CConstaterende datHeemstede
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5. Toelichting VOLLEDIG GEANONIMISEERD.pdf

Commissie Ruimte 17 februari 2022, gemeente HeemstedeBij agendapunt: 9: Ontwerpbestemmingsplan Princenbuurt24.922 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het PR kan op de kaart van één gebied worden weergegeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6 PR-contour (die als harde wettelijke norm geldt) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Het GR wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (f) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N), de fN-curve. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt doorgaans begrensd door de 1% letaliteitsgrens of te wel door de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Toetsing risico’s Voor de beoordeling van de risico’s is de EV-Signaleringkaart geraadpleegd. Hierbij zijn de volgende onderdelen beoordeeld: • transport gevaarlijke stoffen over de weg/spoor; • transport gevaarlijke stoffen via een buisleiding; Princenbuurt te Heemstede Toelichting | 210569 | 10 januari 2022

BK Bouw- & Milieudvies pagina 23 van 34

•

risicovolle inrichtingen.

Figuur 7 laat de risicoactiviteiten in de omgeving zien. figuur 7: risicokaart (bron: www.ev-signaleringskaart.nl)

Transport gevaarlijke stoffen over de weg De dichtstbijzijnde route met gevaarlijke stoffen over de weg (A5) is op circa acht km gelegen. Gezien deze afstand vormt dit geen belemmering voor het planvoornemen. Daarnaast zijn de N-wegen: N201, N206 en N208, door de provincie Noord-Holland vrijgegeven voor het transport van gevaarlijke stoffen. Gezien de afstand van deze wegen tot het planvoornemen en de beperkte transportbewegingen met gevaarlijke stoffen vormen deze N-wegen geen belemmering voor het planvoornemen. Transport van gevaarlijke stoffen via het water De dichtstbijzijnde route met gevaarlijke stoffen over het water is op circa vijftien km gelegen. Gezien deze afstand vormt dit geen belemmering voor het planvoornemen. Transport gevaarlijke stoffen via spoor De dichtstbijzijnde route met gevaarlijke stoffen over het spoor is op circa dertien km gelegen. Gezien deze afstand vormt dit geen belemmering voor het planvoornemen. Transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen In de directe omgeving van het planvoornemen zijn geen buisleidingen gelegen voor het transport van gevaarlijke stoffen. De dichtstbijzijnde buisleiding ligt op circa 2.200 meter afstand van het planvoornemen, gezien de afstand is een nadere toetsing op dit onderdeel niet noodzakelijk.

Princenbuurt te Heemstede Toelichting | 210569 | 10 januari 2022

BK Bouw- & Milieudvies pagina 24 van 34

Risicovolle inrichtingen De dichtstbijzijnde inrichting met gevaarlijke stoffen is gelegen op 1100 meter van het planvoornemen. Gezien de afstand is een nadere toetsing niet noodzakelijk.

 Analyse en conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het planvoornemen. De risicobronnen zijn gelegen op een zodanige afstand dat geen enkel invloedsgebied over het planvoornemen is gelegen.

Bedrijven- en milieuzonering In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de ontwikkeling van woningen in de buurt van hinderverstorende functies: • ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; • de bedrijfsvoering/milieuruimte van de betreffende bedrijven niet wordt ingeperkt als gevolg van de beoogde ontwikkelingen. Om te komen tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijfsvestigingen op milieuhygiënische aspecten wordt het begrip milieuzonering gehanteerd. Onder milieuzonering wordt verstaan: het waar nodig zorgen voor een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening gehouden te worden met milieuzonering om zodoende de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden dat zij hun activiteiten binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen blijven uitvoeren. Bij de milieuzonering wordt gebruikgemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde brochure Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze brochure worden richtafstanden gegeven tot een rustige woonwijk.

Gebiedstype Indien de aard van de omgeving dit rechtvaardigt, kunnen gemotiveerd kleinere richtafstanden worden aangehouden bij het omgevingstype gemengd gebied. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging, dat gezien de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al een hogere milieubelasting kent. Bij een gemengd gebied komen direct naast woningen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. De afstanden kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsstap worden verlaagd indien sprake is van omgevingstype gemengd gebied. Bovenstaande is niet van toepassing op het planvoornemen, aangezien geen sprake is van functie menging. De activiteiten worden dan ook getoetst aan de afstanden voor een rustige woonwijk. In directe omgeving van het planvoornemen is een aantal bedrijven gevestigd (bron: Google en ruimtelijke plannen). Dit is het bedrijf: Garage Meijer Heemstede (Glipperweg 40), Garageboxen (achter nummer 39), gemengde functie (Glipperweg 53) en het Princehof (maatschappelijke functie). Garage Meijer Heemstede De locatie is in het bestemmingsplan opgenomen met een enkelbestemming “bedrijf 1”.

Van uit het bestemmingsplan en de Bedrijven en milieuzonering geldt hiervoor een richtafstand van dertig meter. Aangezien de grens van deze bestemming tot het de grens van planvoornemen circa 35 meter bedraagt vormt dit geen belemmering voor het planvoornemen. Daarnaast geldt voor deze locatie een uitsterfbeleid, waardoor geen nieuwe garage-activiteiten mogen plaats vinden op deze locatie. Garageboxen Op de locatie Glipperweg 35 tot en met 39 is in het verleden (2014) met een Omgevingsvergunning Afwijken bestemmingsplan 4 appartementen gerealiseerd in een bedrijfspand. Aan de achterzijde hiervan is nog een aantal garageboxen/ opslaghal gelegen. Deze garageboxen zijn in het bestemmingsplan aangewezen als categorie 1 en 2 bedrijven. Hiervoor geldt een richtafstand van dertig meter. Gezien de afstand van deze garageboxen/ opslaghal Princenbuurt te Heemstede Toelichting | 210569 | 10 januari 2022

BK Bouw- & Milieudvies pagina 25 van 34

tot het planvoornemen (circa 55 meter) vormt dit geen belemmering. Daarnaast blijkt dit ook wel uit de realisatie van de 4 appartementen die direct gelegen zijn aan de garageboxen/ opslaghal. Glipperweg 53 Op deze locatie geldt de bestemming “gemengd – 9”. Deze functie is bedoeld voor wonen in combinatie met een aan-huis-gebonden beroep, detailhandel, dienstverlening of maatschappelijke doeleinden. Qua richtafstanden kan hiervoor aansluiting worden gezocht met categorie 1 bedrijven. Hiervoor geldt een richtafstand van tien meter. Gezien de ligging op circa vijftien meter van het planvoornemen wordt hieraan voldaan en is geen belemmering te verwachten voor het planvoornemen. Overigens wordt volledigheidshalve opgemerkt dat de locatie nu in gebruik is als woning. Princehof Op de locatie Glipperweg 57 is het Princehof gelegen. Deze locatie heeft de bestemming “maatschappelijk” (maatschappelijke instellingen). Gelet op de bestemming en de omschrijving kan deze locatie ook ingedeeld worden als zijnde een categorie 1 bedrijf. Gelet op afstand tot het planvoornemen (circa twintig meter) wordt ruimschoots voldaan de richtafstanden.

