CConstaterende datHeemstede
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage5 Waardenstelling Postkantoor Dick Greiner W.de Wagt augustus 2021.pdf.pdf

Commissie Samenleving 15 februari 2022, gemeente HeemstedeBij agendapunt: 7: Verzoek tot aanwijzing gemeentelijk monument Binnenweg 160 (oude postkantoor)3.842 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Architectuurhistorische waardenstelling voormalig Post- en Telegraafkantoor, Binnenweg 160, Heemstede architect Dick Greiner (1958-1959)

1

Colofon Bureau Wim de Wagt

Architectuurhistorisch advies en onderzoek Dr. W.A. de Wagt

https://wimdewagt.nl website Definitief status 25 augustus 2021 datum Waardestelling voormalig Post- en Telegraafkantoor, Binnenweg 160, Heemstede projectnaam Omwonenden Binnenweg 160 opdrachtgever

2

Inhoudsopgave

5

Motivering voor plaatsing op de gemeentelijke monumentenlijst

6

Beschrijving van het oorspronkelijke gebouw Geschiedenis Situatie en plattegrond Architectuur Interieur Monumentale kunst De architect Heemsteedse architectuur in de jaren vijftig Waardering

17

Huidige toestand

19

Aanbevelingen

19

Bronnen

3

Het postkantoor aan de Binnenweg. Foto kort na de bouw in 1959.

4

Motivering voor plaatsing op de gemeentelijke monumentenlijst Het voormalige postkantoor aan de Binnenweg 160 is historisch van belang vanwege de grote betekenis die het jarenlang had voor het lokale postwezen en de inwoners van Heemstede. Het gebouw was in chronologische zin het sluitstuk in een reeks van vier postkantoren in Heemstede, en in vergelijking met zijn voorgangers het meest omvangrijk en in architectonische zin meest waardevol. Architectuurhistorisch is het voormalige postkantoor van belang vanwege de zeer geslaagde toepassing van eigentijdse ontwerpprincipes, constructiemethoden en materialen, die zijn gecombineerd met traditionele elementen, met als resultaat een openbaar gebouw dat zowel voor de werknemers als bezoekers ruimtelijk, licht, smaakvol en comfortabel was. Het gebouw heeft een grote stedenbouwkundige waarde, doordat het vanwege zijn terug liggende positie uitstekend in de lijn van de bebouwing aan de Binnenweg past. De representatieve voorgevel draagt in hoge mate bij aan de harmonieuze situering. Het gebouw is sterk beeldbepalend en heeft een hoge situationele waarde. De toepassing van hoogwaardige monumentale kunstwerken van enkele belangrijke kunstenaars is typerend voor de praktijk met betrekking tot openbare rijksgebouwen in de wederopbouwperiode. De diverse kunstwerken geven het gebouw een bijzondere kunsthistorische waarde.

Het gebouw is typologisch van belang omdat het model kan staan voor de postkantoren uit de wederopbouwperiode, die zich kenmerken door een hoge functionele en architectonische kwaliteit. De toepassing van monumentale kunst voegt hier een karakteristieke artistieke dimensie aan toe. De symbiose van zakelijke architectuur, ambachtelijke kenmerken en monumentale kunst is typerend voor de gematigd-modernistische architectuur uit de jaren vijftig en zestig. In Heemstede is behalve de Pinksterkerk aan de Camplaan geen ander voorbeeld van deze architectuur te vinden. Om die reden is het gebouw van een groot lokaal architectuurhistorisch belang. De aanwezigheid van een schuilkelder verleent het gebouw een extra militair-historische waarde.

5

Foto augustus 2021.

