CConstaterende datHeemstede
Koppel je AI →
Document · PDF

MRA verstedelijkingsconcept - versie 2.pdf

Gemeenteraad 24 juni 2021, gemeente HeemstedeBij agendapunt: 8: Verstedelijkingsstrategie Metropoolregio Amsterdam41.923 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

van de toekomst en besluitvorming over aanlanding

eilandenrijk Nationaal Park Nieuw Land/Marker Wadden).

de ontwikkeling van de stadsharten diverse

wind op zee en de rol van het Noordzeekanaalgebied

ondersteunende mobiliteitsmaatregelen uitgevoerd,

in het (inter)nationale energienetwerk. Dit besluit is

84

2031-2040: Start realisatie hybride energiesysteem, doorzetten van investeringen in leefkwaliteit en schaalsprongen mobiliteits- en watersysteem

Mobiliteit

Groenblauw raamwerk

Om de groei binnen de steden op te kunnen blijven

De uitvoering van grotere maatregelen van de integrale

vangen, moeten we blijven investeren in leefkwaliteit en

aanpakken van de veenweidegebieden, het watersysteem

bereikbaarheid in de steden. In het regionale net zullen in

in Gooi en Vechtstreek en de integrale systeemvisie

het begin van deze periode knelpunten rondom station

voor een klimaatrobuuste regio zal in deze periode

Schiphol moeten worden aangepakt om te voorkomen

beslag krijgen. Hierbij gaat het om gebieden inrichten

Wonen

dat het mobiliteitsnet vastloopt: de voorkeursvariant

voor piekwaterberging en omschakelen naar ander

In deze periode wordt ingezet op de bouw van 75.000

hierin is het doortrekken van de Noord/Zuidlijn naar

grondgebruik bijvoorbeeld op vlak van landbouw. De

woningen. In dit decennium zal de ingezette woningbouw

Schiphol en Hoofddorp. Dit maakt grootschalige

uitvoering van de landschapsopgaven loopt in deze

rond de OV-knooppunten en in de stadsharten worden

woningbouw mogelijk. Voorwaardelijk voor de grote

periode door, waarbij voor prioritering wederom de drie

gecontinueerd. De grote ontwikkellocaties (Haven-

ontwikkellocaties Haven-Stad en Almere is realisatie

denklijnen gehanteerd kunnen worden.

Stad, Almere Pampus) krijgen daarnaast een grotere rol

van twee metroprojecten in deze periode: sluiten kleine

in de woningbouwproductie. Een bepalende rol in de

metroring en de metroverbinding Almere-Amsterdam.

voortgang van de woningbouw speelt het op tijd gereed

Deze maatregelen wordt nog verder onderzocht in de

krijgen van de benodigde investeringen in mobiliteit.

MIRT-trajecten ZWASH en Amsterdam Bay Area. In het

Voorlopig wordt voor Haven-Stad en de verdere

wegverkeer zal het deels verleggen van de ringweg in

ontwikkeling van Almere (w.o. Pampus) al in het begin

de MRA (afhankelijk van de uitkomst van het onderdeel

van deze periode het kantelpunt voorzien. Dit wordt

‘Redesign Wegennet’ van programma Samen Bouwen

nog verder uitgezocht in de MIRT-trajecten ZWASH en

aan Bereikbaarheid) uitvoering moeten krijgen.

Amsterdam Bay Area. Gebiedsontwikkelingen worden

Daarnaast zijn er mogelijk aanvullende maatregelen uit

ook in deze periode vanzelfsprekend integraal (inclusief

het Multimodaal Toekomstbeeld die in deze periode

inzet op duurzaamheidsopgaven) aangepakt.

uitvoering moeten krijgen.

Economie

Energie

In deze periode zal wederom het grootste deel

De periode van 2030-2050 staat in het teken van het

van de banengroei landen aan de zuidzijde van

uitvoeren van de aanleg van een hybride energienetwerk

Amsterdam. De transities op het gebied van energie

gekoppeld aan ruimtelijk-economische ontwikkelingen.

en circulaire economie zullen in deze periode in

In deze periode zullen ook grote ontwikkelingen ten

het Noordzeekanaalgebied om ruimte vragen. Net

behoeve van de (inter)nationale energietransitie

als de woningbouwontwikkeling in Haven-Stad,

gerealiseerd worden. Welke dat voor de regio zijn, hangt

Achtersluispolder en Beverwijk. De bedrijvenstrategie

af van de besluitvorming daarover.

zal ertoe moeten bijdragen dat deze ontwikkeling wordt gefaciliteerd. Het versterken van de werkmilieus in de stadsharten van de MRA zal ook in deze periode verdere inzet vragen.

85

2041-2050: Vervolg uitvoeren hybride energiesysteem, doorzetten van investeringen in leefkwaliteit en schaalsprongen mobiliteits- en watersysteem

Energie De ontwikkelingen in deze periode zijn in grote mate een voortzetting van de in de vorige periode ingezette systeemsprongen. Groenblauwe raamwerk

Wonen

De ontwikkelingen in deze periode zijn in grote mate

In deze periode wordt de bouw van nog eens 75.000

een voortzetting van de in de vorige periode ingezette

woningen voorzien. Nog meer dan in het vorige

maatregelen in het watersysteem en bijbehorende

decennium komt de nadruk te liggen op de grote

consequenties als ander landgebruik. De uitvoering van

ontwikkellocaties. Naar verwachting zal de kwalitatieve

de landschapsopgaven loopt in deze periode door, waarbij

vraag betekenen dat woningbouw zich in deze periode

voor prioritering wederom de drie denklijnen gehanteerd

richt op aanvulling op het bestaande aanbod en zich

kunnen worden.

met name concentreren op stedelijke woonmilieus en woningen voor kleinere huishoudens. Economie De ontwikkeling ingezet in de vorige periode zet zich voort. Belangrijke onzekerheden op deze lange termijn zijn de ontwikkeling van de luchtvaart en de ontwikkeling van grote industrie in de regio. Mobiliteit Door de schaalspronginvesteringen in o.a. het metronet komt er ruimte in het systeem om verder te groeien. Op termijn kan verdere ontwikkeling leiden tot de noodzaak om aanvullende maatregelen te nemen in het stedelijke en regionale mobiliteitssysteem. In diverse lokale omgevingsvisies zijn daartoe bereikbaarheidsmaatregelen genoemd als stip op de horizon, waarvoor nog geen concrete plannen zijn. Bij actualisatie van de Verstedelijkingsstrategie zal onderzocht moeten worden welke aanvullende maatregelen op termijn nodig zijn.

86

5.3

Faseringsvraagstukken

Op dit moment zijn er nog diverse faseringsvraagstukken onbeantwoord: vraagstukken waarbij het antwoord van invloed is op de fasering. Voor enkele vraagstukken verwachten we voor versie 3 mogelijk meer inzicht te hebben. Voor andere vraagstukken zal het langer duren voor er zicht is op antwoord, omdat er eerst meer onderzoek nodig is, of omdat het gaat om een maatschappelijk debat met ongewisse uitkomst.

