CConstaterende datHeemstede
Koppel je AI →
Document · PDF

Financiële onderbouwing Heemstede.pdf

Gemeenteraad 25 november 2021, gemeente HeemstedeBij agendapunt: 9: Programma water Bloemendaal en Heemstede 2022-20265.197 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

PROGRAMMA WATER GEMEENTEN BLOEMENDAAL EN HEEMSTEDE 2022 T/M 2026 FINANCIËLE ONDERBOUWING HEEMSTEDE

1 INLEIDING In dit rapport leest u de financiële onderbouwing voor de kosten voor onderhoud en vervanging van de riolering en de watervoorzieningen. Het Programma Water gaat over alle watervoorzieningen. Een beschrijving van de voorzieningen en de taken staat in het hoofdrapport en het bijlagenrapport van het Programma Water.

INHOUDSOPGAVE FINANCIËLE ONDERBOUWING HEEMSTEDE 1 1.1

INLEIDING De kosten en de inkomsten in beeld

3 3

2 2.1

FINANCIERINGSMETHODE Afweging: verfijnen financiering

4 4

3 3.1 3.2 3.3 3.4

SCENARIO’S VOOR KOSTENONDERBOUWING Scenario’s De resultaten in het kort Rioolheffing Boekwaarde

5 5 5 5 6

4 4.1 4.2 4.3 4.4

DE UITGAVEN Exploitatiekosten Groot onderhoud Algemene middelen en exploitatie Personeel

7 7 7 9 9

5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11

INKOMSTEN: KOSTENDEKKINGSBEREKENINGEN Basisgegevens Levensduurverwachtingen Uitgaven De Resultaten Lastenontwikkeling Inkomsten uit rioolheffing Boekwaarde en rentelasten Voorzieningen BTW-compensatie EMU-saldo Bijdrage andere partijen

De peildatum van de financiële berekening is 1 januari 2022. Alle genoemde bedragen zijn exclusief BTW en op prijspeil 1 januari 2021. Evaluatie van de voortgang en de financiën en eventuele tussentijdse bijstelling van het Programma Water vindt plaats als er zich grote veranderingen voordoen, maar minimaal eenmaal in de vijf jaar. Als basis voor vervangingsplanningen en de kostenberekeningen hebben we gebruik gemaakt van de basisgegevens vrij vervalriolering uit Geovisia en Kikker, stand per 1 juni 2021.

Om onze prestaties op het beleidsveld Water te waarborgen, zijn financiële middelen onmisbaar. In dit deelrapport gaan wij primair in op de financiën die gemoeid zijn met het uitvoeren van de gemeentelijke waterzorgtaken (riolering, hemelwater en grondwater). In het voorstel zit de motie van de raad uit 2012 verwerkt waar we de afgelopen jaren naar toe hebben gewerkt. Het betekent dat we overstappen op een duurzame manier van financieren, het Ideaal Complex. We stappen af van het activeren van middelen (geld lenen) en we gaan de projecten direct uit een voorziening betalen. We schuiven hiermee geen kosten vooruit naar onze kinderen en verbeteren onze schuldenpositie op termijn. Dit gaat in 2023 in.

1.1 De kosten en de inkomsten in beeld De financiën die gemoeid zijn met het uitvoeren van alle gemeentelijke watertaken moeten in balans zijn. Onder de paraplu van de gemeentelijke watertaken worden met name de volgende zaken onderbouwd: ■ Dagelijks beheer en onderhoud ■ Groot onderhoud (vervangingen) ■ Verbeteringen aan het bestaande stelsel

12 12 13 13 13 14 14 15 16 16 17 17

Figuur 1: werkzaamheden in gemeente Heemstede

In het hoofdrapport en het bijlagenrapport is vastgelegd hoe wij ervoor zorgen dat wij aan de waterzorgplichten voldoen en welke acties daarvoor nodig zijn. In dit financiële deelrapport geven wij aan welke kosten ermee zijn gemoeid en welke financiële middelen nodig zijn. De financiële onderbouwing van het Programma Water vormt de basis voor de rioolheffing. In hoofdstuk 3 van dit rapport vindt u een samenvatting van de belangrijkste cijfers en grafieken. Figuur 2: ontwikkeling uitgaven, zie ook hoofdstuk 5.3

PROGRAMMA WATER GEMEENTEN BLOEMENDAAL EN HEEMSTEDE – FINANCIELE ONDERBOUWING HEEMSTEDE

2

PROGRAMMA WATER GEMEENTEN BLOEMENDAAL EN HEEMSTEDE – FINANCIELE ONDERBOUWING HEEMSTEDE

3

2 FINANCIERINGSMETHODE

3 SCENARIO’S VOOR KOSTENONDERBOUWING

Tabel 1: voor- en nadelen van twee te overwegen financieringsmethoden

1 - Positieve voorzie2 - Boekwaarde toe­ ning (huidige methode) gestaan (alternatief)

Gemeente Heemstede financiert de kosten die gemoeid zijn met de uitgaven voor het Programma Water vanaf 2023 volgens het zogenaamde Ideaal Complex. Overstappen naar een financieringsmethode die gebruik maakt van het Ideaal Complex (IC) levert een aantal voordelen op. Dit is een financieringsmethode waarbij de inkomsten direct worden ingezet om de kosten te dekken en waarin geld wordt gespaard in plaats van geleend. Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is dit voor de rioleringszorg een geoorloofde financieringsmethode.

