Bijlage 4 Voorlopig Dekkingsplan 2023-2026 Deel 1A basisbrandweereenheid 1152136.pdf
Tekst van het document
AUGUSTUS 2022
Voorlopig Dekkingsplan 20232026 deel 1A: basisbrandweereen heid
Voorlopig Dekkingsplan 2023-2026 deel 1A: basisbrandweereenheid Deel 1A Tankautospuit
Voorlopig Dekkingsplan 2023-2026
deel 1A: basisbrandweereenheid Augustus 2022
2
MANAGEMENTSAMENVATTING Regio – De Veiligheidsregio Kennemerland is één van de 25 veiligheidsregio’s in Nederland, gelegen in de provincie Noord-Holland. De Veiligheidsregio Kennemerland voert diverse veiligheidstaken uit namens de gemeentebesturen van: Beverwijk, Bloemendaal, Haarlem, Haarlemmermeer, Heemskerk, Heemstede, Uitgeest, Velsen en Zandvoort. De regio kent een uitgebreide infrastructuur voor het vervoer van personen en goederen over wegen, vaarwegen, spoorwegen en door de lucht. De infrastructuur verbindt de havens, tunnels, stations, emplacementen en de luchthaven Schiphol. Kennemerland is een drukke, dichtbevolkte regio in de Randstad. Er wonen ongeveer een half miljoen inwoners (551.826 in 2021). Met een gemiddelde bevolkingsdichtheid van ongeveer 1800 inwoners / km2 behoort het tot de dichtstbevolkte gebieden van Nederland. Haarlem is de grootste en oudste stad van de regio, met vele historische monumenten. Wonen, werken, verkeer, recreatie en natuur zijn dikwijls nauw verweven in de regio. De regio trekt ook grote aantallen bezoekers naar bijvoorbeeld evenementen (o.a. Awakenings, Dance Valley, Mystery Land, Dutch Grand Prix), de kust en de Bazaar in Beverwijk. Repressieve inrichting – Brandweer Kennemerland bestaat uit 7 beroepskazernes, 3 gecombineerde kazernes en 12 vrijwillige kazernes.
Daarnaast is er een logistieke groep vrijwilligers die zorgt voor ondersteuning en logistiek bij grote incidenten. Voor de basisbrandweerzorg kent brandweer Kennemerland een onderverdeling in een dagsituatie (DAG) en een avond/nacht/weekendsituatie (ANW). In de DAG (maandag t/m vrijdag tussen 07.30 en 17.00 uur) zijn 4 kazernes niet operationeel. Voor de basisbrandweerzorg zijn in de DAG 19 tankautospuiten beschikbaar. In de ANW zijn alle kazernes operationeel en dan zijn er 23 tankautospuiten beschikbaar voor de basisbrandweerzorg. Systematiek – Voor het opstellen van dit dekkingsplan is gebruik gemaakt van de landelijke uniforme systematiek voor dekkingsplannen en het beoordelingskader voor Gebiedsgerichte Opkomsttijden. Hierbij worden de prestaties van de brandweer niet alleen op snelheid, maar ook op capaciteit, paraatheid en werkdruk beschreven en beoordeeld. Het ministerie van J&V heeft deze systematiek al omarmd en is voornemens de noodzakelijke wijzigingen hiervoor in 2022 in de wet te verwerken. Kennemerland heeft zich ambtelijk en bestuurlijk altijd in positieve zin verbonden aan deze ontwikkeling, en hier zelfs een belangrijke bijdrage aan geleverd. Conclusie – Het nieuwe dekkingsplan geeft een realistischer beeld van de werkelijkheid.
Alle gebieden binnen het gehele verzorgingsgebied van brandweer Kennemerland worden binnen de normtijd of binnen de bandbreedte bereikt. Bij ruim 97% van alle objecten staat binnen 10 minuten een eerste brandweereenheid (TS6) voor de deur. Binnen 15 minuten lukt het binnen de Veiligheidsregio Kennemerland zelfs om 3 eenheden ter plaatse te hebben. Hiermee kent de brandweerzorg in de Veiligheidsregio Kennemerland een niveau, dat aansluit bij het risicoprofiel van de regio. Hiermee behouden we het niveau van voorgaande jaren aangezien de prestatie op straat vrijwel ongewijzigd is. Ook bij inzet van het peloton GBO voor bijstand buiten de Veiligheidsregio Kennemerland blijft de dekking binnen Kennemerland goed en worden alle gebieden binnen de norm of binnen de bandbreedte bereikt.
Voorlopig Dekkingsplan 2023-2026
deel 1A: basisbrandweereenheid Augustus 2022
3
Voorwoord Voor u ligt dekkingsplan 2023-2026 dat door brandweer Kennemerland is opgesteld op basis van de landelijke systematiek ‘gebiedsgerichte opkomsttijden’. Minimaal eens per vier jaar stelt de brandweer dit plan op voor onze Veiligheidsregio. Het plan beschrijft welke operationele prestaties wij de komende jaren gaan leveren met welke kazernes, met welke basisbrandweereenheden en in welke organisatievorm. Dit dekkingsplan is anders dan de voorgaande dekkingsplannen die wij hebben opgesteld. Met dit nieuwe dekkingsplan worden de objectgerichte opkomsttijden die we voorheen gebruikten, losgelaten. Deze worden vervangen door gebiedsgerichte opkomsttijden. Dit gebeurt op basis van een landelijk opgestelde standaard voor het berekenen en opstellen van dekkingsplannen. Hiermee worden de regionale dekkingsplannen van de 25 afzonderlijke Veiligheidsregio’s in de nabije toekomst eenduidig en met elkaar vergelijkbaar. De belangrijkste zichtbare wijziging is dat we niet meer spreken over een dekkingspercentage. In dit dekkingsplan zult u zien dat in de basis eerst de verwachte prestaties beschreven worden die de brandweer kan presenteren op het gebied van snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk. Op basis van deze verwachte prestaties wordt per gebied een waardering in de zin van goed/voldoende/onvoldoende gegeven.
Nieuw is dat voor zogenaamde aandachtobjecten) specifiek onderzocht en beschreven is waar de opkomsttijd bij deze objecten meer dan 3 minuten boven de streeftijd is en welke maatregelen de brandweer neemt en/of adviseert voor deze objecten. Hiernaast wordt nu ook beschreven of er objecten zijn die buiten de maximale opkomsttijd van 18 minuten bereikt worden en welke maatregelen de brandweer neemt en/of adviseert voor deze objecten. In ieder geval dienen de eigenaren/bewoners van deze objecten hiervan geïnformeerd te worden. De nieuwe methodiek van dekkingsplannen werkt niet alleen door in een nieuwe blik op het beoordelen van de brandweerprestaties. Door het toepassen ervan wordt de beoordeling bovendien een cyclisch proces, waarin de brandweer vaker dan de wettelijke vierjaarlijkse termijn kan analyseren of het wenselijk is om conclusies en maatregelen bij te stellen. De integratie tussen risicobeheersing en incidentbestrijding is expliciet onderdeel van de systematiek, waardoor het voorkomen en bestrijden van brand en incidenten nog meer in elkaar opgaan. Met dit dekkingsplan beogen wij nog beter te kunnen afwegen en beoordelen of de brandweerzorg zoals die in onze Veiligheidsregio is ingericht voldoet aan wat wij van een professionele brandweerorganisatie mogen verwachten.
Voorlopig Dekkingsplan 2023-2026
deel 1A: basisbrandweereenheid Augustus 2022
4
Inleiding Op grond van artikel 14 van de Wet Veiligheidsregio’s dient het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio vierjaarlijks een dekkingsplan vaststellen. Het voorgaande dekkingsplan is geldig tot en met 2022. Dat dekkingsplan is een voortzetting van het dekkingsplan dat in 2016 aan de hand van de nu nog geldige wettelijke systematiek werd gemaakt in samenwerking met gemeenten. Intussen speelde al deze jaren, ook in het Veiligheidsberaad, een voorbereiding op een nieuwe systematiek, die minder objectgericht en meer gebiedsgericht zou worden. Het kostte uiteindelijk veel tijd om tot een systeem te komen dat voor heel Brandweer Nederland werkbaar is, dat draagvlak heeft bij vakbonden en vakvereniging vrijwilligers en het ministerie voldoende houvast biedt de brandweerzorg in Nederland te beoordelen. Met dit nieuwe dekkingsplan worden de objectgerichte opkomsttijden welke we voorheen gebruikten, losgelaten. Deze worden vervangen door gebiedsgerichte opkomsttijden. De reden waarom dit gebeurt en de keuze voor deze werkwijze vragen om een toelichting. De eerste contouren om te komen tot een andere werkwijze werden reeds zichtbaar in het inspectierapport ‘Ter Plaatse!’ uit 20121, waarin werd geconstateerd dat de genoemde opkomsttijden slechts marginaal werden behaald. Dit werd vervolgens meegenomen in het landelijke rapport RemBrand ‘Brandveiligheid is een coproductie’.