Beschrijving van het oorspronkelijke gebouw 1. Geschiedenis Het in 1958-1959 gebouwde Post- en Telegraafkantoor is de opvolger van het PTT-kantoor aan de Raadhuisstraat/Postlaan (1921-1922). Al in de jaren dertig plande de PTT een nieuwe vestiging aan de Binnenweg. Met het oog hierop werd in 1938 een perceel van de weduwe P. van den Berg-Preijde aangekocht aan de oostzijde van deze straat, vlakbij de Spaarnzichtlaan, maar vanwege de bezetting kwam de planvorming stil te liggen. Intussen verliet de PTT het pand aan de Raadhuisstraat in 1941 al wel, de postdiensten werden zolang verricht in een houten noodgebouw aan de overzijde van de Binnenweg, ongeveer tegenover het latere postkantoor. In de jaren vijftig werd de planvorming voor een nieuw postkantoor aan de Binnenweg hervat. De PTT, afdeling Centrale Gebouwen, nam de Amsterdamse architect Dick Greiner in de arm voor het maken van een bouwplan. Hoewel dit in 1956 gereed was, moest de PTT wachten tot juni 1958 voordat begonnen kon worden met de bouw. Oorzaak was een door de rijksoverheid afgekondigde bestedingsbeperking, een veelvuldig voorkomend fenomeen tijdens de wederopbouw. In september 1959 werd het nieuwe postkantoor in gebruik genomen.

6

Het PTT-kantoor aan de Binnenweg was het vierde exemplaar in Heemstede: voordat de vestiging op de hoek van de Raadhuisstraat en Postlaan in gebruik werd genomen konden de Heemstedenaren terecht in het post- en telegraafkantoor daar recht tegenover, dat in 1889 gebouwd werd. Het allereerste, nog zeer eenvoudige (hulp-) postkantoor opende zijn deuren in 1853. Op de plek waar de weduwe Van den Berg-Preijde haar huis in 1908 liet bouwen had zich overigens sinds de achttiende eeuw de buitenplaats Land- en Spaarnzicht bevonden, waarover verder weinig bekend is.

2. Situatie en plattegrond Het bouwterrein heeft een onregelmatige vorm en wordt aan drie zijden omsloten door particuliere huizen met tuinen. Vanwege richtlijnen met betrekking tot de rooilijn moest de voorgevel van het postkantoor in lijn met de aangrenzende bebouwing op een vastgesteld aantal meters afstand van de straat liggen. Behalve de terreingrenzen en rooilijnen bepaalden de strenge eisen van de PTT het bouwprogramma, dat zeer bindend was. De afdeling gebouwen van de PTT ontwierp de hoofdlijnen van de plattegrond en de verdeling van de diverse functies en voorzieningen, zoals blijkt uit een schetsplan d.d. 30 oktober 1955. Het was vervolgens aan architect Greiner om deze hoofdopzet te verfijnen en er passende architectuur voor te ontwerpen. In maart 1956 had Greiner zijn eerste plan op papier. In overeenstemming met de PTTuitgangspunten bracht hij de twee hoofdfuncties – de verwerking van de brief- en pakketpost en de dienstverlening aan het publiek – onder in twee rechthoekige, haaks op elkaar geplaatste volumes. Het voorste volume omvatte een grote, hoge hal met wachtruimte voor het publiek en werkruimte van het baliepersoneel. Beide functies namen precies evenveel ruimte in beslag en werden van elkaar gescheiden door een wand met loketten. Aan weerszijden van de hal lagen in twee bouwlagen de personeels-, dienst en verkeersruimtes.

Het achterste volume werd gedomineerd door een grote, hoge zaal waar de postbestellers hun werk deden. Verder waren hier de laad- en losruimte voor de postauto’s en de expeditie te vinden. Onder dit volume werd een compleet ingerichte schuilkelder met een commandopost van de Bescherming Burgerbevolking geprojecteerd, zoals dat gebruikelijk was bij overheidsgebouwen ten tijde van de Koude Oorlog. Aan de achterzijde van het gebouw bevond zich verder een bergplaats voor rijwielen en ‘carriers’, de bekende duwwagentjes van de postbodes. Aanvankelijk spiegelde Greiner de plattegrond ten opzichte van de PTT-opzet uit 1955, waardoor de plattegrond de vorm van een L kreeg. Een gevolg hiervan was dat de publieksingang links van de hal kwam. Greiner gaf deze entree bovendien een veel nadrukkelijker vorm dan in het PTT-plan. De postauto’s, de postbodes met hun carriers en het personeel vonden hun weg naar het terrein daarachter via een doorgang aan de rechterzijde van het gebouw. In het definitieve, uit 1958 daterende ontwerp is deze opzet echter weer teruggedraaid. Wat de reden was van deze manoeuvres, is niet duidelijk. De ruimte vóór, naast en achter het gebouw werd ingericht als tuin. Het voorterrein werd van het trottoir afgescheiden door een lage muur en kreeg een vlaggenmast.

