CConstaterende datHeemstede
Koppel je AI →
Document · PDF

Overzicht herziening gemeenschappelijke regeling Paswerk 2022.pdf

Gemeenteraad 24 juni 2021, gemeente HeemstedeBij agendapunt: 17: Wijziging Gemeenschappelijke regeling Werkvoorzieningsschap ZuidKennemerland (Paswerk)9.259 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Overzicht herziening gemeenschappelijke regeling Paswerk 2022 Onderwerp Overwegingen voor aanpassing gemeenschappelijke regeling

GR 2016 (was) Preambule De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Bloemendaal, Haarlem, Haarlemmerliede* en Spaarnwoude, Heemstede en Zandvoort, ieder voor zover zij voor de eigen gemeente bevoegd zijn; gelezen het voorstel van het Algemeen Bestuur tot wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling betreffende het werkvoorzieningsschap Zuid-Kennemerland;

GR 2022 (wordt) Preambule De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Bloemendaal, Haarlem, Heemstede en Zandvoort, ieder voor zover zij voor de eigen gemeente bevoegd zijn; gelezen het voorstel van het bestuur tot wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling betreffende het werkvoorzieningsschap Zuid-Kennemerland;

Toelichting Januari 2021 hebben de gemeenteraden van de vier deelnemende gemeenten Bloemendaal, Haarlem, Heemstede en Zandvoort besloten om de gemeenschappelijke regeling voor de sociale werkvoorziening om te vormen tot een Participatiebedrijf. De dienstverlening wordt uitgebreid met de uitvoering van de taken re-integratie en beschut werk op grond van de Participatiewet en leerwerktrajecten voor jongeren zonder startof beroepskwalificatie op grond van de Wet voortijdig schoolverlaten.

overwegende: overwegende: dat er sinds 1986 een gemeenschappelijke regeling betreffende het Werkvoorzieningsschap Zuid-Kennemerland bestaat; dat de Wet van 9 juli 2014 tot wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen en een aantal andere wetten in verband met de dualisering van het gemeente- en provinciebestuur en de invoering van een bedrijfsvoeringsorganisatie met rechtspersoonlijkheid, alsmede regeling van diverse andere onderwerpen (Staatsblad 2014, 306) aanleiding vormt voor wijziging van de gemeenschappelijke regeling; dat de wijziging inhoudt dat het bestuur van de gemeenschappelijke regeling wordt ingericht als een bedrijfsvoeringsorganisatie als bedoeld in artikel 8, derde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen; dat de colleges van burgemeester en wethouders van hun gemeenteraden daartoe de vereiste toestemmingen overeenkomstig het bepaalde in artikel 1, tweede lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen hebben verkregen; gelet op: artikel 40 van de Gemeenschappelijke Regeling betreffende het werkvoorzieningsschap Zuid-Kennemerland; de Wet Sociale Werkvoorziening; de Wet gemeenschappelijke regelingen; besluiten: de Gemeenschappelijke Regeling betreffende het werkvoorzieningsschap Zuid-Kennemerland als volgt te vast te stellen:

dat er sinds 1986 een gemeenschappelijke regeling betreffende het Werkvoorzieningsschap Zuid-Kennemerland bestaat; dat de gemeenteraden van de gemeenten Bloemendaal, Haarlem, Heemstede en Zandvoort hebben besloten om de gemeenschappelijke regeling om te vormen tot een Participatiebedrijf om naast de sociale werkvoorziening ook dienstverlening te kunnen bieden voor werkzoekenden die zijn aangewezen op beschut werk en werkzoekenden met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt op grond van de Participatiewet en jongeren zonder start- of beroepskwalificatie.* dat de gemeenschappelijke regeling daarom wordt uitgebreid met de uitvoering van de volgende taken:   

re-integratie voor de groep werkzoekenden met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt; beschut werk voor personen die zijn aangewezen op een beschutte werkomgeving volgens de Participatiewet; leerwerktrajecten voor jongeren zonder start- of beroepskwalificatie

dat de gemeenschappelijke regeling wordt ingericht als een bedrijfsvoeringsorganisatie als bedoeld in artikel 8, derde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen; dat de colleges van burgemeester en wethouders van hun gemeenteraden daartoe de vereiste toestemmingen overeenkomstig het bepaalde in artikel 1, tweede lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen hebben verkregen; gelet op: artikel 25 van de Gemeenschappelijke Regeling betreffende het Participatiebedrijf Zuid-Kennemerland; de Wet Sociale Werkvoorziening;

Voor specifieke categorieën (onder andere statushouders, jongeren uit Pro-en VSO-onderwijs, ex-gedetineerden) wordt separaat bij andere partners ondersteuningsaanbod verworven om zo nieuwe netwerken en aanpakken voor specifieke groepen te realiseren. De uittreding van Haarlemmerliede en Spaarnwoude is reeds bij wijzigingsbesluit geformaliseerd, in werking getreden dd. 18 september 2019. In 2016 is al de keuze gemaakt voor een bedrijfsvoeringsorganisatie. De GR blijft ook in de nieuwe situatie te weten, de overgang naar een Participatiebedrijf vanaf 2022, een bedrijfsvoeringsorganisatie omdat alleen uitvoeringstaken door de gemeenten worden overgedragen aan de nieuwe GR en geen beleidstaken.

Onderwerp

GR 2016 (was)

GR 2022 (wordt) de Wet gemeenschappelijke regelingen de Participatiewet; Wet voortijdig schoolverlaten.

Toelichting

besluiten: de Gemeenschappelijke Regeling betreffende het Participatiebedrijf Zuid-Kennemerland als volgt te vast te stellen:

HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen Begripsbepalingen

Vorm en doel van de GR

Artikel 1 Begripsbepalingen In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a. regeling: de gemeenschappelijke regeling Werkvoorzieningsschap Zuid-Kennemerland; b. bedrijfsvoeringsorganisatie: de rechtspersoonlijkheid bezittende bedrijfsvoeringsorganisatie als bedoeld in artikel 2 van de regeling; c. deelnemende gemeente(n): een (de) aan deze gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeente(n); d. raad/raden: de raad/raden van een of van de aan deze gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten; e. college(s): het (de) colleges van burgemeester en wethouders van een (de) deelnemende gemeenten; f. vertegenwoordigende organen van de deelnemers: de colleges; g. gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van Noord-Holland; h. personeel: personen, die een publiekrechtelijke dan wel een privaatrechtelijke arbeidsrelatie hebben met het openbaar lichaam; i. werknemer: de krachtens de Wet Sociale Werkvoorziening in dienst genomen persoon; j. samenwerkingsgebied: het grondgebied van de deelnemende gemeenten; k. werkvoorzieningsschap: het rechtspersoonlijkheid bezittende lichaam, als bedoeld in artikel 2 van deze regeling.

Artikel 1 Begripsbepalingen In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a. regeling: de gemeenschappelijke regeling Participatiebedrijf Zuid-Kennemerland; b. bedrijfsvoeringsorganisatie: de rechtspersoonlijkheid bezittende openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2 van de regeling; c. deelnemende gemeente(n): een (de) aan deze regeling deelnemende gemeente(n); d. raad/raden: de raad/raden van een of van de aan deze regeling deelnemende gemeenten; e. college(s): het (de) colleges van burgemeester en wethouders van een (de) deelnemende gemeenten; f. vertegenwoordigende organen van de deelnemers: de colleges; g. Gedeputeerde staten: Gedeputeerde staten van NoordHolland; h. personeel: personen, die een arbeidsrelatie hebben met het participatiebedrijf; i. werknemer sociale werkvoorziening: op grond van de Wet Sociale Werkvoorziening in dienst genomen persoon; j. werknemer beschut werk: op grond van de voorziening beschut werk uit de Participatiewet in dienst genomen persoon. k. samenwerkingsgebied: het grondgebied van de deelnemende gemeenten; l. Participatiebedrijf: het rechtspersoonlijkheid bezittende lichaam, als bedoeld in artikel 2 van deze regeling.