Rioolheffing

Eerst fors stijgen, dan dalen

Korte stijging naar stabiele eindheffing

Rentelasten

Geen rentelasten

Wel rentelasten

Leningenportefeuille / schuldpositie

Geen boekwaarden, dus Wel boekwaarden, dus geen schuld ook een schuldenlast

Heemstede maakt gebruik van de mogelijkheid uit het Besluit Begroting en Verantwoording om bedragen te doteren aan een spaarvoorziening (BBV art. 44.1.d.) en deze spaarbedragen in mindering te brengen op de vervangings- en verbeterings­investeringen voor de water-zorgplichten (zie ook BBV-notitie Riolering – nov. 2014). Deze toepassing staat bekend als het Ideaal Complex, een methode die met name bij grotere gemeenten aftrek vindt.

Figuur 5: boekwaarde bij verschillende berekende scenario’s

2.1 Afweging: verfijnen financiering

3.1 Scenario’s

3.2 De resultaten in het kort

We hebben ons laten adviseren over het huidige financieringsmodel, om te zien of er ook andere passende methoden zijn. Volgens de huidige financieringsmethode (rode lijn in figuur 3) wordt als principe uitgegaan van een positieve voorziening. Dat betekent dat de rioolheffing op kortere termijn sterk moet stijgen om te vermijden dat de uitgaven groter zijn dan dat gedekt kan worden uit de voorziening. De rioolheffing heeft daardoor een grillig verloop.

De randvoorwaarden voor de financiering staan in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). In het kort zijn er twee te overwegen financieringsmethoden, de eerste heeft als uitgangspunt sparen. Een gecombineerde methode (sparen en lenen in balans) is ook mogelijk.

In de volgende paragrafen staat een korte samenvatting van de belangrijkste resultaten. Een gedetailleerde beschrijving staat in hoofdstukken 4, 5 en 6.

Figuur 3: ontwikkeling rioolheffing per scenario Tabel 2: Ontwikkeling rioolheffing gedurende planperiode

Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) staat toe dat de voorziening ook negatief mag zijn. Dat betekent dat een boekwaarde mag ontstaan. De ‘schuld’ die hierdoor ontstaat, mag versneld worden afgelost met geld dat in latere jaren overblijft. Door de tijdelijke ‘schuld’ te accepteren, kan de rioolheffing meer geleidelijk stijgen en op een lager en meer constant niveau blijven (oranje stippellijn in figuur 3). De rioolheffing is daardoor in de planperiode lager, zie tabel 2. Ook krijgt de rioolheffing op deze manier een gelijkmatig verloop. De stijging van de rioolheffing in de periode 2030-2050 kan worden vermeden.

Scenario

2022

2023

2024

2025

2026

1 – positieve voorziening

€ 246

€ 255

€ 266

€ 276

€ 287

2 – boekwaarde toegestaan

€ 246

€ 253

€ 261

€ 269

€ 277

De voor- en nadelen van de twee te overwegen financieringsmethoden staan in tabel 1. In groen zijn de gunstige uitkomsten te zien en in oranje de ongunstige uitkomsten.

Op basis van de 2 methoden hebben we de volgende scenario’s laten doorrekenen. 1) Positieve voorziening ➞ de huidige financieringsmethode (vanaf 2023), die uitgaat van geld sparen (Ideaal Complex). Bij dit scenario stijgt de rioolheffing de eerste 10 jaar met 4,0%. Daarnaast wordt altijd een positieve voorziening gehanteerd en is de eindheffing ongeveer gelijk aan de beginheffing. 2) Boekwaarde toegestaan ➞ een aangepaste financieringsmethode die zoveel mogelijk gebaseerd is op geld sparen. Bij dit scenario gebruiken we een combinatie van activeren en Ideaal Complex. De rioolheffing stijgt de eerste 10 jaar met 3,1%. Een (beperkte) boekwaarde wordt toegestaan die versneld wordt afgelost. Het eindsaldo van de voorziening is gelijk aan het startsaldo.

In onderstaande overzichtstabel zijn de resultaten van de twee scenario’s voor een aantal kengetallen samengevat. In groen zijn de gunstige uitkomsten getoond, in oranje de ongunstige uitkomsten. In de daarop volgende paragrafen zijn de resultaten per kengetal beschreven. Een uitgebreide onderbouwing van de kengetallen staat in hoofdstuk 5.

3.3 Rioolheffing Alle twee patronen tonen eerst een stijging, waarbij deze bij scenario 1 langer duurt en daarna iets daalt (zie figuur 6). Tussen 2052 en 2082 blijft de heffing een periode constant en bij scenario 1 daalt deze weer aan het einde naar het startniveau van € 246,00. Tabel 3: Samenvatting voor de twee scenario’s voor 70 jaar

