CConstaterende datHeemstede
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Notitie `beoordeling mer-plicht Omgevingsvisie gemeente Heemstede¿.pdf

Gemeenteraad 22 mei 2025, gemeente HeemstedeBij agendapunt: 5: Ontwerp-Omgevingsvisie Heemstede 2040 vrijgeven voor inspraak3.573 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notitie mer-plicht Omgevingsvisie Gemeente Heemstede Contactpersoon

Marieke van der Linde

Datum

11 December 2024

Kenmerk

N001-1298975-LVM-V01

1 Inleiding TAUW heeft van de gemeente Heemstede de opdracht gekregen om een adviesnotitie te schrijven over de mer-plicht voor de omgevingsvisie. Dit advies is gebaseerd op de visie-ophoofdlijnen van 3 juli 2024. De notitie maakt deel uit van de procedure die de gemeente Heemstede volgt om een omgevingsvisie op te stellen. Deze notitie bestaat uit vier hoofdhoofdstukken die de mer-plicht voor de omgevingsvisie van de gemeente Heemstede uiteenzetten. Hoofdstuk 2 legt uit wanneer een mer-plicht van toepassing is en op welke aspecten de toetsing plaatsvindt. Hoofdstuk 3 beschrijft de toetsing aan de mer-plicht. Daarbij wordt gekeken naar de kaderstellendheid van het plan, de noodzaak van een passende beoordeling, en de toepasbaarheid van de kleine wijzigingen- of gebiedenregeling. In het vierde hoofdstuk wordt de conclusie getrokken of er een mer-plicht geldt voor de omgevingsvisie Heemstede. Daarnaast wordt een advies gegeven over het opstellen van een plan-merbeoordeling en een passende beoordeling.

2 Wanneer geldt een mer-plicht? Dit hoofdstuk beschrijft onder welke omstandigheden een mer-plicht van toepassing is. Het gaat in op de betekenis van een omgevingsvisie, de rol van een milieueffectrapportage (MER), en de voorwaarden waaronder een mer-plicht geldt. Daarnaast volgt een toelichting op de kleine wijzigingen- en kleine gebiedenregeling.

2.1

Waarom een omgevingsvisie?

Het opstellen van een omgevingsvisie wordt verplicht gesteld door de nieuwe Omgevingswet, welke op 1 januari 2024 is ingegaan. De omgevingsvisie een van de kerninstrumenten van de Omgevingswet. Het is een integrale visie voor de fysieke leefomgeving die het Rijk, de provincie en gemeenten opstellen voor hun hele grondgebied. Een omgevingsvisie is een wettelijk voorgeschreven plan en daardoor mogelijk mer-plichtig1.

2.2

Wat is een mer?

Een milieueffectrapportage (mer) is de procedure waarbinnen een milieueffectrapport (MER) wordt opgesteld. Een mer brengt de milieueffecten van een plan of project in beeld, om het milieu een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming. Het MER bevat de resultaten van het

1

De Omgevingswet, artikel 16.34

Kenmerk

N001-1298975-LVM-V01

onderzoek naar de (milieu)effecten binnen een mer. De toevoeging ‘plan’ (planMER) wil zeggen dat het om een MER voor een strategisch beleidsplan gaat, zoals een omgevingsvisie. Het PlanMER onderzoekt de milieueffecten op hoofdlijnen, passend bij het abstractieniveau van het besluit (de omgevingsvisie).

2.3

Wanneer geldt een mer-plicht?

Op grond van artikel 16.36 lid 1 en 2 van de Omgevingswet is het opstellen van een planMER verplicht voor: • •

Plannen of programma’s die het kader vormen voor mer-(beoordelings)plichtige besluiten over mer(-beoordelings) plichtige projecten2, of; Plannen of programma’s waarvoor op grond van artikel 16.53c van de Omgevingswet een passende beoordeling moet worden gemaakt3.

2.3.1

Wanneer is een plan kaderstellend?