7

Voorgevel en tuinaanleg. Foto kort na de bouw in 1959.

3. Architectuur De hoofdconstructie van beide volumes bestaat uit gewapend betonnen portalen. Deze waren nodig omdat de twee grote binnenruimtes vrij moesten worden overspannen, dat wil zeggen zonder gebruik te maken van een kolomconstructie in het interieur. De ruimte tussen de portalen in de gevels is opgevuld met lichtgeel metselwerk en donkerkleurige raam- en deurkozijnen. In de voorgevel zijn tussen de kolommen vier grote ramen geplaatst. Verder wordt de grote zaal van dit volume aangelicht door een achttal ronde daklichten. De bestellerszaal in het achterste volume wordt, behalve door een reeks hoog geplaatste ramen in de zuidelijke muur, van boven af aangelicht door ramen in een verhoging van het dak. Beide volumes hebben een plat dak, wat afwijkt van de ontwerpschets van de PTT uit 1955, waarin het gebouw een hoge schuine kap heeft, vermoedelijk bedoeld als referentie naar de woonbebouwing in de directe omgeving. In de voorgevel is de symmetrische indeling van het volume vertaald in een breed, transparant middenstuk waarin zich de omvangrijke ramen bevinden, geflankeerd door twee dichte, naar voren stekende hoekdelen. Deze klassieke opzet geeft de façade een voornaam, representatief karakter. Hierdoor is het gebouw sterk gericht op de straat en geeft het op passende wijze uitdrukking aan zijn publieke functie.

De houten raamkozijnen van het middenstuk zijn geplaatst in een betonnen omkadering, die ten opzichte van de bakstenen gevel naar voren steekt en daardoor als een afzonderlijk vlak 8

De betonnen luifel boven de expeditie. Foto kort na de bouw in 1959.

oogt. Aan de onderzijde bevindt zich een natuurstenen plint. De publieksentree bevindt zich in het rechter hoekdeel, dat enkele meters naar voren uitsteekt. Een trappartij met enkele treden en een uitnodigende, over het gehele trapbordes uitkragende luifel moesten het de bezoekers gemakkelijk maken. Bovenop de luifel was de functie van het gebouw kernachtig aangeduid met de grote letters: POST. De zijwanden van de entree werden bekleed met natuurstenen platen. Oorspronkelijk waren aan de linkerzijde de brievenbussen bevestigd. De zijgevels van het gebouw bestaan uit metselwerk, onderbroken door raam- en deurkozijnen. In de rechter zijgevel bevindt zich een royale raampartij met een Frans balkon; hier ligt de personeelskantine. Rechts hiervan is een groot raam aangebracht in een uitstekende, houten omlijsting; dit raam verlichtte een dienstruimte. In de rechter zijgevel van de bestellerszaal zijn de gemetselde vlakken teruggeplaatst, waardoor de betonnen kolommen voor visuele geleding zorgen. Boven de expeditie, aan de achterzijde van het gebouw links, prijkt een grote betonnen luifel, voorzien van ronde uitsparingen. De raamkozijnen zijn gemaakt van Afzelia Cameroun, een sterke, duurzame en fraaie houtsoort. Vooral in de grote raampartijen van de voorgevel komen de bijzondere esthetische eigenschappen van dit materiaal goed tot hun recht.

9

De publiekshal met de balies en een muurschildering van Jan Meyer. Foto kort na de bouw in 1959.

