Bijlage 3. Nota beantwoording zienswijzen commissie Ruimte 16 mei 2024.pdf
Tekst van het document
BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN
80% VERSIE VISIE OP HOOFDLIJNEN
COMMISSIE RUIMTE 16 MEI 2024
Inleiding Op 16 mei 2024 heeft de commissie Ruimte de 80%-versie van de (Omgevings)visie-op-hoofdlijnen besproken en een zienswijze gegeven. De commissie heeft diverse wensen en aandachtspunten meegegeven aan het college voor de afronding van de 100% versie. In deze notitie worden deze wensen en aandachtspunten uiteengezet en een reactie gegeven. Daar waar de zienswijze aanleiding is geweest om aanpassingen te maken in de visie-op-hoofdlijnen, staat dat aangegeven in de rechterkolom. Zienswijze commissie (conclusie voorzitter) • •
De commissie is overwegend positief over de 80%-versie van de visie-op-hoofdlijnen. Ten aanzien van de ontwikkelrichting met de vijf ontwikkellijnen en de daarbij gemaakte strategische keuzes geeft de commissie het volgende mee: o De visie-op-hoofdlijnen bevat ver strekkende besluiten. De wens is om het stuk in delen te bespreken. o Bij voorkeur een hoger abstractieniveau, waarbij de gebiedsontwikkelingen niet worden benoemd in de Omgevingsvisie o Een aantal (verplichte) onderwerpen van het VNG ‘spiekbriefje Omgevingsvisie’ wordt gemist o Ontwikkellijn 5 ‘Klimaat en verduurzaming zijn leidend bij de inrichting van een gezonde en veilige leefomgeving’ zou als paraplu moeten dienen voor de visie-op-hoofdlijnen. Dit standpunt wordt gedeeld door meerdere fracties. o Aandacht voor duurzaam en flexibel bouwen o Aandacht voor kabels en leidingen in de grond o Nadrukkelijker benoemen van de oost-west OV-verbinding
De commissie Ruimte is bij de 80% versie gevraagd om een zienswijze. Dit betekent dat ten aanzien van de voorgenoemde punten er geen uitspraak kan worden gedaan of er een raadsmeerderheid bestaat voor de gevraagde aanpassingen.
1
Inhoudelijke reactie 80% versie visie-op-hoofdlijnen Buitenom bovenstaande conclusie is nog een aantal specifieke punten benoemd. In het onderstaande schema wordt een inhoudelijke reactie gegeven op bovenstaande zienswijze en de specifieke punten, en wordt aangegeven of de zienswijze heeft geleid tot aanpassingen in de visie-op-hoofdlijnen. De visie-op-hoofdlijnen beschrijft de ontwikkelrichting voor de fysieke leefomgeving van Heemstede richting 2040. Het heeft daarom een abstract karakter. Een aantal gevraagde toevoegingen/aanscherpingen vraagt om een uitwerking op sectoraal niveau of via het omgevingsplan. Daar waar dit het geval is, wordt dit aangegeven in onderstaand schema. Op basis van de beantwoording is het college van mening dat de zienswijzen geen aanleiding geven tot het aanpassen van de ontwikkelrichting en de gemaakte strategische keuzes. Zienswijze
Reactie
Aanpassing in visie-op-hoofdlijnen
Ontwikkellijn 5: Klimaat en duurzaamheid zijn leidend bij de inrichting van een gezonde en veilige leefomgeving
Er bestaat geen prioritering of volgorde tussen de vijf ontwikkellijnen. Het overkoepelende uitgangspunt “duurzaam ontwikkelen” gaat uit van de randvoorwaardelijke klimaatthema’s die in ontwikkellijn 5 staan benoemd. In die zin is van de gevraagde parapluwerking feitelijk al sprake.
Nadere toelichting toegevoegd aan inleiding (p.3) en paragraaf 3.5 (p.14)
We kiezen voor recreatieve ontwikkeling die past bij de identiteit en schaal van Heemstede (zie p.13). Dit betekent dat we inzetten op het beter zichtbaar en beleefbaar maken van ons landschap en landgoederen, en beperkt ruimte bieden voor evenementen. De resultaten van de participatie bevestigen deze keuze.
