Bijlage 4 - Begroting 2024.pdf
Tekst van het document
6.4 Benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit
Indicatie beschikbare weerstandscapaciteit
Bedrag
Algemene reserve
€ 467.000
Totaal
€ 467.000
Beschikbare weerstandscapaciteit (per 31 december 2022, vóór resultaatbestemming 2021)
Benodigde weerstandscapaciteit Om de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen is een risico-inventarisatie uitgevoerd. Deze heeft tot de volgend lijst geleid (zie volgende pagina). Deze tabel is ontleend aan het rapport weerstandsvermogen en is op 16 december 2020 door het Algemeen Bestuur (AB) vastgesteld.
Begrotingsruimte en stille reserves Onze begroting is sluitend, daarnaast zijn stille reserves niet aanwezig. De eventuele begrotingsruimte worden niet als bestanddeel van de weerstandscapaciteit gerekend.
6. VERPLICHTE PARAGRAFEN
31
Begroting 2024
Risicoanalyse Omgevingsdienst IJmond Nr.
Risico
Oorzaak
Gevolg
1
Salariskosten nemen jaarlijks structureel toe
Het vaste personeel blijft in dienst en heeft recht op een tredenverhoging
• De salariskosten in de begroting dienen met een hoger percentage te worden geïndexeerd
2
Salarissen worden verhoogd, jaarlijks of gedurende het jaar
cao verhogingen vinden plaats
• ODIJmond dient rekening te houden met extra salariskosten (voor de begroting)
3
Externe inhuur in 2020 overschrijdt het budget
Er wordt meer ingehuurd in 2020 voor diverse taken, in plaats dat het eigen personeel wordt ingezet
• Toename van de kosten voor externe inhuur • Begrotingstekort
4
Nieuwe wetgeving of werkzaamheden leiden tot extra opleiding bij het personeel
De Omgevingswet en warmte- en energietransitie vragen om meer specialistische kennis
• Toename opleidingskosten • Toename externe inhuur
5
Uittreden van een gemeente uit de gemeenschappelijke regeling
Door herindeling wil de gemeente aansluiten bij een andere Omgevingsdienst
• Minder baten uit GR bijdragen • Niet alle kosten kunnen verhaald worden op de uittreder
6
DVO’s/projecten lopen af waardoor incidentele baten verdwijnen, terwijl hier structurele lasten tegenover staan
Afloop DVO/project
• Wegvallen van baten uit DVO/projecten • Structurele lasten blijven aanwezig ondanks afloop DVO/project
7
Claims als gevolg van onjuiste advisering
Er ontstaat een calamiteit door nalatigheid van een medewerker van ODIJmond
• ODIJmond krijg een claim
8
Toename algemene lasten als gevolg van (vertraging) nieuwe wetgeving
De vertraging van de Omgevingswet zal naar verwachting extra kosten met zich meebrengen
• Meer lasten voor de Omgevingswet/warmteen energietransitie dan voorzien
9
Ziekteverzuim neemt toe met 1,5%
Diverse oorzaken; langdurige afwezigheid van personeel
• Extra personeelslasten door ziekteverzuim of door inhuur van vervanging (extern)
6. VERPLICHTE PARAGRAFEN
32
Begroting 2024
Op basis van gekwantificeerde risico’s is een Monte Carlo-simulatie uitgevoerd. Het resultaat daarvan is in figuur 1 t/m 3 weergegeven.
Zekerheids percentage
Figuur 1 Kansverdeling
5 4 3 2 1
€2.278
€2.137
€1.995
€1.853
€1.712
€1.570
€1.428
€1.287
€1.145
€1.003
€862
€720
€578
€437
€295
0
€153
Kans (percentage)
Kansverdeling
€12
Figuur 3 Tabel weerstandscapaciteit
Resultaat
Bedrag (x1.000)
Bedrag
Statistieken
Waarde
10%
€ 88.739
Minimum
€0
25%
€ 172.847
Maximum
€ 2.360.896
50%
€ 267.495
Gemiddeld
€ 296.941
75%
€ 361.807
Standaarddeviatie
€ 227.086
80%
€ 386.926
Absolute maximum
€ 2.797.826
90%
€ 467.360
Trekkingen
€ 100.000
95%
€ 579.216
99%
€ 1.388.389
Figuur 2 Berekening benodigde weerstandscapaciteit Uit Figuur 1 valt af te lezen dat bij een zekerheidspercentage van 90% het risicoprofiel € 467.360 bedraagt. Met andere woorden, in 90% van alle uitgevoerde simulaties is het bedrag dat uitgegeven dient te worden aan optredende risico’s niet hoger dan € 467.360.
100 80 60 40 20
Bedrag (x1.000)
6. VERPLICHTE PARAGRAFEN
€2.278
€2.137
€1.995
€1.853
€1.712
€1.570
€1.428
€1.287
€1.145
€1.003
€862
€720
€578
€437
€295
€153
0
€12
Kans (percentage)
Cumulatieve verdeling
Resultaat
33
Begroting 2024
6.5 Beoordeling weerstandsvermogen 2024 Op basis van het in de vorige paragrafen geformuleerd beschikbare en benodigde weerstandsvermogen, kan voor ons de ratio van het weerstandsvermogen worden berekend.
6.5.1 Conclusie 1 Van Berkel Professionals heeft, op basis van de onderkende risico’s, het benodigde weerstandsvermogen gesteld op € 467.360. 2 In de gemeenschappelijke regeling is in Artikel 31 opgenomen dat positieve resultaten eerst worden aangewend tot aanvulling van de algemene reserve, tot het bedrag € 260.000. 3 Het Algemeen Bestuur (AB) heeft op 16 december 2020 het rapport vastgesteld en besloten dit saldo aan te passen naar € 467.360. Ratio voor resultaat bestemming 2022 De ratio voor resultaatbestemming 2022 is 1 wat voldoende is.
Waarderingscijfer
Ratio
Betekenis
A
> 2,0
B
1,4 - 2,0
Ruim voldoende
C
1,0 - 1,4
Voldoende
D
0,8 - 1,0
Matig
E
0,6 - 0,8
Onvoldoende
F
< 0,6
6. VERPLICHTE PARAGRAFEN
Uitstekend
Ruim onvoldoende
34
Begroting 2024
6.6 Financiële kengetallen Kengetallen geven de verhouding weer tussen onderdelen van resultatenrekening en/of balans en helpen bij de beoordeling van onze financiële positie. Deze kengetallen geven inzicht in hoeveel (financiële) ruimte wij hebben om structurele en incidentele lasten te dekken. De verplicht op te nemen kengetallen in de jaarrekening staan in artikel 113 van het BBV en worden in onderstaande tabel berekend en toegelicht.
Netto schuldquote, al dan niet gecorrigeerd voor alle leningen Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto-schuldquote. De quote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van rentelasten en aflossingen op de exploitatie. De langlopende lening van ODIJmond is aflossingsvrij. Er is geen sprake van rentelasten bij onze kortlopende schulden, grotendeels nog aan te wenden en vooruit ontvangen specifieke uitkeringen. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de dienst in staat is aan zijn financiële
Ratio’s
verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat volgens Artikel 42 van het BBV uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Structurele exploitatieruimte Om te zien hoe groot de structurele exploitatieruimte is, kijken wij naar de structurele baten en lasten en vergelijken deze met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken.
Realisatie
Oorspronkelijke begroting
Gewijzigde begroting
Begroting
2022
2023
2023
2024
2025
2026
2027
%
%
%
%
%
%
%
Netto schuldquote
-15,75
-13,43
-11,14
-10,80
-10,80
-10,55
-10,83
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen
-15,82
-13,52
-11,22
-10,87
-10,87
-10,62
-10,90
Solvabiliteitsratio
6,20
6,19
5,70
5,14
5,14
5,05
5,17
Structurele exploitatieruimte
3,69
-1,82
-11,54
-9,18
-2,31
2,62
-0,40
6. VERPLICHTE PARAGRAFEN
Meerjarenraming
35
Begroting 2024
Grondexploitatie Wij exploiteren geen grond, waardoor dit kengetal niet van toepassing is. Belastingcapaciteit Omdat wij geen belastingen innen, is dit kengetal niet van toepassing.
