CConstaterende datHeemstede
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4b. Aanvullend ecologisch onderzoek (gierzwaluwen en huismussen).pdf

Gemeenteraad 25 april 2024, gemeente HeemstedeBij agendapunt: 08: Vaststellen bestemmingsplan “Duin en Vaart 12”10.779 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ecologisch adviesbureau Antje Ehrenburg –juni 2023

Gierzwaluw- en huismusonderzoek Duin en Vaart 12 Heemstede 2023 In verband met sloop-nieuwbouw

Ecologisch adviesbureau Antje Ehrenburg Juni 2023

Gierzwaluw- en huismusonderzoek Heemstede – ecol.adviesbur. Antje Ehrenburg – juni 23 In opdracht van Planruimte, namens de eigenaren fam.

Inhoud SAMENVATTING ...................................................................................................................................... 2 1.

Aanleiding ........................................................................................................................................ 3

2.

Plangebied ....................................................................................................................................... 5 2.1 Plangebied: beschrijving en ligging ............................................................................................... 5 2.2 Plangebied: bestemming en bescherming .................................................................................... 7

3.

Natuurbeleid en wettelijke bescherming ...................................................................................... 10 3.1 Wet Natuurbescherming 2017 .................................................................................................... 10 3.2 Achtergrond Wet Natuurbescherming: soorten ......................................................................... 11

4.

Ecologie huismus ........................................................................................................................... 12

5.

Ecologie gierzwaluw ...................................................................................................................... 13

6. Werkwijze .......................................................................................................................................... 14 6.1 Huismus ....................................................................................................................................... 14 6.2 Gierzwaluw .................................................................................................................................. 15 7.

8.

Resultaten onderzoek.................................................................................................................... 17 7.1

Vooronderzoek huismus........................................................................................................ 17

7.2

Veldonderzoek huismus ........................................................................................................ 18

7.3

Vooronderzoek gierzwaluw................................................................................................... 19

7.4

Veldonderzoek gierzwaluw ................................................................................................... 20

7.5

Andere soorten...................................................................................................................... 21

Effecten van ingreep...................................................................................................................... 22 8.1

Sloop van het pand: vogels algemeen ................................................................................... 22

8.2

Effecten op huismus .............................................................................................................. 22

8.3

Effecten op gierzwaluw ......................................................................................................... 22

9. Conclusies en advies ......................................................................................................................... 23

9.

9.1

Vóórkomen/functionaliteit huismus ..................................................................................... 23

9.2

Vóórkomen/functionaliteit gierzwaluw ................................................................................ 23

9.3

Adviezen en aanbevelingen................................................................................................... 23

9.4

Onzekerheid .......................................................................................................................... 24

Literatuur en links.......................................................................................................................... 27

Bijlagen .................................................................................................................................................. 28 Bijlage 1: Belangrijke wetsartikelen Wet Natuurbescherming ......................................................... 28

1

Gierzwaluw- en huismusonderzoek Heemstede – ecol.adviesbur. Antje Ehrenburg – juni 23 Bijlage 2: Aangetroffen soorten ........................................................................................................ 35 Bijlage 3: Indruk voorgenomen plannen ........................................................................................... 36 Colofon .................................................................................................................................................. 37

SAMENVATTING In 2023 is aanvullend onderzoek gedaan naar huismus en gierzwaluw bij het pand Duin en Vaart 12 te Heemstede i.v.m. geplande sloop van de bestaande woning aldaar en de geplande nieuwbouw van een woonhuis. Bij dit onderzoek is vastgesteld dat er geen lokale populaties van huismus noch van gierzwaluw voorkomen in het pand Duin en Vaart 12, noch in de directe omgeving ervan. Bij het pand is geen enkele huismus noch gierzwaluw waargenomen, ook niet in de nabije omgeving. Deze beide soorten lijken op geen enkele manier binding te hebben met het pand, en komen hier dan ook niet voor.

2

Gierzwaluw- en huismusonderzoek Heemstede – ecol.adviesbur. Antje Ehrenburg – juni 23

1. Aanleiding De aanleiding tot dit rapport zijn de plannen van de eigenaren van Duin en Vaart 12 te Heemstede om de bestaande woning aldaar (figuur 1), inclusief garage en schuur, te laten slopen en er een nieuw woonhuis te laten bouwen. Daartoe zal in elk geval het volgende gaan gebeuren: Slopen huidige pand, dus inclusief dak, plus garage en schuur. Waarschijnlijk ook het laten kappen van de grote dennenboom die direct naast de woning aan de NW-kant staat, inclusief alle wortels die onder het pand zijn gegroeid. Daarna zal het bouwvlak bouwrijp gemaakt worden en daarna wordt er een nieuw woning gebouwd. Voor een indruk van de plannen: zie bijlage 3. Het pand ligt in Heemstede, aan de westkant van de Herenweg, tussen woonzorgcentrum Kennemerduin en landgoed Berkenrode in (zie ook figuur 3). Een deel van de voorbereiding van dit project bestond uit het laten uitvoeren van een quick scan. Deze opdracht is in 2023 door de Planruimte (namens de eigenaren) uitbesteed aan ecologisch adviesbureau Blomecologie in Waardenburg. Het veldwerk daarvan vond plaats op 30 maart 2023. Enkele uitkomsten van deze quick scan waren: Er is vervolgonderzoek noodzakelijk naar: • Huismus • Gierzwaluw Dit vervolgonderzoek is vervolgens uitbesteed aan Ecologisch adviesbureau Antje Ehrenburg te Haarlem. In dit rapport doe ik daarvan verslag.

Met dit vervolgonderzoek aan huismus en gierzwaluw wordt inzichtelijk gemaakt of, en zo ja waar deze beschermde vogelsoorten in en rond het pand vóórkomen en de mogelijke effecten van de plannen op deze soorten. In dit rapport zal ik mijn waarnemingen beschrijven en bij aanwezigheid van een of beide soorten beknopt advies geven over welke vervolgactie nodig is. In bijgaand rapport treft u de resultaten hiervan aan. Ik volg bij mijn werkzaamheden de richtlijnen van het Netwerk Groene Bureaus. In hoofdstuk 2 beschrijf ik het plangebied, in hoofdstuk 3 de Wet Natuurbescherming, en in hoofdstuk 4 en 5 de ecologie van de huismus, respectievelijk de gierzwaluw. In hoofdstuk 6 beschrijf ik de werkwijze van dit onderzoek. De waarnemingen staan vermeld in hoofdstuk 7 (resultaten inventarisatie). Vervolgens is beschreven welke effecten de ingreep mogelijk zal kunnen hebben op de aangetroffen beschermde soorten (hoofdstuk 8: effecten).Tot slot volgen conclusies en advies in hoofdstuk 9.

3

Gierzwaluw- en huismusonderzoek Heemstede – ecol.adviesbur. Antje Ehrenburg – juni 23

Figuur 1: Woning (l) en garage (r) van pand Duin en Vaart 12 te Heemstede, 13 mei 2023.