-
Deze ontwikkellijn zou als paraplu moeten dienen voor de gehele ontwikkelrichting van Heemstede
Ontwikkellijn 4: We maken ons voorzieningennetwerk en bedrijfslocaties toekomstbestendig We zetten in de visie-op-hoofdlijnen in op een bescheiden rol voor recreatie, terwijl hier richting de Metropoolregio Amsterdam (MRA) wel nadruk op wordt
Richting de MRA ligt de nadruk op de spreiding van de recreatieve druk om de natuur- en landschappelijke waarden te beschermen en op het leggen van 2
gelegd. Moeten we dit dan ook niet zo opschrijven?
ecologische en recreatieve verbindingen tussen de verschillende buitengebieden, en niet zo zeer op de vergroting van het recreatieve aandeel van Heemstede in de regio.
Ontwikkellijn 5: Klimaat en duurzaamheid zijn leidend bij de inrichting van een gezonde en veilige leefomgeving
In de visie-op-hoofdlijnen staan structurerende keuzes voor de bovengrond, die van invloed zijn op de ordening in de ondergrond (bijvoorbeeld ‘groen, tenzij’ en ‘ecologische oplossingen boven technische oplossingen’). Zo wordt in het groenbeleidsplan benoemd dat er met verschillende disciplines zal worden gewerkt aan een omgevingsplanuitwerking voor de ondergrond. Het uitgangspunt daarbij is dat we op investeren in de groeiplaats van de bomen, zodat deze minstens 40 of 60 jaar oud kunnen worden. De ruimte van deze groeiplaatsen beschermen we dan ook ondergronds om de groei te kunnen borgen. Daarvoor stellen we beleidsregels op met betrekking tot het plaatsen van kabels en leidingen.
Plan voor kabels en leidingen ontbreekt. Andere thema’s (zoals groen) zouden leidend moeten zijn bij de inrichting van de ondergrond.
Nadere toelichting toegevoegd aan p. 15 (paragraaf 3.5)
Er komt een omgevingsplanuitwerking voor de ondergrond, waarin de ordening van kabels en leidingen en andere ondergrondse voorzieningen wordt geformaliseerd. Ontwikkellijn 3: Heemstede is regionaal bereikbaar, lokaal leefbaar
De ambitie voor een oost-west verbinding OV kan steviger worden aangezet. Ontwikkellijn 3: Heemstede is regionaal bereikbaar, lokaal leefbaar
Het versterken van de oost-west ov-verbinding ligt in lijn met de afgewogen en gezamenlijke (regio Zuid Kennemerland) propositie voor de toekomstige aanbestedingen van de ov-concessies. Zo is een directe verbinding tussen IC station Heemstede-Aerdenhout en de OV-hub Haarlem Nieuw Zuid onderdeel van de propositie alsmede opgenomen in de Bus Rapid Transit (BRT) plannen.
Nadere toelichting toegevoegd aan p. 10 (paragraaf 3.3)
Dit aandachtspunt wordt betrokken bij de uitvoering op sectoraal niveau. In 2025 zal een mobiliteitsvisie Heemstede opgeleverd worden, waarin onder andere een gestandaardiseerde aanpak voor (her)inrichting van wegen, en de
Nadere toelichting toegevoegd aan p. 11 (paragraaf 3.3)
3
Aandacht voor het prioriteren van weggebruikers en relatie met toegankelijkheid in weginrichting.
afwikkeling en prioritering van verkeer in en door Heemstede benoemd wordt. Leefbaarheid, veiligheid, bereikbaarheid en inclusiviteit zijn daarbij leidend. Daarnaast houden we bij herinrichtingsprojecten rekening met het bestaande toegankelijkheidsbeleid.
Algemeen: Gezien de reikwijdte van de strategische keuzes is het wenselijk om de visie-op-hoofdlijnen in delen te bespreken.
Het kenmerk van een Omgevingsvisie is het integrale karakter waarin verschillende (sectorale) belangen en doelen voor de fysieke leefomgeving zijn afgewogen. De ontwikkellijnen en gemaakte strategische keuzes zijn daarom onlosmakelijk met elkaar verbonden en niet op zichzelf te beoordelen (zie p. 3 en 7).