 Analyse en conclusie Het planvoornemen bevindt zich niet binnen de milieuzoneringscontouren van de nabijgelegen bedrijvigheid. Uit de beschouwing blijkt dat de bedrijfsmatige activiteiten geen hinder veroorzaken op het planvoornemen. En dat het planvoornemen deze bedrijvigheid niet in weg staat en de omliggende bedrijvigheid niet wordt belemmerd in hun bedrijfsvoering. De bedrijven en milieuzonering vormt dan ook geen belemmering voor het plan. Bodem Voor de locatie zijn meerdere bodemonderzoeken uitgevoerd, te weten een verkennend bodemonderzoek en een nader onderzoek naar de mogelijke aanwezigheid van asbest in grond. Hieruit blijkt dat wat betreft asbest de interventiewaarde niet wordt overschreden en geen verder actie noodzakelijk is. Wel zijn er twee verontreinigingen met zink aangetroffen. Deze aanwezige spots worden afgedekt of gesaneerd voordat de Omgevingsvergunning Bouwen wordt aangevraagd. De bodemonderzoeken zijn toegevoegd als bijlage 1. Op de locatie zijn op basis van de uitgevoerde bodemonderzoeken twee spots met een zink verontreiniging aanwezig. Deze aanwezige spots worden voor de aanvraag van de Omgevingsvergunning bouwen gesaneerd of afgedekt.

4.2.4 Toetsing besluit m.e.r. M.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die aanzienlijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. Het doel is: het milieubelang volwaardig mee te laten wegen bij vaststelling van deze plannen en besluiten, zoals het verlenen van een vergunning. Een belangrijk product van de m.e.r.-procedure is het milieueffectrapport, dat wordt afgekort tot m.e.r. Als gevolg van paragraaf 7.2 Wet milieubeheer zijn er drie onafhankelijke mogelijkheden die kunnen leiden tot een m.e.r.-plicht: 1.

2.

Aangewezen activiteiten in het Besluit milieueffectrapportage Door middel van het Besluit milieueffectrapportage zijn activiteiten aangewezen die (mogelijk) belangrijke, nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu. Het besluit of plan die een dergelijke activiteit mogelijk maakt is hiermee m.e.r.-plichtig en/of m.e.r.-beoordeling plichtig. Dit kan direct leiden tot m.e.r.-plicht of een situatie waarbij eerst moet worden beoordeeld of sprake is van m.e.r.-plicht door middel van een aparte procedure, de zogenoemde m.e.r.-beoordeling. Noodzaak voor een passende beoordeling

Princenbuurt te Heemstede Toelichting | 210569 | 10 januari 2022

BK Bouw- & Milieudvies pagina 26 van 34

3.

In het geval van een plan waarbij toetsing of het uitvoeren van een passende beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming benodigd is ontstaat een m.e.r.-plicht. Aangewezen in de provinciale milieuverordening Door Provinciale Staten kunnen in de provinciale milieuverordening aanvullend op het Besluit m.e.r.activiteiten worden aangewezen die kunnen leiden tot m.e.r.-plicht.

Besluit m.e.r. Volgens het Besluit m.e.r. is het verplicht een m.e.r. uit te voeren bij activiteiten en besluiten die zijn opgesomd in kolom 1 van de C-lijst van het Besluit m.e.r. en wanneer de omvang van die activiteit groter is dan of gelijk is aan (eventueel gestelde) richtwaarden en daarover het aangewezen besluit wordt genomen. De projecten die beoordeling plichtig zijn voor een m.e.r. zijn opgesomd in de bijlage bij het Besluit m.e.r., onderdeel D. Indien echter aan de richtwaarden wordt voldaan en een project in een kaderstellend plan (bijvoorbeeld bestemmingsplan) dient te worden opgenomen, geldt in deze situatie geen m.e.r.beoordelingsplicht, maar een vormvrije beoordeling. In dit geval zal een vormvrije m.e.r. opgesteld moeten worden. Toetsing MER Voor het project is een vormvrije m.e.r. opgesteld en bijgevoegd als bijlage 3. Geluid Uit een eerste verkenning is gebleken dat het plangebied is gelegen binnen de zone van meerdere wegen. In het kader van goede ruimtelijke ordening is het noodzakelijk dat de geluidbelasting op de gevel van deze wegen berekend. De resultaten en rapportage van het onderzoek zijn toegevoegd als bijlage 2. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de berekende geluidbelasting ten gevolge van de Glipperweg ten hoogste 62 dB Lden (inclusief aftrek) bedraagt. De geluidbelasting voldoet niet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB Lden.

Aan de maximaal toelaatbare waarde van 63 dB Lden wordt voldaan. De berekende geluidbelasting ten gevolge van de Glipper Dreef bedraagt ten hoogste 60 dB Lden (inclusief aftrek). De geluidbelasting voldoet niet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB Lden. Aan de maximaal toelaatbare waarde van 63 dB Lden wordt voldaan. De berekende geluidbelasting ten gevolge van de Prinsenlaan bedraagt ten hoogste 40 dB Lden (inclusief aftrek). De geluidbelasting voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB Lden. Voor de geluidbelasting van deze wegen zal tijdens de aanvraag Omgevingsvergunning bouwen een hogere waarde procedure worden doorlopen. Hierbij zal dan ook een onderzoek uitgevoerd worden naar de geluidwering van de gevel. Hiermee zal aangetoond worden dat het binnenniveau voldoet aan de eisen van het Bouwbesluit en de Wet geluidhinder. Luchtkwaliteit In de Wet Milieubeheer gaat paragraaf 5.2 over luchtkwaliteit. Deze paragraaf vervangt het Besluit luchtkwaliteit 2005 en staat ook wel bekend als de ‘Wet luchtkwaliteit’. De Wet luchtkwaliteit introduceert het onderscheid tussen 'kleine' en 'grote' projecten. Kleine projecten dragen 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een paar honderd grote projecten dragen juist wel 'in betekenende mate' bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.

Bij deze grote projecten gaat het hierbij vooral om bedrijventerreinen en infrastructuur (wegen). NIBM Wat het begrip 'in betekenende mate' precies inhoudt, staat in de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ (Besluit NIBM). Op hoofdlijnen komt het erop neer dat 'grote' projecten die jaarlijks meer dan drie procent bijdragen aan de jaargemiddelde norm voor fijnstof en stikstofdioxide (1,2 microgram per m³) een 'betekenend' negatief effect hebben op de luchtkwaliteit. 'Kleine' projecten die minder dan 3 procent Princenbuurt te Heemstede Toelichting | 210569 | 10 januari 2022

BK Bouw- & Milieudvies pagina 27 van 34

bijdragen, kunnen doorgaan zonder toetsing. Dat betekent bijvoorbeeld dat lokale overheden een woonwijk van minder dan 1.500 huizen niet hoeven te toetsen aan de normen voor luchtkwaliteit. Deze kwantitatieve vertaling naar verschillende functies is neergelegd in de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen'. Besluit gevoelige bestemmingen Op 16 januari 2009 is het Besluit gevoelige bestemmingen in werking getreden. Het Besluit gevoelige bestemmingen is gebaseerd op artikel 5.16a van de Wet milieubeheer. Met het Besluit wordt de vestiging van zogeheten 'gevoelige bestemmingen' in de nabijheid van provinciale- en rijkswegen beperkt. Dit heeft consequenties voor de ruimtelijke ordening. Het Besluit is gericht op bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), in het bijzonder kinderen, ouderen en zieken. Indien een project betrekking heeft op een gevoelige bestemming en geheel of gedeeltelijk is gelegen op een afstand van 300 meter aan weerszijden van rijkswegen en 50 meter langs provinciale wegen (gemeten vanaf de rand van de weg) mag het totaal aantal mensen dat hoort bij een gevoelige bestemming niet toenemen als overschrijding van de grenswaarden voor PM10 of NO2 dreigt/plaatsvindt.

