CConstaterende datHeemstede
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4. Bestemmingsplan Nieuwe Belvedère - Toelichting (geanonimiseerd).pdf

Gemeenteraad 21 april 2022, gemeente HeemstedeBij agendapunt: 5: Bestemmingsplan ‘Nieuwe Belvedère’20.877 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Figuur 4.2 Overige bodemsoorten ten opzichte van plangebied (zwart omcirkeld) (bron: Bodemkaart)

Rho adviseurs voor leefruimte

20191197

33

Figuur 4.3 Overzicht grondwatertrappen plangebied (zwart omcirkeld) (bron: Bodemkaart) Waterkwantiteit Het plangebied grenst niet aan oppervlaktewater. Hoogheemraadschap van Rijnland hanteert het uitgangspunt dat bij een toename van het verhard oppervlak met 500 m2 of meer de initiatiefnemer een oppervlakte ter grootte van minimaal 15% van het nieuw aan te leggen verhard oppervlak dient te reserveren voor extra open water als compensatie. Het nieuwe open water moet aangesloten worden op het bestaande watersysteem. Uitgangspunt hierbij is dat de aanleg van verhard oppervlak geen negatieve gevolgen mag hebben op het watersysteem.

Figuur 4.4 Uitsnede Legger Hoogheemraadschap van Rijnland met plangebied (rood omcirkeld) Rho adviseurs voor leefruimte

20191197

34

Watersysteemkwaliteit en ecologie Binnen het plangebied of in de nabije omgeving liggen geen oppervlaktewaterlichamen die zijn aangewezen vanuit de Kaderrichtlijn Water. Er bevinden zich ook geen natte ecologische verbindingszone zoals opgenomen in het (provinciale) Natuurnetwerk Nederland binnen of in de nabijheid van het plangebied. Veiligheid en waterkeringen In het plangebied lopen geen waterkeringen. Rondom keringen is een veiligheids‐ en beschermingszone aanwezig. Binnen deze zones gelden beperkingen voor bouwen en aanleggen om te voorkomen dat de stabiliteit, het profiel en/of de veiligheid wordt aangetast. Om te bouwen in de beschermingszone is een vergunning nodig. Afvalwaterketen en riolering Het plangebied is niet aangesloten op het gemeentelijk gemengd rioolstelsel. Toekomstige situatie In de toekomstige situatie zal de nieuwe belvedère gerealiseerd worden. Waterkwantiteit Het plangebied is in de huidige situatie onverhard. Door de komst van de beoogde realisatie zal de verharding met maximaal 70 m2 toenemen. De verharding zal onder de grens van 500 m2 blijven, waardoor compensatie niet nodig zal zijn. Waterkwaliteit Binnen het plangebied of in de nabije omgeving liggen geen oppervlaktewaterlichamen die zijn aangewezen vanuit de Kaderrichtlijn Water.

Er bevinden zich ook geen natte ecologische verbindingszone zoals opgenomen in het (provinciale) Natuurnetwerk Nederland binnen of in de nabijheid van het plangebied. Waterveiligheid De in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkeling heeft geen negatieve invloed op de waterveiligheid in de omgeving. Riolering en afkoppelen De beoogde Belvedère zal niet gekoppeld worden aan een rioolsysteem. Conclusie De in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen zijn onderzocht voor het plangebied. Hieruit blijkt dat er geen compensatie voor verharding nodig is, aangezien de beoogde realisatie onder de grens van 500 m2 blijft. Het plangebied grenst niet aan een waterkering of oppervlaktewater. De ontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatsen. Het Waterschap onderschrijft per mail van 18 november 2019 dat er geen bezwaar tegen het plan is. De waterhuishoudkundige belangen zijn niet in het geding. Voor de werkzaamheden is geen watervergunning nodig.

Rho adviseurs voor leefruimte

20191197

35

4.12

Duurzaamheid

Toetsingskader Als voorwaarde in de ontwerp uitvraag is gesteld dat het bouwwerk een toonbeeld van duurzaamheid moet zijn. Toetsing De toetsingscommissie heeft beoordeeld dat het ontwerp voldoet aan de eis van een toonbeeld van duurzaamheid.

4.13

Vormvrije m.e.r.‐beoordeling

4.13.1 Beleid en Normstelling In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan‐m.e.r.‐plichtig, project‐m.e.r.‐plichtig of m.e.r.‐beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.‐beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG‐richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.‐beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.‐beoordeling.  Voor de ontwerp‐bestemmingsplanfase moet een m.e.r‐beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.

 Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.‐beoordeling aan de orde komt moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Het bevoegd gezag dient binnen zes weken na indienen een m.e.r.‐beoordelingsbesluit af te geven. Een vormvrije m.e.r.‐beoordelingsbeslissing hoeft echter niet gepubliceerd te worden. 4.13.2 Onderzoek en conclusie Het voorliggende bestemmingsplan maakt een ontwikkeling mogelijk die niet genoemd wordt in de bijlagen C en D van het Besluit m.e.r. (Besluit milieueffectrapportage). Hierdoor is het nemen van een Besluit m.e.r. en het doorlopen van een m.e.r.‐procedure niet nodig. Tevens blijkt uit bovenstaande paragrafen dat er geen nadelige milieueffecten zijn naar aanleiding van de voorgenomen ontwikkeling.

Rho adviseurs voor leefruimte

20191197

36

Rho adviseurs voor leefruimte

20191197

37

Hoofdstuk 5

5.1

Juridische plantoelichting

Algemeen

Voor de opbouw van een bestemmingsplan is door het Ministerie van I&M een standaard ontwikkeld, de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012). In dit bestemmingsplan wordt van deze standaarden gebruikgemaakt. Hiermee wordt de rechtsgelijkheid en de uniformiteit binnen de gemeentelijke c.q. landelijke bestemmingsplannen gediend. Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Ook is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Tot slot maakt een eventuele bijlage onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan. Op de verbeelding worden de bestemmingen weergegeven met daarbij andere bepalingen als gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken etc.

Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart). De hoofdstukindeling van dit bestemmingsplan bestaat uit: 1. Inleidende regels; 2. Bestemmingsregels; 3. Algemene regels; 4. Overgangs‐ en slotregels.

5.2

Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd voor zover deze begrippen van het 'normale' spraakgebruik afwijken of een specifiek juridische betekenis hebben. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan zal moeten worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Artikel 2 Wijze van meten en berekenen Het onderhavige artikel geeft aan hoe hoogte‐ en andere maten die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden.

Rho adviseurs voor leefruimte

20191197

38

5.3

Bestemmingsregels

Artikel 3 Natuur ‐ 2 Binnen de bestemming Natuur ‐ 2 is ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding – Uitkijktoren' toegestaan een uitkijktoren te bouwen. De uitkijktoren moet binnen het bouwvlak van 70 m2 worden gebouwd, overhangende bouwdelen zijn buiten het bouwvlak toegestaan. De toren mag maximaal 14 meter hoog zijn. Het is niet toegestaan om in het gebouw een commerciële activiteiten uit te oefenen. Naast de uitkijktoren zijn enkel bouwwerken geen gebouwen zijnde toegestaan, erfafscheidingen mogen 1 meter hoog zijn en overige bouwwerken geen gebouwen zijnde 2 meter hoog. Ook zijn groen, water en openbare nutsvoorzieningen toegestaan Artikel 4 Waarde ‐ Archeologie Op het plangebied is de dubbelbestemming Waarde ‐ Archeologie toepassing. Met de dubbelbestemming wordt beoogd de aanwezige archeologische waarden te beschermen. Hiertoe geldt voor het gehele plangebied een omgevingsvergunningplicht voor de uitvoering van bepaalde bodemverstorende werken. Bij grondroerende werkzaamheden dieper dan 0,8 meter dient rekening te worden gehouden met de aanwezige archeologische waarden. Hiervoor geldt dat door middel van archeologisch (vervolg)onderzoek moet worden aangetoond welke belangrijke archeologische waarden worden aangetast. De wijze van het benodigde (vervolg)onderzoek kan worden teruggevonden in de adviezen (zie paragraaf 4.6.1).