4. Interieur De PTT stelde aan de afwerking van het interieur bijzondere eisen. Het bedrijf wilde dat het interieur geen standaard kantoorsfeer zou ademen. Het nieuwe postkantoor moest zo min mogelijk een ‘ambtelijk’ gebouw worden, bepaalde men. Greiner kreeg de opdracht een aangename, visueel gevarieerde omgeving voor de werknemers en bezoekers te ontwerpen, teneinde ‘door goede kleuren en afwisseling, het monotone dat in dergelijke zakelijke gebouwen vaak optreedt, te vermijden.’ Behalve de overvloedige lichtinval en stoere architectuur vormde de combinatie van een lichtkleurige afwerking van wanden en vloeren met een donkerbruine betimmering Greiners antwoord op deze eisen. Het interieur van de beide grote zalen wordt sterk bepaald door de betonnen portaalconstructie. In de hal van het voorste volume zijn de indrukwekkende portalen volledig in het zicht gelaten. De liggers die het dak dragen hebben een gewelfde vorm, wat in combinatie met de lichtkoepels daartussenin een bijzonder ruimtelijk schouwspel oplevert. De lichtkoepels, die vooral tot doel hadden de balies daaronder te verlichten, zijn uitgevoerd in perspex. In de bestellerszaal is het de langwerpige, gedeeltelijk verglaasde verhoging van het dak die voor een opmerkelijke ruimtelijk effect zorgt.

10

Publiekshal met balies en nog een muurschildering van Jan Meyer.

De zijwanden van de hal in het voorste volume kregen een donkerkleurige grenenhouten betimmering. Ook het plafond werd afgewerkt met een donkere houtsoort, Red Wood. Aan de voorzijde (bij de grote ramen) stond een drietal in meubelplaat uitgevoerde lessenaars, waar bezoekers hun brieven konden gereedmaken voor verzending en dergelijke. De lange wand onder de loketten kreeg een afwerking met blauw glasmozaïek. De vloer van de hal was belegd met grijze natuurstenen (kwartsiet) platen. De wanden van de personeelskantine en de keuken op de verdieping waren gedeeltelijk voorzien van een betimmering en glasmozaïek. De vloeren, wanden en plafonds van de bestellerszaal en aangrenzende ruimten werden eenvoudiger afgewerkt: de vloeren met marmoleum, de wanden met stucwerk of tegels. De vestibule van de publieksentree kreeg veel aandacht van de architect. De wanden werden voorzien van glasmozaïek in de kleuren donkerblauw en grijsgeel en zwartmarmeren platen. De vloer bestond uit dezelfde natuurstenen platen als in de grote hal, het plafond werd lichtblauw geverfd. In de rechter wand was een groot vierkant raam aangebracht met daarin een kunstwerk van kleurig glas (zie hieronder). De vensterbank bestaat uit een zwart-marmeren plaat. Bezoekers betraden de publiekshal via een donkerhouten draaideur. 11

5. Monumentale kunst De finishing touch bestond uit de verrijking van het gebouw met monumentale kunst. De wettelijke percentageregeling voor overheidsgebouwen die inhield dat een bepaalde som van het bouwbudget moest worden besteed aan speciaal voor het gebouw gemaakte en hiermee verbonden kunstwerken, bood hiervoor de ruimte. Het staatsbedrijf liet zich hierin bijstaan door een esthetisch adviseur, de kunstenaar Christiaan de Moor (1951-1964). Bij de bouw van postkantoren werd steevast een beroep gedaan op schilders, beeldhouwers, glaskunstenaars en dergelijke om het interieur en exterieur een kunstzinnige dimensie te geven. Deze traditie gaat terug tot de negentiende eeuw en heeft tot ver in de twintigste eeuw voortgezet. Ook het uit 1922-1923 daterende postkantoor aan de Raadhuisstraat getuigt hiervan – zie de bouwsculptuur in de voorgevel. Tegelijk met Greiners postkantoor werd in Rotterdam een groot stationspostgebouw opgeleverd naar ontwerp van de gebroeders Kraayvanger, en ook dit was aangekleed met een ruime hoeveelheid monumentale kunstwerken.

In overleg met adviseur De Moor werden voor het Heemsteedse postkantoor drie kunstenaars aan het werk gezet: Carel Kneulman die voor de gevel een bronzen sculptuur maakte, Jan Meyer die in de grote hal en de kantine muurschilderingen aanbracht, en diens echtgenote, Mechtilt Meyer die het raam in de vestibule van geappliqueerd glas voorzag. Voor de tuinaanleg aan de voorzijde van het gebouw werd ten slotte de bekende tuinarchitecte Mien Ruys aangetrokken. De sculptuur van Kneulman kreeg een opvallende plaats hoog aan de gevel van het linker risaliet. Het bronzen beeld werd geplaatst op een granieten blok, is tweeënhalve meter hoog en weegt vierhonderd kilo. De grillige, organische vormen verwijzen in abstracte zin naar ‘het uitbotten in de lente, de wrede kracht waarmee het nieuwe leven baan breekt’, aldus Kneulman in een toelichting. De kunstenaar beoogde hiermee ‘de vitaliteit van de post uit te beelden, de uitbreiding en verjonging van het P.T.T.-bedrijf.’ Carel Kneulman (1915-2008) was een goed aangeschreven kunstenaar met tal van exposities in binnen- en buitenland. Zijn bekendste sculptuur is Het Lieverdje op het Spui in Amsterdam (1959). De muurschilderingen die Jan Meyer in de publiekszaal maakte bevinden zich hoog op de muren aan de korte zijden.

