Bijlage Samenvatting Rapport Uitvoeringslasten Klimaatakkoord (Heemstede specifiek).pdf
Tekst van het document
Klimaatakkoord Uitvoeringslasten voor gemeenten Het rapport opgesteld door adviesbureau AEF in opdracht van de Raad voor het Openbaar Bestuur geeft inzicht in de uitvoeringslasten voor de overheden bij het uitvoeren van de taken vanuit het klimaatakkoord. We hebben voor de gemeente Heemstede die taken eruit gehaald die voor ons van toepassing zijn en die hieronder op een rij gezet. We komen dan in totaal uit als we met de minimale cijfers voor fte rekening uit op 5,8 fte om alle taken vanuit het Klimaatakkoord voor gemeenten uit te voeren. Nog voor de helderheid gaat het op de uitvoering van het Klimaatakkoord en de afspraken die zijn gemaakt aan de vijf klimaattafels: Elektriciteit, Industrie, Mobiliteit, Landbouw en landgebruik en de Gebouwde omgeving (zie onderstaande afbeelding)
In het Klimaatakkoord zijn GEEN afspraken gemaakt over ecologie, klimaatadaptatie en circulaire economie. Dit zijn nog drie thema’s die wel in de Nota Duurzaam Heemstede 2020 – 2024 staan. En ook in het Uitvoeringsprogramma Heemstede Duurzaam 2022 – 2023 zijn voor deze thema’s heel duidelijke ambities en doelstellingen. De taken, projecten en programma’s die daaruit voortvloeien zijn niet meegenomen in de 5,8 fte die in dit overzicht staan. Die worden binnen de eigen beleidsvelden en daarbij behorende projecten in beeld gebracht en apart aan de raad voorgelegd. Zo zijn recent bijvoorbeeld de uren voor de Adviseur Strategisch Vastgoed, Beleidsmedewerker Groen en Reiniging verder uitgebreid. Ook als het gaat om programmamanagement, monitoring van duurzaamheidsdoelstellingen en communicatie vanuit het programma Heemstede Duurzaam is dit niet in dit overzicht aan fte opgenomen. Hiervoor is reeds eerder aangegeven dat daar tenminste 1,5 fte voor nodig is.
Overkoepelende taken (0,1 fte) Monitoren en herijken Regionale Energiestrategie (RES) Het monitoren en regelmatig herijken van de Regionale Energiestrategieën is een taak waar veel verschillende activiteiten voor nodig zijn. De RES’en moeten eens per twee jaar herijkt worden. Er wordt uitgegaan van de gemiddelde kosten over die twee jaar. Het monitoren van de uitvoering van de RES is een structureel proces. Gemeenten werken op twee niveaus om deze taak uit te voeren. Enerzijds leveren gemeenten capaciteit aan de RES-regio, waar naar verwachting regionale teams van 5 – 10 fte bezig zullen blijven met herijking op regionaal niveau. Hun kosten worden verdeeld over gemiddeld ongeveer twaalf gemeenten en de provincie. Anderzijds is er lokale inzet, bijvoorbeeld lokale monitoring van de voortgang binnen de gemeente. Op dit moment is de beleidsmedewerker duurzaamheid hier verantwoordelijk voor. Hiervoor is voor een kleine gemeente 0,1 – 0,2 per gemeente per jaar in schaal beleidsmedewerker
Klimaattafel Gebouwde omgeving (4,65 fte) Opstellen van wijkuitvoeringsplannen Het opstellen van wijkuitvoeringsplannen omvat de brede voorbereiding op de aanpak van een wijk. Dat omvat veel afstemming, communicatie en participatie samen met bewoners. Er bestaat nog veel onzekerheid over hoe wijkaanpak in het werk zal gaan. Dat kwam steeds naar voren in zowel de dieptestudies, de uitvraag als de bijeenkomst. Voorlopig wordt ervan uitgegaan dat de nadruk in de wijkaanpak ligt op het overtuigen van bewoners om zelf veranderingen aan de woning door te voeren. Dat betekent dat het opstellen van een wijkuitvoeringsplan relatief veel inzet vraagt rond communicatie en het betrekken van burgers. Daarnaast is er specifieke inzet nodig in projectcoördinatie, contacten met woningcorporaties en eventueel warmteleveranciers en beleidswerk om meekoppelkansen met andere ontwikkelingen te bewaken. De gemiddelde looptijd van een plan wordt geraamd op 2 jaar. De ramingen gaan over de inzet gemiddeld over die periode. Dit is inzet van projectleiders, beleidsmedewerkers, communicatieen participatiemedewerkers en soms deskundigen op het gebied van bouw, energie isolatie, financiën en dergelijke. Hierbij speelt ook ons relatief oude woningbestand, de compacte bebouwing in Heemstede en een relatief mondige bevolking mee in de mate van complexiteit.
