Bijlage 5. Ontwerpbijdragebesluit GO Beschermd Wonen 2024 ZK, IJmond en Haarlemmermeer.pdf
Tekst van het document
Ontwerpbegroting 2024 – 2026 Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen Regio Zuid-Kennemerland, IJmond en Haarlemmermeer
September 2023
1
1
2
3
Inleiding
3
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
3 3 3 4 4
Gezamenlijk uitvoering geven aan Beschermd Wonen Onzekerheden Ontwerpbegroting en kadernota Overgangsjaar 2024 Leeswijzer
Afspraken GO BW
4
2.1 2.2 2.3
4 4 5
Governance en organisatie Bijdrage aan het GO BW Evaluatie na jaar 3
Financiële begroting
5
3.1 Uitgangspunten 3.2 Algemene toelichting 3.3 Innovatiefonds GO BW 3.4 Vereveningsfonds 3.5 Ontwikkeling reserve GO BW 3.6 Risico’s en kanttekeningen Bijlage 1. Formatie GO BW 2024 en 2025-2026 Bijlage 2. Exploitatietekort Maatschappelijk Opvang (situatie mid-2023) Bijlage 3. Lokale uitvoeringskosten Bijlage 4: memo wijzigingen ontwerpbegroting 2024-2026
5 6 9 9 9 11 13 14 15 16
2
1 Inleiding 1.1
Gezamenlijk uitvoering geven aan Beschermd Wonen Vooruitlopend op de doordecentralisatie van de middelen Beschermd Wonen (BW) van centrumgemeente Haarlem naar de regiogemeenten gaat de regio Zuid-Kennemerland, IJmond en Haarlemmermeer per 1 januari 2024 gezamenlijk uitvoering geven aan Beschermd Wonen. Einde 2021/begin 2022 is door de raden van de deelnemende gemeenten toestemming verleend voor het aangaan van de Gemeenschappelijke Regeling Beschermd Wonen (GR BW). Daar is bepaald dat een Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen (GO BW) wordt opgericht. In deze ontwerpbegroting wordt een beeld gegeven van de baten en lasten van dit GO BW in de periode 2024-2026. Deze ontwerpbegroting is een actualisatie van de Ontwerpbegroting 2023-2025 die in het voorjaar 2022 aan de raden van de 8 gemeenten is voorgelegd. Ook op die begroting zijn door de raden zienswijzen gegeven. Deze zijn zo goed als mogelijk verwerkt in deze begroting. In het Bijdragebesluit GO BW 2024 zijn financiële afspraken ten behoeve van het GO BW opgenomen. De financiële afspraken uit het Bijdragebesluit 2024 vormen het uitgangspunt van deze ontwerpbegroting. De gemeenteraden van de acht deelnemende gemeenten worden in gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen op deze ontwerpbegroting. Het GO BW zal vervolgens op de zienswijzen reageren en deze verwerken in een definitieve begroting.
1.2
Onzekerheden In deze ontwerpbegroting houden we rekening met de volgende onzekerheden. ✓
✓ ✓
1.3
Onzekerheid over de invoering van de doordecentralisatie BW. De Wet Woonplaatsbeginsel Beschermd Wonen en daarmee het nieuwe financiële verdeelmodel voor BW is opnieuw uitgesteld tot – naar verwachting - 1 januari 2025. Hierdoor kunnen we nog niet goed anticiperen op het nieuwe financiële verdeelmodel en de bijbehorende regels. Onzekerheid over de hoogte van de instroom van nieuwe cliënten en daarmee de zorgkosten. De regio bereidt zich voor op de aanbesteding van het Beschermd Wonen (en Maatschappelijke Opvang) voor de periode 2024-2027. Er is nog onzekerheid over de financiële effecten van de nieuwe contracten.
Ontwerpbegroting en kadernota De Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) schrijft voor dat een Gemeenschappelijk Orgaan (GO) vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders voor het volgende begrotingsjaar aanbiedt aan de raden van de deelnemende gemeenten. Tevens staat in de Wgr dat de ontwerpbegroting van een GO acht weken voordat deze door het GO wordt vastgesteld voor zienwijze aan de raden wordt voorgelegd. Het voornemen is om op 1 januari 2024 te starten met het GO BW. Hoewel er formeel dus nog geen zienswijze hoeft te worden gevraagd, wil de regio toch al aansluiten bij de Wgr-procedure, en wordt deze ontwerpbegroting toch voor zienswijze aangeboden. Ook het Bijdragebesluit wordt voor zienswijze voorgelegd. In 2022 is door de Gemeenteraden ingestemd met een Regionaal Kader Opvang, Wonen en Herstel 2022 tot en met 2027. Om die reden wordt er nu voor gekozen niet eerst een kadernota en vervolgens een ontwerpbegroting aan te bieden aan de gemeenteraden. Waar relevant wordt in deze ontwerpbegroting geput uit (of verwezen naar) de financiële en beleidsmatige kaders, zoals opgenomen in de Ontwerpbegroting GO BW uit 2023-2025 en het Regionaal Kader Opvang, Wonen en Herstel 2022-2027.
3
1.4
Overgangsjaar 2024 Door het uitstel van de wettelijke doordecentralisatie ontvangen de individuele gemeenten in 2024 nog geen eigen rijksmiddelen voor BW. Haarlem zal ook in 2024 als centrumgemeente alle rijksmiddelen ontvangen. De rijksmiddelen worden overgeheveld naar het GO BW en vanuit daar worden onder meer de zorgkosten voor de regio betaald. Ook de toegang tot Beschermd Wonen zal in 2024 nog niet lokaal plaatsvinden. In het Bijdragebesluit 2024 zijn de financiële afspraken voor overgangsjaar 2024 vastgelegd. Deze afspraken vormen het uitgangspunt van deze ontwerpbegroting. Indien de doordecentralisatie per 2025 doorgaat – en gemeenten vanaf dat moment dus middelen ontvangen – zullen deze afspraken herzien moeten worden. Uitgangspunt daarbij is om deze zoveel mogelijk te laten aansluiten bij de financiële afspraken uit de GR of GO BW waar in 2022 mee is ingestemd. De afspraken zullen worden vastgelegd in de Bijdragebesluit 2025, dat de basis vormt voor de Ontwerpbegroting 2025-2027.
1.5
Leeswijzer Deze ontwerpbegroting geeft in hoofdstuk 2 eerst een beschrijving van de belangrijkste afspraken uit het GO BW. In hoofdstuk 3 treft u een overzicht van de financiële begroting met een toelichting op de uitgangspunten. Als bijlagen zijn toegevoegd; • • • •
de formatie van het GO BW; een overzicht van het exploitatietekort MO; een overzicht van de uitvoeringskosten en een toelichting op wijzigingen die zijn aangebracht in de Ontwerpbegroting 2024-2026 naar aanleiding van destijds ontvangen zienswijzen.
2 Afspraken GO BW 2.1
Governance en organisatie Met de start van het GO BW vanaf 1 januari 2024 treden de samenwerkingsafspraken met betrekking tot BW tussen gemeenten in de regio in werking. Het GO BW bestaat uit de portefeuillehouders van de acht deelnemende gemeenten. Een van hen is de voorzitter van het GO BW. Dit voorzitterschap rouleert. Besluitvorming geschiedt op basis van gelijkwaardigheid. Elk van de deelnemers heeft één stem. De meeste besluiten binnen het GO BW worden genomen bij gewone meerderheid. Voor besluiten over de begroting en de jaarrekening van het GO BW is drie vierde meerderheid nodig. Voor een aantal besluiten is unanimiteit vereist, zoals vaststelling van het Bijdragebesluit en de nadere invulling van de taken van het GO BW in het Dienstverleningshandvest. De uitvoerende taken van het GO BW worden grotendeels belegd bij het Uitvoeringsteam Regionale BW (URB), dat in ieder geval de eerste drie jaren gepositioneerd wordt bij de Gemeente Haarlem. Door de uitvoering van taken bij het URB te beleggen worden de kosten voor de deelnemers zoveel mogelijk beperkt. De afspraken bieden voldoende ruimte voor gemeenten om BW in samenhang met andere ondersteuning in het sociaal domein in de eigen gemeente te organiseren. Er is sprake van solidariteit tussen gemeenten in de regio, omdat de financiële risico’s van regionale voorzieningen worden gedeeld.