Een plan is kaderstellend als het criteria of modaliteiten bevat voor de goedkeuring of uitvoering van projecten door het bevoegd gezag, dat uiteindelijk toestemming moet geven voor een project. Een 'kader' moet concreet genoeg zijn en is in zekere mate bindend voor een later besluit. Dit later te nemen besluit moet mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. In de Omgevingswet geldt dit voor projecten die zijn opgenomen in bijlage V van het Omgevingsbesluit, evenals andere projecten met aanzienlijke milieueffecten die niet in bijlage V staan4. 2.3.2 Wanneer moet er een passende beoordeling opgesteld worden? Een passende beoordeling (eerder volgens de Wet natuurbescherming nu volgens de Omgevingswet) is nodig als significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden niet op voorhand kunnen worden uitgesloten. Om significante effecten op Natura 2000-gebieden uit te kunnen sluiten, is het gebruikelijk om een ecologische voortoets op te stellen. Dit is echter niet verplicht. Voor een plan of een project als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de habitatrichtlijn maakt het bestuursorgaan dat het plan vaststelt, de aanvrager van de betrokken omgevingsvergunning, of het bevoegd gezag voor het projectbesluit een passende beoordeling als bedoeld in artikel 6, derde lid, van die richtlijn, van de gevolgen voor het Natura 2000-gebied.

In afwijking van het eerste lid hoeft geen passende beoordeling te worden gemaakt, als: • Het plan of het project een herhaling of voortzetting is van een ander plan of project, of; • Het plan deel uitmaakt van een ander plan, mits voor dat andere plan of project een passende beoordeling is gemaakt en een nieuwe passende beoordeling redelijkerwijs geen nieuwe gegevens en inzichten kan opleveren over de significante gevolgen van dat plan of project.

2

Het Omgevingsbesluit, bijlage V, kolom 1.

3

De Omgevingswet, artikel 16.53c.

4

Informatiepunt Leefomgeving, pagina Plannen en programma's en de milieueffectrapportage. Geraadpleegd op 18

november 2024 van www.iplo.nl/regelgeving/instrumenten/milieueffectrapportage/plannen-programmamilieueffectrapportage.

2/11

Kenmerk

2.4

N001-1298975-LVM-V01

Wat is de kleine wijzigingen- en kleine gebiedenregeling?

In sommige gevallen mag voor een plan of programma eerst een plan-mer-beoordeling worden uitgevoerd, in plaats van dat er direct een PlanMER moet worden opgesteld. Dit is mogelijk wanneer het plan of programma kaderstellend is voor projecten uit bijlage V van het Omgevingsbesluit, en deze projecten waarvoor het plan een kader vormt niet boven de drempelwaarden van kolom 2 van bijlage V uit het Omgevingsbesluit komen. In dat geval kan een mer-beoordeling uitgevoerd worden als: • Het plan een kleine wijziging van een bestaand plan of programma is (ook wel kleine •

wijzigingenregeling genoemd), of; Het plan gaat over een klein gebied op lokaal niveau én als voor dat plan of programma een bestuursorgaan van een gemeente het bevoegd gezag is (ook wel kleine gebiedenregeling genoemd)5.

Het is aan het bevoegd gezag om te bepalen of één van deze kenmerken (kleine wijzigingen- of kleine gebiedenregeling) van toepassing is, en dus of er een plan-mer-beoordeling mag worden opgesteld6. Dit kan voor het bevoegd gezag interessant zijn, omdat het hen de mogelijkheid biedt om sneller en kostenefficiënter te werken. Het uitvoeren van deze plan-mer-beoordeling is niet verplicht. De gemeente mag ook meteen een planMER opstellen zonder eerst een plan-merbeoordeling uit te voeren.