Voor de kleine gemeenten wordt 0,8 – 1,1 fte geraamd in gemiddeld schaal van beleidsmedewerkers
Uitvoeren van wijkuitvoeringsplannen en begeleiden van inwoners Deze taak kan om uiteenlopende activiteiten vragen, afhankelijk van het wijkuitvoeringsplan. In sommige wijken kan een warmtenet worden aangelegd en in andere wijken niet. In dat laatste geval moeten bewoners worden gestimuleerd om zelf ‘all electric’ oplossingen aan te leggen. In onze Transitievisie Warmte zijn nu de wijken vooral benoemd als isoleren en all electric oplossingen maar ook de hybride warmtepomp. De staat van de woningen speelt ook een rol, net als de precieze warmtebron, de rol van corporaties en VvE’s in de wijk, enzovoorts. Toch komen uit analyse geen grote kostenverschillen tussen typen wijken naar voren. Waarschijnlijk wegen verschillende activiteiten redelijk tegen elkaar op: een warmtenet vraagt bijvoorbeeld meer technische begeleiding en een all electric wijk meer
communicatie. Per saldo komen beide wijken op dezelfde inzet uit. Ook speelt een waarnemingsprobleem: de onzekerheid over de wijkaanpak in het algemeen is zo groot dat het niet mogelijk is om nu al te differentiëren tussen (sub)typen wijken. Gemeenten geven aan dat er ongeveer twee fte per wijk per jaar nodig is. Dat is iets minder bij kleinere gemeenten en iets meer bij grotere gemeenten. Daarvan is ongeveer één fte gereserveerd voor projectleiding; de andere is voor inzet van specialisten op het gebied van communicatie, participatie, techniek en in sommige scenario’s juristen of bijvoorbeeld persoonlijk adviseurs die in een wijk de deuren langs gaan om advies op maat te geven. We ramen hun inzet gemiddeld op schaal 10. Hiervoor is de raming 1,7 – 2,1 fte voor de kleine gemeenten
Samenwerken met woningcorporaties en VvE’s Samenwerking met woningcorporaties en Verenigingen van Eigenaars (VvE’s) omvat de inzet van gemeentebreed opererende beleidsmedewerkers. Dat kan er bijvoorbeeld toe leiden dat corporaties of VvE’s al beginnen met verduurzaming vóórdat zij aan de beurt zijn voor een wijkgerichte aanpak. De samenwerking bij het opstellen en uitvoeren van specifieke wijkuitvoeringsplannen valt onder de hierboven genoemde taak van de wijkuitvoeringsplannen. Uit de dieptestudies en uitvraag komen grote verschillen tussen gemeenten naar voren. Ten eerste verschilt het aantal en de kwaliteit van deze organisaties heel sterk tussen gemeenten. Ten tweede verschilt de aanpak. Sommige gemeenten werken vooral wijkgericht en nemen het benaderen van VvE’s mee in hun wijkaanpak. Andere gemeenten hebben nu al uitgebreide gemeentebrede voorlichtingsprogramma’s voor alle VvE’s, ongeacht in welke wijk zij zitten. Het adviesbureau AEF gaat er vanuit dat de geraamde inzet bij de taken voor de wijkuitvoeringsplannen toereikend is om VvE’s en corporaties vooral te begeleiden als onderdeel van de wijkaanpak. De gemeentebrede inzet kan dan relatief beperkt zijn; bijvoorbeeld overleg met enkele grote corporaties en het stimuleren van VvE’s die al stappen willen zetten voordat hun wijk aan de beurt is.