87

6. Van concept naar uitvoering 88

6.1

Van concept naar uitvoering

[nog in te vullen]

Rijk en regio spreken ook af dat dit Verstedelijkingsconcept als gezamenlijk kader dient bij

Rijk en regio spreken af om gezamenlijk te werken aan:

andere relevante bestuurlijke tafels waar rijk en regio

•

Het verwezenlijken van de metropolitane

samenwerken, en daar onderwerpen agendeert. Namelijk:

energietransitie met het Noordzeekanaalgebied als

•

de Omgevingsagenda Noordwest-Nederland

spil

•

tafel 1, opgave x

Het realiseren van een robuust, veerkrachtig en

•

tafel 2, opgave y

•

klimaatbestendig watersysteem in stad en regio •

•

Openhouden en versterken van de groene scheggen

Over een aantal onderwerpen maken MRA-

en de metropolitane landschappen, mede in het licht

partners onderling afspraken, zonder betrokkenheid

van de toenemende recreatieve druk

van het Rijk. Voor een deel gaat dat om ambities

enz

bij uitvoeringsprojecten en voor een deel om

(afleiden uit wat nu genoemd is onder gebiedsparagraaf

uitwerkingsopgaven:

Amsterdam en de opgaven van bijlage 1, herkenbaar

•

uitvoering x

gerelateerd aan de integrale lijnen door het hele stuk

•

uitwerking y

heen) Introduceren monitoringssysteem om de voortgang te Tegelijk met het vaststellen van de

volgen en de samenhang te borgen.

Verstedelijkingsstrategie in BO-MIRT 2021 maken Rijk en regio concrete afspraken over de uitwerking en uitvoering op korte termijn, in aanvulling op reeds gemaakte afspraken in BO-MIRT van 2020. Gemaakte afspraken en concept-afspraken voor 2021 worden opgenomen in de bijlage. Deze afspraken zijn gericht op: •

uitvoering x

•

uitwerking y

89

Bijlage 90

Bijlage A

Opgaven

De teksten in deze bijlage bevatten de ‘opgaven’ waar de Verstedelijkingsstrategie een antwoord of oplossingsrichting voor formuleert. Ze zijn op 13 mei 2020 vastgesteld in de Stuurgroep voor de Verstedelijkingsstrategie. De kern van de opgave voor het Verstedelijkingsconcept, als eerste stap op weg naar een complete Verstedelijkingsstrategie, is het faciliteren van stedelijke ontwikkelingen (voor wonen, werken, voorzieningen en recreatie) in samenhang met regionale systemen voor mobiliteit, energie, water en ecologie. Dit ten dienste van het centrale doel van de Verstedelijkingsstrategie als geheel: de ontwikkeling van een duurzame en sociaal-maatschappelijk en economisch sterke metropoolregio op middellange en lange termijn, in aansluiting op het regionale DNA. De systemen voor mobiliteit, energie, water en ecologie kennen elk hun eigen opgaven. Dat geldt ook voor de onderdelen van de verstedelijkingsopgave zelf: wonen, werken, voorzieningen en recreatie. Deze opgaven zijn belegd in afzonderlijke beleidstrajecten. Ontwikkelingen, keuzes en investeringen in deze vier systemen werken door in de mogelijkheden voor verstedelijking en andersom. Ze kunnen elkaar versterken, maar kunnen ook schuren of wederzijds voorwaarden stellen. Voor sommige opgaven is de koers binnen het betreffende beleidsveld al relatief ver uitgewerkt.

Rond andere opgaven bestaat nog veel onzekerheid en wordt volop onderzoek gedaan naar mogelijke oplossingsrichtingen. Het Verstedelijkingsconcept brengt al deze opgaven bij elkaar in een samenhangend ontwikkelingsbeeld voor stad en landschap. Om te komen tot een complete Verstedelijkingsstrategie, wordt dat ontwikkelingsbeeld vervolgens uitgewerkt in de fasering en investeringsstrategie. Deze bijlage benoemt de opgaven ontstaan op het raakvlak van de verstedelijking en elk van de vier systemen. Die zijn in hoge mate bepalend voor de keuzes die in het Verstedelijkingsconcept zijn en worden gemaakt.

91

1. Verstedelijkingsopgaven

hier niet in meegenomen. Onderzoek naar de mogelijke

dat beperkingen als gevolg van economische druk,

effecten vindt de komende periode plaats.

milieuhinder of de impact van de klimaatverandering niet vooral bij specifieke groepen terecht mogen komen.

Keuzes op korte termijn (tot 2030) zetten de toon voor de aanpak van de verstedelijkingsopgave voor wonen,

De geprognosticeerde economische groei, uitgedrukt

Dat leidt tot de opgaves om:

werken en voorzieningen. De manier waarop de groei

in arbeidsplaatsen (banen groter dan 12 uur per week),

•

de komende tien jaar gestalte krijgt heeft gevolgen

bedraagt 230.000 tot 2040. Vanaf ongeveer 2030 lijkt de

groter deel van de regionale woningmarkt voor

voor de leefbaarheid en de kansengelijkheid tot ver

groei af te vlakken, vooral als gevolg van de vergrijzende

minder draagkrachtige huishoudens tegen te

daarna. Het verstedelijkingsconcept moet voorzien in de

bevolking. De huidige inschatting is dat de groei tussen

gaan, onder meer door te zorgen voor voldoende

ruimtebehoefte op een wijze die:

2040 en ’50 nog 40.000 arbeidsplaatsen bedraagt. De

betaalbare woningen en een evenwichtige spreiding

•

divers, leefbaar en sociaal-inclusief is,

opgave is om hier ruimte voor te vinden, passend bij de

•

de internationale concurrentiekracht vergroot,

aard van de bedrijvigheid. De ontwikkeling vindt zoveel

•

de samenhang met en kwaliteit van het omliggend

mogelijk plaats in gemengde binnenstedelijke woon-

achteruit gaan (bijvoorbeeld door een eenzijdige

landschap versterkt.

werkmilieus, geconcentreerd rond knooppunten van

bevolkingssamenstelling of woningvoorraad) en deze

openbaar vervoer.

tendens doorbreken waar die zich al voordoet,

De bouw van 325.000 woningen tot 2050

de groeiende ontoegankelijkheid van een steeds

daarvan, •

•

te voorkomen dat wijken in kansrijkheid

te bevorderen dat voor alle inwoners de dagelijkse

Het kwantitatieve woningbouwprogramma bestaat

Borgen van een goede leefbaarheid

voorzieningen en passende werkgelegenheid ofwel

volgens de prognose van 2020 uit 325.000 nieuwe

De zorg voor een goede leefbaarheid is een permanente

nabij zijn, ofwel op een snelle en betaalbare manier

woningen (exclusief de vervanging van te slopen

opgave die geldt voor het gehele grondgebied van de

te bereiken zijn (het voorkómen en bestrijden van

woningen) in de volgende fasering:

metropoolregio. Deel van de opgave is om voor alle

vervoersarmoede).

