Bijlage 4 ecologische Quickscan Havenkwartier.pdf
Tekst van het document
Havenkwartier te Heemstede
G&G-advies QS2024-353
Toetsing in het kader van de natuurwetgeving
Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
Havenkwartier te Heemstede Toetsing in het kader van de natuurwetgeving
L. Hartog
2024
Opdrachtgever Gemeente Heemstede
G&G-advies QS2024-353
Datum Versie
7 januari 2025 V1
Gecontroleerd door: S.J. Gutker de Geus De onderstaande toetsing is gebaseerd op de plannen zoals aangegeven door de opdrachtgever. Bij wijziging van plannen, werkperioden, of werkwijzen kunnen andere conclusies en aanbevelingen met betrekking tot de effecten op beschermde soorten van toepassing zijn. De bevindingen die zijn beschreven in onderliggende ecologische beoordeling worden over het algemeen gedurende een periode van drie jaar na de verschijningsdatum van dit rapport als geldend gezien, mits omstandigheden in het beschreven gebied niet te sterk zijn gewijzigd.
Bovendijk 35-G
Hazenkoog 35-A
2295 RV Kwintsheul
1822 BS Alkmaar
www.vandergoesengroot.nl
Havenkwartier te Heemstede
3
Inhoudsopgave 1
2
Inleiding
5
1.1
Aanleiding voor het onderzoek ............................................................................... 5
1.2
Doel van het onderzoek........................................................................................... 5
1.3
Ligging van het plangebied ...................................................................................... 6
1.4
Werkzaamheden...................................................................................................... 7
1.5
Leeswijzer ................................................................................................................ 7
Methode
8
2.1
Soorten .................................................................................................................... 8
2.2
Gebieden.................................................................................................................. 9
3
Aanwezige biotopen
11
4
Aanwezige beschermde soorten
14
4.1
Planten ................................................................................................................... 14 4.1.1 Aangetroffen soorten .............................................................................................. 14 4.1.2 Potentie plangebied ................................................................................................ 14
4.2
Vissen ..................................................................................................................... 14 4.2.1 Aangetroffen soorten .............................................................................................. 14 4.2.2 Potentie plangebied ................................................................................................ 14
4.3
Amfibieën............................................................................................................... 15 4.3.1 Aangetroffen soorten .............................................................................................. 15 4.3.2 Potentie plangebied ................................................................................................ 15
4.4
Vogels..................................................................................................................... 16 4.4.1 Aangetroffen soorten met niet-jaarrond beschermde nesten ............................... 16 4.4.2 Potentie plangebied soorten met niet-jaarrond beschermde nesten .................... 16 4.4.3 Aangetroffen soorten met jaarrond beschermde nesten ....................................... 17 4.4.4 Potentie soorten met jaarrond beschermde nesten............................................... 17
4.5
Grondgebonden zoogdieren.................................................................................. 18 4.5.1 Aangetroffen soorten .............................................................................................. 18 4.5.2 Potentie plangebied ................................................................................................ 19
4.6
Vleermuizen ........................................................................................................... 19 4.6.1 Aangetroffen soorten .............................................................................................. 20 4.6.2 Potentie verblijfplaatsen ......................................................................................... 20 4.6.3 Potentie foerageergebied ....................................................................................... 21
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2024-353
Havenkwartier te Heemstede
4
4.6.4 Potentie vliegroute ................................................................................................. 21
4.7
Overige fauna .........................................................................................................23 4.7.1 Aangetroffen soorten ............................................................................................. 23 4.7.2 Potentie plangebied................................................................................................ 23
4.8
5
Conclusie beschermde soorten ..............................................................................24
Effectbeoordeling en maatregelen
25
5.1
Vissen .....................................................................................................................25
5.2
Amfibieën ...............................................................................................................25
5.3
Vogels .....................................................................................................................26
5.4
Grondgebonden zoogdieren ..................................................................................27
5.5
Vleermuizen ...........................................................................................................27 5.5.1 Verblijfplaatsen....................................................................................................... 27 5.5.2 Foerageergebied ..................................................................................................... 28
5.6
6
7
8
Conclusie effectbeoordeling ..................................................................................29
Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving
30
6.1
Natura 2000 ...........................................................................................................30
6.2
Natuurnetwerk Nederland (NNN) ..........................................................................30
6.3
Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) ..................................................................31
6.4
Houtopstanden ......................................................................................................31
6.5
Overige relevante wetgeving .................................................................................32
6.6
Conclusie gebiedsbeschermende en overige natuurwetgeving ............................33
Zorgplicht
34
7.1
Passende preventieve maatregelen.......................................................................35
7.2
Passende ontwikkelingsmaatregelen.....................................................................36
Conclusies
37
8.1
Beschermde soorten ..............................................................................................37
8.2
Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving ...............................................38
8.3
Zorgplicht ...............................................................................................................38
9
Aanbevolen en geraadpleegde literatuur
39
10
Bijlagen
41
Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2024-353
Havenkwartier te Heemstede
1
5
Inleiding 1.1
Aanleiding voor het onderzoek Er bestaan plannen een locatie te Heemstede her in te richten. Heemstede ligt in de gelijknamige gemeente in de provincie NoordHolland. Het plangebied staat bekend als het deelgebied Havenkwartier van het project ’t Groot Clooster en is een ontwikkellocatie voor woningbouw. Het is mogelijk dat binnen het plangebied soorten voorkomen die beschermd zijn onder de Omgevingswet (hierna Ow) of dat het plan gevolgen heeft voor nabijgelegen beschermde gebieden. Onder de Ow geldt een algemeen verbod om zonder omgevingsvergunning bepaalde activiteiten te mogen verrichten (zie Bijlage 1), waaronder een ‘flora- en fauna-activiteit’ (zie Bijlage 1.2.7). In opdracht van Gemeente Heemstede heeft Ecologisch Onderzoeksen Adviesbureau Van der Goes en Groot in het kader van de huidige natuurwetgeving een quickscan uitgevoerd om dit nader te onderzoeken. Het onderzoek heeft bestaan uit een bronnenstudie en een veldbezoek. Een quickscan is een momentopname die soms slechts in beperkte mate uitsluitsel geeft over de afwezigheid van soorten. Dit onderzoek betreft geen volledige veldinventarisatie. Mochten er door de plannen effecten te verwachten zijn op beschermde soorten die mogelijk aanwezig zijn en niet zijn uit te sluiten vanwege tijdstip van het veldbezoek of niet inspecteerbare delen van het plangebied, dan wordt een nader onderzoek geadviseerd.
1.2
Doel van het onderzoek Doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in het (mogelijke) voorkomen van beschermde soorten in het kader van de Ow. Tevens wordt onderzocht of de plannen negatieve effecten op dergelijke soorten en/of op beschermde gebieden kunnen veroorzaken en wordt de specifieke zorgplicht (zie Bijlage 1.1.1) gerelateerd tot de plannen besproken. Op grond van het onderzoek wordt geadviseerd omtrent te nemen maatregelen om negatieve effecten te voorkomen of te beperken en de noodzaak een omgevingsvergunning beschermde soorten aan te vragen. Een uitgebreide beschrijving van de getoetste wetgeving is te vinden in Bijlage 1.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2024-353
Havenkwartier te Heemstede
6
1.3
Ligging van het plangebied In Figuur 1 is de ligging van het plangebied aangegeven. Het plangebied betreft een deel van een industrieterrein en bevindt zich in de stedelijke omgeving van Heemstede. Op 150 meter afstand ten westen van het plangebied loopt de N201, een drukke verkeersader. Langs het noordwesten loopt het Heemsteeds kanaal, een brede watergang. Aan de oostzijde is een soort parkachtig landschap aanwezig rondom collega Hagestein met bomen en daarnaast ligt landelijk gebied met weilanden. Op circa 2 kilometer afstand ten zuiden van het plangebied ligt Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid.