-
De uitwerkingen volgen in sectoraal beleid, gebiedsvisies en/of de omgevingsplannen. Ontwikkellijn 2: We bieden ruimte voor duurzame ontwikkeling van woon- en werkruimte voor onze inwoners Staan we open voor ontwikkelingen (woningen) op bedrijventerreinen?
Buitenom het al ingezette transformatietraject in het Havenkwartier, zetten we in op het behoud van de daarvoor aangewezen bedrijventerreinen (Cruquiusweg en Nijverheidsweg en langs de Leidsevaart (zie p. 12). We vinden het belangrijk dat we als gemeente zorg dragen voor voldoende bedrijfsruimten (evenwichtige toedeling van functies over heel Heemstede). Dit is in lijn met de bedrijventerreinenstrategie die deel gaat uitmaken van de provinciale omgevingsverordening.
-
Voor kleinschalige werklocaties in woongebieden staan we open voor de transformatie naar woningen. Op dit moment onderzoeken we welk type bedrijfslocaties we nodig hebben om ook voor de toekomst voldoende geschikte bedrijfslocaties te hebben. 4
Aan de hand van dit onderzoek bepalen we waar we verder ruimte willen bieden aan de transformatie van (kleinschalige) werklocaties naar woningen (zie p. 12 en 13). Ontwikkellijn 2: We bieden ruimte voor duurzame ontwikkeling van woon- en werkruimte voor onze inwoners Hoe gaan we om met de participatie voor het stationsgebied?
In de visie-op-hoofdlijnen staat beschreven hoe we de toekomstige woningbouwopgave voor Heemstede het hoofd willen bieden. Hierin wordt voorgesteld het stationsgebied aan te wijzen als potentiële ontwikkellocatie (na 2030). Op die manier kunnen we kansen voor dit gebied oppakken en aan elkaar verbinden (zie p. 9).
-
Over dit ambitievraagstuk heeft in het kader van de visie-op-hoofdlijnen al participatie plaats gevonden. Hierop is door 700 inwoners gereageerd. Uit de resultaten blijkt dat de inwoners ons ruimte geven om dit verder te verkennen (zie participatieverslag, bijlage 2 bij het raadsbesluit). Na de Omgevingsvisie wordt een verkenning gestart naar de mogelijkheden en start ook een intensief en uitgebreid participatietraject (op basis van een nog op te stellen participatieplan), net zoals bij andere ontwikkellocaties.
Ontwikkellijn 2: We bieden ruimte voor duurzame ontwikkeling van woon- en werkruimte voor onze inwoners Aandacht voor toekomstbestendigheid van (tijdelijke) woningen – modulair en circulair
De uitgangspunten voor het toevoegen van (tijdelijke) woningen uit de woonvisie zijn onverkort overgenomen in de visie-op-hoofdlijnen (zie p. 9). Overigens is dit ook in lijn met ontwikkellijn 5, waarin klimaatbestendigheid en verduurzaming als randvoorwaarden zijn gesteld.
-
5
Ontwikkellijn 2: We bieden ruimte voor duurzame ontwikkeling van woon- en werkruimte voor onze inwoners
Bouw en bestem flexibel (doorstroming, verschillende doelgroepen, inspelen op de demografische ontwikkelingen). Ontwikkellijn 5: Klimaat en duurzaamheid zijn leidend bij de inrichting van een gezonde en veilige leefomgeving Zet in op collectieve energiesystemen
Een aantal (verplichte) onderwerpen uit het spiekbriefje van de VNG mist in de 80% versie van de visie-op-hoofdlijnen, waaronder: - Het benoemen van maatschappelijke opgaven en de sturingsfilosofie - De 10 verplichte onderwerpen uit de Omgevingswet - De vier milieubeginselen Algemeen:
Voor wat betreft het inspelen op de demografische ontwikkelingen zijn de pijlers uit de Woonvisie leidend.
Nadere toelichting toegevoegd aan p. 9 (paragraaf 3.2)
De mate van flexibiliteit wordt bepaald bij het opstellen van het omgevingsplan. Het is daarbij van belang dat wordt gezocht naar de juiste balans tussen flexibiliteit en rechtszekerheid. De uitgangspunten uit de Omgevingsvisie zijn richtinggevend. Voorbeelden hiervan zijn het opnemen van de gemengde gebieden en flexibiliteit in de overloopgebieden aan de randen van het centrum in de visie-op-hoofdlijnen (zie p.12) Dit zit opgesloten in ontwikkellijn vijf, waarin op de kaart diverse zoekgebieden voor collectieve warmtesystemen worden aangegeven (p.14).
