Bijlage 5. Analyse milieu- en omgevingsaspecten locatie AWZI - sweco
Tekst van het document
Pagina 1 van 5 Het onderzoeksgebied ligt niet in een NNN-gebied. Een direct effect van het plan op het NNN-gebied is daarmee uitgesloten. Externe werking van projecten op NNN-gebieden is in Noord-Holland ook uitgesloten. Wel dient er een algemeen verkennend natuuronderzoek te worden opgesteld. Er worden daarom geen belemmeringen verwacht ten aanzien van de haalbaarheid. Natura-2000 | Ter inventarisatie van Natura2000-gebieden is www.natura2000.nl bekeken. In de directe omgeving van het | Het onderzoeksgebied ligt een Natura-2000 gebied. Een directe invloed van de onderzoeksgebied ligt een Natura2000-gebied. De volgende gebieden zijn in directe nabijheid aanwezig: | mogelijke planontwikkeling op dit gebied is daarmee niet te verwachten. Wel dient in - Kennemerland-Zuid, op circa 2400 meter. (Dit gebied is stikstofgevoelig, zie thema stikstof) | het verkennend natuuronderzoek naar de invloed op Natura-2000 gebied verder te worden beschreven. Zie het thema 'Stikstof' voor de analyse van de invloed van stikstofdepositie op de omliggende Natura-2000 gebieden. Flora-Fauna | Uit een eerste scan van het onderzoeksgebied voor soorten blijkt een aantal beschermde diersoorten aanwezig | Uit de scan en beschrijving van de omgeving blijkt dat er mogelijk beschermde plant- en te kunnen zijn (BESI, BIJ12). | diersoorten aanwezig kunnen zijn in het onderzoeksgebied.
Hiermee is de aanwezigheid Boerenzwaluw - nesten jaarrond beschermd, tenzij in de omgeving voldoende geschikte plekken zijn voor | van beschermde diersoorten niet uit te sluiten. Hierop dienen de volgende stappen nieuw nest. broedseizoen begin april - half september. | mogelijk ondernomen te worden: Gierzwaluw - nesten zijn jaarrond beschermd, broedseizoen eind april - eind augustus Huismus - nesten zijn jaarrond beschermd, broedseizoen maart tot half augustus | 1. Een verkennend natuuronderzoek (quickscan flora en fauna) gaat in detail in op de Kauw - nesten zijn beschermd. broedseizoen half maart - begin juni | mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten door middel van een habitat- en Kerkuil - nesten zijn jaarrond beschermd. broedseizoen half januari - eind augustus | bureau-onderzoek. Wanneer er geen uitsluitsel kan worden geconstateerd is een Torenvalk - nesten jaarrond beschermd, tenzij voldoende geschikte plekken in omgeving zijn. onderzoek nodig. | volgende stap: Broedseizoen maart - eind augustus | 2. Soortgericht onderzoek. Hierin wordt soort-specifiek onderzoek op locatie verricht Turkse tortel - nesten beschermd in broedseizoen. Broedseizoen half februari - eind november | om de aanwezigheid van een soort vast te stellen. Wanneer er geen uitsluitsel kan Witte kwikstaart - nesten beschermd in broedseizoen.
Broedseizoen half maart - eind november | worden geconstateerd is een volgende stap: Gebouwbewonende vleermuizen - Spleten en openingen in gebouwen waarin vleermuizen leven zijn | 3. In een activiteitenplan wordt beschreven hoe de effecten van de voorgenomen beschermd. Behoud bomenrijen, bosjes en water omdat ze dienen als vliegroute en jachtterrein. | werkzaamheden op de beschermde soort worden gecompenseerd en gemitigeerd. Dit Huisspitsmuis - In alle provincies geldt voor de huisspitsmuis het hele jaar een vrijstelling bij ruimtelijke | plan is essentieel voor het verkrijgen van een vergunning flora- en fauna activiteit. Een Ecologie | ontwikkeling. Niettemin geldt de zorgplicht | vergunning zal alleen worden afgegeven indien er sprake is van: 1. een geldig wettelijk belang, 2. er geen alternatief is (anders werken of ergens anders ontwikkelen), 3. De In de omgeving zijn de volgende kenmerken met bijbehorende flora- en fauna aspecten gevonden: | staat van instandhouding van de soort kan worden gegarandeerd (d.m.v. mitigerende Bouwwerken - Verblijfplaats vleermuizen - Jaarrond beschermde vogelnesten (huismus, gierzwaluw, boeren- | maatregelen). en huiszwaluw) Bomen - Jaarrond beschermde nesten vogels (bij buizerd en sperwer, ransuil, roek.
Holtes: verblijfplaats | Deze stappen zijn ten minste noodzakelijk voor het verkrijgen van een vleermuis / boommarter | omgevingsvergunning . Bomenrij - Essentiele vliegroute vleermuizen Bomen | Gemeente Heemstede heeft bepaalde boomzones waarbinnen een vergunningsplicht geldt voor het kappen | Gezien de afwezigheid van monumentale- en beeldbepalende bomen, en het feit dat en/of (her)planten van bomen. Daarnaast hebben bepaalde bomen binnen de gemeente een monumentale- | het project gebied niet in een bomenzone ligt, worden er geen belemmeringen en/of beschermde status. Uit de geraadpleegde bomenkaart (zie: https://www.heemstede.nl/bomenkaart) | verwacht in dit domein. valt op te maken dat het onderzoeksgebied niet binnen een boomzone staat. Ook zijn er in het gebied geen monumentale, en/of beschermde bomen aanwezig. Stikstof | Ter beschouwing van het risico op de haalbaarheid van het plan op basis van aspect stikstof is een indicatieve | De stikstofuitstoot als gevolg van de aanlegfase en de gebruiksfase is met de berekening gemaakt in de AERIUS Calculator 2025. | uitgangpunten zoals hiernaast benoemd berekend in de AERIUS Calculator 2025. Voor deze indicatieve berekening is het ruimte gebruik volgens Quickscan locatievoorziening Heemstede d.d.