De ligging van het plangebied (rood omlijnd).
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2024-353
Havenkwartier te Heemstede
1.4
7
Werkzaamheden De precieze werkzaamheden die gaan plaatsvinden binnen het plangebied zijn nog niet bekend. De ambities zijn om het Havenkwartier te ontwikkelen. Daarnaast wenst een deel van de grondeigenaren in het gebied percelen te transformeren van bedrijven naar woningen. De bebouwing in het plangebied zal worden gesloopt. Op de locatie waar de huidige bebouwing staat wordt nieuwbouw gerealiseerd. Bij de sloop worden mogelijk bomen gekapt. De ecologisch gevoelige werkzaamheden zullen bestaan uit sloop van bebouwing met zware constructiewerkzaamheden, benodigd hak-, breek- en zaagwerk, het verwijderen van de vegetatieve toplaag, het vergraven van de bodem en oevers, het opbrengen van grond en het kappen en rooien van bomen en struiken. Daarbij kunnen dieren en planten beschadigd, verwond, verdrukt of gedood worden. Ook kunnen verblijfplaatsen van dieren of groeiplekken van planten beschadigd of vernield worden. Bij de uitvoering van de werkzaamheden kan door geluid, trillingen en licht, verstoring optreden van (beschermde) soorten.
1.5
Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de methode van het onderzoek beschreven. In hoofdstuk 3 worden de biotopen die aanwezig zijn in het plangebied beschreven. In hoofdstuk 4 wordt aangegeven welke soorten aanwezig (kunnen) zijn binnen en nabij het plangebied. In hoofdstuk 5 wordt ingeschat in hoeverre deze soorten negatieve effecten kunnen ondervinden van het werk en welke specifieke maatregelen eventueel noodzakelijk zijn. Hoofdstuk 6 beschrijft of- en welke gebiedsbeschermende wetgeving van toepassing is op het plangebied. In hoofdstuk 7 wordt aangegeven of soorten, waarvoor de specifieke zorgplicht van toepassing is, in het plangebied verwacht worden en wordt beoordeeld of passende maatregelen genomen moeten worden. Ten slotte bevat hoofdstuk 8 de conclusies. Hoofdstuk 9 geeft een overzicht van de gebruikte en aanbevolen literatuur. In de bijlage is aanvullende informatie opgenomen over de geldende wetgeving en de gebruikelijke procedures bij een vergunningsaanvraag.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2024-353
Havenkwartier te Heemstede
8
2
Methode Hieronder wordt aangegeven hoe is onderzocht welke soorten te verwachten zijn binnen het plangebied. Speciale aandacht is uitgegaan naar díe beschermde soorten waarvoor, indien aanwezig, specifieke maatregelen moeten worden getroffen of een vergunning moet worden aangevraagd bij werkzaamheden in het kader van dit plan. Daarnaast is gekeken of het plangebied tot een beschermd natuurgebied behoort of dat dergelijke gebieden aanwezig zijn in de nabijheid van het plangebied.
2.1
Soorten Bronnenstudie Op basis van literatuurgegevens en informatie, samengebracht in bijvoorbeeld de Nationale Databank Flora- en Fauna (NDFF) is onderzocht in hoeverre (beschermde) soorten in het verleden zijn aangetroffen in en rond het plangebied. Voor het onderzoek van de NDFF is het kilometerhok onderzocht waarbinnen het plangebied ligt en de acht daaromheen gelegen kilometerhokken, rekening houdend met relevante, overeenkomstige biotopen tussen plangebied en omgeving. In de database is gericht gezocht naar gegevens van beschermde (vogel-) soorten met jaarrond beschermde verblijfplaatsen of naar soorten die niet provinciaal zijn vrijgesteld. Voor de bronnenstudie wordt naar alle waarnemingen in de afgelopen 10 jaar (2014-2024). Vervolgens is een interpretatie gedaan met betrekking tot de aard, de waarde en de relevantie van de waarnemingen (bijvoorbeeld foeragerend, overwinterend, trekkend, overvliegend of verblijvend). Ook is gekeken naar de onderzoeksinspanning, de (verwachte) volledigheid van de waarnemingen en de kans dat de situatie ter plaatse veranderd is. Er is in de NDFF niet gericht gezocht naar vogelsoorten met nietjaarrond beschermde nesten, provinciaal vrijgestelde soorten en in het geheel niet te verwachten soorten zoals zeezoogdieren of zoutwatervissen. Met andere vogels moet, in algemene zin, wél rekening gehouden worden (zie ook Bijlage 1.2.5).
Potenties voor vrijgestelde soorten amfibieën en grondgebonden zoogdieren die mogelijk voorkomen in het plangebied, worden kort genoemd. Naar Rode lijst-soorten (waarvoor de specifieke zorgplicht geldt) is gericht gezocht binnen het gehele plangebied en omliggende 100 meter. Op basis van de aanwezige biotopen wordt in hoofdstuk 7 een inschatting gemaakt of dergelijke soorten voor kunnen komen in het plangebied. Voor deze soorten worden afhankelijk van de situatie passende aanbevelingen gedaan waarmee het plangebied geschikt blijft. Voor alle hierboven genoemde soortgroepen geldt, net als voor
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2024-353
Havenkwartier te Heemstede
9
alle andere soorten, onverminderd de algemene zorgplicht welke wordt besproken in hoofdstuk 7 en Bijlage 1.1.1. Naast het onderzoek van de NDFF zijn relevante verspreidingsatlassen en eventueel andere literatuur en websites geraadpleegd om de ecologische vereisten van soorten in samenhang met de verspreiding te bekijken. Potentiebeoordeling Het plangebied is op 13 december 2024 bezocht om de aanwezige biotopen binnen het plangebied en de directe omgeving daarvan te beschrijven en eventuele incidentele waarnemingen te doen van beschermde flora en fauna (voor zover waarneembaar). Bij het veldbezoek is voor de potentiebeoordeling tevens gericht gezocht naar verblijfsporen zoals keutels, plukresten en braakballen. Daarnaast zijn bijvoorbeeld eventueel aanwezige materialen gekeerd en zijn eventueel aanwezige spleten en holtes, zover mogelijk, oppervlakkig geïnspecteerd.
→https://www.nvwa.nl/
onderwerpen/invasieveexoten/unielijstinvasieve-exoten
Naast de aandacht voor beschermde waarden, is ook gelet op invasieve soorten die voorkomen op de ‘Unielijst’ van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (←NVWA). Deze invasieve exoten zijn op de Unielijst geplaatst omdat ze in delen van de EU schade toebrengen (of dat in de toekomst waarschijnlijk zullen gaan doen) aan de biodiversiteit en/of ecosysteemdiensten. De waargenomen soorten worden genoemd (Hoofdstuk 4) maar er worden geen nadere aanbevelingen gedaan of beleid uitgezet ten aanzien van deze soorten. Verwerking Met behulp van analyses en expertkennis is op basis van de verzamelde gegevens en de aangetroffen biotopen, een inschatting gemaakt van het mogelijk voorkomen van beschermde soorten in en nabij het plangebied. De aangetroffen biotopen binnen het plangebied worden onderverdeeld in typeringen. Op grond van de plannen is een korte effectbeoordeling gemaakt van de plannen op de te verwachten soorten. Als negatieve gevolgen niet op voorhand uit te sluiten zijn, wordt aangegeven of specifieke of passende maatregelen moeten en kunnen worden genomen en/of een vergunning dient te worden aangevraagd.