Figuur 4: sparen en lenen in balans: een geoorloofde financieringsmethode

PROGRAMMA WATER GEMEENTEN BLOEMENDAAL EN HEEMSTEDE – FINANCIELE ONDERBOUWING HEEMSTEDE

4

PROGRAMMA WATER GEMEENTEN BLOEMENDAAL EN HEEMSTEDE – FINANCIELE ONDERBOUWING HEEMSTEDE

5

De stijgingspercentages verschillen echter onderling: ■ in scenario 1 +4,0% tussen 2022 en 2031, +2,2% tussen 20322041, -2,9% tussen 2042 en 2051 en daarna constant met nog een kortstondige daling tussen 2082 en 2086 ■ in scenario 2 +3,1% in de eerste 10 jaar en daarna constant Opvallend is de veel constantere rioolheffing bij scenario 2, en het lagere maximale heffingsniveau (€ 333,00 t.o.v. € 452,00). Het gemiddelde en maximale niveau van de rioolheffing verschilt voor scenario 2 slechts weinig (ca. € 7,00), maar is bij scenario 1 fors (ca. € 116,00). Bij scenario 2 is de rioolheffing tijdens de planperiode van het programma Water het laagst, zie tabel 4. In tabel 4 is de ontwikkeling van de rioolheffing weergegeven gedurende de planperiode.

3.4 Boekwaarde

Activiteitenplanning

4 DE UITGAVEN

In figuur 7 is het verloop van de boekwaarden weergegeven. Voor scenario 2 raakt de spaarvoorziening in 2033 leeg en ontstaan er nieuwe boekwaarden, die gekoppeld zijn aan de voorziening. Voor scenario 1 blijft de spaarvoorziening over de gehele beschouwde periode positief. De boekwaarden lopen langzaam af naar € 0. De boekwaarde komt voort uit historische investeringen.

Onder de paraplu van de gemeentelijke watertaken worden met name de volgende zaken onderbouwd: ■ Dagelijks beheer en onderhoud ■ Groot onderhoud (vervangingen) ■ Verbeteringen aan het bestaande stelsel De uitgaven bestaan uit exploitatiekosten en investeringen. De totaalbedragen voor de planperiode zijn in tabel 5 weergegeven. We hebben een gedetailleerd overzicht waarin is terug te vinden waaruit de totaalbedragen zijn opgebouwd. Vanwege de grootte van het gedetailleerde overzicht is dit alleen als excel-bestand beschikbaar. Tabel 5: Uitgaven in de planperiode 2022-2026

Figuur 7: Verloop van boekwaarden

Jaar

Exploitatie

Investeringen

Totale uitgaven

2022

€ 1,549,751

€ 1,402,700

€ 2,952,451

2023

€ 1,749,251

€ 1,172,099

€ 2,921,350

2024

€ 1,539,251

€ 2,737,749

€ 4,277,000

2025

€ 1,484,751

€ 509,177

€ 1,993,928

2026

€ 1,528,751

€ 577,927*

€ 2,106,678

* Reservering op basis van theoretische restlevensduurverwachting

Figuur 6: Ontwikkeling van de rioolheffing

De uitgaven zijn nodig om de noodzakelijke inspanningen aan onze watertaken te kunnen verrichten. Bijvoorbeeld het vervangen van rioolobjecten.

Tabel 4: Ontwikkeling rioolheffing gedurende planperiode

Scenario

2022

2023

2024

2025

2026

1 – positieve voorziening

€ 246

€ 255

€ 266

€ 276

€ 287

2 – boekwaarde toegestaan

€ 246

€ 253

€ 261

€ 269

€ 277

PROGRAMMA WATER GEMEENTEN BLOEMENDAAL EN HEEMSTEDE – FINANCIELE ONDERBOUWING HEEMSTEDE

4.1 Exploitatiekosten De exploitatiekosten bestaan voor een belangrijk deel uit de kosten voor het onderhoud dat nodig is voor het in stand houden van onze watervoorzieningen. Denk daarbij aan het dagelijks onderhoud van het rioleringssysteem, onderzoek, planvorming en het beheer van het (grondwater)meetnet.

6

We zetten in de komende periode stappen vooruit op het gebied van klimaatadaptatie en het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA). Om deze stappen te kunnen zetten, is in de komende jaren een aantal acties nodig. Deze acties zijn opgenomen in de lijst ‘Planning activiteiten’ (zie het bijlagenrapport, bijlage 1, onderdeel voorbereiding voor beleid). De meeste werkzaamheden die bij de acties horen, voeren we met ons eigen personeel uit. We besteden een deel van het werk uit aan externen. De kosten voor het inhuren van externen zijn onderdeel van de exploitatie.

4.2 Groot onderhoud De kosten voor groot onderhoud bestaan voornamelijk uit investeringen voor het vervangen of vernieuwen (renoveren) en verbeteren van de watervoorzieningen. Denk aan vrijvervalriolering, drainage- en infiltratieleidingen, drukriolen, gemalen en persleidingen.

Vrijvervalriolering Een groot deel van de vrij-vervalriolen in Heemstede zijn nog niet zo oud en de grondslag is hier gunstig. De kwaliteit is dan ook nog goed. We verwachten dat de vrij-vervalriolen ongeveer 70 jaar meegaan. Op basis van deze standaard-levensduur, komen er een aantal tijdstippen voor waarin een substantieel aantal meters riolering moeten worden vervangen, zie figuur 9 op het grafiekenblad aan het einde van dit hoofdstuk. Het gaat bijvoorbeeld om 2039, 2043, 2051, 2073 en 2077. Sommige rioolleidingen gaan echter korter mee dan we verwachten. Anderen juist langer. We zorgen er daarom voor dat we de kwaliteit van de rioolleidingen in de gaten houden. We doen dit doormiddel van rioolinspecties met een rijdende camera. Uit de beelden van de camera leiden we af of het nodig is om riolen te vervangen of te vernieuwen (renoveren).