6.7 Onderhoud kapitaalgoederen Voor het groot onderhoud is een meer-jarenonder houdsplan (MJOP) opgesteld door de afdeling Bouwkunde van gemeente Beverwijk. Het MJOP is opgesteld voor al het grote onderhoud van het gehele gebouw en verdeeld in 2 onderdelen, te weten: • gemeente Beverwijk, het Stadhuis; • gemeente Beverwijk, het Verhuur (of markt) kantoor. Van ieder onderdeel is een aparte MJOP opgesteld. Het MJOP is in oktober 2020 door een extern bureau, in opdracht van gemeente Beverwijk, geactualiseerd. Alle partijen zijn zelf verantwoordelijk voor de inrichting van het door hun gebruikte gebouwdeel. Gekozen is om de gebouwonderdelen, die gezamenlijk gebruikt worden en/of bij alle partijen voorkomen, gelijktijdig uit te voeren. De jaarlijkse kosten voortkomend uit het MJOP
6. VERPLICHTE PARAGRAFEN
maken onderdeel uit van de begroting van de VvE. In overeenstemming met deze begroting heeft ODIJmond over 2022 hiervoor een bedrag van circa € 37.500 als last verantwoord. Deze kosten komen in de jaarrekening tot uitdrukking onder de huisvestingskosten. Voor de eigen onderdelen vanuit het MJOP heeft ODIJmond vanaf boekjaar 2015 een voorziening groot onderhoud gevormd. Op basis van het geactualiseerde MJOP bedraagt de dotatie van de voorziening in 2022 € 37.500. Dit is conform voorgaand jaar.
6.8 Treasury/financiering Wij hebben in 2014 een treasury statuut met daarin een treasury beleid opgesteld. Het trea sury statuut heeft tot doel een kader te scheppen waarbinnen de financiële continuïteit van ODIJmond kan worden gewaarborgd. Hiervoor zijn enkele doelstellingen opgesteld. 1 Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities. 2 Het beschermen van vermogens- en (rente-) resultaten van ODIJmond tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koers risico’s en kredietrisico’s.
3 Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. 4 Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO), de Regeling Uitzettingen en Derivaten Decentrale Over heden (RUDDO), het besluit Leningsvoorwaarden Decentrale Overheden en de limieten en richtlijnen van het treasury statuut. 5 Het realiseren van informatiestromen ter onder steuning van de opstelling van het treasury beleid, de uitvoering van het beleid en de verantwoording daarover. In 2022 hebben wij de saldi op de betaalrekeningen actief bewaakt. Hierbij is het uitgangspunt het saldo op de betaalrekening zo laag mogelijk te houden. Met ingang van 2014 doen wij aan het verplichte Schatkistbankieren. Door de lage (geen) rente zijn in 2021 geen deposito’s in de schatkist afgesloten. Van toepassing zijnde weten regelgeving is de Wet financiering decentrale overheden (FIDO) en de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (RUDDO). Lening Ten behoeve van de nieuwbouw hebben wij een renteswap over een nominaal bedrag van €3.700.000 bij de Rabobank afgesloten. In 2024
36
Begroting 2024
bedragen de Rentelasten voor de vaste schuld voor de aanschaf van ons pand in Beverwijk €14.430.
6.9 Bedrijfsvoering en personeel 6.9.1 Koers van de organisatie
Bij het aantrekken van vreemd vermogen zijn in de Wet FIDO grenzen gesteld in hoeverre dit mag plaatsvinden met kort vreemd vermogen en de mate waarin renterisico mag worden gelopen over de vaste schulden. De kasgeldlimiet ligt voor gemeenschappelijke regelingen op 8,2% en de renterisiconorm op 20% van de jaarbegroting met een minimumbedrag van € 2.500.000. De kasgeldlimiet is voor ons niet van belang omdat er geen kasgeldleningen zijn aangetrokken. Per 2 januari 2021 is de lening van de BNG voor tien jaren geherfinancierd, waardoor per heden de minimum risiconorm volgens de Wet FIDO niet wordt overschreden. Renteschema Renteschema
Bedrag
Externe rentelasten
€ 14.430
Externe rentebaten
-
Saldo rentelasten en rentebaten Verplicht door te rekenen rente aan grondexploitatie Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
€ 14.430 € 14.430
Rente over eigen vermogen
-
Rente over voorzieningen
-
Totaal geraamde aan taakvelden toe te rekenen rente
€ 14.430
De aan taakvelden toegerekende rente (overhead)
€ 14.430
Renteresultaat
6. VERPLICHTE PARAGRAFEN
-
Het huidige takenpakket van ODIJmond is divers en verschilt per gemeente. In de afgelopen jaren vonden er binnen de genoemde taakvelden veel veranderingen plaats. Ook de komende jaren staan in het teken van ontwikkelingen zoals het Klimaatakkoord, het inwerkingtreden van de Omgevingswet, de transitie van een lineaire naar een circulaire economie en de private borging van bouwtoezichttaken. Deze ontwikkelingen veranderen de context waarin ODIJmond haar taken uitvoert. Het grote kaderstellende effect van deze ontwikkelingen op het toekomstperspectief heeft effecten op ons werk voor de komende jaren. In dit nieuwe krachtenveld is het van belang om voor de komende jaren de koers van de organisatie te bepalen. Deze dient breed gedragen en toekomstbestendig te zijn. Wij hebben ervoor gekozen dit uit te werken in een ODIJmond Bedrijfsplan 2021–2024. Deze is vastgesteld door het Algemeen Bestuur op 15 december 2020). Voorafgaand aan het schrijven van dit plan hebben wij onze deel nemende gemeenten en de provincie geconsulteerd. Daarnaast hebben verschillende sessies plaatsgevonden met onze ambtelijke opdrachtgevers vanuit de deelnemende partijen. In dit bedrijfsplan wordt niet alleen ingegaan op bovengenoemde ontwikkelingen.
Het bedrijfsplan beschrijft ook de huidige situatie, schetst de kaders voor onze bedrijfsvoering en geeft inzicht in de organisatie en de ontwikkeling van de organisatie. Wij beschrijven de zaken die we nu kunnen overzien. ODIJmond en onze omgeving zijn echter voortdurend in beweging. Het plan is dan ook dynamisch en leent zich voor evaluatie. Dit om te kunnen blijven inspelen op huidige en komende ontwikkelingen.
37
Begroting 2024
Ten aanzien van de kerntaken, te weten: vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) zijn meerjarige beleidskaders en uitvoeringsstrategieën voor de middellange termijn vastgesteld.
6.9.2 Formatie Wij hebben als doelstelling te blijven groeien naar een organisatie van professionals waarbij een optimale dienstverlening centraal staat. Formatie
Realisatie
Begroting 2023
Gewijzigde begroting
Begroting
2022
2023
2023
2024
GR-formatie
60,6
61,8
62,0
62,3
Formatie overeenkomsten en (subsidie)projecten
33,0
29,5
40,1
39,5
Overheadformatie
26,6
21,3
27,9
27,9
Formatie Regeling Generatiepact
1,8
1,4
1,4
2,1
Totaal formatie
122,0
114,0
131,4
131,8
6.9.3 Kantoorpanden Binnen onze kantoorpanden in Beverwijk en Wormer hebben wij gekozen voor een flexibel werkconcept. Daarnaast wordt nagenoeg volledig digitaal gewerkt en gearchiveerd. Het kantoorpand in Beverwijk is in eigendom en dat in Wormer wordt gehuurd. Aandachtspunten zijn voldoende vergaderruimtes en werkplekken. Eventuele aanpassingen aan de kantoren doen wij binnen de investeringsbegroting.
6. VERPLICHTE PARAGRAFEN
38
Begroting 2024
6.10 Verbonden partijen
Gegevens over 2022 van de VvE:
Wij zijn per 31 december 2022 primair verbonden aan onze deelnemende gemeenten: Beverwijk, Bloemendaal, Edam-Volendam, Haarlem, Heemskerk, Heemstede, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Uitgeest, Velsen, Waterland, Wormerland en Zandvoort en Provincie Noord-Holland.
a.
Naam en vestigingsplaats
VVE Stationsplein 48 te Beverwijk
b.
Openbaar belang dat wordt behartigd
Gezamenlijk onderhoud en beheer van het pand
c.
Belang in de verbonden partij
1-1-2022 en 31-12-2022: 3/16 deel. Voor het overige deel is de gemeente Beverwijk eigenaar. De stemverhouding is 50/50.
d.
Verwachte omvang van het EV
1-1-2022: € 15.518
6.10.1 VvE Stationsplein ODIJmond en gemeente Beverwijk zijn gezamenlijk eigenaar van het pand aan het Stationsplein 48, 48a en 48b. Conform de akte van splitsing is een VvE geformeerd. Het bestuur is tweeledig en bestaat uit een bestuurslid van ODIJmond en een bestuurslid vanuit gemeente Beverwijk. Voor beide partijen is sprake van financiële aansprakelijkheid. Indien de VvE haar verplichtingen niet nakomt, zal dit worden verhaald bij de eigenaren.
31-12-2022: € 15.518 Verwachte omvang van het VV 1-1-2022: € 305.585 31-12-2022: € 440.317 Het VV bestaat per 31-12-2022 nagenoeg geheel uit het reservefonds voor groot onderhoud. e.