Nadere toelichting toegevoegd aan p. 14 (paragraaf 3.5)
Collectiviteit is ook één van de speerpunten uit het energiepact, wat verder wordt uitgewerkt in de uitrol hiervan. De huidige problematiek rondom netcongestie versterkt de noodzaak voor collectieve oplossingen.
Als bijlage bij deze notitie is een overzicht van de onderwerpen uit het spiekbriefje van de VNG gevoegd met een toelichting op hoe deze onderwerpen zijn verwerkt in de visie-op-hoofdlijnen (fase 2) en/of terugkeren in de definitieve Omgevingsvisie (fase 3).
-
Na fase 2 (wanneer de raad het in september heeft vastgesteld) weten we welke structurerende keuzes er gemaakt zijn. Dit is noodzakelijk voor het
-
6
Milieu effect rapportage moet eerder (in fase 2)
uitvoeren van een MER-beoordeling. Daarom is het logisch om dit nog niet in fase 2 te verwerken. Zo nodig wordt naar aanleiding van de MER-beoordeling in fase 3 een alternatief voorstel opgesteld en ter besluitvorming voorgelegd aan de raad (zie p. 16)
Ontwikkellijn 4: We maken ons voorzieningennetwerk en bedrijfslocaties toekomstbestendig
Sociale componenten worden meegenomen daar waar zij de fysieke leefomgeving raken. Woningen, voorzieningen en de inrichting van de fysieke leefomgeving zijn een middel om de sociale doelstelling (brede welvaart) te bereiken.
Ontwikkellijn 5: Klimaat en duurzaamheid zijn leidend bij de inrichting van een gezonde en veilige leefomgeving De sociale componenten in integrale samenhang (sociale zekerheid, gezondheid en veiligheid) missen in de ontwikkellijnen
Ontwikkellijn 1: We behouden en versterken onze waardevolle landschapsstructuur Ontwikkellijn 2: We bieden ruimte voor duurzame ontwikkeling van woon- en werkruimte voor onze inwoners
-
In de visie-op-hoofdlijnen wordt een concrete doorvertaling gemaakt hoe we in de fysieke leefomgeving een bijdrage willen leveren aan deze sociale doelstelling, door bijvoorbeeld het gevoel van veiligheid, de kwaliteit van de natuurlijke leefomgeving, het onderwijsniveau en de gezondheid te versterken. Dit staat opgenomen in ontwikkellijn 4 en 5 (een dekkend voorzieningennetwerk, tegengaan hittestress, aandachtsgebieden milieukwaliteit, inrichting openbare ruimte met voldoende lantaarnpalen) (p. 12-15) In de visie-op-hoofdlijnen (bijlage 1) is het thema landschap verwerkt in ontwikkellijn 1 (p. 7) en wonen in ontwikkellijn 2 (p. 8-9). Voor zover er dwarsverbanden zijn met andere thema’s zijn deze concreet aangeven in de tekst.
-
De thema’s wonen en landschap zijn niet gekoppeld aan een ontwikkellijn
7
Ontwikkellijn 2: We bieden ruimte voor duurzame ontwikkeling van woon- en werkruimte voor onze inwoners Standpunt dat hoogbouw niet in strijd is met dorps karakter wordt niet gedeeld. Mist de consequenties van hoger bouwen in het stuk.
Als Heemstede een evenredig aandeel in de regionale woningbouwopgave wil realiseren, moeten er jaarlijks 124 woningen worden gebouwd tot 2037. Mede gelet op de keuze om niet in het buitengebied te bouwen en de focus op het bestaand bebouwd gebied te leggen, is de invulling van deze opgave niet realistisch.