| Voor de aanlegfase geldt met de meegegeven uitgangspunten dat er geen 07-10-2024 als uitgangspunt genomen; wetende 4.000 m2 BVO, en een plangebied van 4.000 m2. Er wordt | overschrijding wordt berekend. uitgegaan dat de realisatie van de bouw in één jaar wordt voldaan. Daarnaast dient er in dit gebied gebouwen gesloopt te worden alvorens de bouw kan beginnen. | Voor de gebruiksfase geldt met de meegegeven uitgangspunten dat er geen overschrijding wordt berekend. Met een ververtienvoudiging van de uitgangspunten Uitgangspunten aanlegfase: | (282 mvt/etmaal & 60 koude starts), wordt er geen overschrijding berekend. Voor de sloop wordt uitgegaan van een graafmachine- en vrachtwageninzet van 2 maanden. Voor het bouw- en woonrijp maken van het onderzoeksgebied wordt uitgegaan van kengetallen. Er wordt uitgegaan van een | N.B.: dit betreft een indicatieve berekening. voornamelijk prefab-bebouwing, waardoor de materieelinzet voor de bouw wordt geschat op 1 week aan | Bij de procedure omgevingsplan en/of bij aanvraag van de omgevingsvergunning is een telekraan- en vrachtwagen inzet. Gezien er huidige bebouwing is wordt er niet uitgegaan dat er geheid moet | definitief onderzoek naar stikstofdepositie nodig. Hierbij dienen de definitieve getallen worden. | (inzet materieel, verkeersbewegingen) nauwkeurig te worden bepaald en gemodelleerd.
Uitgangspunten gebruiksfase: Voor de gebruiksfase wordt uitgegaan van uitstoot als gevolg van verkeersgeneratie en koude starts. Betreft verkeer wordt uitgegaan van een generatie van 4,7 mvt/etmaal per parkeerplaats, conform een eerder uitgevoerd verkeersonderzoek voor een AZC in Oegstgeest door Goudappel (zie https://www.oegstgeest.nl/fileadmin/Oegstgeest_bestanden/Documenten/Inwoners/Zorg__welzijn_en_bijsta nd/statushouders_tijdelijke_huisvesting/Verkeersonderzoek_tijdelijke_huisvesting_statushouders.pdf). Voor het onderzoeksgebied wordt uitgegaan van 5 parkeerplakken (zie hoofdstuk parkeren), waardoor de verkeersgeneratie uitkomt op 4,7 x 6 = 28,2 / dag. Betreft koude starts wordt uitgegaan van 1 koude start per parkeerplaats per dag. Oppervlaktewater | Ten behoeve van de analyse van het oppervlaktewater is de Legger van het Hoogheemraadschap van Rijnland | Er dient rekening gehouden te worden met de aanwezige wateroppervlaktes. Gezien de geanalyseerd, gebaseerd op de Waterschapsverordening 2025. Hieruit volgt dat er geen oppervlaktewater | grootte van het onderzoeksgebied wordt verwacht dat hiermee rekening gehouden kan direct in het onderzoeksgebied aanwezig is. Wel is er "primaire" watergang direct aan de westzijde van het | worden in de opzet van het AZC. gebied aanwezig, als ook een "overige" watergang aan de zuidzijde van het gebied.
Gezien het onderzoeksgebied in de huidige situatie (grotendeels) is vehard, is de Het onderzoeksgebied is momenteels grotendeels verhard. Volgens Waterschapsverordening de Rijnlandse | verwachting dat water gecompenseerd dient te worden laag. Bij het ontwerp dient er Keur dient bij een verhardingstoename vanaf 500m2 waterberging gerealiseerd te worden. Bij berging in | echter wel rekening geworden dat er niet meer verharding toevoegd wordt. Mocht dit oppervlaktewater dient deze, conform artikel 41.6 Nieuw oppervlaktewater als waterberging uit | wel zo zijn, dan dient deze verhardingstoename alsnog gecompenseerd te worden. Dit is bovengeschreven waterschapsverordening een oppervlakte te hebben van minimaal 15% van de toegenomen | mogelijk door water alternatief te bergen of bestaande watergangen lokaal te verharding. | verbreden. Let op: naar alle waarschijnlijkheid wordt de Waterschapsverordening 2025 geüpdate in 2027. De nieuwe | Voor de ontwikkeling is een onderbouwend document benodigd, het zogeheten Weging beleidsregels hieruit zijn nog niet volledig helder. Hoogheemraadschap van Rijnland heeft in een | van het waterbelang, vooheen Watertoets voor het thema water, waar het vooraankondiging aangegeven dat er naast compensatie als gevolg van verhardingstoename, en dempen = | Hoogheemraadschap akkoord op geeft.
