Kadernota 2024 Omgevingsdienst IJmond.pdf
Tekst van het document
Kadernota 2024
27/45
6.5
Weerstandsvermogen
De weerstandsparagraaf (WP) biedt een overzicht van die risico's waarvoor geen dekking is gegeven via een verzekering of een voorziening. Reguliere, veel voorkomende, geringe risico's worden niet opgenomen. Van de niet gedekte risico's wordt via kans en geschatte schade de benodigde weerstandscapaciteit gepresenteerd. Dit rapport biedt ons inzichten om deze paragraaf te actualiseren in onze jaarrekening en begroting zoals ook de wetgeving in het Besluit begroting en verantwoording (BBV) voorschrijft om eens in de vier jaar te doen. Dit betekent dat we dit in 2024 of 2025 willen herijken. In 2020 hebben wij de laatste risico-inventarisatie laten uitvoeren. Door middel van een zogenaamde Monte Carlo-simulatie is vervolgens het weerstandvermogen berekend. Wanneer ODIJ een weerstandsvermogen aanhoudt van € 467.000 ontstaat een zekerheid van 90% dat zij in staat is haar risico’s in voldoende mate af te dekken. Het kiezen voor de 90% norm is binnen de publieke sector algemeen geaccepteerd en wordt breed toegepast binnen het lokaal en midden bestuur. Het huidige weerstandsvermogen is momenteel voldoende.
Kadernota 2024
28/45
7 Kadernota 2024
Toelichting op de lasten
29/45
7.1
Personele lasten
Ongeveer 87% van onze kosten bestaat uit personeelskosten. De medewerkers van ODIJ vallen onder de cao van de Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (SGO). Vooruitlopend op de aanpassing van onze gr in 2023 gaan wij begroten voor de stijging van de loonvoet op basis van de Raming Macro Economische verkenning. Hiermee verwachten wij cao-ontwikkelingen beter te kunnen opvangen. Aankondiging begrotingswijziging 2023 Op 14 december jongstleden liepen de cao-onderhandelingen volledig vast. De bonden eisen onder meer 12% loonsverhoging voor 2023 en ook Automatische Prijscompensatie (APC). De werkgevers bieden in hun laatste loonbod een verhoging van 5 % per 1 februari 2023 en 3% per 1 april 2024. De inflatie is nog steeds extreem hoog en de krapte op de arbeidsmarkt, met daarbij ook de werkdruk, nog steeds zeer groot. FNV Overheid heeft net als de overige betrokken bonden, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Werkgeversvereniging Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (WSGO) een ultimatum gesteld voor een nieuwe cao. Het ultimatum is afgelopen op 11 januari 2023. De FNV Overheid heeft aangekondigd dat er werkonderbrekingen en stakingen volgen om hun eisen bij te zetten. Ten tijde van het schrijven van deze kadernota is dat de laatste stand van zaken.
Daarnaast dwingt de krapte in de arbeidsmarkt ODIJ steeds vaker om medewerkers te laten instromen in een hogere aanloopschaal dan eerder gebruikelijk was. De indexatie in de begroting 2023 is niet voldoende om dit en de verwachte cao-impact op te vangen. In de vergadering van het algemeen bestuur van december is daarom aangekondigd een begrotingswijziging 2023 aan te bieden tegelijk met de begroting 2024. De inflatiecorrectie van 2023 werkt door in 2024 en verdere jaren De stijging van de loonkosten is geen eenmalig effect op het jaar 2023, deze werken door in de jaren erna. De gewijzigde begroting 2023 is de basis voor indexatie voor de begroting van 2024. Inschattingen voor het jaar 2024. In de ‘Kerngegevenstabel MLT4 2022-2025’ (maart 2022) geeft het CPB aan dat de loonvoet voor de overheidssector naar verwachting 4,1% bedraagt in de periode 20222025. Voor ongeveer twee-derde van onze medewerkers is er verder een individuele groei van 3% in de salarisschaal mogelijk. Daarom hanteren wij voor periodieke verhogingen twee procent. Om doorontwikkeling van de ODIJ te kunnen realiseren willen we voor 2024 het budget voor de ontwikkelkosten stellen op 2,5% van de totale begroting voor loonkosten. In totaal is de loonontwikkeling daarom 6,5%.