-
Willen we als Heemstede toch een acceptabele bijdrage leveren aan de regionale woningbouwopgave, dan moeten we creatief omgaan met ons bestaand bebouwd gebied, bijvoorbeeld door verdichting en hoger bouwen. Om de ruimtelijke kwaliteit te kunnen borgen, is de ruimtelijke inpasbaarheid het kader waaraan wordt getoetst. Dat wil zeggen dat hoger bouwen niet per sé leidt tot hoogbouw (zie p. 8)
Ontwikkellijn 2: We bieden ruimte voor duurzame ontwikkeling van woon- en werkruimte voor onze inwoners De raad bindt zich aan de keuzes van de Omgevingsvisie, terwijl juist besloten is voor ’t Groot Clooster en het Gebied Manpad een aparte gebiedsvisie te maken. Volsta daarom in de Omgevingsvisie met een meer globale insteek en benoem de gebiedsontwikkelingen niet. Analoog hieraan geldt hetzelfde voor de ambitie van het stationsgebied.
Conform het ‘Spiekbriefje Omgevingsvisie’ van de VNG moet de Omgevingsvisie in gaan op de maatschappelijke opgaven die op ons afkomen en hoe deze opgaven een plek krijgen in de fysieke leefomgeving. Daarmee wordt invulling gegeven aan één van de doelen van de Omgevingsvisie: het vergroten van de inzichtelijkheid en voorspelbaarheid van het overheidsoptreden ten aanzien van de fysieke leefomgeving.
Nadere toelichting toegevoegd aan p.9 (paragraaf 3.2)
Ons buitengebied levert een te belangrijke bijdrage aan de biodiversiteit, de landschappelijke belevingswaarde en het klimaatadapatief vermogen om intensief te bebouwen. Daarom realiseren we onze woningbouwopgave door te verdichten in het bestaand bebouwd gebied. Onderdeel van deze verdichtingsstrategie is het opstellen van gebiedsvisies voor locaties waar we een substantiële bijdrage kunnen leveren aan de woningbouwopgave. In deze gebiedsontwikkelingen moeten meerdere maatschappelijke opgaven bij elkaar worden gebracht. Voor het vinden van het optimum tussen deze 8
opgaven wordt een aparte gebiedsvisie opgesteld. De uitgangspunten uit de visie-op-hoofdlijnen zijn daarbij echter richtinggevend (p. 9). Daarom is het logisch om deze gebieden te benoemen in de Omgevingsvisie. De raad stelt t.z.t. de uitgewerkte gebiedsvisies vast. Ontwikkellijn 4: We maken ons voorzieningennetwerk en bedrijfslocaties toekomstbestendig Hier mist de koppeling met het economisch actieplan.
Ontwikkellijn 3: Heemstede is regionaal bereikbaar, lokaal leefbaar Het is goed om de N201-problematiek (doorstroming) in kaart te brengen, maar we moeten ons niet vastleggen op de uitvoering of oplossingen. Ontwikkellijn 5: Klimaat en duurzaamheid zijn leidend bij de inrichting van een gezonde en veilige leefomgeving
Net als bij de sociale onderwerpen worden alleen de aspecten die raken aan de fysieke leefomgeving meegenomen. In de visie-op-hoofdlijnen wordt de concrete doorvertaling gemaakt hoe we de fysieke leefomgeving zo kunnen inrichten dat dit bijdraagt aan de doelen van het economisch actieprogramma. Zo wordt in de visie-op-hoofdlijnen het plan voor de zonering van het centrumgebied ondersteund en op de deelkaart aangegeven, maken we concreet welke bedrijfsclusters we willen behouden en versterken en staan we open voor slimme combinaties van wonen en werken (gemengde gebieden) op bepaalde plekken. In ontwikkellijn 4 staan deze ambities beschreven (p. 12-13).
-
In de visie leggen we ons voor dit specifieke thema alleen vast op het zoeken naar mogelijke oplossingen met de regiopartners. Niet op de oplossingen/uitvoering zelf.
-
De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de Kaderrichtlijn Oppervlaktewater ligt primair bij het Hoogheemraadschap van Rijnland. Voor het behalen van de doelen werkt Rijnland nauw samen met de gemeenten aan zaken als regenwater zoveel als mogelijk vast te houden in de bodem en bij nieuwe bouwontwikkelingen voldoende oppervlaktewater aan te leggen.