Korte termijn; verwijderen en aanbrengen Sommige rioolleidingen zijn van een zodanige kwaliteit dat deze niet meer gerenoveerd kunnen worden of er zijn meer maatregelen nodig waardoor vervangen een betere optie is dan renoveren. Het is dus nodig om deze leidingen op korte termijn op te graven, te verwijderen en een nieuwe leiding aan te brengen. Voor de komende 3 jaar hebben we de volgende zaken op de planning staan:

PROGRAMMA WATER GEMEENTEN BLOEMENDAAL EN HEEMSTEDE – FINANCIELE ONDERBOUWING HEEMSTEDE

7

■ 2022: omgeving Slotlaan, vervangen riolering en huisaansluitingen inclusief aanleggen HWA (192 m) ■ 2022: omgeving Ringvaartlaan, vervangen riolering en strengen verruimen (BRP maatregel) (930 m) ■ 2023: omgeving Rijnlaan, vervangen riolering en huisaansluitingen, inclusief aanleggen HWA en drainage (1520 m) ■ 2023: omgeving Linge, vervangen riolering en huisaansluitingen, inclusief aanleggen HWA en drainage (265 m) ■ 2024: omgeving Berkenlaan, vervangen riolering (1270 m) ■ 2025: omgeving Asterkade, vervangen riolering, inclusief aanleggen HWA en drainage (185 m)

Lange termijn; meerjarenplanning Om ervoor te zorgen dat we voldoende geld reserveren om de vervangingen te kunnen bekostigen, is er een meerjarenvervangingsprogramma gemaakt. De onderstaande grafiek geeft de te verwachten vervangingskosten voor de komende 70 jaar (levensduurbeschouwing) weer. De kosten zijn gebaseerd op de ontwerplevensduur (moment van vervangen) en op kostenkengetallen van de kennisbank van RIONED en ervaringscijfers van de gemeente (kosten van per meter). De lijn van de vervangingsgrafiek vertoont een grillig verloop. Het is mogelijk om deze vloeiender te maken. Bijvoorbeeld door de vervangingen over een aantal jaren uit te middelen. Waarschijnlijk zal dat tegen de tijd dat deze vervangingen aan de orde zijn, in werkelijkheid ook gebeuren. We kiezen er nu bewust voor om het grillige verloop met pieken en dalen te presenteren. Deze lijn geeft immers het minst vertekende beeld.

4.3 Algemene middelen en exploitatie

Stichting RIONED. De kostenkengetallen zijn geactualiseerd door deze te indexeren. De kostenkengetallen zijn getoetst en eventueel aangevuld met ervaringscijfers van de gemeente.

Uitbreiding van het areaal aan watervoorzieningen ten behoeve van nieuwbouw (zoals nieuwe riolering, gemalen maar ook de wadi’s en natuurvriendelijke oevers die ingezet worden voor waterberging) worden bekostigd uit exploitatie van de nieuwbouw waar de uitbreiding van het areaal bij hoort. Watervoorzieningen in woningbouwplannen worden betaald uit de inkomsten van de grond/ woningverkoop.

De kostenkengetallen zijn opgenomen in de excel-file van de kostendekkingsberekeningen.

Vervangen gemalen en drukrioleringsunits Rioolgemalen vormen de vitale en kwetsbare onderdelen van ons (vuilwater)rioolstelsel. Daarom is het belangrijk dat zij naar behoren blijven functioneren. We zorgen er dan ook voor dat deze op tijd worden vervangen. Gemalen bestaan uit een bouwkundig deel (de gemaalkelder met eventueel een opbouw) een mechanisch deel (de pompen, de afsluiters en de terugslagkleppen) en een elektrisch deel (de pompbesturing, de bedrading en de schakelkast). De verschillende onderdelen kennen een eigen levensduurverwachting. Er wordt onderscheid gemaakt tussen schoonwatergemalen (HWAgemalen) en vuilwatergemalen (DWA-gemalen en drukrioleringsunits) ■ Drukriolering en gemalen, bouwkundig: 30 jaar ■ Mechanisch, vuilwater: 15 jaar ■ Mechanisch, hemelwater: 15 jaar ■ Elektrisch: 15 jaar De vervangingskosten zijn tot en met het jaar 2091 in beeld gebracht. Zie het overzicht in figuur 11 op het grafiekenblad aan het einde van dit hoofdstuk. De kosten voor het vervangen van de verschillende onderdelen van de gemalen zijn ingeschat op basis van ervaringscijfers van gemeente Heemstede.

Drukrioleringen vormen eveneens essentiële onderdelen van ons (vuilwater)rioolstelsel. Daarom is het belangrijk dat zij naar behoren blijven functioneren. We zorgen er dan ook voor dat deze op tijd worden vervangen. De leidingen hebben een levensduur van circa 30 jaar. De vervangingskosten zijn tot en met het jaar 2091 in beeld gebracht. Zie het overzicht in figuur 12 op het grafiekenblad aan het einde van dit hoofdstuk. De kosten voor het vervangen van de verschillende onderdelen van de gemalen zijn ingeschat op basis van ervaringscijfers van gemeente Heemstede.

