CConstaterende datHeemstede
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6. Analyse milieu- en omgevingsaspecten locatie Leidsevaartweg 73 - sweco

Gemeenteraad 1 oktober 2026, gemeente HeemstedeBij agendapunt: 4: Voorkeurslocatie Cruquiusbrug voor asielopvang5.130 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Pagina 1 van 5 Het onderzoeksgebied ligt niet in een NNN-gebied. Een direct effect van het plan op het NNN-gebied is daarmee uitgesloten. Externe werking van projecten op NNN- gebieden is in Noord-Holland ook uitgesloten. Wel dient er een algemeen verkennend natuuronderzoek te worden opgesteld. Er worden daarom geen belemmeringen verwacht t.b.v. de haalbaarheid. Natura-2000 | Ter inventarisatie van Natura2000-gebieden is www.natura2000.nl bekeken. In de | Het onderzoeksgebied ligt niet in een Natura-2000 gebied. Een directe invloed van de omgeving van het plangebied ligt een Natura2000-gebied. De volgende gebieden zijn in | mogelijke planontwikkeling op dit gebied is daarmee niet te verwachten. Wel dient in directe nabijheid aanwezig: | het verkennend natuuronderzoek naar de invloed op Natura-2000 gebied verder te - Kennemerland-Zuid, op circa 21 meter. (Dit gebied is stikstofgevoelig, zie thema | worden beschreven. stikstof) Zie het thema 'Stikstof' voor de analyse van de invloed van stikstofdepositie op de omliggende Natura-2000 gebieden. Flora-Fauna | Uit een eerste scan van het plangebied voor soorten blijkt een aantal beschermde | Uit de scan en beschrijving van de omgeving blijkt dat er mogelijk beschermde plant- diersoorten aanwezig te kunnen zijn (BESI, BIJ12). | en diersoorten aanwezig kunnen zijn in het onderzoeksgebied.

Hiermee is de Gierzwaluw - nesten zijn jaarrond beschermd. Broedseizoen eind april - eind augustus | aanwezigheid van beschermde diersoorten niet uit te sluiten. Hierop dienen de Huismus - nesten zijn jaarrond beschermd. Broedseizoen maart tot half augustus | volgende stappen mogelijk ondernomen te worden: Kauw - nesten zijn beschermd. Broedseizoen half maart - begin juni Spreeuw - nesten jaarrond beschermd, tenzij voldoende alternatieven zijn in omgeving. | 1. Een verkennend natuuronderzoek (quickscan flora en fauna) gaat in detail in op onderzoek nodig. Broedseizoen half maart - begin juli | de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten door middel van een habitat- en Torenvalk - nesten jaarrond beschermd, tenzij voldoende geschikte plekken in omgeving | bureau-onderzoek. Wanneer er geen uitsluitsel kan worden geconstateerd is een zijn. Onderzoek nodig. Broedseizoen maart - eind augustus | volgende stap: Turkse tortel - nesten beschermd in broedseizoen. Broedseizoen half februari - eind | 2. Soortgericht onderzoek. Hierin wordt soort-specifiek onderzoek op locatie vericht november | om de aanwezigheid van een soort vast te stellen. Wanneer er geen uitsluitsel kan Witte kwikstaart - nesten beschermd in broedseizoen. Broedseizoen half maart - eind | worden geconstateerd is een volgende stap: november | 3.

In een activiteitenplan wordt beschreven hoe de effecten van de voorgenomen Zwarte roodstaart - nesten jaarrond beschermd, tenzij voldoende geschikte plekken zijn | werkzaamheden op de beschermde soort worden gecompenseerd en gemitigeerd. Dit in omgeving. Onderzoek nodig. Broedseizoen april - half september. | plan is essentiëel voor het verkrijgen van een vergunning flora- en fauna activiteit. Gebouwbewonende vleermuizen - Spleten en openingen in gebouwen waarin | Een vergunning zal alleen worden afgegeven indien er sprake is van: 1. een geldig vleermuizen leven zijn beschermd. Behoud bomenrijen, bosjes en water omdat ze | wettelijk belang, 2. er geen alternatief is (anders werken of ergens anders dienen als vliegroute en jachtterrein. | ontwikkelen), 3. De staat van instandhouding van de soort kan worden gegarandeerd Huisspitsmuis - In alle provincies geldt voor de huisspitsmuis het hele jaar een vrijstelling | (d.m.v. mitigerende maatregelen). bij ruimtelijke ontwikkeling. Niettemin geldt de zorgplicht. Deze stappen zijn ten minste noodzakelijk voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning .

Ecologie In de omgeving zijn de volgende kenmerken met bijbehorende flora- en fauna aspecten gevonden: Bouwwerken - Verblijfplaats vleermuizen - Jaarrond beschermde vogelnesten (huismus, gierzwaluw, boeren- en huiszwaluw) Bomen - Jaarrond beschermde nesten vogels (bij buizerd en sperwer, ransuil, roek. Holtes: verblijfplaats vleermuis / boommarter Bomenrij - Essentiele vliegroute vleermuizen Water - Essentiele vliegroute en/of foerageergebied vleermuizen, Amfibieën en reptielen (o.a. rugstreeppad en ringslang), Otter, platte schijfhoren (bij aanpassing aan waterlichaam) Hagen / struiken - Broedgelegenheid vogels met niet-jaarrond beschermde nesten, Verblijfplaats en/of algemeen leefgebied kleine marterachtigen (wezel, hermelijn, bunzing). Bomen | Gemeente Heemstede heeft bepaalde boomzones waarbinnen een vergunningsplicht | De verwachting is dat het beoogde ruimtegebruik van het gebouw in het zuidelijk deel geldt voor het kappen en/of (her)planten van bomen. Daarnaast hebben bepaalde | van het projectgebied valt. Hiermee vormen de beeldbepalende bomen geen bomen binnen de gemeente een monumentale- en/of beschermde status. Uit de | belemmering in de beoogde realisatie. geraadpleegde bomenkaart (zie: https://www.heemstede.nl/bomenkaart) valt op te maken dat het onderzoeksgebied niet binnen een een boomzone staat.

Ook zijn er in het | Tijdens de mogeljike realisatie van het gebouw dient te allen tijden rekening gebied geen monumentale, en/of beschermde bomen aanwezig. | gehouden te worden met deze bomen. Stikstof | Ter beschouwing van het risico op de haalbaarheid van het plan op basis van aspect De stikstofuistoot t.g.v. de aanlegfase en de gebruiksfase is met de uitgangpunten als stikstof is een indicatieve berekening gemaakt in de AERIUS Calculator 2025. | hiernaast berekend in de AERIUS Calculator 2025. Voor deze indicatieve berekening is het ruimte gebruik volgens Quick-Scan | Voor de aanlegfase geldt met de meegegeven uitgangspunten een overschrijding van locatievoorziening Heemstede d.d. 07-10-2024 als uitgangspunt genomen; wetende | maximaal 0,10 mol N/ha/jaar op 235,70 ha. 4.000 m2 BVO, en een plangebeid van 4.000 m2. Er wordt uitgegaan dat de realisatie van de bouw in één jaar wordt voldaan. | Voor de gebruiksfase geldt met de meegegeven uitgangspunten dat er een overschrijding wordt berekend van maximaal 0,01 mol N/ha/jaar op 0,72 ha. Met een Uitgangspunten aanlegfase: | vertienvoudiging van de uitgangspunten (282 mvt/etmaal & 60 koude starts), wordt Voor het bouw- en woonrijp maken van het onderzoeksgebied wordt uitgegaan van | er een overschrijding berekend van 0,06 mol N/ha/jaar op 97,72 ha. kengetallen.

Er wordt uitgegaan van een voornamelijk prefab-bebouwing, waardoor de materieelinzet voor de bouw wordt geschat op 1 week aan telekraan- en vrachtwagen | N.B.: dit betreft een indicatieve berekening. inzet. | Bij de procedure omgevingsplan en/of bij aanvraag van de omgevingsvergunning is een definitief onderzoek naar stikstofdepositie nodig. Hierbij dienen de definitieve Uitgangspunten gebruiksfase: | getallen (inzet materieel, verkeersbewegingen) nauwkeurig te worden bepaald en Voor de gebruiksfase wordt uitgegaan van uitstoot t.g.v. verkeersgeneratie en koude | gemodelleerd. starts. Betreft verkeer wordt uitgegaan van een generatie van 4,7 mvt/etmaal per parkeerplaats, conform een eerder uitgevoerd verkeersonderzoek voor een AZC in Oegstgeest door Goudappel (zie https://www.oegstgeest.nl/fileadmin/Oegstgeest_bestanden/Documenten/Inwoners/Zo rg__welzijn_en_bijstand/statushouders_tijdelijke_huisvesting/Verkeersonderzoek_tijdeli jke_huisvesting_statushouders.pdf). Voor het onderzoeksgebied wordt uitgegaan van 6 parkeerplakken (zie hoofdstuk parkeren), waardoor de verkeersgeneratie uitkomnt op 4,7 x 6 = 28,2 / dag. Betreft koude starts wordt uitgegaan van 1 koude start per parkeerplaats per dag. Oppervlaktewater | Ten behoeve van de analyse van het oppervlaktewater is de Legger van het | Er dient rekening gehouden te worden met de aanwezige wateroppervlaktes.

Gezien Hoogheemraadschap van Rijnland geanalyseerd, gebaseerd op de | de grootte van het onderzoeksgebied wordt verwacht dat hiermee rekening Waterschapsverordening 2025. In het noordelijk deel, naast de bestaande bebouwing | gehouden kan worden in de opzet van het AZC. gelegen, is een waterplas aanwezig. Deze staat in verbinding met het overige oppervlaktewater door middel van een watergang die parallel aan de westelijke grens | Gezien het onderzoeksgebied in de huidige situatie (grotendeels) is onverhard, is de van het projectgebied richting het zuiden gaat. | verwachting dat water gecompenseerd dient te worden aanzienlijk. Mocht dit zo zijn, dan dient deze verhardingstoename gecompenseerd te worden. Dit is mogelijk door Het oppervlaktewater in dit project gebied wordt geclassificeerd door | water alternatief te bergen of bestaande watergangen lokaal te verbreden. Hoogheemraadschap Rijnland als "overig". Voor de ontwikkeling is een onderbouwend document benodigd, het zogeheten Het projectgebied is momenteels grotendeels onverhard. Volgens | Weging van het waterbelang, voorheen Watertoets voor het thema water, waar het Waterschapsverordening de Rijnlandse Keur dient bij een verhardingstoename vanaf | Hoogheemraadschap akkoord op geeft. Dit is zowel voor een omgevingsplan als voor 500m2 waterberging gerealiseerd te worden.

