CConstaterende datHeemstede
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7. Analyse milieu- en omgevingsaspecten locatie Cruquiusbrug Ringvaartlaan - sweco

Commissie Samenleving 16 september 2026, gemeente HeemstedeBij agendapunt: 3: Voorkeurslocatie Cruquiusbrug voor asielopvang4.990 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Pagina 1 van 5 Het onderzoeksgebied ligt niet in een NNN-gebied. Een direct effect van het plan op het NNN-gebied is daarmee uitgesloten. Externe werking van projecten op NNN- gebieden is in Noord-Holland ook uitgesloten. Wel dient er een algemeen verkennend natuuronderzoek te worden opgesteld. Er worden daarom geen belemmeringen verwacht t.b.v. de haalbaarheid. Natura-2000 | Ter inventarisatie van Natura2000-gebieden is www.natura2000.nl bekeken. In de | Het onderzoeksgebied ligt niet in een Natura-2000 gebied. Een directe invloed van de directe omgeving van het plangebied ligt een Natura2000-gebied. De volgende gebieden | mogelijke planontwikkeling op dit gebied is daarmee niet te verwachten. Wel dient in zijn in directe nabijheid aanwezig: | het verkennend natuuronderzoek naar de invloed op Natura-2000 gebied verder te - Kennemerland-Zuid, op circa 2200 meter. (Dit gebied is stikstofgevoelig, zie thema | worden beschreven. stikstof) Zie het thema stikstof voor de analyse van de invloed van stikstofdepositie op de omliggende Natura-2000 gebieden.

Flora-Fauna | Uit de scan en beschrijving van de omgeving, maar ook uit de eerder verleendeIn het kader van de ruimtelijke pro cedure voor de gedeeltelijke vervanging en groot onderhoud aan de Cruquiusbrug en verbetering van de omringende infrastructuur is een | ontheffing Wnb, blijkt dat er mogelijk beschermde plant- en diersoorten aanwezig ontheffing van de Wet natuurbescherming (Wnb) verleend voor de periode van 1 januari | kunnen zijn in het onderzoeksgebied. Hiermee is de aanwezigheid van beschermde 2022 tot en met 31 december 2023. De ontheffing is verleend voor de gewone | diersoorten niet uit te sluiten. Hierop dienen de volgende stappen mogelijk dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, meervleermuis en | ondernomen te worden: watervkleermuis. Deze ontheffing is inmiddels verlopen, plus onder de Omgevingswet is de lijst met beschermde soorten uit de Wnb aangevuld met rode-lijstsoorten. | 1. Een verkennend natuuronderzoek (quickscan flora en fauna) gaat in detail in op de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten door middel van een habitat- en Uit een actuele scan van het plangebied voor soorten blijkt een aantal beschermde | bureau-onderzoek. Wanneer er geen uitsluitsel kan worden geconstateerd is een diersoorten aanwezig te kunnen zijn (BESI, BIJ12).

| volgende stap: Gierzwaluw - nesten zijn jaarrond beschermd, broedseizoen eind april - eind augustus | 2. Soortgericht onderzoek. Hierin wordt soort-specifiek onderzoek op locatie verricht Huismus - nesten zijn jaarrond beschermd, broedseizoen maart tot half augustus | om de aanwezigheid van een soort vast te stellen. Wanneer er geen uitsluitsel kan Kauw - nesten zijn beschermd. broedseizoen half maart - begin juni | worden geconstateerd is een volgende stap: Spreeuw - nesten zij jaarrond beschermd, tenzij in de omgeving voldoende geschikte | 3. In een activiteitenplan wordt beschreven hoe de effecten van de voorgenomen plekken zijn om een nieuw nest te bouwen. broedseizoen half maart - begin juli | werkzaamheden op de beschermde soort worden gecompenseerd en gemitigeerd. Dit Torenvalk - nesten jaarrond beschermd, tenzij voldoende geschikte plekken in omgeving | plan is essentieelvoor het verkrijgen van een vergunning flora- en fauna activiteit. Een zijn. onderzoek nodig. Broedseizoen maart - eind augustus | vergunning zal alleen worden afgegeven indien er sprake is van: 1. een geldig wettelijk Turkse tortel - nesten beschermd in broedseizoen. Broedseizoen half februari - eind | belang, 2. er geen alternatief is (anders werken of ergens anders ontwikkelen), 3. De november | staat van instandhouding van de soort kan worden gegarandeerd (d.m.v.

