CConstaterende datHeemstede
Koppel je AI →
Document · PDF

Cultuurnota Cultuur de verbindende factor 2022-2024.pdf

Commissie Samenleving 11 januari 2022, gemeente HeemstedeBij agendapunt: 4: Vaststellen cultuurnota Cultuur de verbindende factor 2022-202414.041 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Buitenplaatsen (HDE8A t/m HDE12A, HDE14A t/m HDE18A, HDE20A en HDE22A) Beschrijving De buitenplaatsen in Heemstede zijn talrijk en ontwikkelden zich voornamelijk langs de Herenweg en de Binnenweg. Een buitenplaats kan worden omschreven als een deftig plattelandshuis, geliefd bij de welgestelde bevolking als (tijdelijk) onderkomen om het stadse leven te ontvluchten. Buitenplaatsen kennen vaak hun oorsprong in de 16 e eeuw, waarbij een al bestaand boerenbedrijf werd verbouwd tot een (klein) landhuis. Pas in een later stadium werd dan eventueel een nieuw huis gebouwd waardoor de oorspronkelijk aanwezige boerderij verdween. Aan het einde van de 18e en het begin van de 19e eeuw werden door de afnemende welvaart veel landgoederen verlaten en raakten zodoende in verval.

2 Het begraven wordt op de begraafplaatsen die nog in gebruik zijn tot de reguliere werkzaamheden gerekend.

30

Waardebepaling In de bodem kunnen zich, met name waar deze nog niet zo sterk verstoord is, archeologisch relevante resten van buitenplaatsen en boerderijen bevinden. Deze zullen voornamelijk bestaan uit fundamenten van hoofd- en bijgebouwen, gebruiksvoorwerpen, voormalige vijvers, grachten en waterlopen en sporen van tuinaanleg (bij buitenplaatsen). Zij leveren informatie over de ruimtelijke, bouwkundige en tuin-architectonische ontwikkeling van de buitenplaatsen en het dagelijks leven van bewoners en personeel. Daarnaast bieden de bewaard gebleven landgoederen van de buitenplaatsen in archeologisch opzicht een bijzondere conserverende werking voor onder meer prehistorische bewoningssporen. De bodemverstoring is op de terreinen die enkele eeuwen geleden als landgoed zijn ingericht immers doorgaans gering geweest. De eventueel aanwezige archeologische sporen zijn hierdoor waarschijnlijk goed bewaard gebleven. Vrijstellingsgrens Bij grondroerende werkzaamheden in plannen met een oppervlakte van 70 m² of groter en een diepte van 40 cm of dieper dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van archeologische waarden. Plannen die niet aan deze criteria voldoen zijn vrijgesteld van de archeologische onderzoekplicht. Een uitzonderlijke positie vormen de buitenplaatsen Bronstee en Meer en Bos. Beide bevinden zich namelijk in de bebouwde kom.

Bronstee is inmiddels verdwenen, maar de kans bestaat dat hiervan nog restanten in de bodem aanwezig zijn. Het voormalige Meer en Bos is voor een belangrijk deel nog bewaard gebleven, zowel de bebouwing als de tuinaanleg.

Galgenveld (HDE23A) Beschrijving Historisch kaartmateriaal laat vanaf de 17e eeuw in de omgeving van de huidige J.H. Weisenbruchweg de aanwezigheid van een galgenveld of ‘gerecht’ zien. Ook op de topografische kaart van 1894-1923 wordt de benaming ‘Het Galgeveld’ nog gebruikt. Doorgaans bestaat een galgenveld uit één of meerdere galgen met daaronder een put waarin de stoffelijke resten vielen nadat ze door weer en wind waren verteerd. Soms werden op het galgenveld ook hoofden op staken en lichaamsdelen op raden tentoongesteld. Waardebepaling In de bodem kunnen zich, met name waar deze nog niet zo sterk verstoord is, archeologisch relevante resten bevinden. Deze resten kunnen bestaan uit onderdelen die behoren tot de karakteristieken van het voormalige galgenveld zoals sporen van een galgconstructie, maar ook een galgenput met daarin menselijke overblijfselen. Vrijstellingsgrens Bij grondroerende werkzaamheden in plannen met een oppervlakte van 70 m² of groter en een diepte van 40 cm of dieper dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van archeologische waarden. Plannen die niet aan deze criteria voldoen zijn vrijgesteld van de archeologische onderzoekplicht.

Molenplaatsen (HDE24A t/m HDE28A) Beschrijving Op een aantal plaatsen in de gemeente Heemstede zijn windmolens aanwezig geweest. Uit onderzoek van historische kaarten in het kader van deze nota zijn vijf plaatsen aangetroffen waarop in het verleden molens hebben gestaan. Het molentje van Groenendaal en de Molen van Höcker/De Nachtegaal zijn nog zichtbaar.