Op basis van de uitkomsten van het onderzoek en het bijbehorende rapport neemt het bevoegd gezag een selectiebesluit (zijnde een beslissing over het vervolgtraject).

5.4

Algemene regels

Artikel 5 Anti‐dubbeltelregel In dit artikel is bepaald dat de in het bestemmingsplan gegeven aanduidingsgrenzen, aanduidingen en bestemmingsregels, voor ondergeschikte bouwdelen mogen worden overschreden. Het gaat om onder andere stoepen en balkons, die met 1,5 meter mogen uitsteken. Tevens is een bepaling opgenomen op grond waarvan bestaande bouwwerken die met een omgevingsvergunning zijn opgericht mogen worden gehandhaafd. Verder is opgenomen dat de regels uit de Bouwverordening, voor zover ze over dezelfde onderwerpen gaan als het bestemmingsplan, buiten beschouwing blijven, behalve voor onderwerpen zoals de bereikbaarheid, het bouwen bij leidingen, de ruimte tussen bouwwerken en de parkeergelegenheid. Artikel 6 Algemene bouwregels Ten aanzien van parkeren en verkeervoorzieningen zijn voorwaardelijke verplichtingen opgenomen die in acht genomen moeten worden bij bouwen of het gebruiken van gronden of gebouwen op grond van de bestemmingsregels. Artikel 7 Algemene afwijkingsregels en Artikel 8 Algemene wijzigingsregels In dit artikel zijn afwijkingsbepalingen opgenomen, die betrekking hebben op alle bestemmingen. Deels betreft het, met het oog op de feitelijke situatie of een concreet bouwplan, een in beperkte mate kunnen aanpassen van de reeds gegeven regels met betrekking tot gebruik en/of bebouwing.

Met de afwijkingsmogelijkheid zal, in tegenstelling tot wat bij de oude bestemmingsplannen gebruikelijk was, terughoudend worden omgegaan en worden getoetst aan een aantal geobjectiveerde criteria. De opgenomen wijzigingsbevoegdheden zien op functiewijzigingen voor diverse gronden en bouwwerken. Die wijzigingsbevoegdheden waren reeds onder het bestemmingsplan 'Landgoederen en Groene Gebieden' opgenomen.

Rho adviseurs voor leefruimte

20191197

39

Artikel 9 Strafbepaling In dit artikel zijn de aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden verbonden strafbepaling de werking van de wettelijke regelingen geregeld.

5.5

Overgangs‐ en slotregels

Artikel 10 Overgangsrecht en Artikel 11 Slotregel De overgangsbepalingen zijn conform het Besluit ruimtelijke ordening.

Rho adviseurs voor leefruimte

20191197

40

Rho adviseurs voor leefruimte

20191197

41

Hoofdstuk 6

6.1

Uitvoerbaarheid

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.1.1 Participatie Het plan voor de nieuwe Belvedère is tot stand gekomen door en in samenwerking met de inwoners van Heemstede. De uitgangspunten waaraan het ontwerp van de nieuwe Belvedère moet voldoen zijn in samenspraak met deskundigen en betrokkenen opgesteld. Met deze uitgangspunten is vervolgens een ontwerp uitvraag gemaakt waarbij 10 bureaus zijn gevraagd een ontwerp in te dienen. Er zijn door de toetsingscommissie uiteindelijk zes ontwerpen in stemming gebracht onder de inwoners. Het winnende ontwerp “De Wandeling” is inmiddels bekend. Momenteel worden er gesprekken gevoerd tussen de gemeente, de schenker en de architect om tot een gedragen ontwerp te komen.

6.1.2 Resultaten vooroverleg Wettelijke adviseurs:  Provincie Noord Holland  Hoogheemraadschap Rijnland  Rijksdienst Cultureel Erfgoed Overige adviseurs:  Omgevingsdienst IJmond  NMF erfgoedadvies 6.1.3 Zienswijze Het ontwerpbestemmingsplan met de daarbij behorende stukken heeft gedurende een periode van 6 weken ter inzage gelegen in het gemeentehuis van Heemstede. Gedurende deze periode is het voor een ieder mogelijk om mondeling of schriftelijk een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan te geven. Er zijn geen zienswijzen binnengekomen in bovengenoemde periode

6.2

Economische uitvoerbaarheid

6.2.1 Grondexploitatie In de Wro is in afdeling 6.4 de regelgeving rondom grondexploitatie opgenomen. Centrale doelstelling van deze afdeling is om in de situatie van particuliere grondexploitatie te komen tot een verbetering van het gemeentelijk kostenverhaal en de versterking van de gemeentelijke regie bij locatieontwikkeling. In artikel 6.12 Wro is bepaald dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. In artikel 6.2.1 Bro is vastgelegd wat onder een bouwplan wordt verstaan. Hieronder valt onder meer de bouw van een of meer woningen, alsmede de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen.

Rho adviseurs voor leefruimte

20191197

42

In het voorliggende bestemmingsplan wordt het realiseren van één hoofdgebouw mogelijk gemaakt. Er hoeft derhalve niet te worden derhalve voldaan te worden aan de beginselplicht tot het vaststellen van een exploitatieplan. Een exploitatieplan dient tegelijkertijd met een bestemmingsplan te worden vastgesteld. Een deel van het bedrag van de schenking is gereserveerd voor de uitvoering van ondersteunde procedures, zoals onderzoeken, aanpassen van bestemmingsplan en andere processen. Daarmee is het kostenverhaal anderszins verzekerd en is het vaststellen van een exploitatieplan niet nodig. 6.2.2 Planschaderisico Een belanghebbende kan menen dat hij/zij door de ontwikkeling in zijn/haar woongenot wordt verstoord en zou een claim in kunnen dienen voor planschade. Planschade is schade die is ontstaan door een herziening, ontheffing of een afwijking van een bestemmingsplan. Bijvoorbeeld waardevermindering van de woning of inkomensschade. De Nieuwe Belvedère is echter beperkt van omvang en ligt niet in de nabijheid van woningen. Hierdoor is de kans op een haalbare planschadeclaim als bijzonder gering ingeschat. Derhalve is geen planschaderisicoanalyse uitgevoerd.

Rho adviseurs voor leefruimte

20191197

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

Bijlage 1 Memo salderen NNN Omgevingsverordening NH2020

Rho adviseurs voor leefruimte

20191197

Memo

Salderingsplan NNN conform Omgevingsverordening NH2020 voor (her)bouw van de Belvedère in het Groenendaalse Bos 14 juli 2020 Inleiding In het wandelbos Groenendaal heeft tot 1965 een uitkijktoren genaamd Belvedère gestaan. Deze uitkijktoren was bouwvallig en door gebrek aan financiële middelen is de toren niet hersteld maar gesloopt. In december 2018 werd een schenkingsakte getekend waarin een aanzienlijk bedrag werd geschonken aan de gemeente Heemstede ten behoeve van de (her)bouw van een nieuwe Belvedère op de oorspronkelijke locatie. Om de (her)bouw mogelijk te maken is een bestemmingsplan opgesteld. De Belvedèreheuvel in het Groenendaalse bos maakt onderdeel uit van het Natuur Netwerk Nederland (NNN). Herbouw van de Belvedère in het Groenendaalse bos In het beheerplan Groenendaalse Bos van de gemeente Heemstede is de herbouw van de Belvedère opgenomen. Het terugbouwen van de Belvedère wordt in het beheerplan benoemd als verbetering van de cultuurhistorische waarde van het wandelbos en draagt bij aan het realiseren van het hoofddoel van het beheerplan. Deze luidt: “De beleving van de cultuurhistorische waarde van het bos versterken, met behoud van de grote ecologische variatie en de mogelijkheden voor diverse vormen van reactie”. Om de herbouw mogelijk te maken is een bestemmingsplan opgesteld. Het bestemmingsplan beoogt 70 m2 bebouwing op de Belvedèreheuvel toe te staan.