Daarnaast dwingt de krapte in de arbeidsmarkt ODIJ steeds vaker om medewerkers te laten instromen in een hogere aanloopschaal dan eerder gebruikelijk was. Een ander
4 Middellange termijn
Kadernota 2024
30/45
gevolg van de krappe arbeidsmarkt is dat vacatures langer openstaan dan gewenst en/of de (tijdelijke) inzet van medewerkers op inhuurbasis wordt verhoogd. We zijn gedwongen zij-instromers of nog niet gekwalificeerde medewerkers aan te nemen en dit vraagt extra begeleiding door onze medewerkers. Dit heeft gevolgen voor de door hen ervaren werkdruk en op de productiviteitsnorm. Om goed inzetbaar te blijven op de arbeidsmarkt, is het belangrijk dat mensen zich blijven ontwikkelen. Al jaren hebben wij binnen ODIJ een opleidingstraject en investeren wij veel in het zelf opleiden van personeel. Naast de opleiding tot milieu-inspecteur hebben wij ook voor de taakuitvoering bouw een eigen opleidingsprogramma ontwikkeld. Deelnemers vragen steeds vaker ondersteuning bij ons als kennisorganisatie. Dit is logisch omdat we te maken hebben met gezamenlijke processen en er veel specifieke kennis bij ons aanwezig is. Investeren in kennisontwikkeling en delen van kennis blijft een van onze een speerpunten. De onzekerheden rondom de komst van de Omgevingswet en de opvolging van het Van Aartsen rapport door middel van het IBP zal de komende jaren veel doorontwikkeling vragen van alle omgevingsdiensten in Nederland. Om deze doorontwikkelingen te bekostigen stellen wij voor een ontwikkelbudget te begroten voor 2024 van 2,5% van de begroting voor lonen en salarissen.
Dit is verwerkt in de berekening van de indexatie voor personele lasten. Stikstof Als gevolg van uitspraken van de Raad van State, de meest recente op 1 november 2022, worden bouwprocedures en het verlenen van vergunningen een stuk gecompliceerder. Projecten in ons werkgebied komen op losse schroeven te staan. Op verzoek van onze deelnemers adviseren wij bij planvorming en bouwinitiatieven onder andere op het stikstofdossier. Op basis van de voornoemde uitspraken zien wij dat onze inzet op dit dossier steeds omvangrijker wordt en specifieke deskundigheid vereist. Gelet op deze complexiteit en het gebrek aan (landelijke) oplossingen zien wij dat de inzet op dit dossier extreem toeneemt en dat voor het realiseren van plannen steeds vaker maatwerkoplossingen nodig zijn. Om onze deelnemers de komende jaren op dit dossier adequaat te kunnen blijven adviseren, is extra inzet benodigd. Om hier invulling aan te geven vragen wij een uitbreiding van ons stikstofadviesteam met 1 fte. 2024 €85.000 Structureel
Kadernota 2024
2025 €85.000 Structureel
2026 €85.000 Structureel
2027 €85.000 Structureel
2028 €85.000 Structureel
31/45
Wettelijk adviseurschap Tata Steel/CES NZKG In de Cluster Energie Strategie Noordzeekanaalgebied staat beschreven welke stappen er de komende jaren worden gezet om de industrie te verduurzamen en hoe de samenwerkende partijen inzetten op de ontwikkeling van een waterstofketen op industriële schaal. Tata Steel heeft de ambitie om CO2 neutraal staal te produceren. Zo zal de huidige productie met een hoogoven veranderen naar een DRI-installatie (Direct Reduced Iron, project Heracless). Tata Steel heeft eveneens plannen om op haar terrein een waterstoffabriek te bouwen (project H2ermes). Naast de activiteiten van Tata Steel zal gelet op de forse uitbreidingsplannen voor wind op zee, waarbij de aanlanding van de infrastructuur in de IJmond plaatsvindt, de verschillende transformatorstations, die in dat kader moeten worden verzwaard en de assemblage en het transport van windmolens vanuit de havens, leiden tot (in eerste instantie) een toename van de milieubelasting in de IJmond. Ook zullen ruimtelijke en milieuproblemen moeten worden opgelost om de transitie mogelijk te maken waaronder de ontmanteling van de Averijhaven. Wij voorzien de komende jaren dan ook een forse toename van vergunningaanvragen. Voor wat betreft de ontwikkelingen bij Tata Steel is provincie Noord-Holland het bevoegde gezag en voert de ODNZKG de vergunningverlening uit.