De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: • scholen; • kinderdagverblijven; • verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Het gaat niet om bestemmingen in de meest enge zin van het woord, maar om alle vergelijkbare functies, ongeacht de exacte aanduiding ervan in bestemmingsplannen en andere besluiten. In dit planvoornemen worden geen “gevoelige” bestemmingen gerealiseerd, tevens is de afstand tot Rijkswegen en Provinciale wegen op grote afstand gelegen. Toetsing op het Besluit gevoelige bestemmingen is dan ook niet noodzakelijk. Toetsing In het kader van het opstellen van een bestemmingsplan moeten er twee aspecten in beeld gebracht worden. • Ten eerste moet bekeken worden of het plan de luchtkwaliteit ‘niet in betekenende mate’ verslechtert. Indien het plan wel ‘in betekenende mate’ bijdraagt aan verslechtering van de luchtkwaliteit, is het van belang om te toetsen of de grenswaarden niet overschreden worden. Indien geen overschrijding van de grenswaarden plaatsvindt, kan het plan alsnog gerealiseerd worden. • Ten tweede of de luchtkwaliteit ter plaatste de nieuwe functie toelaat.

NIBM Conform het ’Besluit niet in betekenende mate bijdragen’ draagt een besluit met betrekking tot een project niet in betekenende mate bij indien aannemelijk is gemaakt dat, als gevolg van het besluit, de toename van de concentraties in de buitenlucht van zowel zwevende deeltjes (PM10) als stikstofdioxide niet de 3% grens overschrijdt. Bij ministeriële regeling kunnen categorieën van gevallen worden aangewezen waarbij een besluit, aangaande een project, in ieder geval niet in betekenende mate bijdraagt. De aanwijzing kan onder meer betrekking hebben op een besluit met betrekking tot één of meer daarbij genoemde categorieën van: • inrichtingen; • infrastructuur; • kantoorlocaties; • woningbouwlocaties. In de regeling zijn categoriale gevallen opgenomen die in ieder geval niet in betekenende mate bijdragen aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Deze categorieën hebben betrekking op inrichtingen, kantoor en woningbouwlocaties, infrastructuur en activiteiten of handelingen. Voor woningbouwprojecten is de regeling van toepassing in de volgende gevallen:

Princenbuurt te Heemstede Toelichting | 210569 | 10 januari 2022

BK Bouw- & Milieudvies pagina 28 van 34

Woningbouw Aangewezen worden woningbouwlocaties, indien een dergelijke locatie in geval van één ontsluitingsweg, netto niet meer dan 1.500 nieuwe woningen omvat, dan wel in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3.000 woningen omvat. De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van vijftien woningen. Hieruit blijkt dat voor wat betreft de woningbouw voldaan wordt aan het Besluit in niet betekende mate. Luchtkwaliteit ter plaatse Zoals al eerder vermeld, is er geen sprake van een “gevoelige” bestemming. Wel is in het kader van een goede ruimtelijke ordening met behulp van de Atlas Leefomgeving (van onder andere ministerie I&W en RIVM), gekeken naar de luchtkwaliteit in en rondom het plangebied. Op de volgende afbeeldingen zijn de concentraties over 2019 van fijnstof (PM2,5 en PM10) en stikstofdioxide (NO2) weergegeven. Uit deze afbeeldingen blijkt dat de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied voldoet aan de gestelde grenswaarde van 25 en 40 µg/m³ voor zowel fijnstof als stikstofdioxide. figuur 8: concentratie fijnstof (PM2,5) 2019 ter plaatste: 8 -10 µg/m³, ruim onder de grenswaarde van 25 µg/m³

Princenbuurt te Heemstede Toelichting | 210569 | 10 januari 2022

BK Bouw- & Milieudvies pagina 29 van 34 figuur 9: concentratie fijnstof (PM10) 2019 ter plaatste: 17-18 µg/m³, ruim onder de grenswaarde van 40 µg/m³

figuur 10: concentratie stikstofdioxide 2019 ter plaatste: tussen 16 - 18 µg/m³, onder de grenswaarde van 40 µg/m³

 Analyse en conclusie Gezien het feit dat het project onder de Regeling NIBM valt, blijkt dat het planvoornemen niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Ook voldoet de luchtkwaliteit ter plaatste van het planvoornemen ruimschoots aan de gestelde grenswaarden. Het onderdeel Luchtkwaliteit vormt dan ook geen belemmering voor het planvoornemen.

Stikstofdepositie Ten behoeve van het planvoornemen is een stikstofdepositieberekening gemaakt. De resultaten en rapportage van het onderzoek zijn toegevoegd als bijlage 4. Uit de berekening blijkt dat de NOX uitstoot in de toekomstige gebruiksfase 9,71 kg bedraagt en er 48,24 kg NOx wordt uitgestoten tijdens de bouwfase (per jaar). Dit betreft een worstcasescenario. De AERIUS-calculator laat zien dat in zowel de bouw- als gebruiksfase geen sprake is van stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden. Er zijn dan ook geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j, wat betekent dat voor dit plan is geen vergunning noodzakelijk is voor de Wet natuurbescherming.

Princenbuurt te Heemstede Toelichting | 210569 | 10 januari 2022

BK Bouw- & Milieudvies pagina 30 van 34

4.3

Blauw Binnen deze paragraaf worden alle zaken die betrekking hebben op het gebruik van water geanalyseerd. De waterhuishouding in de omgeving van het plangebied is geanalyseerd en het gebruik van oppervlaktewateren is onderzocht.

Waterhuishouding Watertoets Als uitvloeisel van Europees en landelijk waterbeleid (waaronder: ‘Europese Kaderrichtlijn Water’, ‘Nota Anders omgaan met water’, ‘Startovereenkomst Waterbeheer 21ste eeuw’, ‘Nationaal Bestuursakkoord Water’ en de ‘Nationaal waterplan’) is voor ruimtelijke plannen een Watertoets verplicht gesteld. Deze paragraaf gaat hierop in. De Watertoets is het hele proces van adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. De uitvoering geschiedt binnen de bestaande wet- en regelgeving op het gebied van ruimtelijke ordening en water. De Watertoets geeft de inbreng van water een plaats in de procedures over ruimtelijke plannen en besluiten, zoals streek- en bestemmingsplannen, en vormt als het ware een verbindende schakel tussen het waterbeheer en de ruimtelijke ordening. De Watertoets heeft een integraal karakter: alle relevante waterhuishoudkundige aspecten worden meegenomen (naast veiligheid en wateroverlast ook waterkwaliteit en verdroging). Waterkering De planlocatie is niet gelegen op een regionale waterkering. Wel valt de locatie deels in de “buiten beschermingszone”, zie ook onderstaande afbeelding. Voor het planvoornemen geldt dat er geen vergunningsplicht geldt voor de activiteiten in de “buiten de beschermingszone”.

Stedelijk water Lozingen van afvalwater kunnen worden ingedeeld in directe en indirecte lozingen. Lozingen op een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, kortweg riolering, worden indirecte lozingen genoemd.

Princenbuurt te Heemstede Toelichting | 210569 | 10 januari 2022

BK Bouw- & Milieudvies pagina 31 van 34

Hierbij maakt het niet uit of vanuit die riolering al dan niet via een zuivering (bijvoorbeeld een rioolwaterzuiveringsinstallatie) in het milieu wordt geloosd, dus of het een vuilwater- of een schoonwaterriool betreft. De indirecte lozingen vallen onder de Wet milieubeheer. In het gebied is een gemengd rioolstelstel aanwezig. Het afvalwater (DWA) afkomstig uit de woningen is (en blijft) op dit stelsel aangesloten. Hemelwater Conform de beleidsregels heeft het de voorkeur om regenwater vast te houden, te bergen en dan vertraagd af te voeren zodat overlast wordt voorkomen. In de huidige situatie is er sprake van circa 2.350m2 verhard oppervlak. In de toekomstige situatie is dit 2500m2. Binnen het plan neemt het verhard oppervlak niet meer toe dan 500 m 2. In het uiteindelijke ontwerp zal het gezocht worden een optimalisatie om het regenwater vast te houden, te bergen en vertraagd af te voeren. Daarbij wordt een oplossing gezocht binnen het plangebied, welke aansluit bij de omgeving. Dit zal verder vorm krijgen in het inrichtingsplan. De nieuw te realiseren woningen worden 100% afgekoppeld en aangesloten op het nieuwe hemelwaterafvoer die het water loost op de Glippert Zandvaart.