De bestemming is ‘Cultuur en ontspanning’ ten behoeve van een uitkijktoren. Omgevingsverordening NH2020 – Natuur Netwerk Nederland (NNN) De locatie van de Belvedère is onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). In dit concrete geval wordt artikel 6.43 lid 4 van de Omgevingsverordening NH2020 toegepast: Het ruimtelijke plan maakt geen nieuwe activiteiten mogelijk die per saldo leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een vermindering van de oppervlakte van het Natuurnetwerk Nederland of de natuurverbindingen, of van de samenhang tussen die gebieden. 1. Wezenlijke kenmerken en waarden Voor het opstellen van het bestemmingsplan is een ecologische Quickscan door Natuurlijke Zaken uitgevoerd. In dit rapport wordt gebruik gemaakt van de NNN-wijzer, opgesteld door de provincie Noord-Holland, om aan te tonen of de wezenlijke kenmerken en waarden in het gebied significant worden aangetast. Hiervoor zijn verschillende vragen stap voor stap doorlopen. Het rapport concludeert dat er geen gekwalificeerde soorten flora en fauna aangetroffen in het plangebied. Het aangewezen natuurbeheertype (N.17.03 park –of stinzenbos) van het bos is niet zeldzaam. De aanwezige natuur bestaat uit algemene plantensoorten, welke in veel bossen voorkomen.

Bovendien is in de omgeving bos voldoende bos aanwezig van hetzelfde beheertype voor het behoud van een duurzame populatie van de aanwezige soorten. Het planvoornemen heeft geen effect op de abiotiek van het plangebied. De herbouw van de Belvedère heeft daarom geen significant effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN.

2. Samenhang NNN Het plangebied bevindt zich in het Groenendaalse bos welke onderdeel uit maakt van het NNN gebied ‘Landgoederen bij Heemstede en Bennebroek (Z5)’. De ecologische samenhang van dit gebied bestaat uit de relatie met het duinmassief van Kennemerland-Zuid, gelegen aan de westzijde. De onderlinge samenhang tussen de verschillende landgoederen en die met het duinmassief neemt van west naar oost af. Het Groenendaalse bos bevindt zich in het meest oostelijke deel van het NNN gebied. Het plangebied levert, in verhouding tot de andere westelijk gelegen landgoederen, een minder grote bijdrage aan de onderlinge samenhang tussen de verschillende landgoederen en die met het duinmassief. Bovendien heeft het NNN gebied een totale oppervlakte van bijna 450 ha. Het plangebied beslaat maximaal 70m2. De ontwikkeling leidt dus gezien de schaal en omvang niet tot een significante aantasting van de onderlinge samenhang. 3. Oppervlakte verlies: nieuwe begrenzing NNN Om het verlies aan NNN te salderen is in overleg met de provincie in de directe omgeving van de locatie gezocht naar een geschikte salderingslocatie (zie figuur 1 volgende pagina ). De gevonden locatie is geen onderdeel van het NNN en heeft in totaal een oppervlakte van 4.768 m2. Dit is ruim meer dan de benodigde 70 m2.

De salderingslocatie heeft de bestemming ‘Natuur-2’ (bestemmingsplan Herziening Landgoederen en Groene gebieden). Deze bestemming is gericht op het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van de natuurlijke en landschappelijke waarden (conform OV NH2020 artikel 6.43 lid 2 en 3). Hiervoor is geen bestemmingswijziging nodig. Door de voorbereidingen van het herstel van de Belvedèreheuvel zijn reeds enkele oude bomen gekapt en verwijderd van de huidige NNN-locatie. Hierdoor zijn de bestaande waarden van dit gebied (vermoedelijk) aangetast. Deze plannen zijn conform het Beheerplan Wandelbos Groenendaal 2015-2032 uitgevoerd. De aangewezen salderingslocatie ligt in het Groenendaalse bos met natuurtype N17.03 (park -of stinzenbos). Door de fysieke kenmerken van de salderingslocatie loopt deze locatie naadloos over in het omliggende NNN-gebied (zie ook afbeeldingen volgende pagina). De kwaliteit van het aanwezige natuurtype is daarom minstens net zo goed als de bestaande NNN-locatie. Er zijn dus geen fysieke maatregelen nodig. Het betreft hier slechts een herbegrenzing. Zowel bij de gemeente als bij de provincie is niet bekend waarom deze locatie niet is opgenomen in de NNN. Op de onderstaande foto’s is zichtbaar dat op de locatie geen verharding aanwezig is.

De aanwezigheid van de zandbank (foto rechts op volgende pagina) aan de noordzijde van de locatie vormt geen belemmering om dit gebied op te nemen in het NNN.

Figuur 1 Kaart Groenendaalse bos met locatie Belvedère (rood) en salderingslocatie NNN (groen)

Afbeelding 1 en 2 Foto’s Groenendaalse bos bij salderingslocatie

Beheer De salderingslocatie ligt in het Groenendaalse Bos dat in beheer is van de gemeente Heemstede. Hiervoor heeft de gemeente een beheervisie met beheerplan opgesteld: Beheerplan Wandelbos Groenendaal 2015-2032. Onderhoud van het bos wordt uitgevoerd via het reguliere beheer. De salderingslocatie is reeds bestaand bos. Het onderhoud van deze locatie werd al meegenomen binnen het reguliere beheer. Dit wordt ook na het aanwijzen als NNN-locatie gecontinueerd. Er zijn verder geen fysieke maatregelen nodig voor wat betreft de inrichting van de locatie. Planning Momenteel bereidt de gemeente de bestemmingsplanprocedure voor. Het salderingsplan maakt onderdeel uit van dit bestemmingsplan. Naar verwachting is het bestemmingsplan in de eerste helft van 2022 vastgesteld, waarna de bouw van de Belvedère kan worden gestart. Het onderhoud en beheer van het Groenendaalse Bos wordt gecontinueerd. Conclusie De wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN en de samenhang van het NNN worden door de bouw van de nieuwe Belvedère niet significant aangetast. Door het opnemen van de locatie in het NNN, zoals in groen aangegeven op figuur 1, heeft de herbouw van de Belvedère per saldo geen effect op het oppervlak NNN. De beoogde locatie heeft een oppervlakte welke ruim groter is dan de benodigde 70m2. Hiermee wordt voldaan aan de regels in de Omgevingsverordening NH2020.

De provincie heeft de intentie om de salderingslocatie na vaststelling van het bestemmingsplan toe te voegen aan het NNN. De afspraken staan opgenomen in de salderingsovereenkomst.