Dit is zowel voor een omgevingsplan als voor graven, mogelijk extra beleid komt ten aanzien van ophogen = compenseren. De invulling hiervan is top op | een omgevingsvergunningsaanvraag (Vergunning voor een buitenplanse omgevingsplan heden nog niet duidelijk. | activiteit) zie thema Planologie. Daarnaast is het ook te verwachten dat er een watervergunning bij het Hoogheemraadschap aangevraagd moet worden (dit is separaat van de omgevingsvergunningsaanvraag). Er worden voor het thema water verder geen belemmeringen verwacht. Grondwater | In de Klimaateffectatlas is de gemodelleerde Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) en de gemodelleerde | Voor de ontwikkeling is een onderbouwend document benodigd, het zogeheten Weging Gemiddeld Laagste Grondwaterstand (GLG) in het onderzoeksgebied bekeken. | van het waterbelang, vooheen Watertoets voor het thema water, waar het Hoogheemraadschap akkoord op geeft. Dit is zowel voor een omgevingsplan als voor GHG - de gemodelleerde GHG wordt in het noordelijk deel van het gebied geschat op 0,4 - 0,8m onder het | een omgevingsvergunningsaanvraag (Vergunning voor een buitenplanse omgevingsplan maaiveld. In het zuidelijk gedeelte van het onderzoeksgebied ligt de maatgevende grondwaterstand een stuk | activiteit) zie thema Planologie. lager; op 2,3 - 4m onder het maaiveld.
Water | GLG - de gemodelleerde GLG wordt in het noordelijk deel van het gebied gemoddelleerd op 0,8 - 1m onder het maaiveld. In het zuidelijk dele van het onderzoeksgebied ligt de laagste grondwaterstand een stuk later, op meer dan 2 meter onder het maaiveld. Legenda resultaat Pre-Scan AWZI (locatie 34) | Geen aanvullend onderzoek nodig Projectnummer: 51035964 | Bij verdere planvorming aanvullend onderzoek nodig Datum: 26-07-2026 | Kleine kans dat risico's invloed hebben op de haalbaarheid van het project Versie: Definitief | Grote kans dat risico's invloed hebben op de haalbaarheid van het project Disciplines | Thema's | Bevindingen | Conclusies | Resultaat Pre-Scan NNN | Er is een beschouwing gemaakt van de beheerkaart van het Natuur Netwerk Nederland van de provincie Noord- Holland. Het terrein ligt niet in een NNN-gebied. Op circa 250 meter ten noordwesten van het onderzoeksgebied ligt het dichtstbijzijnde NNN-gebied. Pagina 2 van 5 Waterveiligheid Ten behoeve van de analyse naar de waterveiligheid in het gebied is de Legger Waterveiligheid van het Hoogheemraadschap van Rijnland geraadpleegd. Hieruit volgt dat een deel van het onderzoeksgebied in de waterkeringszone van een regionale kering ligt. De zuidelijke strook van het onderzoeksgebied valt binnen de arcering 'kernzone' en 'beschermingszone'.
Een groot deel van het resterend gebied valt onder de buitenbeschermingszone. In de beschermingszones van de waterkering zijn zowel sloop- als aanbouwwerkzaamheden vergunningsplichtig in het Hoogheemraadschap van Rijnland. Bij werkzaamheden op- of aan de dijk dienen vergunningen aangevraagd te worden bij het Hoogheemraadschap Rijnland. Gezien aangenomen wordt dat er ten minste sloopwerkzaamheden in de (buiten)beschermingszone , en mogelijk ook bouwwerkzaamheden, plaatsvinden, zijn de voorgenomen werkzaamheden vergunningsplichtig bij het Hoogheemraadschap van Rijnland. De keuzes voor locatie en ontwerp kunnen invloed hebben op de benodigde vergunningen. Het wordt aangeraden in het ontwerp zoveel mogelijk afstand te bewaren tot de dijk. Er wordt aangeraden in de noordzijde te bouwen. Deze vergunningsaanvraag vormt, met bovengenoemde onderdelen, onderdeel van de watervergunning. Daarbij dient rekening te worden gehouden met een verwerkingstijd van 6-8 weken. Archeologie Het onderzoeksgebied valt binnen Cultuurnota 'Cultuur de verbindende factor 2022-2024' (gem. Heemstede) in het gebied HDE30A (donkerblauw). In deze gebieden gelden er regels aangaande het roerren in de bodem zonder zonderzoek. Voor dit gebied geldt dat archeologisch onderzoek dient uitgevoerd te worden voor bodemverstorende werkzaamheden vanaf 2.500 m2 én dieper dan 40cm.
Gezien de omvang van het AZC (3.092 m2, zie stikstofonderzoek), kan een archeologisch onderzoek niet worden uitgeloten. Echter kan het uitwerken van de uitgangspunten meer duiding geven of een onderzoek nodig is; wanneer bijvoorbeeld het BVO wordt verdeeld over 2 of meer bouwlagen, kan het totaal aan te roeren grond afnemen tot onder de grenswaarde. Daarnaast is er tijdens de aanleg van de huidige functie naar waarschijnlijkheid al in de grond geroerd. Het bevoegd gezag kan bepalen of er een nieuw archelogisch onderzoek benodigd is, wanneer blijkt dat er al in de grond is geroerd. Hiervoor dient contact opgenomen te worden met het bevoegd gezag. Mogeljike vervolgstappen ten aanzien van archeologisch onderzoek zijn: - Archeologische quick-scan. Deze kan naar uitwerking van de uitgangspunten uitwijzen of er een archeologisch (bureau) onderzoek benodigd is. +/- 1 dag werk. - Een archeologisch bureauonderzoek brengt alle beschikbare informatie in kaart die van toepassing is op het plangebied (met een buffer van 200 tot 500 m), waaronder eerder archeologisch onderzoek, historische kaarten, geologische gegevens, etc. Op basis van deze gegevens wordt een archeologische verwachting voor het plangebied opgesteld. Vervolgens wordt geadviseerd of een vervolgonderzoek noodzakelijk is.