Figuur 2: Schuur (voor) en woning met garage (achter) van het pand Duin en Vaart 12 te Heemstede, 13 mei 2023. 4

Gierzwaluw- en huismusonderzoek Heemstede – ecol.adviesbur. Antje Ehrenburg – juni 23

2. Plangebied 2.1 Plangebied: beschrijving en ligging Het plangebied bestaat uit de gebouwen op het perceel Duin en Vaart 12 Heemstede, dus het bestaande woonhuis, de garage ten oosten daarvan en de schuur ten zuiden (figuur 1, figuur 2 en figuur 5). Het pand is gelegen aan de Duin en Vaart 12, 2105 MJ Heemstede (figuur 3). De woning is een los staande woning uit 1958 (bron: BAG-viewer) met ruime tuin aan oost- en zuidkant, en bijbehorend grasland ten zuiden van de schuur (zie figuur 4 voor meer detail van de omgeving en de globale ligging van het gehele perceel). De woning heeft een wolfsdak dat belegd is met dakpannen, een dakkapel aan de westkant, en een schoorsteen. Er zijn drie terrassen rond de woning, een aan de zuidkant (met blauwe regen), een aan de zuidwestkant (met schuifdeur en veel zon) en een aan de noordkant (met waslijn, bij keukendeur). De garage is vrij laag, en bestaat uit golfplaten, idem de schuur (zie figuur 1 en 2). Het gehele erf is groen (gras, borders, (fruit)bomen, kleine vijver e.d.), alleen bij de ingang van het perceel aan de oostkant is wat verharding (figuur 10) en bij de terrassen. Een indruk vanuit de lucht van de ligging van het pand in de wijk is te vinden in figuur 3, meer in detail in figuur 4. Een foto-indruk van het huis en de omliggende tuin is verder te vinden in figuur 18 t/m 24.

Figuur 3: Luchtfoto van het westelijke deel van Heemstede, met bij de rode punaise het pand Duin en Vaart 12 (bron: GoogleMaps)

5

Gierzwaluw- en huismusonderzoek Heemstede – ecol.adviesbur. Antje Ehrenburg – juni 23

Figuur 4: Detail van plangebied, met in rood omkaderd het perceel van Duin en Vaart 12 Heemstede, grenzen niet exact (Bron: GoogleMaps)

Figuur 5: Plangebied, met bij de blauwe stip de contouren van de bestaande woning, en oostelijk daarvan de garage en ten zuiden ervan de schuur van Duin en Vaart 12 Heemstede (Bron: BAG-viewer)

6

Gierzwaluw- en huismusonderzoek Heemstede – ecol.adviesbur. Antje Ehrenburg – juni 23

2.2 Plangebied: bestemming en bescherming Het pand (het onderzoeksgebied) ligt in de bebouwde kom van Heemstede. Hier geldt o.a. het lokale bestemmingsplan Woonwijken Zuid en West gemeente Heemstede (zie www.ruimtelijkeplannen.nl/viewer/view), zie figuur 6. Op provinciaal niveau geldt o.a. de Omgevingsverordening 2020 van de provincie Noord-Holland (figuur 7, 8 en 9). Het pand ligt niet in Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Kennemerland Zuid, lees in dit geval landgoederen en Amsterdamse Waterleidingduinen, deze gebieden liggen ten westen van het pand op circa 1 kilometer afstand (figuur 7). Het pand ligt ook niet binnen het Natuurnetwerk Nederland, wel er pal tegenaan (figuur 8) en ook niet in Bijzonder Provinciaal Landschap (wel er pal tegenaan), noch in een aangewezen stiltegebied (figuur 9). Overigens geldt de nationale Wet Natuurbescherming ook buiten de beschermde Natura 2000-gebieden altijd en overal, deze beschrijf ik verder in hoofdstuk 3.1 en 3.2. Ik beschrijf daar de belangrijkste aanwijzingen op Rijks- en Provinciaal niveau; ik ga verder niet in op de gemeentelijke visies en bestemmingsplannen.

Figuur 6: De verschillende bestemmingsplannen die gelden in Duin en Vaart 12 Heemstede (bron: https://www.ruimtelijkeplannen.nl/view )

7

Gierzwaluw- en huismusonderzoek Heemstede – ecol.adviesbur. Antje Ehrenburg – juni 23

Figuur 7: De ligging van Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid ten westen van Heemstede, weergegeven links in groen. De ligging van Duin en Vaart 12 bij rode cirkeltje. Bron: https://www.natura2000.nl/gebieden/zuid-holland

Figuur 8: Natuurnetwerk Nederland (NNN) in en rond Heemstede. Gerealiseerd (groen), beschikbaar, nog niet ingericht (oranje) en aangewezen, niet ingericht (rood). Duin en vaart 12 in gele cirkel. Bron: dataportaal provincie Noord-Holland https://geoapps.noordholland.nl/kaartenportaal/apps/webappviewer/index.html?id=3bf7c24fa65f49bab055654bdd01e130 8

Gierzwaluw- en huismusonderzoek Heemstede – ecol.adviesbur. Antje Ehrenburg – juni 23

Figuur 9: Bijzonder Provinciaal Landschap (in roze) en stiltegebieden (in lichtgroen) in en rond Heemstede; Duin en Vaart 12 bij gele punt. Bron: dataportaal provincie N-Holland https://geoapps.noordholland.nl/kaartenportaal/apps/webappviewer/index.html?id=d40b74358f2b49f383113ea8 d74362b5

Figuur 10: Vooraanzicht van de woning Duin en Vaart 12 te Heemstede (vanaf oprit). 9

Gierzwaluw- en huismusonderzoek Heemstede – ecol.adviesbur. Antje Ehrenburg – juni 23

3. Natuurbeleid en wettelijke bescherming 3.1 Wet Natuurbescherming 2017 Vanaf 1 januari 2017 is de Wet Natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Met de nieuwe wet zijn de hiervoor drie genoemde groene wetten onder één wet gebracht. De drie voormalige wetten zijn in drie verschillende hoofdstukken van de nieuwe Wet natuurbescherming terug te vinden: Hoofdstuk 2 Natura 2000-gebieden, hoofdstuk 3 Soorten, en hoofdstuk 4 Houtopstanden, hout en houtproducten (geldend buiten de bebouwde kom en tenminste 10 are of 20 bomen). De Wet Natuurbescherming deelt soorten in drie beschermingsregimes in: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn. Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn). Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de Bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. Beschermingsregime andere soorten. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage A van de Wet Natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland.

De Wet Natuurbescherming maakt invulling van de wet door provincies mogelijk, hiertoe kunnen provincies een eigen invulling geven aan de bescherming van soorten. Ook de verantwoordelijkheden zijn veranderd in de nieuwe wet: uitvoering en handhaving liggen nu grotendeels bij de provincies en gemeenten (de wet wordt bij projecten meegenomen binnen aangevraagde omgevingsvergunning). In dit geval van het pand aan de Duin en Vaart 12 te Heemstede is van de wet alleen hoofdstuk 3 (soorten) van toepassing. Dit hoofdstuk geldt altijd en overal. Van Natura 2000gebieden of van houtopstanden is hier geen sprake (figuur 7), hoofdstuk 2 en hoofdstuk 4 van de wet zijn dus hier niet van toepassing, tenzij er bij de sloop en nieuwbouw van dit pand door zogenaamde ‘externe werking’ (bijvoorbeeld door stikstofuitstoot) sprake is van een significant effect op beschermde habitats en/of soorten in het naastgelegen Natura 2000-gebied. Dit aspect ligt echter nadrukkelijk niet binnen de scope van dit onderzoek. In het plangebied is in het voorjaar van 2023 een beknopte inventarisatie uitgevoerd aan flora en fauna (quick scan), met als doel om een indruk te krijgen van het eventuele vóórkomen van wettelijk beschermde soorten in het plangebied (Honingh, 2023).

Het gaat er om dat er door en tijdens de geplande werkzaamheden bij de sloop en nieuwbouw van het pand (de gebouwen) geen soorten worden verstoord of gedood. Hieruit kwam naar voren dat huismus en gierzwaluw en hun verblijfplaatsen in het dak niet zijn uit te sluiten. Met dit vervolgonderzoek wordt inzichtelijk gemaakt of deze soorten er mogelijk vóórkomen, en welke vervolgactie eventueel nodig is. Hieronder bespreek ik de Wet Natuurbescherming in het kort in zijn algemeenheid wat betreft het onderdeel soortenbescherming.

