Bijlage 3. Toelichting ontwerpbestemmingsplan Nieuwe Belvedère GEANONIMISEERD.pdf
Tekst van het document
Quickscan Bouw Belvedère in Wandelbos Groenendaal te Heemstede – 12 september 2019 – J. Rotteveel
27
Vogelrichtlijn 1. 2. 3.
4. 5.
6.
In het belang van volksgezondheid of openbare veiligheid; In het belang van veiligheid van luchtverkeer; Ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; Ter bescherming van flora en fauna; Voor onderzoek of onderwijs, uitzetten of herinvoeren van soorten; Selectief vangen, onder zich hebben of verstandig gebruik van vogels.
Habitatrichtlijn 1.
2.
3.
4.
5.
De bescherming van flora en fauna en in stand houden van natuurlijke habitats; Het voorkomen van ernstige schade aan gewassen, vee, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; De volksgezondheid, openbare veiligheid of dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; Onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van soorten; Op selectieve wijze aan beperkt vastgesteld aantal soorten te vangen of te plukken of onder zich te hebben.
Nationaal beschermde soorten a. b. c. d. e.
f.
g.
h.
In het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling; Ter voorkoming van schade of overlast; Ter beperking van omvang populaties van dieren; Ter voorkomen of bestrijding van onnodig lijden; In het kader van bestendig beheer of onderhoud landbouw of bossen; In het kader van bestendig beheer of onderhoud van vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatwerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of i.k.v. natuurbeheer; In het kader van bestendig beheer of onderhoud landschappelijke kwaliteiten gebied; In het algemeen belang
Ontheffingsgrond per beschermingsregime (Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en Nationale soorten)
Quickscan Bouw Belvedère in Wandelbos Groenendaal te Heemstede – 12 september 2019 – J. Rotteveel 28
Bescherming van bossen (Hoofdstuk 4) Voor bosopstanden (groter dan 1000 m² of dat bestaat uit rijbeplanting van meer dan 20 bomen) buiten de bebouwde kom geldt een meldings- en herplantplicht. Door middel van de provinciale verordening geldt de meldings- en herplantplicht ook voor (evt. geknotte) populieren of wilgen in 1°. wegbeplantingen; 2°. beplantingen langs waterwegen, en 3°. eenrijige beplantingen langs landbouwgronden. In de provinciale verordening staat verder beschreven hoe de melding en herplant gedaan moet worden.
Planologische bescherming: NNN Het Natuurnetwerk Nederland (voorheen ecologische hoofdstructuur) is een samenhangend netwerk van natuurgebieden en verbindingszones. Dit programma is door de rijksoverheid geïnitieerd en middels de nota ruimte (2006) respectievelijk Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) en Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening (2012) uitgewerkt in een planologische bescherming van het NNN. Deze bescherming houdt in dat nieuwe plannen, projecten of andere handelingen niet de wezenlijke kenmerken en waarden van NNN-gebieden mogen aantasten. De wezenlijke kenmerken en waarden worden per provincie vastgelegd in het natuurbeheerplan.
Quickscan Bouw Belvedère in Wandelbos Groenendaal te Heemstede – 12 september 2019 – J. Rotteveel
29
Bijlage 2 Bestemmingsplanregels artikel 14: Natuur 2 Artikel 14 Natuur-2 14.1 Bestemmingsomschrijving 14.1.1
De voor “Natuur-2” aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van de natuurlijke en de landschappelijke waarden, waaronder mede begrepen de leefgebieden van dieren en planten en – voor zover van toepassing – de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000gebieden; b. het behoud en herstel van landschappelijke tuinen; c. behoud van openheid, ter plaatse van de aanduiding ‘openheid’; d. een parkeerterrein, ter plaatse van de aanduiding ‘parkeerterrein’; met daaraan ondergeschikt: a. extensief recreatief medegebruik; b. speel- en ligweiden; e. bestaande vergunde (ontsluitings)wegen, paden, speel- en parkeervoorzieningen; f.