Bij berging in oppervlaktewater dient deze, | een omgevingsvergunningsaanvraag (Vergunning voor een buitenplanse conform artikel 41.6 Nieuw oppervlaktewater als waterberging uit bovengeschreven | omgevingsplan activiteit) zie thema Planologie. waterschapsverordening een oppervlakte te hebben van minimaal 15% van de toegenomen verharding. | Daarnaast is het ook te verwachten dat er een watervergunning bij het Hoogheemraadschap aangevraagd moet worden (dit is separaat van de Let op: naar alle waarschijnlijkheid wordt de Waterschapsverordening 2025 geüpdate in | omgevingsvergunningsaanvraag). 2027. De nieuwe beleidsregels hieruit zijn nog niet volledig helder. Hoogheemraadschap van Rijnland heeft in een vooraankondiging aangegeven dat er naast compensatie t.g.v. verhardingstoename, en dempen = graven, mogelijk extra beleid komt ten aanzien van ophogen = compenseren. De invulling hiervan is top op heden nog niet duidelijk.

Legenda resultaat Pre-Scan Leidsevaartweg 73 (locatie 15) | Geen aanvullend onderzoek nodig Projectnummer: 51035964 | Bij verdere planvorming aanvullend onderzoek nodig Datum: 26-07-2026 | Kleine kans dat risico's invloed hebben op de haalbaarheid van het project Versie: Definitief | Grote kans dat risico's invloed hebben op de haalbaarheid van het project Disciplines | Thema's | Bevindingen | Conclusies | Resultaat Pre-Scan NNN | Er is een beschouwing gemaakt van de beheerkaart van het Natuur Netwerk Nederland van de provincie Noord-Holland. Het terrein ligt niet in een NNN-gebied. Op circa 21 meter ten westen van het het projectgebied ligt het dichtstbijzijnde NNN-gebied. Pagina 2 van 5 Grondwater In de Klimaateffectatlas is de gemodelleerde Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) en de gemodelleerde Gemiddeld Laagste Grondwaterstand (GLG) in het projectgebied bekeken. GHG - de gemodelleerde GHG wordt in het grootste gedeelte van het gebied geschat op 0,8 - 1,3m. GLG - de gemodelleerde GLG wordt in het grootste gedeelte van het gebied geschat op 1 - 1,5 m. Voor de ontwikkeling is een onderbouwend document benodigd, het zogeheten Weging van het waterbelang, voorheen Watertoets voor het thema water, waar het Hoogheemraadschap akkoord op geeft.

Dit is zowel voor een omgevingsplan als voor een omgevingsvergunningsaanvraag (Vergunning voor een buitenplanse omgevingsplan activiteit) zie thema Planologie. Waterveiligheid Ten behoeve van de analyse naar de waterveiligheid in het gebied is de Legger Waterveiligheid van het Hoogheemraadschap van Rijnland geraadpleegd. Hieruit volgt dat er geen waterkeringen in of rond het gebied aanwezig zijn. In de beschermingszones van de waterkering zijn zowel sloop- als aanbouwwerkzaamheden vergunningsplichtig in het Hoogheemraadschap van Rijnland. Er worden geen belemmeringen verwacht. Wel dient er een hoofdstuk waterveiligheid in de Weging van het waterbelang opgenomen te worden wat betreft waterveiligheid. Archeologie Het onderzoeksgebied valt binnen Cultuurnota 'Cultuur de verbindende factor 2022- 2024' (gem. Heemstede) in het gebied HDE30A (donkerblauw). In deze gebieden gelden er regels aangaande het roeren in de bodem zonder onderzoek. Voor dit gebied geldt dat archeologisch onderzoek dient uitgevoerd te worden voor bodemverstorende werkzaamheden vanaf 2.500 m2 én dieper dan 40cm. Gezien de omvang van het AZC (4.000 m2, zie stikstofonderzoek), kan een archeologisch onderzoek niet worden uitgeloten.

Echter kan het uitwerken van de uitgangspunten meer duiding geven of een onderzoek nodig is; wanneer bijvoorbeeld het BVO wordt verdeeld over 2 of meer bouwlagen, kan het totaal aan te roeren grond afnemen tot onder de grenswaarde. Mogeljike vervolgstappen t.b.v. archeologisch onderzoek zijn: - Archeologische quick-scan. Deze kan naar uitwerking van de uitgangspunten uitwijzen of er een archeologisch (bureau) onderzoek benodigd is. +/- 1 dag werk. - Een archeologisch bureauonderzoek brengt alle beschikbare informatie in kaart die van toepassing is op het plangebied (met een buffer van 200 tot 500 m), waaronder eerder archeologisch onderzoek, historische kaarten, geologische gegevens, etc. Op basis van deze gegevens wordt een archeologische verwachting voor het plangebied opgesteld. Vervolgens wordt geadviseerd of een vervolgonderzoek noodzakelijk is. Wanneer de archeologische verwachting laag is, of wanneer de geplande werkzaamheden geen risico vormen voor het verstoren van archeologische resten, kan het gebied worden vrijgegeven. Indien de verwachting middelhoog tot hoog is, wordt veldonderzoek geadviseerd, meestal in de vorm van een booronderzoek, waarmee wordt nagegaan of de bodemopbouw is verstoord en of er archeologische lagen aanwezig zijn.