Gelet op de spanningen die in de afgelopen jaren bij omwonenden rondom Tata Steel zijn ontstaan, waarbij de zorg over gezondheid van omwonenden een belangrijk item is, is het van belang om de IJmond gemeenten vanuit het wettelijk adviseurschap adequaat te adviseren en inzicht te geven over de milieugevolgen van alle hierboven (forse) geschetste ontwikkelingen. Om hier invulling aan te geven vragen wij om een uitbreiding van ons team vergunningen met 1 omgevingsmanager. 2024 €100.000 Structureel
7.2
2025 €100.000 Structureel
2026 €100.000 Structureel
2027 €100.000 Structureel
2028 €100.000 Structureel
Overhead
Daarnaast is de Wet Open Overheid (Woo) inmiddels aangenomen en in 2022 in werking getreden. De Woo geeft iedereen het wettelijk recht op toegang tot publieke informatie en verplicht de overheid tot actieve transparantie. De Woo introduceert nog een aantal andere maatregelen om de openbaarheid van de overheid te vergroten. Zo dient elke overheidsorganisatie een contactfunctionaris te hebben die als taak heeft mensen te ondersteunen bij hun vragen over informatie en het zoeken en vinden van de juiste informatie. In 2022 hebben wij uit eigen formatie een Woo-coördinator aangesteld. Uit de ervaring die we in 2022 hebben opgedaan is gebleken dat de uitvoering te groot is om deze uitvoering te blijven doen uit de huidige bezetting. Daarom vragen wij vanaf 2024 hiervoor 1 formatieplaats structureel op. Met deze uitbreiding verwachten wij volledig te kunnen voldoen aan deze wet- en regelgeving.
Kadernota 2024
32/45
2024 €85.000 Structureel 7.3
2025 €85.000 Structureel
2026 €85.000 Structureel
2027 €85.000 Structureel
2028 €85.000 Structureel
Overige (materiële)kosten
Voor de overige kosten wordt per onderdeel een budget gereserveerd in de begroting. Deze posten worden begroot op basis van structurele uitgaven en een inschatting van toekomstige structurele uitgaven, waarbij we de meerjarige budgetten uit de vastgestelde begroting 2023 als basis nemen. Getracht wordt om de uitgavenstructuur zodanig in te richten dat er sprake is van flexibiliteit en een zo beperkt mogelijk structureel uitgavenpatroon. Het belangrijkste uitgangspunt is hierbij dat structurele uitgaven uit structurele inkomsten worden gefinancierd. Deze posten bedragen meestal een historisch bepaald percentage van de directe personele lasten. Prijsstijgingen en indexeringen op inhuurcontracten worden opgevangen in het uurtarief. Hierin is de stijging van de inhuurtarieven gecompenseerd. De prijscorrectie in de voor- en nacalculatieberekening van het uurtarief voorziet hierin. Gezien de actuele ontwikkelingen in de economie stellen wij voor om de voorcalculatie voor de prijsontwikkeling op 2,80% te zetten.