Bijlage 2 Quickscan Belvedère Heemstede

Rho adviseurs voor leefruimte

20191197

Quickscan Wet natuurbescherming Bouw Belvedère in Wandelbos Groenendaal te Heemstede 12 september 2019

Ing.

de zakelijke dienstverlening van Landschap Noord-Holland

Quickscan Wet natuurbescherming Bouw Belvedère in Wandelbos Groenendaal te Heemstede

Ing. 12 september 2019

Projectleider Afdeling

Onderzoek en advies

Kwaliteitscontrole Opdrachtgever

Gemeente Heemstede Raadhuisplein 1 2101 HA Heemstede

Contactpersoon opdrachtgever Foto’s en afbeeldingen Projectnummer

M-19-50537

© Natuurlijke Zaken De zakelijke dienstverlening van Landschap Noord-Holland Postbus 222 1850 AE Heiloo 088-0064400 www.natuurlijkezaken.nl

Inhoudsopgave 1

Inleiding ..................................................................................................... 6 1.1

Aanleiding ............................................................................................................................. 6

1.2

Doel ....................................................................................................................................... 6

1.3

Methodiek en veldwerk ........................................................................................................ 7

2

Plangebied .................................................................................................. 8 2.1

Plangebied ............................................................................................................................ 8

2.2

Planvoornemen en werkzaamheden .................................................................................. 11

3

Wettelijk kader ......................................................................................... 12 3.1

Bescherming van gebieden ................................................................................................. 12

3.2

Bescherming van soorten ................................................................................................... 12

3.3

Bescherming van bossen .................................................................................................... 13

3.4

Planologische bescherming: Natuurnetwerk Nederland (NNN) ......................................... 13

4

Resultaten ................................................................................................ 14 4.1

Literatuur onderzoek .......................................................................................................... 14

4.2

Veldbezoek ......................................................................................................................... 18

5

Effecten van de ingreep ............................................................................ 20 5.1

Natuurgebieden .................................................................................................................. 20

5.2

Soorten ............................................................................................................................... 22

5.3

Conclusies ........................................................................................................................... 23

Literatuur .......................................................................................................... 24 Bijlage 1 Toelichting relevante wetgeving .......................................................... 25 Bijlage 2 Bestemmingsplanregels artikel 14: Natuur 2 ........................................ 30

Quickscan Bouw Belvedère in Wandelbos Groenendaal te Heemstede – 12 september 2019 – 5

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

In Wandelbos Groenendaal is gemeente Heemstede voornemens om een nieuwe Belvedère te bouwen op de plek waar er ooit een stond (figuur 1.1).

Figuur 1.1 De voormalige Belvedère (Bron: Heemstede.nieuws.nl)

Het plangebied ligt binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Om aan te tonen of de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN worden aangetast en of de bouw van de Belvedère eventueel de Wet natuurbescherming overtreed heeft Natuurlijke zaken deze quickscan uitgevoerd.

1.2

Doel

Door middel van een literatuurstudie en een veldbezoek zal deze quickscan de volgende vragen beantwoorden: • Zijn er (mogelijk) effecten op beschermde gebieden (Wet natuurbescherming)? • Is er gezien de effecten van de ingreep een (mogelijke) aantasting van wezenlijke kenmerken uit waarden uit Natuurnetwerk Nederland • Welke beschermde (Wet natuurbescherming) soorten komen er (potentieel) voor in het plangebied? • Welke negatieve effecten kan de (potentieel) aanwezige flora en fauna ondervinden van de ingreep?

Quickscan Bouw Belvedère in Wandelbos Groenendaal te Heemstede – 12 september 2019 – 6

•

1.3

Is er gezien de effecten van de ingreep sprake van een (mogelijke) overtreding van Wet natuurbescherming?

Methodiek en veldwerk

Door middel van een literatuuronderzoek is gekeken welke beschermde flora en fauna er in (de omgeving van) het plangebied voorkomen. Daarvoor is gebruik gemaakt van verspreidingsatlassen en databanken (NDFF). Op 3 september 2019 heeft Jurgen Rotteveel van Natuurlijke Zaken het plangebied bezocht. Het was die dag 18 graden en bewolkt. Tijdens het bezoek zijn de aanwezige structuren, ecotopen (leefgebieden) en de (mogelijk) aanwezige flora en fauna geïnventariseerd. Aan de hand van het veldbezoek en het vooraf uitgevoerde literatuuronderzoek is middels een zogenaamde “expert judgement” een inschatting gemaakt van de (potentieel) aanwezige beschermde natuur, flora en fauna.

Quickscan Bouw Belvedère in Wandelbos Groenendaal te Heemstede – 12 september 2019 – 7

2

Plangebied

2.1

Plangebied

De Belvedère wordt gebouwd in de noordoost hoek van het wandelbos Groenendaal (zie figuur 2.1 t/m figuur 2.3). Het gaat om een hoger gelegen deel van het wandelbos Groenendaal, de Belvedère wordt gebouwd op een heuveltje waar de vroegere Belvedère heeft gestaan (figuur 1.1). Recent zijn alle bomen op de locatie verwijderd waardoor een open plek is ontstaan. De vegetatie bestaat uit algemene plantensoorten en opslag van boomsoorten (grauwe abeel, gewone esdoorn). De locatie wordt druk bewandeld en is door de betreding deels onbegroeid. Enkele stammen van grove dennen, welke onlangs verwijderd zijn, liggen nog op locatie. De schuine delen van het heuveltje zijn deels begroeid met braam.

Figuur 2.1 Locatie van de te plaatsen Belvedère (OpenStreetMap)

Quickscan Bouw Belvedère in Wandelbos Groenendaal te Heemstede – 12 september 2019 – 8

Figuur 2.2 Locatie van de te plaatsen Belvedère. De luchtfoto is gedateerd; op het moment zijn de bomen op de planlocatie reeds verwijderd. (Esri)

Quickscan Bouw Belvedère in Wandelbos Groenendaal te Heemstede – 12 september 2019 – 9

Figuur 2.3. Foto’s van het plangebied.

Quickscan Bouw Belvedère in Wandelbos Groenendaal te Heemstede – 12 september 2019 – 10

2.2

Planvoornemen en werkzaamheden

Omvang Op de planlocatie wordt een bouwerk (Belvedére) gebouwd, in figuur 2.3 is als illustratie een foto van de voormalige Belvedére te zien. Het bouwwerk zal maximaal 70 m2 ruimte in beslag nemen en maximaal 14 meter hoog worden. Het is niet de bedoeling dat er bomen worden verwijderd t.b.v. van de bouw van de Belvedére. Uitgangspunten Het bouwwerk zal enkel tijdens de openingstijden van het bos te bezoeken zijn (tussen zonsopgang en zonsondergang) en is ’s-avonds afgesloten. Er wordt geen verlichting aangebracht en er zullen geen evenementen (bijvoorbeeld muziekvoorstellingen) plaatsvinden. De voorgenomen bouwperiode is 2e kwartaal 2020 t.m 4e kwartaal 2020.

Quickscan Bouw Belvedère in Wandelbos Groenendaal te Heemstede – 12 september 2019 – 11

3

Wettelijk kader

Dit hoofdstuk beschrijft in het kort de relevante natuurwetgeving, voor een uitgebreide beschrijving wordt verwezen naar bijlage 1. Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming ingegaan. Deze wet vervangt de voormalige Boswet, Flora- en Faunawet en natuurbeschermingswet 1998. De nieuwe wetgeving volgt dezelfde onderverdeling in bescherming van bossen, bescherming van soorten en bescherming van gebieden. Hieronder wordt een beknopte weergave van deze onderdelen weergegeven.

3.1

Bescherming van gebieden

Natura 2000-gebieden worden middels de Wet natuurbescherming beschermd. Binnen of buiten Natura 2000-gebieden zijn er geen activiteiten toegestaan die een significant negatieve invloed kunnen hebben op de instandhoudingsdoelen van het betreffende gebied. Wanneer effecten niet uitgesloten kunnen worden dient een passende beoordeling gemaakt te worden.