Milieukwaliteit (Verontreiniging/ sanering) Voor een overzicht van reeds uitgevoerde bodemonderzoeken is een beschouwing gemaakt van Bodemloket en de website van Omgevingsdienst IJmond. In Bodemloket zijn geen eerdere onderzoeken naar voren gekomen. Op de website van de OD Ijmond blijkt dat er nog geen bodemonderzoek is uitgevoerd in het onderzoeksgebied. Er is momenteel geen bodemonderzoek bekend. Gezien de huidige bestemming van het plangebied grotendeels "Agrarisch" heeft, is een bodemonderzoek benodigd voor de onderbouwing voor een Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (BOPA), of Wijziging omgevingsplan (WOP). Gezien de huidige bestemming van het onderzoeksgebied en de nabijheid van bedrijven die mogelijk bodemverontreiniging veroorzaken wordt geadviseerd om een bodemonderzoek uit te laten voeren. OO Voor een overzicht van de reeds uitgevoerde onderzoeken Ontplofbare Oorlogsresten (OO) is een beschouwing gemaakt van de VEO-Bommenkaart. Hieruit volgt dat er een historisch of opsporingsproces is uitgevoerd door BeoBOM. Echter is de publicatie niet openbaar beschikbaar. Voor het bepalen van het risico op ontplofbare oorlogsresten kunnen er twee mogelijke stappen ondernomen worden. - Ten eerste kan het onderzoek van BeoBOM opgevraagd worden. Hier zijn mogelijk kosten aan verbonden. - Ten tweede kan een vooronderzoek Ontplofbare oorlogsresten uitgevoerd worden.

Uit het vooronderzoek OO volgt of het onderzoeksgebied een verdacht gebied betreft. Asbest In het gebied is een gebouw aanwezig; wetende het drinkwatermuseum van Waternet. Dit gebouw, een voormalig pompstation van de waterregio, is opgeleverd in 1853. Het wordt niet verwacht dat dit gebouw gesloopt zal worden. Indien er wel werkzaamheden aan dit gebouw uitgevoerd worden, dient er er rekening gehouden te worden met de kans op asbest. Hoogteligging Voor de hoogteligging is de Actuele Hoogtekaart Nederland (AHN-5) geraadpleegd. Het noordelijke deel van het gebied, rondom het drinkwatermuseum, heeft een gemiddelde hoogte van tussen de 1,2m en 1,5m. Hiermee ligt dit gedeelte hoger dan het zuidelijk deel, waar de hoogte tussen de NAP -0,3m en 0,5m ligt. Mogelijkerwijs is de drooglegging t.o.v. de wateroppervlakten in het gebied een zorg. Dit gebied mag, volgens de peilbesluiten met peilafwijkingen - kaart van Hoogheemraadschap van Rijnland afwijken zonder vergunning (zie: https://rijnland.maps.arcgis.com/apps/instant/sidebar/index.html?appid=5469a9663c5e 4643b10efe6da9a15ae2). Het omliggend gebied heeft een zomerpeilhoogte van NAP -0,61m, wat zorgt voor een beperkte droogleggging van 0,3m.

Er bestaat een risico dat het onderzoeksgebied opgehoogd dient te worden om een voldoende drooglegging te bewaren tussen de waterlichamen in het plangebied, als ook tussen de waterlichamen buiten het plangebied. Ook dient wel rekening gehouden te worden met de toekomstige hoogteligging en de afwatering vanaf het verhard oppervlak en groen richting lager gelegen gedeeltes, zeker gezien een groot deel van het omliggend gebied lager ligt dan het onderzoeksgebied. De effecten van de mogelijke ophoging op de afwatering dienen meegenomen te worden in de Weging van het waterbelang, voorheen Watertoets. Bodemgesteldheid (Zettingsgevoeligheid) Er is een beschouwing gemaakt van de gemodelleerde verwachte zettingsgevoeligheid tot 2050 van klimaateffectatlas. Hieruit volgt dat er ter plaatse van het onderzoeksgebied een gedeeltelijke zettingsgevoeligheid is verwacht. Voor deze tijdsperiode wordt in het noordelijke deel van de locatie een zetting verwacht van 20-40cm. Voor de bodemopbouw is het Dinoloket geraadpleegd. Uit het model BRO GeoTOP v1.6.1 blijkt dat er ter plaatse van het onderzoeksgebied tot een diepte van 30 meter voornamelijk zand aanwezig is. In het deel van het onderzoeksgebied waar de bebouwing wordt verwacht is geen zettingsgevoeligheid waargenomen. Daarnaast betaat de ondergrond voornamelijk uit zand. Hiermee wordt de kans op belemmeringen laag ingeschat.