 Analyse en conclusie Er zijn geen werkzaamheden voorzien in een waterkering en de huidige verharding neemt niet toe. Tevens zal gezocht worden naar een optimalisatie om het regenwater vast te houden, te bergen en vertraagd af te voeren.

Princenbuurt te Heemstede Toelichting | 210569 | 10 januari 2022

BK Bouw- & Milieudvies pagina 32 van 34

4.4

Groen en milieu Binnen deze paragraaf wordt de natuur (flora- en fauna) binnen het plangebied en in de nabije omgeving ervan geanalyseerd.

Gebiedsbescherming Gebieden met bijzondere natuurwaarden zijn in Nederland wettelijk en/of planologisch beschermd. Hierbij gaat het om gebieden die bescherming genieten op basis van de Wet natuurbescherming en andere in bestemmingsplannen aangeduide gebieden. Onderstaande paragrafen beschrijven de mogelijke effecten van het project op beschermde gebieden. Natura 2000-gebieden Natura 2000-gebieden Natura 2000-gebieden zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn wegens de aanwezigheid van bepaalde zeldzame en kwetsbare soorten en habitat-typen (de zogenoemde kwalificerende waarden). De bescherming ervan is geregeld in de Wet natuurbescherming. Overheden dienen de kwaliteit van deze gebieden te waarborgen, waarbij deze aangewezen waarden centraal staan. Deze kwaliteit is mede afhankelijk van de omgeving. Invloeden buiten het gebied kunnen een negatief effect hebben op de natuurwaarden binnen het gebied. Zo kunnen ontwikkelingen op korte afstand kwalificerende soorten in het Natura 2000-gebieden verstoren of verontrusten (externe werking van de bescherming). Het projectgebied ligt niet in de directe nabijheid van een Natura 2000-gebied, maar is gelegen op circa één km afstand van het meest dichtbij zijnde Natura 2000-gebied Kennemerland Zuid.

Gezien de afstand en wijziging van gebruik van bedrijvigheid naar wonen is er geen sprake van een negatieve externe werking van het plan op een Natura 2000-gebied. Ook met betrekking tot mogelijke stikstofdepositie is dit uit te sluiten (zie hiervoor paragraaf 4.2.6). figuur 11: afstand tot Natura 2000-gebied, Kennemerland-Zuid

Wet ruimtelijke ordening De gebiedsbescherming komt in de Omgevingsverordening NH2020 tot uiting door de aangegeven gebieden in de Ecologische Hoofdstructuur (EHS-gebieden). Bij ruimtelijke plannen dient hieraan te worden getoetst. De Wet ruimtelijke ordening verplicht gemeenten voor het gehele grondgebied een bestemmingsplan te hebben. Het bestemmingsplan dient juridisch in overeenstemming te zijn met het (provinciale) ruimtelijk beleid. Twee beleidsonderwerpen kunnen van invloed zijn op bestemmingsplannen, de Ecologische Hoofdstructuur en de Nationale Landschappen. Princenbuurt te Heemstede Toelichting | 210569 | 10 januari 2022

BK Bouw- & Milieudvies pagina 33 van 34

Natuurnetwerk Nederland De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan in 1990 en uitgewerkt door de provincies, thans Natuurnetwerk Nederland genoemd (NNN). De NNN is een aaneengesloten of met elkaar in verbinding staand stelsel van belangrijke Nederlandse natuurgebieden. De NNN is veel groter dan de voorgestelde Habitatrichtlijn- en Vogelrichtlijngebieden. In de Structuurvisie is de NNN op provinciaal niveau uitgewerkt. De NNN omvat kerngebieden (natuurreservaten), natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones. Het projectgebied grenst niet aan het NNN. In figuur 12 is de ligging van het projectgebied ten opzichte van het NNN weergegeven. Door de kenmerken van het projectgebied, de afstand tot de EHS/NNN en de aard van het tussenliggende gebied zijn negatieve effecten als gevolg van de voorgenomen herontwikkeling en de instandhoudingsdoelen niet aan de orde. figuur 12: ligging projectgebied ten opzichte van de EHS/NNN

Nationale Landschappen Nationale Landschappen zijn gebieden met internationale zeldzame en nationaal kenmerkende kwaliteiten op landschappelijk, cultuurhistorisch en natuurlijk gebied. Deze kwaliteiten moeten worden behouden, duurzaam worden beheerd en worden versterkt. Er is ruimte voor ten hoogste de natuurlijke bevolkingsgroei. De provincies zijn verantwoordelijk voor de uitwerking van het beleid van de Nationale Landschappen. Het plangebied is niet gelegen in een van deze Nationale Landschappen en de aard van het tussenliggende gebied zijn geen negatieve effecten te verwachten van het initiatief. Soortbescherming Bescherming van Flora en fauna (soorten) is inmiddels geregeld in de Wet natuurbescherming (2017). Voor het plangebied betreft het de volgende soortgroepen: • broedvogels (artikelen 3.1 tot en met 3.4 Wnb.): kunnen zich potentieel in het hele gebied vestigen; • dier- en plantensoorten die strikt beschermd zijn op grond van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn, waaronder de groep van vleermuizen (art. 3.5-3.9); • nationaal beschermde dier- en plantensoorten vermeld op de bijlage bij de wet (art. 3.10-3.11): 145 soorten, waaronder bijna alle andere zoogdieren, inheemse amfibieën en reptielen, en een aantal bedreigde vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten.

De werkzaamheden van het initiatief kunnen leiden tot verstoring van alle aanwezige flora en fauna. De zorgplicht uit de Wet natuurbescherming geldt voor alle voorkomende soorten. Princenbuurt te Heemstede Toelichting | 210569 | 10 januari 2022

BK Bouw- & Milieudvies pagina 34 van 34

Dit betekent dat bij de werkzaamheden, zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, zorg wordt gedragen voor een zo min mogelijke verstoring of aantasting van de aanwezige flora en fauna. Op 25 november 2019 is een veldbezoek uitgevoerd op locatie (zie bijlage 6). Tijdens het veldonderzoek zijn geen beschermde soorten aangetroffen. Op basis van het literatuuronderzoek worden slechts algemeen voorkomende soorten verwacht. Wel is de aanwezigheid van de rugstreeppad niet uit te sluiten. Hiervoor zal in een geschikt jaargetijden nog een controle uitgevoerd moeten worden. Dit onderzoek wordt uitgevoerd voor de aanvraag van de Omgevingsvergunning bouwen en in die procedure getoetst en beoordeeld. Voor algemeen voorkomende beschermde soorten geldt dat ze niet ontheffingsplichtig zijn, mits de zorgplicht in acht wordt gehouden.

 Analyse en conclusie Tijdens het veldbezoek is geconstateerd dat er geen zeldzame of bijzondere planten aanwezig zijn. Een nader onderzoek in een geschikte periode naar de rugstreeppad is noodzakelijk. Dit wordt uitgevoerd voordat de Omgevingsvergunning bouwen wordt aangevraagd. Wel geldt de algemene zorgplicht rondom het algemeen voorkomende soorten blijft gelden. Daarnaast is geen invloed te verwachten op de Natura-2000 en/of NNN.

Princenbuurt te Heemstede Toelichting | 210569 | 10 januari 2022

BK Bouw- & Milieudvies pagina 35 van 34

4.5

Grijs In deze laatste paragraaf wordt de laatste kleur behandeld, grijs. Hierbij wordt zowel de bovengrondse als de ondergrondse infrastructuur geanalyseerd alsmede civieltechnische aspecten.