Hiervoor is voor kleine gemeenten begroot 0,3 – 0,4 fte in gemiddelde schaal beleidsmedewerkers
Verzorgen van gemeentebrede communicatie (inclusief energieloket) Met ‘gemeentebreed’ wordt hier bedoeld dat een activiteit niet op een specifieke wijk gericht is, maar op alle inwoners van de gemeente. Zo stelt het Klimaatakkoord dat er een energieloket onder verantwoordelijkheid van de gemeente moet zijn. Deze is er in de vorm van het Duurzaam Bouwloket. Maar ook gemeentebrede programma’s om bijvoorbeeld zonnepanelen op woningen te stimuleren, vallen onder deze taak. Gemeenten verschillen sterk in de communicatie die zij willen bieden. Zo kunnen gemeenten bijvoorbeeld samenwerken en een regionaal energieloket vormen. Het energieloket wordt soms een fysiek en intensief bemenst loket (liefst dichtbij een wijk in transitie, maar toegankelijk voor alle inwoners). Dit wordt nu voor een groot deel uitgevoerd door de energiecoaches van HeemSteeds Duurzamer en voor een deel door de organisatie Klimaatroute. Verder bieden sommige gemeenten informatiebijeenkomsten, advies en verduurzamingspakketten aan. Dit is het uitvoeren van de diverse regeling die ook in Heemstede worden uitgevoerd (REP, RRE en RREW en wellicht van januari 2022 ook de nieuwe regeling voor energiebesparing).
Hoewel de precieze invulling kan verschillen, komt uit de dieptestudies naar voren dat een substantiële gemeentebrede inzet (bovenop de wijkaanpak) nodig is. Dat beeld werd breed bevestigd in de uitvraag. Substantiële inzet voor deze taak zien we daarom niet als lokale keuze, maar noodzakelijk om het Klimaatakkoord goed uit te voeren Voor de kleine gemeenten is 0,9 – 1,1 geraamd in een gemiddelde schaal 9
Verduurzamen eigen vastgoed Van overheden wordt gevraagd dat zij het goede voorbeeld geven en vooroplopen met het verduurzamen van hun eigen vastgoed, zoals het gemeentehuis. De personele inzet hiervan raakt twee groepen. Enerzijds is er een beleidsmatige kant om te bepalen welk vastgoed het eerst wordt verduurzaamd en hoe het effect van eventuele verbouwingen kan worden beperkt. Dit is werk voor (junior) beleidsmedewerkers. Anderzijds is er een uitvoerende kant. Voor gemeenten van kleine omvang is dit geraamd op 0,1 – 0,2 fte per jaar in schaal 10
Verduurzamen maatschappelijk vastgoed Maatschappelijk vastgoed omvat gebouwen met een publieke functie, zoals scholen, musea, sportkantines en ziekenhuizen. Er komt een norm voor CO2-arme bouw, en het is aan de eigenaar om daar met steun van de gemeente aan te voldoen. Het verschilt per gebouw en per gemeente hoe groot die steun is. Soms is de gemeente zelf eigenaar van deze gebouwen. Hoe directer de relatie, hoe meer inzet er van de gemeente nodig is. Uit dieptestudies komt naar voren dat een deel van het werk kan worden verricht door de bestaande formatie. Gemeenten hebben al beleidsmedewerkers voor bijvoorbeeld onderwijshuisvesting en sporthuisvesting. Die gaan zich meer op duurzaamheid richten. Tegelijkertijd is er wel extra behoefte aan capaciteit voor voorlichting en begeleiding om eigenaren te stimuleren hun vastgoed te verduurzamen. Voor kleinere gemeenten is dit geraamd op 0,3 – 0,5 fte per jaar in beleidsmedewerkers