Bodem Water Geotechniek

Pagina 3 van 5 Omgevingsplan Het bestemmingsplan 'Landgoederen en groene gebieden, eerste herziening' (vastgesteld op 29-06-2017) maakt onderdeel uit van het Omgevingsplan gemeente Heemstede. Het noordelijk deel van het projectgebied heeft op basis van dit bestemmingsplan een maatschappelijke functie. Hier zijn maatschappelijke instellingen toegestaan. Onder maatschappelijke instellingen wordt verstaan: educatieve, sociaal- medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorziening, voorziening ten behoeve van sport en sportieve recreatie en voorziening ten behoeve van openbare dienstverlening. Het zuidelijk deel van het projectgebied (weiland) heeft een agrarische functie. Bovendien geldt voor het hele projectgebied de aanduiding 'Waarde - Archeologie - 5'. De regels omtrent bouw- en sloopwerkzaamheden ter plaatse van deze archeologisch aanduiding zijn geformuleerd onder het kopje "archeologie". Om de realisatie van een tijdelijk AZC mogelijk te maken is een planologische procedure nodig. Er kan worden afgeweken van het omgevingsplan door middel van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa) of er kan gekozen worden voor een wijziging van het omgevingsplan. Aangezien het een tijdelijke ontwikkeling betreft, is het aan te bevelen om het project met een Bopa mogelijk te maken. Dit is minder complex en scheelt veel tijd.

Om de Bopa-procedure te kunnen starten is een ruimtelijke onderbouwing benodigd waarin wordt aangetoond dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (Etfal). Provinciale omgevingsverordening De Omgevingsverordening NH2022 toont aan dat het gebied in Beschermd Landschap (BL) gelegen is. Dit betekent dat er extra vereisten zijn bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen ter bescherming van de kernkwaliteiten. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk in Beschermd landschap, zolang de kernkwaliteiten niet worden aangetast en er sprake is van maximaal 25 woningen of nieuwe bebouwing met een oppervlak van minder dan 500 m2. Voor ruimtelijke ontwikkeling die deze drempelwaarden overschrijden kan de gemeente in overleg met de provincie kijken naar maatwerk. De uitgangspunten voor de ontwikkelingen zijn te vinden in de Uitgangspunten e werkwijze maatwerk (pdf). De beoogde ontwikkeling heeft naar verwachting een oppervlakte van meer dan 500 m2. Vanwege de ligging in het BL is toestemming nodig van de provincie Noord- Holland. Voor het onderzoeksgebied zijn geen nadere afspraken gemaakt. Dit kan voor risico's op de haalbaarheid van het gebied zorgen. Dit kan nader door de gemeente worden uitgewerkt. Geluid door (spoor)wegverkeer De monitoringsmodellen van het RIVM (geraadpleegd op 08-06-2026) tonen de kaart links.

Op de kaart zie je hoeveel geluid verschillende bronnen bij elkaar opgeteld veroorzaken. Ter plaatse van het projectgebied is sprake van cumulatie door wegverkeer (o.a. Leidsevaartweg) en railverkeer (spoor Heemstede-Aerdenhout - Hillegom). Het gaat hier om het gemiddelde geluidsniveau per jaar. Ongewenst geluid kan hinder en gezondheidsklachten geven. Bij het toelaten van een tijdelijk geluidgevoelig gebouw geldt alleen de instructieregel van artikel 5.59 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), waarbij het geluid van één activiteit aanvaardbaar moet zijn. Voor tijdelijke huisvesting (< 10 jaar) geldt dat het geluidsniveau "aanvaardbaar" moet zijn. Dit dient te worden bepaald door het bevoegd gezag. Volgens Actieplan Geluid Heemstede 2024-2028 ligt de grenswaarde voor de gemeente Heemstede op 70dB Lden. De WHO adviseert een waarde van 53 dB als advieswaarde. De beoogde ontwikkeling heeft naar verwachting een oppervlakte van meer dan 500 m2. Vanwege de ligging in het BL is toestemming nodig van de Provincie Noord- Holland. Voor het onderzoeksgebied zijn geen nadere afspraken gemaakt. Dit kan voor risico's op de haalbaarheid van het gebied zorgen. Dit kan nader door de gemeente worden uitgewerkt. Omgevingsveiligheid Uit de Bevi (Besluit externe veiligheid inrichtingen) volgt niet of een AZC wordt geschaard onder kwetsbare objecten (zoals woningen; scholen; etc.).