Verwachte omvang van het financiële resultaat
€ nihil resultaat verwacht (op basis van concept jaarrekening)*
* Dit op basis van de concept jaarrekening over 2022.
Gedurende het boekjaar 2022 hebben wij geen bestuurlijke en financiële belangen in andere partijen gehad.
6. VERPLICHTE PARAGRAFEN
39
Begroting 2024
6.11 Wet openbare overheid Inleiding De Wet Open Overheid (Woo) is ingegaan op 1 mei 2022 en legt aan bestuursorganen een aantal verplichtingen op. Eén van deze verplichtingen betreft het geven van een impuls aan openbaarheid. De wet vereist dat in begroting en jaarrekening wordt aangegeven hoe rekening wordt gehouden met de bepalingen uit de Woo. In de begroting 2023 is voor het eerst een openbaarheidsparagraaf opgenomen. De jaarrekening 2022 is de eerste jaarrekening met een openbaarheidsparagraaf. De Wet Open Overheid kent een viertal belangrijke aspecten: 1 De verplichting voor ieder bestuursorgaan om een Woo contactfunctionaris aan te wijzen. 2 Verplichtingen gericht op passieve openbaarmaking. 3 Verplichtingen gericht op actieve openbaar making. 4 Het op orde brengen van de (digitale) informatiehuishouding. Woo contactfunctionaris Per 1 mei 2022 hebben wij deze rol ingevuld door middel het tijdelijk beleggen bij bestaande formatie. Op deze wijze hebben we voldaan aan de wettelijke verplichting. Bovendien hebben we gedu-
6. VERPLICHTE PARAGRAFEN
rende 2022 de rol en positie binnen de organisatie vorm kunnen geven en is in deze periode gezocht naar een definitieve oplossing. Om te voldoen aan de wetgeving is het niet mogelijk dit binnen de huidige formatie op te lossen daarom is in 2023 is het sollicitatieproces voor een definitieve invulling van deze rol gestart. Passieve openbaarmaking De Wet Open Overheid is de opvolger van de Wet Openbaarheid van Bestuur (Wob). De Woo kent op dit gebied de nodige veranderingen ten opzichte van de Wob, onder meer is de toegestane doorlooptijd voor het beantwoorden van Woo-verzoeken aangepast. Deze aanpassingen zijn in 2022 doorgevoerd in onze processen. Door onze juridische afdeling zijn 26 verzoeken voor milieu afgehandeld. Vooral de verzoeken rondom Tatasteel en Cacaoverwerkers waren tijdrovend en complex. Deze verzoeken zijn bij onze eigen organisatie binnengekomen. Daarnaast hebben wij veel ondersteuning verricht bij het behandelen van de verzoeken bij onze deelnemers. Hiervan zijn in 2022 geen aantallen gerapporteerd. Het MOB, journalistenbelangenverenigingen zoals Stichting Rust bij de Kust en Milieudefensie verzoeken steeds vaker om informatie over onze dossiers. In een aantal gevallen zijn wij door overheidsinstanties (OM, gemeenten, provincie) gevraagd om
zienswijzen te geven op de te openbaren stukken. Het gaat in dat geval om documenten die van ons zijn maar bij die overheid aanwezig zijn en waarbij is afgewogen dat die in aanmerking komen voor openbaarheid. Op dat voornemen tot openbaren wordt ons eerst om zienswijzen gevraagd. Die zienswijzen wegen weer mee bij de definitieve Woo-besluitvorming. Actieve openbaarmaking De Woo stelt de verplichting om elf benoemde informatiecategorieën actief te publiceren. Deze verplichting is in 2022 nog niet ingegaan. De wet zegt hierover dat voor het publiceren een landelijk platform (het PLatform Open Overheids Informatie - PLOOI) gebruikt dient te worden. Het adviescollege ICT-toetsing (AcICT) heeft een advies uitgebracht over het Platform Open Overheidsinformatie. Het AcICT adviseert om de huidige ontwikkeling van het Platform stop te zetten en een simpeler variant te maken die sneller te realiseren is. Op 23 december 2022 heeft minister Hanke Bruins Slot (BZK) een brief gestuurd aan de Tweede Kamer waarin zij aangeeft dit advies over te nemen. Ongewijzigd is dat overheidsorganisaties wordt aangeraden om door te gaan met voorbereidingen en zelf te publiceren via de eigen website. Dit betekent dat een datum waarop actief publiceren verplicht wordt, nog altijd niet bekend is.
40
Begroting 2024
Wel duidelijk is dat deze verplichting niet voor alle elf categorieën tegelijk zal gelden. De eerste vier categorieën zijn wel benoemd: Raadsstukken, Organisatiegegevens, Convenanten, Woo-verzoeken. In 2022 hebben wij het publiceren van bestuur stukken en organisatiegegevens geïmplementeerd via de website. Op convenanten en Woo-verzoeken hebben we ons in 2022 inhoudelijk en technisch vergaand voorbereid. Informatiehuishouding op orde De Woo verplicht dat overheidsorganisaties hun digitale informatiehuishouding binnen acht jaar (vanaf 1 mei 2022) op orde brengen. In 2023 stellen we een actieplan op; een concreet actieplan gericht op dit lange termijn doel. In 2023 is het sollicitatieproces voor een informatiebeheerder wet open overheid succesvol opgestart. Zowel de ‘informatie contactpersoon’ als de ‘informatiebeheerder wet open overheid’ zijn in 2022 met bestaande formatie opgelost. In 2023 dekken we dit met incidenteel geld vanaf 2024 worden hier structurele middelen in de begroting voor opgevraagd.
6. VERPLICHTE PARAGRAFEN
41
Financiële begroting (inclusief overhead)
42
Begroting 2024
7 Financiële begroting (inclusief overhead) 7.1
Overzicht baten en lasten
7.1.1 Baten Financiële begroting (incl. overhead)
Realisatie
BATEN
Begroting
Gewijzigde begroting
Begroting
Meerjaren raming
2022
2023
2023
2024
2025
2026
2027
€
€
€
€
€
€
€
1.004.341
1.126.026
1.069.887
1.209.573
1.239.812
1.270.808
1.302.578
96.787
155.037
103.172
149.812
153.557
157.396
161.331
168.685
258.603
179.799
273.133
279.961
286.960
294.134
Gemeente Haarlem
1.454.487
1.487.519
1.549.476
1.763.575
1.807.665
1.852.856
1.899.178
Gemeente Heemskerk
560.454
666.248
597.009
682.366
699.425
716.910
734.833
Gemeente Heemstede
97.787
164.763
104.232
147.571
151.260
155.042
158.918
Gemeente Landsmeer
59.417
88.098
63.334
153.301
157.134
161.062
165.088
964.456
-
1.015.884
310.714
318.482
326.444
334.605
Provincie Noord-Holland VTH plustaken
115.116
117.789
122.717
130.315
133.573
136.912
140.335
Gemeente Oostzaan
57.349
81.810
61.111
132.478
135.790
139.185
142.665
Gemeente Purmerend
287.076
510.594
305.959
405.603
415.743
426.137
436.790
Gemeente Uitgeest
232.593
270.335
247.780
293.151
300.480
307.992
315.692
Gemeente Velsen
1.854.540
2.059.726
1.975.597
2.193.864
2.248.711
2.304.929
2.362.552
Gemeente Waterland
92.921
136.477
99.051
177.052
181.478
186.015
190.666
Gemeente Wormerland
120.896
162.359
128.867
191.001
195.776
200.671
205.688
Gemeente Zandvoort
122.068
165.568
130.110
170.869
175.141
179.519
184.007
7.288.973
7.450.953
7.753.984
8.384.378
8.593.988
8.808.837
9.029.058
GR-bijdragen Gemeente Beverwijk Gemeente Bloemendaal Gemeente Edam-Volendam
Provincie Noord-Holland bodemtoezichttaken
GR-BIJDRAGEN DEELNEMERS
vervolg Baten >
7. FINANCIËLE BEGROTING (INCL . OVERHEAD)
43
Begroting 2024
Financiële begroting (incl. overhead)
Realisatie
BATEN
Begroting
Gewijzigde begroting
Begroting
Meerjaren raming
2022
2023
2023
2024
2025
2026
2027
Overdracht vorige pagina
€
€
€
€
€
€
€
GR-bijdragen deelnemers
7.288.973
7.450.953
7.753.984
8.384.378
8.593.988
8.808.837
9.029.058
Overeenkomsten en (subsidie)projecten
6.008.021
3.964.946
6.021.634
5.828.734
5.954.527
5.368.063
5.224.760
106.293
50.000
40.000
40.000
40.000
40.000
40.000
13.403.287
11.465.898
13.815.618
14.253.112
14.588.515
14.216.900
14.293.818
Overige baten Nagekomen baten TOTAAL BATEN
Nb 1. Voor de specificatie van de overeenkomsten en overige (subsidie) projecten verwijzen wij naar de bijlage Nb 2. De GR-bijdrage is in de tabel inclusief de bijdrage voor de bodemtaken.