Kadernota 2024
33/45
8 Kadernota 2024
Toelichting op de baten
34/45
8.1
Gemeentelijke baten
De baten uit de gemeentelijke bijdragen die in de begroting 2024 van ODIJ worden opgenomen, staan gelijk aan de afname van de uren die zijn opgenomen in de in gr en de verdeling volgens de verdeelsleutel. Naast vaste gr-bijdragen, worden ook de langlopende contracten aan de baten toegevoegd. Alleen met extra baten die zijn vastgesteld vanuit aanvullende opdrachten, wordt rekening gehouden. Hier worden baten bedoeld die onder andere voortvloeien uit de vrijval of ontvangst van subsidies en activiteiten op het gebied van natuur- en milieueducatie. 8.2
Dienstverleningsovereenkomsten
Wij hebben al sinds 2001 een lange samenwerkingsrelatie met de gemeenten in ZuidKennemerland en regio Zaanstreek-Waterland opgebouwd op basis van dienstverleningsovereenkomsten. Met het inwerkingtreden van de Wet verbetering Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving zijn deze partners verplicht tot de GR ODIJ toegetreden met hun basistakenpakket (zie ook 3.1 Basistakenpakket). De overige taken voor deze gemeenten worden nog steeds uitgevoerd op basis van langlopende dienstverleningsovereenkomsten, volgens en in overeenstemming met artikel 18 van de gr. In 2024 hebben de meeste dienstverleningsovereenkomsten een looptijd korter dan vijf jaar. Dit betekent dat wij deze in de begroting van 2024 als incidenteel moeten verwerken. Onze begroting moet ook structureel in evenwicht zijn en daarom gaan wij in 2023 met deze deelnemers in gesprek over het maken van structurele financieringsafspraken voor deze taakuitvoering. 8.3 Regio IJmond 8.3.1 Gemeenten Velsen, Beverwijk en Heemskerk Wettelijk adviseurschap Tata Steel/ CES NZKG In de Cluster Energie Strategie Noordzeekanaalgebied staat beschreven welke stappen er de komende jaren worden gezet om de industrie te verduurzamen en hoe de samenwerkende partijen inzetten op de ontwikkeling van een waterstofketen op industriële schaal.
De verdeling van de uitbreiding voor deze formatieplaats is voor 50% voor rekening van gemeente Velsen, voor 25% voor gemeente Beverwijk en voor 25% voor gemeente Heemskerk. Dit is dezelfde verdeling als wij aanhouden voor het programma Gezondheid en Schone lucht. 8.3.2 Gemeente Heemskerk Greenbiz uitvoering In 2024 loopt de projectfinanciering voor het programma GreenBiz af. Dit betekent dat het lastig is om de huidige activiteiten vanaf 2024 voort te zetten. Via GreenBiz werken we aan de verduurzaming van bedrijven op bedrijventerreinen, detailhandel en horeca. Dit doen we door middel van het afsluiten van Green Deals (individuele begeleiding en subsidieaanvragen), het GreenBiz Energy platform (stimuleren duurzame opwek), GreenBiz Circulair (stimulering van hergebruik van reststromen/afval) en GreenBiz
Kadernota 2024
35/45
Educatie (werving en inzet van studenten voor de duurzaamheidstransitie). In gemeente Heemskerk hebben we de afgelopen jaren extra inzet gepleegd om een reststoffen hub op het bedrijventerrein De Trompet op te zetten. We merken dat het thema duurzaamheid de laatste jaren een ander soort inzet vraagt. Waar men voorheen overtuigd moest worden om actie te ondernemen, worden we tegenwoordig haast overvraagd om ons advies uit te brengen. Dit heeft veel te maken met de sterk gestegen energieprijzen, maar ook met problemen zoals netcongestie en de transitie naar aardgasvrije verwarming. Ondanks alle inzet is de energie- en grondstoffentransitie bij bedrijven een traject dat de komende jaren zeker nog extra aandacht vraagt. Zonder bijdrage voor de projectfinanciering verliest het programma enorm veel slagkracht. Om alle acties en projecten voort te kunnen zetten, hebben we vanaf 2024 een jaarlijkse bijdrage van € 50.000 nodig. 8.3.3 Gemeente Uitgeest De dienstverleningsovereenkomst loopt af in 2023. Deze overeenkomst staat ter dekking van onze vaste en flexibele schil. Wij verwachten hier op zeer korte termijn besluitvorming over. Met deze dienstverleningsovereenkomst is 2343 uur gemoeid. Gemeente Uitgeest maakt deel uit van onze veiligheidsregio. Wij gaan ervan uit dat wij in 2023 structurele afspraken maken over de voortzetting van deze taakuitvoering.