Nadere toelichting toegevoegd aan p. 14 (paragraaf 3.5)
9
De keuze ten aanzien van verduurzaming en klimaat wordt gedeeld. Vraagt het niet voldoen aan bijvoorbeeld de Kaderrichtlijn Oppervlaktewater niet ook een strategische keuze?
Bij voorkeur in combinatie met natuurontwikkeling met het oog op goede waterkwaliteit (p.14).Zo kiezen we in de visie-op-hoofdlijnen voor ecologische oplossingen boven technische oplossingen, zoals natuurvriendelijke oevers in plaats van harde beschoeiing en wordt ‘water-en-bodem sturend’ als leidend principe benoemd (p.14).
Bijlage: Verantwoording onderwerpen op basis van wettelijk kader Omgevingswet (‘spiekbriefje’ VNG) Hieronder volgt een beknopt overzicht van de (verplichte) onderwerpen die in de Omgevingsvisie moeten staan, gebaseerd op het spiekbriefje van de VNG (juni 2019). Dit overzicht is van toepassing op volwaardige, vastgestelde Omgevingsvisies voor gemeenten. Vooruitlopend op het vaststellen van de definitieve Omgevingsvisie voor Heemstede (fase 3), wordt in onderstaand overzicht alvast ingegaan op hoe de onderwerpen verwerkt zijn in de visie-op-hoofdlijnen (fase 2). Voor een aantal onderdelen uit dit overzicht geldt dat zij worden uitgewerkt in de uiteindelijke Omgevingsvisie (fase 3). Daar waar dit het geval is, staat dit aangegeven in de rechterkolom.
10
Onderwerp 1. Gelijkstellingsbepaling 2. Sturingsfilosofie (reguleren, regisseren, stimuleren, faciliteren of loslaten)
Wettelijke plicht of keuze Keuze (mits dit speelt in de gemeente) Verplicht, met keuze mogelijkheden
Vragen uit de spiekbrief VNG (juni 2019) Gaat uw gemeente gebruik maken van de gelijksstellingsbepaling? Welke (on)verplichte maatschappelijke opgaven heeft uw gemeente en hoe gaat u daarop sturen?
Welke kernkwaliteiten moet of wil uw gemeente beschermen en hoe gaat u daarop sturen?
Welke rol heeft de gemeente in de realisatie van de doelen uit de Omgevingsvisie en hoe verhoudt deze rol zich tot anderen? 3.
Inhoud Omgevingsvisie
Verplicht, met keuze mogelijkheden
Neemt uw gemeente meer onderwerpen op dan de verplichte 10 onderwerpen (art. 1.2.2 OW)? 10 verplichte onderwerpen: Bouwwerken Infra Water Watersystemen Bodem Lucht Landschappen
Wijze van toepassing visie-op-hoofdlijnen Niet van toepassing. Geldt alleen voor omgevingsvisies die vóór de inwerkingtreding Omgevingswet zijn vastgesteld. Alle verplichte opgaven/onderwerpen (artikel 1.2.2 uit de Omgevingswet) komen terug in de visie-op-hoofdlijnen en later in de Omgevingsvisie (fase 3). Daarnaast komen ook diverse andere maatschappelijke opgaven aan bod, zoals wonen, inpassing van de energietransitie, klimaat en mobiliteit (zie onder 3 in het overzicht). Uitgangspunt is dat de gemeente een faciliterende rol heeft bij de invulling van deze maatschappelijke opgaven. Dit sluit aan bij de missie OW: Samen werken aan een aantrekkelijke leefomgeving, waarin elke inwoner weet wat kan en mag en waar de gemeente faciliteert (projectplan Omgevingsvisie, vastgesteld door de raad in december 2018). Dat neemt niet weg dat de gemeente op onderdelen een regisserende (opstellen gebiedsvisies), een stimulerende (duurzame mobiliteit) of een regulerende (parkeren) rol heeft. De kernkwaliteiten voor Heemstede staan beschreven in hoofdstuk 2 van de visieop-hoofdlijnen. Daarnaast is de identiteit van Heemstede eerder beschreven in fase 1 (Beleidsanalyse Heemstede van A tot Z). In de ontwikkelrichting voor Heemstede bieden we ruimte voor duurzame ontwikkeling, passend bij de maat en schaal van Heemstede.