2.2
Bijdrage aan het GO BW Omdat de wettelijke doordecentralisatie is uitgesteld ontvangen gemeenten in 2024 geen rijksmiddelen voor de uitvoering van BW-taken. De rijksmiddelen die de Gemeente Haarlem vanaf de ingangsdatum van het GO BW ontvangt voor de uitvoering van BW voor de regio, worden overgedragen naar het GO BW. De gemeenten worden hiermee
4
gezamenlijk (financieel) verantwoordelijk voor de besteding van deze middelen. Ook het financiële overschot op BW van voorgaande jaren wordt vanaf het moment dat het GO BW van kracht is door de Gemeente Haarlem overgeheveld naar de reserve van het GO BW. Deze reserve kan door het GO BW worden ingezet om de lokale en regionale uitvoeringskosten te dekken.
2.3
Evaluatie na jaar 3 De samenwerking in het GO BW is voor onbepaalde tijd. Om tegemoet te komen aan alle onzekerheden rondom de doordecentralisatie, vindt in het derde jaar een evaluatie plaats. Onderdelen van deze evaluatie zijn onder andere de bijdrage van het GO BW aan de doelen van de doordecentralisatie, de financiële samenwerkingsafspraken, de sturing, de taken van het GO BW en de positionering van het uitvoeringsteam (URB).
3 Financiële begroting
In dit hoofdstuk vindt u de financiële begroting 2024-2026 van het GO BW. Benadrukt moet worden dat 2024 geldt als onderdeel van een overgangsperiode naar de wettelijke doordecentralisatie, waarvan de daadwerkelijke ingangsdatum nog onduidelijk is. Bij het opstellen van deze begroting is, met oog op de financiële onzekerheden rond de doordecentralisatie, gekozen voor een conservatieve begroting. Er is bijvoorbeeld slechts beperkt rekening gehouden met een (verwacht) overschot op de zorgkosten voor cliënten. In voorgaande jaren was er weliswaar sprake van forse overschotten, maar er kan niet met zekerheid worden gesteld dat dit ook het geval zal zijn vanaf 2024. Tegelijkertijd zijn naar verwachting extra middelen nodig om de tekorten op de Maatschappelijke Opvang (MO) te dekken. Om deze reden laat de reserve in deze begroting niet de positieve ontwikkeling zien die, gezien de ervaringen in de voorgaande jaren, mogelijk wel te verwachten valt. De cijfers in deze ontwerpbegroting zijn hoofdzakelijk bedoeld om u een beeld te geven van de verwachte financiële situatie, waarbij de gemaakte aannames worden toegelicht. Vanuit de ambitie om een stevige basisstructuur neer te zetten is de regionale formatie voldoende begroot.
Daarnaast worden jaarlijks middelen gereserveerd voor innovatie, zodat in ieder geval voldoende middelen beschikbaar zijn voor investeringen in de opbouw van lokale voorzieningen en/of preventie.
3.1
Uitgangspunten Op dit moment wordt de doordecentralisatie BW vanuit verschillende invalshoeken inhoudelijk voorbereid. De onderstaande begroting is gebaseerd op de informatie die nu beschikbaar is en de keuzes die tot nu toe zijn gemaakt. Er zijn bijvoorbeeld aannames gedaan over de effecten van de nieuwe afspraken met zorgaanbieders. Voor nu is er uitgegaan van een indexatie van ca. 7,5%, conform de stijging in de Decentralisatie-Uitkering Beschermd Wonen uit de meicirculaire 2023 t.o.v. de stand meicirculaire 2024. Op het moment dat er meer duidelijkheid bestaat over de financiële effecten van deze ontwikkelingen, worden deze opgenomen in de voortgangsrapportage en/of de volgende begroting.
5
in duizenden euro's
2024
2025
2026
Lasten
Zorgkosten oude clienten (ZIN en PGB) Middelen ter inzet van tekort MO Gemeentelijke innovatiemiddelen Ontwikkeling- en frictiekosten Gekantelde dagbesteding Personeelskosten GO Subsidies (Herstelacademie) Advieskosten Overige kosten Totaal
a. b. c. d. e. f. g. h. i.
38.498 3.000 500 1.140 2.415 250 270 110 46.184
35.718 3.000 500 1.028 1.002 250 270 110 41.879
25.856 3.000 500 769 1.002 250 270 110 31.758
Baten
Gemeentelijke bijdrage GO Rijksbijdrage - historisch budget Eigen bijdrage - historische clienten Totaal
j. k. l.
-45.104 -1.080 -46.184
-160 -40.706 -1.013 -41.879
-531 -30.448 -778 -31.758
Tabel 1 GO-begroting Beschermd Wonen
3.2
Algemene toelichting De kosten in tabel 1 worden in 2024 volledig gedekt vanuit de rijksbijdrage die de Gemeente Haarlem, als centrumgemeente, namens de regio Zuid-Kennemerland, IJmond en Haarlemmermeer ontvangt voor de taakuitvoering Beschermd Wonen. Als de doordecentralisatie start, worden vanaf het eerste jaar de kosten naar rato van het verdeelmodel gedekt. Ter illustratie: indien het historisch budget 90% van de rijksbijdrage bedraagt in een bepaald jaar, worden de kosten van het GO BW voor 90% gedekt uit het historische budget in dat jaar en 10% uit de regionale budgetten die via de gemeentelijke bijdragen aan het GO BW binnenkomen. Na de doordecentralisatie worden de middelen voor BW door het Rijk over een periode van tien jaar geleidelijk (her)verdeeld over alle gemeenten. Aangezien de rijksbijdrage voor de historische cliënten (cliënten die een beschikking voor BW hebben ontvangen voor de ingangsdatum van de wettelijke doordecentralisatie) afneemt over de jaren (zie financiële reeks onder k.), worden de kosten van het GO BW over de tijd steeds meer gedragen door de individuele gemeenten vanuit de door het Rijk aan de regiogemeenten beschikbaar gestelde middelen (zie financiële reeks onder j.).
3.2.1
Zorgkosten (huidige) cliënten (ZIN en PGB) Omdat beperkt zicht is op de verwachte cliëntaantallen is er gekozen om te werken vanuit het principe ‘rijksbudget is werkbudget’. Hierbij wordt uitgegaan van een volledige uitnutting van de rijksbijdrage. Als zodanig zijn de zorgkosten (zorg in natura en persoonsgebonden budgetten) bepaald op basis van de rijksbijdrage 2024 die de gemeente Haarlem als centrumgemeente ontvangt. En voor 2025 en 2026 bestaan de zorgkosten uit de bijdrage aan Haarlem voor de cliënten met een indicatie van voor 1 januari 2025 (historisch budget), minus alle overige inkomsten en uitgaven. Naast de reguliere zorgkosten zijn in deze begroting onder de zorgkosten ook de eventuele beveiligings- en hotelkosten opgenomen.
3.2.2
Middelen ter inzet van tekort Maatschappelijke Opvang Al jaren is sprake van een structureel tekort op het MO-budget, Haarlem ontvangt de middelen voor de regionale taak Maatschappelijke Opvang van het Rijk.