7. FINANCIËLE BEGROTING (INCL . OVERHEAD)
44
Begroting 2024
7.1.2 Lasten Financiële begroting (incl. overhead)
Realisatie
LASTEN
Begroting
Gewijzigde begroting
Begroting
Meerjarenraming
2021
2023
2023
2024
2025
2026
2027
€
€
€
€
€
€
€
Salarissen en sociale lasten
8.920.011
8.941.607
10.744.721
11.521.511
11.847.508
11.754.492
11.864.881
Werving & personeelsbeleid
29.571
8.645
23.645
24.000
24.600
25.215
25.845
Inhuur derden
401.007
200.000
200.000
152.500
150.000
100.000
100.000
Scholing & employability
247.462
165.000
165.000
288.038
295.239
302.620
310.185
Overige personeelslasten
204.532
210.000
210.000
210.000
215.250
220.631
226.147
Subtotaal personele lasten
9.802.583
9.525.252
11.343.365
12.196.049
12.532.597
12.402.958
12.527.058
Afschrijvingslast Gebouw
65.260
65.300
65.300
65.300
65.300
65.300
65.300
Afschrijvingslast Verbouwing & inventaris
92.930
89.496
94.496
100.000
100.700
101.405
102.115
203
4.068
4.068
5.000
5.035
5.070
5.106
Afschrijvingslast ICT
85.040
127.125
127.125
127.125
128.015
128.911
129.813
Rentelast vaste schuld (aanschaf pand)
16.359
14.430
14.430
14.430
14.430
14.430
14.430
Subtotaal kapitaalslasten
259.793
300.419
305.419
311.855
313.480
315.116
316.764
Personele lasten
Kapitaalslasten
Afschrijvingslast Vervoermiddelen
vervolg Lasten >
7. FINANCIËLE BEGROTING (INCL . OVERHEAD)
45
Begroting 2024
Financiële begroting (incl. overhead)
Realisatie
LASTEN
Begroting
Gewijzigde begroting
Begroting
Meerjarenraming
2021
2023
2023
2024
2025
2026
2027
€
€
€
€
€
€
€
Subtotaal personele lasten
9.802.583
9.525.252
11.343.365
12.196.049
12.532.597
12.402.958
12.527.058
Subtotaal kapitaalslasten
259.793
300.419
305.419
311.855
313.480
315.116
316.764
PZ-zaken/ salarisadministratie
31.886
35.595
46.274
47.430
47.762
48.097
48.433
Organisatieontwikkeling
14.583
10.000
25.000
25.625
25.804
25.985
26.167
Accountants- en advieskosten
74.230
35.595
39.155
40.000
40.280
40.562
40.846
Huisvestingskosten
312.041
262.386
262.386
268.000
269.876
271.765
273.667
Facilitaire kosten
27.267
25.425
25.425
26.000
26.182
26.365
26.550
ICT-kosten
311.160
357.882
357.882
365.000
367.555
370.128
372.719
Handhavingskosten
46.516
38.138
38.138
39.000
39.273
39.548
39.825
Algemene kosten
290.888
302.283
304.083
311.685
313.867
316.064
318.276
1.007
1.119
1.119
1.200
1.208
1.217
1.225
Subtotaal overige bedrijfslasten
1.109.580
1.068.422
1.099.460
1.123.940
1.131.808
1.139.731
1.147.709
Externe projectkosten
2.142.840
590.475
1.112.843
680.889
623.040
366.505
300.488
-
-
1.800
1.800
1.800
14.602.725
14.226.110
14.293.819
Overdracht vorige pagina
Overige bedrijfslasten
Bankkosten
Nagekomen baten en lasten
2.186
Vennootschapsbelasting TOTAAL LASTEN
302
1.800
-
13.317.284
11.486.368
13.861.088
7. FINANCIËLE BEGROTING (INCL . OVERHEAD)
14.312.733
46
Begroting 2024
7.1.3 Totalen TOTALEN
Realisatie
Begroting
Gewijzigde begroting
Meerjarenraming
2022
2023
2023
2024
2025
2026
2027
€
€
€
€
€
€
€
Totaal baten
13.403.287
11.465.898
13.815.618
14.253.112
14.588.515
14.216.900
14.293.818
Totaal directe lasten
10.155.862
8.576.406
10.628.357
11.035.455
10.790.557
10.401.588
10.412.978
3.161.423
2.909.963
3.232.731
3.277.279
3.812.167
3.824.522
3.880.841
Saldo van baten en lasten
86.003
20.470-
45.470-
59.621-
14.209-
9.209-
0-
Toevoeging aan reserves
-
-
-
-
-
-
Onttrekking aan reserves
35.952
20.470
45.470
59.621
14.209
9.209
-
RESULTAAT
121.955
0-
0
0
0-
0-
0-
Overhead
INCIDENTELE BATEN EN LASTEN
Realisatie
BATEN
Begroting
Gewijzigde begroting
Begroting
2022
2023
2023
2024
€
€
€
€
Totaal incidentele baten
2.710.636
1.013.809
2.213.242
2.213.242
Totaal incidentele lasten
2.581.067
805.868
644.564
944.564
7. FINANCIËLE BEGROTING (INCL . OVERHEAD)
47
Toelichting op de lasten
48
Begroting 2024
8 Toelichting op de lasten 8.1 Specificatie naar taakvelden Taakveld
Baten
Lasten
Saldo
€
€
8.3 Wonen en bouwen
1.414.677
1.028.934
385.743
7.4 Milieubeheer
12.620.172
9.859.891
2.760.281
0.4 Overhead
87.149
3.277.279
-3.190.130
4.1 Openbaar basisonderwijs
131.114
131.000
114
-
-
15.630
-15.630
0.9 Vennootschapsbelasting (VpB) 0.5 Treasury Gerealiseeerd saldo van baten en lasten 0.10 Mutaties reserves 0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten
8. TOELICHTING OP DE L ASTEN
14.253.112
14.312.733
€
-
€
-59.621
59.621 0
49
Begroting 2024
8.2 Personele lasten Ongeveer 85% van onze kosten bestaat uit personeelskosten. De medewerkers van ODIJmond vallen onder de cao van de Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (SGO). Vooruitlopend op de aanpassing van onze GR in 2023 gaan wij begroten voor de stijging van de loonvoet op basis van de Raming Macro Economische verkenning. Hiermee verwachten wij cao-ontwikkelingen beter te kunnen opvangen. Om goed inzetbaar te blijven op de arbeidsmarkt, is het belangrijk dat mensen zich blijven ontwikkelen Al jaren hebben wij binnen ODIJmond een opleidingstraject en investeren wij veel in het zelf opleiden van personeel. Naast de opleiding tot milieu-inspecteur hebben wij ook voor de taakuitvoering bouw een eigen opleidingsprogramma ontwikkeld. Deelnemers vragen steeds vaker ondersteuning bij ons als kennisorganisatie. Dit is logisch omdat we te maken hebben met gezamenlijke processen en er veel specifieke kennis bij ons aanwezig is. Investeren in kennisontwikkeling en delen van kennis blijft een van onze een speerpunten. De onzekerheden rondom de komst van de Omge-
8. TOELICHTING OP DE L ASTEN
vingswet en de opvolging van het Van Aartsen rapport door middel van het IBP zal de komende jaren veel doorontwikkeling vragen van alle omgevingsdiensten in Nederland. Om deze doorontwikkelingen te bekostigen stellen wij voor een ontwikkelbudget te begroten voor 2024 van 2,5% van de begroting voor lonen en salarissen. Stikstof Als gevolg van uitspraken van de Raad van State, de meest recente op 1 november 2022, worden bouwprocedures en het verlenen van vergunningen een stuk gecompliceerder. Projecten in ons werkgebied komen op losse schroeven te staan. Op verzoek van onze deelnemers adviseren wij bij planvorming en bouwinitiatieven onder andere op het stikstofdossier. Op basis van de voornoemde uitspraken zien wij dat onze inzet op dit dossier steeds omvangrijker wordt en specifieke deskundigheid vereist. Gelet op deze complexiteit en het gebrek aan (landelijke) oplossingen zien wij dat de inzet op dit dossier extreem toeneemt en dat voor het realiseren van plannen steeds vaker maat-werkoplossingen nodig zijn. Om onze deelnemers de komende jaren op dit dossier adequaat te kunnen blijven adviseren, is extra inzet benodigd. Om hier invulling aan te geven vragen wij een uitbreiding van ons stikstofadviesteam met 1 fte.