2.2
Gebieden Op de ‘InformatieKaart Natuur’ van BIJ12 is gekeken in hoeverre het plangebied is gelegen binnen of nabij de begrenzing van beschermde gebieden die horen bij Natura 2000 of het Natuurnetwerk Nederland (NNN), zie: https://atlas.bij12.nl/WebViewer/index.html?viewer=ikn_pub
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2024-353
Havenkwartier te Heemstede
10
Aan de hand van Provinciale of gemeentelijke informatie, toegankelijk via internet, is bekeken of het plangebied gelegen is in andere relevante beschermde gebieden, zie bijvoorbeeld: https://geoapps.noordholland.nl/GeoWeb/Viewer/?app=939d1ab9fda7432fa02191020626 008c Als dit het geval is, wordt bekeken of negatieve effecten te verwachten zijn en of nadere toetsing noodzakelijk is.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2024-353
Havenkwartier te Heemstede
3
11
Aanwezige biotopen In dit hoofdstuk worden de aanwezige biotopen beschreven zoals deze in het veld zijn getypeerd: bebouwing, groenstructuren en wateren en oevers. Bebouwing De bebouwing binnen het plangebied betreft verschillende panden op een bedrijventerrein. Enkele panden hebben naast een industriefunctie of kantoorfunctie ook een woonfunctie. De meeste gebouwen zijn opgebouwd uit bakstenen muren en platte daken bedekt met bitumen. Adres Nijverheidsweg 25 heeft wel een puntdak en is tevens bedekt met bitumen. Delen van gebouwen zijn bedekt met aluminium of kunststof beplating. Enkele gebouwen zijn opgebouwd met wit betonsteen en veel ramen. Bij enkele gebouwen zijn meerdere bouwlagen aanwezig, en bevinden zich balkons, zoals op de adressen Industrieweg 9 t/m 13, Nijverheidsweg 17A, 19A en 21A.
Bebouwing aan de Nijverheidsweg 24 (links) en Nijverheidsweg 25 (rechts).
Bebouwing aan de Van de Eijndekade 6 (links) en Nijvenrheidsweg 35 (rechts).
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2024-353
Havenkwartier te Heemstede
12
In de meeste gebouwen zijn verspreid over de gevelmuren open stootvoegen aanwezig. In een enkel gebouw zijn ook andere kieren en gaten waargenomen, bij dakranden, dakgoten, dakoverstekken en loodslabben. Enkele gebouwen hebben dilatatievoegen. In het noorden zijn honingraat vormige kantoorpanden aanwezig. In deze bebouwing zitten openingen onder de dakoverstekken. Groenstructuren Verspreid op het terrein zijn diverse groenstructuren aanwezig. In het noordelijk deel zijn het vooral hagen (haagbeuk), platanen, coteneaster, coniferen, laulierkers en ook siergrassen, hortensia’s en vlinderstruiken. Hier is ook een groene gevel aanwezig op Industrieweg 41. Op het verdere terrein zijn verspreid esdoorn, eik, plataan, linde en berk aanwezig. Tussen Industrieweg 13 en Van den Eijndekade 2 staat een rij groen met onder andere eik, esdoorn en er groeit veel klimop. Hier is een groot nest aanwezig. Er werden geen opvallende holtes en spleten waargenomen in de aanwezige bomen binnen het plangebied. Op de grens langs het oosten van het plangebied groeit een klimophaag, met meerdere grote bomen. In éen van deze bomen is ook een groot nest waargenomen. Tussen industrieweg 2 en 4 is een verwaarloosde tuin aanwezig. Hier woekeren vooral bramen en Duinriet tussen de eerder aangeplante heesters. Langs Industrieweg 19 is een klein stukje gazon aanwezig.
Bebouwing van Industrieweg 9-13 met het grote nest (links) en de verwaarloosde tuin tussen Industrieweg 2 en 4(rechts).
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2024-353
Havenkwartier te Heemstede
13
Wateren en oevers In de tuin van Industrieweg 37-41 is een ronde folievijver aanwezig. Het water is ongeveer 40-50 cm, op de bodem ligt vooral bladafval en er is veel draadwier zichtbaar. Er zijn langs de randen delen van afgemaaide soorten als Pitrus en Gele lis nog te zien. Rondom de vijver is verharding aanwezig en grind. De westgrens van het plangebied loopt langs het Heemsteeds kanaal. De kade is beschoeid, er zijn steigers en er liggen boten. Langs de tuinen van Industrieweg 37-41 zijn helofyten zoals Riet, Grote Egelskop en Gele lis in het water aanwezig. Verder zijn er onder water bladeren van Gele plomp waargenomen.
De vijver (links) en de oeverrand langs het noordwesten van het plangebied (rechts).
Het strookje gazon langs Industrieweg 19 (rechts) en de groene gevelmuur bij Nijverheidsweg 41.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2024-353
Havenkwartier te Heemstede
14
4
Aanwezige beschermde soorten In dit hoofdstuk worden de beschermde soorten beschreven per soortgroep. In de beschrijving wordt per soortgroep eerst aangegeven welke soorten (volgens opgave van de NDFF en literatuur) in het verleden of tijdens het afgelegde veld-bezoek zijn aangetroffen. Vervolgens wordt vermeld welke soorten op grond van aanwezige biotopen te verwachten zijn en welke gebruiksfuncties het plangebied kan hebben voor deze soorten.
4.1
Planten
4.1.1
Aangetroffen soorten In en rond het plangebied is tijdens het veldbezoek geen beschermde flora waargenomen). In het verleden zijn Dreps, Groot spiegelklokje en Wilde ridderspoor waargenomen in de omgeving van het plangebied (NDFF 2015-2025). De soorten zijn niet in het plangebied zelf waargenomen.
4.1.2
Potentie plangebied In het plangebied wordt geen beschermde flora verwacht vanwege het ontbreken van geschikt biotoop voor de genoemde soorten. Tevens wordt het plangebied te intensief beheerd en is het te voedselrijk om geschikt te zijn voor beschermde plantensoorten.
4.2
Vissen
4.2.1
Aangetroffen soorten In en rond het plangebied zijn in het verleden en tijdens het veldbezoek geen beschermde vissoorten waargenomen (NDFF 20152025).
4.2.2
Potentie plangebied In en rond het plangebied is geen potentie voor beschermde vissen aanwezig vanwege het ontbreken van geschikt biotoop. Het plangebied is niet geschikt voor Grote modderkruiper. De aanwezige wateren binnen het plangebied beschikken niet over een dikke sliblaag en goed ontwikkelde submerse vegetatie waar de soort kan schuilen of zich kan voortplanten.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2024-353
Havenkwartier te Heemstede
4.3
Amfibieën
4.3.1
Aangetroffen soorten
15
In en rond het plangebied zijn tijdens het veldbezoek geen beschermde, niet vrijgestelde amfibieën waargenomen. In de omgeving van het plangebied zijn in het verleden Rugstreeppad, en Alpenwatersalamander waargenomen (NDFF 2015-2025). De Alpenwatersalamander is een beschermde soort die wordt genoemd als ‘andere soort’ (zie Bijlage 1.2.1). Rugstreeppad is beschermd onder de Habitatrichtlijn (zie Bijlage 1.2.1). De Rugstreeppad werd op minimaal 400 meter afstand ten oosten van het plangebied vastgesteld buiten de bebouwde kom van Heemstede (NDFF 2015-2025). Een enkele waarneming is bekend op het terrein van het college Hageveld op minimaal 150 meter afstand van het plangebied. →https://www.verspreidings
atlas.nl/amfibieën
In de omgeving van het plangebied is in het verleden Alpenwatersalamander aangetroffen (NDFF 2015-2025). Het plangebied ligt ver buiten het natuurlijke verspreidingsgebied← van deze soorten en het betreft daarom ontsnapte exemplaren. In het plangebied zelf zijn geen waarnemingen bekend van deze soorten.