6
De eerste drie jaren na de wettelijke doordecentralisatie, wordt het tekort op het budget voor MO evenals de afgelopen jaren, gedekt uit de reserve van het GO BW, mits de ingangsdatum van de doordecentralisatie niet later is dan 1 januari 2026. Op het moment dat duidelijk wordt dat de ingangsdatum van de doordecentralisatie na 1 januari 2026 plaatsvindt of afgesteld wordt, wordt deze afspraak herijkt en verwerkt in het Bijdragebesluit en de Ontwerpbegroting voor het eerstvolgende kalenderjaar. Het tekort op de MO wordt jaarlijks vastgesteld op basis van de rapportage die Haarlem hiervoor aanlevert. Aan het eind van deze periode neemt het GO Beschermd Wonen een besluit ten aanzien van het al dan niet voortzetten van deze afspraak en in welke vorm. De regio onderzoekt de oorzaken van de tekorten en maatregelen die genomen kunnen worden om de tekorten op de MO terug te dringen tot het niveau waarin de uitgaven gelijk zijn aan het budget dat daarvoor beschikbaar gesteld wordt door het Rijk.
3.2.3
Innovatiefonds Er worden innovatiemiddelen beschikbaar gesteld voor de opbouw van lokale en regionale voorzieningen en preventie. Gemeenten kunnen hiervoor individueel of gezamenlijk een aanvraag indienen bij het GO BW. De innovatiemiddelen voor de jaren 2024-2026 worden onttrokken vanuit de reserve en om zo vanaf het begin van het jaar de beschikking te hebben over de middelen. Op deze manier is er bij aanvang van 2024 financiële ruimte om nieuwe initiatieven te financieren en zodoende de inhoudelijke beweging naar ‘zo thuis mogelijk’ vorm te geven. Indien de beschikbare middelen in een betreffend jaar niet worden uitgegeven, blijven deze beschikbaar voor de jaren daarna, tenzij anders wordt besloten. Tot slot wordt opgemerkt dat het volgens de afspraken binnen het GO BW mogelijk is om gedurende het jaar aanvullende middelen uit de reserve te onttrekken om bijvoorbeeld te investeren in innovatie, mits hiervoor voldoende financiële ruimte is. Zie paragraaf 3.3 voor nadere toelichting.
3.2.4
Frictie- en ontwikkelkosten Op dit moment vindt er een aanbesteding plaats voor BW en MO, waarvoor de contracten in 2024 ingaan. In de aanbestedingsleidraad is een ontwikkelagenda met 6 ontwikkelopgaven opgenomen. Wij verplichten aanbieders om bij inschrijving aan deze opgaven mee te werken. Deze inzet kan voor aanbieders niet (volledig) uit de tarieven worden gedekt. Naast het innovatiefonds (voor lokale activiteiten) is daarom een regionaal ontwikkelbudget vanuit de BW-middelen nodig. Het GO BW besluit over nadere regels voor de inzet van dit budget. Voor frictie- en ontwikkelkosten van zorgaanbieders is € 500.000 per jaar opgenomen voor de periode 2024-2026 en deze wordt volledig gedekt uit de rijksbijdrage 2024, dan wel uit het historisch budget voor 2025-2026. Indien de beschikbare middelen in een betreffend jaar niet worden besteed, blijven deze beschikbaar voor de jaren daarna, tenzij anders wordt besloten. Daarnaast wordt opgemerkt dat het volgens de afspraken binnen het GO BW mogelijk is om gedurende het jaar aanvullende middelen uit de reserve te onttrekken om bijvoorbeeld te investeren in innovatie, mits hiervoor voldoende financiële ruimte is.
3.2.5
Gekantelde dagbesteding Vanuit centrumgemeente Haarlem is in het verleden besloten om BW-cliënten dagbesteding te bieden op basis van een subsidiebekostiging. Buurts is hiervoor als partner gecontracteerd. De door Buurts opgegeven kosten voor 2023 zijn als uitgangspunt genomen voor de begrote kosten voor 2024 en verder. De verwachting is dat deze subsidie in de toekomst niet meer beschikbaar zal zijn voor nieuwe cliënten (aangezien het aan de individuele gemeenten zelf is hoe zij zorg willen bieden) en de subsidie conform de afname van het historische budget/de rijksbijdrage zal aflopen over de periode 2024-2026.
7
3.2.6
Personeelskosten In 2024 wordt er nog geen lokale toegang georganiseerd. In deze begroting zijn wij er vooralsnog vanuit gegaan dat de toegang in 2025 wel lokaal wordt georganiseerd. Mogelijk worden er in 2024 wel kosten gemaakt ter voorbereiding hierop. Voor 2024 is de helft van de lokale uitvoeringskosten in 2025 opgenomen om de kosten die verband houden met de voorbereiding te dekken. Op basis van de huidige bezetting bij de centrumgemeente Haarlem en verschillende andere regionale samenwerkingsverbanden (zoals Leerplein en het regionaal contractmanagement vervoer) is een inschatting gemaakt van de formatie die benodigd is voor het GO in 2024 tot en met 2033. Voor meer details, zie bijlage 1. Uit conservatisme wordt voor de begroting van het GO BW verondersteld dat de kosten voor de eerste drie jaar na de doordecentralisatie constant zullen blijven op het niveau van 2024, terwijl vanaf de start van de doordecentralisatie het aantal historische cliënten en hiermee de werklast afneemt. Hiermee is de formatie binnen het GO BW mogelijkerwijs ruim begroot. Vanuit de ambitie om de regionale capaciteit af te bouwen wordt jaarlijks geëvalueerd hoe de formatie zich verhoudt tot de werklast. Op basis hiervan wordt de personele inzet jaarlijks herzien.
3.2.7
Subsidies De noodzaak van de inzet van ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid wordt ambtelijk en bestuurlijk breed gedeeld. In 2022 (en de jaren daarvoor) zijn daarom subsidies beschikt aan Stichting Herstelacademie Haarlem en Meer voor cursussen en ‘peer-/lotgenotensupport’. De kosten voor de Herstelacademie zijn geïndexeerd en voor komende jaren is een jaarlijks bedrag begroot van € 250.000. De regio gaat onderzoeken op welke wijze het inzetten van ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid structureel geborgd kan worden.
3.2.8
Advieskosten De afgelopen jaren zijn er diverse onderzoeken en projecten uitgevoerd waarvoor kosten gemaakt zijn. Denk daarbij aan onderzoeken naar reële tariefstelling, advies over aanbestedingen, begeleiding van de doordecentralisatie en extern juridisch advies. In de begroting is hiervoor jaarlijks € 270.000 opgenomen.
3.2.9
Overige kosten Op basis van ervaring in de afgelopen jaren worden er jaarlijks verschillende ‘overige kosten’ gemaakt. Dit was circa € 100.000 over de afgelopen jaren en betreft kleinere onvoorziene kosten. Als zodanig wordt voor 2024 en verder dit bedrag, inclusief indexatie van € 10.000 in de begroting opgenomen. In totaal komen de lasten dan op circa € 46,2 miljoen in 2024, aflopend naar € 31,8 miljoen in 2026.
3.2.10
Gemeentelijke bijdrage GO BW Zoals eerder genoemd worden de kosten vanaf 2025 onder c. tot en met i. deels gedekt uit de rijksbijdrage voor historische cliënten en uit het lokale budget voor nieuwe cliënten. Op basis van deze verdeling is de bijdrage van de individuele gemeenten in 2024 nul, oplopend naar € 531.000 in 2026. Deze bijdrage aan het GO BW loopt op vanwege het oplopende budget/rijksbijdrage voor de ‘nieuwe cliënten’ aan individuele gemeenten (vanaf het moment van de wettelijke doordecentralisatie) en de afnemende rijsbijdrage voor ‘oude cliënten’.