10

Gierzwaluw- en huismusonderzoek Heemstede – ecol.adviesbur. Antje Ehrenburg – juni 23

3.2 Achtergrond Wet Natuurbescherming: soorten De Flora- en faunawet (voorloper van de huidige Wet Natuurbescherming) is in 2002 in werking getreden omdat het beschermen, ontwikkelen en beheren van natuurgebieden niet altijd genoeg is om de verscheidenheid van planten- en diersoorten in stand te houden. Bovendien komen veel soorten ook buiten natuurgebieden voor. Ook de huidige Wet Natuurbescherming (hoofdstuk soorten) regelt deze bescherming zowel binnen als buiten natuurgebieden. Deze wet beschermt soorten, niet individuele planten of dieren, om te voorkomen dat het voortbestaan van de soort in gevaar komt. Het uitgangspunt van de wet is “Nee, tenzij”. Dit betekent dat er geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Heel vaak gaan activiteiten en de bescherming van soorten prima samen. Soms is het optreden van schade aan beschermde dieren en planten onvermijdelijk. In die situaties is het nodig om vooraf te bekijken of hiervoor een vrijstelling geldt, of dat een ontheffing moet worden aangevraagd. Op de website van RVO is weergegeven hoe te handelen inzake de Wet Natuurbescherming (vrijstelling of ontheffing, zie link achterin dit rapport voor een compleet overzicht van soorten en hun beschermde status).

Voor vogels en andere beschermde soorten dient, bij afwezigheid van een gedragscode, indien nodig een ontheffing via een uitgebreide toets te worden aangevraagd. Indien er in het plangebied beschermde plantenof diersoorten voorkomen dient te worden nagegaan of en zo ja in welke mate de geplande ingrepen gevolgen hebben, of een vrijstelling geldt, of een gedragscode kan worden toegepast en of een ontheffing moet worden aangevraagd. Binnen de wet is voorzien in een stelsel van verbodsbepalingen (artikel 3.1 geldend voor alle vogels Vogelrichtlijn, en artikel 3.5 geldend voor alle soorten onder Habitatrichtlijn) met enkele uitzonderingen. Activiteiten die deze verbodsbepalingen overtreden in het geval van beschermde soorten zijn ontheffingsplichtig. Verstoring door de activiteiten is daarbij een belangrijk aandachtspunt. Belangrijkste wetsteksten van Wet Natuurbescherming: bijlage 1. Activiteiten en de mate van bescherming Voor veel, niet-beschermde, soorten geldt een vrijstelling zonder voorwaarden, bijvoorbeeld de meeste insecten. Voor algemeen beschermde soorten of soortgroepen geldt dat geen ontheffing nodig is als de activiteiten worden uitgevoerd volgens een gedragscode voor zogenaamd ‘bestendig beheer’ die de minister heeft goedgekeurd (zie artikel 3.31 in bijlage 1). Het betreft hier vrijwel alle inheemse broedvogels, diverse amfibieën en de meeste zoogdieren.

Vrijstelling wordt alleen gegeven indien men zich houdt aan de vigerende gedragscode. Een voorbeeld is het afzien van ruimtelijke ingrepen binnen het vogelbroedseizoen indien vogelwaarden in het geding zijn. Zonder gedragscode en voor alle andere ingrepen dient een ontheffing te worden aangevraagd. In het geval er een strikte bescherming van toepassing is (o.a. alle in Nederland voorkomende vleermuizen) kunnen verstorende activiteiten niet plaatsvinden zonder ontheffing in het kader van de Wet Natuurbescherming. Hieronder vallen alle verblijfplaatsen van vleermuizen (bv locaties met kraamkolonies en/of overwinterende dieren). Tot slot mag niet onvermeld zijn dat de Wet Natuurbescherming via artikel 1.11 een zorgplicht kent, waarbij ervan wordt uitgegaan, dat eenieder zorgvuldig omgaat met elk in het wild levend dier en plant, ook de niet beschermde, alsmede met hun directe leefomgeving. Omdat de Wet Natuurbescherming in principe op het gehele oppervlak van ons land van toepassing is, geldt dit ook voor het gebied dat in dit rapport wordt behandeld. 11

Gierzwaluw- en huismusonderzoek Heemstede – ecol.adviesbur. Antje Ehrenburg – juni 23

4. Ecologie huismus De huismus (Passer domesticus) is sterk geassocieerd met mensen. De nestplaats is in de regel gebonden aan bebouwing. Voor zijn voedsel is de huismus sterk afhankelijk van wat de mens hem al dan niet bewust biedt. Deze voedselbron moet continu aanwezig zijn. Huismussen zijn uitgesproken standvogels, die zich meestal niet meer dan enkele honderden meters van de broedplaats verwijderen. In het broedseizoen blijven ze dichterbij de broedplaats. Huismussen zijn sociale dieren: broeden, foerageren, baltsen, stofbaden nemen, slapen en uitzwermen na de broedperiode zijn allemaal activiteiten die in groepsverband plaatsvinden. Huismussen zijn in tegenstelling tot veel andere vogels ’s ochtends rond zonsopkomst nog niet erg actief met zingen, wel 1-2 uur na zonsopkomst; aan het eind van de morgen neemt de zangactiviteit weer af. Op de gezamenlijke slaapplaatsen en foerageerplaatsen wordt wel volop gekwetterd en getjilpt. De broedtijd is meestal van begin april tot en met augustus, maar in maart kan er ook al gebroed worden. Meestal worden 2 tot 3 legsels grootgebracht. De nestbouw begint al in maart. Ook buiten de broedperiode wordt aan het nest gebouwd en wordt het nest ook gebruikt als slaapplaats. Vrouwtje en mannetje zijn verschillend qua verenkleed (figuur 11).

De functionele leefomgeving van een nest en rustplaats is de omgeving van die plaatsen die nodig is om ze als zodanig te laten functioneren. Een nest kan alleen dan succesvol functioneren als zodanig, als er voldoende habitat van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen voortplanten. Het hele proces van eieren leggen tot en met het opgroeien van de jongen moet er plaats kunnen vinden. In het kennisdocument Huismus (2017) is nog veel meer info te vinden over de leefwijze van de huismus. De functionele leefomgeving van een nest en rustplaats moet idealiter het volgende leveren: • Er moet continu voedsel te vinden zijn. Bij de plekken waar voedsel gezocht wordt moet in de directe omgeving (binnen 5 à 10 meter; bij aanwezigheid van predatoren dichterbij) dekking aanwezig zijn. De dekking bestaat uit stekelige struiken, begroeide gevels of schuttingen, groenblijvende begroeiingen zoals klimop. • Voldoende inheems groen en enkele grote bomen als leverancier van eiwitrijk voedsel (kleine zachte insecten, larven, rupsen) voor de jongen. Deze elementen moeten binnen 50 meter van de nestplaats te vinden zijn. • Altijd groenblijvende planten in hagen, gevelbegroeiing of plekken onder daken te gebruiken als collectieve slaapplek (en tevens voor dekking) voor mannetjes, ongepaarde vrouwtjes en juvenielen.