Dit rapport is in 2015 gepubliceerd. De conclusie van het rapport is dat brandveiligheid uiteindelijk altijd een ketenresultaat is. Daardoor is het belangrijk om binnen alle onderdelen van de veiligheidsketen verbeteringen door te voeren, passend bij de huidige en toekomstige risico’s. Binnen het onderdeel preparatie zijn de opkomsttijden van de brandweer en het hierbij behorende dekkingsplan tegen het licht gehouden. De wens vanuit het project RemBrand2 van een bepaald gebied. Hieruit volgend is de handreiking Gebiedsgerichte opkomsttijden (GGO) opgesteld. De opdracht van de RCDV (Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio) hierbij was ‘voer een systeem in van gebiedsgerichte opkomsttijden, ondersteund door een uniforme methodiek voor dekkingsplannen’. Het doel van deze handreiking is daarmee om te komen tot een landelijk uniforme systematiek waarmee risicogebieden, de bijbehorende opkomsttijden en het maken van een dekkingsplan kunnen worden uitgewerkt. Het dekkingsplanproces vormt in dat opzicht de bredere context van de gebiedsgerichte opkomsttijden. Die context moest in beeld worden gebracht om recht te kunnen doen aan de praktijk van de brandweer, waar de dekking immers een belangrijk onderdeel van uitmaakt.
Veiligheidsregio’s zijn wettelijk verplicht om minimaal eens per vier jaar of wanneer de situatie binnen de Veiligheidsregio significant is gewijzigd een dekkingsplan aan het algemeen bestuur ter vaststelling voor te leggen.
1 2
Ter Plaatse! Onderzoek naar de opkomsttijden en dekkingsplannen van de brandweer, Inspectie Veiligheid en Justitie, Juni 2012 Er bestaat op dit moment echter geen vastgestelde definitie van wat er precies onder het brandrisicoprofiel moet worden verstaan en op welke uniforme methodiek een brandrisicoprofiel kan worden opgesteld.
Voorlopig Dekkingsplan 2023-2026
deel 1A: basisbrandweereenheid Augustus 2022
5
Toelichting Het idee achter RemBrand was om meer balans te brengen in de benadering van brandveiligheid waarbij het eerst gekeken werd naar de gehele keten van brandveiligheid en niet alleen naar de opkomsttijden en de voertuigbezetting. Hierbij werd gezocht naar het antwoord op de vraag hoe we op het gebied van brandveiligheid nu echt iets kunnen veranderen. De wens om te kunnen veranderen vraagt om een aantal randvoorwaarden waaronder transparante informatie.
Het spoor van het rapport RemBrand en de Inspectie J&V komen bij elkaar in de wens om te komen tot een nieuwe systematiek voor het opstellen van een dekkingsplan. Een methodiek die meer recht doet aan de praktijk. In de oude systematiek bleken de theoretische prognose - en de in de praktijk gerealiseerde opkomsttijden sterk af te wijken. Om te komen tot een echte verandering op het gebied van brandveiligheid is een betrouwbaar beeld van de repressieve prestatie noodzakelijk. Het toepassen van de nieuwe methodiek heeft geleid tot een verbeterd en meer integraal vormgegeven dekkingsplan. Het dekkingsplan is een weergave van de prestatie die door de brandweer wordt geleverd op het gebied van dekking, waarbij die laatste uit meerderen factoren bestaat. Repressie is echter slechts één van de interventiekenmerken. Wanneer er wordt gekeken naar de gehele keten van brandveiligheid, waarmee ook de andere interventiekenmerken in beeld komen, ontstaat de behoefte aan een brandrisicoprofiel. De gegevens uit het dekkingsplan zijn input voor een dergelijk document omdat ze inzichtelijk maken waar onze repressieve prestatie aanleiding geeft om breder in de keten van brandveiligheid te kijken.
Voorlopig Dekkingsplan 2023-2026
deel 1A: basisbrandweereenheid Augustus 2022
6
Inhoudsopgave 1 Dekking bijstellen (processtap 1)
8
1.1
Interne ontwikkelingen
8
1.2
Externe ontwikkelingen
10
2 Dekking beschrijven (Processtap 2)
13
2.1
Doel
13
2.2
Beschrijving onderdelen
13
3 Dekking beoordelen (Processtap 3)
25
3.1
Doel
25
3.2
Indeling gebieden in categorieën
25
3.3
Beoordeling
26
3.4
Conclusies en aanbevelingen
31
4 Dekkingsplan vaststellen (Processtap 4)
34
5 Uitvoering bijstellen (Processtap 5)
35
6 Dekking uitvoeren (Processtap 6)
36
7 Uitvoering beoordelen (Processtap 7)
37
7.1
Methodiek
37
7.2
Resultaten 2021 gebouwbrand
38
Bronvermelding
40
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
De landelijke methodiek Bepaling meldkamertijd Bepaling uitruktijd eenheden VRK Uitruktijd eenheden omliggende regio’s Opstellen objectenlijst Locatieoverzicht overschrijdingen categorie I objecten Vastgestelde uitgangspunten, kaders en randvoorwaarden
Voorlopig Dekkingsplan 2023-2026
deel 1A: basisbrandweereenheid Augustus 2022
7
1 Dekking bijstellen (processtap 1) Brandweer Kennemerland wil het nieuwe dekkingsplan toekomstbestendig opstellen. Daarom wordt in dit nieuwe dekkingsplan gebruik gemaakt van de nieuwe systematiek en het daarin opgenomen beoordelingskader voor de opkomsttijden. Deze nieuwe systematiek voor dekkingsplannen beoogt een landelijk uniform werkwijze voor de brandweer. De systematiek is vastgelegd in een handreiking. Door deze toe te passen, kan de brandweer met het dekkingsplanproces meer recht doen aan de huidige praktijk. Dat doet zij door niet alleen inzicht te geven in de factor snelheid, maar ook in factoren als capaciteit, paraatheid en werkdruk. Naast een beschrijving van de systematiek in zeven processtappen, biedt de handreiking ook rekenvoorschriften, zodat de regio’s op onderdelen vergelijkbaar worden. Verder biedt de systematiek een goede mogelijkheid om de gemeenten te adviseren over compenserende maatregelen om de brandweerzorg te waarborgen voor objecten of gebieden waar de norm wordt overschreden. Hiernaast is er een informatieplicht aan bewoners als je er meer dan 18 min over doet ter plaatse te komen. Door het toepassen van de nieuwe systematiek zal de brandweer Kennemerland afwijken van de huidige3 ,in het Besluit Veiligheidsregio’s, genoemde tijdsnormen.
Het bestuur van de Veiligheidsregio4 mag voor bepaalde locaties opkomsttijden vaststellen die afwijken van de tijdnormen, mits de keuze van de locatie en de afwijking gemotiveerd worden. Brandweer Kennemerland heeft de onderstaande redenen om hiervoor te kiezen: Een dekkingsplan op basis van de nieuwe methodiek geeft een realistisch beeld van de prestaties die van de brandweer verwacht mogen worden. Dit omdat niet alleen naar de opkomst van een eerste eenheid (snelheid) wordt gekeken, maar ook naar de tijd waarin 3 eenheden op een locatie kunnen zijn (slagkracht). Verder geeft de nieuwe methodiek ook handvatten om eventueel inzicht te kunnen geven in de paraatheid en werkdruk van de brandweer. Tot slot heeft de nieuwe systematiek ook meer informatiewaarde voor het bestuur en biedt het een betere basis voor verantwoording en besluitvorming. Hiermee wordt een kwaliteitsslag gemaakt in het niveau van het dekkingsplan. De nieuwe normen uit de Gebiedsgerichte opkomsttijden zullen binnen afzienbare termijn de nieuwe landelijke norm gaan worden. In ieder geval wordt dit verwacht binnen de geldigheidsduur van het nieuw op te stellen dekkingsplan. De nieuwe methodiek sluit beter aan bij het beschouwen van de mogelijke locaties (gebieden en/of objecten) waar de norm overschreden wordt.
In het kader van het dekkingsplan is een bestuursvoorstel5 geschreven, waarin de uitgangspunten, kaders en randvoorwaarden zijn vastgesteld. Deze is als bijlage 7 toegevoegd.