Bij de keuzes die we maken in de visie-op-hoofdlijnen houden we wel zo veel als mogelijk rekening met de ruimtelijke kwaliteit en de beleefde waarden. In de uiteindelijke Omgevingsvisie (fase 3) wordt een uitvoeringsparagraaf toegevoegd, waarin nader invulling wordt gegeven aan de verdere uitwerking en uitvoering van de Omgevingsvisie, en de rol(len) die de gemeente daarbij kan vervullen. Ja, meer dan 10
11
Natuur Erfgoed Werelderfgoed Welke thema’s die gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving neemt u op in de Omgevingsvisie?
Wat is uw gemeente voornemens aangaande de kwaliteit, het gebruik, beheer en behoud van uw grondgebied?
Is er in de Omgevingsvisie van uw gemeente sprake van tegenstrijdige of meekoppelende voornemens?
4.
De vier milieubeginselen (voorzorgsbeginsel, het beginsel van preventief handelen, het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron bestreden moeten worden en het beginsel dat de vervuiler betaalt)
Verplicht, met keuzemogelijkheden
Hoe gaat uw gemeente deze beginselen opnemen in de Omgevingsvisie
Wonen Werken Mobiliteit Voorzieningen / welzijn Toerisme en recreatie Energie Klimaat Geluid Veiligheid In de Omgevingswet staat een evenwichtige toedeling van opgaven in de fysieke leefomgeving centraal. Deze doelstelling is gericht op het vinden van een goede balans tussen beschermen en benutten (ontwikkelen) van de fysieke leefomgeving. Daarom staat ‘Duurzaam ontwikkelen, kwaliteit behouden’ centraal als ontwikkelrichting voor Heemstede. De toegevoegde waarde van een visie-op-hoofdlijnen (en de Omgevingsvisie) is het maken van strategische keuzes daar waar belangen met elkaar botsen. Met deze strategische keuzes hebben we waar mogelijk de tegenstrijdige voornemens tegen elkaar afgewogen. Daar waar zich koppelkansen voordoen, hebben we deze benoemd en benut. Deze zijn op diverse plekken terug te vinden in de visie-op-hoofdlijnen, zoals het stapelen van ambities bij het stationsgebied. Deze visie-op-hoofdlijnen (en de Omgevingsvisie) zet het bestaande milieubeleid voort (zie p. 15). Op dit moment is er geen sprake van een overschrijding van de wettelijke normen en waarden. Er is geen directe aanleiding tot het nemen van maatregelen. Een nadere toelichting volgt bij de Omgevingsvisie (fase 3).
12
5.
Uitvoering Omgevingsvisie
Verplicht, met keuzemogelijkheden
6.
Monitoring en beschikbaarheidsstelling Gezamenlijke Omgevingsvisie
Verplicht, met keuzemogelijkheden Geen verplichting
8.
Wet voorkeursrecht gemeenten
Verplicht, met keuzemogelijkheden
Gaat uw gemeente de Omgevingsvisie gebruiken als grondslag voor het vestigen van een voorkeursrecht?
9.
Zorgplichten
Verplicht
Hoe gaat uw gemeente rekening houden met de algemene en specifieke zorgplichten uit de Omgevingswet (art. 1.6 en 1.7)? En hoe zorgt uw gemeente voor afstemming met het waterschap voor de zorgplicht voor afvalwater, grondwater en hemelwater? Gaat uw gemeente stimuleren om stedelijke kavelruil te organiseren? Wil uw gemeente afzien van het wettelijke kostenverhaal bij herstructurerings- of transformatieopgaven?
7.
10. Stedelijke kavelruil 11. Afzien van kostenverhaal
Keuze (mits dit speelt in de gemeente) Keuze (mits dit speelt in de gemeente)
Hoe gaat uw gemeente de voornemens uit de Omgevingsvisie realiseren? (al dan niet inzetten instrument ‘programma’s) Welke gegevens moet of wil uw gemeente monitoren? En hoe worden deze beschikbaar gesteld? Gaat uw gemeente een gezamenlijke Omgevingsvisie opstellen met andere bestuursorganen?