Wanneer de archeologische verwachting laag is, of wanneer de geplande werkzaamheden geen risico vormen voor het verstoren van archeologische resten, kan het gebied worden vrijgegeven. Indien de verwachting middelhoog tot hoog is, wordt veldonderzoek geadviseerd, meestal in de vorm van een booronderzoek, waarmee wordt nagegaan of de bodemopbouw is verstoord en of er archeologische lagen aanwezig zijn. Milieukwaliteit (Verontreiniging/ sanering) Voor een overzicht van reeds uitgevoerde bodemonderzoeken is een beschouwing gemaakt van Bodemloket en de website van Omgevingsdienst IJmond. In Bodemloket zijn geen eerdere onderzoeken naar voren gekomen. Op de website van de OD is een bodemonderzoek uit 2005 gevonden (zie: https://odijmond.nAZCa4u.nl/bodem/DetailsPanel/Onderzoek/Default2.aspx?OnderzoekId=104588#) Uit het bodemonderzoek van 2005, uitgevoerd door Witteveen en Bos, blijkt: 'Op grond van de resultaten de aanwezigheid van een bodemverontreiniging van enige betekenis redelijkerwijs worden uitgesloten. De locatie is vanuit milieuhygyenisch oogpunt geschikt voor de huidige (en toekomstige) gebruiksvorm.' - hiermee doelend op de gebruiksvorm van waterzuiveringsinstallatie. Daarnaast benoemd het onderzoek: 'ln de grond zijn enkele licht verhoogde gehalten (overschrijding van de streefwaarde) gemeten.
ln het grondwater is ter plaatse van de slibverlading een maƟg verhoogd gehalte aan arseen gemeten en ver der zijn enkele licht verhoogde gehalten gemeten. De gemeten ijzer- en chloridegehalten geven geen eenduidig beeld.' Hieruit kan niet worden opgemaakt of de grond milieuhygienisch voldoet aan de eisen die gesteld worden aan (tijdelijke) woningen. Artikel 16.5 van de Omgevingswet schrijft voor dat rapporten en onderzoeken niet ouder mogen zijn dan 2 jaar, tenzij inhoudelijk onderbouwd (zie ook: https://iplo.nl/regelgeving/regels-voor-activiteiten/bodemmodules/voorafgaand- bodemonderzoek/). Dit betekend dat zonder degelijke onderbouwing, het onderzoek van Wittenveen en Bos niet volstaat. Een update van het bodemonderzoek met oog op het beoogd gebruik wordt daarom aangeraden. OO Voor een overzicht van de reeds uitgevoerde onderzoeken Ontpolofbare Oorlogsresten (OO) is een beschouwing gemaakt van de VEO-Bommenkaart. Hieruit volgt dat er geen vooronderzoek is opgesteld op deze locatie. Uit het vooronderzoek OO volgt of het onderzoeksgebied een verdacht gebied betreft. Dit onderzoek dient te worden uitgevoerd, gezien er geen recente onderzoeken bekend zijn in het onderzoeksgebied. Gezien het huidige bebouwde karakter van het gebied wordt het risico op aanwezige Ontplofbare Oorlogsresten zeer laag geacht.
Asbest In het onderzoekgebied is momenteel de voormalige waterzuiveringsinstallatie aanwezig. Deze bebouwing is opgeleverd in 1989 (zie: https://watersector.nl/rwzi/66/rwzi), en komt daarmee in aanmerking voor mogelijke bouw met asbest. Gezien het bouwjaar van de huidige bebouwing kan niet worden uitgesloten dat er asbest aanwezig is in het onderzoeksgebied. Er wordt sterk aangeraden een milieu-technisch onderzoek uit te voeren. Hoogteligging Voor de hoogteligging is de Actuele Hoogtekaart Nederland (AHN-5) geraadpleegd. Hieruit volgt dat het projectgebied redelijk stabiele hoogteligging heeft, tussen de 0 en 0,5m boven NAP. Het zuidwestelijke deel van het gebied ligt iets lager op NAP -0,2 / - 0m, en rond de wateropslag is een hogere hoogteligging aanwezig tot NAP 1,5m. Er wordt niet verwacht dat het verloop van de hoogte van het maaiveld een grote belemmering is voor de ontwikkeling. Er dient wel rekening gehouden te worden met de toekomstige hoogteligging en de afwatering vanaf het verhard oppervlak en groen richting lager gelegen gedeeltes, zeker gezien een groot deel van het omliggend gebied lager ligt dan het onderzoeksgebied. De effecten van de mogelijke ophoging op de afwatering dienen meegenomen te worden in de Weging van het waterbelang, vooheen Watertoets. Bodem Geotechniek
Pagina 3 van 5 Geotechniek | Bodemgesteldheid (Zettingsgevoeligheid) | Er is een beschouwing gemaakt van de gemodelleerde verwachte zettingsgevoeligheid tot 2050 van de | Het grootste gedeelte van het onderzoeksgebied is zettingsgevoelig. Door de Klimaateffectatlas. Hieruit volgt dat er ter plaatse van het onderzoeksgebied een gedeeltelijke | aanwezigheid van veen in het gebied is de kans op zettingen aanwezig. zettingsgevoeligheid is verwacht. Echter gezien de huidige bebouwing en functie van het gebied wordt verwacht dat de Voor deze tijdsperiode wordt in het grootste gedeelte van het onderzoeksgebied een matige zetting van 10- | ondergrond afdoende draagkracht heeft. Het risico op grote zettingen wordt hierom 20cm verwacht, en voor een dunne oostelijke strook een beperkte zetting van 3-10 cm. | niet groot geacht. Voor de bodemopbouw is het Dinoloket geraadpleegd. Uit het model BRO GeoTOP v1.6.1 blijkt dat er ter plaatse van het onderzoeksgebied een toplaag van veen aanwezig is tot 3,5m diepte, waanonder verschillende zandlagen liggen Omgevingsplan | Het onderzoeksgebied valt binnen het bestemmingsplan Landgoederen en groene gebieden - eerste herzieningOm de realisatie van een tijdelijk AZC mogelijk te maken is een planologische procedure (herziening vastgesteld op 22-12-2021). Op basis hiervan kent het gebied de functie 'Bedrijf - 1', met de | nodig.