4.3.2
Potentie plangebied De vijver binnen het plangebied levert geschikt voortplantingswater voor enkele algemene soorten amfibieën zoals Kleine watersalamander, Gewone pad en Bruine kikker Al deze soorten zijn beschermd onder de Ow maar ze zijn in Noord-Holland ‘vrijgesteld’ bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zie verder Bijlage 1.2.1. In het plangebied is tevens geschikt landbiotoop aanwezig dat buiten de voortplantingsperiode kan worden benut door deze amfibieën. Het plangebied is niet geschikt voor de Rugstreeppad, ondanks dat de soort in het verleden in de omgeving werd aangetroffen. Het plangebied ligt niet in de directe nabijheid van geschikt voortplantingswater, ligt geïsoleerd door dichte bebouwing, drukke wegen en brede watergangen en er is geen geschikte vorstvrije, droge en vergraafbare zanderige bodem aanwezig die buiten de voortplantingsperiode als landbiotoop kan worden benut door deze soort.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2024-353
Havenkwartier te Heemstede
16
Als in het plangebied graafwerkzaamheden plaatsvinden of zand wordt opgebracht, is het mogelijk dat Rugstreeppadden het gebied kunnen intrekken. In de nabijheid van het plangebied ligt geschikt voortplantingswater waar de dieren in het verleden zijn vastgesteld en door het losse zand wordt het plangebied geschikt voor overwinterende dieren.
4.4
Vogels Alle inheemse vogelsoorten zijn beschermd. Het bevoegd gezag maakt onderscheid tussen soorten met niet-jaarrond beschermde nesten, soorten met jaarrond beschermde nesten (ingedeeld in vier categorieën) en de zogenaamde ‘categorie 5-soorten’ (zie verder Bijlage 1.2.5).
4.4.1
Aangetroffen soorten met niet-jaarrond beschermde nesten Tijdens het veldbezoek werden diverse vogelsoorten waargenomen: Kokmeeuw, Gaai, Houtduif, Turkse Tortel, Ekster (cat. 5), Kauw, Merel, Vink, Boomkruiper (cat. 5), Winterkoning, Roodborst, Koolmees (cat. 5) en Pimpelmees (cat. 5), Wilde eend, Meerkoet, Nijlgans en Halsbandparkiet.
4.4.2
Potentie plangebied soorten met niet-jaarrond beschermde nesten In het plangebied kunnen enkele algemene bos- en struweelvogels tot broeden komen zoals bijvoorbeeld Houtduif, Merel, Roodborst, Winterkoning en Heggenmus. In het water en de oevers langs het plangebied kunnen water- en moerasvogels broeden als Wilde eend en Meerkoet. In de bebouwing van het plangebied kunnen Kauwen in de schoorstenen broeden. Op de platte daken van de bebouwing binnen het plangebied kunnen mogelijk soorten als Scholekster, Zilvermeeuw, Kleine mantelmeeuw en Stormmeeuw tot broeden komen. Het is mogelijk dat in de bomen categorie 5-soorten broeden als Ekster, Zwarte kraai, Koolmees, Pimpelmees, Boomkruiper, Boomklever. In de bebouwing kunnen categorie 5-soorten broeden als Spreeuw, Zwarte Roodstaart, Koolmees en Pimpelmees. De aanwezige nestkasten in de tuinen van het plangebied kunnen ook gebruikt worden door categorie 5-soorten als Koolmees en Pimpelmees.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2024-353
Havenkwartier te Heemstede
4.4.3
17
Aangetroffen soorten met jaarrond beschermde nesten Tijdens het veldbezoek werden geen vogels met jaarrond beschermde nesten of sporen daarvan waargenomen. In de omgeving van het plangebied zijn in het verleden Huismus, Gierzwaluw en verschillende roofvogels, uilen en overige vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten vastgesteld (NDFF 2015-2025). De Huismus en Gierzwaluw broeden in de nabije stedelijke omgeving op ongeveer 400 meter van het plangebied. Verder zijn broedplaatsen van Sperwer (cat. 4) en Buizerd (cat. 4) nabij het plangebied bekend (NDFF 2015-2025). De overige waarnemingen van soorten met jaarrond beschermde nesten betroffen overvliegende vogels zonder binding met het plangebied of de omgeving daarvan.
4.4.4
Potentie soorten met jaarrond beschermde nesten Het waargenomen nest in de bosschage tussen Industrieweg 13 en Van den Eijndekade 2 én op de oostgrens van het plangebied kan in gebruik zijn door vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten zoals Sperwer en Ransuil. In Figuur 2 is de locatie van deze nesten binnen het plangebied weergegeven. De Huismus broedt in bebouwing en bouwt nesten onder dakpannen of golfplaten met onderbetimmering, in kieren en gaten in muren en op spantconstructies. Vanuit de nestlocatie of omliggende uitzichtpunten moet de Huismus overzicht hebben op de omgeving. Het ontbreekt in de onderzochte bebouwing aan dergelijke voor de soort geschikte openingen. De Huismus wordt daarom niet broedend verwacht in het plangebied. De waargenomen kieren in de bebouwing zijn te smal om toegang te bieden tot nestlocaties voor de soort. De Gierzwaluw broedt in stedelijke bebouwing onder dakpannen, randpannen, loodslabben of achter boeidelen. Gebouwen met platte daken zonder speciale kasten zijn niet geschikt. De nestlocaties
Grote nesten op de oostgrens van het plangebied (links) en tussen Industrieweg 13 en Van den Eijndekade 2.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2024-353
Havenkwartier te Heemstede
18
Locatie van de grote nesten (gele cirkels).
moeten beschikken over ‘vrije uitvalmogelijkheden’ omdat de poten van Gierzwaluw te zwak zijn om op eigen kracht op te stijgen. Daarnaast mogen geen gladde daklijsten, het zogenaamde ‘vogelweer’, aanwezig zijn onder de invliegopening. De Gierzwaluw wordt in het plangebied niet verblijvend verwacht vanwege het ontbreken van dergelijke geschikte nestlocaties. De waargenomen kieren in de bebouwing zijn te smal om toegang te bieden tot nestlocaties voor de soort. Het is mogelijk dat het plangebied incidenteel wordt gebruikt als onderdeel van het leefgebied van in de buurt vastgestelde vogelsoort met jaarrond beschermde nesten zoals Huismus. Het plangebied biedt geen essentieel leefgebied voor deze soort.
4.5
Grondgebonden zoogdieren
4.5.1
Aangetroffen soorten In en rond het plangebied zijn tijdens het veldbezoek geen beschermde, niet vrijgestelde, grondgebonden zoogdieren waargenomen. Tijdens het veldbezoek zijn molshopen aangetroffen. Deze soort is niet beschermd onder de Ow.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2024-353
Havenkwartier te Heemstede
19
In de omgeving van het plangebied zijn in het verleden Edelhert, Eekhoorn, Boommarter en kleine marterachtigen (Bunzing en Wezel) waargenomen (NDFF 2015-2025). De Boommarter, Eekhoorn en kleine marterachtigen (Bunzing, Hermelijn en Wezel) zijn beschermde soorten die worden genoemd als ‘andere soort’ (zie Bijlage 1.2.1). De meeste waarnemingen van de beschreven soorten werden in het Groenendaalse bos op circa één kilometer afstand van het plangebied gedaan (NDFF 2015-2025). De soorten zijn nooit in de directe omgeving van het plangebied waargenomen. Van Bunzing en Wezel zijn ook waarnemingen bekend op de rand van de bebouwde kom van Heemstede (NDFF 2015-2025). In het plangebied zelf zijn geen waarnemingen bekend van deze soorten.