Ze kenmerken zich door een breed opgezet, grillig weefsel van dooreen gevlochten banen verf waarin grijstinten afgewisseld door kleurige accenten

12

De bronzen sculptuur van Carel Kneulman in de voorgevel. Foto augustus 2021.

Personeelskantine met een muurschildering van Jan Meyer. Foto kort na de bouw in 1959.

13

Vestibule met geappliqueerd glas van Mechtilt Meyer. Foto kort na de bouw in 1959.

overheersen in lyrisch-abstracte stijl. Het zou kunnen dat de cirkelvormige bewegingen geïnspireerd zijn door de ronde daklichten. In de grote, serene ruimte zorgen ze voor een welkom informele, spontane atmosfeer. Meyers werk voor de kantine zit boven het buffet van de keuken en vormt een kleine variant van de schilderingen in de hal. Naast zijn monumentale kunstwerken schilderde Jan Meyer (1927-1995) vooral lyrischabstracte doeken. Hij woonde met zijn vrouw vanaf 1960 permanent in Frankrijk en net als Kneulman genoot hij een goede reputatie en is zijn werk internationaal veelvuldig tentoongesteld. Het raam met geappliqueerd glas van Mechtilt Meyer in de vestibule is ogenschijnlijk losjes gecomponeerd uit een veelheid van kleurige vlakken, zoals in een mozaïek. Anders dan de bijdragen van de twee andere kunstenaars vertoont het verwantschap met de abstractgeometrische stromingen in de Nederlandse kunst van de 20 ste eeuw. Het werk creëerde in de vestibule een intieme, warme atmosfeer en zorgde bij invallend zonlicht - het raam bevindt zich op het zuiden – voor een kleurig effect op de natuurstenen vloer. Mechtilt Meyer (1934-2000) deed behalve aan schilderen en tekenen ook aan kunstbeschouwingen in buitenlandse media, ze maakte kunstenaarsboeken en was onderwerp van filmdocumentaires. De tuinaanleg van Mien Ruys (ontwerptekening d.d.

27 mei 1959) besloeg het voorterrein, de stroken aan weerszijden van het gebouw en de achtertuin. Het voorterrein kreeg een

14

rechthoekige indeling met als belangrijkste elementen een gazon en een gevarieerd samengestelde plantenborder. Een solitaire prunus gaf het gazon een verticaal accent. Het muurtje dat het terrein van het trottoir afgrenst werd gemetseld in donkerbruine Groninger steen. De terreinafscheidingen aan weerszijden van het gebouw kregen een begroeiing van hoofdzakelijk clematis, klimrozen en kamperfoelie. Mien Ruys (1904-2003) was een van de belangrijkste Nederlandse tuinarchitecten van de twintigste eeuw. Aan tal van spraakmakende architectuur- en stedenbouwkundige projecten van de Moderne Beweging leverde zij ontwerpbijdragen. Daarnaast werkte zij in opdracht van particulieren en bedrijven. Haar bureau beschikte over een eigen kwekerij in Dedemsvaart. 6. De architect Dick Greiner (1891-1964) was een kundige, veelzijdige en ervaren architect die het stempel droeg van de belangrijkste architectuurstromingen van zijn tijd. Als beginnende architect met een eigen bureau (dat hij begon in 1922) onderging hij de invloeden van de Amsterdamse School en het functionalisme en stelde hij zich open voor bouwkundige vernieuwingen, zoals betonbouw. Behalve architectuurontwerpen maakte hij ook meubels en glas-in-lood ontwerpen, hij schilderde, tekende en aquarelleerde en had een grote kennis van het bouwambacht.