Kostenkengetallen Voor het berekenen van de kosten die bij het aanpakken van de vrij-vervalriolen horen, werken we met kostenkengetallen. De kostenkengetallen zijn afkomstig uit de Kennisbank riolering van

PROGRAMMA WATER GEMEENTEN BLOEMENDAAL EN HEEMSTEDE – FINANCIELE ONDERBOUWING HEEMSTEDE

Meer personeel De klimaatopgave van het DPRA en de participatieve aanpak van werken in de openbare ruimte vragen meer tijdbesteding, dus ook meer bemensing. Een verkenning met de rekensheet van de Kennisbank riolering leert dat een gemeente met omvang van Heemstede (qua inwoners en qua lengte rioolstelsel) ongeveer 5 fte voor waterzaken in dienst zou moeten hebben bij de huidige combinatie van werk zelf uitvoeren en uitbesteden (binnendienst en buitendienst), zie ook tabel 6. De voorgestelde uitbreiding en bijsturing van het personeel is passend. Tabel 6: Onderbouwing personele inzet o.b.v. rekensheet Kennisbank riolering

Alles zelf uitvoeren

Alle werk uitbesteden

50% zelf uitvoeren en 50% werk uitbesteden

Benodigd fte voor maatregelen o.b.v. areaal

3.5

0.4

1.8

Benodigd fte voor onderhoud o.b.v. investeringen

1.6

0.6

1.2

3.1

1.4

1.9

Figuur 8: Onder een putdeksel gaat vaak meer schuil dan je denkt

Benodigd fte voor planvorming, onderzoek en facilitair o.b.v. grootte

4.4 Personeel

Totaal

8.2

2.4

4.9

Vervangen drukriolering Er zijn in Heemstede rioolobjecten aanwezig die volgens de rest­ levens­duur vóór 2022 of tijdens de planperiode vervangen (hadden) moeten worden. Maar uit recente inspecties blijkt dat deze nog goed functioneren en een goede kwaliteit hebben. Ze zijn dus nog niet aan vervanging toe. De totale kosten voor het uiteindelijk vervangen van deze objecten zijn wél meegenomen in de uitgaven voor groot onderhoud. De kosten zijn uitgemiddeld over de periode 2027 t/m 2036. Het gaat in totaal om ongeveer € 8.700.000,- aan werk.

houden wél zelf de regie over de uitbestede werkzaamheden. De werkvoorbereiding, toezichthouding en directievoering gebeurt in de meeste gevallen door ons zelf.

8

We hebben een aantal medewerkers in dienst om alle watertaken uit te voeren. De watertaken bestaan uit het voorbereiden, uitvoeren, coördineren en/of begeleiden van de werkzaamheden die in bijlage 3 van het bijlagenrapport beschreven staan. De huidige bemensing voor het uitvoeren van de watertaken in onze gemeente (volgens de huidige exploitatie) is 4 fte. Er wordt een uitbreiding van de capaciteit voorgesteld (1 fte) voor beleid- en planvorming. Het totaal komt daarmee op 5 fte. Uitgangspunt is een combinatie van werk zelf uitvoeren en uitbesteden. In onze gemeente besteden we ongeveer de helft van onze werkzaamheden uit. We

PROGRAMMA WATER GEMEENTEN BLOEMENDAAL EN HEEMSTEDE – FINANCIELE ONDERBOUWING HEEMSTEDE

9

Figuur 9: totale vervangingskosten voor rioolobjecten tussen 2022 en 2091, gebaseerd op ontwerplevensduur

Figuur 12: totale vervangingskosten voor drukriolering tussen 2022 en 2091, gebaseerd op ontwerplevensduur

Figuur 10: totale vervangingskosten voor drainageleidingen tussen 2022 en 2091, gebaseerd op ontwerplevensduur

Figuur 11: totale vervangingskosten voor gemalen en drukrioleringsunits tussen 2022 en 2091, gebaseerd op ontwerplevensduur

PROGRAMMA WATER GEMEENTEN BLOEMENDAAL EN HEEMSTEDE – FINANCIELE ONDERBOUWING HEEMSTEDE

10

PROGRAMMA WATER GEMEENTEN BLOEMENDAAL EN HEEMSTEDE – FINANCIELE ONDERBOUWING HEEMSTEDE

11

5 INKOMSTEN: KOSTENDEKKINGSBEREKENINGEN De uitgaven aan de gemeentelijke watertaken worden gefinancierd uit de rioolheffing. In dit hoofdstuk zijn twee financieringsmethoden met elkaar vergeleken. De basis voor de vergelijking zijn de uitgaven, zoals die in hoofdstuk 4 zijn beschreven. De uitgaven zijn voor alle beschouwde methoden en scenario’s gelijk.

Rioolheffing De inkomsten bestaan uit de opbrengsten van de rioolheffing. Bij het opleggen van de rioolheffing passen we een gestaffeld tarief toe. De rioolheffing is kostendekkend.