Wettelijk adviseurschap Tata Steel/CES NZKG In de Cluster Energie Strategie Noordzeekanaalgebied staat beschreven welke stappen er de komende jaren worden gezet om de industrie te verduurzamen en hoe de samenwerkende partijen inzetten op de ontwikkeling van een waterstofketen op industriële schaal. Tata Steel heeft de ambitie om CO2-neutraal staal te produceren. Zo zal de huidige productie met een hoogoven veranderen naar een DRI-installatie (Direct Reduced Iron, project Heracless). Tata Steel heeft eveneens plannen om op haar terrein een waterstoffabriek te bouwen (project H2ermes). Naast de activiteiten van Tata Steel zal gelet op de forse uitbreidingsplannen voor wind op zee, waarbij de aanlanding van de infrastructuur in de IJmond plaatsvindt, de verschillende transformatorstations, die in dat kader moeten worden verzwaard en de assemblage en het transport van windmolens vanuit de havens, leiden tot (in eerste instantie) een toename van de milieubelasting in de IJmond. Ook zullen ruimtelijke en milieuproblemen moeten worden opgelost om de transitie mogelijk te maken waaronder de ontmanteling van de Averijhaven. Wij voorzien de komende jaren dan ook een forse toename van vergunningaanvragen. Voor wat betreft de ontwikkelingen bij Tata Steel is provincie Noord-Holland het bevoegde gezag en voert de ODNZKG de vergunningverlening uit.
Gelet op de spanningen die in de afgelopen jaren
50
Begroting 2024
bij omwonenden rondom Tata Steel zijn ontstaan, waarbij de zorg over gezondheid van omwonenden een belangrijk item is, is het van belang om de IJmond gemeenten vanuit het wettelijk adviseurschap adequaat te adviseren en inzicht te geven over de milieugevolgen van alle hierboven (forse) geschetste ontwikkelingen. Om hier invulling aan te geven vragen wij om een uitbreiding van ons team vergunningen met 1 omgevingsmanager.
Daarom vragen wij vanaf 2024 hiervoor 1 formatieplaats structureel op. Met deze uitbreiding verwachten wij volledig te kunnen voldoen aan deze wet- en regelgeving. De berekening van zowel de overheadformatie als de overheadkosten is conform de BBV-vernieuwingen. De overheadformatie ten opzichte van de totale formatie is 18,70% op basis van FTE.
8.3 Overhead Daarnaast is de Wet Open Overheid (Woo) inmiddels aangenomen en in 2022 in werking getreden. De Woo geeft iedereen het wettelijk recht op toegang tot publieke informatie en verplicht de overheid tot actieve transparantie. De Woo introduceert nog een aantal andere maatregelen om de openbaarheid van de overheid te vergroten. Zo dient elke overheidsorganisatie een contactfunctionaris te hebben die als taak heeft mensen te ondersteunen bij hun vragen over informatie en het zoeken en vinden van de juiste informatie. In 2022 hebben wij uit eigen formatie een Woocoördinator aangesteld. Uit de ervaring die we in 2022 hebben opgedaan is gebleken dat de uitvoering te groot is om deze uitvoering te blijven doen uit de huidige bezetting.
8. TOELICHTING OP DE L ASTEN
51
Begroting 2024
Specificatie van de overheadslasten Specificatie Overhead
Realisatie 2022
Gewijzigde begroting 2022
Begroting 2023
Gewijzigde begroting 2023
Meerjarenraming
2024
2025
2026
2027
€
€
€
€
€
€
€
1.873.202
1.678.182
1.669.148
1.965.752
2.010.462
2.514.041
2.494.303
2.517.728
Overige personele lasten
155.118
201.256
153.647
167.686
160.558
164.572
168.687
172.904
Afschrijvingen
158.394
157.300
158.864
159.990
161.406
165.441
169.577
173.816
Rentelasten
16.359
14.430
14.430
14.430
14.430
14.430
14.430
14.430
ICT (afschrijving + overige)
159.930
196.100
201.534
203.959
205.183
210.313
215.571
220.960
Overige bedrijfslasten
798.419
700.600
712.340
720.914
725.239
743.370
761.955
781.004
3.161.423
2.947.868
2.909.963
3.232.731
3.277.279
3.812.167
3.824.522
3.880.841
Personele lasten
TOTAAL
8.4 Overige (materiële)kosten Voor de overige kosten wordt per onderdeel een budget gereserveerd in de begroting. Deze posten worden begroot op basis van structurele uitgaven en een inschatting van toekomstige structurele uitgaven, waarbij we de meerjarige budgetten uit de vastgestelde begroting 2023 als basis nemen. Getracht wordt om de uitgavenstructuur zodanig in te richten dat er sprake is van flexibiliteit en een zo beperkt mogelijk structureel uitgavenpa-
8. TOELICHTING OP DE L ASTEN
troon. Het belangrijkste uitgangspunt is hierbij dat structurele uitgaven uit structurele inkomsten worden gefinancierd. Deze posten bedragen meestal een historisch bepaald percentage van de directe personele lasten. Prijsstijgingen en indexeringen op inhuurcontracten worden opgevangen in het uurtarief. Hierin is de stijging van de inhuurtarieven gecompenseerd. De prijscorrectie in de voor- en nacalculatieberekening van het uurtarief voorziet hierin.
Gezien de actuele ontwikkelingen in de economie stellen wij voor om de voorcalculatie voor de prijsontwikkeling op 3,6% te zetten.
8.5 Kapitaallasten en afschrijvings lasten Gebouwen Uitgangspunt voor de afschrijvingslast vormt, naast de eerdergenoemde datum van oplevering van het pand, een afschrijvingstermijn van 50 jaar.
52
Begroting 2024
Hierbij wordt over 100% van de aanschafwaarde afgeschreven, exclusief de grondkosten en de parkeerplaatsen. De parkeervergunningen zijn voor onbepaalde tijd geldig en verbonden aan het gebouw. Verbouwing en inventaris Onder deze post is tevens de warmtekoude-opslag opgenomen. De afschrijvingstermijnen variëren van 10 tot 15 jaren. De afschrijvingslasten over de verbouwing en inventaris zal toenemen ten gevolge van investeringen in vergaderruimtes. Vervoermiddelen In 2020 hebben wij ons wagenpark vervangen. Wij willen hierbij een voorbeeldfunctie vervullen en hebben gekozen voor een 100% elektrisch wagenpark. Via een operational lease leasen wij dit nieuwe wagenpark voor de duur van vijf jaar. Ons oude wagenpark hebben wij verkocht. Voor de opbrengst waarde hiervan hebben wij het bestuur gevraagd een bestemmingsreserve te vormen. De onttrekking Hiervan loopt gelijk met de duur van het contract (vijf jaar). In de begroting van 2024 betekent dit een daling van de afschrijvingslasten voor vervoermiddelen en een stijging van de algemene kosten.
8. TOELICHTING OP DE L ASTEN
Automatisering Deze post bestaat uit de hard- en software. De afschrijvingstermijnen zijn drie-en-een-half of vijf jaar. Omdat een groot deel van de investeringen IT-software is om aan de RUD-kwaliteitseisen te voldoen, bedraagt de afschrijvingstermijn vijf jaar. Onzeker is hoelang deze systemen aan de externe en interne eisen blijven voldoen. Het uitgangspunt is minimaal vijf jaar. Nu en in de komende jaren zullen, zoals voorgesteld in de kadernota, investeringen worden gedaan in het kader van onder meer de Omgevingswet. Dit is vooral software. Rentelasten Dit zijn de lasten van de lening voor de aanschaf van ons kantoorpand. In de paragraaf Financiering is het Renteschema opgenomen.
8.6 Externe projectlasten In overeenstemming met de begroting 2023 zijn van alle projecten de totale projectkosten opgenomen, dus zowel de bijdragen voor personele dekking als externe kosten.
8.7 Bestemmingsreserves Nieuwbouw In de begroting is rekening gehouden met de extra afschrijvingslasten ten gevolge van de nieuwbouw, zoals de BDB-index, de inrichting en de uitbreiding van het aantal werkplekken en automatisering. Deze bedragen worden aan de reserve onttrokken. Vervoermiddelen Uit het positief resultaat 2020 hebben wij het bestuur gevraagd een reserve te vormen ter dekking van ons autokosten. Deze reserve loopt gelijk met het contract voor operationele lease. Arbeidsmarkt Bij de resultaatbestemming 2021 is deze reserve gevormd. Om de ODIJmond in staat te stellen te investeren in een arbeidsmarkt campagne. In 2022 is er een abonnement op gemeentebanen ten laste van de voorziening gebracht. In samenwerking met de 4 OD’s in Noord-Holland start er in de loop van 2023 een campagne.