Het meest bekend is hij vanwege zijn projecten in het fameuze Betondorp in de Amsterdamse Watergraafsmeer, waarvoor hij in de jaren twintig woningen en een bibliotheek ontwierp. Hij hield zich verder vooral bezig met woningbouw, scholen en fabrieksbouw en was een specialist op het gebied van theaters, bioscopen en cafés, zoals het bekende Alhambra in de hoofdstad en het Citytheater in Rotterdam (beide uit 1945). In Haarlem ontwierp hij de Huishoud- en Industrieschool in het Rozenprieel (1934-1935) en een bijgebouw van de Montessorischool in Haarlem-Zuid (1951). Zijn werk karakteriseert zich door een evenwichtig samengaan van functionaliteit en vormgeving, van moderne en traditionele ontwerpprincipes, van bouwkundige state of the art en pure ambachtelijkheid. Hij was een voorstander van de samenwerking tussen architecten en beeldhouwers, zoals blijkt uit een artikel dat hij over dit onderwerp publiceerde in het Bouwkundig Weekblad (1948). 7. Heemsteedse architectuur in de jaren vijftig Toen het postkantoor gebouwd werd (1956-1959) waren in Heemstede veel nieuwe stedenbouwkundige ontwikkelingen en bouwactiviteiten zichtbaar.

Er werd een begin gemaakt met uitbreidingswijken zoals de Indische Buurt en Glip I en verspreid over de hele gemeente kwamen diverse bouwprojecten van de grond, zoals het Minervatheater aan de Binnenweg, flatgebouwen aan het Valkenburgerplein en aan de Heemsteedse Dreef en een verscheidenheid aan particuliere woningen. Over het geheel genomen kenmerken deze projecten zich door een sobere architectuur. Het meest bekende en gewaardeerde gebouw uit deze periode is de gereformeerde Pinksterkerk aan de Camplaan uit 1957, ontworpen door de architecten Nielsen, Spruit en Van der Kuilen. De kunstenaar Berend Hendriks maakte voor de voorgevel van dit kerkgebouw een gekleurd glas in beton-raam. De Pinksterkerk is tegenwoordig een rijksmonument.

15

De bestellerszaal waar de post werd gesorteerd. Foto kort na de bouw in 1959.

8. Waardering Bij de opening kreeg het postkantoor veel waardering. Vooral de synthese van een zakelijke, openbare functie en een humane, kunstzinnige atmosfeer werd geroemd. De districtsdirecteur van de PTT, P.J. Waale, meende: ‘Twaalf bijkantoren zijn er in dit district, maar vandaag is wel het mooiste in dienst gegaan.’ Journalisten van dag- en weekbladen velden zonder uitzondering een positief oordeel. Unaniem werd de ‘lichte, fijne sfeer’ geprezen. Een journalist schreef: ‘We zullen in de naaste toekomst niet alleen voor postzegels – en wat dies meer zij – maar ook voor wat levensvreugde in het postkantoor terecht kunnen.’ Ook de verschillende kunsttoepassingen konden op bijval rekenen. Esthetisch adviseur De Moor liet zich uit over het meest opvallende onderdeel, de sculptuur van Kneulman aan de voorgevel, de blikvanger van het gebouw. ‘Hier is een beeld gecreëerd (…) dat in juiste proporties en volumes tot een symbool werd, een levend en veelzeggend teken.’

16

Foto augustus 2021.

Huidige toestand Het postkantoor verloor zijn oorspronkelijke functie in 2006. Het gebouw is op dit moment in handen van een vastgoedonderneming die het gebouw verhuurt aan een winkelbedrijf en van plan is het te slopen en vervangen door nieuwbouw (appartementen). Met het oog op de huidige tijdelijke functie is het gebouw ‘cosmetisch’ aangepast, grote bouwkundige wijzigingen hebben niet plaatsgevonden. De imposante raamkozijnen van de voorgevel zijn nu lichtkleurig geverfd. Verder is het exterieur tamelijk verwaarloosd. De hoofdzaken van het exterieur en het interieur zijn tot op de dag van vandaag echter behouden gebleven en bovendien zijn de kunstwerken nog aanwezig, hoewel ze niet allemaal (goed) zichtbaar zijn. In de publiekshal is de karakteristieke lokettenbalie begin jaren negentig verwijderd. De overige aankleding van het voor het publiek toegankelijke interieur, dat wil zeggen de betimmeringen, wandtegels, glasmozaïek en vloerplaten, zijn of verwijderd of gaan verborgen achter de huidige aankleding. De oorspronkelijke wand- en vloertegels in het trappenhuis van het voorste volume zijn behouden.