3.2

Bescherming van soorten

Er zijn in de Wet natuurbescherming drie beschermingsregimes te onderscheiden. Deze regimes zijn grotendeels gebaseerd op Europese wetgeving (Vogel- en Habitatrichtlijn). Regime 1: Vogelrichtlijn Alle in het wild levende vogels in Nederland zijn middels 5 verbodsartikelen beschermd (zie kader in bijlage 1). Met opzettelijk wordt voorwaardelijke opzet bedoeld: ‘Daarvan is sprake als iemand een handeling verricht en daarbij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat zijn gedragingen schadelijke gevolgen hebben voor een dier of een plant.’ (memorie van toelichting op Wet natuurbescherming) Regime 2: Soorten van de Habitatrichtlijn Een aantal soorten kennen een strenge bescherming. Dit betreft de soorten van de Habitatrichtlijn, of bijlage II bij het Verdrag van Bern, of bijlage I bij het Verdrag van Bonn. Ook hier is de voorwaardelijke opzet van toepassing. Regime 3: Nationaal beschermde soorten (art 3.10) Het derde beschermingsregime bestaat uit een aantal aanvullende soorten waarvoor de rijksoverheid bescherming noodzakelijk acht. Deze soorten worden genoemd in de bijlage bij de Wet natuurbescherming. Voor de soorten van dit beschermingsregime is het verboden ze opzettelijk te doden of te vangen en om voortplantingsplaatsen of vaste rustplaatsen te beschadigen of te vernietigen. Voor deze soorten geldt niet het verbod om te verstoren.

De provincie heeft middels een verordening een aantal soorten uit deze bijlage weer vrijgesteld.

Quickscan Bouw Belvedère in Wandelbos Groenendaal te Heemstede – 12 september 2019 – 12

3.3

Bescherming van bossen

Voor bosopstanden (groter dan 1000 m² of dat bestaat uit rijbeplanting van meer dan 20 bomen) buiten de bebouwde kom geldt een meldings- en herplantplicht. Door middel van de provinciale verordening geldt de meldings- en herplantplicht ook voor (evt. geknotte) populieren of wilgen in wegbeplantingen; beplantingen langs waterwegen, en eenrijige beplantingen langs landbouwgronden. In de provinciale verordening staat verder beschreven hoe de melding en herplant gedaan moet worden.

3.4

Planologische bescherming: Natuurnetwerk Nederland (NNN)

Het Natuurnetwerk Nederland (voorheen ecologische hoofdstructuur) is een samenhangend netwerk van natuurgebieden en verbindingszones. Dit programma is door de rijksoverheid geïnitieerd en middels de nota ruimte (2006) respectievelijk Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) en Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening (2012) uitgewerkt in een planologische bescherming van het NNN. Deze bescherming houdt in dat nieuwe plannen, projecten of andere handelingen niet de wezenlijke kenmerken en waarden van NNN-gebieden mogen aantasten. De wezenlijke kenmerken en waarden worden per provincie vastgelegd in het natuurbeheerplan.

Quickscan Bouw Belvedère in Wandelbos Groenendaal te Heemstede – 12 september 2019 – 13

4

Resultaten

4.1

Literatuur onderzoek

4.1.1 Beschermde natuurgebieden Natura 2000 Het plangebied ligt op 1 kilometer afstand van het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied Kennemerland-Zuid (figuur 4.1). Op 7 kilometer afstand bevindt zich weidevogelleefgebied.

Figuur 4.1 Ligging Natura 2000 gebied t.o.v. plangebied (Provincie Noord-Holland)

Quickscan Bouw Belvedère in Wandelbos Groenendaal te Heemstede – 12 september 2019 – 14

Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het plangebied ligt volledig binnen NNN gebied met het beheertype N17.03 Park- of stinzenbos (figuur 4.2).

Figuur 4.2 Begrenzing NNN rondom het plangebied (Provincie Noord-Holland).

Wezenlijke kenmerken en waarden De wezenlijke kenmerken maken onderdeel uit van het deelgebied ‘’Landgoederen bij Heemstede en Bennebroek’’ (Provincie Noord-Holland, 2019). Natuurwaarden De natuurwaarden, zowel actueel als potentieel, zijn hierna beschreven aan de hand van de kernkwaliteiten van het gebied. Kernkwaliteit: Landgoederen in de binnenduinrand - Actuele natuurwaarden De huidige natuurwaarden zijn vooral geconcentreerd in de bossen, die voor het overgrote deel uit oud landgoedbos bestaan (N17.03 Park- of stinzenbos). Het grootste deel van de bossen behoort tot droog Wintereiken-Beukenbos. Bijzonder waardevol zijn de oude lanen en de meer dan 200 jaar oude beuken- en grove dennenaanplanten. Deze bossen zijn rijk aan stinzenplanten. In het verleden werden verschillende soorten stinzenplanten, waaronder sneeuwklokje en gewone vogelmelk, op grote schaal in de bossen gekweekt. Bij Huis te Manpad groeit knolsteenbreek (‘Haarlems klokkenspel’) en in Leyduin de spitse geelster. De bossen en lanen zijn ook rijk aan

Quickscan Bouw Belvedère in Wandelbos Groenendaal te Heemstede – 12 september 2019 – 15

voor zure en gebufferde bodem kenmerkende paddenstoelen. De dichtheid aan broedvogels is groot, vooral aan bos- en/of struweelsoorten, waaronder veel holenbroeders. Het Bennebroekbos wordt tot de vogelrijkste bossen van Nederland gerekend. Van verschillende soorten vleermuizen komen populaties voor, al zijn dit vooral algemene soorten. De vleermuizen maken in het zomerhalfjaar gebruik van boomholten in de vele oude laanbomen en gebruiken de lanen en bosranden als foerageergebied. In de bossen wordt ook de boommarter af en toe waargenomen. Plaatselijk komt Duineikenbos voor dat zich ontwikkelt tot droog BerkenZomereikenbos. Op enkele plekken in Leyduin, Vinkenduin en bij Huis te Manpad is dit aangemerkt als beheertype N15.01 Duinbos. In het Bennebroekbos komt hakhout voor met beheertype N17.06 Vochtig hakhout en op sommige plekken N17.02 Droog hakhout. Boekenrode, Koekoeksduin, Leyduin, Vinkenduin, Oud-Woestduin en Huis te Manpad maken deel uit van het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. Ter plaatse geldt een instandhoudingsdoelstelling voor de habitattypes H2180A Duinbossen (droog), H2180C Duinbossen van de binnenduinrand en H2130A Grijze duinen (kalkrijk). Op de voormalige renbaan van Oud-Woestduin komen droge duingraslanden en verstuivingsplekken voor met beheertypen N11.01 Droog schraalgrasland en N08.02 Open duin.

Hier groeien duingraslandsoorten als pilzegge en zacht vetkruid en komt de zandhagedis voor. Bijzonder waardevol zijn de overgangen van bos naar grasland in de vorm van mantel- en zoomvegetaties, onder meer in Groenendaal, met vele soorten ongewervelden van droge milieus. Op plaatsen waar strandvlaktes aan strandwallen grenzen en kwel uittreedt en op andere vochtige standplaatsen zijn gronden aangemerkt als N10.02 Vochtig hooiland. Dit is het geval bij Alverna en aan de oostzijde van Leyduin. Hier groeien verschillende kwelindicatoren. Drogere delen, vooral op de strandwallen, bestaan uit graslanden met beheertype N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland. Deze komen op aanzienlijke schaal voor op Leyduin, Oud-Woestduin, Overplaats en Bennebroekbos. Als ambitie geldt dit ook voor de vochtiger graslanden van Polder Vogelenzang. In dit gebied en op de andere strandvlakte-graslanden komen weidevogels voor, maar de dichtheden zijn vrij laag. Een aantal waterpartijen op Leyduin, Oud-Woestduin, Overplaats en Bennebroekbos kent beheertype N04.02 Zoete Plas. Hier plant de rugstreeppad zich voort. De intensiever gebruikt en beheerde terreinen bestaan uit een kleinschalige afwisseling van bos, bosranden en opener terrein waar recreatief gebruik plaatsvindt (Multifunctionele natuur).