mitigerende Witte kwikstaart - nesten beschermd in broedseizoen. Broedseizoen half maart - eind | maatregelen). november Deze stappen zijn ten minste noodzakelijk voor het verkrijgen van een Ecologie | omgevingsvergunning. Zwarte roodstaart - nesten jaarrond beschermd, tenzij voldoende geschikte plekken zijn in omgeving. Onderzoek nodig. Broedseizoen april - half september. Gebouwbewonende vleermuizen - Spleten en openingen in gebouwen waarin vleermuizen leven zijn beschermd. Behoud bomenrijen, bosjes en water omdat ze dienen als vliegroute en jachtterrein. Huisspitsmuis - In alle provincies geldt voor de huisspitsmuis het hele jaar een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. Niettemin geldt de zorgplicht In de omgeving zijn de volgende kenmerken met bijbehorende flora- en fauna aspecten gevonden: Grasland / ruigte / open terrein - Verblijfplaats en/ of algemeen leefgebied kleine marterachtigen, Beschermde en rode lijst flora, Rugstreeppad (open terrein met zand en/of waterplassen), Ringslang, Noordse woelmuis, waterspitsmuis (indien nat en natuurlijk karakter). Bomen | Gemeente Heemstede heeft bepaalde boomzones waarbinnen een vergunningsplicht | Gezien de afwezigheid van monumentale- en beeldbepalende bomen, en het feit dat geldt voor het kappen en/of (her)planten van bomen.

Daarnaast hebben bepaalde | het project gebied niet in een bomenzone ligt, worden er geen belemmeringen bomen binnen de gemeente een monumentale- en/of beschermde status. Uit de | verwacht in dit domein. geraadpleegde bomenkaart (zie: https://www.Heemstede.nl/bomenkaart) valt op te maken dat het onderzoeksgebied niet binnen een een boomzone staat. Ook zijn er in het gebied geen monumentale, en/of beschermde bomen aanwezig. Stikstof | Ter beschouwing van het risico op de haalbaarheid van het plan op basis van aspect | De stikstofuitstoot t.g.v. de aanlegfase en de gebruiksfase is met de uitgangpunten als stikstof is een indicatieve berekening gemaakt in de AERIUS Calculator 2025. | hiernaast berekend in de AERIUS Calculator 2025. Voor deze indicatieve berekening is het ruimte gebruik volgens Quick-Scan | Voor de aanlegfase geldt met de meegegeven uitgangspunten dat er geen locatievoorziening Heemstede d.d. 07-10-2024 als uitgangspunt genomen; wetende | overschrijding wordt berekend. 4.000 m2 BVO, en een plangebied van 4.000 m2. Er wordt uitgegaan dat de realisatie van de bouw in één jaar wordt voldaan. | Voor de gebruiksfase geldt met de meegegeven uitgangspunten dat er geen overschrijding wordt berekend. Met een vertienvoudiging van de uitgangspunten (282 Uitgangspunten aanlegfase: | mvt/etmaal & 60 koude starts), wordt er geen overschrijding berekend.

Voor het bouw- en woonrijp maken van het onderzoeksgebied wordt uitgegaan van kengetallen. Er wordt uitgegaan van een voornamelijk prefab-bebouwing, waardoor de | N.B.: dit betreft een indicatieve berekening. materieelinzet voor de bouw wordt geschat op 1 week aan telekraan- en vrachtwagen | Bij de procedure omgevingsplan en/of bij aanvraag van de omgevingsvergunning is inzet. | een definitief onderzoek naar stikstofdepositie nodig. Hierbij dienen de definitieve getallen (inzet materieel, verkeersbewegingen) nauwkeurig te worden bepaald en Uitgangspunten gebruiksfase: | gemodelleerd. Voor de gebruiksfase wordt uitgegaan van uitstoot t.g.v. verkeersgeneratie en koude starts. Betreft verkeer wordt uitgegaan van een generatie van 4,7 mvt/etmaal per parkeerplaats, conform een eerder uitgevoerd verkeersonderzoek voor een AZC in Oegstgeest door Goudappel (zie https://www.oegstgeest.nl/fileadmin/Oegstgeest_bestanden/Documenten/Inwoners/Zo rg__welzijn_en_bijstand/statushouders_tijdelijke_huisvesting/Verkeersonderzoek_tijdeli jke_huisvesting_statushouders.pdf). Voor het onderzoeksgebied wordt uitgegaan van 5 parkeerplakken (zie hoofdstuk parkeren), waardoor de verkeersgeneratie uitkomnt op 4,7 x 6 = 28,2 / dag. Betreft koude starts wordt uitgegaan van 1 koude start per parkeerplaats per dag.

Legenda resultaat Pre-Scan Ringvaart/ketenpark (locatie 23) | Geen aanvullend onderzoek nodig Projectnummer: 51035964 | Bij verdere planvorming aanvullend onderzoek nodig Datum: 26-07-2026 | Kleine kans dat risico's invloed hebben op de haalbaarheid van het project Versie: Definitief | Grote kans dat risico's invloed hebben op de haalbaarheid van het project Disciplines | Thema's | Bevindingen | Conclusies | Resultaat Pre-Scan NNN | Er is een beschouwing gemaakt van de beheerkaart van het Natuur Netwerk Nederland van de provincie Noord-Holland. Het terrein ligt niet in een NNN-gebied. Op circa 550 meter ten noorden van het het projectgebied ligt het dichtstbijzijnde NNN-gebied. Pagina 2 van 5 Oppervlaktewater Ten behoeve van de analyse van het oppervlaktewater is de Legger van het Hoogheemraadschap van Rijnland geanalyseerd. Hieruit volgt dat er geen oppervlaktewater in het projectgebied aanwezig is. Wel is er een "overige" watergang aan de noord-, oost-, en zuidzijde van het gebied aanwezig. Het projectgebied is momenteel grotendeels onverhard. Volgens Waterschapsverordening de Rijnlandse Keur dient bij een verhardingstoename vanaf 500m2 waterberging gerealiseerd te worden.