Dit betekent dat we de voortzetting van de uitvoering opnemen in de begroting van 2024. 8.3.4 NME De formatiedekking van NME is niet in overeenstemming met de loonkosten. In 2020 is overeengekomen om via de begrotingen deze in de toekomst op peil te brengen. In 2024 verhogen wij de formatiebijdrage met € 5.000 per educatiecentrum. Dit betekent een verhoging van de lasten van dit bedrag per educatiecentrum. 8.4 Regio Kennemerland 8.4.1 Gemeente Haarlem Met de gemeente Haarlem voeren wij momenteel gesprekken voor het inbrengen van de bodemtaken in het kader van het basistakenpakket. Dit gaat om het afhandelen van meldingen en vergunningen Wet bodembescherming. In de begroting van 2024 houden wij er rekening mee dat de gr-bijdrage met 1340 uur wordt verhoogd. Hierin is nog geen rekening gehouden met de eventuele toename van de juridische dienstverlening. 8.4.2 Dienstverlening Zandvoort Het college van gemeente Zandvoort heeft in het coalitieprogramma opgenomen dat het afspraken wil maken met ODIJ over verbetering van onze dienstverlening (ambitie 9.5).
Kadernota 2024
36/45
Tijdelijke uitbreiding formatie voor bouwvergunningen is structureel nodig Er wordt nu meer gevraagd van de ODIJ m.b.t. de vergunningverlening. Eerder meekijken in het proces bij ontwikkelingen zoals transformaties in Zandvoort is een vraag van het college. Daarnaast zijn de vergunningen complexer dan vroeger door bijvoorbeeld de stikstofdiscussie. Er is vanuit het college meer vraag om afstemming, coördinatie en ondersteuning. Daarom hebben wij een tijdelijke uitbreiding van de formatie voor de afdeling (bouw) vergunningen. Deze is tot en met 2023 incidenteel toegezegd door de gemeente in verband met het gestegen aantal aanvragen. Om te zorgen dat in 2024 de uitvoering op orde blijft, is deze formatieplaats structureel nodig. De tijdelijkheid van deze formatieplaats is een risico voor de continuering van de kwaliteit van de dienstverlening voor de gemeente Zandvoort. Wij kunnen de uitvoering moeilijk garanderen zonder structurele formatie. De krapte op de arbeidsmarkt maakt het onmogelijk om tijdelijke contracten af te sluiten en externe inhuur is zeer kostbaar. Daarnaast wordt er nu ook al meer toezicht en handhaving gevraagd op verstrekte vergunningen (zoals integraal opereren op het strand, extra checks op illegale bewoning, vakantiehuizen, actief acteren op signalen van inwoners). Deze kosten mogen niet door middel van leges worden gedekt.
Wij verwachten hiervoor ons team te moeten uitbreiden met een halve formatieplaats. Verlenging contract voor de formule 1 De F1 komt ook in 2024 en 2025 naar Zandvoort. De organisatie van de Grand Prix van Nederland heeft een akkoord bereikt over de contractverlenging met de FOM, de organisator van de F1. Zandvoort had al een contract voor 2023 met een optie om de koningsklasse van de autosport nog twee jaar te ontvangen. Voor de terugkeer van de F1 in de jaren 2020-2022 (door coronapandemie uitgesteld naar 2021-2023) zijn door gemeente Zandvoort incidentele gelden beschikbaar gesteld. De financiering van extra vergunningverlening, toezicht en handhaving voor de verlenging van het contract voor de F1 is nog niet overeengekomen. In 2023 verwachten wij hierover structurele afspraken te maken met gemeente Zandvoort. Gezien de ervaringen van de afgelopen twee jaar verwachten dat voor deze inzet een halve formatieplaats nodig is. 8.5 Regio Zaanstreek-Waterland 8.5.1 Gemeente Purmerend Per 1 januari 2022 heeft (voormalig) gemeente Beemster aangegeven haar plustaken met 1 jaar te verlengen. Omdat wij verwachten dat deze taakuitvoering na inwerkingtreding van de Omgevingswet bij ons wordt ondergebracht, houden wij in de begroting van 2024 rekening met de voortzetting van deze taakuitvoering. In 2023 zijn gesprekken hierover met gemeente Purmerend gepland. De formatiedekking die met
Kadernota 2024
37/45
deze baten is gemoeid, betreft minimaal 1040 uur (alleen taakuitvoering voormalig gebied Beemster). Daarnaast zijn wij in gesprek over het structureel uitvoeren van de adviestaken op het gebied van milieu. 8.5.2 Gemeenten met veehouderij-activiteiten De regio Waterland is rijk aan agrarische activiteiten. Veehouderijbedrijven worden onder de Omgevingswet allemaal vergunningplichtig, waar dit nu nog veelal niet het geval is. De gr-bijdragen van deze regiogemeenten worden berekend op basis van een vaste bijdrage die is opgesteld voor de uitvoering van het basistakenpakket in de VTHwetgeving. Er is een projectgroep opgericht om te onderzoeken of deze vaste bijdragen voor het basistakenpakket nog aansluiten op de inhoud van dat pakket onder de Omgevingswet. De verwachting is dat dit voor gemeenten met veel activiteiten op het gebied van veehouderij, de huidige vaste bijdrage niet toereikend is. Deze ontwikkelingen worden meegenomen in de aanpassing van onze gr naar aanleiding van de Omgevingswet. 8.5.3 Gemeente Landsmeer en Waterland De afgelopen jaren hebben wij op basis van kortlopende dienstverleningsovereenkomsten bouwtoezichttaken en juridische dienstverleningstaken uitgevoerd voor de gemeente Landsmeer. In 2023 gaan wij met deze gemeente en de gemeente Waterland is gesprek over de structurele inbreng van taken.