Er kan worden afgeweken van het omgevingsplan door middel van een functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - rioolwaterzuiveringsinstallatie'. Ter plaatse van deze | buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa) of er kan gekozen worden voor een aanduiding is uitsluitend een rioolwaterzuiveringsinstalaltie toegestaan. Het gebied kent tevens de aanduiding | wijziging van het omgevingsplan. Aangezien het een tijdelijke ontwikkeling betreft, is 'Waarde - Archeologie 5'. De regels omtrent bouw- en sloopwerkzaamheden ter plaatse van deze | het aan te bevelen om het project met een Bopa mogelijk te maken. Dit is minder archeologisch aanduiding zijn geformuleerd onder het kopje "archeologie". | complex en scheelt veel tijd. Om de Bopa-procedure te kunnen starten is een ruimtelijke onderbouwing benodigd waarin wordt aangetoond dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (Etfal). Provinciale omgevingsverordening | Het onderzoeksgebied valt niet binnen het Beschermd Landschap (BL), en hoeft daarmee niet te voldoen aan | Vanwege de ligging in landelijk gebied is extra toestemming nodig van de provincie de eisen die gesteld worden voor bebouwing binnen deze gebieden. | Noord-Holland. Voor het onderzoeksgebied zijn nog geen nadere afspraken gemaakt. Dit kan voor risico's op de haalbaarheid van het gebied zorgen.
Dit kan nader door de Wel ligt het onderzoeksgebied volgens de Omgevingsverordening NH2022 in landelijk gebied. Conform artikel | gemeente worden uitgewerkt. 6.13 is er met voorliggend project sprake van een stedelijke ontwikkeling. Dit is uitsluitend toegestaan als voldaan wordt aan de criteria uit artikel 6.14. Dit dient te worden afgestemd met de provincie. Planologie Geluid door (spoor)wegverkeer | Uit de monitoringsmodellen van het RIVM (geraadpleegd op 08-06-2026) volgt dat ter plaatse van het | De geluidswaarde ter plaatse van het onderzoeksgebied voldoet aan de grenswaarde onderzoeksgebied een geluidsbelasting van circa < 60db is, waarbij in een groot gedeelte van het gebied een | die de gemeente Heemstede stelt, en komt overeen met het grote deel van de geluidsbelasting is van < 55db. | bewoonde omgeving van de gemeente. Er worden geen belemmeringen op dit gebied verwacht. Bij het toelaten van een tijdelijk geluidgevoelig gebouw geldt alleen de instructieregel van artikel 5.59 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), waarbij het geluid van één activiteit aanvaardbaar moet zijn. --> Voor tijdelijke huisvesting (< 10 jaar) geldt dat het geluidsniveau "aanvaardbaar" moet zijn. Dit dient te worden bepaald door het bevoegd gezag. Volgens Actieplan Geluid Heemstede 2024-2028 ligt de grenswaarde voor de gemeente Heemstede op 70dB Lden.
De WHO adviseert een waarde van 53 dB als advieswaarde. Omgevingsveiligheid | Voor de omgevingsveiligheid is de plaatsgebonden veiligheidskaart van Atlas Leefomgeving geraadpleegd (op Gemeenten dienen bij een ontwikkeling binnen aandachtsgebieden rekening te 08-06-2026). Uit deze kaart blijkt dat het onderzoeksgebied binnen de brandaandachtsgebieden valt als gevolg | houden met ongewone voorvallen. Ook dient er rekening te worden gehouden met de van een gasleiding van Gasunie ten noorden van het onderzoeksgebied. | plaatsgebonden risico contour. Omdat hier een deel van het plrojectgebied binnen een brandaandachtsgebied en binnen een contour van een plaatsgebonden risico valt, is Uit de Bevi (Besluit externe veiligheid inrichtingen) volgt niet of een AZC wordt geschaard onder kwetsbare | een analyse naar de toename van het groepsrisico en het plaatsgebonden risico nodig. objecten (zoals woningen; scholen; etc.). Er wordt vanuit gegaan dat dit wel het geval is (woonfuncties). | Mogelijk volgt een verantwoording van het groepsrisico. De uitkomsten van dit onderzoek hebben mogelijk gevolgen voor de inrichting van het projectgebied. Ook zijn In de Bkl (besluit kwaliteit leefomgeving), artikel 5.15 wordt gesteld dat binnen een brandaandachtsgebied | mogelijk extra maatregelen, zoals duidelijke vluchtroutes, nodig.
rekening wordt gehouden met de kans op het overlijden van een groep van 10 of meer personen per jaar als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval. Kwetsbare functies zijn mogelijk indien maatregelen worden getroffen of als het aantal doorgaans aanwezige personen beperkt is. Luchtkwaliteit | Op basis van gegevens van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) zijn ter plaatse van hetAlle waarden in het onderzoeksgebied blijven onder de grenswaarden. Bovendien dichtstbijzijnde toetspunt (34362354_8548) de volgende jaargemiddelde waarden gemeten in 2025: | draagt de beoogde ontwikkeling 'niet in betekende mate' (NIBM) bij aan PM10 - 16.09 | luchtverontreiniging. Daarom wordt verwacht dat het aspect luchtkwaliteit geen PM2.5 - 8,02 | belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling. NO2 - 12.68 De volgende waarden gelden als omgevingsgrenswaarden volgens het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl): - PM10: 40 ug/m3 - PM2,5: 25 ug/m3 - NO2: 40 ug/m3 Milieueffectrapportage (MER) | De ontwikkeling is te beschouwen als stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in categorie J11 uit bijlage V bij | De ruimtelijke onderbouwing/motivering kan gebruikt worden als aanmeldnotitie. het Omgevingsbesluit. Door de tijdelijkheid van het project wordt niet verwacht dat de beoogde ontwikkeling een grote impact heeft op de omgeving.
