CConstaterende datHeemstede
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerp Nota bodembeheer deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond.pdf

Commissie Middelen 16 november 2022, gemeente HeemstedeBij agendapunt: 6: Ontwerp Nota bodembeheer, deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond36.373 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

bodem

is in be-

paalde gevallen nog wel verplicht. Het eindonderzoek heeft tot doel te controleren of de opslag de onderliggende bodem niet nadelig beïnvloed heeft. Het eindonderzoek gebeurt volgens para-

graaf 5.2.1 van Bal. Het eindonderzoek is verplicht in het geval dat de partij grond van de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ of “Industrie’ s of baggerspecie van de kwaliteitsklasse licht of matig verontreinigd is. Een eindonderzoek is niet nodig in het geval: * De activiteit het eenmalig opslaan van é&n partij grond of één partij baggerspecie is, de

kwaliteit van de onderliggende bodem is vastgesteld in een milieuverklaring bodemkwaliteit;

e _ Door middel voorafgaand aan het opslaan de kwaliteitsklasse van de bodem op de

plaats van opslaan is en de grond of baggerspecie volgens artikel 4.1272 op de plaats van opslaan mag worden toegepast.

Het bevoegd gezag kan aanvullende voorwaarden stellen aan de opslag van verontreinigde grond in grond n grondwaterbeschermingsgebieden, zoals bijvoorbeeld middels een instructieregel van de provincie. De meldingseisen zijn versimpeld

Onder de Omgevingswet is er één set aan meldingseisen in plaats van de verschillende eisen aan de melding gesteld vanuit het Besluit bodemkwaliteit en het activiteiten besluit van vóór de Omgevingswet. Dit maakt dat de meldingseisen onder de Omgevingswet zijn versimpeld. 21.13

Tijdelijke uitname Wet bodembescherming Artikel 36 lid 3 van het Besluit bodemkwaliteit regelt de tijdelijke uitname van grond of baggerspecie. In dit artikel staat dat het tijdelijk verplaatsen of uit de toepassing wegnemen van grond of baggerspecie is toegestaan indien deze vervolgens, zonder te zijn bewerkt, op of nabij dezelfde

plaats en onder dezelfde condities opnieuw in die toepassing wordt aangebracht.

Bads4van113

Nota

bodembeheer

o

Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond projectnummer 0474045100

3

12 juli 2022 revisie O

anteagroup

Omgevingsdienst IJmond

Op of nabij dezelfde plaats is in het Besluit niet gedefinieerd als afstand. Aangezien lokale omstandigheden van invloed zijn, beoordeelt de gemeente per geval of sprake is van 'op of nabij’. In het geval van tijdelijke uitname hoeft de milieuhygiënische kwaliteit van de ontvangende (water)bodem of van de terug te plaatsen grond of baggerspecie niet te worden aangetoond. Het is echter mogelijk dat er, op basis van andere wet- en regelgeving, toch een onderzoeksverplichting

geldt. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de CROW publicatie 132 'Werken in of met verontreinigde grond en verontreinigd (grond)water’. Wanneer uit deze onderzoeken blijkt dat sprake s van een verontreiniging, mag de grond of baggerspecie niet zomaar worden terugge-

plaatst. Dit in verband met de zorgplicht van artikel 13 Wet bodembescherming. Deze zorgplicht, in relatie tot tijdelijke uitname, betekent feitelijk dat wanneer men aanwijzingen heeft (bijvoorbeeld op basis van bekende onderzoeksgegevens of zintuiglijke waarnemingen) dat met het te-

rugplaatsen van tijdelijk uitgenomen grond of baggerspecie de milieuhygiënische kwaliteit van de (water)bodem, het grondwater of het oppervlaktewater zou kunnen verslechteren, er maatregeen dienen te worden getroffen om dit te voorkomen.