1.1 Interne ontwikkelingen In 2022 is brandweer Kennemerland gestopt met het gebruik van brandkranen. Vanaf nu zal gebruik gemaakt worden van watervoorziening door watertankwagens en bij grotere incidenten van oppervlaktewater door middel van nieuw aangeschafte pomp- en slangensystemen. Met de implementatie van dit nieuwe bluswatersysteem binnen brandweer Kennemerland is ook een nieuw materieelspreidingsplan opgesteld. Daarin zal voor de plaatsing van tankautospuiten geen verandering optreden. Wel worden diverse specialismen op andere kazernes geplaatst. Tevens zullen de beroepskazernes en combikazernes op gaan treden als TS4-kazernes, waarbij voor gebouwbranden gewerkt gaat worden met de combinatie van TS4 + WT2 = TS6. 3 4
5
Op 1 november 2021 geldende Bvr. Op 1 november 2021 is door de BCOV besloten dat de VRK het nieuwe dekkingsplan opstelt op basis van de normen uit de nieuwe systematiek. Op 11 juli 2022 is door de BCOV conform dit voorstel besloten de uitgangspunten, kaders en randvoorwaarden vast te stellen.
Voorlopig Dekkingsplan 2023-2026
deel 1A: basisbrandweereenheid Augustus 2022
8
Hiernaast is afgelopen jaren in het district Noordwest 4 (NW4) de samenwerking versterkt door de verdere invoering van operationele grenzen. Verder heeft binnen de regio’s Noord-Holland Noord, ZaanstreekWaterland en Kennemerland een intensivering plaatsgevonden in de samenwerking door het samenvoegen van de meldkamers van deze regio’s. Dit heeft er toe geleid dat deze regio’s op het gebied van dekkingsplanberekeningen en het opstellen van de kazerne volgorde tabel voor de meldkamer de daardoor benodigde data geactualiseerd hebben. Een belangrijk onderdeel hierin is de actualisering van het wegenbestand binnen de regio’s. Tot slot is het streven om de werkwijze van de twee brandweerkazernes in Zandvoort anders in te richten buiten kantoortijd. Nu rukt, ongeacht de locatie van een incident, de ene week de kazerne aan de Linnaeusstraat als eerste uit en de andere week de kazerne aan de Duinstraat. Het streven is dat beide kazernes in de toekomst gaan uitrukken op basis van operationele grenzen met minimaal een TS4. Hierdoor is de dekking niet anders dan in de huidige situatie waarbij om en om met TS6 wordt uitgerukt, maar krijgt de burger wel de snelste hulp ter plaatse. In dit dekkingsplan is de opkomsttijd voor de kazernes van Zandvoort bepaald op 2x TS4, wat aansluit bij de huidige werkwijze van om- en om uitrukken.
Tijdens kantooruren (werkdagen tussen 07.30 en 17.00 uur) is alleen de kazerne aan de Linnaeusstraat operationeel en bemenst als combikazerne. Repressieve inrichting De repressieve organisatie van de brandweer Kennemerland bestaat op 1 januari 2022 uit 7 beroepskazernes6, 3 gecombineerde kazernes7 en 12 vrijwillige kazernes8. Daarnaast is er een logistieke groep vrijwilligers die zorgt voor ondersteuning en logistiek bij grote incidenten. Voor de basisbrandweerzorg kent brandweer Kennemerland een onderverdeling in een dagsituatie (DAG) en een avond/nacht/weekendsituatie (ANW). In de DAG (maandag t/m vrijdag tussen 07.30 en 17.00 uur) zijn 4 kazernes9 niet operationeel. Voor de basisbrandweerzorg zijn in de DAG 19 tankautospuiten beschikbaar. In de ANW zijn alle kazernes operationeel en dan zijn er 23 tankautospuiten beschikbaar voor de basisbrandweerzorg. Voor de dekking binnen de Veiligheidsregio Kennemerland levert elke brandweerkazerne één operationele tankautospuit met uitzondering van de bedrijfsbrandweer Tata Steel. Vanuit deze kazerne rukken twee operationele tankautospuiten uit. Naast deze operationele tankautospuiten beschikt brandweer Kennemerland over 8 flex-pool TS-en. Dit zijn tankautospuiten die ook operationeel inzetbaar zijn en gebruikt worden als reserve bij onderhoud/defecten en voor opleidingen en trainingen.
Hiermee kunnen de basis operationele tankautospuiten op de kazernes altijd in de sterkte blijven. Met Schiphol Nederland BV vinden op dit moment gesprekken plaats in het kader van de evaluatie van het Convenant Brandweerzorg Schiphol. Hierbij wordt verkend of de huidige inrichting van de brandweerzorg op Schiphol (deels gefinancierd vanuit de Veiligheidsregio Kennemerland) nog afdoende is.. In de huidige situatie is er een dedicated bemenste TS6 op Schiphol-Sloten (24/7) en een springbemensing op Schiphol-Rijk tussen de TS6 en de vliegtuigbrandbestrijding (24/7). Een mogelijke uitkomst van de verkenning is dat één dedicated bemenste TS6 voldoende is om aan de opkomstprestaties en slagkrachtprestaties te kunnen voldoen. De uitkomsten van de verkenning zijn ten tijde van het opstellen nog onvoldoende bekend om meegenomen te worden in dit plan. Daarom is de huidige situatie op Schiphol in dit plan als uitgangspunt meegenomen. Interne repressieve afspraken Voor de alarmering van vrijwilligers maakt brandweer Kennemerland gebruik van een zogenaamd twee-weg pagersysteem. Hierbij geven vrijwilligers bij een alarmering aan of zij opkomen naar de kazerne. Indien er 6 7 8 9
Inclusief Schiphol Dit is een kazerne, waar tijdens kantooruren een dagdienstbezetting (beroeps) aanwezig is. Buiten kantooruren is dit een vrijwillige kazerne. Inclusief Tata Steel Bennebroek, Beverwijk-West, Spaarndam en Zandvoort Duinstraat
Voorlopig Dekkingsplan 2023-2026
deel 1A: basisbrandweereenheid Augustus 2022
9
onvoldoende opkomst wordt bevestigd om de eenheid te kunnen bemensen binnen 45 seconden, dan wordt een her-alarmering gedaan om te proberen alsnog voldoende opkomst te realiseren. Als dit binnen 45 seconden weer onvoldoende opkomst geeft, dan krijgt de meldkamer een signaal. Deze kan dan een opvolgende dichtstbijzijnde eenheid alarmeren. Hiermee is gerealiseerd dat een maximale vertraging van 1.30 minuut optreedt in de opkomst. Hulpmiddelen op voertuigen Alle eerstelijns voertuigen binnen brandweer Kennemerland zijn uitgerust met een navigatiesysteem, waarbij de incidentlocatie direct automatisch na een alarmering ingeschoten wordt. Omdat deze navigatie toegespitst is op de hulpdiensten en ook het wegenmateriaal in het systeem door de hulpdiensten aangepast kan worden, draagt dit bij aan een snellere opkomst. Dit doordat dit systeem rekening houdt met calamiteitenroutes en andere routes die hulpdiensten ten opzichte van andere weggebruikers wel kunnen en mogen gebruiken. Operationele grenzen en dynamisch alarmeren Brandweer Kennemerland werkt met interregionale operationele grenzen, waarbij meldkamers elkaars eenheden direct kunnen alarmeren. Hierdoor ontstaat geen vertraging in opkomsttijden. Afspraken rondom het operationeel optreden met buurregio’s zijn vastgelegd in convenanten.
Door de interregionale inzet van eenheden krijgt de burger de meest snelle hulp die geboden kan worden. De eenheden van de (bedrijfs)brandweer Tata Steel en (bedrijfs)brandweer Schiphol treden alleen op binnen de met deze brandweren afgesproken verzorgingsgebieden. Een nieuwe landelijke ontwikkeling is de overgang van statisch alarmeren naar dynamisch alarmeren. Deze nieuwe vorm van alarmeren is de toekomst, waarbij op basis van de locatie van een incident en een op dat moment dichtstbijzijnde eenheid kan worden gealarmeerd. Brandweer Kennemerland volgt de ontwikkelingen op dit gebied op nauwe voet en verwacht de komende beleidsperiode hier de eerste stappen in te kunnen zetten. Uitruk op maat Binnen brandweer Kennemerland wordt gewerkt volgens het principe van uitruk op maat. De vrijwillige kazernes Bennebroek, Badhoevedorp, Halfweg-Zwanenburg, Heemstede, IJmuiden, Lisserbroek, Rijsenhout, Spaarndam, Uitgeest, Zandvoort-Duinstraat en Zandvoort-Linnaeusstraat kunnen uitrukken als TS4 kazerne indien bij een alarmering een onderbezetting is. Uitgangspunt is echter het uitrukken als TS6 waar het kan. Voor gebouwbranden wordt er vanuit gegaan dat als TS6 wordt uitgerukt10. De beroepskazernes Haarlem-Oost, Haarlem-West, Hoofddorp, Nieuw-Vennep en Velsen rukken 24/7 uit als TS4. De combikazernes Beverwijk-Oost en Zandvoort rukken overdag uit als TS4.
Bij gebouwbranden rukt de eerste TS uit in combinatie met een watertankwagen (WT2), waarmee deze een samengestelde TS6 vormt.11 De combikazerne Heemstede rukt overdag (altijd) uit als TS4 kazerne.