Gezien de conclusies uit deze prescan is het onwaarschijnlijk dat er via een passende beoordeling een mer nodig is. Verwacht wordt dat kan worden volstaan met een beknopte toelichting in de motivering zelf. Milieubelastende activiteiten | Voor alle milieubelastende activiteiten wordt aan de richtafstand voldaan, metDe juridisch-planologisch toegestane milieubelastende activiteiten in de omgeving van het onderzoeksgebied zijn geïnventariseerd aan de hand van het omgevingsplan. Door de toegestane (en feitelijk aanwezige) functies | uitzondering van het modelautosportterein. Ten aanzien van geluid vormt dit een in de omgeving van het projectgebied wordt uitgegaan van een rustig gebied. De volgende milieubelastende | belemmering. activiteiten zijn gelegen in de nabijheid van het projectgebied: - Gemeentewerf (mil cat 3.1): richtafstand 50m (gevaar), werkelijke afstand ± 120m. Er wordt dus voldaan aan | Zoals hierboven bij geluid door wegverkeer ook al is beschreven, geldt voor tijdelijke de richtafstand. | woningbouw met een termijn van minder dan 10 jaar onder het Besluit bouwwerken - Modelautosportterrein, ter plaatse van de functie 'Sport', functieaanduiding ‘specifieke vorm van sport - | leefomgeving soepelere eisen. De geluideisen zijn maximaal 10 dB minder streng dan bij modelautosport’.
Richtafstand 500 of 1000m, werkelijke afstand: 0m > wordt niet voldaan aan de richtafstand | permanente nieuwbouw. Geadviseerd wordt echter om vanuit bewonerscomfort uit te - Herenboeren Heemstede: richtafstand (? vraag voor gemeente), werkelijke afstand ±7,1m. Er wordt dus | gaan van de eisen die gelden voor permanente nieuwbouw, of we een nadere afweging voldaan aan de richtafstand. | te maken wat als aanvaardbaard wooncomfort wordt beschouwd. - Sportpark HBC: richafstand veldsportcomplex 50m (geluid), werkelijke afstand ± 132m. Er wordt dus voldaan aan de richtafstand. | Onderzoek naar de geluidshinder van MACH op de gevel van de eerstelijnsbebouwing is - Jachthaven aan Jaagpad 69: richtafstand 50m (geluid), werkelijke afstand ±176m. Er wordt dus voldaan aan | nodig en naar verwachting zijn ingrijpende geluidsmaatregelen nodig. Dit vormt de richtafstand. | mogelijk een risico voor de haalbaarheid van het project. Er is een een akoestisch onderzoek (Tauw, 2026) uitgevoerd waarin o.a. is een beschouwing gemaakt van de geluidshinder afkomstig van Model Auto Club Heemstede (MACH). Daarin wordt geadviseerd wordt om maatregelen te treffen om de mogelijke hinder in de dagperiode vanuit MACH te beperken. Het treffen van maatregelen aan de bron is niet mogelijk aangezien het om standaard modelauto’s gaat. Daarom moeten eventuele maatregelen worden getroffen in het overdrachtsgebied.
Door TAUW is het effect van een 4 m hoog scherm berekend langs de noordzijde van het terrein van MACH. Uit de berekeningen blijkt dat er met een scherm van 4 m hoogte langs de noordzijde van het terrein het geluidniveau met circa 3-5 dB afneemt. Op het grootste gedeelte van het terrein is het geluidniveau onder de grenswaarde van 50 dB(A) voor woningen. Geadviseerd wordt wel om het scherm absorberend uit te voeren aan de zijde van MACH om ongewenste reflecties te voorkomen. Een andere oplossing kan bestaan in het kiezen van een geschikt stedenbouwkundig plan voor de nieuwe woningen, waarbij het gebied zo wordt ingericht dat het geluid wordt afgeschermd. De gevels van de nieuwe woningen worden dan wel blootgesteld aan relatief hoge geluidbelastingen tot 57 dB(A). Door de afschermende werking van de eerstelijnsbebouwing ontstaat een geluidluw binnengebied. Voor in ieder geval de eerstelijnsbebouwing moet voor het definitief ontwerp de geluidwering van de gevel worden beoordeeld. Pagina 4 van 5 Gewasbeschermingsmiddelen Er dient rekening gehouden te worden met de Herenboeren Heemstede. Voor bouwen rond agrarische bedrijven gelden mogelijke beperkingen als gevolg van regels rondom spuitzoneringen. Conform de laatste jurisprudentie geldt een minimale afstand van 50 meter als bufferzone. Gezien de afstand tot deze boerderij dient hier rekening mee gehouden te worden.
Bij de inrichting van het projectgebied dient rekening gehouden te worden met de afstand tot agrarische gronden waar gewasbeschermingsmiddelen gebruikt mogen worden. Mogelijke vervolgstappen: - zelf 50 meter inwaarts zoneren. Hier mogen geen activiteiten plaatsvinden waar mensen langdurig verblijven (zoals wonen), en ook geen bankjes of verblijfsplekken gecreëerd worden. - 50 meter uitwaarts zoneren, ten koste van het agrarisch gebied. Dit dient in overleg met de agrariër. Ook dient dit er een wijziging van het omgevingsplan (WOP) uitgevoerd te worden om dit vast te leggen. Luchthavenindelingsbesluit Maximale bouwhoogte als gevolg van Schiphol = 80-100m. Het ligt niet in de lijn der verwachtingen dat het AZC meer dan 20 verdiepingen hoog wordt gebouwd. Geen belemmeringen verwacht Nadeelcompensatie (voorheen planschade) Omwonenden kunnen recht hebben op nadeelcompensatie. Er is nader onderzoek nodig in hoeverre nadeelcompensatie een risico is. Nader onderzoek is nodig. Wegenstructuur Verkeersonsluiting kan plaatsvinden via de Cruquiusweg. Het wordt onwaarschijnlijk geacht dat een toename van 28,2 mvt/etmaal (voor verkeersgeneratie, zie hoofstuk "stikstof") de maximale verkeersdeelname overschrijdt. Echter dient er wel rekening gehouden te worden met de breedte van de Cruquiusweg; deze bedraagt circa 3,70m, en wort mogelijkerwijs gedeelt met groot agrarisch materieel.
