiten bij de landelijke- en regionale situatie. Wel wordt zowel in de

952545

2/7

Raadsbesluit Raadsvergadering: 27 januari 2022

onderzoeken en de gesprekken met partners benadrukt dat er in de uitvoering van het beleid nog extra aandacht nodig is voor: 1. De weerbarstige praktijk 2. Een betere samenwerking bij complexe casuïstiek 3. Regie en doorzettingsmacht op de uitvoering Om die reden willen we ons in het nieuwe regionale kader richten op twee centrale uitgangspunten: 1. Cliënt centraal 2. Zo thuis mogelijk Om de cliënt centraal te stellen met ondersteuning die cliëntvolgend is en om dat zo thuis mogelijk te kunnen doen, moet de zorg (deels) anders georganiseerd worden. Hierbij gelden de volgende randvoorwaarden: a. Netwerk en ervaringsdeskundigheid b. Netwerksamenwerking c. Preventie én vroegsignalering d. Integrale toegang en ondersteuningsaanbod. e. Goede lokale infrastructuur en regionale voorzieningen f. Regie en sturing op de uitvoering g. Dekkend zorgaanbod inkopen h. Niet alleen cliëntgericht, maar ook wijkgericht Zorgaanbieders, cliëntvertegenwoordiging, welzijn, corporaties, politie, ggzinstellingen en andere partners benadrukken dat het nodig is om het regionale kader te vertalen in een uitvoeringsprogramma met ruimte voor flexibiliteit, ontwikkeling en innovatie en om voortdurend het gesprek met elkaar te voeren om knelpunten in de weerbarstige praktijk samen op te lossen.

MOTIVERING Met het regionale kader Opvang, Wonen en Herstel 2022 tot en met 2027 wordt de ingezette beweging naar een inbedding van de regionale taken Beschermd Wonen (BW), Maatschappelijke Opvang (MO) en Vrouwenopvang (VO) binnen het lokale sociaal domein voortgezet. Doelstelling is om alle cliënten Maatschappelijke Opvang, Beschermd Wonen en Vrouwenopvang zo gewoon mogelijk te laten wonen met herstelondersteuning gericht op inclusie, burgerschap, participatie, zelfredzaamheid en informele steun in de lokale omgeving. Deze ondersteuning moet betaalbaar en toekomstbestendig zijn Op basis van het regionale kader Opvang, Wonen en Herstel 2022 tot en met 2027 geven de acht gemeenten in onze regio samen met de partners vorm aan de ambitie om zorg op maat, dichtbij de inwoners te organiseren, waarbij geldt “lokaal wat kan, regionaal wat moet”. We willen de kwetsbare inwoners (met ggzproblematiek) ondersteunen met zorg en ondersteuning die zoveel mogelijk lokaal georganiseerd wordt. Maar wanneer de ondersteuningsbehoefte complex, langdurig en/of zwaar is, moeten cliënten terecht kunnen in regionale (woon)voorzieningen. Dit regionale kader vormt de basis voor alle gemeenten om het lokale beleid en de lokale uitvoering voor Beschermd Wonen in samenhang met Maatschappelijke

952545

3/7

Raadsbesluit Raadsvergadering: 27 januari 2022

Opvang en Vrouwenopvang vorm te geven, zoals ook de bedoeling van de doordecentralisatie is. 1. Het regionale kader bouwt voort op de ingezette beweging van zorg en ondersteuning gericht op herstel, zoveel mogelijk lokaal en thuis. De opdracht1 van de decentralisatie van Beschermd wonen naar de (centrum)gemeenten in 2015, vroeg om een omslag van Beschermd Wonen binnen zorginstellingen naar het ontwikkelen van uiteenlopende woonvarianten voor kwetsbare inwoners midden in de samenleving met flexibele ondersteuning, gericht op herstel en een zingevend bestaan. Deze ambulantiseringsopgave geldt ook voor de Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang. In het beleidskader Opvang wonen en herstel 2017-2020 is daar in onze regio invulling aan gegeven. De uitgangspunten die hierin staan passen nog steeds binnen de regionale doelstellingen – het versterken van de eigen kracht en zelfredzaamheid en uitstroom naar zelfstandig (begeleid) wonen van mensen met een psychiatrische achtergrond. Tegelijkertijd liggen er nog vele uitdagingen op ons pad. De praktijk waarin alle partners hun werk doen is weerbarstig; de in-, door- en uitstroom van cliënten is ondanks de ambulantiseringsbeweging onvoldoende op gang gekomen. Er zijn bijna geen (opvang- en woon)plekken voor doelgroepen met complexe vragen en problemen.