1.2 Externe ontwikkelingen Geografie De Veiligheidsregio Kennemerland (VRK) is één van de 25 veiligheidsregio’s in Nederland. De Veiligheidsregio Kennemerland voert diverse veiligheidstaken uit namens negen gemeentebesturen in het zuidwesten van de provincie Noord-Holland: Beverwijk, Bloemendaal, Haarlem, Haarlemmermeer, Heemskerk, Heemstede, 10
11
Dit lijkt op basis van de kennis van nu ook de nu in de praktijk meest voorkomende situatie. Bij de jaarlijkse verantwoording van de prestaties zal meegenomen worden of als TS6 of als TS4 is uitgerukt. In het geval van woningbrand hebben deze beroeps- en combikazernes de keuze om als TS6 uit te rukken.
Voorlopig Dekkingsplan 2023-2026
deel 1A: basisbrandweereenheid Augustus 2022
10
Uitgeest, Velsen en Zandvoort. De Veiligheidsregio Kennemerland grenst aan de veiligheidsregio’s NoordHolland Noord, Zaanstreek-Waterland, Amsterdam-Amstelland en Hollands Midden. Kennemerland wordt aan de gehele westzijde begrensd door de Noordzee. Het gemeentelijk ingedeeld gebied reikt tot 1 km vanaf de kust. De Noordzee is druk bevaren. Het aantal windmolens voor de kust zal de komende tijd toenemen. De kuststrook met strand, duinen en bos strekt zich uit over vijf gemeenten. Het uitgestrekte bos- en duingebied aan de kust heeft de status van Natura 2000 gebied vanwege haar grote ecologische waarde (nationaal en internationaal). De regio wordt doorsneden door het Noordzeekanaal. Het gebied is verder ook vrij waterrijk door het Spaarne, de Ringvaart, de Zijkanalen van het Noordzeekanaal en het Uitgeestermeer. In het oosten van de regio bevinden zich polders. De grootste daarvan is de Haarlemmermeerpolder, omgeven door de Ringvaart. Het recreatiegebied Spaarnwoude is een groene buffer tussen Haarlem, Velsen en Amsterdam. De regio kent een uitgebreide infrastructuur voor het vervoer van personen en goederen over wegen, vaarwegen, spoorwegen en door de lucht. De infrastructuur verbindt de havens, tunnels, stations, emplacementen en de luchthaven Schiphol.
Ook kunnen het elektriciteitsnet (hoogspanning), het drinkwaternet en buisleidingen voor de distributie van aardgas en andere stoffen tot de fysieke infrastructuur worden gerekend. Dit zijn veelal vitale voorzieningen. Deze en andere kenmerken zorgen ervoor dat Kennemerland een levendige en dynamische regio is met een hoog risicoprofiel. Demografie Uit de data van het CBS valt af te leiden dat het verzorgingsgebied van de veiligheidsregio meer dan een half miljoen inwoners (551.826 in 2021) telt. Met een gemiddelde bevolkingsdichtheid van ongeveer 1800 inwoners/ km2 behoort het tot de dichtstbevolkte gebieden van Nederland. Haarlem is de grootste en oudste stad van de regio, met vele historische monumenten. Wonen, werken, verkeer, recreatie en natuur zijn dikwijls nauw verweven in de regio. De regio trekt ook grote aantallen bezoekers naar bijvoorbeeld evenementen (o.a. Awakenings, Dance Valley, Mystery Land, Dutch Grand Prix), de kust en de Bazaar in Beverwijk. De risico’s in de regio Volgens de Wvr (artikel 15, lid 2) wordt voorgeschreven dat het algemeen bestuur van de veiligheidsregio verplicht is om een regionaal risicoprofiel vast te stellen, waarin de maatgevende risico’s voor de veiligheidsregio worden beschreven. In dit rapport beperken we ons tot het maatgevende brandrisico, wat de kern van gebiedsgerichte opkomsttijden is.
Hiervoor hanteren we een gebouwbrand aan als uitgangspunt. Het regionale risicoprofiel wordt gelijktijdig met dit dekkingsplan aan het bestuur aangeboden. Meldkamer Noord-Holland Op 14 mei 2019 is de Meldkamer Noord-Holland (MKNH) in gebruik genomen. Deze bestaat uit de voormalige meldkamers in Alkmaar, Zaandam en Haarlem. De MKNH is de gemeenschappelijke meldkamer voor brandweer, politie en ambulance in Noord-Holland. Bij de Meldkamer beantwoorden centralisten 24/7, via het alarmnummer 112, hulpvragen door inzet van de hulpverleningsdiensten. Daarnaast coördineren zij deze inzet en het opschalen van hulpdiensten, als blijkt dat incidenten omvangrijker zijn, of uitgroeien tot een crisis. Bij de samenvoeging van de meldkamer is interregionaal besloten als gevolg voor een noodzakelijke uniforme werkwijze dat meldingen voor de brandweer geprotocolleerd aangenomen worden. Bij de ambulancedienst was dit al het geval. Voor het aanname protocol wordt gebruik gemaakt van ProQA Fire12. Dit geprotocolleerd werken heeft als gevolg dat 112-melders op een eenduidige wijze uitgevraagd worden en alle voor een incident
12
Het Professionals Quality Assurance (ProQA) is een systeem, waarin wordt gewerkt aan de hand van vaste protocollen en instructies. ProQA Fire ondersteunt centralisten van de Meldkamer Brandweer om 112-meldingen uniform aan te nemen en af te handelen.
Voorlopig Dekkingsplan 2023-2026
deel 1A: basisbrandweereenheid Augustus 2022
11
van belang zijnde vragen worden gesteld. Het gevolg is wel dat een uitvraag wat langer kan duren, waardoor de meldkamertijd hoger is. Dit heeft uiteindelijk gevolgen voor opkomsttijden, die daarmee hoger worden. Rechtspositie vrijwilligers Er bestaat momenteel een reëel risico dat elementen in de rechtspositie van de brandweervrijwilligers in strijd zijn met de Europese wet- en regelgeving. Deze wetgeving bepaalt dat gelijk werk ook gelijk moet worden beloond. Om vrijwilligheid te behouden moet een fundamenteel onderscheid worden gemaakt tussen de vrijwilligers en de beroepsmedewerkers. Daarbij gaat het onderscheid tussen verplicht en niet verplicht gelden. De vrijwilliger werkt daadwerkelijk op basis van vrijwilligheid en kan niet worden verplicht om taken uit te voeren en beschikbaar te zijn op een bepaald moment. Vormen van consignering (het buiten werktijd verplicht oproepbaar zijn voor spoedgevallen) en kazernering (verplichte aanwezigheid op de kazerne) zijn dan voor vrijwilligers niet meer mogelijk. Voor beroepsmedewerkers verandert er niets. Deze ontwikkeling kan invloed hebben op de kazernering van de kazerne Beverwijk-Oost op de zaterdagen (09.00 – 17.00) en de zon- en feestdagen (12.00 – 17.00).
Verlaging maximum snelheid bebouwde kom De Tweede Kamer heeft op 27 oktober 2020 ingestemd met een motie van GroenLinks en de SGP om de norm voor de maximumsnelheid in de bebouwde kom te verlagen van 50 naar 30 km/u. Een limiet van 50 kilometer per uur is nog toegestaan op doorgaande wegen als de verkeersveiligheid niet in gevaar is. Zo hopen de partijen het aantal verkeersdoden te doen dalen. Uitzonderingen zijn nog wel mogelijk, bijvoorbeeld op doorgaande wegen of plekken waar dit veilig kan. Naar aanleiding hiervan zijn diverse gemeenten gestart hier invulling aan te geven. Een structurele snelheidsverlaging van 50 naar 30 km/u kan een negatief effect hebben op de opkomsttijd van de hulpdiensten, zeker als deze gepaard gaat met snelheidsbeperkende maatregelen zoals versmalling van de rijbaan en/of het aanleggen van verkeersdrempels. Een hogere opkomsttijd van de hulpdiensten kan een negatief effect hebben op het (levensreddend) optreden van die hulpdiensten. De werkelijke impact van de verlaging van de snelheid is niet of lastig te geven. Een lagere snelheid op wegen zal betekenen dat hulpdiensten later op de plek van het incident kunnen komen. Voor vrijwillige kazernes geldt hiernaast dat de verlaging dubbel werkt. De vrijwilligers zullen er namelijk ook langer over doen om op de kazerne te komen, waarna de brandweerauto er langer over doet om bij het incident te komen.
Dit dekkingsplan is gebaseerd op de huidige infrastructuur.