“Het Hof is van oordeel dat de term “kleine gebieden” betekent dat de omvang van het gebied gering moet zijn moet vergeleken met het grondgebied van de desbetreffende lokale instantie. Het gaat bij die omvang zuiver om een kwantitatief criterium, namelijk de oppervlakte van het gebied waarop het plan of programma betrekking heeft, ongeacht de milieueffecten. Het Hof maakt niet in algemene zin duidelijk hoe gering het gebied moet zijn. In de (twee) uitspraken waarin de Afdeling zich eerder over de kleine gebiedenregeling heeft uitgelaten, heeft de Afdeling dat evenmin gedaan. In de N65-uitspraak doet de Afdeling dat deels wel. Uit de overwegingen van de Afdeling kan worden afgeleid dat wanneer een bestemmingsplan niet meer dan 1% van het grondgebied van de gemeente omvat, dat plan betrekking heeft op een klein gebied.”

2.4.1

Wanneer is de kleine gebiedenregeling van toepassing?

De Raad van State heeft in 2016 uitspraak gedaan over de reikwijdte van de kleine gebiedenregeling, waarbij zij aangeven dat zij uitgaan van maximaal 1% van het grondgebied van de gemeente. Marcel Soppe van Soppe Gundelach advocaten beschrijft dit in de blog ‘Raad van

5

Informatie Leefomgeving, pagina Plan-mer-beoordeling. Geraadpleegd op 18 november 2024 van www.iplo.nl/

regelgeving/instrumenten/milieueffectrapportage/plan-mer-beoordeling 6

Informatiepunt Leefomgeving (helpdesk IPLO), geraadpleegd op 19 november 2024, reactie ontvangen op 20

november 2024.

3/11

Kenmerk

N001-1298975-LVM-V01

State verschaft belangrijke inzichten in toepassing mer-regelgeving in N65-uitspraak’7 (zie tekstvak). Advocaat-generaal Kokott noemt echter een oppervlakte van ten hoogste 5% van het gebied dat binnen het lokale bestuursniveau valt als richtcijfer voor de kleine gebiedenregeling8. 2.4.2

Kan de kleine gebiedenregeling toegepast worden bij een passende beoordeling?

Ook wanneer een passende beoordeling moet worden opgesteld, omdat significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden op voorhand niet kunnen worden uitgesloten, kan de kleine gebiedenregeling worden toegepast9. Als uit de passende beoordeling blijkt dat er geen significant negatieve gevolgen zijn, en er ook anderszins geen aanzienlijke gevolgen voor het milieu zijn, is een planMER niet verplicht. Wanneer uit een passende beoordeling blijkt dat er significante negatieve gevolgen zijn, of wanneer op voorhand duidelijk is dat het plan of programma aanzienlijke gevolgen heeft voor het milieu, dan ligt het voor de hand om de stap van plan-merbeoordeling over te slaan en direct een planMER op te starten.

2.5

Samenvattend figuur

In Figuur 2.1 wordt samengevat wanneer een mer-plicht voor een omgevingsvisie van toepassing is. Om te bepalen of er een mer-plicht geldt voor de omgevingsvisie Heemstede wordt er in deze notitie naar drie aspecten gekeken: • De kaderstellendheid van het plan; • De noodzaak van een passende beoordeling; •

7

De toepasbaarheid van de kleine wijzigingen- en/of kleine gebiedenregeling.

Marcel Soppe, blog Raad van State verschaft belangrijke inzichten in toepassing mer-regelgeving in N65-uitspraak.

Van blog-marcel-soppe-raad-van-state-verschaft-belangrijke-inzichten-in-toepassing-mer-regelgeving-in-n65uitspraak.pdf 8

M.A.A. Soppe en T. Rötscheid, artikel Meer mer-beoordelingen onder de Omgevingswet: wat verandert er wel en

wat niet? Van www.rnmw.nl/ons-kantoor/publicaties/artikelen/meer-mer-beoordelingen-onder-de-omgevinsgwet-watverandert-er-wel-en-wat-niet. 9

De smb-richtlijn, artikel 3, lid 3.

4/11

Kenmerk

N001-1298975-LVM-V01

Figuur 2.1 Mer-plicht omgevingsvisie

3 Toetsing aan de mer-plicht Dit hoofdstuk geeft allereerst een korte toelichting op de omgevingsvisie van de gemeente Heemstede. Daarnaast wordt de toetsing aan de mer-plicht beschreven. Daarbij wordt gekeken naar de kaderstellendheid van de omgevingsvisie, de noodzaak van een passende beoordeling, en de toepasbaarheid van de kleine wijzigingen- of gebiedenregeling.