waterhuishoudkundige doeleinden;
g. bestaande sloten, beken, waterlopen en waterpartijen; h. bestaande, naar het openbaar toegankelijk gebied gerichte erf- en terreinafscheidingen, hoger dan 1 meter; i.
nutsvoorzieningen;
j.
evenementen, ter plaatse van de aanduiding ‘evenemententerrein’;
met de daarbij behorende: k. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
14.2 Bouwregels 14.2.1
Voor het bouwen van de in 14.1.1 genoemde gronden gelden de volgende
regels: a. gebouwen en overkappingen zijn niet toegestaan. b. de hoogte van perceel- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1 meter; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 2 meter; d. in afwijking van het bepaalde onder c mag ter plaatse van de bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – beeldend kunstwerk’ de bouwhoogte ten hoogste het
Quickscan Bouw Belvedère in Wandelbos Groenendaal te Heemstede – 12 september 2019 – J. Rotteveel 30
op de verbeelding met de maatvoeringsaanduiding ‘maximale bouwhoogte (m)’ aangeduide bouwhoogte bedragen; e. de hoogte van palen en masten mag niet meer bedragen dan 7 meter; f.
ondergronds bouwen is niet toegestaan;
g. ter plaatse van de aanduiding ‘openheid’ mag niet worden gebouwd. 14.2.2
Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen
van bebouwing, ten behoeve van: a.
het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van natuur- en/of landschappelijke waarden van de gronden;
b.
de verkeersveiligheid;
c.
de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
14.3 Gebruiksregels 14.3.1 a.
Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend: het gebruik van gronden voor nieuwe paardenbakken en tennisbanen;
b.
het gebruik van gronden als standplaats voor kampeermiddelen;
c.
het gebruik van gronden voor het storten van puin en afvalstoffen.
14.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 14.4.1 Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegd gezag op de in 14.1.1 bedoelde gronden de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen of verharden van wegen, paden, parkeergelegenheden en andere oppervlakteverhardingen; b. het aanleggen of aanbrengen van oeverbeschoeiingen of aanlegplaatsen; c. het aanleggen van dijken of andere taluds of het vergraven of ontgraven van reeds bestaande taluds; d. het aanleggen van waterlopen of waterpartijen, het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande waterlopen of waterpartijen; e. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse kabels of leidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; f. het bebossen van en aanplanten van gronden en het aanbrengen van hoog opgaande beplanting; g. het vellen, rooien of beschadigen van houtgewas, voor zover de Boswet of de Algemene Plaatselijke Verordening niet van toepassing is; h. het bodem verlagen, afgraven, ophogen en egaliseren van de grond; i. het bemalen of draineren van de grond, alsmede het winnen, toevoeren, afdammen of stuwen van water; j. het aanleggen van inrichtingen ten behoeve van aan de bestemming ondergeschikte recreatieve voorzieningen.
14.4.2 Het verbod als bedoeld in 14.4.1 is niet van toepassing op andere werken die: a. het normale onderhoud, gebruik en beheer ten dienste van de bestemming betreffen;
Quickscan Bouw Belvedère in Wandelbos Groenendaal te Heemstede – 12 september 2019 – J. Rotteveel
31
b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning, vergunning op basis van de Wet natuurbescherming en/of een door het bevoegd gezag goedgekeurd Natura2000 beheerplan. 14.4.3 De werken of werkzaamheden als bedoeld in 14.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien: a. de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast; b. deze in het belang zijn van het herstel en/of ontwikkeling van de natuur- en/of landschappelijke waarden. 14.4.4 Het bevoegd gezag wint ten behoeve van de beoordeling van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in 14.4.1 advies in bij de waterbeheerder.