•

175.000 voor 2030,

inwoners van de regio eenzelfde niveau van leefbaarheid

•

75.000 tussen 2030 en 2040,

te borgen. Dat gaat bijvoorbeeld om de kwaliteit van de

Een opgave die zich op korte termijn lijkt aan te dienen,

•

75.000 tussen 2040 en 2050.

openbare ruimte, een voldoende voorzieningenniveau, de

is het voorkómen van energiearmoede. Die ontstaat

Er is ruim voldoende plancapaciteit beschikbaar om te

gezondheid van de omgeving en de beschikbaarheid en

als minder draagkrachtige bevolkingsgroepen niet

voorzien in het woningbouwprogramma tot 2030, ook

robuustheid van voldoende groen in de wijken en op korte

kunnen investeren in bijvoorbeeld warmtepompen en

als een deel van die locaties vertraging oploopt in de

afstand ervan.

zonnepanelen, en de traditionele energievoorziening

uitwerking of uitvoering of als de prognose naar boven

(aardgas, stroom van het net) duurder wordt.

moet worden bijgesteld (er is capaciteit voor minstens

Sociaal-inclusief bouwen

130% van de behoefte).

Kansengelijkheid is een belangrijk kenmerk van

We voeren op dit moment een analyse uit naar de sociaal-

een evenwichtige metropoolregio zonder grote

maatschappelijke effecten van verschillende vormen van

Ruimte bieden aan de groei van werkgelegenheid

sociaaleconomische verschillen tussen gebieden.

verstedelijking. De resultaten van die analyse worden

De Metropoolregio Amsterdam is een van de economisch

Kansengelijkheid betekent bestaanszekerheid voor

bij de Verstedelijkingsstrategie betrokken zodra ze

sterke regio’s in Nederland. Dit is zichtbaar in een hoge

alle inwoners. Processen van sociale en economische

beschikbaar zijn.

werkgelegenheidsgroei. Aangenomen wordt dat die de

uitsluiting moeten worden voorkomen en bestreden. Voor

komende twintig jaar zal doorzetten. Deze aanname is

zover daar ruimtelijke oorzaken aan ten grondslag liggen,

Integraal maatwerk in de stedelijke vernieuwing

onderbouwd en uitgewerkt in het RO/EZ-kader (in de

moet de verstedelijkingsstrategie bijdragen aan het

De komende jaren spitst de stedelijke-

bijlagen). Economische effecten van de coronacrisis zijn

wegnemen van die oorzaken. Dat betekent bijvoorbeeld

vernieuwingsopgave voor Rijk en regio zich toe op vier

92

gebieden waar een combinatie en cumulatie van opgaven

Bouwen van uitbreidingswijken aan de rand van de stad

Almere. Daarnaast lijkt de transitie naar een circulaire

optreedt: Amsterdam Zuidoost, Amsterdam Nieuw-West,

tot circa 2035

economie te leiden tot een ruimtevraag voor bedrijven die

Lelystad Oost en Zaandam Oost. Die opgaven liggen

De voorkeur voor het bouwen op binnenstedelijke

bijvoorbeeld materialen opslaan en geschikt maken voor

(verschillend per gebied) op het terrein van onderwijs,

locaties neemt niet de noodzaak weg om ook buiten

hergebruik. Deze kunnen zowel in het havengebied als op

werk/armoede/inclusie, veiligheid/ondermijning, wonen

bestaand stedelijk gebied te bouwen. Hiervoor liggen

deze bedrijventerreinen een plaats vinden.

en gezondheid. De vier gebieden maken deel uit van het

kansen op afgesproken locaties1 aan de randen van

interbestuurlijke programma Leefbaarheid en Veiligheid.

steden, aan de westflank van Haarlemmermeer en in

Behouden en creëren van recreatief aantrekkelijke

Hierin werkt de rijksoverheid samen met decentrale

Flevoland – in Almere en Lelystad is het landschappelijk

landschappen

overheden aan een langjarige maatwerkaanpak per

casco al bij de aanleg afgestemd op de toekomstige bouw

Geschat wordt dat de recreatiebehoefte van de inwoners

gebied. Deze aanpak zal de komende jaren verder gestalte

van nieuwe stadswijken met verschillende woon- en

tot 2050 met meer dan 30% zal toenemen, vanwege de

krijgen. De stedelijke vernieuwing in de Metropoolregio

woonwerkmilieus.

bevolkingstoename en de vergrijzing. De groei van het

beperkt zich niet tot de vier genoemde wijken. Ook in

toerisme en de wens om dit meer te spreiden vergroten de

andere wijken en buurten wordt maatwerk geleverd, maar

Deze nieuwe wijken bieden onder meer ruimte voor

drukte verder. Deze recreatief-toeristische druk beperkt

buiten de samenwerking in het programma Leefbaarheid

de behoefte aan eengezinswoningen, waarvan er in

zich niet tot de aangelegde recreatiegebieden, maar zien

en Veiligheid om.

de periode tot en met circa 2030 nog relatief veel

we ook terug in agrarische gebieden, in natuurgebieden,

nodig zijn. In de periode daarna zal de aanvullende

aan de kust en op het water. Het kan leiden tot spanning

Hittestress verminderen

nieuwbouwvraag zich, nog meer dan nu, richten op één-

met andere functies van het landschap (zoals natuur en

Hitte vormt een steeds groter gezondheidsrisico, vooral in

en tweepersoonshuishoudens die dichtbij voorzieningen,

landbouw) en tot hogere beheerlasten.

de stad. Bij een hittegolf ontstaan temperatuurverschillen

werk en OV-knooppunten willen wonen.

tot wel acht graden tussen verstedelijkt en landelijk

Dit leidt tot de opgave om recreatief aantrekkelijke

gebied. Dat komt doordat de warmte van de zon ’s nachts

Permanente beschikbaarheid van voldoende

landschappen te behouden én te creëren. Dit kan

blijft hangen in gevels en verharding, en het tegenwicht

ongemengde bedrijventerreinen

niet los worden gezien van de woningbouwopgave.

van groen, water en wind in de stad relatief schaars is. De

Transformatie van bedrijventerrein tot nieuw gemengd

Woningbouw moet gepaard gaan met samenhangende

stad verandert in een hitte-eiland. Stedelijke verdichting

woon-werkmilieu betekent onder meer dat bestaande en

investeringen in meer en betere recreatiemogelijkheden

vergroot dit probleem als geen verkoelende maatregelen

nieuwe bedrijvigheid in deze nieuwe wijken kan worden

in en rond steden, inclusief middelen voor het beheer.