HOOFDSTUK 2 De bedrijfsvoeringsorganisatie

HOOFDSTUK 2 De bedrijfsvoeringsorganisatie

Artikel 2 De bedrijfsvoeringsorganisatie 1. Er is een bedrijfsvoeringsorganisatie genaamd “Werkvoorziening Zuid-Kennemerland”. 2. De bedrijfsvoeringsorganisatie is een rechtspersoon als bedoeld in artikel 8, derde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen en is gevestigd te Cruquius (gemeente Haarlemmermeer).

Artikel 2 De bedrijfsvoeringsorganisatie 1. Er is een bedrijfsvoeringsorganisatie genaamd “Participatiebedrijf Zuid-Kennemerland”. 2. De bedrijfsvoeringsorganisatie is een rechtspersoon als bedoeld in artikel 8, derde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen en is gevestigd te Cruquius

Ten behoeve van de leesbaarheid en overzichtelijkheid van de regeling zijn de bepalingen in hoofdstukken onderverdeeld. Toevoeging van artikel 1, sub j in verband met werknemers beschut werk die in dienst worden genomen.

Artikel 2 lid 1 betreft de naamswijziging naar Participatiebedrijf Artikel 3 is uitgebreid met specifieke taken uit de Participatiewet als ook met de specifieke taak leerwerktrajecten voor jongeren zonder start- of beroepskwalificatie volgens Wet en overige regelgeving voortijdig schoolverlaten.

Onderwerp

GR 2016 (was) 3. Het gebied waarvoor deze regeling geldt omvat het grondgebied van de deelnemers. Artikel 3 Belang van de regeling 1. De gemeenschappelijke regeling is getroffen ter uitvoering en behartiging van de gemeenschappelijke en afzonderlijke belangen van de deelnemende gemeenten op het gebied van de sociale werkvoorziening. De bedrijfsvoeringsorganisatie draagt gelet op de behartiging van de belangen zoals bedoeld in het eerste lid zorg voor een zo efficiënt en effectief mogelijke uitvoering van de bij of krachtens de Wet Sociale Werkvoorziening opgedragen taken.

Bevoegdheden

Artikel 4 Bevoegdheden 1. Ter verwezenlijking van de in artikel 3 genoemde belangen en in artikel 3 genoemde taken dragen de colleges hun bevoegdheden op grond van de Wet Sociale Werkvoorziening en de daarmee samenhangende wetten en regelingen over aan het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie, behoudens de beleidsmatige bevoegdheden die met de uitoefening van deze bevoegdheden verbonden zijn. 2. De werkzaamheden worden nader geduid in dienstverleningsovereenkomsten. Aan het werkvoorzieningsschap worden geen verordenende bevoegdheden ingevolge de Wet Sociale Werkvoorziening en de uit deze wet voortvloeiende wettelijke voorschriften toegekend.

GR 2022 (wordt) (gemeente Haarlemmermeer). 3. Het gebied waarvoor deze regeling geldt omvat het grondgebied van de deelnemers. Artikel 3 Belang van de regeling 1. De regeling is getroffen ter uitvoering en behartiging van de gemeenschappelijke en afzonderlijke belangen van de deelnemende gemeenten op het gebied van  de sociale werkvoorziening (Wet sociale werkvoorziening)  re-integratie voor werkzoekenden met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt (Participatiewet)  beschut werk op grond van de Participatiewet  leerwerktrajecten voor jongeren zonder start- of beroepskwalificatie (Wet voortijdig schoolverlaten) 2. Het Participatiebedrijf zorgt gelet op de behartiging van de belangen zoals bedoeld in het eerste lid voor een zo efficiënt en effectief mogelijke uitvoering van de in artikel 4 aangegeven taken. Artikel 4 Taken en bevoegdheden 1. 1.Het Participatiebedrijf voert alle taken van de colleges met betrekking tot de Sociale werkvoorziening uit; 2. De colleges dragen de aan hen toekomende bevoegdheden met betrekking tot de sociale werkvoorziening over aan het bestuur, met uitzondering van de beleidsmatige en verordenende taken; 3. Het Participatiebedrijf voert taken met betrekking reintegratie voor de werkzoekenden met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt uit 4.

Het Participatiebedrijf voert taken met betrekking tot beschut werk uit voor werkzoekenden die zijn aangewezen op werken in een beschutte werkomgeving 5. Het Participatiebedrijf organiseert leerwerktrajecten voor jongeren zonder start- of beroepskwalificatie. 6. Het bestuur kan besluiten dat het Participatiebedrijf ook taken uitvoert voor colleges die niet deelnemen aan de regeling. Het bestuur stelt de voorwaarden hiervoor vast. 7. Beleidsmatige en verordenende bevoegdheden die betrekking hebben op de taken zoals genoemd in lid 3,4,5 en 6 van dit artikel worden niet overgedragen en zijn voorbehouden aan de GR deelnemende gemeenten. 8. Het Participatiebedrijf komt met elke aan de GR deelnemende gemeente een dienstverleningsovereenkomst overeen waarin bovengenoemde taken uit artikel 3 en 4 worden geduid en uitgewerkt. 9. Het Participatiebedrijf sluit met de opdrachtgever leerwerktrajecten een dienstverleningsovereenkomst voor de uitvoering van leerwerktrajecten voor jongeren zonder

Toelichting

Het zesde lid is toegevoegd in verband met mogelijke toekomstige samenwerkingen met regiogemeenten met betrekking tot de genoemde taken zonder dat de regeling gewijzigd hoeft te worden. Lid 8:In de dienstverleningsovereenkomsten worden afspraken gemaakt over de prestaties, budgetten als ook over de monitoring en wijze van rapporteren. Het tiende lid is toegevoegd in verband met toekomstige taken die relatie houden met de huidige taken voor het bedrijf zonder dat de regeling hoeft te worden gewijzigd. Een voorbeeld daarvan is een opdracht in het kader van re-integratie gerelateerd aan de nieuwe Wet inburgering. NB. Voor grote wijzigingen in het belang en daamee samenhangende andere taken is artikel 9 lid 4 van toepassing. Lid 9: Er wordt jaarlijks een separate dienstverleningsovereenkomst voor de uitvoering van leerwerktrajecten afgesloten door het RBL Leerplein (GR Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten). Deze regeling is de opdrachtgever van de leerwerktrajecten. De coördinatie van dit onderdeel is belegd bij het RBL Leerplein i.s.m. het MBO, VO en Jeugdhulp. RBL Leerplein i.s.m. met genoemde partijen is opdrachtgever aan het Participatiebedrijf voor deze leerwerktrajecten voor jongeren zonder start- of beroepskwalificatie uit de regio Zuid-Kennemerland en IJmond.

Onderwerp

GR 2016 (was)

Samenstelling bestuur

Artikel 5 Samenstelling van het bestuur Artikel 5 Samenstelling van het bestuur 1. Aan het hoofd van het werkvoorzieningsschap staat een bestuur, 1. Aan het hoofd van het Participatiebedrijf staat een bestuur, te te vormen uit de colleges. vormen uit de colleges. 2. Het bestuur bestaat uit vier leden, de voorzitter daarin begrepen. 2. Het bestuur bestaat uit vier leden, de voorzitter daarin 3. De colleges wijzen uit hun midden, de voorzitter daarin inbegrepen. begrepen, ieder één lid aan. Het aangewezen collegelid kan zich 3. De colleges wijzen uit hun midden ieder één lid aan. Het laten vervangen door een ander lid van het college. aangewezen collegelid kan zich laten vervangen door een 4. Het lidmaatschap van het bestuur eindigt van rechtswege, indien ander lid van het college. een lid ophoudt lid te zijn van het college dat hem heeft 4. Het lidmaatschap van het bestuur eindigt van rechtswege, aangewezen. indien een lid ophoudt lid te zijn van het college dat hem 5. Indien tussentijds een plaats van een lid van het bestuur vacant heeft aangewezen. of beschikbaar komt, wijst het college van de deelnemer die het 5. Indien tussentijds een plaats van een lid van het bestuur aangaat, in zijn eerstvolgende vergadering, of zo dit niet vacant of beschikbaar komt, wijst het betreffende college in mogelijk is, uiterlijk binnen drie maanden een nieuw lid aan.