Voorzieningen die gepland staan - waaronder Skaeve Huse en Domus Plus - worden moeizaam gerealiseerd. De uitstroom van cliënten uit voorzieningen naar zelfstandige woningen via voorrangsregelingen (omklap,- contigent- en kanscontracten regeling) is sterk verbeterd, maar de wachttijden voor deze woningen zijn vaak ruim meer dan de gewenste zes maanden. De partijen in de keten ervaren korte lijnen en laagdrempelige samenwerking. Het opschalen van ingewikkelde, vastgelopen casuïstiek loopt echter regelmatig vast. Dit alles vraagt om stevigere samenwerkingsafspraken. In het nieuwe kader zetten we in op deze stevige samenwerkingsafspraken. En daarbij wordt, in lijn met de doordecentralisatie, meer aandacht gegeven aan het opvangen en ondersteunen van inwoners in hun eigen omgeving. 2. In het regionale kader wordt het integrale karakter van Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang benadrukt Doordat de ketens Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang van elkaar afhankelijk zijn, is een integrale blik en intensieve samenwerking tussen de betrokken (zorg)partners nodig om oplossingen te vinden voor vraagstukken rondom de in, - door- en uitstroom van cliënten in de opvangen woonvoorzieningen.

Partners, zoals gemeenten, cliëntvertegenwoordiging, zorgorganisaties, ervaringsdeskundigen, woningcorporaties, politie, welzijnsorganisaties, wijkteams, ggz-instellingen en verslavingszorg zijn vaak bij alle drie beleidsterreinen betrokken. Om die reden worden in het nieuwe kader de opgaven voor Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang 1

Zoals in het advies Van beschermd wonen naar een beschermd thuis (november 2016) van de Commissie Toekomst Beschermd Wonen is opgenomen.

952545

4/7

Raadsbesluit Raadsvergadering: 27 januari 2022

in samenhang benoemd. Hoewel Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang (voorlopig) een verantwoordelijkheid van de centrumgemeente blijven is, is het van belang dat alle gemeenten lokaal steviger inzetten op preventie en nazorg. 3. Er is veel draagvlak bij alle gemeenten en (zorg)partners in de regio Dit kader is in nauw overleg tot stand gekomen met de acht gemeenten en betrokken (zorg)partners in de regio. De conclusie en aanbevelingen uit de verschillende onderzoeken en evaluaties die de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden in het kader van Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang zijn meegenomen in de gesprekken. De deelnemers herkennen de ontwikkelingen en opgaven zoals die nu geformuleerd zijn en hebben aangegeven zich te willen verbinden aan de verdere uitwerking van de uitgangspunten en randvoorwaarden uit het kader. 4. Het kader biedt een basis voor lokale uitwerking van beleid en uitvoering Het doel van de doordecentralisatie is dat alle gemeenten verantwoordelijkheid krijgen én nemen voor al hun inwoners. Gemeenten zullen zelf op basis van hun lokale situatie beleid en uitvoering moeten ontwikkelen. De taken Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang kennen een sterk regionaal karakter.