3.1

Omgevingsvisie gemeente Heemstede

De gemeente werkt in verschillende fases toe naar de omgevingsvisie. De eerste fase, de analyse van bestaand (sectoraal) beleid, is al afgerond. Fase 2, waarin de visie-op-hoofdlijnen met de gewenste ontwikkelrichting voor de gemeente wordt opgesteld, is eveneens afgerond. Op dit moment bevindt de gemeente zich in fase 3, waarin de omgevingsvisie wordt vastgesteld. De visie-op-hoofdlijnen vormt de basis voor deze omgevingsvisie. In de visie-op-hoofdlijnen wordt op hoofdlijnen de gewenste ontwikkelrichting voor de fysieke leefomgeving van Heemstede tot 2040 beschreven. Dit gebeurt aan de hand van vijf ontwikkellijnen voor de fysieke leefomgeving tot 2040: • We behouden en versterken onze waardevolle landschapsstructuur; • •

We bieden ruimte voor duurzame ontwikkeling van woon- en werkruimte voor onze inwoners; Heemstede is regionaal bereikbaar, lokaal leefbaar;

5/11

Kenmerk

• •

N001-1298975-LVM-V01

We maken ons voorzieningennetwerk en onze bedrijfslocaties toekomstbestendig; Klimaat en duurzaamheid zijn leidend bij de inrichting van een gezonde en veilige leefomgeving.

3.2

Is de omgevingsvisie kaderstellend?

Allereerst is onderzocht of de omgevingsvisie voor de gemeente Heemstede een kader vormt voor mer-(beoordelings)plichtige besluiten over mer(-beoordelings)plichtige projecten. Om dit te toetsen zijn de verschillende voorgestelde ontwikkelingen uit de visie-op-hoofdlijnen getoetst aan bijlage V van het Omgevingsbesluit. Voorgestelde ontwikkelingen in de visie-op-

Kolom bijlage V

Gevallen waarin de mer-

hoofdlijnen

Omgevingsbesluit

plicht10 of merbeoordelingsplicht11 geldt

Realiseren van woningen door:

J11: Stedelijk

Mer-beoordelingsplicht:

•

Te verdichten in bestaand bebouwd gebied.

ontwikkelingsproject met

Aanleg, wijziging of uitbreiding.

Inbreiding gaat voor uitbreiding. Dit betekent

inbegrip van de bouw

(Besluit: het omgevingsplan).

dat er hoger gebouwd wordt in het bebouwd

van winkelcentra en de

gebied. De ruimtelijke inpasbaarheid wordt

aanleg van

leidend.

parkeerterreinen.

•

De woningvoorraad uit te breiden op locatie Kennemerduin.

•

Het Manpadslaangebied integraal te ontwikkelen.

•

Het gebied ’t Groot Clooster (inclusief Havenkwartier) integraal te ontwikkelen.

•

De stationsomgeving te onderzoeken als potentiële ontwikkellocatie voor de lange termijn, waar mobiliteit, wonen, werken en voorzieningen worden samengebracht.

•

Tijdelijke woningen te realiseren voor diverse doelgroepen.

Oplossen knelpunten in de doorstroming op het

De omgevingsvisie is

(boven)regionale wegennet, waaronder de N201

niet kaderstellend, de

(wordt samen met de provincie NH en de MRA tot

plannen zijn vastgelegd

uitvoering gebracht).

in bovenlokale

N.v.t.

(mobiliteits-) visies Versterken oost-west OV-verbinding. Een directe

De omgevingsvisie is

verbinding tussen IC-station Heemstede-

niet kaderstellend, de

Aerdenhout en de OV-hub (Bus Rapid Transit)

plannen zijn vastgelegd

Haarlem Nieuw Zuid maakt hier deel van uit (in

in bovenlokale

N.v.t.

(mobiliteits-) visies

10

De Omgevingswet, artikel 16.43, eerste lid, aanhef en onder a.