worden getroffen. Voorbeelden van zulke verkoelende

geïntegreerd. Er zal echter behoefte blijven bestaan aan

Afhankelijk van het gebied kan het gaan om de aanleg

maatregelen zijn het creëren van meer schaduw in de

bedrijventerreinen zonder woningbouw. Niet alle types

van nieuwe recreatiegebieden of voorzieningen, of

stad en meer ruimte voor groen en bewegend water,

bedrijven lenen zich immers voor menging met wonen,

het verbeteren van de kwaliteit, bereikbaarheid en

zowel in het openbaar domein (parken, plantsoenen,

bijvoorbeeld vanwege hun volume, milieueffecten,

toegankelijkheid van bestaande landschappen. Waar

groenstroken) als in het private domein (inwoners en

verkeersintensiteit of uitstraling, dus niet ieder

mogelijk worden daarbij combinaties gelegd met andere

bedrijven stimuleren om daken of verharde tuinen

bedrijventerrein leent zich voor transformatie. Menging

opgaven in het landschap, zoals die voor biodiversiteit

te vergroenen). Op een groter schaalniveau kunnen

met andere functies (water, groen) is vaak wel denkbaar en

en waterberging. Een belangrijke rol kan zijn weggelegd

stedenbouwkundige keuzes helpen om verkoelende wind

kan de kwaliteit verhogen. In de regio is in vier gemeenten

voor de ondersteuning van agrariërs in de transitie naar

uit het buitengebied diep de stad in te laten waaien.

substantiële ruimte voor nieuwe aanleg van dit soort

extensivering en kringlooplandbouw met een grotere

terreinen (los van de haven- en luchthavengebonden

nadruk op groene diensten, in ruil voor een redelijke

terreinen): Haarlemmermeer, Purmerend, Lelystad en

vergoeding.

1

Opgenomen op de kaart MRA Wonen tot 2030 eerder in dit hoofdstuk

93

2. Verstedelijking en het mobiliteitssysteem

mobility, (verkeers-)veiligheid, klimaat, gezondheid,

het mobiliteitssysteem. De verschillende modaliteiten

energie en duurzaamheid bij het aanpakken van de

moeten goed op elkaar aansluiten, onder meer door de

bereikbaarheidsopgaven?

ontwikkeling van ‘multimodale hubs’.

De opgave rond mobiliteit in relatie tot verstedelijking is een netwerkopgave: het opbouwen van een

Bestuurlijk is een eenduidige richting gekozen om deze

Er is een samenhang tussen deze netwerkopgave en de

mobiliteitsnetwerk waarin de verschillende

opgaven te beantwoorden: polycentrische verstedelijking

opgave om sociaal-inclusief te bouwen. Mobiliteit is een

vervoerssoorten en de verschillende schaalniveaus zijn

in de metropoolregio, met het verdichten en ontwikkelen

voorwaarde om aan het dagelijkse maatschappelijke leven

geïntegreerd, en dat de bereikbaarheid, leefbaarheid en

van Amsterdam, de internationale corridor (Hoofddorp-

te kunnen deelnemen. Als mensen daar onvoldoende

duurzaamheid in de metropoolregio versterkt.

Schiphol–Zuidas, door te trekken richting Amstelstation

in slagen, bijvoorbeeld omdat betaalbare woningen te

en Amsterdam Zuidoost), grote verstedelijkingslocaties

veraf liggen van voorzieningen en werklocaties voor

De samenhang tussen de ontwikkeling van het

(met Haven-Stad en Amsterdam Bay Area) en stedelijke

praktisch en middelbaar geschoolden en inactieven, is

mobiliteitssysteem en de verstedelijking wordt uitgewerkt

knopen (met Haarlem, Zaandam, Lelystad, Purmerend,

sprake van vervoersarmoede. De netwerkstrategie kan

in het programma SBaB van Rijk en regio (Samen Bouwen

Hilversum; naast de knopen Hoofddorp en Almere die in

bijdragen aan het verkleinen van de verschillen binnen

aan Bereikbaarheid). Aan SBaB zijn de volgende opgaven

de hiervoor genoemde gebieden liggen).

de metropoolregio en vormt daarmee een belangrijk puzzelstuk om te werken aan een evenwichtige en

verbonden: •

•

•

•

•

Hoe zorgen we ervoor dat investeringen in de

Bij deze keuze groeit het gebruik van alle vervoerssoorten,

bereikbaarheid (voor zowel de korte als lange termijn)

en dan vooral het openbaar vervoer. Om die groei te

de concurrentiekracht van de MRA maximaal

faciliteren, moeten de ‘draaischijven’ (de ringstructuren in

versterken? En hoe beperken we de economische

de regio voor het wegverkeer en het openbaar vervoer)

verlieskosten als gevolg van hinder en vertraging?

blijven functioneren. Daartoe zijn in het BO MIRT 2019 de

Hoe houden we de huidige en toekomstige

volgende systeemopgaven vastgesteld:

economische toplocaties van de MRA bereikbaar op

•

sociaal-maatschappelijk sterke metropool.

3. Verstedelijking en het energiesysteem

Het versterken van zowel het (inter)nationaal

Het energiesysteem groeit uit tot een factor van betekenis

een manier die past bij de huidige en toekomstige

spoorvervoer als het regionaal en stedelijk openbaar

bij locatiekeuzes voor stedelijke en economische

functies en gebruikers van deze locaties?

vervoer in en om Amsterdam.

ontwikkeling. Nu al is het van belang om nieuwe bedrijven

Hoe accommoderen we de urgente

Het verbeteren van de robuustheid en doorstroming

en voorzieningen met een grote energiebehoefte nabij

woningbouwopgave (onder andere voor de grote

•

van het wegennet in de metropoolregio: het

de hoofdverbindingen in het energienet te plaatsen.

verdichtingslocaties) in de MRA zodanig dat een

functioneren van de A10 en het versterken van

De opgave rond het energiesysteem komt neer op het

aantrekkelijk, vraaggericht woningaanbod wordt

de tweede ring in samenhang met de sterke

realiseren van een geïntegreerd hybride energienetwerk

gerealiseerd op bereikbare en leefbare locaties?

verstedelijking aldaar.

(dat gebruik maakt van verschillende duurzame bronnen,

Hoe zorgen we voor een goed functionerend,

kleinschalige energiewinning tot op buurtniveau

vraaggericht Daily Urban System van de MRA

Deze ontwikkelingsrichting draagt bij aan het creëren

en omgeving met aandacht voor reistijd,

van een zo groot mogelijke onderlinge nabijheid van

betrouwbaarheid en beleving?

wonen, werken en voorzieningen in stedelijke gebieden,

De transitie naar een duurzame energievoorziening vraagt

Hoe benutten en versterken we de ambities

op locaties die goed ontsloten zijn per openbaar vervoer.

om slimme en innovatieve oplossingen. Die zijn volop in

van Rijk, MRA, bedrijven en maatschappelijke

Dat beperkt de groei van de autopendel. Ook fietsverkeer

ontwikkeling. Hoe die er uiteindelijk uit zullen zien, hangt

organisaties met betrekking tot innovatie, smart

is een integraal onderdeel van de ontwikkeling van

samen met factoren als de ontwikkeling van de techniek,

integreert en een stabiele energievoorziening waarborgt).