Door als regio gezamenlijk een kader op te stellen, weten cliënten, aanbieders en andere partners wat ze kunnen verwachten en wat er van hen gevraagd wordt. Het kader biedt een basis voor alle regiogemeenten om samen met het (lokale) veld lokaal beleid en een lokaal uitvoeringsprogramma op te stellen. 5. Een evaluatie vindt na drie jaar plaats Het kader Opvang, wonen en herstel kent een duur van 6 jaar, van 2022 tot en met 2027. Dit kader is de basis voor het verwervingstraject; er moeten vanaf 1 januari 2023 nieuwe afspraken zijn gemaakt met aanbieders. Dit kader is ook de basis voor het opstellen van lokaal beleid en een lokaal uitvoeringsprogramma in de acht gemeenten. In 2025 vindt er een regionale evaluatie plaats van alle afspraken die er in kader van de doorcentralisatie regionaal gemaakt zijn. Dat is ook het moment om te evalueren of het regionale kader aan herijking toe is. 6. Risico’s en kanttekeningen 1. Er is financiële onzekerheid Voor de regionale taak Beschermd Wonen wordt van Rijkswege een flink budget uitgekeerd (in 2021 bijna € 39 miljoen).

Hoewel het totale regionale budget op dit moment voldoende lijkt te zijn, zien we ook de volgende (financiële) risico’s: - Het is op voorhand lastig in te schatten of de individuele middelen die gemeenten per 2023 ontvangen op basis van het nieuwe, objectieve verdeelmodel in praktijk voldoende zullen zijn om de werkelijke zorgkosten per gemeente te dekken. - Het objectief verdeelmodel wordt naar beneden bijgesteld . Ook kan de invoering van het nieuwe verdeelmodel wederom uitgesteld worden; - Volumegroei BW cliënten is hoger dan verwacht; - Uitbreiding in het aantal BW plekken is hoger dan verwacht.

952545

5/7

Raadsbesluit Raadsvergadering: 27 januari 2022

Deze ontwikkelingen zullen nauw door Gemeenschappelijk Orgaan (GO) en de individuele gemeenten gemonitord worden. En vanuit het GO worden jaarlijks middelen gereserveerd om financiële risico’s op te kunnen vangen. Tot slot zijn in het GO afspraken gemaakt over het delen van financiële risico’s, om zo de zorgcontinuïteit te borgen. Gedurende de eerste drie jaar worden financiële overschotten en tekorten voor 100% verevend middels een vereveningsfonds. In het derde jaar wordt de verevening geëvalueerd en wordt op basis hiervan gezamenlijk besloten of en hoe vanaf het derde jaar verevening plaatsvindt. 2. Krapte op de woningmarkt en onvoldoende passende woningen voor de doelgroep De opgave van Beschermd Wonen, de Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang is voor een groot deel een woonvraagstuk. Er zijn bijna geen (opvang- en woon)plekken voor doelgroepen met complexe problemen en vragen. Deze locaties worden slechts moeizaam en mondjesmaat gerealiseerd in onze regio. Ook voor reguliere beschermd wonen en andere tussenvormen van beschermd wonen is realisatie van woonplekken geen sinecure. De wachtlijsten voor beschermde woonplekken zijn de afgelopen jaren blijven bestaan. Daarnaast zijn er onvoldoende passende woningen voor cliënten die na verblijf in de Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen weer zelfstandig willen wonen.

Nu alle gemeenten meer verantwoordelijkheid krijgen voor de (woon)voorzieningen en ondersteuning van de eigen inwoners, is het nodig om samen met woningcorporaties, investeerders en ontwikkelaars nog steviger te sturen op de toename van dit soort (woon)voorzieningen en het realiseren van de doelen voor Beschermd Wonen, de Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang. 3.Acceptatie en inclusie vraagt om verandering in houding van iedereen Het realiseren van het centrale uitgangspunt ’zo thuis en lokaal mogelijk’ vraagt om meer acceptatie en inclusie van de mensen met psychiatrische of psychosociale kwetsbaarheden. De gedachte dat zij weer een thuis vinden in de wijk vraagt om een verandering in houding van alle betrokken partijen. Dit is een langdurig proces dat zich lastig laat sturen. Risico is dat gemeenten en partners hier door de ‘waan van de dag’ onvoldoende aandacht aan besteden. In de lokale uitvoeringsprogramma’s dient hier aandacht voor te zijn. 4. De trend in de landelijke (ggz) ontwikkelingen is een toename van zorgvragen en personeelstekorten De laatste jaren is er een trend - door kortere opnames in de ggz, lange wachtlijsten voor behandeling, tekort aan personeel in de zorg – van meer mensen met complexe problemen die in de wijk wonen, toename van dakloosheid en meer veiligheidsincidenten.