31

Waardebepaling In de bodem kunnen zich, met name waar deze nog niet zo sterk verstoord is, archeologisch relevante resten van de molens en eventuele bijgebouwen bevinden. Deze zullen voornamelijk bestaan uit funderingssporen van gebouwen, gereedschappen en gebruiksvoorwerpen. Ook waar de molen nog aanwezig is kunnen zich in de ondergrond sporen bevinden die bijvoorbeeld wijzen op een voorganger of van inmiddels verdwenen bijgebouwen. Vrijstellingsgrens Bij grondroerende werkzaamheden in plannen met een oppervlakte van 70 m² of groter en een diepte van 40 cm of dieper dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van archeologische waarden. Plannen die niet aan deze criteria voldoen zijn vrijgesteld van de archeologische onderzoekplicht.

Overig onbebouwd gebied op de strandwal (HDE7A, HDE13A, HDE19A, en HDE29A) Beschrijving Dit gebied betreft het gebied buiten de bebouwde kom van Heemstede, ter hoogte van de strandwal, waar vooralsnog geen bekende archeologische waarden zijn aangetroffen. Hiertoe worden ook de terreinen gerekend waarvan bekend is dat zij eens tot een bepaald landgoed hoorden, maar waarvan verwacht wordt dat zij niet tot nauwelijks bebouwd zijn geweest. Waardebepaling Dit deel van de gemeente kan archeologische waarden bevatten, maar de aard en precieze ligging daarvan is (deels) nog onbekend. Op grond van de ontbrekende bebouwing bestaat de kans dat de eventueel aanwezige archeologische waarden in de bodem bewaard zijn gebleven. Vrijstellingsgrens Bij grondroerende werkzaamheden in plannen met een oppervlakte van 500 m² of groter en een diepte van 40 cm of dieper dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van archeologische waarden. Plannen die niet aan deze criteria voldoen zijn vrijgesteld van de archeologische onderzoeksplicht. Overig onbebouwd gebied op de strandvlakte (HDE30A) Beschrijving Dit gebied betreft het gebied buiten de bebouwde kom van Heemstede, ter hoogte van de strandvlakte, waar vooralsnog geen bekende archeologische waarden zijn aangetroffen.

Hiertoe worden ook de terreinen gerekend waarvan bekend is dat zij eens tot een bepaald landgoed hoorden, maar waarvan verwacht wordt dat zij niet tot nauwelijks bebouwd is geweest. Waardebepaling Dit deel van de gemeente kan archeologische waarden bevatten, maar de aard en precieze ligging daarvan is (deels) nog onbekend. Op grond van de ontbrekende bebouwing bestaat de kans dat de eventueel aanwezige archeologische waarden in de bodem bewaard zijn gebleven. Deze kans wordt iets minder groot geacht op de strandvlakte dan op de strandwal (zie vorige gebiedsbeschrijving). Vrijstellingsgrens Bij grondroerende werkzaamheden in plannen met een oppervlakte van 2500 m² of groter en een diepte van 40 cm of dieper dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van archeologische waarden. Plannen die niet aan deze criteria voldoen zijn vrijgesteld van de archeologische onderzoeksplicht.

32

Recent verstoord gebied op de strandwal (HDE31A) Beschrijving Dit gebied betreft het recent verstoorde gebied ter hoogte van de strandwal. De recente verstoring kan zijn veroorzaakt door bebouwing (tot stand gekomen in de 20e en 21e eeuw) of door bijvoorbeeld afgraving van de strandwalgrond. Waardebepaling Dit deel van de gemeente kan archeologische waarden bevatten, maar de aard en precieze ligging daarvan is (deels) nog onbekend. Op grond van de aanwezige bebouwing en andere bodemroerende activiteiten bestaat de kans dat de eventueel aanwezige archeologische waarden verstoord zijn geraakt. Vrijstellingsgrens Bij grondroerende werkzaamheden in plannen met een oppervlakte van 2500 m² of groter en een diepte van 40 cm of dieper dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van archeologische waarden. Plannen die niet aan deze criteria voldoen zijn vrijgesteld van de archeologische onderzoekplicht. Recent verstoord gebied op de strandvlakte (HDE32A) Beschrijving Dit gebied betreft het recent verstoorde gebied ter hoogte van de strandvlakte. De recente verstoring is veroorzaakt door bebouwing die tot stand is gekomen in de 20e en 21e eeuw. Waardebepaling Dit deel van de gemeente kan archeologische waarden bevatten, maar de aard en precieze ligging daarvan is (deels) nog onbekend.

Op grond van de aanwezige bebouwing bestaat de kans dat de eventueel aanwezige archeologische waarden verstoord zijn geraakt. Het aantreffen van archeologische waarden is iets minder waarschijnlijk op de strandvlakte dan op de strandwal (zie vorige gebiedsbeschrijving). Vrijstellingsgrens Bij grondroerende werkzaamheden in plannen met een oppervlakte van 10.000 m² of groter en een diepte van 40 cm of dieper dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van archeologische waarden. Plannen die niet aan deze criteria voldoen zijn vrijgesteld van de archeologische onderzoekplicht.