53
Financiële positie
54
Begroting 2024
9 Financiële positie 9.1 Geprognotiseerde balans Balans
Realisatie
Oorspronkelij- Gewijzigde ke begroting begroting
Begroting
Meerjarenraming
2022
2023
2023
2024
2025
2026
2027
€
€
€
€
€
€
€
Materiële vaste activa
3.773.769
3.543.350
3.568.350
3.456.495
3.343.015
3.027.899
2.711.136
Financiële vaste activa
10.338
11.520
11.520
11.520
11.520
11.520
11.520
Vlottende activa
8.051.056
6.000.000
6.000.000
6.000.000
6.000.000
6.000.000
6.000.000
BALANSTOTAAL ACTIVA
11.835.163
9.554.870
9.579.870
9.468.015
9.354.535
9.039.419
8.722.656
Algemene reserve
467.360
467.360
467.360
467.360
467.360
467.360
467.360
Gerealiseerd resultaat
121.955
1
1
-
-
-
1
Bestemmingsreserves
144.901
124.431
78.961
19.340
5.131
-
-
Voorzieningen
753.168
773.168
748.168
700.668
678.668
656.668
658.668
Vaste schulden
3.700.000
3.700.000
3.700.000
3.700.000
3.700.000
3.700.000
3.700.000
Vlottende passiva
6.647.777
4.489.910
4.585.380
4.580.647
4.503.376
4.215.391
3.896.627
BALANSTOTAAL PASSIVA
11.835.161
9.554.870
9.579.870
9.468.015
9.354.535
9.039.419
8.722.656
Toelichting op de geprognotiseerde balans Omdat het resultaat van 2022 nog niet is bestemd, is dit op deze manier in de balans verwerkt. Onze vaste activa dalen licht, als gevolg van verwachte investeringen, maar verminderen ook met de afschrijvingen hierop. Ook is van belang
9. FINANCIËLE POSITIE
te noemen dat er jaarlijks terugkerende, niet uit de balans blijkende verplichtingen bestaan. Dit gaat om jaarlijks terugkerende arbeidskosten voor niet boventallige verlofdagen, de rentelasten uit hoofde van de financiering van de huisvesting, de kosten voor telefonie, het leasecontract van het
wagenpark en het leasecontract van de printers. Het is niet toegestaan om deze verplichtingen op de balans als schuld of verplichting op te nemen. Deze verplichtingen bedragen in 2022 € 613.865.
55
Begroting 2024
9.1.1 Investeringen Wij doen geen investeringen van maatschappelijk nut. Alle investeringen zijn van economisch nut. Verbouwing en inventaris Gezien de huidige inrichting van onze hoofd- en nevenvestiging, verwachten wij geen grote verbouwingen. Wij verwachten dat wij in de toekomst een andere invulling geven aan werken op kantoor als gevolg van het hybride werken. Dit vergt aanpassingen aan ons kantoor, wij verwachten te investeren in dynamische vergaderruimtes en ontmoetingsplekken. Eind 2022 is een deel van ons meubilair afgeschreven, waar nodig doen wij een vervangingsinvestering. Vervoermiddelen Eind 2020 hebben wij gekozen voor een 100% elektrisch wagenpark door middel van een operational leaseconstructie. Dit betekent een transitie van bezit naar gebruik. De contracten zijn afgesloten tot en met 2024. In alle auto’s is een innovatief car-tracker-systeem geplaatst wat de kilometers bijhoudt, de reservering van de auto mogelijk maakt en de medewerker ondersteunt bij het elektrisch laden. De verkoopopbrengst van ons oude wagenpark dekt tot en met 2024 de stijging van deze lasten via een bestemmingsreserve. De minibus blijft in eigen bezit en is in 2024 volledig afgeschreven. De minibus maakt in verhouding tot
9. FINANCIËLE POSITIE
de rest van ons wagenpark weinig kilometers, in 2023 beslissen we of de minibus vervangen of nog een jaar aanhouden.
2022 is er een abonnement op gemeentebanen ten laste van de voorziening gebracht. In samenwerking met de 4 OD’s in Noord-Holland start er in de loop van 2023 een campagne.
Automatisering Wij blijven investeren in ons maatwerk in eigen beheer softwarepakket voor VTH-taken zowel in het kader van de Omgevingswet als in het kader van (verplichte) koppelingen naar derden partijen.
9.1.2 Reserves Nieuwbouw In de begroting is rekening gehouden met de extra afschrijvingslasten ten gevolge van de nieuwbouw, zoals de BDB-index, de inrichting en de uitbreiding van het aantal werkplekken en automatisering. Deze bedragen worden aan de reserve onttrokken. Vervoermiddelen Uit het positief resultaat 2020 hebben wij het bestuur gevraagd een reserve te vormen ter dekking van ons autokosten. Deze reserve loopt gelijk met het contract voor operationele lease. Arbeidsmarkt Bij de resultaatbestemming 2021 is deze reserve gevormd. Om de ODIJmond in staat te stellen te investeren in een arbeidsmarkt campagne. In
56
Begroting 2024
9.2 EMU-saldo Decentrale overheden geven inzicht in de berekening van hun aandeel in het EMU-saldo van Nederland. Deze informatie wordt aangeleverd bij het CBS. Onder gemeenschappelijke regelingen vindt een steekproef plaats, wanneer deze een exploitatie van twintig miljoen of hoger hebben. Wij vallen niet in de steekproef. We nemen het EMU-saldo wel in de begroting op. Het EMU-saldo is het totaal van inkomsten minus uitgaven. De categorieën die van invloed zijn en niet voorkomen bij de ODIJ, zijn niet in de tabel opgenomen.
EMU-saldo
Realisatie
Begroting
Gewijzigde begroting
2022
2023
€
€
Exploitatiesaldo
86.003
20.470-
+ afschrijvingen
243.434
+ dotatie voorzieningen
2024
2025
2026
€
€
€
45.470-
59.621-
14.209-
9.209-
285.989
290.989
297.425
299.050
300.686
304.661
20.000
37.500
20.000
20.000
20.000
- onttrekking voorzieningen
83.324
40.000
40.000
40.000
40.000
20.000
- onttrekking reserves
35.952
20.470
45.470
59.621
14.209
9.209
EMU-saldo
514.822
225.049
197.549
158.183
250.631
282.268
9. FINANCIËLE POSITIE
2023
Meerjarenraming
57
Toelichting op de baten
58
Begroting 2024
10 Toelichting op de baten 10.1 Gemeentelijke baten De baten uit de gemeentelijke bijdragen die in de begroting 2024 van ODIJmond worden opgenomen, staan gelijk aan de afname van de uren die zijn opgenomen in de in GR en de verdeling volgens de verdeelsleutel. Naast vaste GR-bijdragen, worden ook de langlopende contracten aan de baten toegevoegd. Alleen met extra baten die zijn vastgesteld vanuit aanvullende opdrachten, wordt rekening gehouden. Hier worden baten bedoeld die onder andere voortvloeien uit de vrijval of ontvangst van subsidies en activiteiten op het gebied van natuur- en milieueducatie.
10.2 Dienstverleningsovereenkomsten Wij hebben al sinds 2001 een lange samenwerkingsrelatie met de gemeenten in Zuid-Kennemerland en regio Zaanstreek-Waterland opgebouwd op basis van dienstverleningsovereenkomsten. Met het inwerkingtreden van de Wet verbetering
10. TOELICHTING OP DE BATEN
Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving zijn deze partners verplicht tot de GR ODIJmond toegetreden met hun basistakenpakket (zie ook 3.1 Basistakenpakket). De overige taken voor deze gemeenten worden nog steeds uitgevoerd op basis van langlopende dienstverleningsovereenkomsten, volgens en in overeenstemming met artikel 18 van de gr. In 2024 hebben de meeste dienstverleningsovereenkomsten een looptijd korter dan vijf jaar. Dit betekent dat wij deze in de begroting van 2024 als incidenteel moeten verwerken. Onze begroting moet ook structureel in evenwicht zijn en daarom gaan wij in 2023 met deze deelnemers in gesprek over het maken van structurele financieringsafspraken voor deze taakuitvoering.
10.3 Regio IJmond 10.3.1 Gemeenten Velsen, Beverwijk en Heemskerk Wettelijk adviseurschap Tata Steel/CES NZKG In de Cluster Energie Strategie Noordzeekanaalgebied staat beschreven welke stappen er de komende jaren worden gezet om de industrie te
verduurzamen en hoe de samenwerkende partijen inzetten op de ontwikkeling van een waterstofketen op industriële schaal. De verdeling van de uitbreiding voor deze formatieplaats is voor 50% voor rekening van gemeente Velsen, voor 25% voor gemeente Beverwijk en voor 25% voor gemeente Heemskerk. Dit is dezelfde verdeling als wij aanhouden voor het programma Gezondheid en Schone lucht.