Figuur 11: Mannetje huismus. Bron: tremele.nl 12

Gierzwaluw- en huismusonderzoek Heemstede – ecol.adviesbur. Antje Ehrenburg – juni 23

5. Ecologie gierzwaluw Gierzwaluwen (Apus apus) zijn in West-Europa sterk geassocieerd met mensen. Het zijn doorgaans (semi-)koloniebroeders, afhankelijk van het aanbod van nestgelegenheid. Een groot aanbod leidt min of meer tot kolonievorming. Ze wonen met verschillende koppels samen en zijn heel plaatstrouw. Gierzwaluwen gebruiken vaak jaren achtereen dezelfde nestplaats. De nestplaats is in de regel gebonden aan bebouwing. Gierzwaluwen vormen een paar voor het leven. Ze ondernemen de trekreis en voedselvluchten gezamenlijk en slapen ook gezamenlijk. De gierzwaluw is een uitgesproken zomervogel en is vrijwel uitsluitend van april tot en met oktober in Nederland aanwezig, met de hoogste presentie in mei tot en met juli. De winter wordt in tropisch Afrika doorgebracht. Tweede helft april komen de eerste vogels aan. In de regel zijn dit mannetjes die al eerder hebben gebroed. Ze zijn zeer plaatstrouw of objecttrouw en bezetten het nest van het vorige jaar. Enkele dagen later komen ook de vrouwtjes aan. Dan komen de vogels aan die nog niet eerder gebroed hebben en tenslotte de tweedejaarsvogels. Een kolonie gierzwaluwen bestaat dus niet alleen uit broedkoppels, maar ook uit ongepaarde vogels. De broedtijd is van mei tot en met juli, hoogst incidenteel tot begin augustus, als het lang slecht weer was.

Er wordt in Nederland één legsel per jaar geproduceerd, waarin 2 tot 3 witte eieren worden gelegd. De eieren worden van begin mei tot begin juli gelegd, met een piek in de tweede helft van mei en eerste helft juni. De gierzwaluw kan niet vanuit het nest opstijgen en moet zich eerst tot zo’n 3 meter naar beneden kunnen laten vallen om weg te kunnen vliegen. De vrije uitvliegbreedte moet ongeveer een meter zijn. Gierzwaluwen ziet men bijna uitsluitend in de vlucht, het zijn echte vliegkunstenaars (figuur 12 en 15). Dit is vooral opvallend als dichte troepen op zomeravonden luid gierend laag over daken en tussen huizen rondvliegen. Ze kunnen in de lucht paren en zelfs vliegend slapen. Tegen de avond verzamelen gierzwaluwen die geen nest hebben zich in groepen en stijgen dan tot een hoogte van drie tot vijf kilometer. Ze laten zich in een soort halfslaap meevoeren op thermiek en cirkelen langzaam naar beneden. Niet broedende vogels trekken overdag weg naar gebieden in de omgeving waar op dat moment veel insecten te vinden zijn.

Figuur 12. Gierzwaluw: vliegkunstenaar en echte zomervogel. Bron: dordtcentraal.nl

13

Gierzwaluw- en huismusonderzoek Heemstede – ecol.adviesbur. Antje Ehrenburg – juni 23

6. Werkwijze 6.1 Huismus Het nader huismusonderzoek aan de Duin en Vaart 12 te Heemstede in seizoen 2023 is te beschouwen als vervolgonderzoek n.a.v. de quick scan (Honingh, 2023). We hebben het onderzoek zoveel mogelijk uitgevoerd volgens het bestaande Kennisdocument huismus 2023, bestaande uit vooronderzoek en veldonderzoek. Vooronderzoek: we hebben waarneming.nl geraadpleegd op alle waarnemingen huismus in de omgeving in het afgelopen jaar op niveau van kilometerhok (van juni 2022 – juni 2023). Veldonderzoek: een optimaal en ideaal veldonderzoek naar huismussen duurt het gehele broedseizoen, maar met gerichte waarnemingen in het juiste seizoen kan dit onderzoek naar huismus ook bestaan uit enkele veldbezoeken in de geschikte periode tussen 10 maart en 20 juni. In dit geval is half mei gestart met inventariseren. Dan zijn huismussen doorgaans al midden in hun actieve voortplantingsseizoen. Het onderzoek heeft plaatsgevonden van 13 mei t/m 27 juni 2023, en bestond uit totaal 3 veldbezoeken: 13 mei, 29 mei en 27 juni 2023. Zie voor geschiktheid van de verschillende maanden en voor welke functies: figuur 13.

Figuur 13: Geschikte periodes voor inventarisatie huismus (bron: Kennisdocument Huismus). Het huismusonderzoek rond het pand aan de Duin en Vaart 12 in Heemstede heb ik uitgevoerd in lijn met de vereisten die zijn gesteld in het Kennisdocument, de standaard waaraan onderzoek naar huismussen moet voldoen (versie 2023). Volgens het Kennisdocument kan de afwezigheid van broedende huismussen voldoende aannemelijk worden gemaakt als er gedurende minimaal 1 uur geen waarnemingen zijn verricht die duiden op aanwezigheid van een nest- of rustplaats tijdens: • twee gerichte veldbezoeken in de optimale periode 1 april t/m 15 mei; of • drie gerichte veldbezoeken in de periode 10 maart t/m 20 juni waarvan minimaal één bezoek in de optimale perioden heeft plaatsgevonden. Ik heb dus volgens deze laatste norm geïnventariseerd. De inventarisatie moet verder bij voorkeur plaatsvinden bij gunstige weersomstandigheden en met minimaal 10 dagen ertussen.

14

Gierzwaluw- en huismusonderzoek Heemstede – ecol.adviesbur. Antje Ehrenburg – juni 23

Tijdens de inventarisatierondes heb ik zo goed geobserveerd wat ik ter plekke zag, zowel dichtbij/rondom het huis, garage en schuur, als iets verder weg in de omgeving (en daarbij lette ik tegelijkertijd ook op andere soorten). M.a.w. ik probeer te beschrijven hoe de functionele leefomgeving van eventuele huismussen er ter plekke uitziet. Zoals het kennisdocument stelt: het onderzoek moet het gehele gebied waar de activiteiten plaats gaan vinden dekken, samen met de relevante omgeving. In dit geval beschouw ik het dak van de woning van Duin en Vaart 12 (en eventueel ook de garage en de schuur) als de plek waar activiteit zou kunnen gaan plaatsvinden (plangebied), en de tuinen, bomen, struiken en huizen daaromheen langs de Herenweg en de Berkenhof, én de sloten en weilanden van Berkenrode tesamen als ‘relevante omgeving’ (ofwel: het plangebied in ruime zin). NB. Het dak van de woning Duin en Vaart 12 ligt vrij hoog. Daarom heb ik steeds met een verrekijker het dak bekeken. Ik heb geen pannen opgelicht of verwijderd om te kijken. Data, omstandigheden en toegankelijkheid Mijn veldwerk vond plaats op: 13 mei 2023 18.30-19.30 uur, 29 mei 09.50-10.50 uur en op 27 juni 2023 12.30-13.30 uur (zie tabel 1). Ook de omstandigheden staan daar vermeld. Bezoeken duurden een uur. Voor een goede timing van de bezoeken was ik vooral afhankelijk van het weer (bv.

niet bij regen en liefst ook niet bij harde wind), maar ook van mijn eigen beschikbaarheid. De data, tijden en omstandigheden van alle bezoekdata zijn te vinden in tabel 1. De toegankelijkheid van het erf rondom het pand was goed, alle gevels en dakhellingen waren goed te bekijken vanaf het erf. Alle waarnemingen staan in bijlage 3. Veldwerk Heemstede seizoen 2023 huismus en gierzwaluw bezoek seizoen datum tijd zonop zononder 1 voorjaar 13-mei-23 18.30-19.30 05.49 u 21.25 u 2 voorzomer 29-mei-23 09.50-10.50 05.29 u 21.44 u 3 zomer 27-jun-23 12.30-13.30 05.22 u 22.04 u