3.2.11
Rijksbijdrage Dit betreft de rijksbijdrage 2024, dan wel voor de rijksbijdrage op de historische cliënten voor 2025-2026, ofwel de cliënten die voor de start van de wettelijke doordecentralisatie een beschikking hebben ontvangen voor BW-zorg. Deze bijdrage loopt af van € 45,1 miljoen in 2025 tot € 30,4 miljoen in 2026 waarbij het uitgangspunt dus is dat een deel van de cliënten over deze periode zal uitstromen.
3.2.12
Eigen bijdrage - historische cliënten In 2023 is de verwachting dat de inkomsten aan eigen bijdrages van Beschermd Wonen cliënten ruim € 1 miljoen bedraagt. Vooralsnog is aangenomen dat de eigen bijdrage in dezelfde verhouding van de rijksbijdrage voor de historische cliënten en de regionale (nieuwe) cliënten verdeeld zullen zijn over het GO
8
en de individuele gemeenten. Dat betekent dat de eigen bijdrage in het GO (voortkomende vanuit historische cliënten) afneemt van ongeveer € 1.080.000 in 2024 naar € 778.000 in 2026. In totaal komen de baten uit op circa € 46,2 miljoen in 2024, aflopend naar € 31,8 miljoen in 2026.
3.3
Innovatiefonds GO BW Tijdens de voorbereiding op het GO BW is afgesproken dat jaarlijks bij de begroting wordt vastgesteld welke middelen beschikbaar zijn voor het innovatiefonds GO BW. Gemeenten hebben de ambitie uitgesproken om actief te investeren in innovatie. Gemeenten uit de regio kunnen individueel of gezamenlijk aanspraak maken op een deel van deze middelen door concrete voorstellen in te dienen voor ontwikkeling in het zorgaanbod of innovatie. Hierdoor is geborgd dat voldoende middelen beschikbaar zijn voor investeringen in de opbouw van lokale en regionale voorzieningen of in preventie. Jaarlijks stelt het GO BW bij het opstellen van de begroting het bedrag vast dat beschikbaar is voor het innovatiefonds. Voor 2024 en 2025 is daarvoor circa 5% van de totale rijksbijdrage (historische rijksbijdrage plus regionale rijksbijdrage) gereserveerd. Deze 5% komt neer op een bedrag van circa € 2,3 miljoen per jaar. Voor 2026 wordt een bedrag van € 0,3 miljoen (0,7% van de rijksbijdrage) toegevoegd aan het innovatiefonds, waarmee er in totaal bijna € 4,9 miljoen aan innovatiemiddelen beschikbaar is over de periode 2024-2026. Tegelijkertijd voldoet de reserve ultimo 2026 aan het minimumniveau van € 5 miljoen en is het risico tot aanzuivering van de reserve beperkt (zie paragraaf 3.6).
Wanneer het innovatiefonds ontoereikend blijkt, bieden de afspraken uit het GO BW de mogelijkheid om hiervoor – na bestuurlijk overleg - gedurende het jaar een groter deel uit de reserve te onttrekken.
Begroting Innovatiefonds (in duizenden euro's) Rijksbijdrage Gestelde omvang van rijksbijdrage Innovatiefonds
2024
2025
2026
45.104 5,0% 2.260
45.122 5,0% 2.260
45.140 0,7% 338
Tabel 2. Begroting Innovatiefonds
3.4
Vereveningsfonds Afgesproken is dat de financiële tekorten en overschotten van de zorgkosten van de individuele gemeenten over de eerste drie jaren vanaf het moment van de wettelijke doordecentralisatie voor 100% worden verevend. Deze verrekening van lokale zorgkosten vindt jaarlijks achteraf plaats via een vereveningsfonds. De lokale zorgkosten betreffen de lokale rijksbijdrage BW minus de lokale uitvoeringskosten en de bijdrage aan de uitvoeringskosten aan het GO. Indien het vereveningsfonds niet voldoende middelen bevat voor de compensatie, dan wordt het tekort aangezuiverd vanuit de reserve. Indien ook die reserve onvoldoende middelen bevat voor de compensatie, draagt elke gemeente naar rato van het verdeelmodel bij aan het aanzuiveren van het tekort in het vereveningsfonds. Na de periode waarover wordt verevend, wordt het vereveningsfonds opgeheven. Eventueel resterende middelen worden na deze periode van drie jaar naar rato van het verdeelmodel verdeeld over de deelnemers, tenzij de reserve van het GO BW op dat moment lager is dan het afgesproken minimum van € 5 miljoen.
3.5
Ontwikkeling reserve GO BW Het GO BW beschikt in 2024 over een eigen reserve om regionale financiële risico’s op te vangen. De reserve wordt gevoed door: ✓
9
de reserve BW van de gemeente Haarlem per 31 december 2023
✓ ✓
vanaf 2025 uit het (eventuele) overschot op de rijksmiddelen voor BW die centrumgemeente Haarlem ontvangt voor de hele regio (het historisch budget). uit het eventuele overschot op de uitvoeringskosten van het GO BW.
De reserve wordt in 2024 ingezet voor de dekking van de volgende (mogelijke) tekorten: ✓ ✓ ✓
een tekort op de rijksmiddelen voor Beschermd Wonen die centrumgemeente Haarlem ontvangt voor de hele regio een tekort op Maatschappelijke Opvang voor drie jaar na de ingangsdatum van de Wet Woonplaatsbeginsel en het objectief verdeelmodel (wettelijke doordecentralisatie), incidentele kosten en eventuele frictiekosten die voor rekening van regio komen.
In het Ontwerpbijdragebesluit is afgesproken dat bij een reservestand van minder dan € 5 miljoen alle gemeenten de reserve dienen aan te vullen tot het minimale niveau van € 5 miljoen (naar rato van de verdeelsleutel). Bij een reservestand van meer dan € 7 miljoen uitgekeerd zal worden aan alle gemeenten (naar rato van de verdeelsleutel) tot het niveau van € 7 miljoen. Dit wordt bepaald op basis van de geprognosticeerde stand van de reserve na 3 jaar (t+3) vanaf het eerst jaar van de begroting. Om deze stand van de reserve te kunnen bepalen, worden eerst de resterende kosten voor MO en de innovatiemiddelen afgetrokken. De eindstand van de reserve voor de Ontwerpbegroting 2024 – 2026 is per 2026. Er is een regionale reserve Opvang, Wonen en Herstel. Deze is op 1 januari 2021 door centrumgemeente Haarlem opgericht en wordt gebruikt voor kosten BW, MO en de Regio Aanpak Huiselijk Geweld. Begin 2023 is het deel BW binnen deze reserve circa € 17,1 miljoen. Voor de dotatie aan de reserve GO BW moet ingeschat worden wat het saldo is einde 2023. Schatting is dat dit € 21,3 miljoen bedraagt.