Verduurzamen overige utiliteitsbouw Overige utiliteitsbouw omvat alle andere gebouwen die geen woonbestemming hebben, zoals winkels en kantoren. Hoewel dit een groot aantal gebouwen betreft, is de inzet van gemeenten hier aanzienlijk kleiner dan bij woningen. Dat komt omdat in het Klimaatakkoord is afgesproken dat er een duidelijke norm voor CO2-arme utiliteitsbouw komt, waardoor het initiatief hier sterker bij gebouweigenaren komt en minder bij de gemeente. Bovendien is afgesproken dat het Rijk de communicatie hierover verzorgt. Gemeenten in de dieptestudies zien wel een rol voor (gemeentebreed opererende) beleidsmedewerkers die gebouweigenaren stimuleren en die de afstemming met de wijkaanpak en vergunningverlening, handhaving en toezicht bewaken. Kleinere gemeenten hebben daarmee relatief veel inzet. Voor kleine gemeenten is dit geraamd op 0,3 fte geraamd per jaar in voor beleidsmedewerkers
Monitoren en herijken transitievisie warmte De transitievisie warmte moet worden gemonitord, en regelmatig worden herijkt. Het herschrijven zelf hoeft maar eens in de vijf jaar te gebeuren en vereist dus (gemiddeld over die vijf jaar) maar een beperkte hoeveelheid werk. Monitoring rondom transitievisie warmte vraagt wel substantiële inzet.
Veel gemeenten zien de monitoring van de voortgang als een lichte vorm van programmamanagement van de hele pijler gebouwde omgeving. Daarom zijn de verschillen tussen grotere en kleinere gemeenten relatief beperkt. Ook monitoring van de behoefte aan warmte kost tijd. Voor kleine gemeente is dit geraamd op 0,25 fte per jaar in schaal van beleidsmedewerkers
Klimaattafel Mobiliteit (0,55fte) Onderzoeken energiebehoefte laadinfrastructuur Gemeenten hebben samen met provincies de taak om de lokale behoefte voor laadinfrastructuur in kaart te brengen. Ook het verwerken van de uitkomsten hiervan in een integrale visie laadinfrastructuur, die elke twee jaar opnieuw wordt vastgesteld, rekenen we tot deze taak. Uit de dieptestudies komt naar voren dat gemeenten dat over het algemeen niet zelf kunnen en specialistisch onderzoek inkopen. De kosten van dit soort onderzoek nemen we mee als materiële kosten die verderop in het onderzoek in beeld zijn gebracht. De personele kosten van het aanbesteden en begeleiden van dit soort onderzoek, rekenen we wel mee, net als de beleidsmatige kant van afstemming met de netbeheerder, de aanvragers, ondernemers, inwoners en andere overheden. De beleidsmatige kant vraagt structurele inzet. De inzet rond aanbesteding en begeleiding van het onderzoek komt daar bovenop, maar is kleiner omdat gemeenten hierin regionaal kunnen samenwerken. De kosten daarvan rekenen we naar rato van alle inwoners toe aan elke gemeente in de regio en worden ‘afgeschreven’ over de twee jaar totdat er een nieuw onderzoek nodig is. Voor kleine gemeenten is 0,1 – 0,2 fte geraamd in een schaal voor beleidsmedewerkers