Bij berging in oppervlaktewater dient deze, conform artikel 41.6 Nieuw oppervlaktewater als waterberging uit bovengeschreven waterschapsverordening een oppervlakte te hebben van minimaal 15% van de toegenomen verharding. Let op: naar alle waarschijnlijkheid wordt de Waterschapsverordening 2025 geactualiseerd in 2027. De nieuwe beleidsregels hieruit zijn nog niet volledig helder. Hoogheemraadschap van Rijnland heeft in een vooraankondiging aangegeven dat er naast compensatie t.g.v. verhardingstoename, en dempen = graven, mogelijk extra beleid komt ten aanzien van ophogen = compenseren. De invulling hiervan is top op heden nog niet duidelijk. Er dient rekening gehouden te worden met de aanwezige wateroppervlaktes. Gezien de grootte van het onderzoeksgebied wordt verwacht dat hiermee rekening gehouden kan worden in de opzet van het AZC. Gezien het onderzoeksgebied in de huidige situatie (grotendeels) is onverhard, is de verwachting dat water gecompenseerd dient te worden aanzienlijk. Mocht dit zo zijn, dan dient deze verhardingstoename gecompenseerd te worden. Dit is mogelijk door water alternatief te bergen of bestaande watergangen lokaal te verbreden. Voor de ontwikkeling is een onderbouwend document benodigd, het zogeheten Weging van het waterbelang, vooheen Watertoets voor het thema water, waar het Hoogheemraadschap akkoord op geeft.

Dit is zowel voor een omgevingsplan als voor een omgevingsvergunningsaanvraag (Vergunning voor een buitenplanse omgevingsplan activiteit) zie thema Planologie. Daarnaast is het ook te verwachten dat er een watervergunning bij het Hoogheemraadschap aangevraagd moet worden (dit is separaat van de omgevingsvergunningsaanvraag). Er worden voor het thema water verder geen belemmeringen verwacht. Grondwater In de Klimaateffectatlas is de gemodelleerde Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) en de gemodelleerde Gemiddeld Laagste Grondwaterstand (GLG) in het projectgebied bekeken. GHG - de gemodelleerde GHG wordt in het zuidelijk gedeelte van het gebied geschat op 2,3 - 4 meter onder het maaiveld. In het noordelijk deel wordt de grondwaterstand hoger ingeschat, op 0,8 - 1,3 meter onder het maaiveld. GLG - de gemodelleerde GLG wordt in het zuidelijk gedeelte de minimale grondwaterstand lager dan 2 meter onder het maaiveld geschat. In het noordelijk gedeelte wordt deze op 1 - 1,5 meter onder het maaiveld geschat. Voor de ontwikkeling is een onderbouwend document benodigd, het zogeheten Weging van het waterbelang, vooheen Watertoets voor het thema water, waar het Hoogheemraadschap akkoord op geeft. Dit is zowel voor een omgevingsplan als voor een omgevingsvergunningsaanvraag (Vergunning voor een buitenplanse omgevingsplan activiteit) zie thema Planologie.

Waterveiligheid Ten behoeve van de analyse naar de waterveiligheid in het gebied is de Legger Waterveiligheid van het Hoogheemraadschap van Rijnland geraadpleegd. Hieruit volgt dat een deel van het onderzoeksgebied in de waterkeringszone van een regionale kering ligt. De zuidelijke strook van het onderzoeksgebied valt binnen de arcering 'kernzone' en 'beschermingszone', en 'profiel van de Vrije Ruimte'. Een groot deel van het resterend gebied valt onder de buitenbeschermingszone. In de beschermingszones van de waterkering zijn zowel sloop- als aanbouwwerkzaamheden vergunningsplichtig in het Hoogheemraadschap van Rijnland. In het kader van de ruimtelijke pro cedure voor de gedeeltelijke vervanging en groot onderhoud aan de Cruquiusbrug en verbetering van de omringende infrastructuur is een watervergunning verleend voor het aanbrengen van asfaltverharding (deels) in de beschermingszone van een waterkering. Bij werkzaamheden op- of aan de dijk dienen vergunningen aangevraagd te worden bij het Hoogheemraadschap Rijnland. Gezien een deel van het onderzoeksgebied in de (buiten)beschermingszone valt, dient er rekening gehouden te worden met de mogelijke vergunningsplicht bij het Hoogheemraadschap van Rijnland. De keuzes voor locatie en ontwerp hebben invloed op de benodigde vergunningen. Het wordt aangeraden in het ontwerp zoveel mogelijk afstand te bewaren tot de dijk.