Infrastructuur Bovengrondse infrastructuren Het planvoornemen wordt ontsloten via Glipperweg, en De Nachtegaal. De Glipperweg is de ontsluiting voor Heemstede en loopt via de Binnenweg naar Bennebroek en de aansluiting op de N207. De ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 15 woningen, waarbij voor een deel geldt er dat sprake is van vervangende nieuwbouw, maar ook dat een deel van de bedrijfsfuncties vervalt. Dit blijkt ook uit berekening van de verkeersaantrekkende werking.

Verkeersaspecten Verkeersaantrekkende werking Het planvoornemen voorziet in de realisatie van 11 extra woningen. De verkeersaantrekkende werking is berekend op basis van de CROW ASVV 2012. Hierbij is uitgegaan matig stedelijk gebied in de rest bebouwde kom. Tabel 1 geeft de verkeersaantrekkende werking van de huidige situatie en de toekomstige situatie weer. tabel 1: verkeersaantrekkende werking Type woningen of activiteit

Aantal eenheden

Verkeersaantrekkende werking conform CROW ASVV

Aantal voertuigen

Verschil huidige-toekomstige situatie Timmerfabriek (arbeidsintensief)

450 m2

10,9 per 100 m2

-49,05

Woningen (huidig)

4

7,5 per woning

-

Woningen (toename)

11

7,5 per woning

+ 82,5

Totaal verschil

33,45 bewegingen per dag

Gemiddeld genomen is er sprake van een kleine toename van 33,45 bewegingen per dag. Gezien de beperkte toename en de huidige ontsluiting van het verkeer vormt het verkeersaspect (zowel aantallen als verkeersveiligheid) geen belemmering voor het planvoornemen. Om de verkeersveiligheid te verbeteren wordt De Nachtegaal uitgevoerd als straat met eenrichtingsverkeer. De ontwerpeisen van deze straat worden onderling afgestemd, zodat een verkeersveilige situatie ontstaat en komen terug in het inrichtingsplan. Parkeren Het planvoornemen voorziet in de realisatie van een parkeerterrein op eigen terrein. Hiervoor is reeds door de De Verkeerstellers en onderzoek gedaan naar de benodigde aantal parkeervoorzieningen binnen het plangebied (toegevoegd als bijlage 7). Het onderzoek is gebaseerd op een netto toename van het aantal woningen met 10 stuks. In het laatste plan zijn dit er echter 11. Hieruit blijkt dat er negentien parkeervoorzieningen noodzakelijk zijn op eigen terrein. Echter is het plan, na de oplevering van het parkeeronderzoek, uitgebreid met 1 woning, waardoor het aantal benodigde parkeervoorzieningen toeneemt naar 23 parkeerplaatsen. Deze parkeerplaatsen worden gerealiseerd binnen het plangebied, waarvan er 2 parkeerplaatsen aanwezig zijn in het openbare ruimte. Er wordt hiermee voldaan aan de gestelde uitgangspunten van de Nota Parkeren van de gemeente.

Straalverbindingen, (riool)leidingen en kabels (Klic) Ondergrondse infrastructuur Princenbuurt te Heemstede Toelichting | 210569 | 10 januari 2022

BK Bouw- & Milieudvies pagina 36 van 34

In het kader van het bestemmingsplan dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van ondergrondse planologisch relevante leidingen. Indien daartoe aanleiding bestaat, dient rondom een leiding een zone te worden aangegeven waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Binnen het projectgebied bevinden zich geen planologisch relevante leidingen. Mogelijk zijn diverse nietplanologisch relevante leidingen (rioolleidingen, leidingen nutsvoorzieningen, drainageleidingen) aanwezig. Deze kabels en leidingen zijn veelal aangelegd langs/in combinatie met aanwezige weginfrastructuur. Bij graafwerkzaamheden op het terrein dient hiermee rekening te worden gehouden, door middel van een KLICmelding. Luchtvaart Gecontroleerd is of de locatie gelegen is binnen een zone van het luchthavenindelingsbesluit (Lib), dit is niet het geval. Overige belemmeringen (privaatrechtelijke aspecten, erfdienstbaarheden) Uit de gegevens zoals deze nu voorhanden zijn, blijkt dat er geen belemmeringen zijn rondom de privaatrechtelijke afspraken, erfdienstbaarheden en eigendommen. Wel wordt in samenspraak met Elan Wonen een recht van overpad gevestigd over de brandgang achter de zeven rijwoningen. Ook de toegang tot de hofwoningen over het perceel van de Glipperweg 72 krijgen een recht van overpad.

 Analyse en conclusie Uit onderzoek blijkt dat het plan geen onevenredige verkeers- en parkeerdruk genereert op de omgeving. Door de inrichting van de buitenruimte met voldoende parkeervoorzieningen wordt parkeeroverlast uitgesloten. Binnen het projectgebied bevinden zich geen planologisch relevante leidingen. Er wordt geconcludeerd dat dit aspect geen belemmering oplevert voor de ontwikkeling.

Princenbuurt te Heemstede Toelichting | 210569 | 10 januari 2022

BK Bouw- & Milieudvies pagina 37 van 34

5

Economische haalbaarheid, maatschappelijke uitvoerbaarheid

Wet- en regelgeving Op grond van artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening (Wro) stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. Wat onder een bouwplan moet worden verstaan, is in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) aangegeven. Voorliggend initiatief betreft een bouwplan in de zin van het Besluit ruimtelijke ordening aangezien er meer dan tien woningen worden gerealiseerd. In het hiervoor genoemde artikel uit de Wro is aangegeven dat de gemeenteraad kan besluiten geen exploitatieplan vast te stellen als het kostenverhaal ‘anderszins verzekerd’. In dit geval is het kostenverhaal verzekerd via afspraken in de anterieure overeenkomst die de gemeente en de initiatiefnemer met elkaar hebben gesloten. Er hoeft dan ook geen exploitatieplan te worden opgesteld. Daar komt bij dat de exploitatie geheel in handen van en voor risico van de ontwikkelende partij zal komen te liggen. De gemeente hoeft geen risicodragende investeringen voor haar rekening te nemen. Onderzoeks- en plankosten De kosten voor voorliggend initiatief en de daarbij behorende noodzakelijke onderzoeken worden door de aanvrager van het initiatief gedragen. De kosten van de gemeente betreffen de gebruikelijke kosten voor planbegeleiding. De betaling van deze kosten is verzekerd in de anterieure overeenkomst.

Planschade Door het verlenen van een afwijking van het bestemmingsplan voor de betreffende gronden is er de kans dat door eigenaren van gronden in de directe omgeving van de locatie bij de gemeente op grond van artikel 6.1. Wro een verzoek tot tegemoetkoming in de planschade wordt ingediend. De mogelijke kosten die samenhangen met deze tegemoetkoming in de planschade zullen door de aanvrager van de omgevingsvergunning worden gedragen. Daartoe is een overeenkomst met de initiatiefnemer gesloten. Wel is er een planschadeanalyse. Conclusie Op basis van deze overwegingen mag het plan economisch uitvoerbaar worden geacht. Dit betekent dat de uitvoering van het voorliggende initiatief niet door een onvoldoende economische uitvoerbaarheid wordt belemmerd. Hiervoor wordt een anterieure overeenkomst gesloten.