Aansluiten bij de regionale aanbesteding voor laad infrastructuur Het fysiek aanleggen van laadinfrastructuur wordt in principe uitgevoerd door marktpartijen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor aanbesteding van het recht om (op plekken binnen de gemeente) laadinfrastructuur aan te leggen.40 Dan ontstaan uitvoeringskosten rondom het traject van aanbesteding en contractering. Ook het bijbehorende (plaatsings)beleid, op basis waarvan eisen en wensen voor aanbesteding tot stand komen, rekenen we tot deze taak. De Nationale Agenda Laadinfrastructuur werkt op dit punt de tekst uit het Klimaatakkoord verder uit. Daarin staat dat gemeenten moeten aanbesteden in negen samenwerkingsregio’s. De samenwerkingsregio’s ondersteunen gemeenten bij het opstellen en uitvoeren van een integrale visie en beleid. De personele inzet door de samenwerkingsregio’s rekenen we naar rato terug naar de deelnemende gemeenten. Daar komt de inzet bij gemeenten zelf bovenop. Uit de dieptestudies is gebleken dat aanbesteding vaak in deelgebieden plaatsvindt, soms op de schaal van een wijk. Met name in stedelijk gebied waar de druk op de openbare ruimte hoog is en er veel parkeervraagstukken spelen, is het veel werk voor gemeenten de aanbesteding zo te regelen dat openbare laadinfra goed geplaatst wordt. Ook het aansturen en afstemmen met de marktpartij vraagt veel tijd en zal in de aankomende jaren toenemen.
Voor kleinere gemeenten is hiervoor 0 – 0,05 fte geraamd in schaal beleidsmedewerker
Opstellen regionaal programma emissieloos in 2030 In het Klimaatakkoord staat dat gemeenten in samenwerking met provincies regionale programma’s opstellen waarin afspraken worden gemaakt over zoveel mogelijk emissieloos vervoer in 2030. Deze taak omvat het opstellen van die regionale programma’s en het borgen van de afspraken. De uitvoering ervan valt meestal onder andere taken. Bij het opstellen van de programma’s hebben de provincies de regie. Gemeenten werken eraan mee en een rol om te overleggen met bestuurlijke en stedelijke partners. Uit dieptestudies komt naar voren dat de meeste gemeenten nog aan het begin van dit traject staan en nog geen goed beeld hebben hoe deze taak eruit gaat zien. De uitvoering betreft echter meestal taken die we apart hebben gedefinieerd. Het Klimaatakkoord noemt drie typen maatregelen die in de regionale programma’s staan: een duurzaam eigen wagenpark, duurzaam doelgroepenvervoer en stimuleringsmaatregelen voor elektrisch vervoer. Hiervoor is 0 – 0,17 fte geraamd voor kleinere gemeenten in beleidsmedewerker schaal
Stimuleren deelconcepten mobiliteit Zowel gemeenten als provincies worden geacht om deelconcepten te stimuleren. Daar delen verschillende gebruikers dezelfde wijze van vervoer. Dat kan bijvoorbeeld met deelfietsen, deelauto’s en apps. Van gemeenten vraagt het stimuleren en faciliteren ervan een goede visie op deelconceptenvervoer, overleg met partners en soms vergunningverlening. Aanpassing van de infrastructuur rekenen we apart mee bij de taak extra aanpassingen infrastructuur. Het ramen van extra capaciteit vanwege het Klimaatakkoord is niet eenvoudig. Gemeenten werken al langer aan vergelijkbare (maar niet precies dezelfde) activiteiten. Deel-concepten zijn vaak onderdeel van een Mobility as a Service (MaaS) aanpak, die verder los van het Klimaatakkoord staat. Deelconcepten dienen dan ook verschillende doelen: naast CO2- reductie kunnen ze bijvoorbeeld ook de doorstroming verbeteren. Daarom rekenen we alleen nieuwe, specifieke projecten mee waar deelconcepten vooral klimaatdoelen dienen. Gemeenten gaven in de dieptestudies aan dat deelmobiliteit van zowel auto’s als tweewielers fors gaat toenemen de aankomende jaren. De gemeente heeft hier zowel een regierol als een initiërende rol in.