Historische bewoningsconcentratie (HDE1A t/m HDE6A) HDE1A

Historische bewoningsconcentratie Heemstede

De oorsprong van de historische bewoningsconcentratie Heemstede gaat terug tot minimaal de 11 e eeuw. Historisch kaartmateriaal laat zien dat de bewoning zich oorspronkelijk concentreerde langs de zogenoemde ‘Voorwegh’ en ‘Achterwegh’, twee noord-zuid (op de lijn van de strandwal) georiënteerde wegen. Met de komst van de Heren van Heemstede en de bouw van het slot aan het Spaarne zullen in de bewoningskern naast de gewoonlijke activiteiten veel gespecialiseerde vormen van ambacht en nijverheid zijn ontstaan die in de behoeftes van de kasteelheren konden voorzien. Aan de westzijde van de historische bewoningsconcentratie zijn in 1977 restanten van een kelder, aardewerk en menselijk botmateriaal (1500-1850) aangetroffen. Het gebied is archeologisch van hoge waarde. HDE2A

Historische bewoningsconcentratie Zandvaarterbuurt

De Zandvaarterbuurt bevindt zich ten noordwesten van de oude kern van Heemstede. Het is niet duidelijk hoe oud deze bewoningskern is. De naam suggereert dat de kern is ontstaan naar aanleiding van de zandwinningsactiviteiten die typerend waren voor de duinstreek. Voor de grootschalige stadsuitbreidingen van steden zoals Amsterdam werd in de 16 e

33

en 17e eeuw namelijk grote hoeveelheden zand aangevoerd uit Zuid-Kennemerland. Voor het verschepen van het zand werden vaarten aangelegd. De Zandvaarterbuurt bevond zich aan een dergelijke ‘Santvaert’, te zien op kaartmateriaal uit het begin van de 17e eeuw. Na de 16e- en 17e-eeuwse zandwinningen ontwikkelde de Zandvaarterbuurt zich tot centrum van blekerijen. Dit duurde voort tot in de 20e eeuw. Binnen de bewoningsconcentratie zijn geen archeologische waarnemingen bekend. Het gebied is archeologisch van hoge waarde. HDE3A

Historische bewoningsconcentratie De Glip

De Glip is een voormalig buurtschap ten zuiden van het historische Heemstede. Sinds 1653 maakte het onderdeel uit van de heerlijkheid Heemstede. De Glip werd ook wel de 'Princebuurt' genoemd en als zodanig al in 1580 in een akte vermeld. Over de exacte ouderdom van deze buurt is weinig bekend. De naam De Glip wordt pas vanaf de 17 e eeuw gebruikelijk. Aanvankelijk vormde De Glip de kern van Bennebroek, ook eens behorende bij de heerlijkheid Heemstede. In 1653 werd Bennebroek zelfstandig en kwam al het land ten noorden van de Swartsenburgerlaan - waaronder De Glip - bij Heemstede. In 2004 zijn tijdens een inventariserend onderzoek zand- en turfwinningkuilen en een greppel aangetroffen, respectievelijk te dateren in de 20e en 18e eeuw. Het gebied is archeologisch van hoge waarde. HDE4A

Kerkterrein centrum Heemstede

De kerk van Heemstede kent een laatmiddeleeuwse oorsprong. Bekend is dat al in de 14e eeuw aan de Achterweg een kapel werd gebouwd. Nadat deze werd verwoest, is op dezelfde plek een kerk gebouwd. Tegenwoordig bevindt zich hier nog steeds de in 1623 gebouwde één-beukige dorpskerk. In 1652 is de kerk vergroot met een zijbeuk, het zogenoemde Noorderkruispand. Vanwege de zeer hoge bouwhistorische waarde is het gebouw aangewezen als Rijksmonument. Op het terrein zijn geen archeologische waarnemingen bekend. Wel is ten noordwesten van de kerk in het verleden menselijk botmateriaal aangetroffen (zie HDE1A). Het gebied is archeologisch van hoge waarde. HDE5A

Het Oude Slot

Het Oude Slot is vermoedelijk gebouwd tussen 1280 en 1290. Vervolgens is het kasteel een aantal malen verwoest (in 1393, 1404 en 1426) en wederom opgebouwd. Het oorspronkelijke kasteel bestond uit drie vleugels rond een binnenplein. Aan de zuidzijde bevond zich geen bebouwing. In 1810 is het kasteel afgebroken. De contouren van het slot zijn nog goed waarneembaar (grachten met een klein eiland). Het landgoed draagt ook nog steeds de naam Het Oude Slot. De Vredesbrug uit omstreeks 1648 is nog aanwezig, evenals de ‘Duivenpoort’, het ‘Tecklenburgse Poortje’ en de stenen toegangspoort met heraldische wapens. De huidige Timorstraat en Slotlaan maakten eens onderdeel uit van de ‘Hoff Laen’, de verbinding tussen de woonkern en het toenmalige slot. In 1947 is het kasteelterrein met bijbehorende grachten onderzocht. Daarbij konden vijf bouwfasen worden onderscheiden. Het gebied is archeologisch van zeer hoge waarde