Ontwikkeling Reserve GO BW (in duizenden euro's) Begin Dotatie - BW Onttrekking - BW Innovatie Onttrekking - BW overig Onttrekking - MO tekort binnen reservestand ultimo 2023
€ € € € €
Onttrekking - Resterend exploitatietekort MO
Ultimo
€
2023 17.108 € 8.662 € -330 € -160 -4.004 € 21.275 €
2024 21.275 € € -2.260 €
2025 15.026 € € -2.260 €
2026 9.052 -338
-3.989 € 15.026 €
-3.714 € 9.052 €
-3.714 5.000
Tabel 3. Ontwikkeling reserve Beschermd Wonen Bij de ontwikkeling van de reserve GO BW is het belangrijk om op te merken dat er vooralsnog niet uitgegaan wordt van een (jaarlijkse) dotatie aan de reserve vanwege een overschot op het historisch budget, omdat in de begroting uitgegaan wordt van het principe ‘rijksbudget is werkbudget’. Om tot een prognose van de reservestand per eind 2023 te komen, wordt allereerst het verwachte overschot 2023 op Beschermd Wonen ad. € 5,3 miljoen gedoteerd plus de extra middelen uit de meicirculaire 2023 van ca. € 3,0 miljoen, minus ca. € 490.000 aan kleine onttrekkingen voor de prognose op innovatiefonds bestedingen en voorbereidingskosten voor Domus Plus. Daarnaast is een inschatting gemaakt van het exploitatietekort 2023 op MO (zie bijlage 2). Dit tekort is vooralsnog circa € 6,0 miljoen (waarvan ca. € 1,5 miljoen incidenteel). Hiervan is € 3 miljoen gedekt uit de lopende exploitatie van BW (zie b.) en de resterende circa € 3,0 miljoen is ten laste gebracht van de reserve. Daarnaast leiden alle historische dotaties en onttrekkingen ultimo 2023 tot een negatief saldo van circa € 4,0 miljoen (zie tabel 3) voor MO binnen de reserve OW&H. Op dit moment wordt onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van maatregelen om beter in control te komen over de kosten voor de MO. Omdat het onderzoek nog loopt, zijn deze niet verwerkt.
Het tekort wordt in mindering gebracht op het saldo BW van ruim € 25 miljoen binnen de reserve OW&H. Daarmee is het verwachte saldo voor de reserve GO BW
10
ultimo 2023 circa € 21,3 miljoen. In 2024, 2025 en 2026 zijn de onttrekkingen voor het innovatiefonds van respectievelijk circa € 2,3 miljoen, € 2,3 miljoen en € 0,3 miljoen weergegeven, evenals de verwachte onttrekking voor het geschatte resterende tekort op de MO van circa € 4,0 miljoen (na aftrek van het reeds gereflecteerde tekort in de exploitatie van € 3,0 miljoen), waardoor de reserve afneemt naar circa € 15,0 miljoen ultimo 2024. Het resterende tekort op de MO van circa € 4,0 miljoen in 2024 is onder voorbehoud dat het aantal opvangplekken in het Anton Pieckhofje kan worden uitgebreid per 1 januari 2024 en is afhankelijk van de vorderingen op de verbouwing en een onderzoek naar de effecten van de geluidsisolerende aanpassingen. Een verwachte stijging in de exploitatielasten van het Anton Pieckhofje van € 250.000 is daarvoor meegenomen, maar tegelijkertijd vallen de kosten voor het Joops hotel van ruim € 1,2 miljoen weg vanaf 2024. Indien de oplevering van de verbouwing uitloopt of het onderzoek een onverwachts en ongewild resultaat laat zien, zullen er extra incidentele kosten gemaakt moeten worden om de daklozen in het Joops Hotel elders op te vangen.
In tabel 3 is geen rekening gehouden met de extra structurele middelen MO uit het coalitieakkoord van het Rijk (€ 65 miljoen op landelijk niveau) voor 2024 en verder, omdat nog niet bekend is om welke bedragen dat zal gaan voor de centrumgemeente Haarlem. Voor 2023 ging het om een kleine € 1,1 miljoen, welke reeds in de reservestand is verwerkt. Vanwege het structureel resterende tekort voor MO van € 3,7 miljoen per jaar voor 2025 en 2026, is de reservestand per eind 2026 € 5 miljoen. Daardoor is het risico dat de deelnemende gemeenten zullen moeten bijdragen aan de reserve beperkt.
3.6
Risico’s en kanttekeningen Voor de regionale taak BW wordt vanuit het Rijk een flink budget uitgekeerd. De gemiddelde kosten per cliënt zijn echter hoog (tussen de € 30.000 en € 50.000 per jaar). Er is een wachtlijst voor BW-plekken. Daarnaast zijn de voorzieningen in de regio voornamelijk geconcentreerd in Haarlem.
3.6.1 Risico’s : ✓
✓
✓
✓ ✓
✓
11
De wettelijke doordecentralisatie is door het Rijk verschillende keren gewijzigd/uitgesteld. Het risico bestaat dat de invoering opnieuw wordt uitgesteld of mogelijk zelfs helemaal niet doorgaat. In dat geval start het GO BW, en draagt de gemeente Haarlem alle middelen die ze als centrumgemeente Beschermd Wonen ontvangen vanuit het Rijk over aan het GO BW. Naar verwachting vanaf 2025 wordt het objectieve verdeelmodel ingevoerd, dit sluit mogelijk onvoldoende aan bij de werkelijkheid in de regio en per gemeente. Ook is het verdeelmodel nog niet definitief en kan het in theorie nog naar beneden bijgesteld worden. De middelen voor huidige cliënten (die een beschikking voor BW hebben ontvangen voor de ingangsdatum van de Wet woonplaatsbeginsel en het nieuwe verdeelmodel) worden na de doordecentralisatie afgebouwd. Mogelijk zijn de kosten voor deze groep hoger dan het beschikbare historische budget, bijvoorbeeld als cliënten door de krapte op de woningmarkt niet kunnen uitstromen naar een eigen woning en daardoor langer dan verwacht in BW (moeten) verblijven. Het bijbehorende risico is dat de reserve van het GO BW in de toekomst niet (langer) in staat stelt om de tekorten op te vangen en individuele gemeenten de reserve moeten aanvullen.
Als cliënten langer verblijven in de (regionale) BW-voorzieningen, of als het aantal cliënten sneller toeneemt dan verwacht, kan dit leiden tot langere wachtlijsten of extra zorgkosten. Hogere frictiekosten als gevolg van de overgang naar nieuwe contracten bij aanbieders. U kunt hierbij denken aan kosten die verband houden met het overdragen van locaties en/of medewerkers. De hoogte van eventuele frictiekosten die voor rekening komen van de regio zijn moeilijk te schatten. Indien deze kosten hoger zijn dan begroot (en voor rekening komen van de regio) dan worden deze gedekt uit de reserve. Mogelijk hogere tarieven als gevolg het opnieuw contracteren van de zorg en indexatie. In deze begroting is met een tariefstijging van 7,5% rekening gehouden. De daadwerkelijke stijging wordt verwerkt in de definitieve begroting.
Landelijke maatregelen om de groei in het gebruik van de Wet Langdurige zorg terug te dringen, waarbij naar verwachting het beroep op Beschermd Wonen kan gaan stijgen. Ook is er een risico op een financiële uitname op het BW-budget.
✓
3.6.2
Hoe gaan we om met deze risico’s? ✓ ✓
✓
✓
12
De ontwikkelingen met betrekking tot financiën en het aantal cliënten zullen door het GO en de individuele gemeenten nauw gemonitord worden. Om de financiële risico’s voor individuele gemeenten op te vangen zijn er voor de eerste drie jaar – vanaf de wettelijke doordecentralisatie- vereveningsafspraken gemaakt om het risico voor de individuele gemeenten te beperken. Door opbouw van (goedkopere) lokale voorzieningen voor BW kunnen gemeenten voorkomen dat ze aangewezen blijven op de (duurdere) regionale voorzieningen. En kan voorkomen worden dat de uitstroom stokt. Door de samenwerkingsafspraken in het GO BW en door voortdurend af te stemmen met alle partners houden we vinger aan de pols en spelen we in op actuele ontwikkelingen en uitdagingen.