Deze delen herbergen weliswaar geen specifieke natuurwaarden of soortgroepen, maar dragen wel sterk bij aan het samenhangende groene karakter en de kleinschalige afwisseling van de landgoederen. Deze kwaliteit vormt de basis voor zowel natuurbehoud als recreatie in het gehele gebied. Potentiële natuurwaarden Mogelijkheden voor verhoging van de natuurwaarden zijn er op de graslanden op de strandvlakten, vooral op plaatsen waar kwel uittreedt. Hier zijn de potenties bij verschraling door een hooilandbeheer hoog. In de ‘poldergebieden’ (Polder Vogelenzang, Mariënweide, het zuidelijk deel van Alverna en het oostelijk deel van Leyduin) wordt de waterkwaliteit sterk beïnvloed door de inlaat van water vanuit de Leidsevaart. Verbetering is hier mogelijk bij een aangepaste waterhuishouding.

Quickscan Bouw Belvedère in Wandelbos Groenendaal te Heemstede – 12 september 2019 – 16

-

Voor het beheertype zijn de volgende wezenlijke kenmerken en waarden opgesteld door BIJ12: (BIJ12, 2019)

Het beheertype Park- en stinzenbos bestaat uit opgaand bos, als onderdeel van een (voormalig) landgoed, met meestal een rijke struiklaag en veel kruiden die vooral in het voorjaar bloeien. In de kruidlaag van Stinzenbossen komen veel planten voor die oorspronkelijk zijn aangeplant en nu zijn verwilderd. Het betreft deels inheemse planten (zoals daslook en wilde narcis), maar met name ook van oorsprong uitheemse planten (veel soorten bol- en knolgewassen, zoals hyacinten, sneeuwklokjes en krokussen maar bijvoorbeeld ook hartbladzonnebloem, Italiaanse aronskelk of azalea). Daarnaast komen ook geïntroduceerde uitheemse boomsoorten voor met een hoge sierwaarde. Park- en stinzebos kent een actief beheer dat gericht is op het behoud van de bijzondere flora en fauna. De bomen, struiken en kruiden van Park- en Stinse bos staan in een verband dat een bedacht, esthetisch doel dient. Ornamentele boomgroepen, ook wel clumps genoemd, vallen buiten dit type en behoren in beheertype Historische tuin. Bomen en struiken die langs lanen geplant zijn, worden niet tot dit beheertype gerekend, maar worden gerekend tot een beheertype uit de Index Landschap. Stadsparken behoren niet tot dit beheertype.

Kwalificerende soorten voor dit beheertype zijn: appelvink, boomklever, fluiter, gekraagde roodstaart, groene specht, grote bonte specht, kleine bonte specht, middelste bonte specht, nachtegaal, wielewaal en zwarte specht. Van deze soorten komen een aantal voor in het wandelbos Groenendaal.

4.1.2 Flora In het wandelbos Groenendaal zijn geen waarnemingen bekend van beschermde planten. In bos en duingebieden in de nabije omgeving komt het beschermde stofzaad voor (NDFF).

4.1.3 Vogels Het wandelbos Groenendaal is zeer geschikt als broedgebied voor diverse bosvogels als boomklever, grote bonte specht en glanskop.

4.1.4 Zoogdieren In en rond het plangebied zijn waarnemingen bekend van diverse vleermuissoorten en boommarter (NDFF, vleermuisonderzoeken Natuurlijke zaken). Het bos fungeert als functioneel leefgebied voor vleermuizen waarin alle functies aanwezige zijn (foerageer, paar- en kraamverblijven)

Quickscan Bouw Belvedère in Wandelbos Groenendaal te Heemstede – 12 september 2019 – 17

4.1.5 Amfibieën In het wandelbos Groenendaal zijn geen waarnemingen bekend van beschermde amfibieën (NDFF).

4.1.6 Reptielen In het wandelbos Groenendaal zijn geen waarnemingen bekend van beschermde reptielen. Beschermde reptielen als zandhagedis komen in de nabijheid van het plangebied alleen in duingebied voor (NDFF).

4.1.7 Insecten In het wandelbos Groenendaal zijn geen waarnemingen bekend van beschermde insecten. Beschermde insecten komen in de nabijheid van het plangebied alleen in duingebied voor (NDFF).

4.1.8 Vissen De werkzaamheden vinden op het droge plaats dus vissen worden binnen deze rapportage buiten beschouwing gelaten.

4.1.9 Weekdieren Beschermde weekdieren welke buiten Natura 2000 gebieden beschermd zijn komen enkel in water voor en worden in deze rapportage buiten beschouwing gelaten. Tabel 4.1 Samenvattende tabel na literatuuronderzoek. Er kan sprake zijn van een waarnemerseffect, waarbij een soort wel voor kan komen maar niet is waargenomen. Soortgroep Beschermde soorten waargenomen volgens literatuur? Flora Nee Vogels Ja Zoogdieren Ja Amfibieën Nee Reptielen Nee Insecten Nee

4.2

Veldbezoek

4.2.1 Flora Tijdens het veldbezoek zijn algemene plantensoorten als bosandoorn, robertskruid en look-zonderlook aangetroffen. Tevens zijn er diverse zaailingen van boomsoorten aanwezig van grauwe abeel en gewone esdoorn.

4.2.2 Vogels In de nabijheid van het plangebied zijn glanskop, boomklever, boomkruiper en grote bonte specht waargenomen. Op de locatie waar de Belvedère gepland staat zijn geen geschikte nestlocatie ’s te vinden voor vogels. Het braamstruweel en de omliggende bomen zijn geschikt broedgebied voor bosvogels.

Quickscan Bouw Belvedère in Wandelbos Groenendaal te Heemstede – 12 september 2019 – 18

4.2.3 Zoogdieren Tijdens het veldbezoek zijn geen zoogdieren waargenomen. Tevens zijn geen (muizen)holen aangetroffen. Een aantal bomen rond de locatie waar de Belvedère gebouwd wordt bevatten holen en zijn hierdoor geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen.

4.2.4 Amfibieën Tijdens het veldbezoek zijn geen amfibieën waargenomen. Omdat het plangebied hoog ligt en er geen water in de nabijheid van het plangebied ligt worden strikt beschermde amfibieën zoals de rugstreeppad niet verwacht en verder buiten beschouwing gelaten in deze rapportage. Het voorkomen van deze soort op de locatie kan worden uitgesloten.

4.2.5 Reptielen Tijdens het veldbezoek zijn geen reptielen waargenomen. Omdat het plangebied hoog ligt en uit bos bestaat worden beschermde reptielen als de zandhagedis niet verwacht en verder buiten beschouwing gelaten in deze rapportage.

4.2.6 Insecten Tijdens het veldbezoek zijn geen insecten waargenomen. Omdat het plangebied uit bos bestaat worden beschermde insecten niet verwacht en verder buiten beschouwing gelaten in deze rapportage.

Quickscan Bouw Belvedère in Wandelbos Groenendaal te Heemstede – 12 september 2019 – 19

5

Effecten van de ingreep

5.1

Natuurgebieden

5.1.1 Natura 2000 Het plangebied ligt op 1 kilometer afstand van het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied. Gezien deze grote afstand en de tijdelijke aard van de werkzaamheden zijn negatieve effecten op Natura 2000 gebied uitgesloten.

