Bijlage4 Reactie VRK op zienswijze gemeenteraad Heemstede GR VRK van 15 juli 2024 ANONIEM.pdf
Tekst van het document
Retouradres: Postbus 5514, 2000 GM Haarlem
Aan de lid van het Algemeen Bestuur VRK De heer Binnendijk
datum kenmerk onderwerp
15 juli 2024 MK/ivw/BS 2024-01166 Reactie op zienswijze gemeenteraad Heemstede GR VRK
Geachte heer Binnendijk, Het Dagelijks Bestuur van de VRK heeft kennis genomen van de zienswijze van uw Raad op het voorstel voor de wijziging van de gemeenschappelijke regeling VRK. Dit stelt het Algemeen Bestuur voor de vraag welk voorstel nu aan de colleges in de regio gedaan kan worden om te komen tot een eensluidend besluit in alle gemeenten. In dat licht verzoek ik u om als bestuurder van de VRK bijgaande reactie op de zienswijze met uw Raad te willen bespreken. Het is plezierig te merken dat de voorbereiding van alle gemeenteraden tezamen ertoe heeft geleid dat alle raden in de regio zich voor het overgrote deel kunnen vinden in de voorstel. Het Dagelijks Bestuur dankt ook uw Raad nog eens hartelijk voor de extra tijd en energie die is gestoken in de totstandkoming van de voorstellen tot wijziging van deze specifieke gemeenschappelijke regeling. Helaas is de eenstemmigheid van de gemeenteraden niet 100%. Uw Raad heeft een negatieve zienswijze afgegeven over het voorstel met betrekking tot de stemverhoudingen in het Algemeen Bestuur. Daarmee dreigt een impasse: wanneer uw Raad uw college geen toestemming zou geven voor de vaststelling van de gemeenschappelijke regeling conform het voorstel, kunnen de negen colleges niet eensluidend besluiten over het nu voorliggende voorstel, en dat is wel een vereiste, zoals u zelf in uw brief ook constateert.
We reageren hierbij graag nog eens op uw juridische argumenten, en geven graag ook de bestuurlijke context mee. Om te beginnen is het goed te weten dat de huidige stemverhoudingen én samenstelling van het Dagelijks Bestuur door alle colleges en raden zijn goedgekeurd in 2016 en in 2018. Dit was al onder de vigeur van de huidige tekst van artikel 14 Wet gemeenschappelijke regelingen, die al sinds 2014 geldt.
Er is destijds geconstateerd dat noch de wetstekst noch de memorie van toelichting spreekt over stemverhoudingen. Verder werd geconstateerd dat noch de wetgever noch andere gezaghebbende bronnen zich uitspraken over een strikte interpretatie van de wet. Er zijn slechts individuele ambtelijke antwoorden op heel specifieke vragen bekend. In 2024 is dat overigens niet anders.
Derhalve werd in 2016 en 2018 juridisch de ruimte gevoeld om een lokale kwestie als het besturen van een gemeenschappelijke regeling ook in te vullen op de wijze die de regio als meest wenselijk zag, gezien de verhoudingen en belangen binnen de regio. Ook uw Raad heeft in 2016 en 2018 die interpretatie kunnen volgen. Geconstateerd kan worden dat de colleges hierop door de landelijke of provinciale overheid al die jaren niet zijn aangesproken. En dit geldt ook bij andere gemeenschappelijke regelingen in het land, waarin op een vergelijkbare wijzen is gezocht om een regeling op te stellen die mede recht doet aan de verhoudingen in hun regio, ofwel via stemverhoudingen ofwel via een vorm van vetorecht. Het bestuur van de VRK heeft zelf toch redenen gezien de stemverhoudingen aan te passen. Het gesprek hierover is al gestart in 2019. In meerdere bestuurlijke overleggen en conferenties in de daarop volgende jaren is vervolgens getracht de verschillende belangen van de betrokken gemeenten bij elkaar te brengen. Daarbij is ook de inbreng van mr. Steensma, oud-hoofdofficier van Justitie, van belang geweest, die een van de conferenties heeft geleid, met het doel te komen tot een oplossing die zowel juridisch acceptabel is als recht doet aan de onderscheiden belangen van de bij de gemeenschappelijke regeling betrokken gemeenten.