HDE6A

Berkenrode

Het kasteel (later buitenplaats) Berkenrode is gelegen langs de Herenweg en dateert vermoedelijk uit de 15 e eeuw. Net als het Slot Heemstede is Berkenrode meerdere malen verwoest en weer opgebouwd. Zo werd het gebouw in 1573 bij het Beleg van Haarlem in de as gelegd, maar ook in 1645 en 1747 is het kasteel afgebrand. Aan het einde van de 18e eeuw werd (de nu buitenplaats) Berkenrode op een nieuwe plek gebouwd, namelijk daar waar zich voorheen het kleine buitenplaatsje Westerduin bevond. Westerduin dateert uit het begin van de 17e eeuw en bevond zich nabij de Willem Klooslaan. Het oude Berkenrode werd vervolgens gesloopt. Tijdens archeologisch onderzoek in 1956 is een deel van de fundamenten en uitbraaksleuven behorende bij Berkenrode getraceerd. Ook zijn drie bakstenen putten gevonden. Het aardewerk dat tijdens het onderzoek van de drooggelegde vijver is aangetroffen dateert uit de 16e en 17e eeuw. De aangetroffen funderingen dateren uit de 15e eeuw. Het gebied is archeologisch van hoge waarde.

34

Historische buitenplaatsen (HDE7A t/m HDE32A) HDE7A

Overbos

Kennemeroord, Overbos en Kennemerduin (alle gelegen aan de oostzijde van de Herenweg) vormden gezamenlijk eens de overtuin van Berkenrode (HDE6A). Kennemeroord werd in 1793 een zelfstandige buitenplaats (HDE16A). Ook Kennemerduin werd bebouwd (HDE15A). HDE8A

Bosbeek

Buitenplaats Bosbeek wordt voor het eerst vermeld in de 17e eeuw als zijnde in eigendom van een Haarlemse koopman. Na 1661 werd de naam van de buitenplaats gewijzigd in Rustmeer. Enkele jaren later werd Rustmeer samengevoegd met het naburige Meervliet. Vervolgens werd de buitenplaats afgebroken. Kort na 1700 werd een nieuw huis gebouwd dat wederom Bosbeek werd genoemd. In 1784 kwam het landgoed in bezit van de familie Hope, die het meer dan een eeuw lang bewoonde in de zomermaanden. Zij bezaten al de ten noordwesten van Bosbeek gelegen buitenplaats Groenendaal. Het huis van Groenendaal werd gesloopt, met uitzondering van de centrale koepelruimte (alsnog afgebroken in 1970). Het huis Bosbeek werd zodoende ook het hoofdgebouw van landgoed Groenendaal. In 1913 werd het gezamenlijke landgoed verkocht aan de gemeente Heemstede. Groenendaal werd afgescheiden van Bosbeek en kreeg de functie van openbaar wandelbos. In 1950 werd de buitenplaats gekocht door de congregatie van de Zusters van de Voorzienigheid. In de bijgebouwen is een verpleeginrichting gevestigd. Op het landgoed zijn twee waarnemingen gedaan. De eerste betreft een bijzondere vondst, namelijk een mantelspeld (een spiraalfibula) uit de late ijzertijd (250-12 v.C.). De tweede waarneming bestaat uit een 17e-eeuwse muntvondst. HDE9A

Huis Bronstee

De buitenplaats Bronstee wordt voor het eerst vermeld in de jaren dertig van de 17 e eeuw. Aan het einde van de 19e eeuw is de buitenplaats verdwenen. De Bronsteeweg verwijst nog naar de locatie van de voormalige buitenplaats. Veel is over de ontwikkeling van deze buitenplaats niet bekend. HDE10A Gliphoeve De Gliphoeve (ook wel Bleeklust of Bleekrust) is ontstaan uit een laken- en linnenblekerij die tot het buurtschap de Glip behoorde. De blekerij ging in 1811 failliet, waarna het grondgebied werd opgekocht door een Amsterdamse koopman. Hij veranderde de blekerij in een buitenplaats dat hij Bleekrust noemde. In 1822 werd de naam gewijzigd in Gliphoeve. De Gliphoeve bleef tot de jaren dertig van de 20e eeuw in gebruik als buitenplaats, daarna is het huis permanent bewoond geraakt.