Bijlage 1. Formatie GO BW 2024 en 2025-2026 2024 GO BW en Lokaal
FTE
2024 GO Formatieve Loonsom per Overhead Kosten FTE FTE toeslag (inc. Overhead)
2024 Totaal van alle gemeenten Kosten FTE FTE (inc. Overhead)
Netwerkregisseur BW-beleid (gemeente) (totaal, niet extra)
1,00 1,83
2,60
Contractmanager (GO/gemeente)
0,97
0,50
Casemanager (GO/gemeente) Toegangsexpert (complex, RET) Regionaal ondersteuner toegang (RET)
5,29 -
2,60 0,55 -
Administratieve ondersteuning
1,58
0,98
Teammanager URB (bij netwerkregisseur) Secretaris Financiën, communicatie, ICT, juridisch (overh)
-
7,23
1.015.415
FTE
2033 Formatieve Loonsom per FTE
Overhead toeslag
Kosten FTE (inc. Overhead)
157.018 -
1,00 -
119.018 -
38.000 -
157.018 -
10,66
938.552
461.448
1.400.000
2025-2026 vs. 2033 GO BW
FTE Netwerkregisseur BW-beleid (gemeente) (totaal, niet extra)
1,00 -
Contractmanager (GO/gemeente) Casemanager (GO/gemeente) Toegangsexpert (complex, RET) Regionaal ondersteuner toegang (RET)
2025 en 2026 Formatieve Loonsom per Overhead Kosten FTE FTE toeslag (inc. Overhead) 119.018 -
38.000 -
0,60
63.503
22.800
86.303
0,60
63.503
22.800
86.303
2,40 0,75 1,30
201.319 69.594 120.630
91.200 28.500 49.400
292.519 98.094 170.030
0,30 -
27.838 -
11.400 -
39.238 -
Administratieve ondersteuning
1,00
74.659
38.000
112.659
0,25
18.665
9.500
28.165
Teammanager URB (bij netwerkregisseur) Secretaris Financiën, communicatie, ICT, juridisch (overh)
0,10
11.902
3.800
15.702
0,10
11.902
3.800
15.702
7,15
710.171
292.078
1.002.249
2,25
258.994
91.913
350.907
13
Bijlage 2. Exploitatietekort Maatschappelijk Opvang (situatie mid-2023) Lasten Structurele kosten MO Incidenteel: Pilot 24 uurs opvang Velserpoort Incidenteel: Tijdelijke opvang Joops hotel Totaal Baten Rijksbijdrage (stand mei circulaire '23) Overige dekking Ophoging rijksbijdrage Brede aanpak dak- en thuisloosheid Totaal Tekort Reeds gedekt uit overheveling rijksbijdrage Beschermd Wonen Resterend tekort (ten laste van reserve)
14
2023
2024
2025
2026
13.412 255 1.237 14.905
14.525 275
14.525
14.525
14.800
14.525
14.525
2023
2024
2025
2026
-7.467 -3.375 -1.062 -11.904
-7.467 -343 pm -7.811
-7.467 -343 pm -7.811
-7.467 -343 pm -7.811
3.000
6.989
6.714
6.714
-3.000
-3.000
-3.000
-3.000
0
3.989
3.714
3.714
Bijlage 3. Lokale uitvoeringskosten in duidenden euro's
2024
2025
2026
Bijdrage per gemeente aan overige kosten GO Beverwijk Bloemendaal Haarlemmermeer Heemskerk Heemstede Velsen Zandvoort Haarlem Totale kosten
-
18 10 49 14 9 27 7 75 209
57 33 159 47 28 87 22 244 678
Personeelskosten buiten GO per gemeente* Beverwijk Bloemendaal Haarlemmermeer Heemskerk Heemstede Velsen Zandvoort Haarlem Totale kosten
92 79 213 85 79 130 79 259 1.015
184 158 426 171 158 259 158 518 2.031
184 158 426 171 158 259 158 518 2.031
Lasten
*De personeelskosten buiten de GO per gemeente voor 2024 worden gedekt door een bijdragen vanuit het GO BW.
15
Bijlage 4: memo wijzigingen ontwerpbegroting 2024-2026
Memo Van:
Werkgroep financiën
Datum:
14 november 2022
Aan:
Stuurgroep doordecentralisatie BW
Status:
Vertrouwelijk
Cc: Onderwerp:
Nota toelichting wijziging ontwerpbegroting 2024 - 2026
Introductie Deze memo geeft een toelichting op de belangrijkste wijzigingen van de ontwerpbegroting 2024 – 2026 Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen. In juli 2022 is bekend geworden dat de invoering van het nieuwe financiële verdeelmodel voor BW en van het woonplaatsbeginsel is uitgesteld, naar ten minste 1 januari 2024. Mede door dit uitstel is het voornemen dat het Gemeenschappelijke Orgaan BW vanaf 1 januari 2024 in werking treedt. Vanuit de veronderstelling dat het GO BW eerder (per 1 januari 2023) in werking zou treden hebben uw raadsleden hun zienswijze afgegeven op de ontwerpbegroting 2023 – 2025. Door het uitstellen van de ingangsdatum van het GO BW is de ontwerpbegroting geactualiseerd en zijn de opmerkingen uit de zienswijzen zo goed als mogelijk verwerkt. Deze memo geeft u inzicht in de belangrijkste wijzigingen ten aanzien van voorgaande ontwerpbegroting BW. Geactualiseerde versie Deze ontwerpbegroting betreft een geactualiseerde versie van de ontwerpbegroting 2023-2025 die we het voorjaar 2022 aan u voor hebben gelegd en waarop u uw zienswijze heeft gegeven. In deze versie zijn de volgende aanpassingen verwerkt: -
De financiële cijfers zijn geactualiseerd op basis van de huidige inzichten;
-
Op basis van de Septembercirculaire 2022 zijn verwerkt en zo goed als mogelijk vertaald naar de te verwachten rijksuitkering per gemeente;
-
De formatie van lokale en regionale medewerkers is herzien;
-
Hoewel het kostprijsonderzoek nog loopt is er een voorlopige kostenstijging van 7.5% van de tarieven opgenomen;
-
De risicoparagraaf is herzien en uitgebreid;
-
De inhoudelijke teksten zijn zoveel mogelijk vereenvoudigd;
-
Er is inzicht gegeven in de mate waarin ontwikkelingen in cliëntaantallen en de tarieven richting zorgaanbieders de reservepositie beïnvloedt. Hoewel wij ons realiseren dat de ontwerpbegroting complexe materie bevat met daarbij een groot aantal onzekerheden, hopen wij met bovenstaande aanpassingen een beter en evenwichtig beeld te hebben afgegeven.
16
Reactie op zienswijzen Van diverse gemeenten hebben wij een zienswijze ontvangen op de eerder aangeleverde ontwerpbegroting. Onderstaand treft u per gemeente een beschrijving van de manier waarop de opmerkingen zijn verwerkt:
Gemeente Beverwijk De gemeente Beverwijk heeft op 30 juni 2022 ingestemd met de ontwerpbegroting en heeft geen zienswijze ingediend.
Gemeente Bloemendaal De gemeente Bloemendaal heeft op 2 juni 2022 ingestemd met de ontwerpbegroting en heeft geen zienswijze ingediend.
Gemeente Haarlem Beide gemeenteraden hebben geen zienswijze geformuleerd en hebben positief geadviseerd over de ontwerpbegroting. Wethouder Meijs heeft toegezegd dat de gelden uit het innovatiefonds alleen besteed worden aan Beschermd Wonen. Bovenstaande toezegging is verankerd in het GO BW.