Naast het niet hoeven aantonen van de milieuhygiënische kwaliteit, hoeft het tijdelijk uitnemen, eventueel op de locatie opslaan en terugplaatsen van grond of baggerspecie ook niet te worden

gemeld in het kader van het Besluit bodemkwaliteit. 21.14

Tijdelijke uitname onder de Omgevingswet Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet valt het tijdelijk uitnemen van grond of baggerspecie niet onder de milieubelastende activiteit ‘toepassen van grond of baggerspecie’ (artikel 3.2.26 van het Bal), maar onder de milieubelastende activiteit ‘graven in bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde (artikel 3.2.21 van het Bal). Het is toegestaan om de ontgraven grond na afloop van het werk weer terug te plaatsen in de

oorspronkelijke bodem. Daarvoor gelden de volgende voorwaarden: * _ De grond heeft geen bewerking ondergaan, anders dan het uitzeven van bodemvreemd materiaal;

e _ Hetterugplaatsen vindt plaats op of nabij het ontgravingsprofiel. De aanduiding ‘op of

nabij’ geeft aan dat er enige speelruimte is, waarbij de afbakening van geval tot geval kan verschillen;

Het terugplaatsen vindt plaats onder dezelfde omstandigheden. Er is bijvoorbeeld geen sprake van terugplaatsen onder dezelfde omstandigheden, als grond van boven de grondwaterspiegel wordt teruggeplaatst naar onder de grondwaterspiegel (of omgekeerd).

Blad9svan

113

Nota

bodembeheer

Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond projectnummer 0474045100 12 juli 2022 revisie 0

2 anteagroup 5

Omgevingsdienst IJmond

22

Bewijsmiddelen

27A

Algemeen De kwaliteit van grond en baggerspecie moet worden aangetoond met een milieuhygiënische verklaring. Het Besluit bodemkwaliteit kent voor grond en baggerspecie de volgende typen milieuhygiënische verklaringen:

*

Partijkeuring; Erkende kwaliteitsverklaring; Fabrikant-eigenverklaring: (Water)bodemonderzoek;

.

(Water)bodemkwaliteitskaart.

De eerste 3 typen milieuhygiënische verklaringen kunnen ook voor bouwstoffen worden gebruikt.

22.2

Gebruik van de bodemkwaliteitskaart

De bodemkwaliteitskaart mag als bewijsmiddel voor het aantonen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit van een partij vrijkomende grond worden gebruikt als aan beide onderstaande voorwaarden

a.

is voldaan:

Eris een historisch vooronderzoek (overeenkomstig de NEN 5725) uitgevoerd waarmee wordt onderbouwd dat er geen aanwijzingen zijn (zoals activiteiten welke tot bodemver-

ontreiniging geleid kunnen hebben) waardoor de daadwerkelijk bodemkwaliteit afwijkt van de bodemkwaliteit op de bodemkwaliteitskaart; b.

Erzijn geen overige bewijsmiddelen beschikbaar waarmee de milieuhygiënische bodem-

kwaliteit van de partij vrijkomende grond is bepaald (zoals een partijkeuring of bodemonderzoek).

Volgen er verdachtmakingen uit het vooronderzoek, dan kan de bodemkwaliteitskaart niet als bewijsmiddel worden gebruikt voor de milieuhygiënische kwaliteit van de vrijkomende grond. In dat geval dient de milieuhygiënische kwaliteit op een andere wijze te worden aangetoond. Hier-

voor kan gebruik worden gemaakt van één van de bewijsmiddelen zoals verderop beschreven in dit hoofdstuk.

Uitgesloten gebieden op de bodemkwaliteitskaart Uitgesloten gebieden zijn op de bodemkwaliteitskaart niet ingekleurd. Voor deze gebieden geldt

dat de bodemkwaliteitskaart niet kan dienen als bewijsmiddel voor de milieuhygiënische kwaliteit. De kwaliteit van een partij grond dient in dat geval op een andere wijze te worden aangetoond.

Een aantal locaties/gebieden binnen het beheergebied is uitgesloten van de bodemkwaliteitskaarten van de regio: De bodem onder oppervlaktewater;

Locaties met, of die verdacht zijn voor, een sterke bodemverontreiniging; Gesaneerde locaties in het kader van de Wet bodembescherming (specifiek voor wat betreft de ontgravingskaart); e _ Ook het grondwater is uitgesloten van de bodemkwaliteitskaartTerrein Tata Steel (voor-

malige Corus terrein); * _ Locaties waarvan wordt verondersteld dat de bodemkwaliteit heterogeen i (zoals voormalige stortlocaties, dan wel het bodemgebruik een belemmering vormt voor vrij grondverzet (verdachte locaties).