Want de belangen van de betrokken negen gemeenten bij de VRK lopen uiteen. Er zijn drie gemeenten in de regio die qua omvang boven de andere zes uitsteken, wat mede leidt tot een veel hogere financiële inbreng. Deze drie gemeenten (Haarlem, Haarlemmermeer en Velsen) kennen ook als enige een beroepsbrandweer met een 24-uursdienst, wat vanuit de historie leidt tot een extra financiële inbreng. Gezien de risico’s in de regio werd het verder van belang gezien dat ervaren burgemeesters uit de grotere gemeenten zo nodig de voorzitter kunnen vervangen wanneer zich een complexe regionale crisis voordoet, tenslotte heeft een crisis bij bijvoorbeeld Schiphol of Tata een impact met landelijke uitstraling. Dit zijn redenen geweest om na de vele overleggen met elkaar te concluderen dat het redelijk is dat deze drie gemeenten een plek hebben in het Dagelijks Bestuur. En hierin zijn ook de redenen te vinden om te komen tot het voorstel voor deze drie gemeenten een soort ‘veiligheidsklep’ in te bouwen als het gaat om financiële besluiten van het Algemeen Bestuur. Daarbij is aangesloten bij een constructie die andere colleges en raden in het land ook hebben toegepast, in ieder geval bij het afsluiten van de gemeenschappelijke regeling voor de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland.
Het Dagelijks Bestuur benadrukt echter nog eens dat voor bijna alle besluiten zal gelden dat sprake is van één stem per gemeente in het Algemeen Bestuur, waardoor de minder grote gemeenten in de regio een veel grotere stem in de VRK gaan krijgen, vergeleken met de huidige situatie. De ‘veiligheidsklep’ geldt enkel en alleen voor het vaststellen en wijzigen van de begroting en begrotingswijzigingen en het vaststellen van de jaarrekening. Hiermee kunnen de betrokken bestuurders van de drie gemeenten hun eigen gemeenteraad garanderen dat het Algemeen Bestuur van de VRK geen besluiten zal nemen die onredelijk belastend zijn voor deze gemeenten. Omdat deze bestuurlijke context voor de gemeenteraden van die gemeenten grote relevantie heeft, zal het meegaan in uw striktere redenatie een impasse opleveren.
Er is een extra waarborg ingebouwd voor gebruik van de ‘veiligheidsklep’: deze kan niet worden gebruikt door één van de drie gemeenten, er zijn er altijd twee voor nodig. En uiteindelijk zullen de negen gemeenten na de inzet van het middel toch tot een constructieve oplossing moeten komen, want het Algemeen Bestuur staat voor de wettelijke plicht uiteindelijk toch een jaarrekening en begroting vast te stellen. De bestuurders van de drie grote gemeenten zullen samen met hun collega’s van de zes andere gemeenten dienen te overleggen over een voor alle gemeenten passend alternatief besluit. Overigens wordt nog meegeven dat het in de historie van de VRK nog niet is voorgekomen dat de stemverhoudingen relevant zijn geweest. Ook het uitbrengen van één afwijkende stem is maar sporadisch voorgekomen. Maar een regeling moet nu eenmaal zo worden opgesteld dat ook met ongebruikelijke maar wel denkbare situaties rekening wordt gehouden. Ook wordt meegegeven dat het Dagelijks Bestuur vooral een procesrol heeft, de rol is om stukken door te geleiden naar het Algemeen Bestuur. Bij de uitvoering van de taken van het DB hebben de betreffende leden die procesrol voor ogen, in het Algemeen Bestuur zullen de leden stemmen vanuit het belang van de VRK, binnen de grens van het draagvlak voor het besluit in hun gemeente.
Het primaat ligt bij het Algemeen Bestuur en met de nieuwe stemverhoudingen wordt dat goed tot uitdrukking gebracht. Ik hoop dat er bij uw raad bereidheid is om bovenstaande overwegingen mee te wegen bij de uiteindelijke besluitvorming over de gemeenschappelijke regeling, mede in het belang van een spoedige totstandkoming van de regeling, waarvoor de wetgever ook een deadline heeft gesteld. Het verzoek om nog eens juridisch advies te vragen strookt naar mijn mening niet met het proces dat alle betrokken bestuurders de afgelopen jaren met elkaar doorlopen hebben en met de inhoudelijke aard van de uitkomst van dat proces. Mocht er bij uw raad geen bereidheid zijn om de voorstellen in een breder licht te zien, dan kan het bestuur van de VRK de colleges niet anders dan voorstellen de oude regel op het gebied van de stemverhoudingen vooralsnog te handhaven, om er zo voor te zorgen dat in ieder geval alle andere wijzigingen wel komen vast te liggen in de gemeenschappelijke regeling van de VRK. Uiteraard ben ik, net als andere leden van het Dagelijks Bestuur, van harte bereid met uw raad nog eens het gesprek aan te gaan over de achtergronden van de voorstellen.
Met vriendelijke groet,
mw. Schuurmans-Wijdeven voorzitter Dagelijks Bestuur