temp 20 13 19

windkracht richting 3 NO 4 NO 4 W

wolk 1/8 7/8 7/8

Tabel 1: Data en omstandigheden van de veldbezoekdata seizoen 2023

6.2 Gierzwaluw Het nader gierzwaluwonderzoek aan de Duin en Vaart 12 te Heemstede in seizoen 2023 is te beschouwen als vervolgonderzoek n.a.v. de quick scan (Honingh, 2023). We hebben het onderzoek zoveel mogelijk uitgevoerd volgens het bestaande Kennisdocument gierzwaluw 2017, bestaande uit vooronderzoek en veldonderzoek. Vooronderzoek: we hebben waarneming.nl geraadpleegd op alle waarnemingen huismus in de omgeving in het afgelopen jaar op niveau van kilometerhok (van juni 2022 – juni 2023). Veldonderzoek: een optimaal en ideaal veldonderzoek naar gierzwaluwen duurt het gehele broedseizoen, maar met gerichte waarnemingen in het juiste seizoen kan dit onderzoek naar gierzwaluw ook bestaan uit enkele veldbezoeken in de optimale geschikte periode van 1 juni – 15 juli (figuur 14). In dit geval is op 13 mei gestart met inventariseren (suboptimale periode). Dan zijn de meeste gierzwaluwen doorgaans al wel teruggekeerd uit het zuiden (trekvogel, uit hun overwinteringsgebieden), maar zijn ze nog niet aan hun actieve voortplantingsseizoen begonnen. Dat begint meestal eind mei, en duurt tot in juli. Het onderzoek heeft plaatsgevonden van 13 mei t/m 27 juni 2023, en bestond uit in totaal 3 veldbezoeken (zie tabel 1). Zie voor geschiktheid van de verschillende maanden en methodes: figuur 14. NB. Ik heb niet waargenomen met camera’s, alleen zichtwaarnemingen gedaan. 15

Gierzwaluw- en huismusonderzoek Heemstede – ecol.adviesbur. Antje Ehrenburg – juni 23

Figuur 14: Optimale (groen geblokt) en mogelijk geschikte periodes (groen gestreept) voor inventarisatie gierzwaluw (bron: Kennisdocument Gierzwaluw).

Figuur 15: Vliegende gierzwaluw, zij vliegen vrijwel hun hele leven in de lucht en komen vrijwel nooit op de grond of in een boom o.i.d. Alleen om te broeden maken ze gebruik van kleine ruimtes in rotsen of gebouwen. Bron: Vilda/Yves Adams

16

Gierzwaluw- en huismusonderzoek Heemstede – ecol.adviesbur. Antje Ehrenburg – juni 23

7. Resultaten onderzoek Hieronder bespreek ik de resultaten van dat onderzoek 2023: de bevindingen van het vooronderzoek en de tijdens de veldbezoeken waargenomen soorten van 13 mei t/m eind juni (broedseizoen). Alle waarnemingen zijn in detail per datum bijgevoegd in bijlage 3. De belangrijkste bevindingen staan samengevat in tabel 2. Hieronder volgen de resultaten per soort.

7.1

Vooronderzoek huismus

Voor de start van een huismusonderzoek is het verstandig om bestaande informatie te raadplegen, om zo in beeld te brengen met wat voor situatie je te maken hebt en of de soort er mogelijk te verwachten is. In dit geval van het dak van het pand Duin en Vaart 12 is er sprake van een gebouw met mogelijke verblijf- en/of nestplaatsen voor de huismus (Honingh, 2023). Vooronderzoek op waarneming.nl levert gedurende het afgelopen jaar (juni 2022-juni 2023) het volgende kaartje op (figuur 16a, meer detail in figuur 16b).

Figuur 16a: Waarnemingen van huismus juni22-juni23 per kilometerhok. Duin en Vaart 12 in Heemstede in de blauwe cirkel. Bron waarneming.nl. Details uit dat hok: zie figuur 16b.

17

Gierzwaluw- en huismusonderzoek Heemstede – ecol.adviesbur. Antje Ehrenburg – juni 23

Figuur 16b: Detail waarnemingen van huismus juni22-juni23 in het kilometerhok waar Duin en Vaart 12 in ligt. Waarnemingen in dit hok dateren van 19 en 26 februari Blekersvaartweg en van 14 april 2023 aan de Binnenweg te Heemstede. Bron waarneming.nl.

7.2

Veldonderzoek huismus

Gedurende het onderzoek in de maanden mei-juni 2023 heb ik de huismus geen enkele keer waargenomen, niet bij de woning, niet invliegend in het dak, niet in de tuin, en óók niet in de ruime omgeving om het perceel. Wel hoorde en zag ik andere - meer algemene – broedvogels van tuinen en parken (details: zie bijlage 3). De huismus komt in de omgeving van Duin en Vaart wel voor (namelijk ten oosten bij de Blekersvaartweg en de Binnenweg (zie figuur 16b), en ten westen bij de Brederolaan in Heemstede; zie 7.1), maar niet in/bij het pand Duin en Vaart 12. Voor een samenvatting van de waarnemingen: zie tabel 2. FUNCTIONALITEIT Gebaseerd op de waarnemingen tijdens de veldbezoeken concludeer ik dat de huismus ook niet op andere (dan als broed- en/of verblijfplaats) wijze gebruik maakt van het pand en de omgeving daaromheen: er wordt ook niet getjilpt in het groen (er zijn diverse struiken en bomen aanwezig in de tuin) en er wordt ook niet gefoerageerd op de grond in de tuin. Er wordt dus - voor zover ik heb kunnen vaststellen - geen direct gebruik gemaakt van het pand/garage/schuur zelf, er vindt geen voortplanting van huismus plaats, er zijn geen nestof verblijfplaatsen, er worden geen zandbaden genomen, en er wordt ook niet gefoerageerd. Er zijn wel goede, dichte struiken aanwezig voor huismussen om in te schuilen (figuur 22).

Gebaseerd op deze waarnemingen concludeer ik dat de huismus op geen enkele manier gebruik maakt van het perceel, en geen nest- of verblijfplaatsen heeft in het pand/onder het dak van de woning, garage en/of schuur. Veldwerk Heemstede 2023 bezoek seizoen datum 1 voorjaar 13-mei-23 2 voorzomer 29-mei-23 3 zomer 27-jun-23

huismus tijd 18.30-19.30 09.50-10.50 12.30-13.30

waarnemingen niets niets niets

Tabel 2: Samenvatting van belangrijkste bevindingen van elk veldbezoek t.a.v. huismus 18

Gierzwaluw- en huismusonderzoek Heemstede – ecol.adviesbur. Antje Ehrenburg – juni 23

7.3

Vooronderzoek gierzwaluw

Voor de start van een gierzwaluwonderzoek is het verstandig om bestaande informatie te raadplegen, om zo in beeld te brengen met wat voor situatie je te maken hebt en of de soort er mogelijk te verwachten is. In dit geval van het dak van het pand Duin en Vaart 12 is er sprake van een gebouw met mogelijke nestplaatsen voor de gierzwaluw (uitkomst quick scan, Honingh 2023). Vooronderzoek op waarneming.nl levert gedurende het afgelopen jaar (juni 2022-juni 2023) het volgende kaartje op voor de gierzwaluw (figuur 17a, meer in detail figuur 17b).

Figuur 17a: Waarnemingen van gierzwaluw juni22-juni23 per kilometerhok. Duin en Vaart 12 in de blauwe cirkel. Bron waarneming.nl.