Gemeente Haarlemmermeer De zienswijze van de gemeente Haarlemmermeer bevat de volgende punten. Algemeen beeld Wij zijn verheugd dat de ontwerpbegroting laat zien, dat voor de periode 2023-2025 voldoende middelen beschikbaar zijn om alle kosten van het GO BW te dekken en dat bovendien naar verwachting voldoende middelen beschikbaar zijn voor innovatie. Als aandachtspunt willen wij meegeven dat op een aantal punten in de begroting meer transparantie nodig is, zodat wij meer inzicht krijgen in de (verwachte) financiële ontwikkelingen binnen het GO BW. De doordecentralisatie BW gaat gepaard met verschillende financiële onzekerheden deze komen hoofdzakelijk doordat de instroom van cliënten onzeker is. In voorliggende ontwerpbegroting is gepoogd om deze zo goed als mogelijk in beeld te brengen en toe te lichten. Vereveningsfonds Om financiële risico’s te beperken en de continuïteit van zorg voor de inwoners in onze gemeente en in de regio als geheel te waarborgen is afgesproken dat de eerste drie jaar eventuele tekorten en overschotten op de zorgkosten per gemeente onderling verrekend worden via een vereveningsfonds. Bij de start van het GO BW is dit vereveningsfonds leeg, maar aan het eind van het eerste begrotingsjaar zullen middelen toegevoegd en onttrokken worden aan het vereveningsfonds.
Het is wenselijk om de stand van het vereveningsfonds op te nemen in de begroting, zodat gemeenten hier zicht op hebben.
17
Bij aanvang van het GO BW is dit fonds inderdaad leeg. Vanaf 2025 zal in de begroting de stand van het vereveningsfonds worden opgenomen. Regionale reserve Beschermd Wonen In de begroting bent u ervan uitgegaan dat de volledige rijksbijdrage nodig is voor uitvoeringskosten en zorgkosten, terwijl voorgaande jaren altijd is sprake geweest van overschotten. Verwachte meevallers zijn echter niet opgenomen in de ontwerpbegroting, omdat niet met zekerheid te zeggen is, dat ze zich daadwerkelijk zullen voordoen. Wij begrijpen de keuze voor deze begrotingssystematiek, maar zien als risico dat de begroting onvoldoende aansluit bij de werkelijke situatie. Doordat er geen dotaties zijn aan de reserve en wel extra onttrekkingen, ontstaat bovendien de situatie dat de reserve van het GO BW vanaf 2024 onder de afgesproken minimumgrens van € 5 miljoen komt, waardoor gemeenten vanaf 2024 in hun eigen begroting middelen moeten reserveren om de reserve van het GO BW aan te zuiveren of dit als risico op moeten nemen. Om onnodige reserveringen in onze eigen begroting te voorkomen, is het van belang dat in (de toelichting bij) de definitieve begroting duidelijk wordt hoe de reserve van het GO zich naar verwachting zal ontwikkelen, wanneer rekening gehouden wordt met verwachte meevallers.
Dit klopt, ook in voorliggende begroting is vastgehouden aan deze (waarschijnlijk conservatieve) begrotingssystematiek. Wij kunnen echter geen duidelijkheid verschaffen over de wijze waarop de begroting zich gaat ontwikkelen en durven hier geen voorspellingen over te doen. Het GO BW stelt elk jaar een jaarrekening op waarin het overschot inzichtelijk wordt gemaakt en duidelijk wordt hoe de reservepositie zich ontwikkelt. Innovatiefonds Het is positief dat in de begroting jaarlijks middelen zijn opgenomen voor innovatie. Het heeft echter onze voorkeur de jaarlijkse middelen voor innovatie te storten in en te onttrekken aan een apart fonds en om de verwachte stand van dit fonds op te nemen in de begroting omdat het bij het ontwikkelen van nieuwe (woon)voorzieningen voor de BW-doelgroep vaak gaat om langdurige trajecten, die meerdere (beleids)onderdelen betreffen en jaar overschrijdend zijn. De middelen worden inderdaad technisch als een aparte reserve opgenomen om deze beschikbaar te hebben en te houden voor investeringen in innovatie en (woon)voorzieningen. Dekking tekorten Maatschappelijke Opvang In het GO is vastgelegd dat de eerste drie jaren het tekort van de centrumgemeente Haarlem op het budget voor maatschappelijke opvang (MO) wordt gedekt uit de reserve van het GO BW. Uit de ontwerpbegroting blijkt dat dit tekort hoger is dan eerder besproken en verwacht.
Het is van belang dat wij meer inzicht krijgen in de oorzaken van het tekort en de beheersmaatregelen die genomen worden om een verdere toename van het tekort tegen te gaan. Alleen dan kunnen we als gemeenten samen goed invulling geven aan de afspraak om toe te werken naar een situatie in 2026 waarbij passende en goede zorg voor de MO-doelgroep gerealiseerd wordt. binnen het budget dat daarvoor beschikbaar gesteld wordt door het Rijk. Er is besloten om in het eerste half jaar van 2023 door een externe partij onderzoek te laten doen naar de tekorten op de maatschappelijke opvang en naar de mogelijkheden om deze kosten beheersbaar te houden. Mede op basis hiervan zal een actieplan tot stand komen.
18
Gemeente Heemskerk Beschermd Wonen als gezamenlijke verantwoordelijkheid Eind februari 2022 heeft de staatssecretaris van VWS bekend gemaakt dat de wetswijziging om het woonplaatsbeginsel en daarmee het objectieve verdeelmodel door te voeren, is uitgesteld met minimaal 1 jaar. Wij vinden het van belang dat de beoogde wijziging van een centrumgemeente regeling naar een regeling van een gemeenschappelijk orgaan met ingang van 1 januari 2023 doorgaat. De regeling van een gemeenschappelijk orgaan weerspiegelt dat colleges en raden in de regio gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de taken rondom Beschermd Wonen, conform de bedoeling van de doordecentralisatie Beschermd Wonen. De mogelijkheden om het GO BW toch per 1 januari 2023 in werking te laten treden zijn verkend. Op basis van deze verkenning is besloten om het GO BW, ongeacht de inwerkingtreding van het woonplaatsbeginsel, per 1 januari 2024 in te laten gaan. Vereveningsfonds In het gemeenschappelijk orgaan zijn voor de jaren 2023, 2024 en 2025 vereveningsafspraken gemaakt, om zo de mogelijke financiële risico’s van het nieuwe verdeelmodel te dekken. Wij dringen erop aan dat de vereveningsafspraken (voor 3 jaar) aanvangen vanaf het moment dat gemeenten op basis van een objectief verdeelmodel middelen voor Beschermd Wonen van het Rijk krijgen.
Vanaf dat moment ontstaan er pas financiële risico’s voor de individuele gemeenten. De afspraken uit het GO BW komen aan deze wens tegemoet. Het tekort op de Maatschappelijke Opvang Jaarlijks wordt er een tekort van meer dan 3 miljoen euro op de Maatschappelijke Opvang gedekt uit het overschot op de middelen voor Beschermd Wonen. Wij dringen erop aan dat er voor het einde van dit jaar een onafhankelijk onderzoek en een concreet plan komt naar de mogelijkheden om het rijksbudget en het werkbudget te laten samenvallen. Er is besloten om in het eerste half jaar van 2023 door een externe partij onderzoek te laten doen naar de tekorten op de maatschappelijke opvang en naar de mogelijkheden om deze kosten beheersbaar te houden. Mede op basis hiervan zal een actieplan tot stand komen. De opbouw van de begroting De begroting van het Gemeenschappelijk Orgaan bestaat voor het grootste gedeelte uit zorgkosten en voor een kleiner gedeelte uit personeelslasten. Wij zien graag in de definitieve begroting van het Gemeenschappelijk Orgaan wat het uitstel van het objectieve verdeelmodel betekent voor de begroting van het Gemeenschappelijk Orgaan. Wij gaan ervan uit dat de systematiek en de uitgangspunten van de ontwerpbegroting ongewijzigd blijven. We verwachten geen grote veranderingen in de definitieve begroting.
Dat klopt, de ontwerpbegroting bevat geen grote veranderingen ten aanzien van de systematiek en/of de verhouding tussen de zorgkosten en personeelslasten.