4.5.2
Potentie plangebied Het is mogelijk dat in het gebied enkele (kleine) zoogdieren voorkomen zoals Vos, Haas, Konijn, Egel en verschillende algemene soorten (spits)muizen. Deze soorten zijn beschermd onder de Ow maar ze zijn in Noord-Holland ‘vrijgesteld’ bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zie verder Bijlage 1.2.1. Het plangebied is niet geschikt voor de Eekhoorn en Boommarter vanwege het ontbreken van dichte bosschages en omvangrijke dekking biedende vegetatie in de omgeving. Het plangebied biedt slechts beperkt schuilmogelijkheden zoals dichte begroeiing en dekking waar kleine marterachtigen gebruik van kunnen maken. Ook ontbreekt gunstig jachtgebied met veel prooidieren (muizen). Tevens zijn er rond de bebouwing vaak mensen (en huisdieren) aanwezig zodat noodzakelijke rust voor de dieren ontbreekt. Het is wel mogelijk dat incidenteel kleine marterachtigen die elders verblijven, in het plangebied voorkomen. Gezien de grootte, geschiktheid en geïsoleerde ligging maakt het plangebied geen onderdeel uit van essentieel leefgebied. In de omgeving van het plangebied is bovendien veel meer geschikt biotoop aanwezig.
4.6
Vleermuizen Vleermuizen kunnen op zeer duidelijk te onderscheiden manieren van een leefgebied gebruik maken. Belangrijke gebruiksfuncties zijn verblijfplaats, foerageergebied of (deel van) een vliegroute. De manier waarop vleermuizen een gebied gebruiken kan door het jaar verschillen, een gebouw of een boom kan bijvoorbeeld tijdelijk gebruikt worden als verblijfplaats maar in andere delen van het jaar ongebruikt blijven.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2024-353
Havenkwartier te Heemstede
20
Alle soorten vleermuizen, evenals verblijfplaatsen en essentiële foerageergebieden en vliegroutes zijn beschermd onder de Habitatrichtlijn (zie Bijlage 1.2.1).
4.6.1
Aangetroffen soorten In de omgeving van het plangebied zijn 8 soorten vleermuizen vastgesteld (NDFF 2015-2025). Het betreft Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis, Laatvlieger, Rosse vleermuis, Watervleermuis, Meervleermuis en Gewone Grootoorvleermuis. De meeste waarnemingen betroffen foeragerende en langsvliegende exemplaren. Van de Gewone dwergvleermuis zijn meerdere verblijven vastgesteld in de stedelijke bebouwing van Heemstede, bijvoorbeeld op 800 meter ten noordwesten van het plangebied is een winterverblijf met minimaal 15 individuen vastgesteld (NDFF 2015-2025). Van Laatvlieger is een verblijf vastgesteld op 250 meter afstand ten oosten van het plangebied. De Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder ten zuiden van het plangebied vormt vanwege het aantal bekende waarnemingen mogelijk een belangrijke vliegroute voor Meervleermuis (NDFF 20152025, zie §4.6.4).
4.6.2
Potentie verblijfplaatsen Als potentie voor verblijfplaatsen niet is uit te sluiten dan dient gericht nachtelijk onderzoek plaats te vinden om eventuele precieze verblijflocaties vast te stellen. De bekende waarnemingen (bijvoorbeeld uit de NDFF) zijn niet volledig en geven daarom geen uitsluitsel en tijdens de quickscan zijn achterliggende holtes die kunnen dienen als verblijfplaats, niet verder te inspecteren of te onderzoeken. Tevens is gebruik door vleermuizen in het verleden hiermee niet uit te sluiten. Bebouwing De waargenomen gaten, kieren en spleten in de muren en daken van de bebouwing geven mogelijk toegang tot voor vleermuizen geschikte holtes om te verblijven. Te denken valt aan gebouwbewonende soorten als Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis, Laatvlieger, Meervleermuis en Gewone grootoorvleermuis. Vanwege de ligging van het plangebied in de omgeving van een belangrijke waterverbindingen met mogelijk langsvliegende (vrouwelijke) Meervleermuizen, is vestiging van verblijven van mannetjes en/of paarverblijven langs deze route mogelijk.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2024-353
Havenkwartier te Heemstede
21
Gewone grootoorvleermuis Vanwege de bekende waarnemingen van Gewone grootoorvleermuis in de omgeving van het plangebied, kan verblijf van deze soort niet op voorhand worden uitgesloten. Het betreffen naast kraamkolonies mogelijk ook kleinere verblijven. Overige soorten Andere soorten vleermuizen zoals Kleine dwergvleermuis, Baardvleermuis en Tweekleurige vleermuis zijn zeldzaam of worden op voorhand niet verwacht in de onderzochte bebouwing. Deze soorten dienen tijdens vervolgonderzoek (zie §Tabel 2) wel te worden meegenomen. Als tijdens het vleermuisonderzoek indicatieve waarnemingen worden gedaan van deze soorten, moeten bezoekrondes en bezoektijden worden aangepast conform het geldende onderzoeksprotocol. Indien er indicaties zijn dat een van deze soorten (verblijvend) aanwezig is, kan door het onderzoek hier op af te stemmen, het eventuele voorkomen van deze soorten volledig in beeld worden gebracht. Type potentiële verblijfplaatsen De gaten, kieren en spleten met potentie voor verblijvende vleermuizen bevinden zich in spouwmuren, achter dakgoten, boeidelen en loodslabben. De potentie bevindt zich verspreid over alle gevels van alle bebouwing. Vanwege de aanwezigheid van diverse spouwmuren, grote muurvlakken, de functie van gebouwen en verwachte buffering in de winterperiode is de potentie voor winterverblijven van vleermuizen niet op voorhand uit te sluiten.
4.6.3
Potentie foerageergebied Het plangebied is geschikt voor foeragerende vleermuizen. De aanwezige luwe plekken kunnen zorgen voor concentraties van insecten waardoor vleermuizen worden aangetrokken.
4.6.4
Potentie vliegroute Gezien de ligging, de vorm en de grootte van het plangebied en het ontbreken van lijnvormige elementen zoals bomenrijen, doorlopende watergangen of brede rietkragen kan geen sprake zijn van een belangrijke functie als vliegroute voor vleermuizen.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2024-353
Havenkwartier te Heemstede
22
De openingen in de spouwmuur, gaten onder dakranden, gaten in dakoverstekken en gaten achter regenpijpen van de bebouwing geven mogelijk toegang tot voor vleermuizen geschikte achterliggende ruimtes.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2024-353
Havenkwartier te Heemstede
4.7
Overige fauna
4.7.1
Aangetroffen soorten
23
Er zijn waarnemingen bekend van Grote vos (dagvlinder) in de omgeving van het plangebied (NDFF 2015-2025). Vrijwel alle waarnemingen van de beschreven soorten werden in bossige gebieden buiten de bebouwde kom van Heemstede gedaan op minimaal 1 kilometer afstand van het plangebied (NDFF 20152025). De soort is eenmaal ten oosten van het plangebied op 160 meter in de tuin waargenomen van het college Hageveld.
4.7.2
Potentie plangebied Het plangebied is niet geschikt voor overige beschermde fauna in verband met het ontbreken van geschikt biotoop. Het plangebied is niet geschikt voor Grote vos. De soort plant zich voort op zonnige plekken in open bossen, bosranden en boomgaarden in de aanwezigheid van de waardplanten: iep, wilg en Zoete kers.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2024-353
Havenkwartier te Heemstede
24
4.8
Conclusie beschermde soorten Op grond van §4.1 t/m §0 zijn beschermde, niet vrijgestelde soortgroepen te verwachten die staan weergegeven in Tabel 1. In de tabel wordt onderscheid gemaakt tussen de aangetroffen soortgroepen in en nabij het plangebied en de potenties daarvoor binnen het plangebied. Ook wordt onderscheid gemaakt tussen mogelijk (incidentele) aanwezigheid en gebruik als essentieel leefgebied (zoals bijvoorbeeld vaste verblijfplaatsen). In hoofdstuk 5 wordt uiteengezet welke gevolgen voor deze soortgroepen worden verwacht door het uitvoeren van de plannen.