94

de internationale energiemarkt, handelsverdragen

Dat leidt tot de opgave om bestaand ruimtegebruik

reden is een van de bestuurlijke uitgangspunten dat het

enzovoort.

te structureren, transformeren en intensiveren, en om

Noordzeekanaalgebied hét knooppunt voor duurzame

nieuwe ruimte te creëren. Over hoeveel hectares het

energie in de Metropoolregio moet worden. Dat sluit

Het energiesysteem van de toekomst benut niet alleen

gaat en welke eisen daaraan worden gesteld, hangt

aan op de Nationale Omgevingsvisie, die stelt dat bij de

andere bronnen, maar heeft ook een grotere capaciteit

af van keuzes die voor een belangrijk deel nu nog niet

aanlandingsplekken actief ruimte wordt geboden aan

op het elektriciteitsnet nodig. Elektrische mobiliteit,

gemaakt kunnen worden, maar waar wel op moet worden

(nieuwe) energie-intensieve industrie. Die keuze neemt

Internet of Things (het 5G-netwerk) en andere factoren

geanticipeerd.

niet weg dat ook in Flevoland grote hoeveelheden windenergie worden opgewekt en dat ook daar goede

zullen de vraag naar stroom opdrijven en de druk op het elektriciteitsnet vergroten. De mate waarin is onzeker;

Deels gaat het om het creëren van nieuwe ruimte voor het

kansen liggen voor energiegerelateerde functies en grote

netbeheerders gaan uit van een groei met 3% per jaar.

energiesysteem. De Regionale Energiestrategie die rond

energieverbruikers.

Alleen al om te voorzien in de stroombehoefte van nieuwe

deze tijd wordt samengesteld, zal uitspraken doen over

datacenters is een benodigde capaciteit geraamd van

zoekgebieden, met 2030 als richtjaar en een doorkijk naar

De windparken in en om de regio leveren aan het

2500 MVA (mega-volt-ampère) in 2030. Ter vergelijking:

2050.

hoofdnet voor elektriciteit, maar andersom is de regio ook afhankelijk van het hoofdnet om een stabiele

het jaarlijkse gebruik van de gemeente Amsterdam ligt nu rond de 900 MVA. Het huidige net biedt vrijwel geen

Grote energievragers zullen bovendien via korte lijnen

energievoorziening te waarborgen, ook als wind en zon

ruimte voor die extra capaciteit.

op de hoofdverbindingen in het nationale energienet

tijdelijk minder opleveren. Beide functies (toevoer en

moeten worden aangesloten. Deze hoofdstructuur

afvoer) vragen versterking van de transportcapaciteit,

Momenteel zijn netbeheerders verplicht om nieuwe

voor energie bestaat uit de bestaande 380kV-

waarbij vooral de hoofdverbinding voor stroom tussen

stedelijke en economische functies aan te sluiten

hoogspanningsleidingen, de uitbreiding daarvan met

het Noordzeekanaalgebied en Groningen kansen

op het energienet, ongeacht aard of locatie. Iedere

een leiding door Noord-Holland richting Groningen

oplevert. Momenteel wordt ook gedacht aan doorvoer

ontwikkeling betekent een uitbreiding of verruiming van

als daarvoor wordt gekozen, en de aardgasleiding uit

van elektriciteit uit windenergie die aan land komt

dat net. Dat leidt tot grote investeringen. Dit geldt in het

Groningen die in de toekomst omgevormd lijkt te kunnen

nabij de Eemshaven in Groningen, via Flevoland. De

bijzonder voor zware energievragers als industrieën en

worden tot een transportleiding voor waterstof. Ook ligt er

aanwezigheid van een tweede hoofdverbinding tussen

datacenters. De verwachting is dat die investeringen in

een opgave voor de aanleg en uitbreiding van het CO2-

de Metropoolregio Amsterdam en Groningen versterkt

de toekomst niet langer zonder meer mogelijk zijn, en

netwerk. Dat moet voorzien in afvang, opslag en gebruik

die structuur verder: de hoofdleiding voor aardgas, die

dat de energieinfrastructuur daarom een belangrijke rol

in de tuinbouw en door de industrie. Op regionaal niveau

vanaf 2030 op grote schaal voor waterstof lijkt te kunnen

gaat spelen in de keuzes voor stedelijke en economische

speelt de opgave voor de uitbreiding van het regionaal

worden gebruikt.

ontwikkelingen (net zoals mobiliteit en water).

warmtenet.

Anticiperen op een ruimtelijk sturend hoofdnet voor

Versterken en benutten van de hoofdstructuur in het

energievoorzieningen (ook voor bijvoorbeeld opslag van

duurzame energie

energienet tussen het Noordzeekanaalgebied en

elektriciteit en conversie) en vestigingskansen voor grote

De ruimtelijke opgave die verbonden is aan de

Groningen

energieverbruikers. Bestaande voorzieningen zoals de

energietransitie, draait voor een belangrijk deel om

Bij de monding van het Noordzeekanaal wordt op zee

Máximacentrale in Lelystad en initiatieven van bestaande

een ruimtebehoefte voor opwekking, opslag, transport

opgewekte windenergie geschakeld aan het (inter)

grote energieverbruikers zoals Tata Steel zijn daar

en conversie, en om het afstemmen van stedelijke en

nationale hoofdnet voor energie. Vandaaruit wordt deze

belangrijk bij.

economische ontwikkelingslocaties op het energienet.

energie verder verspreid over de regio en verder. Om die

Deze hoofdstructuur levert een ruimtebehoefte op voor

95

Toewerken naar een geïntegreerd hybride systeem dat

energielevering mogelijk te maken. Dit vereist niet

verschillende duurzame bronnen integreert

alleen aanpassing van de laagspanningsnetten, maar

Bestuurlijk is het uitgangspunt vastgesteld op een inzet

ook van een marktmodel dat uitwisseling mogelijk

om energieneutraal of energieleverend te ontwikkelen.

maakt.