HDE11A Groenendaal De oorsprong van Groenendaal gaat terug tot in het begin van de 17 e eeuw. Vervolgens is het landgoed talloze malen uitgebreid. Zo werd in de eerste helft van de 18e eeuw de kleine buitenplaats Westberglaan (voordien Het Lam) bij Groenendaal gevoegd. In 1742 werd het huis De Driesprong gesloopt en kwam de bijbehorende grond in het bezit van Groenendaal. Na de sloop van het hoofdgebouw aan het einde van de 18e eeuw is Groenendaal verworden tot een bos. Het voormalig landgoed Meer en Berg (HDE20A) maakt sinds 1948 ook deel hiervan uit, tot 1913 ook Bosbeek (HDE.8A). In 1987 is op het landgoed een bijzondere vondst gedaan in de vorm van een mantelspeld uit de late ijzertijd (250-12 v.C.). In 1983 zijn fundamenten van een kelder en keramiek daterend uit de nieuwe tijd zijn aangetroffen. HDE12A De Hartekamp Het landgoed en huis De Hartekamp dateert uit de 17e eeuw. Aanvankelijk bevond zich hier een boerenhofstede, Thorenvliet. Vanaf 1662 werd de naam veranderd in Hartekamp, het herenhuis is gebouwd kort na 1692. Tegenwoordig is het terrein in gebruik van een zorginstelling. Het historische landhuis, oranjerie en stallen zijn bewaard gebleven. In 2003

35

heeft op een deel van het terrein (rond de bestaande bebouwing van De Hartekamp) een inventariserend booronderzoek plaatsgevonden. Hieruit is gebleken dat in het onderzochte gebied geen archeologische waarden mogen worden verwacht. HDE13A Eikenrode/Hertenduin/Hagenduin/Linneaushof Eikenrode, Hertenduin en Hagenduin (aan de oostzijde van de Herenweg) vormden de overplaats van Hartekamp (HDE12A). De Linneaushof is onder meer bekend geworden doordat Carolus Linneaus hier tussen 1736 en 1738 talrijke planten heeft gekweekt en bestudeerd. In 2000 is ter plekke van de voormalige PABO ‘De La Salle’ (Hagenduin) een booronderzoek verricht. Hierbij is vondstmateriaal aangetroffen dat wijst op een plaatselijke ijzerproductie, in de Romeinse tijd of vroege middeleeuwen. HDE14A Ipenrode Tussen de Herenweg en de duinen, in de strandvlakte, stond in de 16e eeuw het huis de Koeckoek. Vermoedelijk betreft het van oorsprong een boerderij, gebouwd in de late middeleeuwen. Het land behorende bij deze boerderij is aan het einde van de 16e eeuw opgesplitst. Op ieder stuk land is vervolgens een nieuwe boerderij of hofstede gebouwd; de Voorkoeckoek (voor het eerst genoemd in 1608, ten oosten van de Aerdenhoutse Vaart) en de Achterkoeckoek (ten westen van de Aerdenhoutse Vaart). Rond het midden van de 17e eeuw is op het landgoed de Voorkoeckoek een zogenoemde heerschapwoning gebouwd.

De oude boerderij de Voorkoeckoek bleef daarna nog enige jaren bestaan. Vanaf het eerste kwart van de 18e eeuw is het herenhuis verbouwd (of opnieuw gebouwd) en kreeg het de naam Ipenrode. Kort na 1760 werd het terrein uitgebreid met gronden die oorspronkelijk tot Leiduin behoorden. Aan de oostzijde van het terrein staat nog het huidige huis Ipenrode. Tijdens archeologisch inventariserend onderzoek in 1996 zijn binnen de vierkante omgrachting uitbraaksleuven aangetroffen die vermoedelijk behoren tot de voormalige boerderij/hofstede De Voorkoeckoek. HDE15A Kennemerduin Ten oosten van de Herenweg, bij de Kerklaan, bevond zich in 1672 een posthuis met stal voor het verwisselen van de koetspaarden op het traject Amsterdam - Den Haag. Rond 1760 liet de heer van Heemstede het terrein achter het posthuis afzanden en beplanten. De eigenaar van het posthuis kreeg het terrein vervolgens in erfpacht. In 1854 werd de posterij definitief opgeheven. Kennemerduin vormde gezamenlijk met Kennemeroord (HDE16A) en Overbos (HDE7A) eens de overtuin van Berkenrode. HDE16A Kennemeroord Het landgoed Kennemeroord is gelegen tussen de Herenweg en Burgermeester van Lennepweg. Op de hoek van Kennemeroord stond sinds 1642 de herberg De Dorstige Kuil. De herberg werd in 1793 verkocht en een jaar later afgebroken om ruimte te maken voor de bouw van het huis Kennemeroord.

Het oorspronkelijke huis is inmiddels gesloopt. Aan de Koediefslaan is nog de oranjerie en de tuinmanswoning bewaard gebleven. Het landgoed vormde eens samen met het Overbos (HDE7A) en Kennemerduin (HDE15A) de overtuin van het landgoed Berkenrode. Ter plekke van het landgoed werd in 1986 een onbekend aantal fragmenten aardewerk aangetroffen uit de late middeleeuwen/nieuwe tijd.