Er wordt aangeraden in de noordzijde te bouwen. Met het Hoogheemraadschap dient overlegd te worden in hoeverre er aanvullende vergunningen nodig zijn, bovenop de reeds verleende watervergunning voor de asfaltverharding. Deze vergunningsaanvraag vormt, met bovengenoemde onderdelen, onderdeel van de watervergunning. Houdt rekening met een verwerkingstijd van 6-8 weken. Archeologie Het onderzoeksgebied valt binnen Cultuurnota 'Cultuur de verbindende factor 2022- 2024' (gem. Heemstede) in het gebied HDE30A (donkerblauw). In deze gebieden gelden er regels aangaande het roeren in de bodem zonder onderzoek. Voor dit gebied geldt dat archeologisch onderzoek dient uitgevoerd te worden voor bodemverstorende werkzaamheden vanaf 2.500 m2 én dieper dan 40cm. Verwacht wordt dat de bodemingrepen niet dieper reiken dan 1,75m onder maaiveld. Bovendien is de aanname dat bodemverstorende werkzaamheden geen oppervlakte hebben groter dan 2.500m2. In dat geval is archeologisch vervolgonderzoek niet nodig. Indien deze drempelwaarden wél worden overschreden, dan zijn mogelijk vervolgstappen nodig. De eerste stap daarbij is een verkennend booronderzoek. In dit onderzoek wordt specifiek nagegaan of de bodemopbouw is verstoord en of er archeologische lagen aanwezig zijn Mogeljike vervolgstappen t.b.v. archeologisch onderzoek zijn: - Archeologische quick-scan.

Deze kan naar uitwerking van de uitgangspunten uitwijzen of er een archeologisch (bureau) onderzoek benodigd is. +/- 1 dag werk. - Een archeologisch bureauonderzoek brengt alle beschikbare informatie in kaart die van toepassing is op het plangebied (met een buffer van 200 tot 500 m), waaronder eerder archeologisch onderzoek, historische kaarten, geologische gegevens, etc. Op basis van deze gegevens wordt een archeologische verwachting voor het plangebied opgesteld. Vervolgens wordt geadviseerd of een vervolgonderzoek noodzakelijk is. Wanneer de archeologische verwachting laag is, of wanneer de geplande werkzaamheden geen risico vormen voor het verstoren van archeologische resten, kan het gebied worden vrijgegeven. Indien de verwachting middelhoog tot hoog is, wordt veldonderzoek geadviseerd, meestal in de vorm van een booronderzoek, waarmee wordt nagegaan of de bodemopbouw is verstoord en of er archeologische lagen aanwezig zijn. Milieukwaliteit (Verontreiniging/ sanering) Voor een overzicht van reeds uitgevoerde bodemonderzoeken is een beschouwing gemaakt van Bodemloket en de website van Omgevingsdienst IJmond. In Bodemloket zijn geen eerdere onderzoeken naar voren gekomen.

Op de website van de OD is een bodemonderzoek uit 2000 gevonden (zie: https://odijmond.nAZCa4u.nl/bodem/DetailsPanel/Onderzoek/Default2.aspx?Onderzoek Id=104424#) Artikel 16.5 van de Omgevingswet schrijft voor dat rapporten en onderzoeken niet ouder mogen zijn dan 2 jaar, tenzij inhoudelijk onderbouwd (zie ook: https://iplo.nl/regelgeving/regels-voor-activiteiten/bodemmodules/voorafgaand- bodemonderzoek/). Dit betekend dat zonder degelijke onderbouwing, het onderzoek niet volstaat. Een update van het bodemonderzoek met oog op het beoogd gebruik wordt daarom aangeraden. OO Voor een overzicht van de reeds uitgevoerde onderzoeken Ontplofbare Oorlogsresten (OO) is een beschouwing gemaakt van de VEO-Bommenkaart. Hieruit volgt dat er een voor het zuidelijk deel van het onderzoeksgebied een vooronderzoek is uitgevoerd door T&A Survey B.V. in 2012. Voor het oostelijk deel van het gebied is een vooronderzoek uitgevoerd door Saricon. Beiden rapporten zijn niet openbaar beschikbaar. Voor het bepalen van het risico op ontplofbare oorlogsresten kunnen er twee mogelijke stappen ondernomen worden. Ten eerste kunnen de onderzoeken van T&A Survey B.V. en Saricon opgevraagd worden. Hier zijn mogelijk kosten aan verbonden. Ten tweede kan een vooronderzoek Ontplofbare oorlogsresten uitgevoerd worden. Uit het vooronderzoek OO volgt of het onderzoeksgebied een verdacht gebied betreft.