Openbaar vervoer: De dichtstbijzijnde bushalte is Heemstede Zuidoost. Hier rijdt bus 340 acht keer per uur in westelijke richting naar station Haarlem en in oostelijke richting naar busstation Uithoorn . Deze halte is 10min lopen (700). De Cruquiusweg heeft voldoende capaciteit om de beoogde (conservatieve) verkeersintensiteit op te vangen. Een aandachtspunt is de mogelijke deelname van agrarische voertuigen op deze locatie. Een ander aandachtspuntbetreft het langzaam verkeer. Deze zullen naar waarschijnlijkheid gebruikmaken van dezelfde weg. Echter is deze niet verlicht, en loopt door gedeeltelijk agrarisch land, wat tot (sociaal) onveilige situaties kan leiden wanneer het donker is. De nabijheid en frequentie van de dichtsbijzjinde bushalte voldoet net niet aan de richtlijnen van provincie Noord Holland wat betreft afstand tot bushaltes (600m voor hoger frequente bushaltes). Zie: https://www.noord- holland.nl/bestanden/pdf/Verkeer_Vervoer/Infographic%20NoordWest%20Noord- Holland_DEF.pdf Parkeren In het RFPvE voor opvanglocaties van het COA wordt voor 50 opvangplekken uitgegaan van 4 parkeerplaatsen. Dit is gelijk met het gestelde aantal parkeerplekken dat door de gemeente Heemstede is opgenomen in de Nota Parkeernormen Heemstede 2024 (welke gebaseerd is op de CROW parkeerkencijfers 2024).
Hierin wordt namelijk voor een ligging van onderzoeksgebied in 'zone 3' uitgegaan van 0,6 + 0,1 parkeerplekken per 10 bedden voor tijdelijke huisvesting / AZC. Dit levert in totaal (50 kamers) 4 parkeerplekken op. Daarnaast dienen conform CROW Parkeerkencijfers 2024 twee parkeerplekken voor werknemers opgenomen te worden per 100 m2. Hiermee komt de totale parkeerbehoefte uit op 6 parkeerplekken. Er dient parkeren op eigen terrein te worden voorzien. Dit vormt waarschijnlijk geen belemmering voor de ontwikkeling. Rail Het intercitystation Heemstede-Aerdenhout ligt op 3,7km km afstand. Dit is op voldoende fietsafstand Er worden geen belemmeringen verwacht. Kabels en Leidingen Voor een overzicht van de kabels en leidingen is een KLIC-oriëntatieverzoek gedaan. Hieruit volgt dat er door en rond het onderzoeksgebied een aantal kabels en leidingen lopen. In en langs het westen van het gebied lopen laag- en middenspannings elektriciteitskabels (rood). Daarnaast zijn er twee trafo's aanwezig, één in de noordwestelijke hoek van het project, en één in de zuidwestelijke hoek van het gebied. Langs de zuid- en westzijde van het gebied liggen datakabels (groen). In het zuidwesten van het gebied lopen drinkbaar en onbekend geclassificeerde waterleidingen het gebied binnen. Er worden geen belemmeringen verwacht.
In het grootste gedeelte van het onderzoeksgebied liggen namelijk geen kabels en leidingen. Het wordt aanbevolen om vroegtijdig met NUTS-partijen om tafel te zitten om aansluitingen op de netwerken te bewerkstelligen. Gezien alle belangrijke NUTS voorzieningen in de buurt aanwezig zijn, wordt de aansluiting als niet risicovol geschat. Het wordt aanbevolen om de aanwezige trafo's niet af te sluiten, maar om deze te gebruiken voor de nieuwe aanvraag. Wanneer deze afgesloten wordt kan een aanvraag voor een nieuwe trafo enige tijd duren. Met sloopwerkzaamheden dient er rekening gehouden te worden met de zone rondom de trafo's. Riolering Voor het overzicht van kabels en leidingen is een KLIC-oriëntatieverzoek gedaan. Hieruit volgt dat er in en rond het onderzoeks gebied een aantal rioleerbuizen aanwezig zijn. Deze bevinden zich aan de zuidzijde van het onderzoeksgebied en hebben aftakkingen in het onderzoeksgebied. Deze rioolbuizen hebben zowel het Hoogheemraadschap RIjnland als de gemeente Heemstede als netbeheerders De ontwikkeling van het AZC zou kunnen aansluiten op de bestaande rioleringsleidingen in- of rond het onderzoeksgebied. Er dient onderzocht te worden of deze rioleringsleidingen functioneel zijn en blijven na de sluiting van het AWZI. Ten tijde van schrijven (02-06-2026) geldt voor een aantal van de aanwezige leidingen de huidige status als: 'Functioneel'.