Met de gemeente Waterland zijn wij in gesprek voor de inbreng van taken op het gebied van bouwtoezicht en de niet complexe bouwvergunningen. 8.6
Subsidies en bijdragen
De afgelopen jaren hebben wij veel ervaring opgedaan met (complexe) Europese subsidiefondsen. In tegenstelling tot regionale projecten zijn hier mogelijkheden om gedeeltelijke dekking aan te vragen voor formatie. Ook subsidiestromen die komen van het Rijk en provincie blijven wij nauwgezet in de gaten houden. We hebben steeds meer aandacht om de kosten voor coördinatie hierin mee te begroten. Ten tijde van het opstellen van de begroting verwachten wij nog geen beschikking over de honorering van deze projecten te hebben. In de begroting kunnen wij alleen bijdragen opvoeren waar wij een beschikking van hebben ontvangen. Deze ontwikkeling zorgt ervoor dat wij in 2024 mogelijk hogere baten hebben dan begroot. Als dit leidt tot een begrotingsoverschot, betalen wij dit terug aan onze deelnemers.
Kadernota 2024
38/45
8.7
Overige kosten
Overige kosten berekenen we op basis van: −
De meest recente inzichten over, van, voor ontwikkeling van de overige kosten (huur op basis van laatste stand huurcontract, servicekosten, ICT-licenties etc.);
−
Afschrijvingen o.b.v. activabestand + investeringen + vervangingsinvesteringen;
−
Indexering.
Kadernota 2024
39/45
9 Kadernota 2024
Risico’s en onzekerheden
40/45
9.1
Omgevingswet
De Omgevingswet heeft grote financiële consequenties. Er zijn (nog) geen afspraken over de gevolgen die de Omgevingswet kan hebben voor de Dienstverleningsovereenkomsten (DVO) en daarmee dus ook niet over het uurtarief. Het is nog niet mogelijk om de taakinzet te kwantificeren naar het werken onder de omgevingswet. We hebben hiervoor eerst ervaringscijfers nodig na in werking treden van de wet. Wij blijven hierover in gesprek met al onze deelnemers. 9.2
Wet kwaliteitsborging voor het bouwen
Het effect van de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen is dat (vooralsnog) een klein deel van het bouwtoezicht wordt geprivatiseerd. Voor gemeente Zandvoort voeren wij alle bouwtaken uit. Voor de gemeenten Heemskerk en Beverwijk en Landsmeer voeren wij een deel van de bouwtaken uit, waar vaste formatie op is ingezet. In de begroting 2024 gaan wij uit dat de invoering van de wet nog geen effect heeft. 9.3
Leges
Onder de Omgevingswet is het mogelijk om leges te gaan heffen voor milieuvergunningen. Dit moet per gemeente onderzocht worden. Wel hebben wij de data en expertise in huis om onze deelnemers te adviseren. In de begroting van 2024 houden we nog geen rekening met deze taakuitvoering/ inzet van deze dienstverlening (volgens en in overeenstemming met de begroting 2023). 9.4
Decentralisatie bodemtaken
In de begroting van 2024 houden wij voor het eerst rekening met de taakuitvoering voor de bodemlocaties op basis van ervaringscijfers. Hierin houden wij ook rekening met het overgangsrecht. Er zijn nog geen concrete afspraken over de wijze van financiering van de overgangslocaties hierin worden in 2023 en 2024 afspraken gemaakt nadat de monitoring onder leiding van ODNL is afgerond. Dit betekent dat de bijdrage in de meerjaren ramingen in de toekomst kan wijzigen. 9.5
Inhoud van het basistakenpakket
De invoering van de omgevingswet heeft invloed voor het aantal basistaken. De basistaken zijn door al onze deelnemers ingebracht in de gemeenschappelijke regeling. Een aantal deelnemers heeft de plustaken met dienstverleningsovereenkomsten bij ons ondergebracht. Het is mogelijk dat er door aanpassing van de inhoud van het basistakenpakket meer taken ingebracht moeten worden in de gemeenschappelijke regeling. Medio 2023 verwachten wij hier duidelijkheid over te verkrijgen. Hierin worden al onze deelnemers betrokken. Dit betekent een mogelijke overheveling van taken en formatie van deelnemers naar onze Omgevingsdienst.