5.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Gezien de procedure en de participatie vanuit de omgeving daarin, is het van belang om de directe omgeving te informeren over de plannen en de uitvoering hiervan. De omgeving heeft op verschillende manieren kennis kunnen nemen van de plannen. Op diverse momenten is de buurt geïnformeerd over de plannen omtrent de herontwikkeling van timmerfabriek van Van der Veldt. De laatste inloopavond vond plaats op 16 oktober 2019 in het Raadhuis van Heemstede. Toen zijn ook de plannen gepresenteerd voor de herbouw van Glipperweg 72. Aanwezig waren enkele commissieleden van de Historische Vereniging Heemstede-Bennebroek. Zij gaven aan, mede naar aanleiding van de welstandsvergadering van 10 oktober 2019, dat de voorkeur voor de aanbouw uitgaat naar een lichte kleur (liever dan contrasterend zwart). Omwonenden reageerden overwegend positief. Enkele reacties waren: “De witte uitstraling past bij de omgeving.” “Het is een mooi plan, een vooruitgang voor de buurt.” Ook waren er een aantal negatieve reacties. Echter overwegend was sprake van een positief geluid. Op 26 oktober 2021 is een tweede bewonersbijeenkomst georganiseerd. De uitkomsten hiervan waren positief. Opmerkingen die gemaakt zijn over het eenrichtingsverkeer over De Nagtegaal zijn al gerealiseerd. Ook het bouwverkeer zal straks niet over De Nagtegaal plaatst vinden, dit wordt tzt.

vastgelegd in de overeenkomst met de aannemer en de bouwvergunning. Ook is de hoogte van de woningen aangepast in de verbeelding.

Princenbuurt te Heemstede Toelichting | 210569 | 10 januari 2022

BK Bouw- & Milieudvies pagina 38 van 34

6

Conclusie inpasbaarheid

Het planvoornemen betreft het vervangen van een aantal woningen, het herontwikkelen van een oude bedrijfslocatie en het toevoegen van een aantal nieuwe woningen. Hiervoor wordt een postzegelbestemmingsplan opgesteld. Gebleken is dat het plan past binnen de relevante beleidskaders. Ruimtelijk bestaan er ten aanzien van de ontwikkeling geen bezwaren. Door het planvoornemen wordt een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit gerealiseerd. Ten aanzien van de milieuaspecten zijn er geen randvoorwaarden of beperkingen te onderscheiden. Het project heeft geen negatieve invloed op de waterkwantiteit en waterkwaliteit in de omgeving. Ook ten aanzien van akoestiek, luchtkwaliteit, externe veiligheid, ecologie, milieuzonering, archeologie en economische haalbaarheid zijn geen negatieve gevolgen te verwachten. Wij concluderen dat er in de toekomstige situatie sprake zal zijn van een goede ruimtelijke ordening. Daarom is het niet bezwaarlijk, ondanks de strijdigheden met het huidige bestemmingsplan, voorliggend plan uit te voeren. Tevens is de toelichting opgesteld ter onderbouwing voor de besluitvorming.

Princenbuurt te Heemstede Toelichting | 210569 | 10 januari 2022

Bijlage

Bodemonderzoek

Bijlage

Akoestisch onderzoek

Bijlage

Vormvrije m.e.r.

Bijlage

Stikstofonderzoek

Bijlage

Archeologisch onderzoek

Bijlage

Quickscan flora en fauna

Bijlage

Parkeeronderzoek

BK Ingenieurs B.V. Dokweg 17A Postbus 264 1970 AG IJmuiden

Verkennend bodem- en asbest-ingrondonderzoek Patrijzenlaan, Glipperweg te Heemstede

Opdrachtgever:

Holland Vast Bouwgroep B.V. Postbus 3202 2001 DE Haarlem

Projectnummer:

190157

Versienummer:

1.0

Plaats, datum:

IJmuiden, 3 april 2019

Auteur:

Paraaf:

Controleur:

Paraaf:

088 321 25 20 info@bkingenieurs.nl www.bkingenieurs.nl BANK NL12ABNA0580551261 KVK 34082755 BTW NL801876497B01

BK ingenieurs pagina 2 van 18

Inhoudsopgave

pagina

1

Inleiding ...................................................................................................................................................................................................... 3 1.1 Uitgangspunten van het bodemonderzoek ........................................................................................................................ 3 1.2 Indeling van de rapportage ....................................................................................................................................................... 4 2 Vooronderzoek ......................................................................................................................................................................................... 5 2.1 Historische en actuele gegevens van de onderzoekslocatie ......................................................................................... 5 2.2 Voorgaand bodemonderzoek .................................................................................................................................................. 6 2.3 Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit..............................................................................................................

6 2.4 Regionale bodemopbouw en geohydrologie ..................................................................................................................... 6 2.5 Onderzoekshypothese en -strategie ...................................................................................................................................... 6 2.5.1 Bodemonderzoek ..................................................................................................................................................................... 6 2.5.2 Asbest in grondonderzoek.................................................................................................................................................... 7 3 Uitgevoerd bodemonderzoek............................................................................................................................................................. 8 3.1 Uitgevoerd onderzoeksprogramma ....................................................................................................................................... 8 3.1.1 Bodemonderzoek .....................................................................................................................................................................

8 3.1.2 Asbestonderzoek ...................................................................................................................................................................... 8 3.1.3 Totaal onderzoeksprogramma ............................................................................................................................................ 9 4 Resultaten................................................................................................................................................................................................ 10 4.1 Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen ................................................................................................................ 10 4.2 Normering..................................................................................................................................................................................... 10 4.3 Toetsingsresultaten ................................................................................................................................................................... 11 4.4 Onderzoeksresultaten bodemonderzoek ..........................................................................................................................

16 5 Conclusies en aanbevelingen ........................................................................................................................................................... 17

Bijlagen 1

Tekeningen 1.1 Topografische ligging 1.2 Overzichtstekening 1.3 Kadastrale kaart 1.4 Locatiefoto’s 2 Boorprofielen 3 Analyserapporten 3.1 Analyserapporten grond 3.2 Analyserapport grondwater 3.3 Analyserapport asbest 3.4 Voetnoten en opmerkingen op de analysecertificaten 4 Getoetste analyseresultaten en toetsingstabellen 4.1 Getoetste analyseresultaten en toetsingstabellen grond 4.2 Getoetste analyseresultaten en toetsingstabel grondwater 4.3 Rekenblad asbest analyseresultaten 5 Verklarende woordenlijst 6 Verklaring onafhankelijkheid conform eisen Bbk en BRL SIKB 2000 7 Beoordeling Sanscrit

Patrijzenlaan, Glipperweg te Heemstede verkennend bodem- en asbest-in-grondonderzoek | 190157 | 3 april 2019

BK ingenieurs pagina 3 van 18

1

Inleiding

In opdracht van Holland Vast Bouwgroep B.V. heeft BK Ingenieurs B.V. (BK) in maart 2019 een verkennend bodemen asbest-in-grondonderzoek uitgevoerd op de locatie Patrijzenlaan, Glipperweg te Heemstede. De aanleiding van het onderzoek zijn de voorgenomen totaalsloop en nieuwbouw op de locatie. Het doel van het onderzoek is meerledig: • Het vaststellen van de huidige milieuhygiënische bodemkwaliteit op de locatie tot 2,0 (inclusief asbest); • Het bepalen van de hergebruiksmogelijkheden (indicatief bepaald) van de eventueel vrijkomende grond; • Het vaststellen van de voorlopige veiligheidsklassen voor het werken in de bodem. Erkenning Conform het Besluit bodemkwaliteit (hoofdstuk 2) is erkenning verplicht voor personen of bedrijven die (kritische) werkzaamheden met verontreinigde grond en/of baggerspecie uitvoeren en begeleiden. De erkenning voor deze werkzaamheden wordt verleend aan een persoon of instelling door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. BK Ingenieurs B.V. is voor de BRL SIKB 2000 ‘Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek’ in het bezit van het procescertificaat met nummer VB-075 afgegeven door SGS INTRON Certificatie B.V. Voor het uitvoeren van (het milieuhygiënisch veldwerk bij) bodemonderzoek beschikt BK Ingenieurs B.V. over erkenning afgegeven door de afdeling Bodem+ van de directie RWS Leefomgeving.