Hierdoor wordt de kans op belemmeringen laag geschat. Aanbevolen wordt om in overeenstemming met de gemeente de capaciteit en staat van de riolering te beoordelen waar mogelijk op aangesloten kan worden betreft afvoer van vuilwater. Kunstwerken Voor kunstwerken is de Legger van het Hoogheemraadschap van Rijnland geraadplaagd. Hierin is te vinden dat binnen de grenzen van het onderzoeksgebied zijn geen kunstwerken aanwezig; deze zijn alleen te vinden in de watergangen rondom het plangebied. Geen verder onderzoek benodigd want buiten plangebied, niet in de invloedsfeer van de beoogde invulling. BRM-ophogen Het onderzoeksgebied ligt hoger dan de meeste omliggende gebieden. Daarnaast bestaat het onderzoeksgebied momenteel uit verharding. Gezien de omstandigheden wordt een verhoging van het gebied niet noodzakelijk geacht. Hiermee worden geen belemmeringen voorzien. Kansen Aquathermie Er is nagegaan of er potentiële aquathermie warmtebronnen aanwezig zijn in een scope van 1 km rondom het kavel. De aquathermiebronnen kunnen bestaan uit oppervlaktewater (TEO), drinkwaterstations (TED) of riool/afvalwaterzuiveringsinstallaties (TEA). Het kavel ligt op een afstand van 92 meter aan de rivier Zuider Buiten Spaarne. Aandachtspunt: TEO vraagt wel om een bepaalde schaalgrootte van afnemers. Er zijn in de directe omgeving woonwijken aanwezig voor extra opschaling.
Er is een aquthermiebron (TEO) rondom het kavel. De Zuider Buiten Spaarne is naar verwachting een kansrijke aquathermiebron voor een collectief warmtesysteem. Aanvullend onderzoek naar de potentie van de aquathermiebron is aanbevolen. Eventueel kan dit gecombineerd worden met de verkenning van collectieve warmte voor omliggende wijken. Andere warmtenetten in de omgeving Er is nagegaan of er in een straal van 500 m andere warmtenetten aanwezig zijn of gepland staan. Er is geen warmtenet aanwezig of in ontwikkeling waarop aangesloten kan worden. Aansluiten op een bestaand of gepland warmtenet is niet mogelijk. Geen aanvullend onderzoek vereist. Check energie omgevingsloket Er is onderzocht wat de gemeente heeft opgenomen in haar omgevingsvisie en omgevingsplan over het thema energie, voor zover relevant voor deze ontwikkeling. Omgevingsvisie De gemeente wil inzetten op het uitbreiden van zon op dak. Daarnaast heeft de gemeente ambities om in de gemeente in te zetten op collectieve warmte en uitbreiden van het elektriciteitsnetwerk. Omgevingsplan Het is verboden zonder omgevingsvergunning een gesloten bodemenergiesysteem aan te leggen of te gebruiken: a.in een interferentiegebied dat is aangewezen in dit omgevingsplan of bij gemeentelijke verordening of omgevingsverordening; of b.met een bodemzijdig vermogen van 70 kW of meer.
Bij verdere planvorming dient rekening gehouden te worden met de gemeentelijke wensen voor zon op dak. Bij gebruik van een gesloten bodemenergiesysteem (GBES) dient in sommige gevallen omgevingsvergunning aangevraagd te worden. De interferentiegebieden zijn publiek niet bekend gemaakt. Bij gebruik van een GBES moet onderzocht worden of de locatie in een interferentiegebied ligt. Netcongestie Op het niveau van de regionale netbeheerder lijken de knelpunten voor nu opgelost te zijn. Op hoogspanningsniveau (TenneT) is er tot 2036 nodig om het knelpunt op te lossen. De gemeente Heemstede heeft een actieplan Netcongestie opgesteld. Hierin staat de volgende relevante passage opgenomen: Bij nieuwbouw, grootschalige renovatie en andere uitbreidingen in de openbare ruimte moet aan het begin van het proces meegenomen worden of er extra energie-infrastructuur benodigd is en dit moet ingepast worden binnen het plan. Bij het bepalen van een locatie voor het plaatsen van energie-infrastructuur moet rekening worden gehouden met de Omgevingsvisie en het omgevingsplan. Door het knelpunt op hoogspanningsniveau is er een risico op beperkte aansluitcapaciteit. De passsage uit het actieplan dient dan ook per direct opgepakt te worden. Vroegtijdige afstemming met Stedin is cruciaal. Energie Civiele Techniek Mobiliteit
Pagina 5 van 5 Prioritering ACM Vanaf 1 januari 2026 is het ACM prioriteringskader opgesteld voor het verdelen van netcapaciteit. Het prioriteringskader kent 3 categorieën: 1. congestieverzachters 2. veiligheid zoals ziekenhuizen, defensie etc. 3. Essentiële basisbehoeften zoals woningen, scholen, OV Alle andere functies krijgen geen prioriteit. De functie van de geplande ontwikkeling valt onder categorie 3. De functie van een AZC krijgt prioriteit 3 volgens het ACM prioriteringskader. De ontwikkeling krijgt prioriteit boven alle andere functies behalve functies in categorie 1 en 2. Deze komen echter minder vaak voor. Binnen categorie geldt het 'first come, first serve' principe. Zo snel mogelijk een aanvraag indienen is aanbevolen. Dit geldt ook voor bouwaansluitingen. Vanaf 1 oktober: Gemeenten en provincies hebben de mogelijkheid om aanvragen voor transportcapaciteit bij woningbouw en scholen tot maximaal 10 jaar vooruit in het bouwproces in te dienen, zodat deze projecten niet onnodig vertragen. Het advies is om voor deze projecten zo snel mogelijk transportcapaciteit aan te vragen, zodat het project op de wachtlijst komt te staan. Bodemenergie Er zijn geen beperkingen voor de boordiepte bekend. Er zijn geen restricties voor een WKO systeem. De daadwerkelijke potentie voor bodemenergie kan verder verkend worden.