5.1 Basisgegevens In onderstaand overzicht zijn de gehanteerde basisgegevens voor de financieringsberekeningen weergegeven: ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■

Startjaar Beschouwde periode Prijspeil Rioolheffing startjaar 2022 Aantal heffingseenheden Saldo spaarvoorziening riolering op 1 januari 2022 Saldo tariefegalisatievoorziening op 1 januari 2022 Omslagrentepercentage Afwaarderingspercentage (inflatie) Grondslag BTW-compensatie

■ BTW-percentage

2022 70 jaar 2021 € 245,54 (basistarief) 13.221 (fictief aantal; opm. 1) € 2.370.000,-€ 594.456,-1,3% 1,3% (zie kader hiernaast) Afschrijvingen/spaarbedragen (opm. 2) 21% (opm. 3)

5.2 Levensduurverwachtingen

Opmerkingen: 1. Het aantal heffingseenheden is een fictief aantal, berekend uit de verwachte inkomsten in 2022 gedeeld door de rioolheffing in dat jaar. 2. Feitelijk is er bij de scenario’s 1 en 2 sprake van twee grondslagen. Voor de aflossing van de in het startjaar bestaande boekwaarde gelden de betreffende afschrijvingen als grondslag. Voor het Ideaal Complex zijn dat de spaarbedragen. 3. De opbrengsten uit de BTW-compensatie komen ten goede van de algemene middelen.

Tabel 8: Uitgaven in de planperiode 2022-2026

In tabel 7 zijn de levensduurverwachtingen voor de verschillende objecten weergegeven. Voor geactiveerde investeringen gelden deze perioden ook als afschrijvingstermijnen. Voor de aan de spaarvoorziening gekoppelde boekwaarden gelden geen vaste afschrijvingstermijnen. De afschrijving vindt plaats met spaarbedragen uit de volgende jaren op basis van het principe ‘first-in-first-out’.

Jaar

Exploitatie

Investeringen

Totale uitgaven

2022

€ 1,549,751

€ 1,402,700

€ 2,952,451

2023

€ 1,749,251

€ 1,172,099

€ 2,921,350

2024

€ 1,539,251

€ 2,737,749

€ 4,277,000

2025

€ 1,484,751

€ 509,177

€ 1,993,928

2026

€ 1,528,751

€ 577,927*

€ 2,106,678

* Reservering op basis van theoretische restlevensduurverwachting

Tabel 7: Levensduurverwachting en afschrijvingstermijn per objectsoort

Afwaarderen (toelichting) De berekeningen zijn uitgevoerd op basis van een vast prijspeil, waardoor alle uitgaven gedurende de beschouwde periode herkenbaar blijven op basis van de huidige prijsbeleving. Dit betekent wel dat de prijsontwikkeling van de uitgaven moet worden gecompenseerd door de inkomsten uit de rioolheffing jaarlijks te verhogen met het inflatiepercentage. Uitgaven en inkomsten blijven daardoor met elkaar in de pas lopen. Voor de kapitaallasten (rente en afschrijving) en saldi van voorzieningen ligt dit echter anders. Rentelasten bijvoorbeeld worden bepaald op basis van een nominale rente waarin de inflatie is meegenomen. Bij het principe van een vast prijspeil moeten we de inflatie uitschakelen door een reële rentevoet te hanteren. Afschrijvingstermijnen worden over de afschrijvingsperiode vastgelegd en staan niet onder invloed van de inflatie. Bij lineaire afschrijving blijft de jaarlijks afschrijving constant en is dus ongevoelig voor de inflatie. Maar uitgedrukt in de huidige prijspeil wordt de effectieve waarde elk jaar minder (zie bijgevoegde grafiek). Als we dus zuiver willen rekenen, moeten we de termijnen jaarlijks afwaarderen met een aangenomen inflatiepercentage.

Hetzelfde geldt voor de saldi van voorzieningen: een saldo op 31 december van dit jaar staat op 1 januari van het volgende jaar voor hetzelfde bedrag nog in de boeken, maar door de optredende inflatie is dit saldo in het Afwaardering afschrijvingstermijnen en saldi huidige prijspeil lager geworden. Ook saldi moeten dus worden afgewaardeerd.

PROGRAMMA WATER GEMEENTEN BLOEMENDAAL EN HEEMSTEDE – FINANCIELE ONDERBOUWING HEEMSTEDE

12

Objectsoort

Technische levensduur

Afschrijvingstermijn

Vrijvervalriolen

70 jaar

70 jaar

Gemalen, bouwkundig

30 jaar

30 jaar

Gemalen, E/M

15 jaar

15 jaar

Persleidingen

30 jaar

30 jaar

Drukriolering, bouwkundig

30 jaar

30 jaar

Drukriolering, E/M

15 jaar

15 jaar

Randvoorzieningen, bouwkundig

70 jaar

70 jaar

IBA’s

20 jaar

20 jaar

Infiltratievoorzieningen

30 jaar

30 jaar

Drainage / DT-riolering

30 jaar

30 jaar

Figuur 13: Exploitatiekosten en investeringen over de periode 2022-2091

5.4 De Resultaten 5.3 Uitgaven De uitgaven bestaan uit exploitatiekosten en uit investeringen. De exploitatiekosten zijn van jaar tot jaar ongeveer gelijk (zie tabel 8 en figuur 13), terwijl de investeringen een grillig verloop laten zien. Het is duidelijk dat het patroon van de investeringen de toepassing van het Ideaal Complex lastig maakt.

Overzichtstabel In tabel 9 zijn de resultaten van de twee scenario’s voor een aantal kengetallen samengevat. Onder de tabellen is een toelichting op de kengetallen gegeven. In de daarop volgende paragrafen zijn de resultaten per kengetal beschreven.