zijn eerstvolgende vergadering, of zo dit niet mogelijk is, 6. Hij die ter vervulling van een tussentijdse vacature als lid van het uiterlijk binnen drie maanden een nieuw lid aan. bestuur wordt benoemd, treedt af op het tijdstip waarop degene 6. Hij die ter vervulling van een tussentijdse vacature als lid in wiens plaats hij is benoemd, zou hebben moeten aftreden. van het bestuur wordt benoemd, treedt af op het tijdstip Een lid van het bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Hij deelt waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, zou hebben zijn ontslag mede aan de deelnemer die het aangaat. De moeten aftreden. betreffende deelnemer doet mededeling van het ontslag aan het 7. Een lid van het bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Hij bestuur. Het lid houdt zitting in het bestuur totdat in de deelt zijn ontslag mede aan de betreffende deelnemer opvolging is voorzien conform het bepaalde in het vijfde lid. (college). De betreffende deelnemer doet mededeling van het ontslag aan het bestuur. Het lid houdt zitting in het bestuur totdat in de opvolging is voorzien conform het bepaalde in het vijfde lid. Artikel 6 De voorzitter Artikel 6 De voorzitter 1. De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de secretaris 1. De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de secretaris worden door en uit het bestuur benoemd. worden door en uit het bestuur benoemd. 2.

De voorzitter is verantwoordelijk voor de voorbereiding van de 2. De voorzitter is verantwoordelijk voor de voorbereiding van vergaderingen van het bestuur en leidt de vergaderingen van het de vergaderingen van het bestuur en leidt de vergaderingen bestuur. van het bestuur. 3. De voorzitter ondertekent de stukken die van het bestuur uitgaan. 3. De voorzitter ondertekent de stukken die van het bestuur 4. De voorzitter vertegenwoordigt het werkvoorzieningsschap in en uitgaan. buiten rechte. 4. De voorzitter vertegenwoordigt het Participatiebedrijf in en 5. Indien het college waarvan de voorzitter deel uitmaakt, partij is buiten rechte. in een geding waarbij het werkvoorzieningsschap is betrokken, 5. Indien het college waarvan de voorzitter deel uitmaakt, partij oefent de plaatsvervangend voorzitter met betrekking tot dat is in een geding waarbij het Participatiebedrijf is betrokken, geding deze bevoegdheid uit. Indien ook de deelnemer van oefent de plaatsvervangend voorzitter met betrekking tot dat welks bestuur de plaatsvervangend voorzitter deel uitmaakt bij geding deze bevoegdheid uit. Indien ook het college dat geding betrokken is, wordt een ander lid van het bestuur waarvan de plaatsvervangend voorzitter deel uitmaakt bij dat gemandateerd om het werkvoorzieningsschap met betrekking tot geding betrokken is, wordt een ander lid van het bestuur dat geding te vertegenwoordigen.

gemachtigd om het Participatiebedrijf met betrekking tot dat

Voorzitter

GR 2022 (wordt) beroeps- of startkwalificatie. 10. Het bestuur kan besluiten dat het Participatiebedrijf ook andere taken, die aan re-integratie gerelateerd zijn, uitvoert. Het bestuur stelt de voorwaarden hiervoor vast. HOOFDSTUK 3 Het bestuur

Toelichting

Het bestuur van een bedrijfsvoeringsorganisatie heeft geen aparte voorzitter (als orgaan). Het ligt wel voor de hand om een voorzitter van het bestuur aan te wijzen, die de vergaderingen voorzit (daarbij aansluiting zoekend bij het bepaalde in artikel 13, negende lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen). Het bestuurslid uit Haarlem vervult de rol als voorzitter.

Onderwerp

GR 2016 (was)

Werkwijze bestuur

Artikel 7 Werkwijze van het bestuur 1. Het bestuur vergadert tenminste tweemaal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter of het bestuur dit nodig oordeelt dan wel, wanneer tenminste drie leden zulks onder opgave van redenen schriftelijk verzoeken. 2. Op de vergaderingen van het bestuur is het bepaalde in de artikelen 22 en 23 van de Wet gemeenschappelijke regelingen van toepassing. 3. In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd noch een besluit worden genomen over: a. het vaststellen, wijzigen of intrekken van verordeningen en reglementen; b. de bezoldiging en de rechtspositie van het personeel; c. de begroting en rekening van het werkvoorzieningsschap. 4. In een besloten vergadering kan geen besluit worden genomen over: a. het doen van uitgaven, op de begroting niet voorkomende, of de daarop uitgetrokken posten te boven gaande en het aanwijzen van middelen ter dekking van zodanige uitgaven; b. het aangaan van geldleningen, het uitlenen van gelden en het aangaan van rekening-courant-overeenkomsten; c. het geheel of gedeeltelijk vervreemden en het bezwaren van eigendommen van het werkvoorzieningsschap; d. het onderhands verhuren, verpachten of in gebruik geven van eigendommen van het werkvoorzieningsschap; e.

het onderhands aanbesteden van werken en leveranties, voor zover die niet betrekking hebben op het aanvaarden van opdrachten of het verlenen van diensten, welke rechtstreeks voortvloeien uit de exploitatie van het werkvoorzieningsschap. 5. Het bestuur stelt met inachtneming van de bepalingen van deze regeling een reglement van orde voor zijn vergaderingen vast. Dit reglement wordt ter kennis gebracht van de deelnemers.

Bijstand door directie en externe adviseurs

Artikel 8 Bijstand door directie en externe adviseurs 1. In zijn vergaderingen laat het bestuur, behoudens bijzondere gevallen, zich bijstaan door de directie. 2. Het bestuur kan zich laten bijstaan door externe onbezoldigde adviseurs, welke op voordracht van het bestuur worden benoemd.

GR 2022 (wordt) geding te vertegenwoordigen. Artikel 7 Werkwijze van het bestuur 1. Het bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen en bijbehorende werkzaamheden vast. 2. Het bestuur vergadert tenminste tweemaal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter of het bestuur dit nodig oordeelt dan wel, wanneer tenminste drie leden zulks onder opgave van redenen schriftelijk verzoeken. 3. Op de vergaderingen van het bestuur is het bepaalde in de artikelen 22 en 23 van de Wet gemeenschappelijke regelingen van toepassing. 4. Bij besluiten over leerwerktrajecten wordt de opdrachtgever leerwerktrajecten betrokken bij de voorbereiding van het besluit. 5. In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd noch een besluit worden genomen over: a. het vaststellen, wijzigen of intrekken van verordeningen en reglementen; b. de bezoldiging en de rechtspositie van het personeel; c. de begroting en rekening van het Participatiebedrijf. d. In een besloten vergadering kan geen besluit worden genomen over: e. het doen van uitgaven, op de begroting niet voorkomende, of de daarop uitgetrokken posten te boven gaande en het aanwijzen van middelen ter dekking van zodanige uitgaven; f. het aangaan van geldleningen, het uitlenen van gelden en het aangaan van rekening-courant-overeenkomsten; g.

het geheel of gedeeltelijk vervreemden en het bezwaren van eigendommen van het Participatiebedrijf; h. het onderhands verhuren, verpachten of in gebruik geven van eigendommen van het Participatiebedrijf; i. het onderhands aanbesteden van werken en leveranties, voor zover die niet betrekking hebben op het aanvaarden van opdrachten of het verlenen van diensten, die rechtstreeks voortvloeien uit de exploitatie van het Participatiebedrijf. Artikel 8 Advisering door de directie 1. De directeur van de regeling woont de vergaderingen bij en heeft daarin een adviserende rol. 2. Het bestuur kan zich laten bijstaan door externe onbezoldigde adviseurs, die op voordracht van het bestuur worden benoemd.