Voorlopig Dekkingsplan 2023-2026
deel 1A: basisbrandweereenheid Augustus 2022
12
2 Dekking beschrijven (Processtap 2) 2.1 Doel In dit hoofdstuk wordt, met behulp van de handreiking Gebiedsgerichte Opkomsttijden, de verwachte dekking in het verzorgingsgebied beschreven. Hiermee maakt de brandweer inzichtelijk waar zij repressief toe in staat is onder de gegeven omstandigheden.
2.2 Beschrijving onderdelen De beschrijving bevat de factoren snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk. Niet voor alle genoemde factoren zijn er beoordelingskaders beschikbaar. Ondanks het feit dat er voor een factor geen beoordelingskader bestaat, moet hij wel worden beschreven. Op die manier ontstaat er meer inzicht in de dekking. Het is belangrijk dat deze processtap afzonderlijk wordt uitgevoerd. Factor
Onderwerp
Snelheid
Maatgevend scenario Snelste hulp ter plaatse
Capaciteit
Slagkracht Grootschalige en langdurige inzetten
Paraatheid
Beschikbaarheid Gelijktijdigheid Restdekking
Werkdruk Voor de factoren snelheid en capaciteit is de prognose van de opkomsttijd van belang. Onder de prognose verstaan we in dit verband de verwachte opkomsttijd voor een specifieke locatie. De opkomsttijd bij een incident is de tijdsduur tussen de melding van een hulpvraag bij de meldkamer tot het moment waarop een bepaalde hoeveelheid hulpverleners op de incidentlocatie arriveert. De opkomsttijd bestaat uit drie tijdselementen: meldkamertijd, uitruktijd en rijtijd. Deze drie tijdselementen bepalen samen de opkomsttijd. Onderstaand figuur illustreert hoe de drie tijdselementen elkaar opvolgen. Voor het bepalen van de meldkamertijd en de uitruktijd van de eenheden wordt gebruik gemaakt van de ruwe incidentgegevens die brandweer Kennemerland maandelijks van de meldkamer ontvangt. In bijlage 2 (bepalen meldkamertijd) en bijlage 3 (bepalen uitruktijd) is beschreven hoe de berekening hiervan heeft plaatsgevonden en welke filters zijn toegepast. Ook de resultaten staan daar vermeldt.
Voor de berekening van de rijtijd wordt gebruik gemaakt van het routenetwerk van SafetyCT (levering maart 2022). Dit routenetwerk is verrijkt met de speedprofiles van TomTom, wat een realistisch beeld geeft over de
Voorlopig Dekkingsplan 2023-2026
deel 1A: basisbrandweereenheid Augustus 2022
13
werkelijke snelheden die de brandweer kan rijden. De maximaal haalbare snelheid op wegen is beperkt tot 100 km/u conform de brancherichtlijn optische en geluidssignalen. Voor de objecten is gebruik gemaakt van de levering van de kernregistratie objecten (KRO) van april 2022. Voor de objecttyperingen ‘portiekwoningen‘ is op basis de inventarisatie in het kader van het dekkingsplan 2013 een verrijking opgesteld. Deze lijst is in 2022 door Operationele Voorbereiding in samenwerking met Risicobeheersing nog eens geheel nagelopen en getoetst op juistheid. Op basis van deze controleslag is de lijst vanuit de KRO verrijkt met de in de VRK aanwezige portiekwoningen13. Hiernaast is voor de objecten ‘gebouwen voor slapende niet-zelfredzame personen’ op basis van de Witte kaart14 (GHOR4all) een lijst opgesteld met de objecten die in deze categorie meetellen. Het gaat hierbij om de objecten met als categorie in de witte kaart: ‘verpleeg- en verzorgingsinstellingen’, ‘ziekenhuizen’, ‘categorale woonvormen’, ‘gehandicaptenzorg’ en ‘revalidatiecentrum’. Deze objecten zijn ook op een ‘uitzonderingslijst’ geplaatst om zo in het dekkingsplan mee te kunnen nemen en op de aandachtspuntenlijst te kunnen plaatsen. Voor de uiteindelijke totaalberekeningen van de opkomsttijd is het computerprogramma Care van SafetyCT gebruikt.
Dit is toegespitst op dekkingsplanberekeningen en is ingericht om conform de handreiking de vereiste resultaten en benodigde data op te leveren. Hierin is versie V20 van de GGO module gebuikt. Vervolgens zijn met behulp van Excelformats grafieken gegenereerd en is QGIS15 gebruikt voor het visualiseren van het geheel. Snelheid Snelheid beschrijft de best geschatte tijd waarmee de 1e tankautospuit (TS) ter plaatse kan zijn. Het gebied waar een basisbrandweereenheid het snelst kan zijn ten opzichte van andere basisbrandweereenheden wordt het verzorgingsgebied van die eenheid genoemd. Omdat het maatgevend scenario brand als uitgangspunt is genomen, spreken we in dit verband van basisbrandweereenheden. De wet schrijft een TS6 als basisbrandweereenheid voor. Indien er met een andere bezetting wordt gewerkt, moet het samenstel van eenheden een vergelijkbare slagkracht hebben als die van een TS6. Binnen Kennemerland is dit bij de beroepskazernes met een watertankwagen het samenstel van TS4 en WT2. In Zandvoort is dit 2x TS4.
13
14 15
Een portiekwoning is een gebouwvorm met meerdere woningen, waarbij vanaf de toegang van deze woningen maar naar één kant verticaal gevlucht kan worden via één besloten trappenhuis. De woningen komen rechtstreeks uit in het trappenhuis. Een kaart met daarop de zorginstellingen en het gebruik daarvan Een opensource geografisch informatiesysteem
Voorlopig Dekkingsplan 2023-2026
deel 1A: basisbrandweereenheid Augustus 2022
14
DAG
ANW
Opkomsttijd 1ste TS6
S-curve opkomst 1ste TS6 DAG
Voorlopig Dekkingsplan 2023-2026
deel 1A: basisbrandweereenheid Augustus 2022
15
S-curve opkomst 1ste TS6 ANW Capaciteit Capaciteit bestaat uit slagkracht en grootschalige en langdurige inzetten. Net als voor de factor snelheid dient ook voor capaciteit aandacht besteed te worden in het dekkingsplan. De dekking van een veiligheidsregio wordt immers niet alleen bepaald door de snelheid waarmee eenheden bij een incident ter plaatse kunnen zijn, maar ook door de beschikbaarheid van voldoende eenheden bij opschaling. Slagkracht De basisbrandweerzorg voorziet in een slagkracht tot maximaal drie tankautospuiten en één bijzonder voertuig onder leiding van een officier van dienst. Het uitgangspunt is dat een inzet met meer dan drie tankautospuiten onder de noemer van grootschalig brandweeroptreden (GBO) valt. Met capaciteit hangen ook begrippen als voortzettingsvermogen en aflossing samen. Het begrip restdekking neem je op onder paraatheid, omdat het hierbij gaat om de beschikbaarheid van eenheden die bij grootschalige of langdurige inzetten tijdelijk verandert. Slagkracht is het vermogen om bij opschaling snel meerdere eenheden tot een maximum van drie tankautospuiten ter plaatse te krijgen. Dit is onderdeel van de basisbrandweerzorg. Voor basisbrandweerzorg wordt dit weergegeven in de tijd die nodig is om drie basisbrandweereenheden ter plaatse te krijgen.
Voorlopig Dekkingsplan 2023-2026
deel 1A: basisbrandweereenheid Augustus 2022
16
DAG
ANW
Aantal TS-en dat binnen 15 minuten aanwezig kan zijn DAG
ANW
Opkomsttijd 3x TS
Voorlopig Dekkingsplan 2023-2026
deel 1A: basisbrandweereenheid Augustus 2022
17
S-curve slagkracht DAG
S-curve slagkracht ANW Grootschalige en langdurige inzetten (GBO) In de voorgaande paragrafen is de snelheid en slagkracht die betrekking heeft op de basisbrandweerzorg beschreven. De basisbrandweerzorg organiseert een slagkracht tot een maximum van drie tankautospuiten en één bijzonder voertuig onder leiding van een Officier van Dienst. Indien een incident om meer dan drie tankautospuiten vraagt dan spreken we over Grootschalig Brandweeroptreden. Dat kan zijn doordat meer dan vier ‘eigen’ eenheden worden ingezet bij een incident in de ‘eigen’ regio. Maar hieronder wordt ook verstaan het bijstand leveren met vier basisbrandweereenheden (peloton) aan een andere regio. In de visie op GBO16 verwacht de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio’s (RCDV) onder andere dat iedere veiligheidsregio in staat is om een peloton basis brandweerzorg te kunnen leveren.