Eerder volgens literatuuropgave vastgestelde soortgroepen met beschermde, niet vrijgestelde soorten in/nabij het plangebied (kolom 2), mogelijk (incidenteel) voorkomende beschermde, niet vrijgestelde soorten in het plangebied (kolom 3) en verwachte voorkomen van essentieel leefgebied van beschermde, niet vrijgestelde soorten binnen het plangebied met verwachte beschermde functie (kolom 4).
Aangetroffen nabij het plangebied (literatuur en veldbezoek)
Mogelijk aanwezig in plangebied
Mogelijk beschermde functie aanwezig binnen het plangebied
Planten
NDFF
nee
nee
Vissen
NDFF
nee
nee
Amfibieën
NDFF
nee
nee
veldbezoek, NDFF
ja
niet-jaarrond beschermde nesten
Broedvogels met jaarrond beschermde nesten
NDFF
ja
jaarrond beschermde nesten (roofvogels en uilen)
Grondgebonden zoogdieren
NDFF
incidenteel
nee
Vleermuizen
NDFF
ja
Verblijfplaatsen, foerageergebied
Overige beschermde fauna
NDFF
nee
nee
Beschermde, niet vrijgestelde soorten
Broedvogels met niet-jaarrond beschermde nesten
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2024-353
Havenkwartier te Heemstede
5
25
Effectbeoordeling en maatregelen Door het plan kunnen verschillende negatieve effecten optreden in het plangebied. Deze mogelijke effecten zijn onder te verdelen in tijdelijke effecten tijdens de aanleg en effecten als gevolg van de aanwezigheid van de nieuwe situatie. De te verwachten soortgroepen met beschermde, niet vrijgestelde soorten worden in dit hoofdstuk besproken. Ze zijn samengevat in de derde kolom van Tabel 1. De aanwezigheid van deze soortgroepen kan van invloed zijn op de verdere procedure. De (negatieve) effecten die kunnen optreden bij de werkzaamheden worden onderzocht. Voorts zal worden aangegeven welke maatregelen kunnen worden genomen om effecten te voorkomen of te minimaliseren. Voor andere soortgroepen met niet beschermde of vrijgestelde soorten geldt altijd de specifieke zorgplicht (zie Bijlage 1.1.1).
5.1
Vissen Er worden geen beschermde vissen verwacht in het plangebied. Voorafgaand aan het dempen van de vijver of werkzaamheden aan de watergang ten noorden van het plangebied zal in het kader van de zorgplicht echter ‘zorgvuldig’ moeten worden gehandeld (zie §8.3 en Bijlage 1.1.1). Aanwezige vissen zullen hierbij worden verdreven of plaatselijk worden weggevangen en worden uitgezet in te behouden water. Gevoelige werkzaamheden zullen zoveel mogelijk buiten de gevoelige periode van voortplanting (april t/m juli) en overwintering (december t/m februari) plaatsvinden.
5.2
Amfibieën Teneinde de vestiging van overwinterende Rugstreeppadden in het plangebied te voorkomen, dienen opgeslagen zandhopen en opgeslagen materialen te worden verwijderd voorafgaand aan het overwinteringsseizoen van de Rugstreeppad of te worden afgeschermd met folie of een zogenaamd ‘amfibieënscherm’. Er worden geen beschermde, niet vrijgestelde amfibieën verwacht in het plangebied. Voorafgaand aan het dempen van de vijver of de werkzaamheden aan de watergangen zal in het kader van de zorgplicht echter ‘zorgvuldig’ moeten worden gehandeld (zie §8.3 en Bijlage 1.1.1). Aanwezige amfibieën zullen hierbij worden verdreven of plaatselijk worden weggevangen en worden uitgezet in te behouden water van vergelijkbare of betere kwaliteit. Gevoelige werkzaamheden zullen zoveel mogelijk buiten de voortplantingsperiode (half maart t/m september) en overwinterperiode (november t/m februari) plaatsvinden. Gevoelige werkzaamheden aan bijvoorbeeld wateren en oevers kunnen het beste worden
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2024-353
Havenkwartier te Heemstede
26
uitgevoerd tijdens de periode oktober t/m half november. Deze periode valt ook buiten de winterrustperiode van vissen.
5.3
Vogels Vogelnesten kunnen worden vernield bij ecologisch gevoelige werkzaamheden zoals het kappen en rooien van bomen en struiken, sloop van bebouwing, diverse graafwerkzaamheden of het verwijderen van de vegetatieve toplaag. Soorten met niet-jaarrond beschermde nesten Men dient activiteiten waarbij nesten verstoord of vernield kunnen worden buiten het broedseizoen plaats te doen vinden, dus niet van grofweg 15 maart tot 15 juli. Deze periode is afhankelijk van bijvoorbeeld het weer en de aanwezige soorten, ieder aanwezig actief nest is beschermd ongeacht de periode van het jaar. Als onverhoopt buiten deze periode broedende vogels aanwezig zijn, dienen werkzaamheden plaatselijk te worden uitgesteld. Voor vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten wordt de periode van februari t/m augustus gezien als de gevoelige periode. Wanneer in het broedseizoen gewerkt gaat worden is het mogelijk voorafgaand aan het broedseizoen of voorafgaand aan de vestiging van broedvogels het plangebied ongeschikt te maken als (nog) geen nesten aanwezig zijn. Hierbij mogen geen mogelijke nestplaatsen van jaarrond beschermde vogels ongeschikt of ontoegankelijk worden gemaakt.
‘Categorie 5’-soorten Gezien de aanwezige biotopen in de nabijheid van het plangebied zullen de (mogelijk) aanwezige vogelsoorten die genoemd worden als ‘categorie 5’-soort (Ekster, Zwarte kraai, Boomkruiper, Spreeuw, Zwarte roodstaart, Koolmees en Pimpelmees), kunnen uitwijken naar alternatief leefgebied. Er gelden geen zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden die een jaarrond beschermde status van nesten van deze soorten rechtvaardigen. Overigens geldt ook voor deze soorten dat activiteiten waarbij nesten verstoord of vernield kunnen worden buiten het broedseizoen plaats moeten vinden. Soorten met jaarrond beschermde nesten De aangetroffen nesten in de bomen kunnen in gebruik zijn door uilen en roofvogels zoals Sperwer en Ransuil. Nesten van deze soorten zijn jaarrond beschermd. Als er rond de aanwezige boom wordt gewerkt of als deze wordt gekapt is schade mogelijk en is het noodzakelijk om vervolgonderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van deze soorten. Als uit het vervolgonderzoek blijkt dat vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn dient alternatieve nestgelegenheid of vervangend leefgebied te worden aangeboden. Er dient een
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2024-353
Havenkwartier te Heemstede
27
vergunning te worden aangevraagd waarbij in een op te stellen ‘Activiteitenplan’ deze maatregelen worden uitgewerkt. Voor het mogelijk incidentele gebruik van het plangebied door overige vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten uit de omgeving van het plangebied (Huismus), wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. Het plangebied biedt geen essentieel leefgebied voor deze soorten en ze kunnen gemakkelijk uitwijken.
5.4
Grondgebonden zoogdieren Voor incidenteel aanwezige kleine marterachtigen wordt geen belangrijk negatief effect verwacht vanwege de geringe grootte van het plangebied en de ruime aanwezigheid vergelijkbaar en beter biotoop in de naaste omgeving. Het plangebied biedt, onder andere vanwege deze redenen, geen essentieel leefgebied voor kleine marterachtigen en de dieren kunnen gemakkelijk tijdelijk uitwijken.