Toelichting In artikelen 22 en 23 van de Wet gemeenschappelijke regelingen is geregeld hoe vergaderingen van het bestuur verlopen. Het bestuur vergadert tenminste tweemaal per jaar en de vergaderingen zijn in beginsel openbaar, tenzij er sprake is van een vertrouwelijk onderwerp. Dan kan er worden besloten om met gesloten deuren te vergaderen en geheimhouding op te leggen op de vergadering zelf en de stukken die er worden behandeld. Een reglement van orde wordt opgesteld met daarin werkwijze van het bestuur onder andere: -De agenda wordt opgesteld door voorzitter Haarlem in overleg met regiogemeenten. -Specifieke taak leerwerktrajecten voor jongeren zonder startkwalificatie vraagt voorbereiding en coördinatie van de besluitvorming door de opdrachtgever van de leerwerktrajecten De opdrachtgever voor de leerwerktrajecten is RBL Leerplein (GR schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten regio WestKennemerland)

De benoeming van externe adviseurs is een gevolg geweest van het feit dat bij het vertrek van de raadsleden uit de regeling in 2013, er een personele unie tussen het AB en DB ontstond. Dat wil zeggen dat de 5 AB leden ook de 5 DB leden waren. De toevoeging van drie externe adviseurs aan het DB was bedoeld om intern voldoende ‘checks and balances’ tussen AB en DB in te bouwen. Met de vorming van een bedrijfsvoeringsorganisatie is een enkelvoudig bestuur ingesteld en was het tegenwicht van externe adviseurs niet meer noodzakelijk. De bepaling over de externe adviseurs is in 2016 in de regeling blijven staan als kanbepaling zodat het bestuur de mogelijkheid behoudt om externe adviseurs te benoemen. Het bestuur wil ook in 2021 graag de mogelijkheid behouden om

Onderwerp

GR 2016 (was)

GR 2022 (wordt)

Toelichting externe adviseurs te benoemen. De komende tijd wordt de invulling van de rol geëvalueerd en worden afspraken gemaakt onder andere over de duur van de zittingstermijn van de externe adviseurs.

Stemverhoudingen binnen het bestuur

Artikel 9 Stemverhouding 1. In de vergadering van het bestuur heeft het lid vanuit Haarlem 4 stemmen, de leden uit Heemstede en Bloemendaal ieder 2 stemmen en de lid uit Zandvoort en Haarlemmerliede één stem. 2. Het bestuur besluit met meerderheid van stemmen, behoudens het bepaalde in lid 4. 3. Bij het staken van de stemmen wordt het nemen van het besluit uitgesteld tot een volgende vergadering, waarin de beraadslagingen kunnen worden heropend. In deze, en evenzo in een voltallige vergadering, wordt bij staken van stemmen, het voorstel geacht niet te zijn aangenomen. 4. Voor het inhoudelijk wijzigen van het belang van de regeling ingevolge artikel 3 en/of de uitgangspunten voor de kostentoerekening ingevolge artikel 35 is geen meerderheid van stemmen, maar unanimiteit vereist.

In 2019 zijn de stemverhoudingen aangepast naar aanleiding van het vertrek van de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude en uiteindelijk geformaliseerd d.d. 18 september 2019.

Artikel 10 (Vervallen)

Artikel 9 Stemverhouding 1. In de vergadering van het bestuur heeft het lid uit Haarlem 3 stemmen, de leden uit Heemstede, Bloemendaal en Zandvoort ieder 1 stem. 2. Het bestuur besluit met meerderheid van stemmen, behoudens het bepaalde in vierde lid. 3. Bij het staken van de stemmen, wordt het nemen van het besluit uitgesteld tot een volgende vergadering, waarin de beraadslagingen kunnen worden heropend. In deze en evenzo in een voltallige vergadering, wordt bij het opnieuw staken van stemmen, het voorstel geacht niet te zijn genomen. 4. Voor het inhoudelijk wijzigen van het belang van de regeling ingevolge artikel 3 en/of de uitgangspunten voor de kostentoerekening ingevolge artikel 20 is geen meerderheid van stemmen, maar unanimiteit vereist. Artikel 10 (Vervallen)

Artikel 11 (Vervallen) Artikel 12 (Vervallen) Artikel 13 (Vervallen) Artikel 14 (Vervallen) Artikel 15 (Vervallen) Artikel 16 (Vervallen)

Artikel 11 (Vervallen) Artikel 12 (Vervallen) Artikel 13 (Vervallen) Artikel 14 (Vervallen) Artikel 15 (Vervallen) Artikel 16 (Vervallen)

Artikel 17 Taken en bevoegdheden van het bestuur 1. Aan het bestuur behoren onder meer volgende taken en bevoegdheden: a. het vaststellen, wijzigen of intrekken van reglementen; b. het vaststellen van de begroting en de begrotingswijzigingen en het vaststellen van de jaarrekening van het

Artikel 10 Taken en bevoegdheden van het bestuur 1. Aan het bestuur behoren de volgende taken en bevoegdheden: a. het vaststellen, wijzigen of intrekken van reglementen; b. het vaststellen van de begroting en de begrotingswijzigingen en het vaststellen van de jaarrekening van het Participatiebedrijf,

Taken en bevoegdheden bestuur

Met de huidige aanpassing (Haarlem 3 stemmen: overige gemeenten 3 stemmen) wordt meer recht gedaan aan het feit dat Haarlem meer dan 85% opdrachtgever en financieel risicodrager is van het bedrijf. Haarlem kan een besluit blokkeren maar heeft wel andere gemeente(n) nodig voor een meerderheidsstandpunt.

Artikel 10 tot en met 16 zijn al bij het aanpassen van de gemeenschappelijke regeling in 2016 vervallen. Worden in de nieuwe ‘eindtekst’ van de GR 2021 weggelaten.

In verband met het wegstrepen van de artikelen die in 2016 al zijn vervallen, wordt artikel 17 in de GR 2021 artikel 10 (doornummering) Artikel 10 geeft een – niet limitatieve - opsomming van taken en bevoegdheden die in ieder geval aan het bestuur behoren.

Onderwerp

Bevoegdheden dagelijks bestuur

Interne verantwoording en informatieplicht van dagelijks bestuur aan algemeen bestuur Externe verantwoording en informatieplicht van bestuur aan deelnemende gemeentebesturen

GR 2016 (was) werkvoorzieningsschap, zulks met inachtneming van het bepaalde elders in deze regeling met betrekking tot de begroting en de rekening en verantwoording; c. het vaststellen van de jaarlijks door de gemeenten te betalen bijdragen; d. het op verzoek, hetzij uit eigen beweging, advies uitbrengen aan de deelnemende gemeenten over zaken betreffende het werkvoorzieningsschap; e. het nemen van conservatoire maatregelen, zowel in als buiten rechte, en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring en verlies van recht of bezit; f. het voeren van rechtsgedingen en het instellen van beroep; g. het aanstellen of in dienst nemen op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht dan wel het schorsen en ontslaan van personeel; h. het vaststellen van instructies en uitvoeringsregels voor het personeel voor de uitoefening van aan hun opgedragen werkzaamheden; i. het voorstaan van de belangen van de bedrijfsvoeringsorganisatie bij andere overheden, instellingen, diensten of personen, waarmee contact voor de bedrijfsvoeringsorganisatie van belang is; j. het beheer van inkomsten/uitgaven en activa/passiva; k. de zorg voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding; l. het besluiten tot het aanbesteden van leveringen en diensten; m. het besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het werkvoorzieningsschap; n.

het doen van aangifte van strafbare feiten, waarvan het kennis heeft genomen; o. het houden van toezicht op al wat de bedrijfsvoeringsorganisatie aangaat.