Blad95van 113

Nota bodembeheer

G

Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond

projectnummer 0474045100 12 juli 2022 revisie 0

anteagroup

Omgevingsdienst IJmond

Dit zijn locaties waar (bedrijfs)activiteiten hebben plaatsgevonden (of plaatsvinden) waarvan bekend is, of het vermoeden bestaat, dat de bodemkwaliteit op de betreffende locatie c.q. perceel

afwijkt van die van de omgeving. Deze locaties zijn, voor zover bekend, buiten beschouwing gelaten bij het opstellen van de bodemkwaliteitskaart. Het overzicht van uitgesloten locaties is dynamisch en hiervoor wordt verwezen naar de Omgevingsdienst. Derhalve is voorafgaand aan eventueel grondverzet altijd historisch onderzoek noodzakelijk. Voor de uitgesloten gebieden mag geen gebruik worden gemaakt van onderlig-

gende bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel voor het aantonen van de milieuhygiënische kwaliteit van een toe te passen partij grond en/of de ontvangende bodem. 22521

Het toepassen van grond met de bodemkwali

kaart als bewijsmiddel

Een bodemkwaliteitskaart mag alleen worden gebruikt bij grondstromen tussen voor locaties die onderdeel uitmaken van de bodemkwaliteitskaarten van het vastgestelde beheergebied. Dit geldt zowel voor de ontgravings- als de toepassingslocatie. Hiermee wordt voorkomen dat sterk

verontreinigde grond wordt afgegraven en elders (ongewenst) wordt toegepast en/of dat een eventuele sterke grondverontreiniging illegaal wordt afgedekt. Een tweede basisprincipe Ís dat grond nuttig toegepast moet worden (zie ook paragraaf 21.1). Het is niet toegestaan om zich van

grond te ontdoen als deze niet naar een erkend verwerker wordt getransporteerd. Als aan voornoemde basisprincipes is voldaan, werkt de bodemkwaliteitskaart als volgt: ©

De ontgraven grond uit gebieden met een kwaliteit vallend in de te verwachten ontgravingskwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde-AW2000]' mag overal worden toegepast. In bepaalde gevallen kan de bodemkwaliteitskaart niet worden gebruikt omdat de kwaliteit van de daar toe te passen grond moet zijn aangetoond met een partijkeuring, zie hiervoor de toepassingseisen in deel 1 van deze Nota;

* _ De ontgraven grond uit gebieden met een kwaliteit vallend in de te verwachten ontgravingskwaliteitsklasse ‘Wonen’ mag zonder aanvullend bewijsmateriaal worden toegepast in gebieden waarvan de toepassingseis de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ of ‘Industrie’

Ook hier gelden enkele uitzonderingen voor locaties met gevoelig bodemgebruik, zie deel 1 van deze Nota;

* _ De ontgraven grond uit gebieden met een kwaliteit vallend in de te verwachten ontgra-

vingskwaliteitsklasse ‘Industrie' mag zonder aanvullend bewijsmateriaal worden toegepast in gebieden waarvan de toepassingseis de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ is. Ook hier gelden enkele uitzonderingen, zie deel 1 van deze Nota. Zo zijn n de regio Zuid-Kenne-

merland-Jmond extra locaties aangewezen waar partijen met de kwaliteitsklasse ‘industrie’ mogen worden toegepast. Daarnaast is voor de bodemkwaliteitszones 'B1. Oud Volendam en Purmer’, 'B2. Wonen B en Oud Edam’ en ‘01. Wonen B, Oud Edam, Oud