5.1.2 NNN Het plangebied ligt volledig binnen NNN en het beheertype N17.03 Park- of stinzenbos. In het bestemmingplan ‘’ Landgoederen en groene gebieden - eerste herziening’’ valt het plangebied onder bestemming ‘’ Natuur 2’’ (Ruimtelijkeplannen, 2019), de bestemmingsplan regels zijn terug te vinden in bijlage 2. In artikel 14.2.1a is terug te vinden dat gebouwen en overkappingen niet zijn toegestaan. Hiervoor dient een omgevingsvergunning aangevraagd te worden. -

Effect wezenlijke kenmerken en waarden van NNN

Om aan te tonen of de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN worden aangetast dienen onderstaande vragen van de NNN-wijzer opgesteld door Provincie Noord-Holland stuk voor stuk behandeld te worden. Een aantasting eerder significant is als: • de oppervlakte die wordt aangetast groter is; Het oppervlak van het plangebied is beperkt. Uiteindelijk wordt maximaal 70m 2 bebouwd. •

de aantasting ingrijpender is (bijvoorbeeld een sterkere grondwaterstandsdaling of een bredere strook asfalt met meer autoverkeer);

De bouw van de Belvedère heeft geen effect op de abiotiek van het plangebied, er is, buiten de aanleg van de Belvèdere geen sprake van herinrichting van het terrein. Er worden geen watergangen aangepast of graafwerkzaamheden uitgevoerd. Effecten die op treden hangen zijn met een toename van de aanwezigheid van wandelaars. •

het type natuur (beheertype) zeldzamer is (nationaal en provinciaal);

Het aangewezen natuurbeheertype van het bos is nationaal en provinciaal niet zeldzaam, de ontwikkeling gaat niet ten koste van aantasting van het natuurbeheertype aangezien het niet op de planlocatie aanwezig is.

Quickscan Bouw Belvedère in Wandelbos Groenendaal te Heemstede – 12 september 2019 – 20

•

de natuur ouder is;

De aanwezige natuur bestaat uit een kleine kapvlakte met een vegetatie met zaailingen van bomen en algemene plantensoorten, er zijn geen oude bomen aanwezig of kwetsbare vegetaties met een lange ontwikkelingstijd. •

het type natuur moeilijker te vervangen is;

De aanwezige vegetatie bestaat uit algemene plantensoorten en komt in veel bossen voor waar een kaalkap heeft plaatsgevonden. •

de natuur van hogere kwaliteit of beter ontwikkeld is;

De aanwezige natuur (flora en fauna) is niet uniek of zeldzaam, het is niet van hoge kwaliteit. Er komen weinig kwalificerende soorten van de natuurdoeltypen voor. Het leefgebied van de aanwezige soorten wordt daarnaast niet aangetast door de ontwikkeling. •

er een groter potentieel aan zeldzamere of hogere kwaliteit natuur is;

Het plangebied is hoger gelegen en heeft een voedselarme en droge zandbodem. Binnen het plangebied is het geen geschikte plek om een beheertype te ontwikkelen met een zeldzamere en hogere kwaliteit natuur. •

de ecologische verbinding tussen natuurterreinen verslechtert;

Binnen het plangebied wordt slechts 70 m2 bebouwd, het plangebied is omringd door bos wat voldoet aan het geldende beheertype. De ontwikkeling leidt gezien de schaal en omvang niet tot versnippering van het natuurterrein. •

de soorten die te lijden hebben zeldzamer zijn of een negatieve trend vertonen

Binnen het plangebied komen door het ontbreken van bomen geen kwalificerende soorten van het beheertype voor. •

het aantal individuen van soorten dat te lijden heeft, groter is (in verhouding tot de zeldzaamheid en de trend);

Het aantal individuen dat mogelijk te lijden heeft van de ingreep is verwaarloosbaar. In de omgeving van het plangebied is voldoende bos aanwezig voor het behoud van een duurzame populatie van de (kwalificerende) (vogel)soorten. •

de resterende oppervlakte te klein wordt voor een duurzame populatie van de soorten.

Het plangebied beslaat maximaal 70 m2. In de omgeving van het plangebied is voldoende bos aanwezig voor het behoud van een duurzame populatie van de (kwalificerende) (vogel)soorten.

Quickscan Bouw Belvedère in Wandelbos Groenendaal te Heemstede – 12 september 2019 – 21

Conclusie NNN toets Het oppervlak van het plangebied is met 70 m2 beperkt. Het maakt onderdeel uit van een groter NNN gebied in dit deel van de provincie. Het aangewezen natuurbeheertype (N17.03) in het gebied is nationaal en provinciaal niet zeldzaam. De kwaliteit van het natuurbeheertype in het gebied is niet hoog door het recente beheer en recreatief gebruik. Er zijn geen vogelsoorten op locatie te verwachten welke kwalificeren voor het natuurdoeltype N17.03 en die als gevolg van de ontwikkeling negatieve effecten ondervinden. De ontwikkeling heeft geen effect op de abiotiek van het plangebied en/of omgeving. Omdat het hier een klein ontwikkeling betreft zal het aantal individuen dat mogelijk te lijden heeft van de ingreep beperkt zijn. Dit zal geen invloed uitoefenen op de trend van de in de nabije omgeving aanwezige soorten. Het planvoornemen zal er niet voor zorgen dat de (lokale) populaties in gevaar komen en daarmee is het gerechtvaardigd om te concluderen dat de beoogde ontwikkeling geen significant effect heeft op de wezenlijke kenmerken waarden van het NNN.

5.1.3 Weidevogelleefgebied Weidevogelleefgebied ligt op minimaal 7 kilometer afstand van het plangebied. Door deze grote afstand zijn negatieve effecten van de werkzaamheden op weidevogelleefgebied uitgesloten.

5.2

Soorten

5.2.1 Flora Het plangebied is begroeid met algemene plantensoorten, zaailingen van bomen en braamstruweel. Tevens wordt het plangebied druk belopen door recreanten. Beschermde soorten (zoals stofzaad welke in vergelijkbare bossen wordt aangetroffen) wordt niet verwacht door het open karakter, ruige vegetatie en verstoorde bodem. Beschermde plantensoorten worden niet verwacht binnen het plangebied.

5.2.2 Vogels In het wandelbos Groenendaal broeden diverse bosvogels welke ook gebruik maken van de nevenstaande bomen. Aangezien de locatie waar de Belvedère gebouwd wordt druk bezocht wordt door wandelaars en hondenbezitters zullen hier naar verwachting geen vogels tot broeden komen binnen het plangebied omdat er teveel verstoring plaatsvindt.

5.2.3 Zoogdieren In het plangebied zijn geen holen of takkenhopen aangetroffen welke gebruikt kunnen worden als verblijfplaats voor kleine marters. Tevens worden geen bomen verwijderd waardoor geen eventuele vleermuisverblijfplaatsen (als kraamverblijven of winterverblijven) verloren gaan. De

Quickscan Bouw Belvedère in Wandelbos Groenendaal te Heemstede – 12 september 2019 – 22

werkzaamheden vinden overdag plaats, hierdoor vindt geen verstoring van vleermuizen plaats d.m.v. verlichting. Op het uiteindelijk bouwwerk wordt geen verlichting aangebracht waardoor eveneens geen negatieve effecten op vleermuizen zullen optreden. Negatieve effecten op beschermde zoogdieren zijn uitgesloten.