Het gaat dan bijvoorbeeld om deelconceptmakelaars, het aanwijzen van deelparkeerplaatsen, stimuleren van gebruik van deelauto’s en het opstellen van regels voor het gebruik deelfietsen en scooters in de openbare ruimte. Hiervoor is voor kleine gemeenten 0,1 fte geraamd per jaar in beleidsmedewerker schaal
Verduurzamen van eigen mobiliteit Gemeenten hebben maatregelen genomen om de eigen mobiliteit te verduurzamen. Hierbij gaat het met name om het uitwerken van een visie op verduurzaming van eigen mobiliteit en het aanschaffen van duurzame voertuigen. Uit dieptestudies blijkt dat dit tijdelijk meer capaciteit vraagt. De personele inzet hiervan raakt twee groepen. Enerzijds is er een beleidsmatige kant om te bepalen welke vorm van mobiliteit het eerst wordt verduurzaamd en hoe dit raakt aan arbeidsvoorwaarden. Dit is werk voor beleidsmedewerkers of HR-medewerkers. Anderzijds is er een uitvoerende kant die meestal bij de afdeling wagenparkbeheer ligt. Hiervoor is voor kleine gemeenten 0,05 – 0,1 fte ingeschat per jaar in beleidsmedewerker schaal
Klimaatneutraal inkopen van Grond-, Weg- en Waterwerken Om uiteindelijk zo klimaatneutraal en circulair mogelijk te kunnen werken moeten gemeenten hun proces voor het inkopen van grond-, weg- en waterwerken (GGW) aanpassen. Deze transformatie vraagt extra capaciteit voor het opdoen van specifieke kennis en het verwerken van de nieuwe wensen en eisen in aanbesteding- en inkoopprocedures. Veel gemeenten staan nu nog aan het begin. Op basis van een interview met Rijkswaterstaat (dat de transitie naar klimaatneutrale GGWinkoop al doorlopen heeft) verwachten we dat inkopers enkele jaren extra kennis nodig hebben, en bovendien meer capaciteit omdat inkoopprocedures langer duren vanwege de aanvullende eisen die erin opgenomen worden. Op basis van de ervaring van Rijkswaterstaat en dieptestudies is de ramingen opgesteld die in de uitvraag getoetst zijn en op basis daarvan licht bijgewerkt. Voor kleine gemeente is 0,3 fte per jaar hiervoor geraamd in beleidsmedewerker schaal
Klimaattafel Industrie (0,055) Handhaven van CO2 norm mobiliteit Het Klimaatakkoord beschrijft de invoering van een normstellende regeling de effecten van werkgerelateerd verkeer en logistiek terug te dringen. Gemeenten en provincies zijn het beoogd bevoegd gezag om toezicht te houden op de naleving van deze norm. In de praktijk zullen zij deze taak bij omgevingsdiensten beleggen, zo verwacht ook het Klimaatakkoord, die toezicht houden op bedrijven met 100 werknemers of meer. Omdat deze taak ver van gemeenten af staat, is de raming opgesteld samen met omgevingsdiensten. Voor kleine gemeenten is dit geraamd op 0,005 fte per jaar in schaal 9
Handhaven van de CO2 besparingsplicht Gemeenten zijn het bevoegd gezag bij het handhaven van de CO2-besparingsplicht voor kleinere bedrijven. Een deel van de gemeenten heeft deze taak ondergebracht bij de omgevingsdienst. Deze taak is een uitbreiding van de reeds bestaande energiebesparingsplicht. Bedrijven zijn nu al verplicht om energiebesparende maatregelen te treffen als die zichzelf binnen vijf jaar terugverdienen. In het Klimaatakkoord wordt deze plicht uitgebreid. In de praktijk valt ook het opwekken van energie nu onder deze plicht. Voor gemeenten of omgevingsdiensten is dit een relatief kleine uitbreiding omdat ze toch al controles uitvoerden, vaak door medewerkers van de omgevingsdienst in schaal 9. Theoretisch is de benodigde extra inzet is dus beperkt. Voor Heemstede geldt ook dat de handhaving door de Omgevingsdienst IJmond wordt uitgevoerd. Dit vraagt voor kleine gemeente nog 0,05fte extra inzet per jaar in schaal 9