Er wordt vanuit gegaan dat dit wel het geval is (woonfuncties). Voor de omgevingsveiligheid is de plaatsgebonden veiligheidskaart van Atlas Leefomgeving geraadpleegd (op 08-06-2026). Uit deze kaart blijkt dat het onderzoeksgebied niet binnen een aandachtsgebied van een risicobron of transportroute is gelegen. Naar verwachting speelt het aspect omgevingsveiligheid geen belemmerende factor voor de beoogde ontwikkeling. Er kan worden volstaan met een toelichting in de motivering. Luchtkwaliteit Op basis van gegevens van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) zijn ter plaatse van het dichtstbijzijnde toetspunt (34381346_1354226) de volgende jaargemiddelde waarden gemeten in 2025: PM10 - 15,66 ug/m3 PM2.5 - 7,61 ug/m3 NO2 - 13,07 ug/m3 De volgende waarden gelden als omgevingsgrenswaarden volgens het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl): - PM10: 40 ug/m3 - PM2,5: 25 ug/m3 - NO2: 40 ug/m3 Alle waarden in het onderzoeksgebied blijven onder de grenswaarden. Bovendien draagt de beoogde ontwikkeling 'niet in betekende mate' (NIBM) bij aan luchtverontreiniging. Daarom wordt verwacht dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling. Milieueffectrapportage (MER) De ontwikkeling is te beschouwen als stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in categorie J11 uit bijlage V bij het Omgevingsbesluit.

Door de tijdelijkheid van het project wordt niet verwacht dat de beoogde ontwikkeling een grote impact heeft op de omgeving. Gezien de conclusies uit deze prescan is het onwaarschijnlijk dat er via een passende beoordeling een mer nodig is. Verwacht wordt dat kan worden volstaan met een beknopte toelichting in de motivering zelf. Kan de motivering zelf worden gebruikt als mer-aanmeldnotitie? Milieubelastende activiteiten De juridisch-planologisch toegestane milieubelastende activiteiten in de omgeving van het onderzoeksgebied zijn geïnventariseerd aan de hand van het omgevingsplan. Door de verscheidenheid aan toegestane (en daadwerkelijk gevestigde) functies, wordt uitgegaan van een 'gemengd gebied'. Er zijn hinderveroorzakende activiteiten toegestaan ten westen van de beoogde projectlocatie. Deze gronden kennen de functie 'Bedrijf -1', met de functieaanduiding 'waterzuiveringsinstallatie'. Hier zijn bedrijven tot en met mil cat 3.1 toegestaan én een waterwinbedrijf. De minimale richtafstand voor dit type bedrijvigheid in gemengd gebied bedraagt 30 meter. Er wordt voldaan aan alle richtafstanden uit de VNG-lijst. De daadwerkelijk gemeten afstand bedraagt ± 20 meter > er wordt niet voldaan aan de richtafstand. Voor alle milieubelastende activiteiten wordt aan de richtafstand voldaan, met uitzondering van het waterwinbedrijf.

Akoestisch onderzoek, eventueel in combinatie met (spoor)wegverkeer, is noodzakelijk. Gewasbeschermingsmiddelen Er dient rekening gehouden te worden met het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op agrarische gronden. Conform de laatste jurisprudentie geldt een minimale afstand van 50 meter als bufferzone. De dichtstbijzijnde agrarische gronden zijn gelegen op een afstand van minimaal ± 87 meter. Daarmee wordt voldaan aan de eisen ten aanzien van spuitzones. Er wordt voldaan aan de minimale afstand van 50 meter tot gronden waar mogelijk gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Nadeelcompensatie (voorheen planschade) Omwonenden kunnen recht hebben op nadeelcompensatie. Er is nader onderzoek nodig in hoeverre nadeelcompensatie een risico is. Nader onderzoek is mogelijk nodig. Luchthavenindelingsbesluit Maximale bouwhoogte t.g.v. Schiphol = 146m. Geen belemmeringen verwacht. Wegenstructuur Verkeersonsluiting kan plaatsvinden via de Leidsevaartweg en Amstellaan. Het wordt onwaarschijnlijk geacht dat een toename van 28,2 mvt/etmaal (voor verkeersgeneratie, zie hoofstuk "stikstof") de maximale verkeersdeelname overschrijdt. Openbaar vervoer: De dichtstbijzijnde bushalte is Heemstede Rijnlaan. Hier rijdt bus 250 elk kwartier richting Leiden CS (zuidelijke richting) en Haarlem Station (noordelijke richting). Deze halte is circa 10min lopen, op 700m afstand.

Een andere optie is lopen naar intercitystation Heemstede-Aerdenhout. Dit is een wandeling van 28min langs de Leidsevaartweg (1,8 km) De Leidsevaartweg en de Amstellaan hebben voldoende capaciteit op de verkeerstoename op te vangen. Daarnaast zijn er in de nabijheid voorzieningen aanwezig waar de toekomstige bewoners van het AZC gebruik van kunnen maken, zoals een supermarkt op 3 minuten loopafstand, en heeft de infrastructuur voldoende mogelijkheden voor langzaamverkeer, zoals een oversteekplaats en wandelpaden. De nabijheid en frequentie van de dichtsbijzjinde bushalte voldoet net niet aan de richtlijnen van provincie Noord Holland wat betreft afstand tot bushaltes (600m voor hoger frequente bushaltes). Zie: https://www.noord- holland.nl/bestanden/pdf/Verkeer_Vervoer/Infographic%20NoordWest%20Noord- Holland_DEF.pdf Parkeren In het RFPvE voor opvanglocaties van het COA wordt voor 50 opvangplekken uitgegaan van 4 parkeerplaatsen. Dit is gelijk met het gestelde aantal parkeerplekken dat door de gemeente Heemstede is opgenomen in de Nota Parkeernormen Heemstede 2024 (welke gebaseerd is op de CROW parkeerkencijfers 2024). Hierin wordt namelijk voor een ligging van onderzoeksgebied in 'zone 3' uitgegaan van 0,6 + 0,1 parkeerplekken per 10 bedden voor tijdelijke huisvesting / AZC. Dit levert in totaal (50 kamers) 4 parkeerplekken op.