11

De Omgevingswet, artikel 16.43, eerste lid, aanhef en onder b.

6/11

Kenmerk

N001-1298975-LVM-V01

Voorgestelde ontwikkelingen in de visie-op-

Kolom bijlage V

Gevallen waarin de mer-

hoofdlijnen

Omgevingsbesluit

plicht10 of merbeoordelingsplicht11 geldt

samenwerking met de regio Zuid-Kennemerland en de provincie NH). Clusteren reguliere bedrijvigheid op bestaande

J11: Stedelijk

Mer-beoordelingsplicht:

bedrijventerreinen (Cruquiusweg/ Nijverheidsweg

ontwikkelingsproject met

Aanleg, wijziging of uitbreiding.

en langs de Leidsevaart) en in winkelgebieden

inbegrip van de bouw

(Besluit: het omgevingsplan).

(Raadhuisstraat/Binnenweg, Zandvoortselaan-

van winkelcentra en de

west en Jan van Goyenstraat). Bieden van ruimte

aanleg van

aan randen van bestaande winkelgebieden

parkeerterreinen.

wanneer nodig. Positief staan tegenover de transformatie van

J11: Stedelijk

Mer-beoordelingsplicht:

(kleine) bedrijfslocaties naar woningen.

ontwikkelingsproject met

Aanleg, wijziging of uitbreiding.

inbegrip van de bouw

(Besluit: het omgevingsplan).

van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen. Onderzoeken ambitie voor het aanleggen van een

J9: Buisleiding voor

Mer-beoordelingsplicht:

collectief warmtenetwerk.

warm water

Aanleg, wijziging of uitbreiding. (Besluit: vergunning op grond van artikel 94 of 95 van het Mijnbouwbesluit, omgevingsplan of omgevingsvergunning voor een wateractiviteit).

3.2.1

Overige ontwikkelingen Omgevingsvisie

Onderstaande ontwikkelingen en principes zijn eveneens onderdeel van de visie-op-hoofdlijnen. De ontwikkelingen zijn niet direct mer-(beoordelings-)plichtig, maar zijn wel bepalend voor de voorgenomen ontwikkelrichtingen. •

Bij het maken van keuzes voor de ontwikkelrichting moet de historische landschapsstructuur herkenbaar blijven;

• •

Flexibel omgaan met de parkeernormen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen; Toepassen van meer gedifferentieerde en flexibele parkeernormen en slimme (parkeer)oplossingen toe bij ruimtelijke ontwikkelingen om zo meer woningen in bestaand

• • •

bebouwd gebied mogelijk te maken; Het sportpark Groenendaal (inclusief zwembad) blijft haar huidige functie vervullen als kernlocatie voor sport en beweging; Versterken van het fiets- en wandelnetwerk; Toevoegen van nieuwe schakels in voorzieningenstructuur (sport, gezondheid, maatschappelijke voorzieningen, zorg en welzijn);

7/11

Kenmerk

N001-1298975-LVM-V01

•

Bieden van ruimte aan gemengde woon-werkgebieden aan de randen van het centrum en de omliggende wijken;

• •

Faciliteren van het ‘niet nieuwe werken’ door het werken aan huis en in gemengde gebieden te stimuleren; Kiezen voor extensieve recreatie en kleinschalige evenementen, die passen bij het groene en

•

dorpse karakter van Heemstede. Niet kiezen voor een recreatieve en toeristische ontwikkeling of het faciliteren van grootschalige trekpleisters en evenementen; Bij toekomstige ontwikkelingen uitgaan van het principe ‘water en bodem sturend’;

• •

Ecologische oplossingen hebben de voorkeur boven puur technische oplossingen; De opgaven op het gebied van duurzaamheid, klimaat, energie, veiligheid en leefbaarheid integraal oppakken, met een gebiedsgerichte wijkaanpak;

•

Als moet worden gekozen tussen het behoud van groen of bijvoorbeeld het behoud van parkeerplaatsen in de wijk, dan kiest de gemeente voor het behoud van groen; Opgaven voor klimaatadaptatie en energietransitie worden gerealiseerd in bestaand bebouwd