Klimaattafel Landbouw en landgebruik (0,2 fte) Vergroten areaal natuur (ook op eigen grond) De taak om het areaal natuur te vergroten, is moeilijk te scheiden van ‘reguliere’ taken die gemeenten al hadden. Weliswaar is er een duidelijke opgave – 1% meer bomen per jaar – maar die opgave kan deels worden bereikt door andere accenten te leggen bij grondexploitaties, klimaatadaptatie, en het ontwerp en onderhoud van de openbare ruimte. Dat kan binnen de
reguliere formatie. Tegelijkertijd zijn gemeenten wel voornemens om vaker specifieke natuurprojecten te gaan ondernemen, zoals boomaanplantprojecten, ontwikkeling van parken en bosontwikkeling (in samenwerking met provincies). Dat vraagt vooral om beleidscapaciteit en in sommige gevallen ook om enige beheercapaciteit, gemiddeld in schaal 10. We gaan ervan uit dat de capaciteit voor dergelijke projecten voor 50% is toe te rekenen aan het Klimaatakkoord. Voor kleine gemeenten is hiervoor 0,1 – 0,2 fte geraamd per jaar
Aanpakken van voedselverspilling Gemeenten die vooroplopen, ondernemen verschillende activiteiten. Zo streven ze naar convenanten met lokale supermarkten en restaurants, faciliteren ze particuliere initiatieven om overschotten naar kwetsbare inwoners te brengen en zetten ze communicatiecampagnes op. Dat is werk voor junior beleidsmedewerkers in schaal 10. Voor deze activiteiten maakt de omvang van de gemeente relatief weinig uit, dus de verschillen tussen grote en kleine gemeenten zijn hier relatief klein. In de praktijk wordt deze taak vaak uitgevoerd in samenhang met circulaire landbouw en economie, korte ketens en soms armoedebeleid. Maar alleen aanpak van voedselverspilling is deel van het Klimaatakkoord en rekenen we mee. In Heemstede is dit voor de beleidsmedewerker economie onderdeel van regulier werk. Hiervoor is voor kleine gemeenten 0,1 – 0,2 fte geraamd
Klimaattafel elektriciteit (0,25fte) Hieronder vallen de werkzaamheden voor de aanleg van zonneweides en windmolenparken. Voor Heemstede is dit vertaald naar de uitvoering van zon op parkeerterreinen. Het gaat om het begeleiden van het project, de communicatie en participatietrajecten. In Heemstede zijn geen zoekgebieden voor zonneweides of windmolens opgenomen in de RES. Maar wel Zon op Parkeerterreinen. Hiervoor is voor kleine gemeenten 0,25 fte per jaar geraamd in beleidsmedewerker schaal
Ondersteunende processen In het rapport is ook rekening gehouden met ondersteunende processen zoals bij personeelszaken, facilitaire zaken, ICT, juridische zaken en financiën. Wij hebben op dit moment nog geen extra kosten in het Uitvoeringsprogramma Heemstede Duurzaam 2022 -2023 in beeld gebracht voor deze ondersteunende processen.
Materiele kosten Hierbij gaat het om communicatiematerialen, technisch onderzoek voor de diverse projecten op bijvoorbeeld haalbaarheid, beleidsonderzoeken en advieskosten. Een deel hiervan is inderdaad in het Uitvoeringsprogramma opgenomen per project. Dit is een inschatting gemaakt door de projectgroep op basis van ervaring of benchmark onderzoeken.