PROGRAMMA WATER GEMEENTEN BLOEMENDAAL EN HEEMSTEDE – FINANCIELE ONDERBOUWING HEEMSTEDE

13

In tabel 10 is het verloop van de rioolheffing in de planperiode 20222026 weergegeven.

In figuur 17 en figuur 18 is het verloop van de boekwaarden en de rentelasten weergegeven. De karakteristieken zijn vanzelfsprekend gelijk, omdat rentelasten een afgeleide zijn van de boekwaarden. Voor scenario 2 raakt de spaarvoorziening in 2033 leeg en ontstaan er nieuwe boekwaarden, die gekoppeld zijn aan de voorziening. Voor scenario 1 blijft de spaarvoorziening over de gehele beschouwde periode positief. De in figuur 18 voor scenario 1 aangegeven afloop van de boekwaarde komt dan ook vooral voort uit historische investeringen.

Tabel 9: Kengetallen van de resultaten uit de twee doorgerekende scenario’s

Toelichting op de tabel ■ In groen zijn de gunstigste uitkomsten weergegeven, in oranje de ongunstigste. ■ Inkomsten: cumulatief bedrag over de beschouwde periode van 70 jaar. ■ Rioolheffing: basistarief als minimale, gemiddelde en maximale waarde, alsmede het totaal aantal jaren van stijging binnen de beschouwde periode. ■ Saldi: maximale respectievelijk eindsaldo van de spaarvoorziening. ■ BTW: cumulatieve omvang van de BTW-compensatie over de beschouwde periode.

5.7 Boekwaarde en rentelasten

5.5 Lastenontwikkeling In figuur 14 is de lastenontwikkeling voor de twee scenario’s weergegeven. Wat opvalt is dat de lasten bij zuiver Ideaal Complex (scenario 1) in de eerste helft van de beschouwde periode gestaag toenemen. Dit is nodig om de spaarvoorziening positief te kunnen houden. Bij scenario 2 is het lastenniveau constant vanaf 2032 en ontstaan vanaf die tijd (beperkte) boekwaarden. Figuur 15: Inkomstenontwikkeling

De rentelasten vertonen dezelfde karakteristieken als die van de boekwaarden. Er ontstaat een cumulatief verschil over 70 jaar van 5 miljoen euro.

Figuur 16: Ontwikkeling van de rioolheffing

Figuur 17: Verloop van rentelasten

Vergelijking Tussen de scenario’s kan de volgende vergelijking worden gemaakt: ■ Scenario 1 heeft de volgende kenmerken: – om te voldoen aan de wens voor een positieve voorziening moet de rioolheffing eerst stijgen en daarna kan deze weer dalen. – Er ontstaan géén (extra) rentelasten. – Er zijn geen boekwaarden, dus er wordt ook geen schuld opgebouwd. Dit heeft voordelen voor de BTW-compensatie en het EMU-saldo. – De inwoners betalen per saldo meer heffing (dan bij scenario 2). ■ Scenario 2 heeft de volgende kenmerken: – Door boekwaarden toe te staan kan de rioolheffing gelijkmatig stijgen en daarna op een constant niveau blijven – Er ontstaan rentelasten – Er wordt periodiek een schuld opgebouwd. Deze wordt versneld afgelost – De inwoners betalen per saldo minder heffing (dan bij scenario 1) .

Figuur 14: Lastenontwikkeling

5.6 Inkomsten uit rioolheffing Tabel 10 : Ontwikkeling rioolheffing gedurende planperiode

In figuur 15 en figuur 16 zijn de ontwikkeling voor inkomsten en rioolheffing weergegeven. Vanzelfsprekend zijn de karakteristieken gelijk. Tussen de scenario’s onderling zijn er verschillen. De heffing in scenario 1 ondergaat gedurende 20 jaar een stijging, maar kan daarna dalen tot ongeveer het eindniveau van scenario 2. Aan het eind is nog eens een daling mogelijk tot ongeveer het startniveau. De heffing van scenario 2 stijgt gedurende 10 jaar geleidelijk tot het eindniveau. Afhankelijk van de periode treden er grotere verschillen op in de heffing, Gemiddeld is de heffing van scenario 2 ca. € 11 lager (€ 326 versus € 337).

PROGRAMMA WATER GEMEENTEN BLOEMENDAAL EN HEEMSTEDE – FINANCIELE ONDERBOUWING HEEMSTEDE

Scenario

2022

2023

2024

2025

2026

1 – positieve voorziening

€ 246

€ 255

€ 266

€ 276

€ 287

2 – boekwaarde toegestaan

€ 246

€ 253

€ 261

€ 269

€ 277

Figuur 18: Verloop van boekwaarden

14

PROGRAMMA WATER GEMEENTEN BLOEMENDAAL EN HEEMSTEDE – FINANCIELE ONDERBOUWING HEEMSTEDE

15

5.8 Voorzieningen

positief en zou de gemeente dus een deel van haar schulden kunnen aflossen. Door de hogere rentelasten bij scenario 2 is het EMU-saldo lager. Het verschil tussen beide situaties is ongeveer € 16 miljoen over 70 jaar.