•

gebied; Belang hechten aan ruimte voor experimenten met het toepassen van nieuwe technologieën en innovaties op het gebied van verduurzaming (klimaat en energie) en een gezonde en

•

veilige leefomgeving. 3.2.2

Deel conclusie

Op basis van de toetsing van de visie-op-hoofdlijnen aan bijlage V van het Omgevingsbesluit kan geconcludeerd worden dat de Omgevingsvisie voor de gemeente Heemstede kaderstellend is aangezien het plan een kader vormt voor mer-beoordelingsplichtige besluiten over merbeoordelingsplichtige projecten.

3.3

Is er een noodzaak voor een passende beoordeling?

Het Natura 2000-gebied ‘Kennemerland-Zuid’ ligt gedeeltelijk in de gemeente Heemstede (zie figuur 3.1). Kennemerland-Zuid is een uitgestrekt, reliëfrijk en landschappelijk afwisselend duingebied aan de westkant van Heemstede, dat grotendeels bestaat uit kalkrijke duinen. Het Natura 2000-gebied is gevoelig voor stikstof12. Op basis van de verwachte ontwikkelingen volgens de visie-op-hoofdlijnen (zie vorige paragraaf, tabel en opsomming) kan niet op voorhand worden uitgesloten dat er significant negatieve effecten zijn op het Natura 2000-gebied ‘KennemerlandZuid’.

12

Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, pagina Kennemerland-Zuid. Geraadpleegd op 14

november 2024 van www.natura2000.nl/gebieden/noord-holland/kennemerland-zuid.

8/11

Kenmerk

N001-1298975-LVM-V01

Natura 2000-gebieden

Figuur 3.1 Ligging van Natura 2000-gebied ‘Kennemerland-Zuid’ ten westen van Heemstede. (Bron: Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur)

Aangezien significant negatieve effecten niet uit te sluiten zijn is het nodig om een voortoets uit te voeren. Deze voortoets kan inzicht bieden in de mogelijk significante negatieve gevolgen voor het Natura 2000-gebied. Op basis van een globale analyse kan echter op voorhand al geconcludeerd worden dat in een voortoets significant negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten. Redenen hiervoor zijn de ligging van de gemeente nabij stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden en het abstractieniveau van de toetsing. Mogelijk zijn ook andere type effecten, zoals geluid, verstoring en oppervlakteverlies niet uit te sluiten. Dit betekent dat er, ongeacht het wel of niet opstellen van een voortoets, een passende beoordeling moet worden opgesteld13. De verwachting is dat ook in de passende beoordeling negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten. Echter, de passende beoordeling biedt, in tegenstelling tot de voortoets, de mogelijkheid om in te gaan op mitigerende maatregelen. Deze mogen in een voortoets niet benoemd worden. 3.3.1 Deel conclusie Op basis van bovenstaande analyse kan geconcludeerd worden dat er een passende beoordeling moet worden opgesteld voor de omgevingsvisie.

3.4

Is de kleine wijzigingen- of gebiedenregeling van toepassing?

Aangezien de omgevingsvisie geen kleine wijziging betreft van een bestaand plan of programma is de kleine wijzigingenregeling niet van toepassing. Op basis van de visie-op-hoofdlijnen kan echter niet geconcludeerd worden of de kleine gebiedenregeling van toepassing is aangezien de

13

De Omgevingswet, artikel 16.53c.

9/11

Kenmerk

N001-1298975-LVM-V01

precieze schaal van de opgenomen ambities en ontwikkelingen nog verder uitgewerkt moet worden. De verdere uitwerking van de omgevingsvisie zal meer duidelijkheid moeten geven over de schaal van de ontwikkelingen.

4 Conclusie en advies mer-plicht In dit laatste hoofdstuk volgt een conclusie over de mer-plicht voor de omgevingsvisie Heemstede. Op basis van de voorgaande analyses en toetsingen volgt een advies over de noodzaak van een planMER en een passende beoordeling.