Daarnaast dienen conform CROW Parkeerkencijfers 2024 twee parkeerplekken voor werknemers opgenomen te worden per 100 m2. Hiermee komt de totale parkeerbehoefte uit op 6 parkeerplekken. Er dient parkeren op eigen terrein te worden voorzien. Dit vormt waarschijnlijk geen belemmering voor de ontwikkeling. Rail Het intercitystation Heemstede-Aerdenhout ligt op 1,8 km afstand. Dit is op voldoende fietsafstand. Er worden geen belemmeringen verwacht. Mobiliteit Planologie

Pagina 4 van 5 Kabels en Leidingen Voor een overzicht van de kabels en leidingen is een KLIC-oriëntatieverzoek gedaan. Hieruit volgt dat er door en rond het onderzoeksgebied een aantal kabels en leidingen lopen. Rond het plangebied zijn alle soorten kabels en leidingen aanwezig; datakabels, elektriciteitskabels, en waterleidingen De grootste obstakels worden gezien in: - Langs de noordoost zijde van het gebied loopt een middenspanning-elektriciteitskabel met een buffer dat in het plangebied loopt. Deze loopt tot ongeveer tien meter het onderzoeksgebied in tot 20 meter ten zuiden van het waterlichaam. - Het gebied wordt doorkruist door een waterleiding van PWN met een buffer waar mogelijk werkzaamheids-beperkende factoren aan verbonden zijn. Daarnaast dient opgemerkt te worden dat de aanwezige kabels en leidingen die in de oost-west as liggen ook de Leidsevaart doorkruizen en mogelijk daardoor dieper liggen. Ook lijkt er een trafo in het gebied aanwezig te zijn te noordoosten van het waterlichaam. De nabijheid van de waterzuiveringsinstallatie Leiduin zorgt voor een groot aantal aanwezige kabels en leidingen in het onderzoeksgebied, met aanwezige buffers. Wanneer er om deze buffers gebouwd wordt, zoals aangegeven in het oranje- omlijnde gebied in het kaartje hiernaast, blijft er een oppervlak van ruwweg (erg grove schatting) 3.300 m2 over.

Enkel binnen dit gebied dat oranje omlijnd is kan bijvoorbeeld ophoging plaatsvinden, voor het overig gedeelte van het terrein geldt dat er rekening mee gehouden dient te worden dat er geen ophoging plaats kan vinden. Bij hergebruik van de bestaande bebouwing op het perceel zou de totale oppervlakte vraag ontwerp-technisch ingepast kunnen worden. De aanwezigheid van de kabels en leidingen zorgt echter voor aanzienlijke beperkingen, die nader onderzocht zouden moeten worden. Riolering Voor het overzicht van kabels en leidingen is een KLIC-oriëntatieverzoek gedaan. Hieruit volgt dat er in en rond het onderzoeks gebied een aantal rioleerbuizen aanwezig zijn. Deze bevinden zich aan de oostzijde van het onderzoeksgebied en hebben aftakkingen in het onderzoeksgebied, ter hoogte van de bestaande bebouwing. Deze rioolbuizen hebben zowel het Waternet en gemeente Heemstede als eigenaar. De ontwikkeling van het AZC zou kunnen aansluiten op de bestaande rioleringsleidingen in- of rond het onderzoeksgebied. Er dient onderzocht te worden of deze rioleringsleidingen functioneel. Ten tijde van schrijven (09-06-2026) geldt voor een aantal van de aanwezige leidingen de huidige status als: 'Functioneel'. Hierdoor wordt de kans op belemmeringen laag geschat.

Aanbevolen wordt om in overeenstemming met de gemeente de capaciteit en staat van de riolering te beoordelen waar mogelijk op aangesloten kan worden betreft afvoer van vuilwater. Kunstwerken Er liggen geen waterkunstwerken in het gebied. Ten westen van het gebied is een duiker aanwezig. Er worden geen belemmeringen verwacht BRM-ophogen De hoogteverschillen die aanwezig zijn in het gebied zijn tussen het weiland (NAP +0,00m) en rondom het gemeentelijk monumentaal pand de drinkwatermuseum (NAP +1,20m). Er wordt niet verwacht dat dit egaal getrokken dient te worden. Er worden geen belemmeringen verwacht. Kansen Aquathermie Er is nagegaan of er potentiële aquathermiebronnen aanwezig zijn in een scope van 1 km rondom het kavel. De aquathermiebronnen kunnen bestaan uit oppervlaktewater (TEO), drinkwaterstations (TED) of riool/afvalwaterzuiveringsinstallaties (TEA). Het kavel ligt links aangrenzend aan de Leidsevaart (TEO) Daarnaast ligt links van het kavel de waterzuiveringsinstallatie Leiduin (TED) Aandachtspunt: TEO en TED vraagt wel om een bepaalde schaalgrootte van afnemers. Er zijn in de directe omgeving woonwijken aanwezig voor extra opschaling. Aandachtspunt: het naastgelegen spoor vormt een fysieke barriere voor een warmteleiding, dit kan hoge kosten voor een gestuurde boring met zich meebrengen of kan zorgen voor restricties vanuit ProRail.