Er zijn twee voorzieningen voor de riolering: een Spaarvoorziening en een tariefegalisatievoorziening. De saldi van beide voor­zieningen presenteren we separaat van elkaar in de kostendekkings­ berekeningen, maar voor het in beeld brengen van de trend in het verloop van deze voorzieningen, zijn de de saldi bij elkaar opgeteld. Deze zijn weergegevene in de grafiek van figuur 19. Het totale saldo van de spaarvoorziening plus de tariefegalisatievoorziening bedraagt op 1 januari 2022 € 2,9 miljoen.

Inzet tariefegalisatievoorziening

5.11 Bijdrage andere partijen Sommige werkzaamheden die wij voor particulieren verrichten, bijvoorbeeld het maken van een nieuwe rioolaansluiting, worden in rekening gebracht. Figuur 19: Verloop van de saldi van de voorzieningen

Figuur 21: Cumulatief verloop van de BTW-compensatie

Figuur 20: Afwaardering van de saldi van voorzieningen

Figuur 22: Cumulatief verloop van het EMU-saldo

Het eindsaldo van scenario 1 bedraagt ruim € 6 miljoen, wat hoger is dan het startsaldo van ca. € 3 miljoen. Dit komt voort uit het uitgangspunt dat een eindheffing nooit lager mag zijn dan de startheffing. Voor scenario 2 gaat dit niet op en is het eindsaldo gelijk aan het startsaldo. Daarmee zorgen we ervoor dat onze inwoners niet teveel betalen om onze watervoorzieningen op peil te houden en onze watertaken naar behoren uit te voeren.

5.9 BTW-compensatie

5.10 EMU-saldo

In de heffing wordt rekening gehouden met extracomptabele BTWcompensatie, waarvoor de gemeente in het verleden gekort is op de algemene uitkering uit het gemeentefonds. De grondslag voor de BTW-compensatie zijn de spaarbedragen. Deze zijn bij scenario 2 lager dan bij scenario 1 wat doortelt in BTW-compensatie.

In figuur 20 is de (cumulatieve) afwaardering over de saldi van de voorzieningen weergegeven, die voortkomt uit de geldontwaarding. De afwaardering telt mee als last in de tariefberekening. De extra inkomsten, die hieruit voortkomen, zijn nodig om de saldi gelijk te laten oplopen met de geldontwaarding. Door de voortdurend positieve stand van de voorziening is de afwaardering bij scenario 1 ten gevolge van geldontwaarding veel hoger dan bij scenario 2 (met nagenoeg geen positief saldo).

In figuur 21 is de BTW-compensatie cumulatief voor de twee scenario’s aangegeven. De cumulatieve BTW-compensatie is voor beide scenario’s nagenoeg gelijk. Het verschil komt voort uit het verschil in eindsaldo van de spaarvoorziening (zie par. 5.8).

Gemeenten moeten jaarlijks gegevens vertrekken over het zogenaamde EMU-saldo, het saldo tussen inkomsten en uitgaven. Voor riolering komen de inkomsten voornamelijk voort uit de rioolheffing, terwijl de uitgaven bestaan uit exploitatiekosten en investeringen. Van de kapitaallasten gelden alleen de rentelasten als uitgaven, omdat deze de omslag zijn van de rente die de gemeente over haar schulden aan de bank moet betalen.

De spaarvoorziening is gebaseerd op de investeringen voor de komende jaren. De storting in de spaarvoorziening in de jaren 2022 en 2023 leidt tot een tekort in de rioolexploitatie. Dit tekort wordt overeenkomstig het BBV gedekt uit de tariefegalisatievoorziening. Dat leidt ertoe dat we na twee jaar een tariefegalisatievoorziening van ongeveer € 60.000,- overhouden. Deze is voldoende groot om schommelingen in de exploitatiekosten te kunnen opvangen.

Ideaalcomplex of scenario met boekwaarden Bij scenario1 (positieve voorziening) kiezen we ervoor om het saldo van de spaarvoorziening altijd positief te houden. Bij senenario 2 zijn er wél boekwaarden toegestaan. De boekwaarden mogen versneld worden afgelost met spaarbedragen in de daarop volgende jaren. Bij scenario 2 is de spaarvoorziening vanaf 2034 negatief.

PROGRAMMA WATER GEMEENTEN BLOEMENDAAL EN HEEMSTEDE – FINANCIELE ONDERBOUWING HEEMSTEDE

Voor riolering geldt dus de volgende formule: EMU-saldo = Inkomsten – (Uitgaven + Rente) In figuur 22 is het verloop van het EMU-saldo weergegeven. Het grillige verloop wordt veroorzaakt door de grilligheid van de investeringen in de tijd. Voor beide scenario’s 1 en 2 is het saldo

16

PROGRAMMA WATER GEMEENTEN BLOEMENDAAL EN HEEMSTEDE – FINANCIELE ONDERBOUWING HEEMSTEDE

17

COLOFON PROGRAMMA WATER GEMEENTEN BLOEMENDAAL EN HEEMSTEDE 2022 t/m 2026 Datum 28 september 2021 Team Heemstede Carlieke te Beest Jochem Zielstra Frank Leendertse

Team Mark van Dijk Maaike der Kinderen Jan Zuidervliet Contact Aveco de Bondt www.avecodebondt.nl info@avecodebondt.nl Burgemeester van der Borchstraat 2 7451 CH Holten T: +31 548 85 33 33

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.heemstede.nl/api/v1/meetings/1164/documents/16524