Quickscan Bouw Belvedère in Wandelbos Groenendaal te Heemstede – 12 september 2019 – J. Rotteveel 32
Quickscan Bouw Belvedère in Wandelbos Groenendaal te Heemstede – 12 september 2019 – J. Rotteveel
33
Bijlage 3 Rapportage Verkennend bodemonderzoek Belvedère te Heemstede
Rho adviseurs voor leefruimte
20191197
RAPPORT Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Uitkijktoren Belvedère Wandelbos Groenendaal te Heemstede
Kenmerk Datum
: 1908M913/JHA/rap1 : 26 september 2019
Opdrachtgever : Rho Adviseurs Dhr. R. van Oosterhout Delftseplein 27b 3013 AA Rotterdam
Goedkeuring
Datum
Dhr. J. van Haaster BBE (Adviseur)
Opsteller, auteur
26-09-2019
Dhr. J. Wijnands (Projectleider)
2e lezerschap, vrijgave rapportage
26-09-2019
Handtekening
BRL SIKB 2000 VKB-protocol 2001
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ........................................................................................................................................... 3
2.
MILIEUHYGIENISCH VOORONDERZOEK ......................................................................................... 5
2.1
AANLEIDING VOORONDERZOEK............................................................................................. 5
2.2
AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED ...................................................................................... 5
2.3
POTENTIELE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING ................................................... 6
2.4
BODEMKWALITEIT EN ASBEST ............................................................................................... 6
2.5
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ................................................................................ 7
2.6
BEINVLOEDING ......................................................................................................................... 7
2.7
BODEMVERONTREINIGING ...................................................................................................... 8
2.8
TERREINVERKENNING ............................................................................................................. 8
2.9
BEOORDELING .......................................................................................................................... 9
2.10
CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING ................................................................................. 9
3.
VERKENNEND BODEMONDERZOEK ............................................................................................. 10
3.1
ONDERZOEKSSTRATEGIE ..................................................................................................... 10
3.2
UITVOERING VELDONDERZOEK ........................................................................................... 10
3.3
UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK ........................................................................ 11
3.4
BESPREKING ONDERZOEKSRESULTATEN ......................................................................... 12
3.5
INTERPRETATIE ...................................................................................................................... 13
3.6
TOETSING HYPOTHESE ......................................................................................................... 13
3.7
CONCLUSIES ........................................................................................................................... 14
3.8
AANBEVELINGEN .................................................................................................................... 14
4.
BETROUWBAARHEID ...................................................................................................................... 15
Bijlagen Milieuhygiënisch vooronderzoek 1 Kaarten en tekeningen 1.1 Topografische kaart 2 2.1 2.2 2.3
Informatie vooronderzoek Rapportage Omgevingsdienst IJmond Fotoreportage Kaartmateriaal
Verkennend bodemonderzoek 3 Situatietekening 4.
Formulieren veldonderzoek
5.
Boorstaten en legenda
6.
Analysecertificaten grond
7
Toetsingstabellen grond
1908M913/JHA/rap1 Pagina 2 van 15
1.
INLEIDING
In opdracht van Rho Adviseurs is een milieuhygiënisch vooronderzoek en een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie betreft de (voormalige) locatie van de uitkijktoren Belvedère in het Wandelbos Groenendaal te Heemstede.
Afbeelding 1: (voormalige) locatie uitkijktoren Belvedère in het Wandelbos Groenendaal te Heemstede.
Aanleiding en doelstelling Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de voorgenomen herbouw van uitkijktoren Belvedère en bijbehorende aanvraag van een omgevingsvergunning (activiteit bouwen). In het kader van de Woningwet/Gemeentelijke Bouwverordening dient een omgevingsvergunningaanvraag (activiteit bouwen) vergezeld te gaan van een rapportage inzake de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. De doelstelling van het verkennend bodemonderzoek is het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de landbodem (grond) ter plaatse van de onderzoekslocatie. Milieuhygiënisch vooronderzoek Voorafgaand aan een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740+A1;2016 dient een milieuhygiënisch vooronderzoek te worden uitgevoerd conform de NEN 5725;2017. Op basis van de informatie uit het vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd. Het doel van het vooronderzoek is inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek.
Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. De te verzamelen informatie is afhankelijk van de aanleiding en het doel van het vooronderzoek en heeft betrekking op locatiegegevens, bodemopbouw, geohydrologie, te verwachten bodemkwaliteit en potentieel bodembedreigende activiteiten op de locatie waar het vooronderzoek betrekking op heeft. 1908M913/JHA/rap1 Pagina 3 van 15
Verkennend bodemonderzoek Ter bepaling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit binnen de begrenzing van de onderzoekslocatie, is de norm NEN 5740+A1;2016 gehanteerd. Deze norm beschrijft de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij een verkennend bodemonderzoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van bodemverontreiniging en de werkwijze voor het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en eventueel vrijkomende grond. Op basis van de informatie uit het milieuhygiënisch vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd. Elke uit het milieuhygiënisch vooronderzoek resulterende onderzoekshypothese over de aan- of afwezigheid van bepaalde verontreinigende stoffen en de wijze van verspreiding wordt getoetst met een locatie specifieke onderzoeksstrategie. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het milieuhygiënisch vooronderzoek stapsgewijs besproken. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bestaat achtereenvolgens uit het vaststellen van de aanleiding en de afbakening van het onderzoeksgebied. Vervolgens wordt informatie verzameld van de voorgeschreven onderzoeksaspecten en worden de onderzoeksvragen beantwoord. Op basis hiervan worden conclusies getrokken en wordt de hypothese voor de onderzoekslocatie vastgesteld. In hoofdstuk 3 wordt het verkennend bodemonderzoek stapsgewijs besproken.
Als eerste stap wordt, op basis van de bij het milieuhygiënisch vooronderzoek voor de locatie vastgestelde hypothese, de onderzoeksstrategie vastgesteld. Vervolgens worden de uitvoering en resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek apart besproken. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de vastgestelde hypothese getoetst en worden indien van toepassing, aanbevelingen gedaan met betrekking tot eventueel te nemen vervolgstappen. In hoofdstuk 4 wordt de betrouwbaarheid van het uitgevoerde onderzoek toegelicht.
1908M913/JHA/rap1 Pagina 4 van 15
2.
MILIEUHYGIENISCH VOORONDERZOEK
2.1
AANLEIDING VOORONDERZOEK
Afhankelijk van de aanleiding voor het verrichten van het vooronderzoek moet antwoord worden verkregen op een aantal onderzoeksvragen. Als eerste stap in het vooronderzoek dient derhalve de aanleiding te worden vastgesteld. In de NEN 5725 zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Opgemerkt wordt dat er sprake kan zijn van een combinatie van meerdere aanleidingen. In dat geval dienen de onderzoeksvragen voor elke afzonderlijke aanleiding te worden beantwoord. Voor onderhavig onderzoek is de volgende aanleiding vastgesteld: A. opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. De onderzoeksvragen, behorende bij de vastgestelde aanleiding, zijn in de navolgende paragrafen in tabelvorm aangegeven. Per onderzoeksvraag is, direct onder de betreffende vraag, het antwoord opgenomen. 2.2
AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED
Vraag: Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? De globale ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven op de overzichtskaart die in bijlage 1.1 is opgenomen. In tabel 2.1 is de uitwerking met betrekking tot voornoemde onderzoeksvraag opgenomen. TABEL 2.1: afbakening onderzoeksgebied Vraag
Bronnen
Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? Adres
Wandelbos Groenendaal
Dichtstbijzijnde adres
Burgemeester van Rappardlaan 1
Plaats
Heemstede
Gemeente
Heemstede
Provincie
Noord-Holland
RD-coördinaten
Omschrijving: globaal middelpunt onderzoekslocatie X: 102.349
Kadastraal
Kadaster / BAG-viewer / www.gpscoördinaten.nl
Y: 484.050
Gemeente
Heemstede
Sectie
B
Nummer
10522
Hoogte maaiveld
Circa 17 m + NAP
Dinoloket
Oppervlakte
Circa 70 m²
Afbakening VO
25 meter buiten kadastrale grenzen
Kadaster / Google Maps
Afbakening voldoende
Ja
1908M913/JHA/rap1 Pagina 5 van 15
2.3
POTENTIELE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING
Vraag: Is sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn de verdachte parameters? In tabel 2.2 is de uitwerking met betrekking tot voornoemde onderzoeksvraag opgenomen. TABEL 2.2: potentiële bronnen van bodemverontreiniging Vraag
Bronnen
Huidig gebruik
De locatie is momenteel in gebruik als wandelbos en betreft braakliggend terrein. Potentiële bronnen aanwezig?