19
Gemeente Heemstede 1.
Wij zijn verheugd dat de ontwerpbegroting laat zien, dat voor de periode 2023-2025 voldoende middelen beschikbaar zijn om alle kosten van het GO BW te dekken en dat bovendien naar verwachting voldoende middelen beschikbaar zijn voor innovatie. Ook in voorliggende ontwerpbegroting is dit gewaarborgd.
2.
Zoals ook is aangegeven, is begin maart 2022 bekend geworden dat de invoering van de Wet woonplaatsbeginsel wordt uitgesteld voor Beschermd Wonen. Ook de invoering van het nieuwe verdeelmodel voor Beschermd Wonen wordt uitgesteld. Omdat op dit moment niet bekend is tot wanneer er wordt uitgesteld en wat de eventuele gevolgen zullen zijn voor gemeenten, worden hiervoor verschillende scenario’s uitgewerkt. De financiële effecten van de ontwikkelingen worden, voor zover bekend, opgenomen bij de definitieve begroting en bij de voortgangsrapportage(s). Ons uitgangspunt blijft dat de benodigde kosten (zorgkosten, bijdrage aan GO BW en lokale uitvoeringskosten) binnen het beschikbare rijksbudget blijven. Voorliggende ontwerpbegroting gaat ervan uit dat het woonplaatsbeginsel per 1 januari 2024 in werking treedt. Wanneer blijkt dat deze opnieuw wordt uitgesteld dan gaat het GO BW evengoed per 1 januari 2024 van start en wordt de financiële impact hiervan verwerkt in de definitieve begroting BW 2024 – 2026.
3.
In de ontwerpbegroting zijn geen dotaties aan de reserve opgenomen. Ervan uitgegaan is dat de volledige rijksbijdrage nodig is voor uitvoeringskosten en zorgkosten, terwijl voorgaande jaren altijd sprake is geweest van overschotten. Verwachte meevallers zijn echter niet opgenomen in de ontwerpbegroting, omdat niet met zekerheid te zeggen is dat ze zich daadwerkelijk zullen voordoen. Wij begrijpen de keuze voor deze begrotingssystematiek, maar zien als risico dat de begroting onvoldoende aansluit bij de werkelijke situatie. Doordat er geen dotaties zijn aan de reserve en wel extra onttrekkingen, komt de reserve van het GO BW vanaf 2024 onder de afgesproken minimumgrens van € 5 miljoen, waardoor gemeenten vanaf 2024 (in theorie) middelen moeten reserveren om de reserve aan te zuiveren of dit als risico op moeten nemen in hun eigen begroting. Om onnodige reserveringen in de eigen middelen van Heemstede te voorkomen, is het van belang dat in (de toelichting bij) de definitieve begroting duidelijk wordt hoe de reserve van het GO zich naar verwachting zal ontwikkelen, wanneer rekening gehouden wordt met verwachte meevallers. Dit klopt, ook in voorliggende begroting is vastgehouden aan deze (waarschijnlijk conservatieve) begrotingssystematiek.
Wij kunnen echter geen duidelijkheid verschaffen over de wijze waarop de begroting zich gaat ontwikkelen en durven hier geen voorspellingen over te doen. Om tegemoet te komen aan uw wensen hebben wij in de bijlage een tabel toegevoegd dat inzicht geeft in de ontwikkeling van de reserve wanneer de cliëntaantallen en tarieven wijzigingen. Het GO BW stelt elk jaar een jaarrekening op waarin het overschot inzichtelijk wordt gemaakt en duidelijk wordt hoe de reserve zich ontwikkelt.
4.
In het GO BW is vastgelegd dat de eerste drie jaren het tekort van de centrumgemeente Haarlem op het budget voor maatschappelijke opvang wordt gedekt uit het GO BW. Het is van belang dat wij meer inzicht krijgen in de oorzaken van het tekort en de beheersmaatregelen die genomen worden om een verdere toename van het tekort tegen te gaan. Zodat de gemeenten samen goed invulling kunnen geven aan de afspraak om toe te werken naar een situatie in 2026, waarbij passende en goede zorg voor de MO-doelgroep gerealiseerd wordt binnen het budget dat daarvoor beschikbaar gesteld wordt door het Rijk. Er is besloten om in het eerste half jaar van 2023 door een externe partij onderzoek te laten doen naar de tekorten op de maatschappelijke opvang en naar de mogelijkheden om deze kosten beheersbaar te houden. Mede op basis hiervan zal een actieplan tot stand komen.
20
Gemeente Velsen Beschermd Wonen als gezamenlijke verantwoordelijkheid Eind februari 2022 heeft de staatssecretaris van VWS bekend gemaakt dat de wetswijziging om het woonplaatsbeginsel en daarmee het objectieve verdeelmodel door te voeren, is uitgesteld met minimaal 1 jaar. Wij vinden het van belang dat de beoogde wijziging van een centrumgemeente regeling naar een regeling van een gemeenschappelijk orgaan met ingang van 1 januari 2023 doorgaat. De regeling van een gemeenschappelijk orgaan weerspiegelt dat colleges en raden in de regio gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de taken rondom Beschermd Wonen, conform de bedoeling van de doordecentralisatie Beschermd Wonen. De mogelijkheden om het GO BW toch per 1 januari 2023 in werking te laten treden zijn verkend. Op basis van deze verkenning is besloten om het GO BW, ongeacht de inwerkingtreding van het woonplaatsbeginsel, per 1 januari 2024 in te laten gaan. Vereveningsfonds In het gemeenschappelijk orgaan zijn voor de jaren 2023, 2024 en 2025 vereveningsafspraken gemaakt, om zo de mogelijke financiële risico’s van het nieuwe verdeelmodel te dekken. Wij dringen erop aan dat de vereveningsafspraken (voor 3 jaar) aanvangen vanaf het moment dat gemeenten op basis van een objectief verdeelmodel middelen voor Beschermd Wonen van het Rijk krijgen. Vanaf dat moment ontstaan er pas financiële risico’s voor de individuele gemeenten.
De afspraken uit het GO BW komen aan deze wens tegemoet. Het tekort op de Maatschappelijke Opvang Jaarlijks wordt er een tekort van meer dan 3 miljoen euro op de Maatschappelijke Opvang gedekt uit het overschot op de middelen voor Beschermd Wonen. Wij dringen erop aan dat er voor het einde van dit jaar een onafhankelijk onderzoek en een concreet plan komt naar de mogelijkheden om het rijksbudget en het werkbudget te laten samenvallen. Er is besloten om in het eerste half jaar van 2023 door een externe partij onderzoek te laten doen naar de tekorten op de maatschappelijke opvang en naar de mogelijkheden om deze kosten beheersbaar te houden. Mede op basis hiervan zal een actieplan tot stand komen. De opbouw van de begroting De begroting van het Gemeenschappelijk Orgaan bestaat voor het grootste gedeelte uit zorgkosten en voor een kleiner gedeelte uit personeelslasten. Wij zien graag in de definitieve begroting van het Gemeenschappelijk Orgaan wat het uitstel van het objectieve verdeelmodel betekent voor de begroting van het Gemeenschappelijk Orgaan. Wij gaan ervan uit dat de systematiek en de uitgangspunten van de ontwerpbegroting ongewijzigd blijven. We verwachten geen grote veranderingen in de definitieve begroting. Dat klopt, de ontwerpbegroting bevat geen grote veranderingen ten aanzien van de systematiek en/of de verhouding tussen de zorgkosten en personeelslasten.
Gemeente Zandvoort Op 24 mei 2022 is er een akkoord gegeven op de ontwerpbegroting en is er geen verdere zienswijze geformuleerd.
21