HDE17A Hageveld De buitenplaats Hageveld is ontstaan op het terrein van het voormalig Bernadieten- of Cisterciënzerklooster, op een voormalige uitloper van de strandwal. Dit klooster stond hier sinds 1456/58 en werd tijdens de reformatie (1572) weer opgeheven. De bezittingen van het voormalige klooster werden onder beheer gesteld van het geestelijk Comtoir van Haarlem, waaronder ook een hofstede met woning. In 1677 wordt deze hofstede met de naam Bernaditen Clooster aangeduid. Dit huis werd in 1860 afgebroken. Kort daarop verrees enigszins ten westen van dit oorspronkelijke huis een nieuwe villa. In de 19e eeuw zijn ook de (resterende) kloostergebouwen gesloopt. Tussen 1920 en 1930 verscheen op de plaats van het voormalige buitenhuis de nieuwbouw van het Bisschoppelijk Seminarie Hageveld. Op het terrein Hageveld zijn tijdens onderzoek in 1958 archeologische vondsten uit de Romeinse tijd gedaan. Naast het gebruikelijk lokaal

36

vervaardigde materiaal zijn ook fragmenten import aardewerk aangetroffen. Recent onderzoek heeft aangetoond dat het landgoed een bewoningsgeschiedenis van 5000 jaar heeft. HDE18A Huis te Manpad In 1558 werd hier voor het eerst melding gedaan van een buitenplaats. In 1630 gaf de toenmalige eigenaar de opdracht om het hoofdgebouw te bouwen. Na 1666 werd het naastgelegen Cleyne Huys te Manpat aan het landgoed toegevoegd. In 1708 werd het Huis te Manpad nogmaals uitgebreid met de aankoop van een stuk land en een huis met de naam De Capel. Rond het jaar 1720 en 1730 werd Huis te Manpad ingrijpend verbouwd. Het huis is tot op heden bewaard gebleven. HDE19A Dennenheuvel & Bloemenoord Dennenheuvel en Bloemenoord vormden eens het overbos bij het Huis te Manpad (HDE18A). HDE20A Meer en Berg In 1695 wordt voor het eerst gesproken van het huis Meer en Berg. In 1730 werd het terrein uitgebreid met de aangrenzende buitenplaats. In het begin van de 20e eeuw werd de oude woning aan de Glipperweg gesloopt en door een nieuw huis gebouwd. In 1948 kocht de gemeente de buitenplaats en voegde een deel bij het wandelbos Groenendaal en gebruikte een ander deel voor woningbouw. HDE21A Mariënheuvel Mariënheuvel maakte tot het begin van de 20e eeuw onderdeel uit van Meer en Berg (HDE20A).

HDE22A Meer en Bosch In 1643 kocht een bewindhebber van de Oostindische Compagnie, het kleine buitenplaatsje Het Paradijs. In 1668 werd het terrein uitgebreid met een boerderij. Tussen 1785 en 1696 werd vervolgens een nieuwe buitenplaats gebouwd. Enkele jaren later werd het terrein uitgebreid met een koepel, een menagerie en bijgebouwen. In 1798 werd de naam Meer en Bos aan de buitenplaats gegeven. Deze naam werd tot ca. 1810 naast de oude naam Het Paradijs gebruikt. Ondanks de gedeeltelijke bebouwing van het terrein zijn het buitenhuis en de tuinaanleg zijn voor een deel bewaard gebleven HDE23A Galgenveld De vaste galg bevond zich meestal op een strategische plek aan de rand van het rechtsgebied. Een dergelijke locatie was vooral bedoeld om bezoekers te laten weten dat de wet hier serieus genomen diende te worden. De keuze voor het galgenveld te Heemstede is dan ook niet verwonderlijk. Nieuwkomers over het water konden zo bij binnenkomst van het gebied zien wat hun te wachten stond als zij zich niet aan de regels hielden. De daadwerkelijke executie vond overigens vermoedelijk plaats in het centrum van Heemstede, voor de ogen van de inwoners. Het lijk werd vervolgens vervoerd naar het galgenveld en weer opgehangen, waar het na verloop van tijd in de daaronder liggende galgenput viel.

HDE24A Molen Schouwbroeker polder Voormalige poldermolen, gelegen op de hoek van de Eerelmanstraat/Tooropkade. De molen is in het eerste kwart van de 20e eeuw afgebroken. HDE25A Molen nabij het oude klooster Voormalige molen nabij het oude klooster. De molen is zichtbaar op de topografische kaart van 1894-1923. HDE26A Molen nabij het Oude Slot Voormalige molen nabij het voormalige klooster. De molen is zichtbaar op de topografische kaart van 1894-1923. Mogelijk is dit één van de molens die ook op 17e-eeuws kaartmateriaal staat aangeduid bij de ‘Molewerf’. Op deze kaart wordt gesproken van een Korenmolen.