5.3

Conclusies

Voor het bouwen binnen NNN dient een ontheffing aangevraagd te worden conform het bestemmingsplan. De wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN worden niet aangetast door de uitvoering van de werkzaamheden. De voorgenomen werkzaamheden hebben geen negatieve effecten op beschermde soorten.

Quickscan Bouw Belvedère in Wandelbos Groenendaal te Heemstede – 12 september 2019 – 23

Literatuur Rapporten Bij12, 2017. Kennisdocument rugstreeppad Bufo calamita, BIJ12, Utrecht Herder, J., J. Hamers en K. Dekker, 2010. Atlas van de Noord Hollandse amfibieën en reptielen 19802010. Landschap Noord-Holland, Stichting RAVON. Herder, J.E., J. Kranenbarg, D.M. Hoogeboom, J. Hamers & K. Dekker (red.), 2012. Atlas van de Noord Hollandse vissen. Landschap Noord-Holland, Heiloo & RAVON Nijmegen. Hoogeboom, D.M., F. Visbeen, J. Wondergem, W. Ruitenbeek. 2014. Atlas van de Noord Hollandse zoogdieren. Landschap Noord-Holland, Heiloo & Noordhollandse Zoogdierstudiegroep (NOZOS) Alkmaar. Kaag, K., K. Veling, F. Visbeen en K. Scharringa, 2012. Vlinders van Duin tot Dijk. De dagvlinders van Noord-Holland 2000-2009. Landschap Noord-Holland, Heiloo. Scharringa, C.J.G., W. Ruitenbeek, P.J. Zomerdijk, 2010. Atlas van de Noord-Hollandse broedvogels 2005-2009. Samenwerkende Vogelwerkgroepen Noord-Holland (SVN), Landschap Noord-Holland, Heiloo. Van der Riet, B., H van der Goes, T. Baas, C. van den Tempel, W. Menkveld en F. Visbeen. 2014. Atlas van de Noord-Hollandse flora. Landschap Noord-Holland, Heiloo

Websites maps.noord-holland.nl www.waarneming.nl BIJ12. (2019, september 5). N17.03 Park- en stinzenbos. Opgehaald van BIJ12: https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/index-natuur-enlandschap/natuurtypen/n17-cultuurhistorische-bossen/n17-03-park-en-stinzenbos/ Provincie Noord-Holland. (2019, september 9). Wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN in Noord-Holland (webviewer). Opgehaald van Provincie Noord-Holland: https://noordholland-extern.tercera-ro.nl/MapViewer/ Ruimtelijkeplannen. (2019, september 5). viewer. Opgehaald van Ruimtelijkeplannen: https://www.ruimtelijkeplannen.nl/viewer/viewer

Quickscan Bouw Belvedère in Wandelbos Groenendaal te Heemstede – 12 september 2019 – 24

Bijlage 1 Toelichting relevante wetgeving Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming ingegaan. Deze wet vervangt de voormalige Boswet, Flora- en faunawet en natuurbeschermingswet 1998. De ‘nieuwe’ wetgeving volgt dezelfde onderverdeling in bescherming van bossen (hoofdstuk 4), bescherming van soorten (hoofdstuk 3) en bescherming van gebieden (hoofdstuk 2). Hieronder wordt een beknopte weergave van deze onderdelen weergegeven.

Bescherming van gebieden (hoofdstuk 2) Natura 2000-gebieden worden middels de Wet natuurbescherming beschermd. Binnen of buiten Natura 2000-gebieden zijn er geen activiteiten toegestaan die een significant negatieve invloed kunnen hebben op de instandhoudingsdoelen van het betreffende gebied. Wanneer effecten niet uitgesloten kunnen worden dient een passende beoordeling gemaakt te worden.

Bescherming van soorten (hoofdstuk 3) Er zijn in de Wet natuurbescherming 3 beschermingsregimes te onderscheiden. Deze regimes zijn grotendeels gebaseerd op Europese wetgeving (Vogel- en habitatrichtlijn). Regime 1: Vogelrichtlijn Alle in het wild levende vogels in Nederland zijn middels 5 verbodsartikelen (zie kader 1) beschermd. Met opzettelijk wordt voorwaardelijke opzet bedoeld: ‘Daarvan is sprake als iemand een handeling verricht en daarbij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat zijn gedragingen schadelijke gevolgen hebben voor een dier of een plant.’ (memorie van toelichting op wet natuurbescherming) Verstoring van vogels is geen wettelijke overtreding indien het geen wezenlijke invloed heeft op de gunstige staat van instandhouding van de soort. Voor een ontheffing op de verboden dient een zware toets uitgevoerd te worden. Kader 1: Verbodsbepalingen soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1 Wet natuurbescherming) 1 Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4.

Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Quickscan Bouw Belvedère in Wandelbos Groenendaal te Heemstede – 12 september 2019 – 25

Regime 2: Soorten van de Habitatrichtlijn Een aantal soorten kennen een strenge bescherming. Dit betreft de soorten van de Habitatrichtlijn, of bijlage II bij het Verdrag van Bern, of bijlage I bij het Verdrag van Bonn. Ook hier is de voorwaardelijke opzet van toepassing. Voor soorten onder dit regime is verstoren te allen tijde verboden. Dit is een verschil met de bescherming van vogels, waar verstoring is toegestaan, mits dit geen effect heeft op de gunstige staat van instandhouding. Het is nog onbekend hoe omgegaan moet worden met vogels die in bijlage II van het Verdrag van Bern staan. Voor deze vogels zou in principe verstoring ook ten alle tijde verboden zijn. Voor een ontheffing op de verboden wordt een zware toets toegepast. Kader 2: Verbodsbepalingen soorten van Habitatrichtlijn (artikel 3.5 Wet natuurbescherming) 1.

Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Regime 3: Nationaal beschermde soorten (art 3.10) Het derde beschermingsregime bestaat uit een aantal aanvullende soorten waarvoor de rijksoverheid bescherming noodzakelijk acht. Deze soorten worden genoemd in de bijlage bij de Wet natuurbescherming. Voor de soorten van dit beschermingsregime is het verboden ze opzettelijk te doden of te vangen en om voortplantingsplaatsen of vaste rustplaatsen te beschadigen of te vernietigen. Voor deze soorten geldt niet het verbod om te verstoren.

De provincie heeft middels een verordening een aantal soorten uit deze bijlage weer vrijgesteld. Kader 3: Verbodsbepalingen nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wet natuurbescherming) 1. a.

b. c.

Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: In het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; De vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of Vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Quickscan Bouw Belvedère in Wandelbos Groenendaal te Heemstede – 12 september 2019 – 26

Ontheffingsgronden soortbescherming Indien er verbodsbepalingen overtreden worden moet een ontheffing worden aangevraagd. Voor handelingen is geen ontheffing van de verbodsbepalingen nodig als: • Er maatregelen mogelijk zijn om het overtreden van de verbodsbepalingen te voorkomen; • Er een vrijstelling geldt op grond van een provinciale verordening, gedragscode, beheerplan Natura 2000, programmatische aanpak of een ministeriële regeling. Een ontheffing (of een vrijstelling) wordt uitsluitend verleend, als voldaan is aan elk van de volgende drie cumulatieve voorwaarden: a. Geen andere bevredigende oplossing; b. Sprake van een in de wet genoemd belang; c. Geen verslechtering/afbreuk aan de staat van instandhouding van de soort. Of er sprake is voor een bij wet genoemd belang is verschillend per beschermingsregime van de soort. De verschillende belangen zijn per regime aangegeven.

Quickscan Bouw Belvedère in Wandelbos Groenendaal te Heemstede – 12 september 2019 – 27

Vogelrichtlijn 1. 2. 3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.heemstede.nl/api/v1/meetings/1463/documents/19453