Kadernota 2024
41/45
9.6
De energiebesparingsplicht onder de Omgevingswet
Onder de Omgevingswet verandert ook toezicht en handhaving op energiebesparing. Voor de energiebesparingsplicht is er een overgangsperiode tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Tot 1 juli 2023 blijft de energiebesparingsplicht uit het Activiteitenbesluit milieubeheer gelden. Toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht en de daarbij behorende informatie- en onderzoeksplicht, is opgenomen in het basistakenpakket van omgevingsdiensten. Toevoeging van de energiebesparingsplicht aan het basistakenpakket van omgevingsdiensten hangt samen met extra middelen voor meer toezicht- en handhaving(capaciteit) op de naleving daarvan middels de SPUK THE. Dit betekent dat deze uitvoering tot en met 2025 gefinancierd wordt met incidentele financiering. Over de periode daarna zijn nog geen afspraken gemaakt. 9.7
IJmond bereikbaar
Een deel van de huidige formatie voor IJmond Bereikbaar dekken wij uit een externe subsidie, die is beschikt tot en met 2022. In de begroting van 2024 gaan wij ervan uit dat deze gecontinueerd wordt voor 2024. De onzekerheid hieromtrent vermelden wij in onze begroting. 9.8
Niet structurele dienstverleningsovereenkomsten en tijdelijke formatieafspraken met onze deelnemers.
Een grote dienstverleningsovereenkomst loopt eind 2023 af. Veel van onze dienstverleningsovereenkomsten lopen binnen vijf jaar af. Daarnaast hebben wij met een aantal gemeenten afspraken over tijdelijke uitbreiding van formatie. Al deze afspraken zijn niet structureel. Wanneer financiering hiervoor niet gecontinueerd wordt, is het risico dat er kosten gepaard gaan bij het herplaatsen of afvloeien van formatie. Voor de begroting van 2024 heeft dit nog geen gevolgen, daarnaast hebben wij een weerstandsvermogen om de eerste effecten op te vangen. Pas wanneer dit weerstandsvermogen aangesproken is of onvoldoende is doen wij een beroep op onze deelnemers. 9.9
Financiering energiebesparingstoezicht en programma Gezondheid & Luchtkwaliteit.