Asbest In het gebied is geen permanente bebouwing aanwezig. Er worden geen belemmeringen verwacht Hoogteligging Voor de hoogteligging is de Actuele Hoogtekaart Nederland (AHN-5) geraadpleegd. Het gebied ligt redelijk egaal op ongeveer NAP -2,00m. Mogelijkerwijs is de drooglegging t.o.v. de wateroppervlakten in het gebied een zorg. Dit gebied heeft volgens de peilbesluiten van het Hoogheemraadschap van Rijnland een zomer- en winterpeil van NAP -2,12m. (zie: https://rijnland.maps.arcgis.com/apps/instant/sidebar/index.html?appid=5469a9663c5e 4643b10efe6da9a15ae2). Risico op drooglegging. Mogelijk ophoging benodigd. Ook dient wel rekening gehouden te worden met de toekomstige hoogteligging en de afwatering vanaf het verhard oppervlak en groen richting lager gelegen gedeeltes, zeker gezien een groot deel van het omliggend gebied lager ligt dan het onderzoeksgebied. De effecten van de mogelijke ophoging op de afwatering dienen meegenomen te worden in de Weging van het waterbelang, vooheen Watertoets. Water Bodem Geotechniek

Pagina 3 van 5 Geotechniek | Bodemgesteldheid (Zettingsgevoeligheid) | Er is een beschouwing gemaakt van de gemodelleerde verwachte zettingsgevoeligheid | Gezien de toplaag van veen en de kans op bodemzetting aanwezig. Mogelijk dient het tot 2050 van klimaateffectatlas. Hieruit volgt dat er ter plaatse van het onderzoeksgebiedonderzoeksgebied (gedeeltelijk) opgehoogd te worden, om de eventuele zettingen te een gedeeltelijke zettingsgevoeligheid is verwacht. | compenseren. Voor deze tijdsperiode wordt in het noordelijk deel een matige zetting van 10-20cm verwacht. In het het zuidelijk deel een beperkte zetting van 3-10cm. Voor de bodemopbouw is het Dinoloket geraadpleegd. Uit het model BRO GeoTOP v1.6.1 blijkt dat er ter plaatse van het onderzoeksgebied een toplaag van veen aanwezig is, me Zetting noordelijk 10-20cm, zuidelijk 3-10cm. Toplaag van één meter veen, met daaronder voornamelijk zandgronden. Omgevingsplan | Het bestemmingsplan 'Landgoederen en groene gebieden, eerste herziening' | Om de realisatie van een tijdelijk AZC mogelijk te maken is een planologische (vastgesteld op 29-06-2017) maakt onderdeel uit van het Omgevingsplan gemeente | procedure nodig. Er kan worden afgeweken van het omgevingsplan door middel van Heemstede.

Het projectgebied heeft op basis van dit bestemmingsplan de functie | een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa) of er kan gekozen worden voor een 'Natuur - 1', met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch gebruik - agrarisch | wijziging van het omgevingsplan. Aangezien het een tijdelijke ontwikkeling betreft, is medegebruik'. Hier is onder andere het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van de | het aan te bevelen om het project met een Bopa mogelijk te maken. Dit is minder natuurlijke en landschappelijke waarden toegestaan, evenals agrarisch medegebruik. | complex en scheelt veel tijd. Om de Bopa-procedure te kunnen starten is een ruimtelijke onderbouwing benodigd waarin wordt aangetoond dat er sprake is van Een strook aan de zuidelijke rand van het projectgebied kent de aanduiding 'Waterstaat - | een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (Etfal). Waterkering'. Op deze gronden gelden specifieke bouwregels voor bebouwing ten behoeve van waterstaatkundige voorzieningen. Bovendien geldt voor het hele projectgebied de aanduiding 'Waarde - Archeologie - 5'. De regels omtrent bouw- en sloopwerkzaamheden ter plaatse van deze archeologisch aanduiding zijn geformuleerd onder het kopje "archeologie".

Provinciale omgevingsverordening | De Omgevingsverordening NH2022 toont aan dat het gebied in Beschermd Landschap | De beoogde ontwikkeling heeft naar verwachting een oppervlakte van meer dan 500 (BL) gelegen is. Dit betekent dat er extra vereisten zijn bij nieuwe ruimtelijke | m2. Vanwege de ligging in BL is toestemming nodig van de provincie Noord-Holland. ontwikkelingen ter bescherming van de kernkwaliteiten. | Voor het onderzoeksgebied zijn geen nadere afspraken gemaakt. Dit kan voor risico's op de haalbaarheid van het gebied zorgen. Dit kan nader door de gemeente worden Ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk in Beschermd Landschap, zolang de | uitgewerkt. kernkwaliteiten niet worden aangetast en er sprake is van maximaal 25 woningen of nieuwe bebouwing met een oppervlak van minder dan 500 m2. Voor ruimtelijke ontwikkeling die deze drempelwaarden overschrijden kan de gemeente in overleg met de provincie kijken naar maatwerk. De uitgangspunten voor de ontwikkelingen zijn te vinden in de uitgangspunten en werkwijze maatwerk (pdf). Geluid wegverkeer | De monitoringsmodellen van het RIVM (geraadpleegd op 08-06-2026) tonen de kaart | Het plangebied ligt langs een provinciale weg dus mag de geluidsbelasting 50 dB zijn links. Ter plaatse van het projectgebied is sprake van lawaai afkomstig van wegverkeer | (standaardwaarde) en is de grenswaarde 60 dB.