12. Gebruiksruimte
Verplicht, met keuzemogelijkheden
Hoe gaat uw gemeente de gebruiksruimte verdelen over maatschappelijke functies, waardoor het maatschappelijk gezien het meest efficiënt is?
13. Plan m.e.r.
Keuze (mits dit speelt in de gemeente)
Gaat uw gemeente voornemens opnemen die leiden tot een m.e.r. (beoordelings)plicht
14. Publieksparticipatie
Verplicht
Hoe geeft uw gemeente invulling aan de verplichte participatiemotivering?
Hiervoor wordt in de uiteindelijke Omgevingsvisie (fase 3) een uitvoeringsparagraaf opgenomen (zie p.16 visie-op-hoofdlijnen). Hiervoor wordt in de uiteindelijke Omgevingsvisie (fase 3) een uitvoeringsparagraaf opgenomen (zie p.16 visie-op-hoofdlijnen). Nee, wel wordt rekening gehouden met de beleidsdocumenten in regionaal verband zijn opgesteld (ontwikkelperspectief en bereikbaarheidsvisie) (zie p. 5) en het beleid van andere bestuursorganen (Rijnland, provincie). Nee. Hiervoor worden in beginsel aparte raadsbesluiten als grondslag gehanteerd. Dit wordt meegenomen in de uitvoeringsparagraaf in de uiteindelijke Omgevingsvisie (fase 3). Hiervoor wordt in de uiteindelijke Omgevingsvisie (fase 3) een uitvoeringsparagraaf opgenomen (zie p.16 visie-op-hoofdlijnen).
Indien dit instrument bij gebiedsontwikkelingen kansrijk blijkt, wordt een voorstel hierover ter besluitvorming aan de raad aangeboden. In het door de raad reeds vastgestelde nota kostenverhaal staat het uitgangspunt opgenomen dat voor alle ontwikkelingen > €10.000 de kosten worden verhaald. Dit wordt meegenomen in de uitvoeringsparagraaf in de uiteindelijke Omgevingsvisie (fase 3). De efficiënte verdeling van de gebruiksruimte over de maatschappelijke functies komt tot uitdrukking in de ordenende principes en strategische keuzes uit de visieop-hoofdlijnen. Deze zijn gericht op het benutten en beschermen van de (kwaliteit van de) fysieke leefomgeving. Na fase 2 (wanneer de raad het in september heeft vastgesteld) weten we welke strategische keuzes er gemaakt zijn. Dit is noodzakelijk voor het uitvoeren van een MER-beoordeling. Daarom is het logisch om dit nog niet in fase 2 te verwerken. Zo nodig wordt naar aanleiding van de MER-beoordeling in fase 3 een alternatief voorstel opgesteld en ter besluitvorming voorgelegd aan de raad (zie p.16) Zie bijlage 2 voor de participatie visie-op-hoofdlijnen. Voor fase 3 (uiteindelijke Omgevingsvisie) volgt een separaat plan van aanpak, inclusief participatie.
13
15. Afstemmingsverplichting 16. Consultatieverplichting
Verplicht, met keuzemogelijkheden Verplicht
17. Monitoring en evaluatie
Verplicht
18. DSO
Verplicht
19. Wet a.r. herindeling
Verplicht
Hoe gaat uw gemeente uitvoering geven aan de afstemmingsverplichting met andere bestuursorganen? Hoe gaat uw gemeente uitvoering geven aan de consultatieverplichting met andere bestuursorganen? Hoe gaat uw gemeente het realiseren van de voornemens uit de Omgevingsvisie monitoren en evalueren? Voldoet de Omgevingsvisie van uw gemeente aan de digitale (en semantische) standaarden van de Omgevingswet? Moet uw gemeente haar Omgevingsvisie opstellen of actualiseren op grond van een herindeling?
Andere bestuursorganen (provincie en het waterschap en buurgemeenten) worden gedurende het hele traject betrokken bij het opstellen van de Omgevingsvisie. Zie hierboven. Hiervoor wordt in de uiteindelijke Omgevingsvisie (fase 3) een uitvoeringsparagraaf opgenomen (zie p.16 visie-op-hoofdlijnen). Voor de uiteindelijke Omgevingsvisie (fase 3) wordt een visiekaart opgesteld (p.16), die ook wordt ontsloten op het DSO. Nee
14