16
Visie Grootschalig Brandweeroptreden 2.0, september 2018 (vastgesteld in RBC op 21 september 2018)
Voorlopig Dekkingsplan 2023-2026
deel 1A: basisbrandweereenheid Augustus 2022
18
Binnen de Veiligheidsregio Kennemerland wordt voor de opschaling grootschalige inzetten, conform de kazerne volgorde tabel, gealarmeerd op basis van interregionale operationele grenzen. Dit wil zeggen dat de eerste acht basisbrandweereenheden bij een incident de snelste acht eenheden zijn. Indien een incident vraagt om meer dan twee pelotons, dan wordt bijstand gevraagd aan een omliggende regio. Voor aflossing of een niet spoedeisende inzet van een peloton wordt in samenspraak met de Algemeen Commandant Brandweer (ACB) een peloton geformeerd. Hierbij kan dan vooraf rekening gehouden worden met inzetduur en restdekking in de regio om een zo optimaal mogelijke brandweerzorg te houden tijdens de inzetduur van het peloton. Voor incidenten buiten de Veiligheidsregio Kennemerland, waar de brandweer gevraagd wordt een peloton te leveren, wordt gewerkt met een vooraf vastgesteld peloton. Dit peloton kan en dient binnen een uur na aanvraag geformeerd te zijn op een uitgangsstelling in de eigen regio. Vanaf die locatie vertrekt het peloton dan als geheel naar de bijstand vragende regio voor een inzet. Naast het peloton voor bijstand heeft brandweer Kennemerland altijd de beschikking over een peloton voor grootschalig optreden bij vliegtuigongevallen binnen het werkingsgebied van het crisis bestrijdingsplan Schiphol.
Hiervoor levert brandweer Kennemerland een peloton en levert brandweer Amsterdam-Amstelland een peloton. De alarmering van het bijstandspeloton van brandweer Kennemerland vindt plaats in afstemming met de ACB, op basis van de vooraf vastgestelde kazerne volgorde tabel (KVT). Voor de inzet van het peloton basis brandweerzorg worden primair de kazernes Bennebroek, IJmuiden, Spaarndam en Beverwijk-West ingezet. DAG
ANW
Opkomsttijd 1ste TS6 bij inzet peloton GBO Wanneer dit peloton wordt ingezet, dan zijn deze eenheden niet meer beschikbaar voor inzet in de eigen regio en heeft dit gevolgen voor de opkomst van de 1ste TS rondom die kazernes.
Voorlopig Dekkingsplan 2023-2026
deel 1A: basisbrandweereenheid Augustus 2022
19
Bij langdurige incidenten in de Veiligheidsregio Kennemerland zijn meerdere eenheden niet meer beschikbaar voor de primaire dekking in hun verzorgingsgebied. Om zoveel als mogelijk een optimale brandweerzorg te kunnen blijven garanderen wordt in deze gevallen de Algemeen Commandant Brandweer (ACB) gealarmeerd. De ACB heeft als rol om in samenspraak met de operationeel leidinggevende ter plaatse en de meldkamer te bekijken hoe met eenheden in de regio geschoven kan worden om een zo optimale brandweerzorg voor de overige incidenten in de regio te kunnen waarborgen. Paraatheid De paraatheid gaat over de mate waarin de brandweer volgens plan paraat kan zijn. Dit is de mate waarin de brandweer erin kan voorzien dat een aangewezen eenheid naar een incident kan uitrukken en daadwerkelijk kan optreden. De papieren werkelijkheid van een dekkingsplan is statisch: eenheden lijken dan altijd paraat. In de praktijk is dat echter niet altijd het geval. Diverse factoren hebben invloed op de paraatheid van eenheden. Beschikbaarheid Beschikbaarheid is de mate waarin de brandweer voldoende (gekwalificeerd) personeel en werkend materieel beschikbaar heeft om daadwerkelijk naar een incident uit te rukken en deze te bestrijden. Om als brandweer te kunnen voldoen aan de opkomst en capaciteitscriteria, moet zij beschikken over voldoende gekwalificeerd personeel en beschikbaar materieel.
Dit heeft invloed op de wijze waarop verschillende brandweerkazernes ingezet kunnen worden bij meldingen van brand die bij de meldkamer brandweer binnenkomen. Hierbij wordt rekening gehouden met de mogelijkheid dat er gebruik wordt gemaakt van zogenaamde springbemanning. Sinds begin 2022 lukt het om de periode dat een eenheid niet beschikbaar was op grove basis vanuit het meldkamersysteem (GMS) op te vragen. Op basis van de geregistreerde buitendienst stellingen van eenheden en de geregistreerde reden is een inschatting gemaakt hoeveel procent een eenheid niet beschikbaar is. De verwachte beschikbaarheid van een brandweerkazerne is uitgedrukt in een percentage per jaar.
17 18
Kazerne17 18
Verwachte beschikbaarheid per jaar
Badhoevedorp
> 95%
Bennebroek
> 95%
Beverwijk Oost
> 95%
Beverwijk West
85-90 %
Haarlem-Oost
> 95%
Haarlem-West
> 95%
Halfweg-Zwanenburg
> 95%
Heemskerk
> 95%
Heemstede
> 95%
Hoofddorp
> 95%
IJmuiden
90-95 %
Lisserbroek
> 95%
De kazernes Bennebroek, Beverwijk-West, Spaarndam en Zandvoort Duinstraat zijn overdag niet beschikbaar De beschikbaarheid is bepaald aan de mate dat een kazerne operationeel is. Dat wil zeggen normaal op basis van 168 uur (7x24) per week. Voor de posten die tijdens kantooruren niet beschikbar zijn is dat op basis van 120,5 uur per week.
Voorlopig Dekkingsplan 2023-2026
deel 1A: basisbrandweereenheid Augustus 2022
20
Kazerne17 18
Verwachte beschikbaarheid per jaar
Nieuw-Vennep
> 95%
Rijsenhout
> 95%
Schiphol-Rijk
> 95%
Schiphol-Sloten
> 95%
Spaarndam
90-95 %
Tata Steel 1
> 95%
Tata Steel 2
> 95%
Uitgeest
> 95%
Velsen
> 95%
Zandvoort Duinstraat
> 95%
Zandvoort Linnaeusstraat
> 95%
Gelijktijdigheid Gelijktijdigheid ontstaat als de meldkamer een beroep wil doen op een eenheid die reeds is ingezet. Inzicht in de kans op gelijktijdigheid is relevant voor de paraatheid. Het zegt namelijk iets over de mate waarin de brandweer erin kan voorzien dat de snelste eenheid ter plaatse komt. Gelijktijdigheid geeft daarmee inzicht in de kwaliteit van de dekking. Voor gelijktijdigheid zijn de frequentie van incidenten en de duur van de incidenten de bepalende factoren. Onderstaande tabel geeft de kans weer op jaarbasis (het aantal keer) dat dit voorkomt binnen het verzorgingsgebied van een kazerne. Kazerne
Kans (verwacht maximaal aantal keer) gelijktijdigheid per jaar DAG
ANW
Badhoevedorp
1
2
Bennebroek
-
1
Beverwijk Oost
3
2
Beverwijk West
-
2
Haarlem-Oost
3
5
Haarlem-West
4
7
Halfweg-Zwanenburg
1
1
Heemskerk
1
2
Heemstede
3
2
Hoofddorp
3
5
IJmuiden
1
2
Lisserbroek
1
1
Nieuw-Vennep
3
4
Rijsenhout
1
1
Voorlopig Dekkingsplan 2023-2026
deel 1A: basisbrandweereenheid Augustus 2022
21
Kazerne
Kans (verwacht maximaal aantal keer) gelijktijdigheid per jaar DAG
ANW
Schiphol-Rijk
1
1
Schiphol-Sloten
4
4
Spaarndam
-
1
Tata Steel
2
2
Uitgeest
1
1
Velsen
3
5
Zandvoort Duinstraat
-
1
Zandvoort Linnaeusstraat
1
1
De kans op gelijktijdigheid is bepaald door te kijken naar de frequentie van incidenten per kazerne per dag. Door deze af te zetten tegen de mediaan inzettijd van de kazerne en met behulp van een ‘matlab simulatiemodel’19 wordt de gelijktijdigheid berekend. Dit is voor dit dekkingsplan berekend over de periode januari 2018 t/m december 2021. Restdekking Bij grootschalige en langdurige inzetten worden veel eenheden ingezet. Het aantal ingezette eenheden kan zo groot zijn, dat de beschikbaarheid van eenheden voor de rest van de regio fors terugloopt. Dit doet zich zowel voor bij een incident in het eigen verzorgingsgebied als in geval van bijstand. De inzet van een groot aantal eenheden tegelijkertijd heeft ontegenzeggelijk invloed op de dekking van (een deel van) het verzorgingsgebied. Om inzicht te krijgen in de mate waarop een kazerne bijdraagt aan de regionale dekking is per kazerne uitgerekend hoeveel objecten buiten de bandbreedte (referentietijd + 3 minuten) komen te vallen als die kazerne is ingezet. Hoe meer objecten dan buiten de bandbreedte vallen, des te belangrijker de kazerne is in het kader van een zo optimaal mogelijke regionale dekking. Onderstaande tabel geeft voor beide situaties weer in welke volgorde een kazerne bijdraagt aan de dekking. Hoe hoger op de lijst, hoe meer objecten bij uitval van die kazerne buiten de bandbreedte bereikt worden.