Figuur 17b: Waarnemingen van gierzwaluw juni22-juni23 in het kilometerhok waar Duin en Vaart 12 in ligt. Waarnemingen in dit hok betreffen 9 gierzwaluwen en dateren van 2 augustus 22 (Binnenweg) en 22 juni 2023 (Lanckhorstlaan). Bron waarneming.nl. 19

Gierzwaluw- en huismusonderzoek Heemstede – ecol.adviesbur. Antje Ehrenburg – juni 23

7.4

Veldonderzoek gierzwaluw

Bij de veldbezoeken lette ik op overvliegende of langsscherende gierzwaluwen (hoe dichter ze langs een pand scheren, hoe meer belangstelling ze hebben, en hoe groter de kans dat ze er ook daadwerkelijk broeden of gaan broeden). Het huis is voor gierzwaluwen niet heel hoog, maar ook zeker niet onmogelijk om áán te vliegen (bv in de Leidsebuurt in Haarlem broeden gierzwaluwen onder daken die lager liggen). Bij het eerste veldbezoek op 13 mei waren de gierzwaluwen waarschijnlijk al teruggekeerd uit het zuiden, echter mogelijk nog niet allemaal. Op de avond van 13 mei hoorde ik echter geen enkele gierzwaluw rond het pand, zelfs niet hoog overvliegend, en ook niet bij de buurpanden. Ook op de ochtend van 29 mei en rond het middaguur van 27 juni hoorde ik geen enkele gierzwaluw bij Duin en Vaart 12. Voor een samenvatting van de waarnemingen: zie tabel 3. Veldwerk Heemstede 2023 bezoek seizoen datum 1 voorjaar 13-mei-23 2 voorzomer 29-mei-23 3 zomer 27-jun-23

gierzwaluw tijd 18.30-19.30 09.50-10.50 12.30-13.30

waarnemingen niets (mogelijk nog niet alle teruggekeerd) niets niets

Tabel 3: Samenvatting van belangrijkste bevindingen van elk veldbezoek t.a.v. gierzwaluw

Figuur 18: Zuidgevel van de woning Duin en Vaart 12, met overstekend pannendak en met uitbundig bloeiende blauwe regen op pergola bij terras. Foto: 13 mei 2023. 20

Gierzwaluw- en huismusonderzoek Heemstede – ecol.adviesbur. Antje Ehrenburg – juni 23

7.5

Andere soorten

Met name bij het eerste veldbezoek heb ik ook alle struiken in de tuin bekeken en gelet op eventuele nestjes van vogels, egels e.d. In geen van de bomen of struiken heb ik een oud of nieuw/bezet nest aangetroffen, voor zover ik heb kunnen vaststellen wordt er in de tuin niet of nauwelijks gebroed. NB. sommige bomen rond het huis zijn nogal hoog, die heb ik niet goed kunnen inspecteren, maar ik zag ook geen vliegbewegingen naar deze bomen. De enige soort waarvan ik vermoed dat die in de grote veldesdoorn links vooraan op het erf broedt, is een boomkruiper (veel gehoord bij bezoek 1 en 2). Verder heb ik ontdekt dat in een nis in de noordgevel van het pand zich hoogstwaarschijnlijk een slaapplaats van boomkruipers bevindt, hier zag ik overduidelijke poepsporen onder de dakrand (figuur 19). Dit kunnen ook boomkruipers afkomstig uit het bos van Berkenrode zijn, maar het pand lijkt dus af en toe als slaapplek te worden gebruikt. De deur van de schuur ten zuiden van het pand stond soms open, en daarom heb ik extra gelet op mogelijke broedgevallen van boerenzwaluw, maar deze broeden hier niet. Verder heb ik enkele incidentele waarnemingen gedaan van andere soorten (zie bijlage 2).

Figuur 19: Noordgevel van de woning Duin en Vaart 12, met in de hoek van twee muren onder het dakoverstek de sporen van overnachtende boomkruipers. Foto: 13 mei 2023.

21

Gierzwaluw- en huismusonderzoek Heemstede – ecol.adviesbur. Antje Ehrenburg – juni 23

8. Effecten van ingreep 8.1

Sloop van het pand: vogels algemeen

Wanneer het oude pand aan de Duin en Vaart 12 (inclusief garage en schuur) wordt gesloopt en vervangen door een nieuw pand, dan heeft dit invloed op het pand zelf (het verdwijnt, er is tijdelijk niks), tijdelijk op de omgeving aldaar (tijdens werkzaamheden: aanwezigheid van mensen, auto’s en materieel, mogelijk geluid en stof), en op de functionaliteit van het pand en zijn directe omgeving voor verschillende insecten-, vogel- en vleermuissoorten, mits zij er gebruik van maken. Het is duidelijk dat ALS een dak of ander deel van het pand nest- en/ofverblijfplaatsen herbergt van vogelsoorten, dat de sloop van zo’n dak / pand dan betekent dat die verblijfplaatsen verstoord en vernietigd zullen worden en deze op die plek op dat moment niet meer beschikbaar zijn voor deze soorten om te baltsen/paren, eieren uit te broeden, de jongen te voeren en/of te overnachten (effect is natuurlijk mede afhankelijk van het tijdstip – moment in het jaar - van deze sloop). Uit onderhavig onderzoek gedurende seizoen 2023 is inmiddels duidelijk geworden dat zowel huismus als gierzwaluw geen gebruik maken van de woning inclusief dak, noch van garage noch schuur. Broed- of verblijfplaatsen voor beide soorten heb ik m.b.v. dit onderzoek in de woning, garage en schuur niet kunnen vaststellen (wel verblijfplaats van boomkruiper, zie figuur 19).

8.2

Effecten op huismus

Er zijn bij het veldonderzoek geen huismussen waargenomen, niet in het pand en ook niet in de voortuin of zelfs in de omgeving (zie 7.2). Sloop en nieuwbouw zal naar mijn inschatting dan ook geen enkele invloed hebben op de functionele leefomgeving van de huismussen in Heemstede als geheel. Sterker nog, mogelijk kan de populatie uitgebreid worden als er natuurinclusief gebouwd gaat worden en de nieuwe tuin voldoende struiken en zand bevat.

8.3

Effecten op gierzwaluw

Het is duidelijk dat ALS een dak gierzwaluwnesten herbergt, dat de sloop en nieuwbouw van zo’n dak IN DE BROEDTIJD dan betekent dat die verblijfplaatsen / nesten direct verstoord en vernietigd zullen worden en dat die nesten op die plek op dat moment niet meer voor die paartjes beschikbaar zijn om verder te broeden of jongen te voeren. Zoals gemeld is het effect echter sterk afhankelijk van de periode van sloop/nieuwbouw, want dit zware effect geldt alleen in de broedtijd (grofweg eind april t/m eind juli). In de andere maanden zijn gierzwaluwen niet (meer) aanwezig in ons land, en maken zij geen gebruik van hun nesten. Wel zijn ze over het algemeen heel plaatstrouw en keren ze het liefst terug naar hun nestplaatsen van vorig jaar. Sloop en nieuwbouw buiten de broedtijd heeft dus een veel geringer effect. Echter, in dit geval zijn bij het veldonderzoek geen gierzwaluwen waargenomen (zie 7.4). Sloop/nieuwbouw zal naar mijn inschatting dan ook geen enkele invloed hebben op de Heemsteedse populatie gierzwaluwen, er zijn geen nest- of verblijfplaatsen in het geding.

Het dak van het oude pand wordt bij de sloop weliswaar verwijderd, maar wanneer er natuurinclusieve nieuwbouw komt (met bv voor gierzwaluwen geschikte pannen en voldoende ‘valhoogte’), dan is er in het volgende seizoen plaats en gelegenheid voor (jonge) gierzwaluwen om deze nieuwe broedplek te ontdekken en hier mogelijk te gaan broeden.

22

Gierzwaluw- en huismusonderzoek Heemstede – ecol.adviesbur. Antje Ehrenburg – juni 23

9. Conclusies en advies 9.1

Vóórkomen/functionaliteit huismus

In dit onderzoeksrapport concludeer ik dat in het pand aan de Duin en Vaart 12 geen nesten/of verblijfplaatsen huismussen voorkomen. Nest- en/of verblijfplaatsen heb ik m.b.v. dit onderzoek in dak en/of muur van woning/garage/schuur niet kunnen vaststellen (bij geen enkel veldbezoek huismussen in of uit het dak van het woonhuis zien vliegen). Ook de omgeving van het pand wordt niet door huismussen gebruikt. Een goede functionele leefomgeving voor huismussen lijkt daarmee afwezig in en om het pand (ook niet in de buurt eromheen), omdat er kennelijk belangrijke onderdelen ontbreken (vermoedelijk vooral broedgelegenheid, voedsel en kaal zand, struiken zijn er wel). Sloop/nieuwbouw van het pand zal naar mijn inschatting dan ook geen invloed hebben op de functionele leefomgeving van de huismussen verderop in Heemstede. Sterker nog, de functionele leefomgeving van de huismussen zal misschien zelfs kunnen verbeteren, mits er natuurinclusief wordt gebouwd en de struiken op het erf en in tuin intact blijven en er voldoende zaden en zand aanwezig zijn.