GR 2022 (wordt) met inachtneming van het bepaalde elders in deze regeling met betrekking tot de begroting en de rekening en verantwoording; c. het vaststellen van de jaarlijks door de deelnemende gemeenten te betalen bijdragen; d. het op verzoek, hetzij uit eigen beweging, advies uitbrengen aan de deelnemende gemeenten over zaken betreffende het Participatiebedrijf: e. het nemen van conservatoire maatregelen, zowel in als buiten rechte, en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring en verlies van recht of bezit; f. het voeren van rechtsgedingen en het instellen van beroep; g. het aanstellen of in dienst nemen op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht dan wel het schorsen en ontslaan van personeel; h. het vaststellen van instructies en uitvoeringsregels voor het personeel voor de uitoefening van aan hun opgedragen werkzaamheden; i. het voorstaan van de belangen van het Participatiebedrijf bij andere overheden, instellingen, diensten of personen, waarmee contact voor het Participatiebedrijf van belang is; j. het beheer van inkomsten/uitgaven en activa/passiva; k. de zorg voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding; l. het besluiten tot het aanbesteden van leveringen en diensten; m. het besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het Participatiebedrijf; n.

het doen van aangifte van strafbare feiten, waarvan het kennis heeft genomen; o. het houden van toezicht op al wat het Participatiebedrijf aangaat.

Artikel 17A (Vervallen)

Artikel 17A (Vervallen)

Artikel 18 (Vervallen)

Artikel 18 (Vervallen)

Artikel 19 (Vervallen) Artikel 20 Vervallen

Artikel 19 (Vervallen) Artikel 20 (Vervallen)

Artikel 21 Verantwoording en informatieplicht bestuur 1. De leden van het bestuur zijn tezamen en ieder afzonderlijk aan de colleges, de gemeenteraden of aan de leden van de gemeenteraad verantwoording schuldig voor de uitoefening van

Artikel 11 Verantwoording en actieve informatieplicht bestuur 1. De leden van het bestuur zijn tezamen en ieder afzonderlijk aan de colleges, de gemeenteraden of aan de leden van de gemeenteraad verantwoording schuldig voor de uitoefening van

Toelichting Het bestuur besluit welke bevoegdheden worden overgedragen aan de directeur. Dit wordt geregeld in een mandaatbrief die door het bestuur en door de directeur worden ondertekend.

In verband met het wegstrepen van de artikelen die in 2016 al zijn vervallen, wordt artikel 21 (oud) in de GR 2021 artikel 11 (doornummering).

Onderwerp

Commissies

GR 2016 (was) hun taken en bevoegdheden, evenals gezamenlijk wat betreft het door hen gevoerde beleid. 2. Het bestuur verstrekt aan de colleges, de gemeenteraden of aan leden van de gemeenteraad van de gemeenten, gevraagd en ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur uit te voeren en uitgevoerde werkzaamheden nodig is, alsmede alle overige inlichtingen waarom door één of meer leden van de colleges en gemeenteraden wordt verzocht. 3. Een verzoek om inlichtingen te verschaffen en/of verantwoording af te leggen kan uitsluitend worden geweigerd indien dit in strijd is met de belangen, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur. 4. Een lid van het bestuur dat niet langer het vertrouwen geniet van het college dat hem heeft aangewezen, kan door dat college worden ontslagen. In dat geval draagt dat college er zorg voor dat zo spoedig mogelijk een nieuw lid wordt aangewezen. 5. Het bepaalde in de voorgaande leden is op plaatsvervangende leden van overeenkomstige toepassing.

GR 2022 (wordt) hun taken en bevoegdheden, evenals gezamenlijk wat betreft het door hen gevoerde beleid. 2. Het bestuur verstrekt aan de colleges, de gemeenteraden of aan leden van de gemeenteraad van de gemeenten, gevraagd en ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur uit te voeren en uitgevoerde werkzaamheden nodig is, alsmede alle overige inlichtingen waarom door één of meer leden van de colleges en gemeenteraden wordt verzocht. 3. Een verzoek om inlichtingen te verschaffen en/of verantwoording af te leggen kan uitsluitend worden geweigerd indien dit in strijd is met de belangen, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur. 4. Een lid van het bestuur dat niet langer het vertrouwen geniet van het college dat hem heeft aangewezen, kan door dat college worden ontslagen. In dat geval draagt het betreffende college er zorg voor dat zo spoedig mogelijk een nieuw lid wordt aangewezen. 5. Het bepaalde in de voorgaande leden is op plaatsvervangende leden van overeenkomstige toepassing.

Artikel 22 Artikel 23 (Vervallen)

Artikel 22 Artikel 23 (Vervallen)

Artikel 24 Vervallen

Artikel 24 Vervallen

Toelichting De raad wordt actief geïnformeerd als daar aanleiding toe is. De wet (artikel 16 t/m 19) bepaalt dat de regeling bepalingen inhoudt omtrent de informatie- en verantwoordingsplichten van het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie aan de bestuursorganen van de deelnemende gemeenten. Op grond van artikel 184 Gemeentewet hebben de rekenkamers van de gemeenten (en door middel van een schakelbepaling in artikel 81oa van de Gemeentewet ook rekenkamercommissies) bovendien de bevoegdheid om bij de gemeenschappelijke regeling nadere inlichtingen in te winnen en een onderzoek in te stellen.

Een bedrijfsvoeringsorganisatie kan geen commissies instellen. De bepaling hieromtrent vervalt.

HOOFDSTUK 4 Personele organisatie Participatiebedrijf Organisatie en personeel

Artikel 25 Directie 1. Er is een directie, die leiding geeft aan de uitvoeringsorganisatie van het werkvoorzieningsschap. 2. De directie is voor zijn leiding verantwoording verschuldigd aan het bestuur. 3. Het bestuur stelt een directiestatuut vast.

Artikel 12 Directie 1. Er is een directie van de regeling, die leiding geeft aan de uitvoeringsorganisatie van het Participatiebedrijf. 2. De directie is voor zijn leiding verantwoording verschuldigd aan het bestuur. 3. Het bestuur stelt een directiestatuut vast.

In verband met het wegstrepen van de artikelen die in 2016 al zijn vervallen, wordt artikel 25 (oud) in de GR 2021 artikel 12 (doornummering). Bij Paswerk gaat het bij de directie om één directeur.

Onderwerp

GR 2016 (was) Artikel 26 Personeel 1. De directie wordt aangesteld door het bestuur. 2. De controller wordt aangesteld door de directie. 3. Het bij het werkvoorzieningsschap werkzame personeel wordt op basis van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht aangesteld bij Personeel WZK BV en vervolgens bij het werkvoorzieningsschap gedetacheerd. 4. Op het door het werkvoorzieningsschap aangestelde personeel dat op 25 augustus 2005 reeds in dienst was, is de ambtelijke rechtspositie van toepassing.

GR 2022 (wordt) Artikel 13 Personeel 1. De directie wordt aangesteld door het bestuur. 2. De controller wordt aangesteld door de directie. 3. Het bij het Participatiebedrijf werkzame personeel kan op basis van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht in dienst treden bij een Personeel BV en bij het Participatiebedrijf worden gedetacheerd.

Toelichting In verband met het wegstrepen van de artikelen die in 2016 al zijn vervallen, wordt artikel 26 (oud) in de GR 2021 artikel 13 (doornummering). Lid 4 over de ambtelijke rechtspositie is vervallen in verband met de invoering van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren per 1 januari 2019. Voor wat betreft arbeidsvoorwaarden voor het reguliere personeel wordt de Cao SGO (Samenwerkende gemeentelijke organisaties) gevolgd. Dit is een afgeleide van de Cao gemeenten. Aanvullende arbeidsvoorwaarden en regelingen worden door het bestuur bepaald en vastgesteld lid 3: Mensen in dienst van een personeel BV worden uitsluitend gedetacheerd bij het Participatiebedrijf zelf.