Bijdrage aan regionale dekking (van hoog naar laag)
19
DAG
ANW
Zandvoort Linnaeusstraat
Haarlem-West beroeps
Haarlem-West beroeps
Haarlem Oost
Haarlem Oost
Velsen
Velsen
Zandvoort Duinstraat
Hoofddorp
Zandvoort Linnaeusstraat
Halfweg-Zwanenburg
Halfweg-Zwanenburg
Nieuw-Vennep
Hoofddorp
Beverwijk Oost
Beverwijk West
Uitgeest 1
Nieuw-Vennep
Heemskerk 1
Uitgeest 1
IJmuiden
Bennebroek
Schiphol Sloten
Heemskerk 1
In het simulatiemodel worden uitrukken gegenereerd die een realistische representatie zijn van de uitrukken in het verleden. Door de simulaties een groot aantal keer te herhalen (50.000x) kan een realistische kans op gelijktijdigheid berekend worden (aantal overlappen gedeeld door het totaal aantal simulaties).
Voorlopig Dekkingsplan 2023-2026
deel 1A: basisbrandweereenheid Augustus 2022
22
Bijdrage aan regionale dekking (van hoog naar laag) DAG
ANW
Badhoevedorp
Spaarndam
Rijsenhout
IJmuiden
Lisserbroek
Badhoevedorp
Schiphol Rijk
Beverwijk Oost
Tata Steel
Rijsenhout
Heemstede 1 **
Heemstede 1
Bennebroek *
Lisserbroek
Beverwijk West *
Schiphol Sloten
Spaarndam *
Tata Steel
Zandvoort Duinstraat *
Schiphol Rijk
* **
kazerne kan overdag alleen als TS4 uitrukken, daarom staat deze laag in de lijst omdat hij doordoor in het kader van GGO niet meetelt voor de dekking kazerne overdag niet in de sterkte
De Algemeen Commandant Brandweer heeft als rol om in samenspraak met de operationeel leidinggevende ter plaatse en de meldkamer te bekijken hoe met eenheden in de regio geschoven kan worden om een zo optimale brandweerzorg voor de overige incidenten in de regio te kunnen waarborgen. Hierbij kan van deze lijst gebruik gemaakt worden om te bepalen welke kazernes (hoe hoger op de lijst) als eerste weer bezet moeten worden. Dit zodat bij incidenten de regionale dekking zoveel als mogelijk gewaarborgd blijft. Werkdruk op basis van alarmeringsfrequentie Werkdruk heeft een rechtstreekse relatie met het aantal keer per jaar dat een brandweereenheid wordt gealarmeerd in verband met een incident. Om hier inzicht in te kunnen krijgen dient hier de alarmeringsfrequentie te worden beschreven. De definitie van alarmeringsfrequentie is daarmee: ‘het totaal aantal alarmeringen (van alle incidenttypen) van iedere brandweereenheid op jaarbasis’. Werkdruk is dus de belasting van een eenheid. Dit wordt (mede) bepaald via het jaarlijkse aantal incidenten waar een eenheid voor wordt gealarmeerd. Dit getal bestaat uit alle alarmeringen die een eenheid op jaarbasis verwerkt, ongeacht om welk type het gaat; de prioriteit; loos of echt; eigen regio of bijstand; eerstelijns of opschaling.
Het aantal alarmeringen van een tankautospuit is één van de factoren die management en bestuur inzicht geeft in de haalbaarheid en kosteneffectiviteit van de huidige wijze waarop de repressieve organisatie is ingericht. Werkdruk is zodoende bepalend voor de organisatievorm van de brandweerzorg. Het bepaalt mede de keus voor de plaatsing van een vrijwilligers- of juist een beroepskazerne in een bepaald gebied. Werkdruk en gelijktijdigheid hebben een sterke correlatie. Naarmate er meer incidenten zijn is de kans dat er gelijktijdig iets gebeurt hoger. Daar het landelijk ontbreekt aan een norm en het dekkingsplan (slechts) de repressieve prestatie weergeeft, wordt dit gegeven in dit document niet verder uitgewerkt. Kazerne
Gemiddelde inzetfrequentie per jaar DAG
ANW
Badhoevedorp
50
103
Bennebroek
-
46
Beverwijk Oost
186
94
Beverwijk West
-
111
Voorlopig Dekkingsplan 2023-2026
deel 1A: basisbrandweereenheid Augustus 2022
23
Kazerne
Gemiddelde inzetfrequentie per jaar DAG
ANW
Haarlem-Oost
200
373
Haarlem-West
246
420
Halfweg-Zwanenburg
25
50
Heemskerk
43
76
Heemstede
125
90
Hoofddorp
226
336
IJmuiden
16
71
Lisserbroek
10
21
Nieuw-Vennep
110
152
Rijsenhout
18
28
Schiphol-Rijk
51
36
Schiphol-Sloten
280
303
Spaarndam
-
36
Tata Steel
83
72
Uitgeest
13
31
Velsen
147
252
Zandvoort Duinstraat
-
31
Zandvoort Linnaeusstraat
57
62
Voorlopig Dekkingsplan 2023-2026
deel 1A: basisbrandweereenheid Augustus 2022
24
3 Dekking beoordelen (Processtap 3) 3.1 Doel Hier wordt een beoordeling van de verwachte repressieve dekking gegeven voor de factoren snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk. Op basis van de totale beoordeling van deze factoren kan de brandweer constateren in hoeverre deze verwachte repressieve dekking past binnen het wettelijk kader en bij de bestuurlijke wensen van de brandweerregio.
3.2 Indeling gebieden in categorieën In de handreiking wordt aangegeven dat de indeling van het verzorgingsgebied plaatsvindt op basis van de CBS-wijkindeling (CBS wijk en buurtindeling), waarbij wordt gekeken naar de adressendichtheid (het aantal adressen per km2) en naar het aantal objecten van het jaar 1900 of ouder. Het verzorgingsgebied van de Veiligheidsregio wordt daarmee in drie verschillende categorieën ingedeeld. Categorie
Overheersend karakter van het gebied
Referentiewaarde in minuten
Bandbreedte in minuten*
I
7
4-10
Oude binnensteden (woningen, gebouwen voor zelfredzame personen zoals hotels, kantoren, winkels, publieksgebouwen, scholen en industriegebouwen) Gebouwen voor slapende niet-zelfredzame personen (gevangenissen, ziekenhuizen en verpleegtehuizen) Portiekwoningen Woongebouwen hoger dan 20 meter
II
Woningen Gebouwen voor zelfredzame personen (inclusief industrie)
10
7-13
III
Verspreid liggende woningen Verspreid liggende gebouwen voor zelfredzame personen (inclusief industrie)
15
12-18
*
De gegeven minimale waarde is een inzichtwaarde, uiteraard mag het altijd sneller.
Het eindresultaat van de indeling in categorieën is te zien in de afbeelding hiernaast. Van de totaal 410 buurten die we in onze regio kennen zijn er 29 ingedeeld in categorie I. Dit zijn de oude binnensteden, gebouwen met slapende niet zelfredzame personen, portiekwoningen en gebouwen hoger dan 20 meter. Er vallen 305 gebieden in categorie II. Dit zijn reguliere woningen en gebouwen voor zelfredzamen. Tenslotte zijn er 76 buurten als categorie III bestempeld. Dit zijn de resterende gebieden. Dit betreft verspreid liggende woningen en gebouwen inclusief industrie.
Voorlopig Dekkingsplan 2023-2026
deel 1A: basisbrandweereenheid Augustus 2022
25
3.3 Beoordeling Beoordeling op snelheid TS6 gebiedsgericht Voor elk gebied (CBS buurt) kan de mediaan van de verwachte opkomsttijd van de eerste tankautospuit (TS6)20 bepaald worden. Dit vindt plaats door de mediaan te berekenen van de opkomsttijd van alle objecten per gebied te berekenen. De opkomsttijd wordt vervolgens per gebied wordt vergeleken met de bijbehorende referentiewaarde en bandbreedte.
De opkomsttijd per gebied wordt als volgt beoordeeld: Goed
de opkomsttijd is lager dan de referentiewaarde;
Voldoende
de opkomsttijd is hoger dan de referentiewaarde, maar lager dan de maximale bandbreedte;
Onvoldoende
de opkomsttijd is hoger dan de maximale bandbreedte. In dat geval is aanvullende duiding nodig. Zet dit gebied op een aandachtspuntenlijst, waarop alle gebieden worden geplaatst die in de beoordeling onvoldoende scoren en nadere beschouwing vragen.