3.4 Verstedelijking en het systeem van water en bodem Veel opgaven op het raakvlak van verstedelijking en

De energietransitie zal daarnaast doorwerken in de

Bij deze overgang naar een duurzaam energiesysteem

het systeem van water en bodem komen voort uit de

bestaande woningvoorraad. Op het schaalniveau van

moet worden gewaakt voor het ontstaan van

noodzaak om de regio te wapenen tegen de gevolgen van

de wijk en buurt en hoger, is de opgave om te komen

energiearmoede.

de klimaatverandering. Dat gaat vooral om bescherming tegen wateroverlast en overstromingen, en de

tot een ‘hybride energiesysteem’. Zo’n hybride systeem integreert verschillende bronnen, koppelt vraag en

Aanleg van een vierde hyperconnectiviteitshub voor

permanente beschikbaarheid van voldoende zoetwater,

aanbod en voorziet in opslag in één systeem. Dat

datacenters

ook bij langdurige droogte. Klimaatadaptiviteit en

moet een geïntegreerd systeem zijn; het ontstaan of

De ruimtebehoefte voor datacenters is geraamd op 250

waterrobuustheid moeten vanzelfsprekende onderdelen

voortbestaan van parallelle systemen (zoals een gasnet

hectare tot 2030, uitgaand van enkellaags bouwen.

worden van ruimtelijke keuzes voor stad en land. Ook

en een warmtenet) is niet wenselijk. In een hybride

Deze oppervlakte komt overeen met de benodigde

de bodemsoort en bodemkwaliteit worden meer dan

energiesysteem worden korte ketens gelegd tussen

stroomcapaciteit van 2500 MVA. Van de 250 hectare

voorheen sturend voor het ruimtegebruik. Dat speelt

leveranciers en afnemers van stroom en warmte. Het

zal naar verwachting 60% gebruik willen maken van

in het bijzonder in gebieden waar bodemdaling moet

onderscheid tussen beide vervaagt.

hyperconnectiviteit. Op dit moment is dat beschikbaar

worden vertraagd of tegengegaan en bij de toekomst van

op drie locaties in de regio: Schiphol Rijk, Amsterdam

de grondgebonden landbouw.

De overgang naar zo’n geïntegreerd hybride

Zuidoost en Amsterdam Science Park. Voor de toekomst

energiesysteem vraagt nog veel denkkracht en innovatie.

is dat niet voldoende.

Onderzoek daarnaar door onder meer TNO staat in

Een vierde hyperconnectiviteitshub vraagt om een extra

De klimaatverandering manifesteert zich in deze regio

de steigers. Net als voor het hoofdnet geldt dat er een

load pocket (een uitbreiding op het elektriciteitsnet

misschien wel het duidelijkst in het watersysteem. Het

ruimtelijk sturende werking van kan uitgaan: ruimte

waarmee een datacenter kan worden gevoed). De

systeem is in zijn huidige vorm niet berekend op de

creëren, structureren, intensiveren en transformeren.

realisatietermijn daarvan bedraagt zeven tot tien jaar.

grotere extremen waar de regio mee te maken krijgt. Dat

Elementen die op wijk- en buurtniveau een rol spelen, zijn:

Daarnaast zijn forse investeringen nodig door het

gaat zowel om langdurige droogte als hevige neerslag.

•

isolatie en andere vormen van energiebesparing in de

bedrijfsleven in digitale infrastructuur. Uit onderzoek komt

Het watersysteem moet veerkrachtiger en robuuster

bestaande voorraad.

een voorkeur naar voren voor een locatie bij Almere-

gemaakt worden.

het gebruik van lagetemperatuurwarmte uit

Zeewolde, maar ook een alternatief in IJmond is nog in

duurzame bronnen voor warmtenetten.

beeld.

• • •

Daarmee worden klimaatadaptatie en water steeds

innovaties voor opwekken van warmte (bijvoorbeeld

belangrijker voor de keuzes in het ruimtelijk domein.

onder de weg, of uit oppervlaktewater),

Dat vraagt van de regio ten eerste een adaptieve

kleinschalige energiewinning en –opslag: als

ontwikkeling, die het mogelijk maakt om snel in te spelen

gevolg van Europese wetgeving zullen lokale

op veranderende verwachtingen of omstandigheden,

energiecoöperaties steeds belangrijker worden.

en ten tweede een waterrobuuste ontwikkeling, die het

Zij zullen worden ondersteund door zogenaamde

mogelijk maakt om snel en adequaat in te grijpen in geval

independent aggregators. Die leggen de

van dreigende wateroverlast of waterschaarste en de

verbinding met het landelijke net om een stabiele

gevolgen van zo’n crisis beperkt.

96

Omdat we nog niet weten hoe lang het klimaat blijft

versterkingen, bovenop wat al is afgesproken, als de

Dat wil zeggen dat nieuwe woon- en werklocaties

veranderen en in welk tempo, moeten ruimtelijke

toename in de economische waarde van een gebied

geen extra belasting met zich meebrengen voor

ontwikkelingen ook op korte termijn worden getoetst aan

om een hoger beschermingsniveau vraagt.

het watersysteem op het gebied van veiligheid en waterkwantiteit, maar ook waterkwaliteit. Regenwater

alle scenario’s voor de lange termijn. Zo kunnen ingrepen vermeden worden die op lange termijn tot grote extra

Ruimte reserveren voor waterberging

dat op de woon- en werklocaties valt wordt ter plekke

risico’s of kosten zullen leiden, en blijven verschillende

Zowel in het hoofdwatersysteem, het regionaal

vastgehouden en vertraagd afgevoerd, zodat overtollig

ontwikkelpaden open.

watersysteem, de polders als in stedelijk gebied is ruimte

water tijdens piekperioden niet wordt afgewenteld op

nodig om water op te vangen in periodes van hevige

het watersysteem en geen schade wordt veroorzaakt aan

neerslag of grote toevoer.

vastgoed en infrastructuur.

inrichtingskeuzes in de regio. Het is een voorwaarde voor

In het hoofdwatersysteem functioneert het Markermeer

Water beschikbaar houden, ook tijdens droogte

een veilige en leefbare woon- en werkomgeving.

als waterbuffer. Overtollig water kan hiernaartoe geleid

Het groeiende aantal woningen en bedrijven leidt

worden, bijvoorbeeld als de waterstand hoog is en

tot een stijgende vraag naar drinkwater. Zo schatten

Risico’s van overstroming beperken

afvoer naar zee niet of onvoldoende kan plaatsvinden.

de waterleidingbedrijven in dat ze voor de Utrechtse

Bij het beperken van risico’s van overstromingen staat de

Die functie moet intact blijven. Daarnaast hebben het

Heuvelrug (waaronder ‘t Gooi) rond 2040 zo’n 30% meer

meerlaagse veiligheid centraal. Tot nu toe was er vooral

Amsterdam-Rijnkanaal en het Noordzeekanaal beide

drinkwater moeten winnen, terwijl er nu al water wordt

aandacht voor de bouw van sterke waterkeringen (laag

extra ruimte nodig om water tijdelijk naar af te voeren

gewonnen in gebieden waar dat vanuit een oogpunt

1). In de toekomst moet dit gebeuren in samenhang met

in periodes van een grote watertoevoer. Voor beide

van natuur en klimaatadaptatie niet of niet in die mate

een waterbestendige ruimtelijke inrichting (laag 2) en een

kanalen zijn verschillende zoekgebieden in beeld: ten

wenselijk is (zoals ‘t Gooi). Ook de eventuele overgang

adequate crisisbeheersing (laag 3). Dit betekent:

noorden of ten zuiden van het Noordzeekanaal, en ten

naar waterstof in het energiesysteem vraagt om veel water.