37

HDE27A Molentje van Groenendaal Windmolen op de hoek Herfstlaan/Burgermeester van Rappardlaan. De Molenlaan loopt hier ten noordoosten van. Deze molen is omstreeks 1780 gebouwd in opdracht van de toenmalige eigenaar van het landgoed Groenendaal. De molen had als functie de bevloeiing van het park op de droge zandgrond. In 1781 werd naast de molen een stoommachine gebouwd om zorg te dragen voor voldoende aan- en afvoer van water voor de vijvers, fonteinen, enzovoorts. Het was de één van de eerste stoommachines in Nederland, maar is inmiddels gesloopt. De molen is gespaard gebleven en in 1990 gerestaureerd. HDE28A Molen van Höcker/De Nachtegaal Voormalige stellingmolen (koren) ten zuiden van de Glipperdreef in het verlengde van de Dr. J. Th. De Visserstraat. Een restant van de molen is nog zichtbaar. Het betreft een Rijksmonument. HDE29A Overig onbebouwd gebied op de strandwal Onbebouwd gebied zonder (bekende) archeologische waarden, gelegen ter hoogte van de strandwal. HDE30A Overig onbebouwd gebied op de strandvlakte Onbebouwd gebied zonder (bekende) archeologische waarden, gelegen ter hoogte van de strandvlakte. HDE31A Recent verstoord gebied op de strandwal Gebied gelegen op de strandwal zonder (bekende) archeologische waarden waarvan bekend is dat de ondergrond in het recente verleden is verstoord.

HDE32A Recent verstoord gebied op de strandvlakte Gebied gelegen op de strandvlakte zonder (bekende) archeologische waarden waarvan bekend is dat de ondergrond in het recente verleden is verstoord.

38

39

BIJLAGE 4

PROCEDURE BESLUITVORMINGSPROCES ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK

De aanvrager van een vergunning dient, als dat op grond van de Archeologische Waardenkaart Heemstede noodzakelijk wordt geacht, een archeologisch bureauonderzoek te laten uitvoeren. Het doel is primair het vaststellen van de behoudenswaardigheid van archeologische resten. Indien de gemeente verantwoordelijk is voor een bepaalde vergunningverlening wordt nagegaan of er archeologische waarden in het geding zijn.

1.

Bureauonderzoek

De cyclus van archeologische monumentenzorg begint met een inventarisatie van wat er van een gebied bekend is. Hierbij wordt informatie verzameld over al bekende vindplaatsen, historische structuren, geologie, bodemgesteldheid, historisch grondgebruik en archeologie ter plaatse. Ook wordt gekeken naar het huidige grondgebruik en of er al verstoringen van het gebied hebben plaatsgevonden. Dit bureauonderzoek dient, afhankelijk van de resultaten, aangevuld te worden met nader onderzoek. Indien er geen archeologische waarden in de grond aanwezig blijken te zijn, zijn er vanuit archeologisch oogpunt geen bezwaren tegen vergunningverleningen of ontheffingen van het bestemmingsplan. Indien de rapportage(s) niet voldoet (voldoen) aan de inhoudelijke voorschriften die hiervoor gelden, kan de gemeente, conform de standaardprocedure bij de ontvankelijkheidstoets, binnen 4 weken om aanvullende gegevens vragen. De aanvrager heeft vervolgens maximaal 4 weken de tijd om de aanvullende gegevens aan te leveren. Doet de aanvrager dit niet of is de aanvulling onvoldoende, dan kan de gemeente besluiten de aanvraag verder buiten behandeling te laten.

2.

Inventariserend veldonderzoek

Om op een verantwoorde manier rekening te kunnen houden met de archeologische waarden, is het belangrijk om terreinen met een archeologische verwachting nader te onderzoeken. Dit gebeurt door een veldkartering en slootkantinspectie, waarbij het oppervlak van een toekomstige bouwlocatie wordt belopen om archeologische sporen te traceren en de eventuele zichtbaarheid ervan vast te stellen. Door middel van grondboringen en proefsleuven wordt nagegaan of er archeologische waarden in de bodem aanwezig zijn. Het veldonderzoek mondt uit in een schriftelijke rapportage. Het rapport besluit met een zogenoemd selectieadvies over het vervolgtraject. Op basis van dit selectieadvies neemt het college een selectiebesluit, na het raadplegen van een onafhankelijke senior archeologische adviseur. Hierbij wordt besloten of er aan de vergunningverlening of ontheffing voorwaarden worden verbonden ter bescherming van de archeologische waarden. En zo ja, welke. Met andere woorden, in het selectiebesluit wordt aangegeven welke gevolgen de bevindingen hebben voor de verdere uitwerking van het betreffende plan of besluit.

3.

Archeologisch vervolgonderzoek

Bij deze besluitvorming is het behoud van archeologische waarden in situ (in de bodem) het uitgangspunt. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt in de perioden waaruit de archeologische waarden dateren. Anders gezegd, álle historische perioden worden in Heemstede van belang geacht.