Volendam en Purmer’ vastgelegd dat grond vanuit deze bodemkwaliteitszones voorafgaand aan de beoogde toepassing altijd moet worden gekeurd (zie hoofdstuk 6). Afhankelijk van de keuringsresultaten mag de grond worden toegepast of moet worden ge-

transporteerd naar een erkend verwerker. Als de toe te passen grond is gekeurd volgens de gestelde eisen van het Besluit,is de in de partij-

keuring vastgestelde kwaliteit Ieidend. Als uit de keuring/ bodemonderzoek blijkt dat de kwaliteit van de ontvangende bodem slechter is dan de bodemkwaliteitsklasse zoals die voor de bodem-

kwaliteitszone is vastgesteld, waarin de locatie is gelegen, geldt (ongeacht de vastgestelde bodemkwaliteitsklasse en mogelijk gevolgen voor de toepassingseis) de toepassingseis zoals deze is weergegeven op de toepassingskaarten.

Blad97van

113

Nota bodembeheer

Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond

projectnummer 0474045100 12 juli 2022 revisie 0

G anteagroup

Omgevingsdienst IJmond

Grond afkomstig van buiten het beheergebied als beschreven in de inleiding (paragraaf |.} moet voldoen aan de generieke toepassingseisen. Uitzondering hierop zijn de gebieden met vastge-

stelde lokale maximale waarden. Indien strenger, geldt het gebiedsspecifieke beleid in plaats van het generieke beleid (zie hoofdstuk 1 van deze Nota voor de LMW). 2229

Formulier ‘Vragenformulier NEN 5725’ Teneinde uit te sluiten dat de locatie van herkomst als ‘verdacht' ten aanzien van bodemveront-

reiniging moet worden bestempeld, dient voorafgaand aan grondverzet altijd een historisch onderzoek overeenkomstig de NENS725 te worden uitgevoerd. Om de procedure te vergemakkelij-

ken werken de deelnemende gemeenten met het ‘Vragenformulier NEN 5725'. Dit formulier kan zowel worden ingevuld door een bodemadviesbureau, als door bijvoorbeeld een initiatiefnemer, eigenaar of de gemeente. Het formulier wordt volledig ingevuld en ondertekend en wordt als bij-

lage bij de melding ‘Besluit bodemkwaliteit’ ingediend. In bijlage 3 is het formulier opgenomen. Het formulier is zodanig ingericht dat deze voldoet aan alle eisen aan vooronderzoek die zijn gesteld in de NEN

22.3

5725.

Overige erkende bewijsmiddelen Wanneer er geen gebruik mag worden gemaakt van een bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel,

dient de milieuhygiënische kwaliteit van een partij grond (of baggerspecie) en/of van de ontvangende bodem op een andere wijze te worden aangetoond: 1.

Partijkeuring;

2. 3. 4.

Erkende kwaliteitsverklaring; Fabrikant-eigen-verklaring: (Water)bodemonderzoek (waaronder in-situ partijkeuring).

In de navolgende paragrafen volgt per bewijsmiddel een korte toelichting. 22.3.1

Partijkeuring Een partijkeuring betreft een onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit, en daarmee de toepassingsmogelijkheden, van een partij grond of (gerijpte) baggerspecie die al dan niet is ontgraven.

Eisen

Aan een partijkeuring worden de volgende eisen gesteld (zoals onder andere ook blijkt uit artike!

4,3.3 van de Regeling bodemkwaliteit): * _ Een partij kan worden gekeurd in depot of in-situ; +

De partij grond (of baggerspecie) dient door een erkende monsternemer te worden be-

*

monsterd conform SIKB BRL 1000: VKB-protocol 10012; De voorbewerking van de monsters alsmede het laboratoriumonderzoek moeten worden verricht conform het accreditatieprogramma APO4 door een hiervoor erkend laboratorium.

Wanneer de grond of baggerspecie afkomstig is van een verdachte locatie dan dient de partij,

naast de parameters van het standaard analysepakket, tevens op de desbetreffende kritische parameters te worden

onderzocht.

21 Beoordelingsrichtlijn, met bijbehorend protocol, voor de monsterneming van partijen grond en baggerspecie (Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer)

Blad98van 113

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.heemstede.nl/api/v1/meetings/1501/documents/22918