Artikel 27 Werknemers 1. Op de werknemers is van toepassing de cao-wsw. 2. De indienstneming en plaatsing van werknemers ingevolge de Wet Sociale Werkvoorziening geschiedt door het bestuur. 3. Het bestuur kan zo nodig onder het stellen van voorwaarden, mits de uitvoering van het bij of krachtens de wet bepaalde hiervan geen bezwaren ondervindt, toestaan, dat naast werknemers ook werkzaam zijn: a. personen, voor wie naar het oordeel van het bestuur zulks wenselijk is voor het behoud, het herstel of de bevordering van hun arbeidsgeschiktheid; b. personen, ter observatie gedurende een bepaalde praktijkperiode. Artikel 28 Werknemers vanuit niet deelnemende gemeenten Ook niet aan de gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten kunnen een verzoek doen om personen bij het werkvoorzieningsschap te plaatsen. De kosten van de plaatsing van deze personen komen naar de regelen, vervat in artikel 36, geheel voor rekening van de betreffende gemeenten.

Artikel 14 Werknemers 1. Op de werknemers die werkzaam zijn op een werkplek in het kader in van de Wet sociale werkvoorziening is de CAO-Wsw van toepassing. 2. Op de werknemers die werkzaam zijn op een beschut werkplek op grond van de Participatiewet is de CAO beschut werk (Aan de slag) van toepassing; 3. Het bestuur kan zo nodig onder het stellen van voorwaarden, mits de uitvoering van het bij of krachtens de wet bepaalde hiervan geen bezwaren ondervindt, toestaan, dat naast werknemers ook werkzaam zijn: a. personen, voor wie naar het oordeel van het bestuur zulks wenselijk is voor het behoud, het herstel of de bevordering van hun arbeidsgeschiktheid; b. personen, ter observatie gedurende een bepaalde praktijkperiode. Artikel 15 Werknemers vanuit niet deelnemende gemeenten Ook niet aan de gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten kunnen een verzoek doen om personen bij het Participatiebedrijf te plaatsen. De kosten van de plaatsing van deze personen komen geheel voor rekening van de betreffende gemeenten.

In verband met het wegstrepen van de artikelen die in 2016 al zijn vervallen, wordt artikel 27 en 28(oud) in de GR 2021 artikel 14 en 15 (doornummering). Artikel 14 lid 2 is toegevoegd in verband met de voor het bedrijf nieuwe taak beschut werk op grond van de Participatiewet

Onderwerp

GR 2016 (was)

GR 2022 (wordt) HOOFDSTUK 5 Financiële bepalingen

Toelichting

Financiën en beheer

Artikel 29 Financiële beheersverordening 1. Het bestuur stelt bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vast. 2. Het bestuur neemt daarbij de geldende wet- en regelgeving in acht, in het bijzonder op de terreinen rechtmatigheid, verantwoording en controle, zoals vastgelegd in de Gemeentewet en het Besluit Begroting en Verantwoording.

Artikel 16 Financiële beheersverordening 1. Het bestuur stelt bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vast. 2. Het bestuur neemt daarbij de geldende wet- en regelgeving in acht, in het bijzonder op de terreinen rechtmatigheid, verantwoording en controle, zoals vastgelegd in de Gemeentewet en het Besluit Begroting en Verantwoording.

In verband met het wegstrepen van de artikelen die in 2016 al zijn vervallen, wordt artikel 29 (oud) in de GR 2021 artikel 16.

Artikel 30 (Vervallen) Artikel 31 Garantstelling De deelnemende gemeenten waarborgen de voldoening van rente, aflossing en kosten van de door het werkvoorzieningsschap te sluiten vaste geldleningen, alsmede van gelden die het werkvoorzieningsschap in rekening-courant opneemt, naar evenredigheid van de aantallen inwoners per 1 januari van dat jaar, voorafgaande aan het jaar waarin de overeenkomst voor de desbetreffende transactie wordt afgesloten. Artikel 31A Algemene financiële en beleidsmatige kaders Het bestuur zendt vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten.

Artikel 30 (Vervallen) Artikel 17 Garantstelling De deelnemende gemeenten waarborgen de voldoening van rente, aflossing en kosten van de door het werkvoorzieningsschap te sluiten vaste geldleningen, alsmede van gelden die het participatiebedrijf in rekening-courant opneemt, naar evenredigheid van de aantallen inwoners per 1 januari van dat jaar, voorafgaande aan het jaar waarin de overeenkomst voor de desbetreffende transactie wordt afgesloten. Artikel 17A Algemene financiële en beleidsmatige kaders Het bestuur zendt vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten.

Deze algemene financiële en beleidskaders worden meegenomen in de begroting.

Artikel 32 Begroting 1. Het bestuur zendt jaarlijks vóór 15 april een ontwerpbegroting, voorzien van een toelichting, aan de raden van de deelnemende gemeenten. De raden kunnen bij het bestuur vóór 1 juli hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. 2. Het bestuur stelt de begroting vóór 15 juli vast en zendt terstond afschriften aan de deelnemers. Het bestuur zendt de vastgestelde begroting vóór 1 augustus aan Gedeputeerde Staten.

Artikel 18 Begroting 1. Het bestuur zendt jaarlijks vóór 15 april een ontwerpbegroting, voorzien van een toelichting, aan de raden van de deelnemende gemeenten. De raden kunnen bij het bestuur vóór 15 juli hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. 2. Het bestuur stelt de begroting vóór 1 augustus de begroting vast en zendt terstond afschriften aan de deelnemers. 3. Het bestuur zendt de vastgestelde begroting vóór 1 augustus aan Gedeputeerde Staten. Artikel 19 Rekening en jaarverslag 1. Het bestuur brengt jaarlijks aan de raden vóór 15 april een voorlopige jaarrekening uit met de daarbij behorende bescheiden en een berekening van de door de deelnemende gemeenten te betalen bijdragen overeenkomstig artikel 20, en vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid en rechtmatigheid van de baten en lasten ingesteld voor een daartoe overeenkomstig het bepaalde in de controleverordening aangewezen accountant. 2. Het bestuur stelt de rekening en het jaarverslag vóór 15 juli vast, behoudens later in rechte gebleken onrechtmatigheden. Het bestuur doet van de vaststelling mededeling aan de deelnemers.

In verband met het wegstrepen van de artikelen die in 2016 al zijn vervallen, wordt artikel 32 (oud) in de GR 2021 artikel 18.

Garantstelling

Algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening

Begroting

Jaarrekening en jaarverslag

Artikel 33 Rekening en jaarverslag 1. Het bestuur brengt jaarlijks aan de raden vóór 15 april een voorlopige jaarrekening uit met de daarbij behorende bescheiden en een berekening van de door de gemeenten te betalen bijdragen overeenkomstig artikel 35, en vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid en rechtmatigheid van de baten en lasten ingesteld voor een daartoe overeenkomstig het bepaalde in de controleverordening aangewezen accountant. 2. Het bestuur stelt de rekening en het jaarverslag vóór 15 juli vast, behoudens later in rechte gebleken onrechtmatigheden. Het bestuur doet van de vaststelling mededeling aan de deelnemers.

De termijn voor de raden om hun zienswijze te geven is in de nieuwe Wgr van 2016 verruimd van zes naar acht weken.

In verband met het wegstrepen van de artikelen die in 2016 al zijn vervallen, wordt artikel 33 (oud) in de GR 2021 artikel 19.

Onderwerp

GR 2016 (was) Het bestuur zendt de vastgestelde rekening en het jaarverslag vóór 15 juli aan Gedeputeerde Staten. Artikel 34 (Vervallen) Artikel 35 Kostenverdeling 1. De deelnemende gemeenten verbinden zich jaarlijks bij te dragen in: a. de kosten ingevolge deze regeling aan het werkvoorzieningsschap overgedragen bestuurlijke bevoegdheden en verplichtingen; a. het exploitatiesaldo van het werkvoorzieningsschap. 2. De bestuurskosten, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a, worden na aftrek van de onder het derde lid bedoelde bijdragen over de gemeenten verdeeld naar rato van de inwonertallen van de gemeenten per 1 januari van het betreffende jaar. 3. De niet van het werkvoorzieningsschap deel uitmakende gemeenten, alsmede de instanties ten laste waarvan kosten van plaatsing zullen worden gebracht, worden naar regelen door het bestuur te bepalen eveneens voor een aandeel in de bestuurskosten, bedoeld in het eerste lid aanhef en onder a, belast. 4.