Voormalig gebruik
Nee
Google Maps / Topotijdreis / Informatie opdrachtgever
De onderzoekslocatie is gelegen op een heuvel in het Wandelbos Groenendaal te Heemstede. Omstreeks 1839 is ter plaatse van de onderzoekslocatie een uitkijktoren, genaamd de Belvedère, gebouwd. De toren is vervolgens in verval geraakt en is in 1965 gesloopt. Potentiële bronnen aanwezig?
Nee
Voor zover bekend hebben geen tanks gelegen op het terrein. De locatie betreft geen (voormalige) stortplaats. Toekomstig gebruik
Herbouw uitkijktoren Belvedère
Conclusie van potentiele bronnen
Op de locatie zijn geen potentiële bronnen van bodemverontreiniging aanwezig.
2.4
BODEMKWALITEIT EN ASBEST
Vraag: Is de bodem asbestverdacht? Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? In tabel 2.3 is de uitwerking met betrekking tot voornoemde onderzoeksvraag opgenomen. TABEL 2.3: bodemkwaliteit en asbest Vraag Asbest
Bronnen Er is geen informatie beschikbaar over de aanwezigheid van asbest in de bodem.
Topotijdreis / BAG-viewer
In de bodem kan sprake zijn van een (puin)bijmenging. Indien hiervan sprake is dient de bodem als verdacht te worden aangemerkt op het voorkomen van asbest. De gradatie van het puin is hierin niet doorslaggevend. Bodemkwaliteit
Conclusie bodemkwaliteit en asbest
Gebiedsspecifieke toepassingskaart
AW2000
Generieke toepassingskaart boven- en ondergrond
AW2000
Ontgravingskaart boven- en ondergrond
AW2000
Nota bodembeheer regio IJmond & ZuidKennemerland
Op de locatie is geen informatie beschikbaar over de aanwezigheid van asbest in de bodem. De bodem is naar verwachting niet tot licht verontreinigd.
1908M913/JHA/rap1 Pagina 6 van 15
2.5
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE
Vraag: Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? In bijlage 2.3 is kaartmateriaal van de periode 1951 – 2018 opgenomen. In tabel 2.4 is de uitwerking met betrekking tot voornoemde onderzoeksvraag opgenomen. TABEL 2.4: Bodemopbouw en geohydrologie Vraag
Bronnen
Bodemopbouw
Circa 0,0 - 2,0 m-mv
Zand
Grondwater (lokaal)
Grondwaterstand freatisch
>5m
Een eenduidige stromingsrichting van het grondwater is niet bekend.
Dinoloket / Hoogheemraadschap van Rijnland / Provincie Noord-Holland
Voor zover bekend wordt het grondwater op en in de nabijheid van de onderzoekslocatie niet beïnvloed door menselijk handelen. De onderzoekslocatie is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied. Bodemvreemde lagen
In de bodem kan sprake zijn van een (puin)bijmenging. Indien hiervan sprake is dient de bodem als verdacht te worden aangemerkt op het voorkomen van asbest. De gradatie van het puin is hierin niet doorslaggevend.