Behoud in situ kan worden gerealiseerd door een archeologisch waardevolle vindplaats buiten ruimtelijke ontwikkelingen te houden of - plantechnisch of civieltechnisch - in te passen in de inrichting van het plangebied. Plantechnische inpassing van archeologie houdt in dat het plan zodanig wordt geherstructureerd dat op de locatie van de archeologische waarden

40

geen bodemverstorende activiteiten zullen plaatsvinden. Bij civieltechnische inpassing worden bouwingrepen ter plaatse van de archeologische waarden zodanig uitgevoerd dat aantasting wordt voorkomen of geminimaliseerd. Niet in alle gevallen hoeft het college echter te kiezen voor behoud in situ. Wanneer andere (maatschappelijk of economische) belangen zwaarder wegen - dit ter beoordeling van het college - zal aan de vergunningverlening of ontheffing de voorwaarde worden verbonden dat de aanvrager over dient te gaan tot archeologisch vervolgonderzoek in de vorm van een opgraving. Oftewel er wordt besloten tot behoud ex situ. Voorafgaand aan de archeologisch vervolgonderzoek - de opgraving - wordt een programma van eisen opgesteld, waarin het uitgevoerde onderzoek wordt samengevat, de verwachtingen worden gegeven wat voor soort archeologische sporen en vondsten aanwezig kunnen zijn en welke bijdrage het onderzoek kan leveren aan het beantwoorden van de onderzoeksvragen naar de bewoningsgeschiedenis. Ook worden de eisen opgeschreven die aan de uitvoering van het veldwerk en de rapportage worden gesteld. Tijdens de opgraving worden de archeologische structuren in kaart gebracht, gefotografeerd en beschreven. Vervolgens wordt de gehele administratie in een digitaal bestand omgezet, zodat de gegevens voor analyse toegankelijk worden.

De vondsten en monsters worden na opgraving gedocumenteerd en bewaard in het archeologisch depot. Dit conform alle geldende kwaliteitsregels van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. Het eigendomsrecht komt na opgravingen toe aan de provincie. Vanuit het provinciaal depot kunnen vervolgens vondsten ter beschikking worden gesteld ten behoeve van lokale exposities. Tot slot het volgende. De gemeente Heemstede is niet alleen bevoegd gezag, maar ook initiatiefnemer van bodemverstorende activiteiten. Net als iedere andere “verstoorder” dient zij in de onderhavige gevallen archeologisch (voor)onderzoek uit te laten voeren. Op de volgende pagina is het proces aangegeven dat doorlopen dient te worden, indien een vergunningaanvraag uiteindelijk leidt tot een opgraving. Tevens geeft het schema aan hoe de rolverdeling in het proces is. Iedere stap eindigt met de afweging of er voldoende informatie beschikbaar is om een verantwoorde beslissing over eventuele vervolgacties te kunnen nemen. Als er geen archeologische waarden in de grond blijken te zitten of worden verwacht, stopt het proces na stap 4 of 7. Er vindt op deze wijze een trechtering plaats van betrekkelijk eenvoudige onderzoeksmethoden in de beginfase, naar meer complexe en kostbare werkzaamheden. Op deze wijze wordt in de ruimtelijke ordening het archeologisch belang meegewogen via een proportionele inzet van middelen.

Het spreekt voor zich dat we hierbij grote waarde hechten aan de uitwerking van het archeologisch onderzoek: het draagt immers bij aan de kennisvergroting van het Heemsteedse bodemarchief.

41

PROCEDURE ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK: Gemeente

Initiatiefnemer, Gemeente, particulier, Projectontw.

Archeologisch senior-adviseur

Archeologisch bedrijf (gecertificeerd)

(gecertificeerd)

1. Vraagt vergunning aan in verband met planrealisatie 2. Stelt op basis van de archeologische beleidskaart de initiatiefnemer de eis tot archeologisch bureauonderzoek (archeologisch vooronderzoek) 3. Geeft opdracht tot bureauonderzoek 4. Verricht bureauonderzoek, leidend tot archeologisch advies 5 Stelt aan initiatiefnemer de eis tot inventariserend veldonderzoek (archeologisch vooronderzoek) 6. Geeft opdracht voor uitvoering inventariserend veldonderzoek 7. Voert inventariserend veldonderzoek uit en verzorgt de rapportage (vooronderzoek) 8. Analyseert en interpreteert resultaten van het inventariserend veldonderzoek in de vorm van een selectieadvies 9. Neemt selectiebesluit op basis van selectieadvies 10. Geeft opdracht tot opstellen van het programma van eisen voor definitieve opgraving 11. Stelt het programma van eisen op voor definitieve opgraving 12. Keurt programma van eisen goed 13. Geeft opdracht tot directievoering van de definitieve opgraving 14. Geeft opdracht tot uitvoering van de definitieve opgraving 15. Realiseert directievoering tijdens

15a. Voert de definitieve opgraving uit

de definitieve opgraving

en verzorgt de rapportage

16. Adviseert de bevoegde overheid over de rapportage 17. Keurt de rapportage goed

42

Tekst: Gemeente Heemstede, afdeling Welzijnszaken Illustratie: Eric J. Coolen

43

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.heemstede.nl/api/v1/meetings/1440/documents/17562