Deze programma’s hebben een looptijd van 4 jaar. Dit betekent dat de financiering voor deze programma’s incidenteel is. Om te zorgen voor een duurzaam programma, is inzet van vaste formatie wenselijk en soms ook vanuit de subsidievertrekker verplicht. Wanneer financiering hiervoor niet gecontinueerd wordt, is het risico dat er kosten gepaard gaan bij het herplaatsen of afvloeien van formatie. Voor de begroting van 2024 heeft dit nog geen gevolgen. 9.10 Uitbreiding van ons wagenpark Met de uitbreiding van onze (energie) toezichtteams zien wij ook de druk op ons wagenpark toenemen. Hiervoor hebben wij in 2022 een uitbreiding op het wagenpark gedaan. Deze financieren wij uit incidentele baten en projectgelden. Voor de begroting
Kadernota 2024
42/45
van 2024 verwachten wij hiervoor geen stijging in de lasten. Wanneer incidentele lasten na 2024 wegvallen moeten wij hiervoor de kostprijs verhogen. In de meerjaren raming houden wij hier rekening mee. 9.11 Boventallig verlof en verruiming verlofsparen in de cao-afspraken Ter ondersteuning van het vitaliteitsbeleid krijgen alle medewerkers vanaf 1 januari 2022 de mogelijkheid om bovenwettelijk verlof te sparen. Dit verlofsparen geeft medewerkers meer mogelijkheden om vrije tijd af te stemmen op specifieke wensen. Deze extra mogelijkheid tot verlofsparen kan leiden een stijging van het verlofsaldo. Het is niet mogelijk om dit effect vooraf te kwantificeren. 9.12 Uitkomsten Commissie Van Aartsen Eén van de aanbevelingen van de Commissie Van Aartsen is te komen tot een Landelijke normfinanciering in plaats van lokale outputfinanciering. ODIJ heeft geen outputfinanciering maar een inputfinanciering. Uit onderzoek blijkt dat als we onze financiering omrekenen naar euro per inwoner, wij aan de onderkant van de omgevingsdiensten zitten. Dit betekent dat er een risico bestaat dat een landelijke normfinanciering een stijging van de tarieven met zich mee brengt. De commissie realiseert zich dat dit een beperking in de vrijheid van het budget van lokale en regionale overheid betekent en daarmee een ingreep in de gegroeide financiële verhoudingen tussen overheden.
Toch is het noodzakelijk om toezicht en handhaving effectief te laten zijn en meer milieuschade in de toekomst te voorkomen. Omdat dit ook een nationaal belang is, moet het Rijk bijdragen aan de financiering van omgevingsdiensten. Ten tijde van het opstellen van deze kadernota is niets bekend over financiering van het Rijk en is dit onzeker. Voor het jaar 2024 verwachten wij hiervoor geen besluitvorming en geen impact voor de begroting 2024. 9.13 Cao-onderhandelingen Ten tijde van het opstellen van deze kadernota zijn er nog geen afspraken gemaakt over de cao 2023 en 2024. Hierdoor is het nog niet mogelijk om een exacte impact te berekeningen en is de indexatie gebaseerd op ramingen van het CBS.
Kadernota 2024
43/45
10
Begroting 2025 en verder
Kadernota 2024
44/45
Belangrijkste uitgangspunt voor de begroting 2024 én de meerjarenraming 2025-2027, is dat deze sluitend is en voorziet in maatregelen die ook op langere termijn een sluitende begroting waarborgen. Een sluitende begroting vereist een evenwicht tussen de baten en de lasten. Nadat de lasten verminderd zijn met de baten uit dienstverlening overeenkomsten, projecten en overige baten, resteert de bijdrage van de deelnemers. Deze baten zijn kostprijsafhankelijk en zijn daarom van dezelfde ontwikkelingsfactoren afhankelijk. Zo zijn de baten en de lasten vooral afhankelijk van de ontwikkeling van het totale volume van de dienstverlening. Ook de te hanteren indexering heeft invloed op de baten en lasten. Inflatie raakt steeds meer mensen, economische groei valt terug. Na sterk herstel uit de coronacrisis valt de groei nu terug doordat inflatie de huishoudbestedingen onder druk zet. De Nederlandse economie is sterk hersteld uit de coronacrisis gekomen. De hoge groei in het afgelopen kwartaal en eind vorig jaar geeft voor 2022 nog een hoog groeicijfer van 4,6%, maar onderliggend is het beeld aan het kantelen. De oorlog in Oekraïne en de verstoringen door de coronacrisis hebben geleid tot een scherp opgelopen inflatie. De inflatie en de daarmee gepaard gaande onzekerheid en ook de renteverhogingen door centrale banken om de inflatie te beteugelen, remmen wereldwijd de economische groei.
Ondanks deze voorspellingen verwachten wij dat de inflatiecorrectie in de cao-lonen stevig is. Onze lasten bestaan voor 87% uit personele lasten. Dit is voor ons een autonome ontwikkeling waar wij verder geen invloed op hebben. Daarom zetten wij ook in op een volledige loon- en prijsontwikkeling.
Postbus 325 1940 AH Beverwijk 0251–263 863 info@odijmond.nl www.odijmond.nl 5 januari 2023 | versie 1.0 Beeld: Stockfoto’s en foto’s beeldbank OD IJmond
Kadernota 2024
45/45