DAG
ANW
Opkomsttijd 1ste TS6
20
In Kennemerland kan dit ook de combinatie van een TS4 + WT2 zijn
Voorlopig Dekkingsplan 2023-2026
deel 1A: basisbrandweereenheid Augustus 2022
26
Binnen de Veiligheidsregio Kennemerland worden tijdens de DAG-situatie 393 van de 410 gebieden binnen de referentietijd bereikt. De overige 17 gebieden worden buiten de referentietijd, maar binnen de bandbreedte bereikt. In de ANW-situatie worden 387 van de 410 gebieden binnen de referentietijd bereikt. De overige 23 gebieden worden buiten de referentietijd, maar binnen de bandbreedte bereikt. Geen van de buurten wordt buiten de bandbreedte bereikt. Op objectniveau blijkt uit de analyse dat bij meer dan 95% van de objecten binnen 10 minuten een eerste TS6 voor de deur kan staan bij een incident. Beoordeling aandachtsobjecten op snelheid TS6 Het dekkingsplan is gebiedsgericht. Dit wil zeggen dat er naar de prestatie in een gebied (CBS buurt) wordt gekeken. Er wordt echter een uitzondering gemaakt voor de objecten uit categorie I met een opkomsttijd van meer dan 10 minuten en de objecten met een opkomsttijd hoger dan 18 minuten. Categorie I objecten met opkomst van meer dan 10 minuten Het gaat hierbij om de objecten21 met de functie ‘cel’, ‘gebouwen voor slapende niet-zelfredzame personen’, ‘portiekwoning’ en ‘woongebouw hoger dan 20 meter’. Binnen de Veiligheidsregio Kennemerland worden 949 van de in totaal 19.358 objecten met een van deze functies niet bereikt binnen de maximale opkomsttijd van 10 minuten.
In bijlage 6 is een lijst opgenomen, gerubriceerd op gemeente, plaats en straat (locaties) waar zich de objecten bevinden uit categorie I met meer dan 3 minuten overschrijding. Daarin is ook weergegeven hoeveel objecten het betreft per locatie en wat de maximale overschrijding is. DAG
ANW
Beoordeling opkomst 1ste TS6 op categorie I objecten
21
Verblijfsobject vanuit Basisregistratie Adressen en Gebouwen. In de meeste gevallen zal in één pand meer dan één verblijfsobject aanwezig zijn.
Voorlopig Dekkingsplan 2023-2026
deel 1A: basisbrandweereenheid Augustus 2022
27
Het merendeel van de objecten uit categorie I met een opkomsttijd van meer dan 10 minuten ligt in de gemeente Zandvoort. Het betreft hier 75% van de 715 objecten. Objecten met opkomsttijd hoger dan 18 minuten Binnen de Veiligheidsregio Kennemerland zijn er 4 objecten die niet binnen de maximale opkomsttijd van 18 minuten bereikt kunnen worden. Deze locaties zijn: Gemeente
Plaats
Straat (locatie)
Aantal objecten met overschrijding
Max. overschrijding (minuut)
Heemskerk
Heemskerk
Zwarteweg
2
00:30
Uitgeest
Uitgeest
Markervaart
1
03:00
Stierop
1
01:23
Beoordeling op capaciteit Voor de beoordeling van capaciteit wordt gekeken naar slagkracht en grootschalig optreden. Beoordeling slagkracht Binnen de Veiligheidsregio Kennemerland lukt het om in de meeste gebieden binnen 15 minuten een slagkracht van minimaal drie tankautospuiten te kunnen leveren. In de DAG-situatie lukt dit in 394 van de 410 gebieden en in de ANW-situatie in 376 van de 410 gebieden. Op objectniveau blijkt uit de analyse dat bij 95% van de objecten binnen 15 minuten 3 of meer tankautospuiten aanwezig kunnen zijn. In de handreiking is een beoogd beoordelingskader opgenomen voor slagkracht. Slagkracht is naast snelheid essentieel om slachtoffers te voorkomen en schade te beperken. Het beoogde beoordelingskader is gebaseerd op de inzichten van de eerder gehanteerde methodiek en zal na landelijk onderzoek22 herijkt worden. De gehanteerde methodiek is onder andere gerelateerd aan de brandveiligheidssituatie en ontvluchtingsmogelijkheden in een gebouw. De waarden in deze methodiek zijn referentiewaarden. Het beoogde beoordelingskader is een koppeling van slagkracht en opkomsttijden en ziet er als volgt uit: Risiconiveau
TS 1 (min)
TS 2 (min)
TS 3 (min)
RV (min)23
1
4-10 (7)
6-12 (9)
8-12 (10)
4-10 (7)
2
7-13 (10)
12-18 (15)
3
12-18 (15)
Op basis van de snelheidsberekeningen uit hoofdstuk 2, is bepaald worden of een 2e en 3e TS buiten de genoemde bandbreedte in een bepaalde buurt ter plaatse komen. Dit is inzichtelijk gemaakt onderstaande een tabel, waarin wordt aangegeven in hoeveel buurten de bandbreedte wordt overschreden. Voor de onderstaande tabel geldt dat de grijs gearceerde vakjes niet behoeven te worden ingevuld vanuit de handreiking.
22
23
Deze methodiek behoeft een actualisatie vanuit de nieuwe inzichten op het gebied van risicobeheersing en rookverspreiding. Daarnaast is het nodig hiervoor de nodige data te verzamelen. Hierbij is het Redvoertuig als optie meegenomen, voor het geval een veiligheidsregio ook deze eenheid in haar dekkingsplan meeneemt.
Voorlopig Dekkingsplan 2023-2026
deel 1A: basisbrandweereenheid Augustus 2022
28
Categorie
Cat. 1
Cat. 2
Capaciteit
Onder referentie waarde
Tussen referentiewaarde – bandbreedte
Boven bandbreedte
1e TS
0
2e TS
1
3e TS
12
1e TS
0
2e TS
0
Aantal buurten
29
305
3e TS 1e TS Cat. 3
0
2e TS
76
3e TS Totaal aantal buurten
410
Beoordeling slagkracht DAG
Categorie
Cat. 1
Cat. 2
Capaciteit
Onder referentie waarde
Tussen referentiewaarde – bandbreedte
Boven bandbreedte
1e TS
0
2e TS
3
3e TS
24
1e TS
0
2e TS
0
Aantal buurten
29
305
3e TS 1e TS Cat. 3
0
2e TS
76
3e TS Totaal aantal buurten
410
Beoordeling slagkracht ANW
Voorlopig Dekkingsplan 2023-2026
deel 1A: basisbrandweereenheid Augustus 2022
29
Beoordeling grootschalig basisoptreden Voor het leveren van bijstand aan andere Veiligheidsregio’s dient Kennemerland 1 peloton te kunnen leveren (4 tankautospuiten) binnen een opkomsttijd van 60 minuten op de grens van de regio Kennemerland. Hieraan kan worden voldaan met het vooraf vastgestelde peloton, bestaande uit de kazernes Bennebroek, IJmuiden, Spaarndam en Beverwijk-West. DAG
ANW
Opkomsttijd 1ste TS6 bij inzet GBO Bij inzet van het peloton voor Grootschalig Brandweeroptreden zal de dekking op gebieden verminderen omdat de ingezette kazernes langdurig niet meer beschikbaar zijn in de ‘eigen’ regio. Ondanks dit blijkt dat zowel in de DAG als in de ANW hierdoor geen van de buurten binnen de Veiligheidsregio Kennemerland buiten de bandbreedte bereikt. Beoordeling op paraatheid Paraatheid bestaat uit beschikbaarheid, gelijktijdigheid en restdekking. Hiervoor zijn in de handreiking geen beoordelingskaders opgenomen. Er wordt daarom een beschrijvende beoordeling gegeven. Beschikbaarheid De beschikbaarheid van kazernes binnen de Veiligheidsregio Kennemerland is op orde. Op vier kazernes (Bennebroek, Beverwijk-West, Spaandam en Zandvoort-Duinstraat) zijn tijdens werkuren geen of onvoldoende vrijwilligers om operationeel te kunnen zijn. Ondanks dit is de dekking binnen Kennemerland toch op orde, omdat in de nabijheid van deze kazernes beroepskazernes uitrukken overdag. Daarmee blijven snelle opkomsttijden geborgd. Bij de vrijwillige kazernes wordt gewerkt op basis van vrije instroom. Dit wil zeggen dat pas bij een alarmering bekend wordt of er voldoende personeel opkomt om de brandweerauto de weg op te krijgen. Middels alarmontvangers met een ‘terugmeldfunctie’ geven vrijwilligers aan bij een alarm of zij opkomen.
Daarmee ziet de meldkamer of er voldoende opkomst is. Zo niet, dan kan direct een opvolgende eenheid opgeroepen worden.