Een geluidbelasting tot en met de (o.a. Cruquiusweg). Het gaat hier om het gemiddelde geluidsniveau per jaar. Ongewenst | standaardwaarde wordt zeker aanvaardbaar geacht. Voor een geluidbelasting boven geluid kan hinder en gezondheidsklachten geven. | de standaardwaarde moet de aanvaardbaarheid worden gemotiveerd. Maar omdat het om een tijdelijke functie gaat zijn de geluideisen maximaal 10 dB minder streng Bij een maximale termijn van 10 jaar gelden minder strenge eisen voor geluid. Daarbij | dan bij permanente nieuwbouw, dus is het mogelijk dat de geluidsbelasting tot 70 dB zijn de regels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving over geluid bijvoorbeeld niet van | gaat. Er moet echter wel worden aangetoond dat sprake is van een evenwichtige toepassing .Ook in het Besluit bouwwerken leefomgeving zijn soepeler eisen voor | toedeling van functies aan locaties. Daarbij moet de aanvaardbaarheid van het geluid tijdelijke woningbouw met een termijn van minder dan 10 jaar. De geluideisen zijn | worden onderbouwd. maximaal 10 dB minder streng dan bij permanente nieuwbouw. Er moet echter wel worden aangetoond dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan | Daarom is het aan te bevelen om een onderzoek naar geluid door wegverkeerslawaai locaties. Daarbij moet de aanvaardbaarheid van het geluid worden onderbouwd.

Dit | uit te voeren, waarin de exacte geluidswaarde ter plaatse van het onderzoeksgebied dient te worden bepaald door het bevoegd gezag. | in kaart wordt gebracht en getoetst aan de grenswaarde die de gemeente Heemstede stelt. Volgens Actieplan Geluid Heemstede 2024-2028 ligt de grenswaarde voor de gemeente Heemstede op 70dB Lden. De WHO adviseert een waarde van 53 dB als advieswaarde. Planologie Omgevingsveiligheid | Uit de Bevi (Besluit externe veiligheid inrichtingen) volgt niet of een AZC wordt geschaardNaar verwachting speelt het aspect omgevingsveiligheid geen belemmerende factor onder kwetsbare objecten (zoals woningen; scholen; etc.). Er wordt vanuit gegaan dat dit | voor de beoogde ontwikkeling. Er kan worden volstaan met een toelichting in de wel het geval is (woonfuncties). | motivering. Voor de omgevingsveiligheid is de plaatsgebonden veiligheidskaart van Atlas Leefomgeving geraadpleegd (op 08-06-2026). Uit deze kaart blijkt dat het onderzoeksgebied niet binnen een aandachtsgebied van een risicobron of transportroute is gelegen. Luchtkwaliteit | Op basis van gegevens van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK)Alle waarden in het onderzoeksgebied blijven onder de grenswaarden.

Bovendien zijn ter plaatse van het dichtstbijzijnde toetspunt (34362354_8547) de volgende | draagt de beoogde ontwikkeling 'niet in betekende mate' (NIBM) bij aan jaargemiddelde waarden gemeten in 2025: | luchtverontreiniging. Daarom wordt verwacht dat het aspect luchtkwaliteit geen PM10 - 16,37 ug/m3 | belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling. PM2.5 - 8,18 ug/m3 NO2 - 14,08 ug/m3 De volgende waarden gelden als omgevingsgrenswaarden volgens het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl): - PM10: 40 ug/m3 - PM2,5: 25 ug/m3 - NO2: 40 ug/m3 Milieueffectrapportage (MER) | De ontwikkeling is te beschouwen als stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in | Kan de motivering zelf worden gebruikt als mer-aanmeldnotitie? categorie J11 uit bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Door de tijdelijkheid van het project wordt niet verwacht dat de beoogde ontwikkeling een grote impact heeft op de omgeving. Gezien de conclusies uit deze prescan is het onwaarschijnlijk dat er via een passende beoordeling een mer nodig is. Verwacht wordt dat kan worden volstaan met een beknopte toelichting in de motivering zelf. Milieuzonering | De juridisch-planologisch toegestane milieubelastende activiteiten in de omgeving vanVoor alle milieubelastende activiteiten wordt aan de richtafstand voldaan. Een nadere het onderzoeksgebied zijn geïnventariseerd aan de hand van het omgevingsplan.