Conclusie ten aanzien van vigerend bodemonderzoek
Ter plaatse van de locatie worden geen bijzonderheden verwacht met betrekking tot de bodemopbouw en geohydrologie.
2.6
Google Earth / Topotijdreis
BEINVLOEDING
Vraag: Is sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? In tabel 2.5 is de uitwerking met betrekking tot voornoemde onderzoeksvraag opgenomen. TABEL 2.5: beïnvloeding Vraag
Bronnen
Beïnvloeding
Er wordt op basis van de beschikbare informatie geen beïnvloeding vanuit de omgeving verwacht. De onderzoekslocatie is gelegen op een heuvel in het Wandelbos Groenendaal te Heemstede, derhalve bevindt de grondwarstand bevindt zich dieper dan 5 m-mv
conclusie
Naar verwachting hebben de activiteiten op de omliggende percelen de chemische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie niet negatief beïnvloed.
Bodemloket / Uittreksel bodeminformatie Omgevingsdienst IJmond
1908M913/JHA/rap1 Pagina 7 van 15
2.7
BODEMVERONTREINIGING
Vraag: Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? In tabel 2.6 is de uitwerking met betrekking tot voornoemde onderzoeksvraag opgenomen. TABEL 2.6: bodemverontreiniging Vraag
Bronnen
Zijn er in het verleden milieukundige bodemonderzoeken verricht op de onderzoekslocatie of in de nabije omgeving? In het verleden is voor zover bekend nog geen eerder milieukundig bodemonderzoek verricht op de locatie of in de nabije omgeving hiervan. In het uittreksel bodeminformatie van de Omgevingsdienst IJmond zijn geen gegevens bekend.
Bodemloket / Uittreksel bodeminformatie Omgevingsdienst IJmond
Conclusie Op de locatie is nog geen eerder milieukundig bodemonderzoek verricht. Op de locatie is geen vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
2.8
TERREINVERKENNING
De terreinverkenning heeft tot doel om te controleren of de gedocumenteerde informatie overeenkomt met de daadwerkelijke situatie ter plaatse en deze aan te vullen met relevante waarnemingen. De terreinverkenning is op 18-09-2019 uitgevoerd. Op basis van de terreinverkenning blijkt het navolgende: -
Er zijn geen bijzonderheden waargenomen die kunnen duiden op een mogelijke verontreiniging van de bodem. Er zijn geen bijzonderheden waargenomen die van invloed kunnen zijn op het uit te voeren bodemonderzoek.
Naar aanleiding van de terreinverkenning hebben zich geen wijzigingen voorgedaan ten opzichte van de reeds verkregen gegevens uit het vooronderzoek. Ter illustratie is in bijlage 2.2 een fotoreportage opgenomen.
1908M913/JHA/rap1 Pagina 8 van 15
2.9
BEOORDELING
Vraag: Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Het vooronderzoek is beoordeeld op afwijkingen ten opzichte van de NEN 5725;2017. Indien er sprake is van afwijkingen zijn deze omschreven en is de reden van afwijking aangegeven. Beoordeeld is in hoeverre de afwijking gevolgen heeft op de betrouwbaarheid en in hoeverre er sprake is van beperkingen in relatie tot de onderzoeksvragen. Vervolgens is beoordeeld in hoeverre de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, op basis van de resultaten van het vooronderzoek, afdoende bekend is, of in hoeverre bodemonderzoek noodzakelijk is. In tabel 2.7 is de uitwerking met betrekking tot voornoemde onderzoeksvraag opgenomen. TABEL 2.7: beoordeling Vraag Zijn er afwijkingen opgetreden ten opzichte van de NEN 5725;2017 Ten opzichte van de NEN 5725:2017 zijn geen afwijkingen opgetreden. Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Onvoldoende
2.10
De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is niet afdoende bekend, op de locatie is nog geen eerder milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd.
CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING
Vraag: Welke hypothese is van toepassing? Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn conclusies getrokken over de verwachting van de milieuhygiënische bodemkwaliteit en de aanwezige verontreinigende stoffen. Op basis van de getrokken conclusie is een hypothese geformuleerd. De hypothese betreft voor elke (deel)locatie, in zowel het horizontale als het verticale vlak, de verwachting met betrekking tot de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Bij het vervolgonderzoek, zie hoofdstuk 3, dient de hypothesestelling als basis voor de onderzoeksstrategieën uit de desbetreffende normdocumenten. De hypothese en strategie zijn complementair aan elkaar. TABEL 2.8: conclusie en hypothese Vraag Onderzoekslocatie
Uitkijktoren Belvedère Wandelbos Groenendaal te Heemstede
Oppervlakte
Circa 70 m²
Conclusie
Grond
Onverdacht
Grondwater
Grondwaterstand > 5 m-mv
NEN 5740
Onverdacht
Hypothese
1908M913/JHA/rap1 Pagina 9 van 15
3.
VERKENNEND BODEMONDERZOEK
3.1
ONDERZOEKSSTRATEGIE
De onderzoeksstrategie is gebaseerd op de hypothese zoals deze is vastgesteld op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek, zie hoofdstuk 2. De onderzoeksstrategie is aangegeven in tabel 3.1. TABEL 3.1: onderzoeksstrategie Onderzoeksaspect
Onderzoeksstrategie
Oppervlakte
Algemene bodemkwaliteit
NEN 5740; onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL)
Circa 70 m²
3.2
UITVOERING VELDONDERZOEK
Een samenvatting van de tijdens het veldonderzoek uitgevoerde werkzaamheden is opgenomen in de navolgende tabel. De posities van de genoemde meetpunten zijn weergegeven op de situatietekening die in bijlage 3 is opgenomen. TABEL 3.2: samenvatting veldonderzoek Uitvoeringsperiode
18-09-2019
Uitvoerende partij
VeldXpert
BRL SIKB / VKB protocol
BRL SIKB 2000 VKB protocol 2001
Onderzoeksaspect
Meetpunten Type
Codering Diepte [m-mv]
Algemene bodemkwaliteit Boring* 2,0 01, 02, 03 * De grondwaterstand bevindt zich dieper dan 5,0 m-mv, derhalve is het plaatsen van een peilbuis achterwege gebleven. De boring met peilbuis is vervangen door een boring tot 2,0 m-mv.
Uitvoeringswijze Tijdens het veldonderzoek is niet afgeweken van de beoordelingsrichtlijn. Het veldverslag met daarin de gegevens van het veldwerkbureau en de namen van de veldwerkers is opgenomen in bijlage 4. Het procescertificaat en het hierbij behorende keurmerk zijn van toepassing op de activiteiten met betrekking tot het veldonderzoek en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie aan een erkend laboratorium of aan de opdrachtgever. Uit oogpunt van onafhankelijkheid verklaart IDDS geen eigenaar te zijn, of in de nabije toekomst te worden, van het terrein waarop het bodemonderzoek en de advisering betrekking heeft. Tijdens het verrichten van het veldonderzoek is de bodem zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen en is de bodemopbouw beschreven. Bodemopbouw Per meetpunt is de texturele, minerale en organische samenstelling van de bodem nauwkeurig beschreven. Op basis van deze beschrijving is per meetpunt een boorstaat vervaardigd. De boorstaten zijn opgenomen in bijlage 5. De globale opbouw van de bodem ter plaatse van de gehele onderzoekslocatie, gebaseerd op uitgevoerde boringen, bestaat vanaf het maaiveld tot de geboorde diepte van 2,0 m-mv, uit matig fijn zand.
1908M913/JHA/rap1 Pagina 10 van 15