9.2

Vóórkomen/functionaliteit gierzwaluw

In dit onderzoeksrapport concludeer ik dat het dak van het pand aan de Duin en Vaart 12 in het broedseizoen NIET in gebruik is bij gierzwaluwen. Ik heb bij geen van de veldbezoeken gierzwaluwen waargenomen, zelfs niet in de verte gehoord. Er is geen lokale populatie aanwezig. Sloop en nieuwbouw heeft geen invloed op deze soort.

9.3

Adviezen en aanbevelingen

Vanuit ecologisch perspectief doe ik de volgende aanbevelingen: • Om in zijn algemeenheid rekening te houden met (algemeen voorkomende) broedende vogels, is het aan te raden om de sloop en nieuwbouw zoveel mogelijk uit te voeren buiten het broedseizoen (dus van augustus t/m maart). In die maanden zijn broedvogels in onze streken niet actief (jongen zijn dan al uitgevlogen, en zomergasten zijn dan al uit ons land weggetrokken naar het zuiden, dan wel nog niet teruggekeerd). Op die manier is er geen directe verstoring van algemeen voorkomende broedvogels. • Indien er toch in het broedseizoen gewerkt gaat worden, dan geldt de zorgplicht: expliciete check door bevoegd ecoloog op aanwezigheid van broedende vogels op/in het pand en in de nabije omgeving is dan nodig vóór de grote werkzaamheden beginnen. Alleen als er geen broedende vogel(s) en/of nesten zijn aangetroffen is het werk geoorloofd. Worden wel broedende vogels aangetroffen, dan moet met het werk gewacht worden tot de jonge vogels zijn uitgevlogen, of er moet een ontheffing worden aangevraagd. Overigens geldt de zorgplicht altijd. Dat betekent dat ook werkzaamheden in de winter- en herfstperiode alleen mogen worden uitgevoerd mits hierbij geen vogel- of andere soorten worden gedood of verontrust, omdat werkzaamheden die schade toebrengen aan (broed)vogels verboden zijn.

• Bij uitvoering van de werkzaamheden in het broedseizoen kan het in sommige gevallen (bv als er grote kans is dat er vogels ter plekke willen gaan broeden) zinvol zijn om te werken volgens een ecologisch werkprotocol (opgesteld door een erkend en ter zake kundig ecoloog). In zo’n ecologisch werkprotocol wordt beschreven hoe 23

Gierzwaluw- en huismusonderzoek Heemstede – ecol.adviesbur. Antje Ehrenburg – juni 23

• •

9.4

bij de werkzaamheden met eventuele beschermde soorten rekening moet worden gehouden, en hoe in het algemeen aan de zorgplicht van de Wet Natuurbescherming moet worden voldaan. Het opvolgen van de adviezen in zo’n werkprotocol is bedoeld om er zeker van te zijn dat bij de werkzaamheden rekening wordt gehouden met eventuele beschermde soorten en dat schade aan individuen zoveel mogelijk wordt beperkt, zodat de wet niet wordt overtreden. Op die manier zijn zowel opdrachtgever als aannemer van het werk ervan verzekerd te werken in de geest van de Wet Natuurbescherming. Om in zijn algemeenheid de biodiversiteit te bevorderen is het aan te bevelen om na de sloop bij de nieuwbouw zoveel mogelijk natuurinclusief te bouwen, bv met enkele neststenen voor huismussen, vleermuizen, gierzwaluwdakpannen, groene daken e.d. Om de functionaliteit voor de huismus zoveel mogelijk te bevorderen, is het aan te bevelen om (naast inbouwen van neststenen) de dichte struiken in de tuin zoveel mogelijk te behouden, dus niet te rooien, en ook nog ergens in een hoek van het perceel open zand te creëren.

Onzekerheid

Dit onderzoek vond plaats in het actieve broedseizoen van huismus en gierzwaluw (mei- juni 2023). Daarom kan ik met behoorlijke zekerheid conclusies trekken over de functionaliteit van het pand in deze periode voor deze soorten. Echter, ik heb geen waarnemingen gedaan in najaar en/of winter, en ik kan op basis van dit onderzoek daarover dan ook geen uitspraken doen. Nader onderzoek naar andere beschermde soorten, zoals bijvoorbeeld vleermuizen, kan uitwijzen of het pand in die periodes mogelijk in gebruik is bij deze soorten.

Figuur 20: Noordgrens van het perceel Duin en Vaart 12: een sloot grenst aan de bossen van Berkenrode (rechts op foto). Foto: 14 mei 2023. 24

Gierzwaluw- en huismusonderzoek Heemstede – ecol.adviesbur. Antje Ehrenburg – juni 23

Figuur 21: Westgevel van het pand Duin en Vaart 12 (naar zuid gezien, op achtergrond de schuur): een sloot grenst aan de landerijen van Berkenrode (rechts). Foto: 27 juni 2023.

Figuur 22: Mooi bloeiende voortuin van Duin en Vaart 12 naast de oprit, met veel dichte struiken, geschikt voor huismus. Foto: 13 mei 2023. 25

Gierzwaluw- en huismusonderzoek Heemstede – ecol.adviesbur. Antje Ehrenburg – juni 23

Figuur 23: Zuid- en oostgevel van Duin en Vaart 12, naar NW gezien. Foto: 29 mei 2023.

Figuur 24: Oostgevel van Duin en Vaart 12, naar W gezien.Uiterst rechts de deur van de garage. Foto: 27 juni 2023. 26

Gierzwaluw- en huismusonderzoek Heemstede – ecol.adviesbur. Antje Ehrenburg – juni 23

9. Literatuur en links • • • •

Honingh, E. 2023. Quick scan Wet natuurbescherming Duin en Vaart 12 Heemstede. Oriënterend onderzoek ecologie in het kader van de Wet natuurbescherming. Uitgave: Blomecologie.nl Volledige tekst Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (WABO): http://wetten.overheid.nl/BWBR0024779/2016-07-01 Volledige tekst Wet Natuurbescherming: http://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2017-01-01 Lijst met alle beschermde soorten Wet Natuurbescherming: http://www.regelink.net/kenniscentrum/beschermde-soorten-wet-natuurbescherming/

• • •

• • • • • • • • •

Alles rond vogels en de wet: http://www.vogelsendewet.nl/ Alles over ontheffingen en aanvragen ontheffingen: https://mijn.rvo.nl/wetnatuurbescherming-ontheffing-en-vrijstelling Over Wet Natuurbescherming: http://www.ondernemersplein.nl/wetswijziging/nieuwe-wet-natuurbescherming/ en http://www.rvo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/beschermde-plantendieren-en-natuur/wet-natuurbescherming Bestemmingsplannen e.d.: https://www.ruimtelijkeplannen.nl/viewer/view Richtlijnen van Netwerk Groene Bureaus http://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/gedragscode Over Natura-2000-gebieden: http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/default.aspx?main=gebieden Alle kennisdocumenten van beschermde soorten, o.a. huismus en gierzwaluw: https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/kennisdocumentensoorten-ontheffingen-wet-natuurbescherming/ Nieuwe kennisdocument huismus: https://www.bij12.nl/nieuws/bij12-vernieuwdkennisdocument-over-huismus/ Alles over huismus: https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-overvogels/vogelgids/vogel/huismus Alles over gierzwaluw: https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennisover-vogels/vogelgids/vogel/gierzwaluw Ruimtelijke plannen inzien: https://www.ruimtelijkeplannen.nl/viewer/view Gedragscode natuurinclusief renoveren: https://www.energielinq.nl/document/gedragscode-natuurinclusief-renoveren/