Er zijn | beschouwing is niet nodig. geen hinderveroorzakende activiteiten toegestaan in de nabijheid van de beoogde projectlocatie. Er wordt voldaan aan alle richtafstanden uit de VNG-lijst. Gewasbeschermingsmiddelen | Er dient rekening gehouden te worden met het gebruik van | Er wordt voldaan aan de minimale afstand van 50 meter tot gronden waar mogelijk gewasbeschermingsmiddelen op agrarische gronden. Conform de laatste jurisprudentie | gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. geldt een minimale afstand van 50 meter als bufferzone. De dichtstbijzijnde agrarische gronden zijn gelegen op een afstand van minimaal ± 65 meter. Het grasland ten westen van het gebied is bestemd als natuur, met agrarisch gebruik, waarbij gewasbeschermingsmiddelen niet zijn toegestaan. Daarmee wordt voldaan aan de eisen ten aanzien van spuitzones. Luchthavenindelingsbesluit | Maximale bouwhoogte t.g.v. Schiphol = 80-100m. | Geen belemmeringen verwacht. Nadeelcompensatie (voorheen planschade) | Omwonenden kunnen recht hebben op nadeelcompensatie. Er is nader onderzoek nodig | Nader onderzoek is mogelijk nodig. in hoeverre nadeelcompensatie een risico is. Wegenstructuur | Wegontsluiting via aanliggende wijk. Deze wijk dient ook als ontsluiting voor TotsSlot -Gemotoriseerd vervoer dient het gebied te ontsluiten via de aanliggende wijk, rond tijdelijke opvanglocatie voor Oekraïners.

Vormt mogelijk een belemmering voor het | de 'Ingenieur Lelylaan'. Deze wijk dient ook als ontsluiting voor TotsSlot - tijdelijke draagvlak. | opvanglocatie voor Oekraïners. Mogelijk vormt deze extra druk op de wijk een belemmering voor het draagvlak voor de plaatsing van het AZC. dichtstbijzijnde bushalte is Heemstede Zuidoost op 600-700m loopafstand. Langzaam verkeer kan via fietspad parallel aan N201. Naast het fietspad is een Fietsen naar intercity station Heemstede-Aerdenhout op 4,2km +/- 15min fietsen. | voetgangerspad aanwezig. Pagina 4 van 5 Parkeren In het RFPvE voor opvanglocaties van het COA wordt voor 50 opvangplekken uitgegaan van 4 parkeerplaatsen. Dit is gelijk met het gestelde aantal parkeerplekken dat door de gemeente Heemstede is opgenomen in de Nota Parkeernormen Heemstede 2024 (welke gebaseerd is op de CROW parkeerkencijfers 2024). Hierin wordt namelijk voor een ligging van onderzoeksgebied in 'zone 3' uitgegaan van 0,6 + 0,1 parkeerplekken per 10 bedden voor tijdelijke huisvesting / AZC. Dit levert in totaal (50 kamers) 4 parkeerplekken op. Daarnaast dienen conform CROW Parkeerkencijfers 2024 twee parkeerplekken voor werknemers opgenomen te worden per 100 m2. Hiermee komt de totale parkeerbehoefte uit op 6 parkeerplekken. Er dient parkeren op eigen terrein te worden voorzien. Dit vormt waarschijnlijk geen belemmering voor de ontwikkeling.

Rail Het intercitystation Heemstede-Aerdenhout ligt op 4,2 km afstand. Worden geen belemmeringen verwacht. Kabels en Leidingen Voor een overzicht van de kabels en leidingen is een KLIC-oriëntatieverzoek gedaan. Hieruit volgt dat er door en rond het onderzoeksgebied een aantal kabels en leidingen lopen. Er loopt een datakabel (telecommunicatie) aan de westzijde door het plangebied. Naast het plangebied, ten oosten, lopen elektriciteitskabels (laagspanning) en eenzelfde datakabel (telecommunicatie). Er zijn geen waterleidingen in de directe omgeving; de dichtstbijzijnde waterleiding is te vinden in de aangrenzende wijk, welke gescheiden wordt door een watergang. Er zijn geen kabels en leidingen in het gebied die een beperkende factor kunnen vormen voor de mogelijke ontwikkeling. Echter vormt de afwezigheid van een waterleiding in de nabije omgeving een beperkende factor voor de voorgenomen functie van het onderzoeksgebied. Riolering Voor een overzicht van de rioleringsleidingen is een KLIC-oriëntatieverzoek gedaan. Hieruit volgt dat er geen rioolbuizen in de directe omgeving zijn. De dichtstbijzijnde rioleringsbuizen zijn te vinden in de aangrenzende wijk, welke gescheiden wordt door een watergang. De afwezigheid van riolering in de nabije omgeving vormt een beperkende factor voor de voorgenomen functie van het onderzoeksgebied.

Kunstwerken Er liggen geen waterkunstwerken in het gebied. In de watergangen ten oosten en zuiden van het gebied zijn duikers aanwezig. Geen belemmeringen verwacht. BRM-ophogen De huidige hoogteligging en beperkte drooglegging (zie hoofdstuk hoogteligging), in combinatie met het risico op bodemdaling (zie hoofdstuk bodemgesteldheid), zorgt ervoor dat het risico op inklinking erg aanwezig is. Gezien het risico op inklinking wordt aangeraden om het onderzoeksgebied op te hogen tijdens het bouwrijp maken van het terrein. Kansen Aquathermie Er is nagegaan er potentiële aquathermie warmtebronnen aanwezig zijn in een scope van 1 km rondom het kavel. De aquathermiebronnen kunnen bestaan uit oppervlaktewater (TEO), drinkwaterstations (TED) of riool/afvalwaterzuiveringsinstallaties (TEA). Het kavel is gelegen op ongeveer 230 meter van de Zuider Buiten Spaarne, een aandachtspunt hierbij is wel de barriere van de provinciale weg langs het kavel. Daarnaast grenst het kavel direct aan het kanaal van de Bennerbroekerdijk. Aandachtspunt: TEO vraagt wel om een bepaalde schaalgrootte van afnemers. Er zijn in de directe omgeving woonwijken aanwezig voor extra opschaling. Er is geen TED of TEA aanwezig rondom het kavel. Er is een aquthermiebron (TEO) rondom het kavel.