4.1

Geldt er een mer-plicht voor de omgevingsvisie Heemstede?

Om te bepalen of er een mer-plicht geldt voor de omgevingsvisie Heemstede is er in deze notitie naar drie aspecten gekeken: • De kaderstellendheid van het plan; • •

De noodzaak van een passende beoordeling; De toepasbaarheid van de kleine wijzigingen- en/of kleine gebiedenregeling.

Op basis van de toetsing van de visie-op-hoofdlijnen is voor deze drie aspecten het volgende geconcludeerd: • Kaderstellendheid plan: Op basis van de toetsing van de visie-op-hoofdlijnen aan bijlage V van het Omgevingsbesluit kan geconcludeerd worden dat de omgevingsvisie voor de gemeente Heemstede kaderstellend is aangezien het plan een kader vormt voor merbeoordelingsplichtige besluiten over mer-beoordelingsplichtige projecten. •

Passende beoordeling: Op basis van de verwachte ontwikkelingen volgens de visie-ophoofdlijnen van de omgevingsvisie voor de gemeente Heemstede, kan niet op voorhand worden uitgesloten dat er geen significant negatieve effecten zijn op het Natura 2000-gebied ‘Kennemerland-Zuid’. Op basis van een globale analyse kan worden gesteld dat ook in een voortoets negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten. Dit betekent dat er, ongeacht het wel of niet opstellen van een voortoets, een passende beoordeling moet worden

•

opgesteld. Toepasbaarheid kleine wijzingen- en/of kleine gebiedenregeling: Aangezien de omgevingsvisie geen kleine wijziging betreft van een bestaand plan of programma is de kleine wijzigingenregeling niet van toepassing. Op basis van de visie-op-hoofdlijnen kan echter niet geconcludeerd worden of de kleine gebiedenregeling van toepassing is aangezien de precieze schaal van de opgenomen ambities en ontwikkelingen nog verder uitgewerkt moet worden. De verdere uitwerking van de omgevingsvisie zal meer duidelijkheid moeten geven over de schaal van de ontwikkelingen.

Op basis van deze bevindingen kan (nog) niet definitief worden bepaald of er een mer-plicht geldt of dat een plan-mer-beoordeling volstaat. Dit hangt af van de volgende twee punten: • De toepasbaarheid van de kleine gebiedenregeling: Uit de visie-op-hoofdlijnen van de omgevingsvisie voor de gemeente Heemstede kan niet worden opgemaakt of het om kleine gebieden gaat. Als uit de verdere uitwerking van de omgevingsvisie blijkt dat dit het geval is, kan de kleine gebiedenregeling worden toegepast. In dat geval kan de gemeente Heemstede,

10/11

Kenmerk

N001-1298975-LVM-V01

als bevoegd gezag, ervoor kiezen om een plan-mer-beoordeling op te stellen in plaats van een planMER. •

4.2

De uitkomst van de passende beoordeling: Wanneer significante effecten in de passende beoordeling echter niet kunnen worden uitgesloten moet er alsnog een PlanMER worden opgesteld.

Advies

Op basis van de huidige kennis over de voorgestelde ontwikkelingen in de visie-op-hoofdlijnen adviseert TAUW om gelijktijdig een passende beoordeling en een plan-mer-beoordeling voor de omgevingsvisie Heemstede op te stellen. Hoewel de verwachting is dat de kleine gebiedenregeling van toepassing zal zijn, moet dit blijken uit de verdere uitwerking van de omgevingsvisie. Het besluit over het wel of niet toepassen van deze regeling ligt bij het bevoegd gezag. Bij het uitvoeren van een plan-mer-beoordeling dient wel de volgende kanttekening gemaakt te worden: als uit de passende beoordeling blijkt dat significante effecten op Natura 2000-gebieden niet uit te sluiten zijn, of indien uit de plan-mer-beoordeling blijkt dat andere significant negatieve milieueffecten niet uit te sluiten zijn, dan moet alsnog een planMER worden opgesteld.

11/11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.heemstede.nl/api/v1/meetings/2760/documents/40011