5.5
Vleermuizen
5.5.1
Verblijfplaatsen Bij de sloop van de bebouwing zouden vaste rust- of verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen beschadigd of vernield kunnen worden. Het is derhalve noodzakelijk om vervolgonderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van deze soorten. Hierbij dient ook de naaste omgeving van het plangebied betrokken te worden. Aanbevolen wordt algemene gebouwbewonende soorten (Gewoneen Ruige dwergvleermuis en Laatvlieger) te onderzoeken. Tevens moeten kraamverblijven van Meervleermuis alsmede de verblijven van Gewone grootoorvleermuis in de initiële onderzoeksopzet worden betrokken. Gezien de ligging van het plangebied in de omgeving van een verondersteld belangrijke vliegroute van Meervleermuis dient ook de aanwezigheid van mannenverblijven en/of paarverblijven van de Meervleermuis in de initiële onderzoeksopzet te worden betrokken. Als tijdens het vleermuisonderzoek aanwijzingen worden gevonden voor de aanwezigheid van andere soorten dan aanvankelijk verwacht, dient de onderzoeksstrategie te worden aangepast en verder toegespitst op deze nieuwe bevindingen. Als uit het vervolgonderzoek blijkt dat verblijvende vleermuizen aanwezig zijn dienen vervangende en geschikte verblijfplaatsen te worden aangeboden. Er is dan tijdelijke compensatie en permanente compensatie noodzakelijk. Er dient een vergunning te worden
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2024-353
Havenkwartier te Heemstede
28
aangevraagd waarbij in een op te stellen ‘Activiteitenplan’ deze maatregelen worden uitgewerkt.
5.5.2
Foerageergebied Voor de mogelijk aanwezige foeragerende vleermuizen in het plangebied wordt geen negatief effect verwacht van de werkzaamheden omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. De vleermuizen kunnen derhalve gemakkelijk tijdelijk uitwijken. Op termijn zal de groenzone van het plangebied grotendeels herstellen en opnieuw kunnen dienen als foerageergebied voor vleermuizen.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2024-353
Havenkwartier te Heemstede
5.6
29
Conclusie effectbeoordeling Negatieve effecten van de plannen op beschermde soorten (indien aanwezig) zijn niet uit te sluiten. Het gaat om Sperwer, Ransuil en algemene gebouwbewonende vleermuissoorten: Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis, Meervleermuis, Gewone grootoorvleermuis en Laatvlieger. Er is vervolgonderzoek noodzakelijk naar deze beschermde soorten. In Tabel 2 staan de perioden aangegeven wanneer dit onderzoek dient te worden uitgevoerd. Tevens wordt het aantal bezoekrondes vermeld. Er worden geen beschermde vissen en amfibieën verwacht in het plangebied. Voorafgaand aan het dempen van de vijver of werkzaamheden aan de watergang ten noorden van het plangebied zal in het kader van de zorgplicht echter ‘zorgvuldig’ moeten worden gehandeld (zie §8.3 en Bijlage 1.1.1). Aanwezige vissen zullen hierbij worden verdreven of plaatselijk worden weggevangen en worden uitgezet in te behouden water. Gevoelige werkzaamheden zullen zoveel mogelijk buiten de gevoelige periode van voortplanting (half maart t/m september) en overwintering (november t/m februari) plaatsvinden. Teneinde de vestiging van overwinterende Rugstreeppadden in het plangebied te voorkomen, dienen opgeslagen zandhopen te worden verwijderd voorafgaand aan het overwinteringsseizoen van de Rugstreeppad of te worden afgeschermd met folie of een zogenaamd ‘amfibieënscherm’.
Periode voor uit te voeren vervolgonderzoek naar beschermde soorten of soortgroepen die zijn aangetroffen of worden verwacht in het plangebied. ** = afwijkend najaarsonderzoek.
Soort/Soortgroep
onderzoeksperiode
Aantal bezoeken
half maart – juni half maart – juni
2-4 2-4
Vogels Sperwer Ransuil
Gebiedsfunctie
Periode
Aantal bezoeken
Kraamkolonies en zomerverblijven (3 bezoeken)
Paarverblijven en zwermgedrag (3 bezoeken)
6
Gewone dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis Laatvlieger Meervleermuis**
half mei – half juli half mei – half juli half mei – half juli half mei – half juli
Gewone grootoorvleermuis
half mei– half juli
augustus – oktober augustus – oktober augustus – oktober augustus – oktober april - half mei & half augustus – oktober
Vleermuizen
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2024-353
Havenkwartier te Heemstede
30
6
Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving In hoofdstukken 4 en 5 is beschreven welke beschermde soorten kunnen voorkomen en welke effecten de werkzaamheden kunnen hebben. De Omgevingswet kent naast soortbescherming ook gebiedsbeschermende wet- en regelgeving, in het bijzonder die van de Natura 2000-gebieden en betreffende behoud van grootschalige houtopstanden (Zie Bijlage 1.3.4). In de bepalingen die staan uitgewerkt in de Ow kunnen gebieden ook beschermd zijn als onderdeel van het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (voorheen Ecologische hoofdstructuur, EHS) of als Provinciaal aangewezen ‘Bijzonder Provinciaal Landschap’, ‘Weidevogelleefgebied’ of ‘Belangrijk weidevogelgebied’. Hieronder wordt aangegeven welke gebiedsbeschermende wetgeving van toepassing is op het plangebied.
6.1
Natura 2000 Het plangebied ligt op circa 2 kilometer afstand van het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, Kennemerland Zuid (zie Figuur 3). Gezien de grote afstand, afscherming door groengebieden en stedelijk gebied en de aard van de uit te voeren werkzaamheden, worden op voorhand geen directe negatieve gevolgen verwacht van de plannen zoals licht, geluid of optische verstoring. Er hoeft hiernaar geen nadere toetsing uitgevoerd te worden. Het geplande project leidt tot verhoogde emissie van stikstof. Aanbevolen wordt een analyse uit te voeren van de hierdoor veroorzaakte extra depositie van stikstof op gevoelige habitattypen in nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Als deze depositie boven 0,00 mol/ha/jaar komt bestaat een vergunningsplicht.
6.2
Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gezien de ligging van het plangebied grenzend aan het NNN (zie Figuur 3) is een toetsing van de gevolgen van dit plan voor de effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden in het NNN mogelijk aan de orde. Aanbevolen wordt hierover vooroverleg te voeren met het bevoegd gezag, de Provincie Noord-Holland.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2024-353
Havenkwartier te Heemstede
6.3
31
Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) Het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) is het regime voor bescherming in Noord-Holland voor gebieden die landschappelijk, aardkundig, ecologisch of cultuurhistorisch van bijzondere waarde zijn. Het BPL is beschreven in kernkwaliteiten per deelgebied. De voormalige beschermingsregimes, Bufferzones, Aardkundige Monumenten en Weidevogelleefgebied zijn geborgd in de kernkwaliteiten. Gezien de ligging van het plangebied grenzend aan BPL-nummer 8 Haarlemmermeer-Noord (zie Figuur 2) is een toetsing van de gevolgen van dit plan voor de effecten op de kernkwaliteiten in het BPL mogelijk aan de orde. Aanbevolen wordt hierover vooroverleg te voeren met het bevoegd gezag, de Provincie Noord-Holland.
6.4
Houtopstanden Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom. Er worden derhalve geen onder de Ow genoemde beplantingen gekapt.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2024-353
Havenkwartier te Heemstede
32
6.5
Overige relevante wetgeving Er is geen overige natuurwetgeving bekend die van invloed kan zijn op de plannen.
Ligging van het plangebied (rode pijl) ten opzichte van Natura 2000-gebied, BPL, natuurverbindingen en het NNN.
Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2024-353
Havenkwartier te Heemstede
6.6
33
Conclusie gebiedsbeschermende en overige natuurwetgeving Vanwege de ligging van het plangebied grenzend aan NNN en BPL wordt aanbevolen contact op te nemen met bevoegd gezag (Provincie Noord-Holland) over een vervolgtoetsing. Het geplande project leidt tot verhoogde emissie van stikstof. Aanbevolen wordt een analyse uit te voeren van de hierdoor veroorzaakte extra depositie van stikstof op gevoelige habitattypen in nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Als deze depositie boven 0,00 mol/ha/jaar komt bestaat een vergunningsplicht. Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom, Er worden derhalve geen onder de Ow genoemde beplantingen gekapt.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2024-353
Havenkwartier te Heemstede
34
7
Zorgplicht Voor alle in het wild levende soorten en hun leefomgeving geldt de algemene zorgplicht (zie Bijlage 1.1.1). Voor soorten die kwetsbaar of bedreigd zijn en vallen onder de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, nationaal beschermde soorten en voor soorten die opgenomen zijn op de Rode lijsten, geldt de specifieke zorgplicht. Ook natuurlijke habitats of belangrijke leefgebieden van deze soorten vallen onder de specifieke zorgplicht (zie Bijlage 1.1.1). Eventueel in het plangebied verwachte soorten die vallen onder de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en nationaal beschermde soorten worden ook besproken in Hoofdstuk 4 en Hoofdstuk 5. Aangezien natuurlijke habitats en belangrijke leefgebieden voor deze soorten ook vallen onder de specifieke zorgplicht en deze onder de geplande werkzaamheden mogelijk worden aangetast, wordt hier ook rekening mee gehouden bij de hieronder beschreven maatregelen. Met behulp van passende preventieve maatregelen of passende herstelmaatregelen in het plangebied kunnen negatieve gevolgen voor soorten worden voorkomen, beperkt of ongedaan gemaakt. De te nemen maatregelen worden besproken in relatie tot de werkzaamheden en de in het plangebied aanwezige biotopen (zie §1.4 en hoofdstuk 3). Ook worden maatregelen ter bevordering van in het wild levende soorten en hun leefomgeving geadviseerd.
In het plangebied zijn biotopen aanwezig waar mogelijk soorten waarvoor de specifieke zorgplicht geldt voorkomen, namelijk bebouwing, groenstructuren en wateren en oevers. In het plangebied kunnen vanwege de aanwezigheid van biotoop(en) en vanwege de ligging nabij Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid kwetsbare en bedreigde soorten waarvoor de specifieke zorgplicht geldt voorkomen. Het gaat in dit geval mogelijk om verschillende soorten die op de Rode Lijsten van de volgende soortgroepen staan: bijen, dagvlinders, haften, kokerjuffers, korstmossen, libellen, mossen, paddenstoelen, platwormen, reptielen, sprinkhanen en krekels, steenvliegen, vissen, vogels en weekdieren. In §7.1 en §7.2 worden maatregelen genoemd ten behoeve van de algemene en specifieke zorgplichten. Deze maatregelen zijn bevorderend voor de natuur en zijn in deze situatie ook toepasbaar om mogelijke negatieve effecten op in het plangebied voorkomende Rode Lijst-soorten te voorkomen.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2024-353
Havenkwartier te Heemstede
7.1
35
Passende preventieve maatregelen Teneinde de (specifieke) zorgplicht na te leven dient men voorafgaand en tijdens de werkzaamheden met betrekking tot de aanwezige biotopen (zie hoofdstuk 3) de volgende preventieve maatregelen te nemen: Alle aanwezige bebouwing, vegetatie of bodemmateriaal moet gefaseerd verwijderd worden. Dit geeft bodembewonende dieren de kans om het plangebied te ontvluchten en een alternatief leefgebied te benutten in de (directe) omgeving. Groenvoorzieningen moeten tijdens de werkzaamheden en het (tijdelijk) opslaan van machines en materialen zoveel mogelijk worden ontzien. Bij het werk kunnen zo klein mogelijke werkbreedtes gebruikt worden. Tevens kan men steeds dezelfde bouwwegen en paden voor zowel vervoer, aanvoer en afvoer gebruiken. Bij ecologisch gevoelige werkzaamheden moet richting te behouden leefgebied van fauna gewerkt worden zodat dieren niet ingesloten raken en een grotere kans hebben het werkgebied te ontvluchten. Om negatieve effecten voor grondgebonden fauna te verminderen kan de vegetatie eerst 10 centimeter worden afgemaaid waarna het perceel een nacht met rust gelaten wordt voordat de vegetatie volledig verwijderd wordt.
Het verwijderen van groenvoorzieningen kan zoveel mogelijk beperkt worden en na de werkzaamheden kan de vegetatie op vergelijkbare wijze met dezelfde soorten aangeplant worden, op dezelfde locaties als waar groenvoorzieningen verwijderd worden. Bij werkzaamheden rondom groenvoorzieningen moet een zo smal mogelijke werkbreedte aangehouden worden. Bij ecologisch gevoelige werkzaamheden kan zoveel mogelijk van bestaande paden gebruik gemaakt worden of kunnen nieuw gecreëerde paden herhaaldelijk gebruikt worden om insporing en potentiële verstoring van dieren en planten te beperken. Bij ecologisch gevoelige werkzaamheden kan zodanig gewerkt worden dat de meest gevoelige periodes van te verwachten soorten (vooral voortplantings- en winterrustperiodes) vermeden worden. Bij de werkzaamheden moet voorkomen worden dat ’s nachts met sterke bouwverlichting wordt gewerkt om verstoring van nachtactieve soorten te beperken. Om schade aan vissen en amfibieën te beperken moeten de werkzaamheden aan wateren en oevers zoveel mogelijk worden uitgevoerd in de periode augustus tot en met oktober in verband met de voortplantings- en winterrustperiode van deze soorten. Om vissen en amfibieën te verdrijven uit te dempen wateren dient van ‘dicht’ naar ‘open’ gewerkt te worden en geen dieren in te sluiten. Als dit niet mogelijk is kunnen dieren weggevangen
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2024-353
Havenkwartier te Heemstede
36
worden door wateren af te dammen en het waterniveau te verlagen. Deze dieren kunnen vervolgens worden overgebracht naar geschikte wateren in de nabije omgeving.
7.2
Passende ontwikkelingsmaatregelen Omdat bij de plannen groenstructuren worden verwijderd en nieuwbouw wordt gerealiseerd waar eerder groen aanwezig was, worden hieronder enkele ontwikkelingsmaatregelen waarmee de regels omtrent de specifieke zorgplicht na kunnen worden geleefd besproken.
→https://www.checklist
groenbouwen.nl/
Met behulp van de hieronder beschreven maatregelen kan de natuur in het plangebied ontwikkeld worden en krijgen planten en dieren ook in nieuwe situatie de ruimte. Aanvullend zijn er veel ←websites beschikbaar met tips en informatie over groen bouwen en het natuurlijk inrichten van de omgeving. Het plaatsen van speciale nestkasten, inmetselstenen en vogelvides ten behoeve van Huismussen, Gierzwaluwen en Spreeuwen. Het plaatsen van speciale vleermuiskasten aan bomen of in gevelmuren en het geschikt maken of openhouden van spouwmuren ten behoeve van verblijvende vleermuizen. Het gebruiken van vleermuisvriendelijke verlichting en inschijnen waar mogelijk te voorkomen door deze enkel naar de grond te richten. Het plaatsen van zogeheten ‘hoektrappen’ in straatkolken waardoor amfibieën uit putten omhoog kunnen klimmen. Het plaatsen van insectenhotels aan gevelmuren of in de omgeving van tuinen en groenstructuren. Beplanten, terugplanten en aanleggen van groenstructuren met inheemse soorten zoals Eenstijlige meidoorn, Wilde liguster, Gewone vlier, Sleedoorn en Klimop, welke vogels en insecten als vlinders, wilde bijen en zweefvliegen kunnen aantrekken. Beplanting kan het beste aaneengesloten worden aangelegd omdat daarmee routes ontstaan voor soorten als Egel, (spits)muizen en vleermuizen.