•

Gebieden met verhoogde overstromingskans óf

oosten of ten westen van het Amsterdam-Rijnkanaal

vrijwaren van verstedelijking, óf bebouwen op een

(waarbij de westelijke locatie buiten de Metropoolregio

Bij de locatiekeuze van watervragende functies zoals

wijze die bestand is tegen hoogwater (bijvoorbeeld

ligt). Gebieden die hiervoor in aanmerking komen,

datacenters en industrieën moet rekening worden

drijvend of verhoogd). Dit geldt in het bijzonder

blijven gevrijwaard van verstedelijking. Wel is recreatief

gehouden met de beschikbaarheid van water. Dat geldt

voor gebieden die met diepe overstromingen te

medegebruik denkbaar.

ook bij landschappelijke maatregelen zoals het vernatten

De noodzaak van een klimaatadaptieve en waterrobuuste ontwikkeling werkt door in alle ontwikkelings- en

van veenweidegebieden. Daarnaast is het van belang om

maken kunnen krijgen. Bij een relatief hoog risico

•

•

op overstroming met geringe diepte, kunnen ook

Ook in het onderliggend watersysteem is meer

in de toekomst de behoefte aan zoetwater te verminderen

maatregelen zoals ophoging van de bodem worden

bergingscapaciteit noodzakelijk. Het lokaal vasthouden

en bestaande reservoirs in en om de regio (waarvan het

getroffen.

van water in de haarvaten van het regionale

Markermeer het grootste is) intact te houden.

Kwetsbare functies en infrastructuur niet situeren in

watersysteem of in polders is vaak het meest effectief.

gebieden met een hoge overstromingskans en een

Maar verspreid over de regio kunnen ook specifieke

De opgave om voldoende water beschikbaar te houden

hoge overstromingsdiepte, en/of extra beschermen

waterbergingsgebieden aan het regionale systeem nodig

krijgt extra urgentie door de klimaatverandering.

tegen overstromingen.

zijn.

Daardoor krijgen we vaker te maken met lange periodes

Ruimte behouden voor het versterken (verhogen

van droogte. Dat benadrukt de noodzaak om voldoende

en/of verbreden) van waterkeringen. Keuzes voor

De opgave om meer water te kunnen bergen, geldt ook

water beschikbaar te houden en de behoefte aan water

verstedelijking kunnen aanleiding geven voor nieuwe

voor stedelijk gebied. Ontwikkelingen zijn waterneutraal.

structureel te verminderen.

97

Verbeteren van de waterkwaliteit

dan natuurinclusief en met gesloten kringlopen,

Ecologische kwaliteit borgen van Natura

Een goede kwaliteit van het water is belangrijk voor

of natuurontwikkeling liggen meer voor de hand.

2000-gebieden en andere delen van het Nationaal

de natuur, maar ook voor de leefbaarheid en de

Combinaties met recreatie zijn goed denkbaar. In andere

Natuurnetwerk

volksgezondheid. Op dit moment worden de normen van

bodemdalingsgevoelige gebieden, zoals in Flevoland

Nationaal, en voor wat betreft de Natura 2000-gebieden

de Kaderrichtlijn Water op veel plaatsen niet gehaald.

dat te maken heeft met een inklinkende kleibodem, kan

ook internationaal, is bepaald dat in het Nationaal

Verstedelijking en klimaatverandering (met bijbehorende

verstedelijking wel een optie zijn. Dit zou voor de lange

Natuurnetwerk het leefgebied voor aangewezen dier- en

droogte en verzilting) kunnen leiden tot een verdere

termijn echter wel leiden tot een grote opgave voor

plantsoorten niet mag worden aangetast. Dat stelt ook

vermindering van de waterkwaliteit.

onderhoud en beheer.

eisen aan de ruimtelijke ontwikkeling in de omgeving. De stikstofdepositie als gevolg van ruimtegebruik in de

De waterkwaliteit hoeft niet overal hetzelfde te zijn. Van belang is dat er in het watersysteem een ordening

Kringlooplandbouw

omgeving van Natura 2000-gebieden die daar gevoelig

ontstaat van schoon naar minder schoon water en

pm, in relatie met bodemdaling, verzilting, groene

voor zijn (in het bijzonder de veengebieden en de duinen),

van zilt naar zoet water, en dat deze ordening met het

diensten, bodemuitputting, range van hyperlokaal tot

moet worden teruggedrongen. Het terugdringen van de

bestaande en verwachte ruimtegebruik is afgestemd. De

hyperglobaal. Voedsel als kans om stad en land met elkaar

stikstofdepositie is tegelijk een voorwaarde om ruimte te

behoefte aan zoet water neemt bijvoorbeeld af als het

te verbinden.

creëren voor nieuwe economische ontwikkelingen.

grondgebruik in verziltende gebieden op die verzilting kan worden afgestemd. Dat speelt in het bijzonder in veenweidegebieden. In combinatie met de opgave om de bodemdaling tegen te gaan, vraagt dat van agrariërs om

3.5 Verstedelijking en het ecologisch systeem

Vergroten biodiversiteit in de stad en in agrarisch gebied Ook het stedelijk gebied draagt bij aan de biodiversiteit in de regio. Die bijdrage kan worden vergroot door de

na te denken over andere teelten. De inrichting van de stad kan bijdragen aan de

Afronden Nationaal Natuurnetwerk

groenstructuren in de stad, maar ook door natuurinclusief

waterkwaliteit door plekken met een hoge gebruiksdruk

Het ecologische systeem in de regio gaat over de

te bouwen en inwoners en bedrijven te stimuleren om

in en naast het water (denk aan steigers, vaarroutes,

biodiversiteit op land en in het water, binnen en buiten

tuinen, balkons en daken te vergroenen. In agrarisch

drijvende objecten) af te wisselen met rustige

natuurgebieden. De Metropoolregio omvat twee

gebied kunnen vormen van agrarisch natuurbeheer en

natuurvriendelijke plekken in en op het water. Maar

Nationale Parken (Zuid-Kennemerland en Nieuw Land)

natuurinclusieve landbouw bijdragen aan de biodiversiteit,

ook het bouwrijp maken zonder drainage op klei- en

en een aantal andere Natura 2000-gebieden (gesitueerd

bijvoorbeeld via weidevogelbeheer.

veengronden bevordert de waterkwaliteit.

langs de kust, in Gooi- en Vechtstreek, MarkermeerIJmeer, Zaanstreek en Waterland). Samen met andere