27

Gierzwaluw- en huismusonderzoek Heemstede – ecol.adviesbur. Antje Ehrenburg – juni 23

Bijlagen Bijlage 1: Belangrijke wetsartikelen Wet Natuurbescherming

Complete tekst: http://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2017-01-01#

§ 1.3. Beschermingsmaatregelen algemeen Artikel 1.10 1. Deze wet is gericht op: a. het beschermen en ontwikkelen van de natuur, mede vanwege de intrinsieke waarde, en het behouden en herstellen van de biologische diversiteit; b. het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur ter vervulling van maatschappelijke functies, en c. het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen, vanwege hun bijdrage aan de biologische diversiteit en hun cultuurhistorische betekenis, mede ter vervulling van maatschappelijke functies. 2. Een bestuursorgaan oefent zijn taken en bevoegdheden op grond van deze wet uit met het oog op de doelen, genoemd in het eerste lid, zoals nader bepaald bij of krachtens deze wet. 3. Elk bestuursorgaan houdt bij het treffen van maatregelen op grond van deze wet rekening met de vereisten op economisch, sociaal en cultureel gebied, en met de regionale en lokale bijzonderheden, onverminderd de artikelen 2.1, eerste lid, 2.8, met uitzondering van het negende lid, 3.3, vierde lid, en 3.8, vijfde lid. Artikel 1.11 1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2.

De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op handelen of nalaten in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet of de Visserijwet 1963 bepaalde. Artikel 1.12 1 Gedeputeerde staten van de provincies dragen, ieder in hun provincie, tezamen zorg voor het nemen van de nodige maatregelen voor: a. de bescherming, de instandhouding of het herstel van biotopen en leefgebieden in voldoende gevarieerdheid voor alle in Nederland natuurlijk in het wild levende vogelsoorten

28

Gierzwaluw- en huismusonderzoek Heemstede – ecol.adviesbur. Antje Ehrenburg – juni 23

en in het bijzonder de vogelsoorten, genoemd in bijlage I bij de Vogelrichtlijn, en de niet in die bijlage genoemde geregeld in Nederland voorkomende trekvogelsoorten; b. het behoud of het herstel van een gunstige staat van instandhouding van de van nature in Nederland in het wild voorkomende soorten dieren en planten, genoemd in de bijlagen II, IV en V bij de Habitatrichtlijn, en van de in Nederland voorkomende typen natuurlijke habitats, genoemd in bijlage I bij de Habitatrichtlijn en habitats van soorten, genoemd in de bijlagen II, IV en V bij de Habitatrichtlijn, en c. het behoud of het herstel van een gunstige staat van instandhouding van de met uitroeiing bedreigde of speciaal gevaar lopende van nature in Nederland in het wild voorkomende dier- en plantensoorten, bedoeld in artikel 1.5, vierde lid. 2 Met het oog op het eerste lid dragen gedeputeerde staten in hun provincie in elk geval zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd «natuurnetwerk Nederland». Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. 3 Gedeputeerde staten kunnen gebieden gelegen buiten het natuurnetwerk Nederland aanwijzen die van provinciaal belang zijn vanwege hun natuurwaarden of landschappelijke waarden, met inachtneming van hun cultuurhistorische kenmerken.

Deze gebieden worden aangeduid als «bijzondere provinciale natuurgebieden», onderscheidenlijk «bijzondere provinciale landschappen». 4 Door Onze Minister en gedeputeerde staten gezamenlijk wordt op adequate wijze de verantwoording inzake de geleverde inspanning voor het behalen van de doelstellingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijn gemonitord. Onze Minister informeert de beide Kamers der Staten-Generaal over de voortgang van de totstandkoming en instandhouding van het natuurnetwerk Nederland op basis van de ter zake doende gegevens die door gedeputeerde staten zijn aangeleverd.

Hoofdstuk 3. Soorten § 3.1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Artikel 3.1 1 Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3 Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4 Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5 Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

§ 3.2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Artikel 3.5 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren.

29

Gierzwaluw- en huismusonderzoek Heemstede – ecol.adviesbur. Antje Ehrenburg – juni 23

3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Artikel 3.8 1. Gedeputeerde staten kunnen ontheffing verlenen van een of meer van de verboden, bedoeld in de artikelen 3.5 en 3.6, tweede lid, ten aanzien van dieren of planten van daarbij aangewezen soorten, dan wel ten aanzien van de voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren van daarbij aangewezen soorten. 2. Provinciale staten kunnen bij verordening vrijstelling verlenen van een of meer van de verboden, bedoeld in de artikelen 3.5 en 3.6, tweede lid, ten aanzien van dieren of planten van daarbij aangewezen soorten, dan wel ten aanzien van de voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren van daarbij aangewezen soorten. 3.

Onze Minister kan ontheffing of vrijstelling verlenen van een of meer van de verboden, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, of van regels gesteld krachtens artikel 3.7, ten aanzien van dieren of planten van daarbij aangewezen soorten, dan wel ten aanzien van de voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren van daarbij aangewezen soorten. 4. Bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, kan worden bepaald dat gedeputeerde staten ontheffing kunnen verlenen, of dat provinciale staten bij verordening vrijstelling kunnen verlenen, van bij de maatregel aangewezen regels. 5. Een ontheffing of een vrijstelling wordt uitsluitend verleend, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: a. er bestaat geen andere bevredigende oplossing; b. zij is nodig: 1°. in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; 2°. ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; 3°. in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; 4°.

voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten, of 5°. om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben; c. er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. 6. De verboden, bedoeld in de artikelen 3.5 en 3.6 zijn niet van toepassing op handelingen ten aanzien waarvan bij of krachtens enige wettelijke bepaling een besluit is vereist, indien 30

Gierzwaluw- en huismusonderzoek Heemstede – ecol.adviesbur. Antje Ehrenburg – juni 23

bij of krachtens die wet is bepaald dat het desbetreffende besluit de handelingen uitsluitend toelaat indien is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in het vijfde lid. 7. De verboden, bedoeld in de artikelen 3.5 en 3.6, tweede lid, zijn niet van toepassing op: a. handelingen ter uitvoering van een instandhoudingsmaatregel of een passende maatregel als bedoeld in artikel 2.2, en b. handelingen die zijn beschreven in en worden verricht overeenkomstig een beheerplan als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, een plan of een programma als bedoeld in artikel 2.3, vijfde lid, of een programma als bedoeld in artikel 1.13, eerste, zevende of achtste lid, indien: 1°. ten aanzien van het beheerplan, het plan of het programma, althans het onderdeel dat betrekking heeft op de desbetreffende handelingen, is voldaan aan het in het vijfde lid bepaalde ten aanzien van ontheffingen en vrijstellingen, en 2°. het bestuursorgaan dat het beheerplan, het plan of het programma heeft vastgesteld tevens bevoegd is voor de verlening van een ontheffing, onderscheidenlijk vrijstelling als bedoeld in het eerste, onderscheidenlijk tweede lid voor dergelijke handelingen, of, als dat niet het geval is, het beheerplan, het plan of het programma is vastgesteld in overeenstemming met het bestuursorgaan dat bevoegd is voor de verlening van de ontheffing, onderscheidenlijk vrijstelling. 8.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.heemstede.nl/api/v1/meetings/2311/documents/33429