10.3.2 Gemeente Heemskerk GreenBiz uitvoering In 2024 loopt de projectfinanciering voor het programma GreenBiz af. Dit betekent dat het lastig is om de huidige activiteiten vanaf 2024 voort te zetten. Via GreenBiz werken we aan de verduurzaming van bedrijven op bedrijventerreinen, detailhandel en horeca. Dit doen we door middel van het afsluiten van Green Deals (individuele begeleiding en subsidieaanvragen), het GreenBiz Energy platform (stimuleren duurzame opwek), GreenBiz Circulair (stimulering van hergebruik van reststromen/afval) en GreenBiz Educatie (werving en inzet van studenten voor de duurzaamheidstransitie). In gemeente Heems-
59
Begroting 2024
kerk hebben we de afgelopen jaren extra inzet gepleegd om een reststoffen hub op het bedrijventerrein De Trompet op te zetten. We merken dat het thema duurzaamheid de laatste jaren een ander soort inzet vraagt. Waar men voorheen overtuigd moest worden om actie te ondernemen, worden we tegenwoordig haast overvraagd om ons advies uit te brengen. Dit heeft veel te maken met de sterk gestegen energieprijzen, maar ook met problemen zoals netcongestie en de transitie naar aardgasvrije verwarming. Ondanks alle inzet is de energie- en grondstoffentransitie bij bedrijven een traject dat de komende jaren zeker nog extra aandacht vraagt. Zonder bijdrage voor de projectfinanciering verliest het programma enorm veel slagkracht. Om alle acties en projecten voort te kunnen zetten, hebben we vanaf 2024 een jaarlijkse bijdrage van € 50.000 nodig. Deze is nog niet in deze begroting verwerkt omdat er nog geen besluitvorming is.
10.3.3 Gemeente Uitgeest De dienstverleningsovereenkomst loopt af in 2023. Deze overeenkomst staat ter dekking van onze vaste en flexibele schil. Wij verwachten hier op zeer korte termijn besluitvorming over. Met deze dienstverleningsovereenkomst is 2343 uur gemoeid. Gemeente Uitgeest maakt deel uit van onze veiligheidsregio. Wij gaan ervan uit dat wij in 2023 structurele afspraken maken over de voort-
10. TOELICHTING OP DE BATEN
zetting van deze taakuitvoering. Dit betekent dat we de voortzetting van de uitvoering verwerkt is in de begroting van 2024.
10.3.4 NME De formatiedekking van NME is niet in overeenstemming met de loonkosten. In 2020 is overeengekomen om via de begrotingen deze in de toekomst op peil te brengen. In 2024 verhogen wij de formatiebijdrage met € 5.000 per educatiecentrum. Dit betekent een verhoging van de lasten van dit bedrag per educatiecentrum.
onze dienstverlening (ambitie 9.5). Tijdelijke uitbreiding formatie voor bouwvergunningen is structureel nodig Er wordt nu meer gevraagd van de ODIJmond m.b.t. de vergunningverlening. Eerder meekijken in het proces bij ontwikkelingen zoals transformaties in Zandvoort is een vraag van het college. Daarnaast zijn de vergunningen complexer dan vroeger door bijvoorbeeld de stikstofdiscussie.
10.4.2 Dienstverlening Zandvoort
Er is vanuit het college meer vraag om afstemming, coördinatie en ondersteuning. Daarom hebben wij een tijdelijke uitbreiding van de formatie voor de afdeling (bouw) vergunningen. Deze is tot en met 2023 incidenteel toegezegd door de gemeente in verband met het gestegen aantal aanvragen. Om te zorgen dat in 2024 de uitvoering op orde blijft, is deze formatieplaats structureel nodig. De tijdelijkheid van deze formatieplaats is een risico voor de continuering van de kwaliteit van de dienstverlening voor de gemeente Zandvoort. Wij kunnen de uitvoering moeilijk garanderen zonder structurele formatie. De krapte op de arbeidsmarkt maakt het onmogelijk om tijdelijke contracten af te sluiten en externe inhuur is zeer kostbaar.
Het college van gemeente Zandvoort heeft in het coalitieprogramma opgenomen dat het afspraken wil maken met ODIJmond over verbetering van
Daarnaast wordt er nu ook al meer toezicht en handhaving gevraagd op verstrekte vergunnin-
10.4 Regio Kennemerland 10.4.1 Gemeente Haarlem Met de gemeente Haarlem voeren wij momenteel gesprekken voor het inbrengen van de bodemtaken in het kader van het basistakenpakket. Dit gaat om het afhandelen van meldingen en vergunningen Wet bodembescherming. In de begroting van 2024 is verwerkt dat de gr-bijdrage met 1340 uur wordt verhoogd. Hierin is nog geen rekening gehouden met de eventuele toename van de juridische dienstverlening.
60
Begroting 2024
gen (zoals integraal opereren op het strand, extra checks op illegale bewoning, vakantiehuizen, actief acteren op signalen van inwoners). Deze kosten mogen niet door middel van leges worden gedekt. Verlenging contract voor de Formule 1 De F1 komt ook in 2024 en 2025 naar Zandvoort. De organisatie van de Grand Prix van Nederland heeft een akkoord bereikt over de contractverlenging met de FOM, de organisator van de F1. Zandvoort had al een contract voor 2023 met een optie om de koningsklasse van de autosport nog twee jaar te ontvangen. Voor de terugkeer van de F1 in de jaren 2020-2022 (door coronapandemie uitgesteld naar 2021-2023) zijn door gemeente Zandvoort incidentele gelden beschikbaar gesteld. De financiering van extra vergunningverlening, toezicht en handhaving voor de verlenging van het contract voor de F1 is nog niet overeengekomen. In 2023 verwachten wij hierover structurele afspraken te maken met gemeente Zandvoort. In 2024 is een halve formatieplaats hiervoor opgenomen.
10.5 Regio Zaanstreek-Waterland 10.5.1 Gemeente Purmerend Per 1 januari 2022 heeft (voormalig) gemeente Beemster aangegeven haar plustaken met 1 jaar te verlengen. Omdat wij verwachten dat deze taakuitvoering na inwerkingtreding van de Omgevingswet bij ons wordt ondergebracht, houden wij in de begroting van 2024 rekening met de voortzetting van deze taakuitvoering. In 2023 zijn gesprekken hierover met gemeente Purmerend gepland. De formatiedekking die met deze baten is gemoeid, betreft minimaal 1040 uur (alleen taakuitvoering voormalig gebied Beemster). Daarnaast zijn wij in gesprek over het structureel uitvoeren van de adviestaken op het gebied van milieu.
10.5.2 Gemeenten met veehouderij-activiteiten De regio Waterland is rijk aan agrarische activiteiten. Veehouderijbedrijven worden onder de Omgevingswet allemaal vergunningplicht, waar dit nu nog veelal niet het geval is. De gr-bijdragen van deze regiogemeenten worden berekend op basis van een vaste bijdrage die is opgesteld voor de uitvoering van het basistakenpakket in de VTH-wetgeving. Er is een projectgroep opgericht om te onderzoeken of deze vaste bijdragen voor het basistakenpakket nog aansluiten op
10. TOELICHTING OP DE BATEN
de inhoud van dat pakket onder de Omgevingswet. De verwachting is dat dit voor gemeenten met veel activiteiten op het gebied van veehouderij, de huidige vaste bijdrage niet toereikend is. Deze ontwikkelingen worden meegenomen in de aanpassing van onze GR naar aanleiding van de Omgevingswet. Deze ontwikkeling is nog niet verwerkt in de begroting van 2024 mogelijk moeten we hiervoor onze begroting 2024 wijzigen.
10.5.3 Gemeente Landsmeer en Waterland De afgelopen jaren hebben wij op basis van kortlopende dienstverleningsovereenkomsten bouwtoezichttaken en juridische dienstverleningstaken uitgevoerd voor de gemeente Landsmeer. In 2023 gaan wij met deze gemeente en de gemeente Waterland is gesprek over de structurele inbreng van taken. Voor de gemeente Waterland is een halve formatieplaats voor de uitvoering van taken op het gebied van bouwtoezicht en de niet complexe bouwvergunningen begroot. Daarnaast is de concept dienstverleningsovereenkomst voor de uitbreiding van de milieu taakuitvoering opgenomen in de begroting
61
Begroting 2024
10.6 Subsidies en bijdragen
10.7 Overige kosten
De afgelopen jaren hebben wij veel ervaring opgedaan met (complexe) Europese subsidiefondsen. In tegenstelling tot regionale projecten zijn hier mogelijkheden om gedeeltelijke dekking aan te vragen voor formatie.
Overige kosten berekenen we op basis van: • De meest recente inzichten over, van, voor ontwikkeling van de overige kosten (huur op basis van laatste stand huurcontract, servicekosten, ICT-licenties etc.); • Afschrijvingen o.b.v. activabestand + investeringen + vervangingsinvesteringen; • Indexering.