De twee wateren Zuider Buiten Spaarne en het kanaal van Bennerbroekerdijk zijn naar verwachting kansrijke aquathermiebronnen voor een collectief warmtesysteem. Aanvullend onderzoek naar de potentie van de aquathermiebronnen is aanbevolen. Eventueel kan dit gecombineerd worden met de verkenning van collectieve warmte voor omliggende wijken. Andere warmtenetten in de omgeving Er is nagegaan of er in een straal van 500 m andere warmtenetten aanwezig zijn of gepland staan. Er is geen warmtenet aanwezig of in ontwikkeling waarop aangesloten kan worden. Aansluiten op een bestaand of gepland warmtenet is niet mogelijk. Geen aanvullend onderzoek vereist. Check energie omgevingsloket Er is onderzocht wat de gemeente heeft opgenomen in haar omgevingsvisie en omgevingsplan over het thema energie, voor zover relevant voor deze ontwikkeling. Omgevingsvisie De gemeente wil inzetten op het uitbreiden van zon op dak. Daarnaast heeft de gemeente ambities om in de gemeente in te zetten op collectieve warmte en uitbreiden van het elektriciteitsnetwerk. Omgevingsplan Het is verboden zonder omgevingsvergunning een gesloten bodemenergiesysteem aan te leggen of te gebruiken: a.in een interferentiegebied dat is aangewezen in dit omgevingsplan of bij gemeentelijke verordening of omgevingsverordening; of b.met een bodemzijdig vermogen van 70 kW of meer.

Bij verdere planvorming dient rekening gehouden te worden met de gemeentelijke wensen voor zon op dak. Bij gebruik van een gesloten bodemenergiesysteem (GBES) dient in sommige gevallen omgevingsvergunning aangevraagd te worden. De interferentiegebieden zijn publiek niet bekend gemaakt. Bij gebruik van een GBES moet onderzocht worden of de locatie in een interferentiegebied ligt. Netcongestie Op het niveau van de regionale netbeheerder lijken de knelpunten voor nu opgelost te zijn. Op hoogspanningsniveau (TenneT) is er tot 2036 nodig om het knelpunt op te lossen. De gemeente Heemstede heeft een actieplan Netcongestie opgesteld. Hierin staat de volgende relevante passage opgenomen: Bij nieuwbouw, grootschalige renovatie en andere uitbreidingen in de openbare ruimte moet aan het begin van het proces meegenomen worden of er extra energie- infrastructuur benodigd is en dit moet ingepast worden binnen het plan. Bij het bepalen van een locatie voor het plaatsen van energieinfrastructuur moet rekening worden gehouden met de Omgevingsvisie en het omgevingsplan. Door het knelpunt op hoogspanningsniveau is er een risico op beperkte aansluitcapaciteit. De passsage uit het actieplan dient dan ook per direct opgepakt te worden. Vroegtijdigde afstemming met Stedin is cruciaal. Energie Civiele Techniek Mobiliteit

Pagina 5 van 5 Prioritering ACM Vanaf 1 januari 2026 is het ACM prioriteringskader opgesteld voor het verdelen van netcapaciteit. Het prioriteringskader kent 3 categorieën: 1. congestieverzachters 2. veiligheid zoals ziekenhuizen, defensie etc. 3. Essentiële basisbehoeften zoals woningen, scholen, OV Alle andere functies krijgen geen prioriteit. De functie van de geplande ontwikkeling valt onder categorie 3. De functie van een AZC krijgt prioriteit 3 volgens het ACM prioriteringskader. De ontwikkeling krijgt prioriteit boven alle andere functies behalve functies in categorie 1 en 2. Deze komen echter minder vaak voor. Binnen categorie geldt het 'first come, first serve' principe. Zo snel mogelijk een aanvraag indienen is aanbevolen. Dit geldt ook voor bouwaansluitingen. Vanaf 1 oktober: Gemeenten en provincies hebben de mogelijkheid om aanvragen voor transportcapaciteit bij woningbouw en scholen tot maximaal 10 jaar vooruit in het bouwproces in te dienen, zodat deze projecten niet onnodig vertragen. Het advies is om voor deze projecten zo snel mogelijk transportcapaciteit aan te vragen, zodat het project op de wachtlijst komt te staan. Bodemenergie Er zijn geen beperkingen voor de boordiepte bekend. Er zijn geen restricties voor een WKO systeem. De daadwerkelijke potentie voor bodemenergie kan verder verkend worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.heemstede.nl/api/v1/meetings/3223/documents/47323