Deze erkenning is van toepassing op de BRL SIKB 2000 protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018 en de BRL SIKB 2100 protocol 2101. BK Ingenieurs B.V. beschikt over personeel dat geregistreerd staat onder deze erkenning. Onafhankelijkheid In deze context verklaart BK dat zij tot de opdrachtgever in geen andere relatie staat dan die van opdrachtnemer opdrachtgever. In bijlage 6 verklaren de veldwerkers, betrokken bij de uitvoering van het bodemonderzoek op de locatie, dat alle kritische functies onafhankelijk van de opdrachtgever zijn uitgevoerd conform de eisen van de BRL SIKB 2000 en de daarbij horende protocollen.

1.1

Uitgangspunten van het bodemonderzoek

Hieronder zijn de uitgangspunten van het onderzoek genoemd. • Het vooronderzoek voldoet aan de Nederlandse Norm 5725 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek” (NEN 5725 uit 2017). • Het bodemonderzoek voldoet aan de Nederlandse Norm “Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” (NEN 5740+A1 uit 2016). • Het verkennend onderzoek asbest in grond voldoet aan de Nederlandse norm “Bodem- Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond” (NEN 5707+C2 uit 2017). • Het onderzoek moet, voor zover mogelijk of noodzakelijk, een relatie leggen tussen de oorzaken/bronnen en de geconstateerde verontreiniging aan de hand van de historische en actuele gegevens. • Het bodemonderzoek, het veldwerk en rapportage zijn onafhankelijk van de opdrachtgever uitgevoerd conform de eisen van de BRL SIKB 2000 - veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek en de bijbehorende protocollen 2001, 2002 en 2018. De mechanische boringen zijn uitgevoerd conform de BRL SIKB 2100 protocol 2101. • De boorprofielen zijn beschreven conform de NEN-EN-ISO 14688-1+A1+C11:2016 en alleen van toepassing op bodemonderzoek. De zintuiglijke waarnemingen tijdens de uitvoering van het veldwerk zijn vermeld conform NEN 5706.

• De tekening in bijlage 1.2 is alleen geschikt voor maatvoering van bodemonderzoek.

Patrijzenlaan, Glipperweg te Heemstede verkennend bodem- en asbest-in-grondonderzoek | 190157 | 3 april 2019

BK ingenieurs pagina 4 van 18

•

De analyses zijn uitgevoerd door de laboratoria van SYNLAB Analytics & Services B.V. te Rotterdam en de laboratoria van Kiwa Inspection & Testing te Rotterdam, die geregistreerd staan in het RvA-register. De voorbehandeling voor de grond- en grondwatermonsters is conform AS3000 uitgevoerd.

Beperking van het bodem- en asbestonderzoek: • Bodemonderzoek is een momentopname en een indicatie van de kwaliteit van grond en grondwater. • Hoewel het veldonderzoek met de grootst mogelijke zorgvuldigheid is verricht, blijft asbestonderzoek van de bodem, zoals ieder milieutechnisch onderzoek, een steekproef. Hierbij moet in aanmerking worden genomen dat vooral asbestverontreinigingen zeer heterogeen verdeeld kunnen zijn. Bij asbestverontreinigingen is de kans een verontreinigingskern te missen daarom groter dan bij mobiele chemische verontreinigingen.

1.2

Indeling van de rapportage

Deze rapportage bestaat uit vijf hoofdstukken. In hoofdstuk 2 wordt het vooronderzoek beschreven. Het uitgevoerde onderzoek wordt beschreven in hoofdstuk 3. Hoofdstuk 4 behandelt de resultaten van het veldwerk, de analyses en de toetsing aan de normering. De conclusies en aanbevelingen van het onderzoek worden weergegeven in hoofdstuk 5.

Patrijzenlaan, Glipperweg te Heemstede verkennend bodem- en asbest-in-grondonderzoek | 190157 | 3 april 2019

BK ingenieurs pagina 5 van 18

2

Vooronderzoek

De gegevens van het vooronderzoek zijn verkregen door informatie van de opdrachtgever (de heer Beelen) en de onlinedatabase van Omgevingsdienst IJmond. Daarnaast zijn gegevens geïnterpreteerd van www.bodemloket.nl, Cyclomedia, www.topotijdreis.nl, topografische- en geohydrologische kaarten en de Bodemkwaliteitskaart van Omgevingsdienst IJmond. Ten slotte is een terreinverkenning uitgevoerd.

2.1

Historische en actuele gegevens van de onderzoekslocatie

De algemene gegevens van de onderzoekslocatie staan vermeld in tabel 1. De topografische ligging van de locatie is weergegeven in bijlage 1.1. Een overzichtstekening van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 1.2. Een kadastrale kaart is opgenomen als bijlage 1.3. In bijlage 1.4 is een foto-overzicht van de locatie opgenomen. tabel 1: gegevens onderzoekslocatie Adres

Patrijzenlaan 21 a-d, de Nachtegaal 15 en Glipperweg 64, 68 en 70 te Heemstede

Kadastrale aanduiding

gemeente Heemstede, sectie C en nummers 3782, 3783, 3869, 4057, 4098 en 5083

Oppervlakte

Circa 1.900 m2

Afbakening geografisch gebied (onderzoekslocatie)

De afbakening van de onderzoekslocatie staat aangegeven op de situatietekening in bijlage 1.2. Voor de onderzoeksdiepte is een diepte van 2,9 m -mv aangehouden.

In tabel 2 staan de historische, huidige en toekomstige gegevens over de locatie vermeld. tabel 2: historische, huidige en toekomstige bodemgebruik onderzoekslocatie Historisch Gebruik locatie

Wonen / bedrijven

Voormalige bodembedreigende Onbekend activiteiten Aanwezigheid asbest

Enkele schuren/woningen zijn gebouwd in een tijdsperiode waarin asbest werd toegepast.

Huidig Terreinverkenning

De terreinverkenning is, voorafgaand aan het veldwerk, op 5 maart 2019 uitgevoerd door de heer Duppen. De situatie komt overeen met wat op basis van het vooronderzoek werd verwacht.

Gebruik locatie

De locatie is deels in gebruik als (leegstaande) woningen met tuin en deels als bedrijfsterrein

Bebouwing

De locatie is deels bebouwd met woningen, bedrijfspanden en schuren (circa 1.490 m²)

Terreinverharding

Het maaiveld is deels onverhard en deels verhard met tegels en/of klinkers

Bodembedreigende activiteiten Asbest aanwezig

Onbekend Mogelijk verwerkt in de bebouwing

Geval van ernstige bodemverontreiniging aanwezig

Onbekend

Toekomstig Gebruik locatie

Nieuwbouw

Bodembedreigende activiteiten

Onbekend

Patrijzenlaan, Glipperweg te Heemstede verkennend bodem- en asbest-in-grondonderzoek | 190157 | 3 april 2019

BK ingenieurs pagina 6 van 18

2.2

Voorgaand bodemonderzoek

Op de locatie en in de directe omgeving van de onderzoekslocatie zijn de volgende bodemonderzoeken uitgevoerd. De gegevens zijn opgenomen in tabel 3. tabel 3: bodemonderzoek onderzoekslocatie Adres

Onderzoek (soort, kenmerk, datum, bureau)

Bijzonderheden/conclusie

Bodemonderzoek op de onderzoekslocatie Glipperweg 62

Historisch onderzoek, 112862, 30 juli 2004, Oranjewoud

Op de locatie heeft een schildersbedrijf gezeten. De NSX-waarde van de UBI is <97, waardoor de activiteit als onverdacht beschouwd kan worden.

Bodemonderzoek directe omgeving Glipperdreef

2.3

Verkennend onderzoek, -, 16 mei 1997, Gewestelijk Milieubureau

De bovengrond is maximaal licht verontreinigd met kwik, lood en PAK. De ondergrond en het grondwater zijn niet verontreinigd met de onderzochte parameters.

Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit

Op de Bodemkwaliteitskaart (BKK) opgesteld door Omgevingsdienst IJmond is de bovengrond van de locatie gelegen in zone 3. Dit houdt in dat in de bovengrond (0,0 - 0,5 m -mv) sterke verontreinigingen met koper en zink en lichte verontreinigingen met cadmium, kobalt, kwik, lood, nikkel, PCB, PAK en minerale olie kunnen worden aangetroffen. De ondergrond is gelegen in zone 5. Dit houdt in dat in de ondergrond (0,5 - 2,0 m -mv) lichte verontreinigingen met cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, nikkel, zink, PCB, PAK en minerale olie kunnen worden aangetroffen (P95).

2.4

Regionale bodemopbouw en geohydrologie

Voor de bodemgegevens en de geohydrologische informatie is gebruikgemaakt van de grondwaterkaart van Nederland opgesteld door de Dienst Grondwaterverkenning TNO) en het Hydrogeologisch Model REGIS II van TNONITG. Hieronder zijn in tabel 4 de regionale gegevens (tot circa 12,5 m -mv) samengevat. tabel 4: regionale bodemopbouw Diepte (m -mv) 0,0 – 12,5

Geohydrologische eenheid

Geologische formatie

Lithologie

Deklaag

Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Zandvoort

Zand, schelphoudend en kalkrijk

Het diepere grondwater stroomt in zuidoostelijke richting. De grondwaterstroming van het ondiepe freatische grondwater wordt sterk beïnvloed door omgevingsfactoren zoals de ligging van sloten, drainage, bemalingen, onttrekkingen en dergelijke. De locatie is volgens de Provinciale milieuverordening (Pmv) en/of bodembeleid van de gemeente niet gelegen in een grondwater- en/of bodembeschermingsgebied.

2.5

Onderzoekshypothese en -strategie

2.5.1

Bodemonderzoek

Op basis van de gegevens van het vooronderzoek wordt de volgende hypothese gehanteerd: ‘geen verdenkingen op de aanwezigheid van verontreinigingen die afwijken op de verwachting van de Bodemkwaliteitskaart’ Er is weinig informatie bekend over de voormalige bedrijfsactiviteiten op de locatie. Derhalve is gekozen voor de strategie verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (VED-HE). Patrijzenlaan, Glipperweg te Heemstede verkennend bodem- en asbest-in-grondonderzoek | 190157 | 3 april 2019

BK ingenieurs pagina 7 van 18

Omdat het onderzoeksterrein bestaat uit verschillende gebruiksvormen (woning/kantoor/loods/tuin), worden drie extra grondanalyses op het standaard pakket meegenomen. 2.5.2

Asbest-in-grondonderzoek

Op basis van het vooronderzoek is de hypothese dat de ‘locatie verdacht op het voorkomen van een asbestverontreiniging in de bodem’ is. De onderzoeksstrategie van het verkennend asbest-in-grondonderzoek voldoet aan de NEN 5707, strategie 'verdachte locatie met een diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld'.

Patrijzenlaan, Glipperweg te Heemstede verkennend bodem- en asbest-in-grondonderzoek | 190157 | 3 april 2019

BK ingenieurs pagina 8 van 18

3

Uitgevoerd bodemonderzoek

De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 5 maart 2019. De grondwatermonsters zijn conform de norm minimaal één week na plaatsing van de peilbuis op 12 maart 2019 genomen. Naar aanleiding van aangetoonde sterk verhoogde gehalten met zink in de grond zijn op 27 maart 2019 afperkende boringen geplaatst. De werkzaamheden zijn uitgevoerd door personen die voor de betreffende werkzaamheden bij Bodem+ geregistreerd staan onder de erkenning van BK Ingenieurs B.V. In bijlage 6 staan de namen van alle bij het project betrokken veldwerkers en/of boormeesters vermeld.

3.1

Uitgevoerd onderzoeksprogramma

De verschillende onderzoeken zijn daar waar mogelijk gecombineerd uitgevoerd. 3.1.1

Bodemonderzoek

Algemene kwaliteit De boringen zijn gelijkmatig over de locatie verdeeld. In totaal zijn op basis van ligging, diepte en bodemopbouw acht mengmonsters samengesteld en geanalyseerd op het NEN 5740 grondpakket. Er zijn twee grondwatermonsters geanalyseerd op het NEN 5740 grondwaterpakket. Aanvullend onderzoek Uitsplitsingen Naar aanleiding van aangetoonde matig verhoogde gehalten met lood en zink, zijn de betreffende mengmonsters (bg onverh., og veen en og zand Z) uitgesplitst. De individuele deelmonsters zijn geanalyseerd op de kritische parameters. Afperkend onderzoek Naar aanleiding van de resultaten van de uitsplitsing (twee spots sterk verontreinigd met zink in de grond) zijn de sterke zinkverontreinigingen horizontaal afgeperkt door het zetten van drie afperkende boringen. De laag van 0,0 tot 0,5 m -mv is geanalyseerd op zink. Ter verticale afperking is de laag 0,5 tot 1,0 m -mv aanvullend geanalyseerd op zink. Voor de samenstelling van de grondmengmonsters en gegevens over het grondwatermonster wordt verwezen naar respectievelijk tabel 7 en ** : klasse industrie op basis van gemeten gehalten in mengmonster

tabel 8 (resultaten). 3.1.2

Asbestonderzoek

Het was vanwege de aanwezige verharding en bebouwing niet mogelijk het volledige maaiveld te inspecteren op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. Waar het maaiveld onverhard was is deze visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. De contactzone (0,0 - 0,5 m -mv) is onderzocht door proefgaten met minimale afmetingen van 0,3 x 0,3 m te plaatsen. De uitkomende grond van de gaten is gezeefd over 20 mm. De fractie >20 mm is visueel geïnspecteerd op aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. De ondergrond (0,5 - 2,0 m -mv) is onderzocht door middel van het plaatsen van vier boringen tot 2,0 m -mv en het visueel inspecteren van de uitkomende grond op aanwezigheid van asbest. Van de uitkomende grond is per 0,5 m laagdikte van fractie < 20 mm een mengmonster van minimaal 10 kg ds. samengesteld. De monsters zijn geanalyseerd op asbest conform NEN 5898.

Patrijzenlaan, Glipperweg te Heemstede verkennend bodem- en asbest-in-grondonderzoek | 190157 | 3 april 2019

BK ingenieurs pagina 9 van 18

3.1.3

Totaal onderzoeksprogramma

In tabel 5 zijn alle werkzaamheden samengevat. tabel 5: uitgevoerd onderzoeksprogramma Aantal boringen/peilbuizen/proefgaten

Analyses

Bodemonderzoek 1 x tot 0,5 m -mv 3 x tot 0,6 m -mv 7 x tot 1,0 m -mv 1 x tot 1,1 m -mv 2 x tot 2,0 m -mv 1 x tot 3,5 m -mv 1 x tot 4,0 m -mv 2 x peilbuis  16 x proefgat tot 0,5 m -mv

8 x NEN 5740 grondpakket 2 x NEN 5740 grondwaterpakket 4 x asbest in grond

Aanvullend/afperkend onderzoek 3 x tot 1,0 m -mv m -mv 

7 x lood 13 x zink

meters beneden maaiveld de bovenkant van het filter staat circa 0,5 meter beneden de grondwaterstand (freatische peilbuis)

De locaties van de verrichte boringen, proefgaten en geplaatste peilbuizen zijn aangegeven op de overzichtstekening in bijlage 1.2. Het boor- en monsternemingsgereedschap waarvan bij het bodemonderzoek gebruikgemaakt is, staat per boring beschreven in de boorprofielen in bijlage 2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.heemstede.nl/api/v1/meetings/1450/documents/18338