Het nadelig exploitatiesaldo van het werkvoorzieningsschap over een jaar, na aftrek van de door de gemeenten toegezegde bijdrage voor dat exploitatiejaar en de kosten van tewerkstelling van niet voor rijksbijdrage aan gemeenten in aanmerking komende plaatsen bedoeld in artikel 27, derde lid, wordt over de deelnemende en niet-deelnemende gemeenten verdeeld naar rato van de loonkosten of aantallen mandagen, naar keuze door het bestuur te bepalen, van de uit die gemeenten oorspronkelijk afkomstige werknemers. Extreme kosten samenhangend met het plaatsen van personen uit niet-deelnemende gemeenten zullen in rekening worden gebracht bij die gemeenten. 5. Ten aanzien van de kosten, voortvloeiend uit de plaatsing van de in artikel 27, derde lid bedoelde personen, zal bij elke plaatsing worden bepaald welke instantie of gemeente en tot welke bedragen wordt bijgedragen. 6. Aan een eventueel batig exploitatiesaldo wordt door het bestuur een bestemming gegeven in het belang van het werkvoorzieningsschap. Artikel 36 Voorschotten 1. Wanneer het bestuur zulks nodig oordeelt, verstrekken de deelnemende gemeenten voorschotten op de in artikel 37 geduide kosten. 2. De niet aan de gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten kunnen voor hun aandeel in bedoelde kosten bij voorschot worden belast.

GR 2022 (wordt) 3. Het bestuur zendt de vastgestelde rekening en het jaarverslag vóór 1 augustus aan Gedeputeerde Staten. Artikel 34 (Vervallen) Artikel 20 Kostenverdeling 1. De deelnemende gemeenten verbinden zich jaarlijks bij te dragen in: a. de kosten ingevolge van de aan het Participatiebedrijf overgedragen en uit te voeren taken conform de tarieven en bedragen van de vastgestelde begroting; b. het exploitatiesaldo van het Participatiebedrijf. 2. Per onderdeel wordt het exploitatieresultaat vastgesteld en in de jaarrekening opgenomen. 3. Indien een (deel van) een exploitatiesaldo wordt verrekend met deelnemende gemeenten gebeurt dat op basis van de verdeling van het aantal gewerkte mandagen (fte Wsw en beschut Werk). 4. Het bestuur bepaalt de bestemming van een batig exploitatiesaldo. Artikel 21 Voorschotten Wanneer het bestuur dit nodig oordeelt, verstrekken de deelnemende gemeenten voorschotten op de in artikel 22 geduide kosten. Artikel 22 Berekening verschuldigde bijdragen 1. Aan de hand van de ontwerprekeningen van het Participatiebedrijf zendt het bestuur aan de instanties en deelnemende gemeenten voor rekening waarvan de kosten van plaatsing dienen te komen, een berekening van de verschuldigde bijdragen 2.

Uiterlijk 30 juni van het jaar volgende op het jaar waarop de ontwerprekening betrekking heeft vindt, onder aftrek van de eventueel ontvangen voorschotten, verrekening plaats.

Toelichting

In verband met het wegstrepen van de artikelen die in 2016 al zijn vervallen, worden artikel 35, 37,37 (oud) in de GR 2021 artikel 20,21,22. Gemeenten willen geen onderlinge vermenging van budgetten. Om die reden is artikel 20, lid 2 toegevoegd. De begroting van het Participatiebedrijf is onderverdeeld in drie onderdelen/programma’s?: a) Werk (Wsw, Beschut werk) b) Re-integratie c) Perspectief (Jongerentrajecten) De kosten van administratieve ondersteuning en management wordt ook over deze onderdelen verdeeld. De begroting voor elk van de onderdelen is sluitend, zodat alle kosten worden gedekt door tarieven en vaste bedragen. Per onderdeel wordt het exploitatieresultaat vastgesteld in de jaarrekening. Het totaal van de saldo’s kan worden verrekend met de gemeenten of met het eigen vermogen. In dit voorstel wordt het re-integratie deel niet apart verrekend op basis van het originele begrote bedrag per gemeente, maar verloopt de afrekening op basis van grootste activiteit Werk. Deze bedragen zijn relatief beperkt en worden mogelijk (deels) met het eigen vermogen verrekend.

Onderwerp

GR 2016 (was)

GR 2022 (wordt)

Toelichting

Artikel 23 Duur van de regeling Deze regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.

In verband met het wegstrepen van de artikelen die in 2016 al zijn vervallen, wordt artikel 38 (oud) in de GR 2021 artikel 23..

Artikel 37 Berekening verschuldigde bijdragen 1. Aan de hand van de ontwerprekeningen van het werkvoorzieningsschap zendt het bestuur aan de instanties en deelnemende gemeenten voor rekening waarvan de kosten van plaatsing dienen te komen, een berekening van de verschuldigde bijdragen. 2. Naast de onder het eerste lid bedoelde bijdragen in de kosten van het werkvoorzieningsschap kunnen de daarin geduide instanties en gemeenten worden belast voor een aandeel in de bestuurskosten, naar de regelen bedoeld in artikel 35, derde lid.

Duur van de regeling

3. Uiterlijk 30 juni van het jaar volgende op het jaar waarop de ontwerprekening betrekking heeft vindt, onder aftrek van de eventueel ontvangen voorschotten, verrekening plaats. Artikel 38 Duur van de regeling Deze regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.

HOOFDSTUK 6 Wijziging, toetreding, uittreding en opheffing Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing

Artikel 39 Toetreding en uittreding 1. Toetreding door andere gemeenten vindt plaats, indien de colleges van twee derde der deelnemende gemeenten daarin bewilligen. 2. Aan de toetreding kunnen door de deelnemende gemeenten voorwaarden worden verbonden. 3. De toetreding gaat in op 1 januari van het jaar, volgende op dat waarin de voor de toetreding noodzakelijke wijziging van de regeling in werking is getreden. 4. Een deelnemende gemeente kan uittreden, indien de colleges van twee derde van de deelnemende gemeenten daarmee instemmen. 5. De uittreding kan slechts plaatsvinden met ingang van de dag waarop de nieuwe zittingsperiode van het bestuur aanvangt. 6. Het bestuur regelt de financiële gevolgen alsmede de overige gevolgen van de toetreding en uittreding.

Artikel 24 Toetreding en uittreding 1. Toetreding door andere gemeenten vindt plaats, indien de colleges van drie vierde van de deelnemende gemeenten daarin bewilligen. 2. Aan de toetreding kunnen door de deelnemende gemeenten voorwaarden worden verbonden. 3. De toetreding gaat in op 1 januari van het jaar, volgende op dat waarin de voor de toetreding noodzakelijke wijziging van de regeling in werking is getreden. 4. Het bestuur regelt de financiële gevolgen alsmede de overige gevolgen van de toetreding en uittreding. 5. Een deelnemende gemeente kan uittreden, indien de colleges van drie vierde van de deelnemende gemeenten met de voorwaarden daarvan instemmen. 6. De uittreding kan slechts plaatsvinden met ingang van de dag waarop de nieuwe zittingsperiode van het bestuur aanvangt.

In verband met het wegstrepen van de artikelen die in 2016 al zijn vervallen, wordt artikel 39 (oud) in de GR 2021 artikel 24.

Artikel 40 Wijziging of aanvulling 1. De regeling kan worden gewijzigd indien tenminste twee derde van de colleges daartoe besluiten. Een voorstel hiertoe kan uitgaan van het bestuur en/of van één of meer van de colleges.

Artikel 25 Wijziging of aanvulling 1. De regeling kan worden gewijzigd indien tenminste drie vierde van de colleges daartoe besluiten. Een voorstel hiertoe kan uitgaan van het bestuur en/of van één of meer

In verband met het wegstrepen van de artikelen die in 2016 al zijn vervallen, wordt artikel 40 (oud) in de GR 2021 artikel 25.