17

Het raam met geappliqueerd glas van Mechtilt Meyer van buitenaf gezien. Foto augustus 2021.

De karakteristieke bronzen sculptuur van Carel Kneulman bevindt zich nog steeds op zijn oorspronkelijke plek aan de voorgevel en verkeert in redelijke toestand. Het raam met geappliqueerd glas van Mechtilt Meyer in de vestibule en de muurschilderingen van Jan Meyer in de grote hal gaan schuil achter de huidige afwerking, maar zijn nog aanwezig. Meyers wandschildering in de personeelskantine kan nog bewonderd worden op zijn oorspronkelijke plek. De schuilkelder met aanpalende ruimtes onder het gebouw bestaat nog steeds, maar van de oorspronkelijke uitrusting en inrichting is niets bewaard gebleven. Van de tuinaanleg van Mien Ruys is ook niets meer te herkennen. Het bakstenen muurtje op de grens van het trottoir is er nog wel. Al met al is het voormalige postkantoor bouwkundig in goede staat en is de oorspronkelijke architectuur met monumentale kunsttoevoegingen nog grotendeels zichtbaar. De bijzondere esthetische, ruimtelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van het gebouw zijn hierdoor goed herkenbaar.

18

Aanbevelingen Omdat het gebouw in de basis goed in elkaar zit en een bijzonder, welhaast uniek voorbeeld is van wederopbouwarchitectuur in Heemstede, verdient het aanbeveling om bij herbestemming en verbouwing het volledige gebouw te handhaven. Mocht dat vanwege functionele of economische omstandigheden toch niet mogelijk blijken, dan zou in elk geval het voorste volume behouden moeten blijven, inclusief alle kunstwerken en bijzondere, kenmerkende materiaaltoepassingen. Het achterste volume, inclusief de rijwielberging, kan dan worden herontwikkeld. Het is raadzaam contact op te nemen met het Atelier Rijksbouwmeester, waar veel expertise aanwezig is in verband met de waardering en renovatie van architectuur en monumentale kunst uit de wederopbouw. In verband met de aanwezige kunstwerken (sculptuur, muurschilderingen en geappliqueerd glas) verdient het aanbeveling om contact op te nemen met het Instituut Collectie Nederland (ICN), dat onderzoek doet naar de monumentale kunst uit de wederopbouwperiode, en tevens de nazaten van de verschillende kunstenaars, teneinde een grondige analyse te kunnen maken van de technische staat van de werken en de beste wijze waarop deze kunnen worden hersteld, gerestaureerd en verzorgd.

Dr. W.A. de Wagt, augustus 2021

Bronnen Literatuur Bedrijfsbanden PTT, 20, 10, okt. 1959. Bouwkundig Weekblad 1964, 200-201, ‘Post- en telegraafkantoor te Heemstede. Architect Dick Greiner’. Haarlems Dagblad 15.12.1954; 20.6.1958; 5.9.1959; 9.9.1959; 6.8.1960. Binnenweg & Raadhuisstraat, Van ‘wildernisse’ tot winkelstraat, Historische Vereniging Heemstede-Bennebroek, 2010, 92-94. W.A. de Wagt, ‘Wederopbouwarchitectuur in Heemstede’, Rapport in opdracht van de Historische Vereniging Heemstede-Bennebroek, Heemstede 2015. ‘HVHB pleit voor behoud voormalig postkantoor’, Heerlijkheden 189, 2021, 9-15. Archieven Gemeente Heemstede, bouwtekeningen Binnenweg 160, Noord-Hollands Archief, Haarlem. Nederlands Architectuurinstituut, Rotterdam, GREI, 175-176, 297, 303. 19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.heemstede.nl/api/v1/meetings/1448/documents/18191