Ook subsidiestromen die komen van het Rijk en provincie blijven wij nauwgezet in de gaten houden. We hebben steeds meer aandacht om de kosten voor coördinatie hierin mee te begroten. Ten tijde van het opstellen van de begroting verwachten wij nog geen beschikking over de honorering van deze projecten te hebben. In de begroting kunnen wij alleen bijdragen opvoeren waar wij een beschikking van hebben ontvangen. Deze ontwikkeling zorgt ervoor dat wij in 2024 mogelijk hogere baten hebben dan begroot. Als dit leidt tot een begrotingsoverschot, betalen wij dit terug aan onze deelnemers. In 2024 is een grote rijksbijdrage voor de SPUK THE begroot.
10. TOELICHTING OP DE BATEN
62
Risico’s en onzekerheden
63
Begroting 2024
11 Risico’s en onzekerheden 11.1 Omgevingswet
invoering van de wet nog geen effect heeft.
De Omgevingswet heeft grote financiële consequenties. Er zijn (nog) geen afspraken over de gevolgen die de Omgevingswet kan hebben voor de Dienstverleningsovereenkomsten (DVO) en daarmee dus ook niet over het uurtarief. Het is nog niet mogelijk om de taakinzet te kwantificeren naar het werken onder de Omgevingswet. We hebben hiervoor eerst ervaringscijfers nodig na in werking treden van de wet. Wij blijven hierover in gesprek met al onze deelnemers.
11.3 Leges
11.2 Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Het effect van de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen is dat (vooralsnog) een klein deel van het bouwtoezicht wordt geprivatiseerd. Voor gemeente Zandvoort voeren wij alle bouwtaken uit. Voor de gemeenten Heemskerk en Beverwijk en Landsmeer voeren wij een deel van de bouwtaken uit, waar vaste formatie op is ingezet. In de begroting 2024 gaan wij uit dat de
11. RISICO’S EN ONZEKERHEDEN
Onder de Omgevingswet is het mogelijk om leges te gaan heffen voor milieuvergunningen. Dit moet per gemeente onderzocht worden. Wel hebben wij de data en expertise in huis om onze deelnemers te adviseren. In de begroting van 2024 houden we nog geen rekening met deze taakuitvoering/ inzet van deze dienstverlening (volgens en in overeenstemming met de begroting 2023).
11.4 Decentralisatie bodemtaken In de begroting van 2024 houden wij voor het eerst rekening met de taakuitvoering voor de bodemlocaties op basis van ervaringscijfers. Hierin houden wij ook rekening met het overgangsrecht. Er zijn nog geen concrete afspraken over de wijze van financiering van de overgangslocaties hierin worden in 2023 en 2024 afspraken gemaakt nadat de monitoring onder leiding van ODNL is afgerond. Dit betekent dat de bijdrage in de meerjarenramingen in de toekomst kan wijzigen.
11.5 Inhoud van het basistakenpakket De invoering van de Omgevingswet heeft invloed voor het aantal basistaken. De basistaken zijn door al onze deelnemers ingebracht in de gemeenschappelijke regeling. Een aantal deelnemers heeft de plustaken met dienstverleningsovereenkomsten bij ons ondergebracht. Het is mogelijk dat er door aanpassing van de inhoud van het basistakenpakket meer taken ingebracht moeten worden in de gemeenschappelijke regeling. Medio 2023 verwachten wij hier duidelijkheid over te verkrijgen. Hierin worden al onze deelnemers betrokken. Dit betekent een mogelijke overheveling van taken en formatie van deelnemers naar onze Omgevingsdienst.
11.6 De energiebesparingsplicht onder de Omgevingswet Onder de Omgevingswet verandert ook toezicht en handhaving op energiebesparing. Voor de energiebesparingsplicht is er een overgangsperiode tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Tot
64
Begroting 2024
1 januari 2024 blijft de energiebesparingsplicht uit het Activiteitenbesluit milieubeheer gelden. Toezicht en handhaving op de energiebesparings plicht en de daarbij behorende informatie- en onderzoeksplicht, is opgenomen in het basis takenpakket van omgevingsdiensten. Toevoeging van de energiebesparingsplicht aan het basistakenpakket van omgevingsdiensten hangt samen met extra middelen voor meer toezicht- en handhaving(capaciteit) op de naleving daarvan middels de SPUK THE. Dit betekent dat deze uitvoering tot en met 2025 gefinancierd wordt met incidentele financiering. Over de periode daarna zijn nog geen afspraken gemaakt.
11.7 IJmond bereikbaar Een deel van de huidige formatie voor IJmond Bereikbaar dekken wij uit een externe subsidie, die is beschikt tot en met 2022. In de begroting van 2024 gaan wij ervan uit dat deze gecontinueerd wordt voor 2024
11.8 Niet structurele dienstverleningsovereenkomsten en tijdelijke formatieafspraken met onze deelnemers Een grote dienstverleningsovereenkomst loopt eind 2023 af. Veel van onze dienstverleningsovereenkomsten lopen binnen vijf jaar af. Daarnaast
11. RISICO’S EN ONZEKERHEDEN
hebben wij met een aantal gemeenten afspraken over tijdelijke uitbreiding van formatie. Al deze afspraken zijn niet structureel. Wanneer financiering hiervoor niet gecontinueerd wordt, is het risico dat er kosten gepaard gaan bij het herplaatsen of afvloeien van formatie. Voor de begroting van 2024 heeft dit nog geen gevolgen, daarnaast hebben wij een weerstandsvermogen om de eerste effecten op te vangen. Pas wanneer dit weerstandsvermogen aangesproken is of onvoldoende is doen wij een beroep op onze deelnemers.
11.9 Financiering energiebesparings toezicht en programma Gezondheid & Luchtkwaliteit Deze programma’s hebben een looptijd van 4 jaar. Dit betekent dat de financiering voor deze programma’s incidenteel is. Om te zorgen voor een duurzaam programma, is inzet van vaste formatie wenselijk en soms ook vanuit de subsidievertrekker verplicht. Wanneer financiering hiervoor niet gecontinueerd wordt, is het risico dat er kosten gepaard gaan bij het herplaatsen of afvloeien van formatie. Voor de begroting van 2024 heeft dit nog geen gevolgen.
11.10 Uitbreiding van ons wagenpark Met de uitbreiding van onze (energie) toezicht-
teams zien wij ook de druk op ons wagenpark toenemen. Hiervoor hebben wij in 2022 een uitbreiding op het wagenpark gedaan. Deze financieren wij uit incidentele baten en projectgelden. Voor de begroting van 2024 verwachten wij hiervoor geen stijging in de lasten. Wanneer incidentele lasten na 2024 wegvallen moeten wij hiervoor de kostprijs verhogen. In de meerjarenraming houden wij hier rekening mee.
11.11 Boventallig verlof en verruiming verlofsparen in de cao-afspraken Ter ondersteuning van het vitaliteitsbeleid krijgen alle medewerkers vanaf 1 januari 2022 de mogelijkheid om bovenwettelijk verlof te sparen. Dit verlofsparen geeft medewerkers meer mogelijkheden om vrije tijd af te stemmen op specifieke wensen. Deze extra mogelijkheid tot verlofsparen kan leiden een stijging van het verlofsaldo. Het is niet mogelijk om dit effect vooraf te kwantificeren.
11.12 Uitkomsten Commissie Van Aartsen Eén van de aanbevelingen van de Commissie Van Aartsen is te komen tot een Landelijke normfinanciering in plaats van lokale outputfinanciering. ODIJmond heeft geen outputfinanciering maar
65
Begroting 2024
een inputfinanciering. Uit onderzoek blijkt dat als we onze financiering omrekenen naar euro per inwoner, wij aan de onderkant van de omgevingsdiensten zitten. Dit betekent dat er een risico bestaat dat een landelijke normfinanciering een stijging van de tarieven met zich mee brengt.
11.13 Cao-onderhandelingen Ten tijde van het opstellen van deze begroting zijn er nog geen afspraken gemaakt over de cao 2024. Hierdoor is het nog niet mogelijk om een exacte impact te berekeningen en is de indexatie gebaseerd op ramingen van het CPB.
De commissie realiseert zich dat dit een beperking in de vrijheid van het budget van lokale en regionale overheid betekent en daarmee een ingreep in de gegroeide financiële verhoudingen tussen overheden. Toch is het noodzakelijk om toezicht en handhaving effectief te laten zijn en meer milieuschade in de toekomst te voorkomen. Omdat dit ook een nationaal belang is, moet het Rijk bijdragen aan de financiering van omgevingsdiensten. Ten tijde van het opstellen van deze kadernota is niets bekend over financiering van het Rijk en is dit onzeker. Voor het jaar 2024 verwachten wij hiervoor geen besluitvorming en geen impact voor de begroting 2024.