In artikel 24 gaat het om onderwerpen die dusdanig belangrijk zijn dat er niet gekozen wordt voor een meerderheid van stemmen maar dat tenminste drie van de vier deelnemende gemeenten akkoord moeten gaan. Omdat het aantal aan de regeling deelnemende gemeenten inmiddels vier bedraagt, is de verhouding gewijzigd naar drie vierde. Toelichting lid 4 en 6: het bestuur bepaalt de voorwaarden voor uittreding. In 2022 treedt waarschijnlijk de nieuwe Wet gemeenschappelijke regeling in werking waarin wordt geregeld dat in de tekst van regeling nadere afspraken moeten worden gemaakt over de (financiële) gevolgen uittreding. Na invoering van de nieuwe wet wordt hier nader naar gekeken en wordt de regeling hierop aangepast.

In artikel 25 gaat het om onderwerpen die dusdanig belangrijk

Onderwerp

Liquidatie

Slotbepalingen

Bekendmaking

GR 2016 (was) 2. Indien het voorstel uitgaat van het bestuur, zendt het dit aan de colleges, die binnen twee maanden na ontvangst daarvan een besluit nemen en dit terstond aan het bestuur mededelen. 3. Indien het voorstel uitgaat van één of meer deelnemende gemeente(n) zendt respectievelijk zenden, deze gemeente(n) het voorstel aan het bestuur. 4. Het bestuur doet het voorstel met zijn beschouwingen ter zake binnen drie maanden aan de colleges toekomen, die binnen twee maanden na ontvangst daarvan een besluit nemen en dit terstond aan het bestuur mededelen. 5. Het bestuur geeft de colleges kennis van de door hem genomen besluiten tot aanvaarden, verwerpen, goedkeuren respectievelijk niet goedkeuren van de in dit artikel bedoelde voorstellen respectievelijk besluiten. 6. Een wijziging gaat in op de eerste dag van de maand volgend op die waarin de goedkeuring van die wijziging is ingeschreven in het register als bedoeld in artikel 26 derde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Artikel 41 Opheffing en liquidatie 1. Indien tenminste tweederde van de gemeenten tot opheffing van deze regeling besluit, gaat het bestuur terstond tot liquidatie van het werkvoorzieningsschap over. 2.

Het bestuur bepaalt het aandeel van elke gemeente in het saldo van de liquidatierekening en houdt daarbij rekening met het bedrag, dat door iedere deelnemende gemeente gedurende de laatste drie jaren in de kosten van het werkvoorzieningsschap is bijgedragen. Ten aanzien van de liquidatierekening is het bepaalde in artikel 35 en 37 van overeenkomstige toepassing. 3. Binnen vier weken wordt aan de raden van de vaststelling van de liquidatierekening mededeling gedaan. Tegelijk wordt een verslag van liquidatie c.q. een opgave van het bedrag, dat elke deelnemende gemeente uit het eindsaldo zal ontvangen c.q. in het eindsaldo zal bijdragen, toegezonden. De afrekening hiervan vindt plaats binnen 3 maanden na ontvangst van deze stukken door de deelnemende gemeente.

Artikel 42 Toezendplichtige gemeente Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem draagt zorg voor de toezending van deze regeling en van de besluiten tot toe- en uittreding, wijziging of opheffing aan gedeputeerde staten. Artikel 42a Bekendmaking regeling Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem draagt zorg voor de bekendmaking van de regeling en van

GR 2022 (wordt) van de colleges. 2. Indien het voorstel uitgaat van het bestuur, zendt het dit aan de colleges, die binnen twee maanden na ontvangst daarvan een besluit nemen en dit terstond aan het bestuur mededelen. 3. Indien het voorstel uitgaat van één of meer deelnemende gemeente(n) zendt respectievelijk zenden, deze gemeente(n) het voorstel aan het bestuur. 4. Het bestuur doet het voorstel met zijn beschouwingen ter zake binnen drie maanden aan de colleges toekomen, die binnen twee maanden na ontvangst daarvan een besluit nemen en dit terstond aan het bestuur mededelen. 5. Het bestuur geeft de colleges kennis van de door hem genomen besluiten tot aanvaarden, verwerpen, goedkeuren respectievelijk niet goedkeuren van de in dit artikel bedoelde voorstellen respectievelijk besluiten. 6. Een wijziging gaat in op de eerste dag van de maand volgend op die waarin de goedkeuring van die wijziging is ingeschreven in het register als bedoeld in artikel 26 derde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Artikel 26 Opheffing en liquidatie 1. Indien tenminste drie vierde van de gemeenten tot opheffing van deze regeling besluit, gaat het bestuur terstond tot liquidatie van het Participatiebedrijf over. 2.

Het bestuur bepaalt het aandeel van elke gemeente in het saldo van de liquidatierekening en houdt daarbij rekening met het bedrag, dat door iedere deelnemende gemeente gedurende de laatste drie jaren in de kosten van het Participatiebedrijf is bijgedragen. Ten aanzien van de liquidatierekening is het bepaalde in artikel 20 en 22 van overeenkomstige toepassing. 3. Binnen vier weken wordt aan de raden van de vaststelling van de liquidatierekening mededeling gedaan. 4. Tegelijk wordt een verslag van liquidatie c.q. een opgave van het bedrag, dat elke deelnemende gemeente uit het eindsaldo zal ontvangen c.q. in het eindsaldo zal bijdragen, toegezonden. De afrekening hiervan vindt plaats binnen 3 maanden na ontvangst van deze stukken door de deelnemende gemeente. HOOFDSTUK 7 Overige en slotbepalingen

Toelichting zijn dat er niet gekozen wordt voor een meerderheid van stemmen maar dat tenminste drie van de vier deelnemende gemeenten akkoord moeten gaan.

Artikel 27 Toezendplichtige gemeente Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem draagt zorg voor de toezending van deze regeling en van de besluiten tot toe- en uittreding, wijziging of opheffing aan gedeputeerde staten. Artikel 27a Bekendmaking regeling Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem draagt zorg voor de bekendmaking van de regeling en van

In verband met het wegstrepen van de artikelen die in 2016 al zijn vervallen, wordt artikel 42 (oud) in de GR 2021 artikel 27.

Omdat het aantal aan de regeling deelnemende gemeenten inmiddels vier bedraagt, is de verhouding gewijzigd naar drie vierde.

In verband met het wegstrepen van de artikelen die in 2016 al zijn vervallen, wordt artikel 41(oud) in de GR 2021 artikel 26. Ook in artikel 26 gaat het om onderwerpen die dusdanig belangrijk zijn dat er niet gekozen wordt voor een meerderheid van stemmen maar dat tenminste drie van de vier deelnemende gemeenten akkoord moeten gaan. Omdat het aantal aan de regeling deelnemende gemeenten inmiddels vier bedraagt, is de verhouding gewijzigd naar drie vierde.

In verband met het wegstrepen van de artikelen die in 2016 al zijn vervallen, wordt artikel 42a (oud) in de GR 2021 artikel 27a .

Onderwerp

GR 2016 (was) de besluiten tot toe- en uittreding, wijziging of opheffing door kennisgeving van de inhoud daarvan in de Staatscourant.

GR 2022 (wordt) de besluiten tot toe- en uittreding, wijziging of opheffing door kennisgeving van de inhoud daarvan in de Staatscourant.

Archief

Artikel 43 Beheer van de archiefbescheiden. Ten aanzien van de zorg van de archiefbescheiden van de organen van de regeling alsmede ten aanzien van het toezicht op het beheer zijn de voorschriften van de gemeente Haarlem van overeenkomstige toepassing. Artikel 44 Geschillen 1. Voordat over een geschil als bedoeld in artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen de beslissing van gedeputeerde Staten wordt ingeroepen, kunnen partijen het geschil voorleggen aan een daartoe door hen in te stellen en nader te regelen geschillencommissie. De geschillencommissie hoort de bij het geschil betrokken besturen en brengt advies uit over de mogelijkheid partijen tot overeenstemming te brengen. Artikel 45 (Vervallen) Artikel 46 Inwerkingtreding van de regeling De regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2016.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.heemstede.nl/api/v1/meetings/1161/documents/14049