Landschapsinvesteringen combineren met vergroten

Bodemdaling tegengaan

natuurgebieden en -verbindingen vormen zijn het

biodiversiteit

Daling van veenweidegebieden levert een grote

Nationaal Natuurnetwerk in de regio. De vastgestelde

‘Landschapsinclusief ontwikkelen’ biedt uitgelezen kansen

bijdrage aan de uitstoot van CO2 in de regio en vraagt bij

ambitie is om dit netwerk in 2027 te voltooien. Om

om de biodiversiteit te vergroten. Doelen op het gebied

ongewijzigde agrarisch gebruik om een steeds diepere

die ambitie te bereiken, is een versnelling van de

van flora en fauna kunnen in ruimtelijke ontwikkelingen

bemaling. De bodemdaling moet daarom worden

natuurontwikkeling noodzakelijk.

worden geïntegreerd, bijvoorbeeld door ecologische

tegengegaan. Dat heeft gevolgen voor het ruimtegebruik.

verbindingen te verbeteren en bij te dragen aan de

Verstedelijking is op deze slappe bodemsoort niet

afronding van het Nationaal Natuurnetwerk.

het meest voor de hand liggende alternatief. Een inrichting met behoud van de landbouwfunctie, maar

98

Bijlage B

Ontwikkel- en inrichtingsprincipeS De teksten in deze bijlage bevatten de ‘ontwikkel- en inrichtingsprincipes’ die zijn vastgesteld tijdens de voorbereiding van de Verstedelijkingsstrategie. Ontwikkelprincipes zijn onderdeel van de bestuurlijke uitgangspunten die zijn vastgesteld in BO-MIRT van november 2019. Al deze principes van het BO-MIRT worden in deze bijlage cursief geciteerd. De nummering is die van de bestuurlijke uitgangspunten. Om ze nader te duiden, zijn deze principes op onderdelen verder ingevuld. Deze invullingen komen voort uit eerder gemaakte afspraken of lopende beleidstrajecten (zoals Samen Bouwen aan Bereikbaarheid – SBaB en Metropolitaan Landschap) en zijn vastgesteld door de Stuurgroep in haar vergadering van 13 mei 2020. Principe 1.1 “Rijk en MRA streven naar een duurzame, sociaal-maatschappelijk en economisch sterke metropoolregio. Het verstedelijkingsconcept voor de middellange en lange termijn moet het gemeenschappelijke kader bieden voor de afwegingen en keuzes met goed interbestuurlijk samenspel.” Principe 2 “De polycentrische metropoolregio vormt de basis voor de verdere doorontwikkeling van het verstedelijkingsconcept. We werken aan verdere functionele integratie van de verschillende karakteristieken en elkaar versterkende kernen en aan de identiteit van de metropoolregio die als één grote stad functioneert.”

99

1 Borgen van een goede leefbaarheid

vestigingsmilieu voor bedrijven. •

Principe 1.2

energie) buiten stedelijk gebied gevonden moeten worden, zijn landschappelijke

“Rijk en MRA houden nadrukkelijk oog voor de effecten van de verstedelijkingsstrategie die de burger dicht bij huis, in bestaande wijken en buurten in de steden en in de kernen

Waar en wanneer nieuwe bouwlocaties (voor functies als wonen, werken, infrastructuur, kwaliteiten bepalend voor de locaties en begrenzingen.

•

Als ruimtelijke ontwikkelingen niet binnen bestaand stedelijk gebied plaats kunnen

in landelijk gebied, ervaart en die de directe leefomgeving aantrekkelijker, gezonder en

vinden, nemen de regionale partijen een houding aan van ruimhartige compensatie van

duurzamer kunnen maken”.

de vermindering van oppervlakte en aantasting van landschappelijke, recreatieve en ecologische kwaliteiten1 .

Voor de uitwerking van dit principe in het verstedelijkingsconcept voegen we hier de

•

bereikbaar.

volgende invulling aan toe: •

gezondheidsrisico’s waaraan mensen worden blootgesteld (zoals geluid, hittestress en

•

fijnstof) worden teruggedrongen, • •

de inrichting van de openbare ruimte draagt bij aan een gezonde leefomgeving, sociale

Vanaf iedere woning is een aantrekkelijk landschap binnen vijftien minuten fietsen Aan stedelijke ontwikkelingen worden investeringen in een aantrekkelijk landschap gekoppeld.

•

Ruimtelijke ontwikkelingen in het landschap dienen altijd meerdere doelen,

interactie én een aantrekkelijk vestigingsmilieu,

bijvoorbeeld op het gebied van de waterhuishouding, het klimaat, de stikstofdepositie,

het lokale voorzieningenniveau wordt op een aanvaardbaar peil gehouden of gebracht,

de kringlooplandbouw, de biodiversiteit, de recreatie, het erfgoed of de bodemdaling.

ook in gebieden waar dat onder druk staat (zoals in kleinere kernen in het landelijk gebied), •

de beschikbaarheid en robuustheid van voldoende groen in de wijken en op korte afstand wordt bevorderd.

2 Stad en landschap worden in samenhang ontwikkeld

3 Te ontwikkelen woonmilieus zijn divers, leefbaar en sociaalinclusief Principe 4.3 “Rijk en MRA verbeteren het functioneren van de woningmarkt en de leefbaarheid, zodat het zowel voor huidige als toekomstige bewoners mogelijk is een passende en aantrekkelijke

Principe 3

woonplek te vinden. We werken aan voldoende woningen, met een divers en betaalbaar

“De ontwikkeling van stad en landschap is een samenhangende opgave. Onze inzet is

woningaanbod in diverse woonmilieus, in kwalitatief goede en veilige leefomgevingen”.

landschap inclusieve ontwikkeling, waarbij we de functies en kwaliteiten van het landschap versterken. Het landschap vormt de contouren van de verstedelijking. De uitgangssituatie

Voor de uitwerking van dit principe in het verstedelijkingsconcept voegen we hier de

en de karakteristieken van het landschap in relatie tot verstedelijking verschillen binnen de

volgende invulling aan toe:

MRA”.

•

Op ontwikkelingslocaties worden woningen gebouwd in verschillende prijsklassen, waaronder voldoende betaalbare woningen, en in verschillende woningtypen in

Voor de uitwerking van dit principe in het verstedelijkingsconcept voegen we hier de

aansluiting op de woningbehoefte (tenzij het om een locatie met een zeer beperkt

volgende invulling aan toe:

aantal woningen gaat).

•

Waarden en kansen van het landschap op het gebied van bijvoorbeeld water,

•

Waar eenzijdigheid in de woningvoorraad of bevolkingssamenstelling de

bodem, erfgoed, natuur, recreatie en beleving zijn intrinsiek onderdeel bij alle

kansengelijkheid in de regio bedreigt, doorbreken we dat door bij de woningbouw in of

ontwikkelingskeuzes, en ook het landschapsbeheer wordt daarbij betrokken, zodanig

nabij dergelijke clusters slim te programmeren in woningtypen, voorzieningen en hun

dat een bijdrage wordt geleverd aan een gezonde leefomgeving én een aantrekkelijk

ontsluiting. 1

vastgesteld in BO Ruimte, 4 december 2019

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.heemstede.nl/api/v1/meetings/1161/documents/14246