Deze trend wordt ondanks alle landelijke, maar ook regionale en lokale maatregelen nauwelijks gestopt. De partners uit onze regio waarschuwen voor de weerbarstige praktijk. We kunnen gezamenlijk wel afspraken maken over afstemming, samenwerking, solidariteit, maar als er onvoldoende mensen zijn om cliënten te begeleiden en onvoldoende woningen waar zij kunnen wonen, dan haalt de praktijk het gewenste doel van ‘zo thuis mogelijk’ in. In de uitwerking van het kader gaan we met partners voortdurend in gesprek en op zoek naar wat er wél kan om te gaan met deze ontwikkelingen.

952545

6/7

Raadsbesluit Raadsvergadering: 27 januari 2022

FINANCIËN Er is financiële onzekerheid Voor de regionale taak Beschermd Wonen wordt van Rijkswege een flink budget uitgekeerd (in 2021 bijna € 39 miljoen). Hoewel het totale regionale budget op dit moment voldoende lijkt te zijn, zien we ook de volgende (financiële) risico’s: - Het is op voorhand lastig in te schatten of de individuele middelen die gemeenten per 2023 ontvangen op basis van het nieuwe, objectieve verdeelmodel in praktijk voldoende zullen zijn om de werkelijke zorgkosten per gemeente te dekken. - Het objectief verdeelmodel wordt naar beneden bijgesteld . Ook kan de invoering van het nieuwe verdeelmodel wederom uitgesteld worden; - Volumegroei BW cliënten is hoger dan verwacht; - Uitbreiding in het aantal BW plekken is hoger dan verwacht. PLANNING/UITVOERING Tegelijk met deze nota zal ook de oprichting van het gemeenschappelijk orgaan beschermd wonen Zuid-Kennemerland, IJmond en Haarlemmermeer en de verwervingsstrategie voor de inkoop van BW en MO per 2023 worden voorgelegd aan de colleges en raden in de regio. Dit kader is de basis voor het opstellen van lokaal beleid en een lokaal uitvoeringsprogramma in de acht gemeenten. In 2025 vindt er een regionale evaluatie plaats van alle afspraken die er in kader van de doorcentralisatie regionaal gemaakt zijn. Daarin wordt ook meegenomen of het kader nog passend is.

PARTICIPATIE EN COMMUNICATIE Dit kader is in nauw overleg tot stand gekomen met de acht gemeenten en betrokken (zorg)partners in de regio. De conclusie en aanbevelingen uit de verschillende onderzoeken en evaluaties die de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden in het kader van Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang zijn meegenomen in de gesprekken. De deelnemers herkennen de ontwikkelingen en opgaven zoals die nu geformuleerd zijn en hebben aangegeven zich te willen verbinden aan de verdere uitwerking van de uitgangspunten en randvoorwaarden uit het kader. De Klankbordgroep Wmo heeft in december 2021 een aantal aandachtspunten meegegeven bij de uitwerking van Beschermd/Beschut Wonen. Deze worden betrokken bij de verdere invulling van het proces (o.a. invulling van De Nieuwe Route) en de inhoud. De Klankbordgroep wordt via rapportages hierover geïnformeerd. DUURZAAMHEID n.v.t. BIJLAGEN 1. Regionaal kader Opvang, Wonen en Herstel 2022 tot en met 2027. 2. Vervolg Aandachtspunten voor de gemeente Heemstede bij de uitwerking van Beschermd/Beschut wonen, Klankbordgroep Wmo, december 2021

952545

7/7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.heemstede.nl/api/v1/meetings/1446/documents/17826