Er is geen TEA aanwezig rondom het kavel. Er is een aquthermiebron (TEO) rondom het kavel. De Leidsevaart en de waterzuiveringsinstallatie Leiduin zijn naar verwachting kansrijke aquathermiebronnen voor een collectief warmtesysteem. Aanvullend onderzoek naar de potentie van de aquathermiebronnen is aanbevolen. Eventueel kan dit gecombineerd worden met de verkenning van collectieve warmte voor omliggende wijken. Andere warmtenetten in de omgeving Er is nagegaan of er in een straal van 500 m andere warmtenetten aanwezig zijn of gepland staan. Volgens de vastgestelde transitievisiewarmte (TVW) wilt de gemeente collectieve warmte verkennen voor de Rivierenwijk. De status van verkenning collectieve warmte in de Rivierenwijk opvragen binnen de gemeente. Overleg vervolgens met de gemeente over koppelkansen Check energie omgevingsloket Er is onderzocht wat de gemeente heeft opgenomen in haar omgevingsvisie en omgevingsplan over het thema energie, voor zover relevant voor deze ontwikkeling. Omgevingsvisie De gemeente wil inzetten op het uitbreiden van zon op dak. Daarnaast heeft de gemeente ambities om in de gemeente in te zetten op collectieve warmte en uitbreiden van het elektriciteitsnetwerk.

Omgevingsplan Het is verboden zonder omgevingsvergunning een gesloten bodemenergiesysteem aan te leggen of te gebruiken: a.in een interferentiegebied dat is aangewezen in dit omgevingsplan of bij gemeentelijke verordening of omgevingsverordening; of b.met een bodemzijdig vermogen van 70 kW of meer. Bij verdere planvorming dient rekening gehouden te worden met de gemeentelijke wensen voor zon op dak. Bij gebruik van een gesloten bodemenergiesysteem (GBES) dient in sommige gevallen omgevingsvergunning aangevraagd te worden. De interferentiegebieden zijn publiek niet bekend gemaakt. Bij gebruik van een GBES moet onderzocht worden of de locatie in een interferentiegebied ligt. Civiele Techniek

Pagina 5 van 5 Netcongestie Op het niveau van de regionale netbeheerder lijken de knelpunten voor nu opgelost te zijn. Op hoogspanningsniveau (TenneT) is er tot 2036 nodig om het knelpunt op te lossen. De gemeente Heemstede heeft een actieplan Netcongestie opgesteld. Hierin staat de volgende relevante passage opgenomen: Bij nieuwbouw, grootschalige renovatie en andere uitbreidingen in de openbare ruimte moet aan het begin van het proces meegenomen worden of er extra energie- infrastructuur benodigd is en dit moet ingepast worden binnen het plan. Bij het bepalen van een locatie voor het plaatsen van energieinfrastructuur moet rekening worden gehouden met de Omgevingsvisie en het omgevingsplan. Door het knelpunt op hoogspanningsniveau is er een risico op beperkte aansluitcapaciteit. De passsage uit het actieplan dient dan ook per direct opgepakt te worden. Vroegtijdigde afstemming met Stedin is cruciaal. Prioritering ACM Vanaf 1 januari 2026 is het ACM prioriteringskader opgesteld voor het verdelen van netcapaciteit. Het prioriteringskader kent 3 categorieën: 1. congestieverzachters 2. veiligheid zoals ziekenhuizen, defensie etc. 3. Essentiële basisbehoeften zoals woningen, scholen, OV Alle andere functies krijgen geen prioriteit. De functie van de geplande ontwikkeling valt onder categorie 3. De functie van een AZC krijgt prioriteit 3 volgens het ACM prioriteringskader.

De ontwikkeling krijgt prioriteit boven alle andere functies behalve functies in categorie 1 en 2. Deze komen echter minder vaak voor. Binnen categorie geldt het 'first come, first serve' principe. Zo snel mogelijk een aanvraag indienen is aanbevolen. Dit geldt ook voor bouwaansluitingen. Vanaf 1 oktober: Gemeenten en provincies hebben de mogelijkheid om aanvragen voor transportcapaciteit bij woningbouw en scholen tot maximaal 10 jaar vooruit in het bouwproces in te dienen, zodat deze projecten niet onnodig vertragen. Het advies is om voor deze projecten zo snel mogelijk transportcapaciteit aan te vragen, zodat het project op de wachtlijst komt te staan. Bodemenergie Er zijn geen beperkingen voor de boordiepte bekend. Naast het kavel is een bestaande WKO in gebruik. Er zijn geen restricties voor een WKO systeem. De daadwerkelijke potentie voor bodemenergie kan verder verkend worden. Bij verdere verkenning van een WKO systeem dient een interferentieberekening met de bestaande WKO gedaan te worden. Energie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.heemstede.nl/api/v1/meetings/3260/documents/47322