Bijlage 3.5 Gegevens dierbezetting.pdf
Tekst van het document
Herenboeren Heemstede, Cruquiusweg 45A Heemstede, veestapel Bestaande rechten: milieumelding 11 juni 2019, kenmerk A7l10azatwd Deze melding ziet op het houden van 60 stuks melkrundvee (met bijbehorend jongvee). Aangevraagde situatie: 20 zoogkoeien met jongvee (A2.100/A3.100), beweiden 25 vleesvarkens (D3.3.2), scharrelvarkens die beweid worden, alleen een schuilhok ter beschikking in de aanwezige stal. Vanuit de stal zal nauwelijks emissie plaatsvinden. De varkens mesten buiten de stal. Hierdoor zal gier en vaste mest niet bij elkaar komen, waardoor geen ammoniak-emissie. Zie ook bijlage 1 van de ruimtelijke onderbouwing. 249 legkippen (E2.100) 749 vleeskippen (E5.100) Ook de kippen zijn scharrelkippen. Deze worden in de boomgaard gehuisvest, hebben enkel een schuil-/nachthok ter beschikking. Hierdoor beperkte emissies uit de ‘stal’.
Zie onderstaand voor een uitgebreide toelichting op de emissies.
Herenboeren boeren met geringe stikstof-emissie en produceren biologisch Wet natuurbescherming, bescherming Natura-2000
Sinds 2017 zijn een aantal natuurwetten (zoals Flora- en faunawet, Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet) samengevoegd in de Wet natuurbescherming (WNb)1. Deze wet bepaalt o.a. dat projecten die mogelijk een negatief effect zullen hebben op een Natura2000-gebied niet toegestaan zijn. Een negatief effect treedt op bij een stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol/ha/jr. Een negatief effect kan voorkomen worden door intern of extern te salderen. Indien de stikstofuitstoot van een project heel laag is dan kan een ecologische onderbouwing uitkomst bieden. Ter bepaling van de stikstofdepositie wordt gebruik gemaakt van het rekenmodel AERIUS. Dit model berekent bijvoorbeeld stalemissies met behulp van de RAV2-code’s (stalsysteem met diersoort) en verkeersemissies aan de hand van de uitstoot van voertuigen. De emissie worden omgezet naar depositie op dichtstbij gelegen Natura 2000-gebied(en). AERIUS is onvoldoende geëquipeerd om de werkwijze van een Herenboerderij in te kunnen voeren. Immers de ‘huisvestingssystemen’ die op een Herenboerderij gebezigd worden komen niet voor in de RAV. Er is geen sprake van een (regulier) huisvestingsysteem op een Herenboerderij. Hierdoor is er ook geen sprake van vergunningsplicht. Beweiden en aanwenden van mest is vooralsnog vrijgesteld van vergunningsplicht.
In de kamerbrief van 24 april3 wordt een voorstel gedaan voor beperking van de emissie uit de landbouw. Geen van de genoemde maatregelen heeft enig effect op verlaging van de ammoniakemissie uit een Herenboerderij omdat zij niet van toepassing zijn (beperken extern eiwit in voer, water over mest, aanpassen stalsystemen, etc.). Hierdoor voldoet een Herenboerderij reeds aan de gestelde eisen. Beweging Herenboeren
Herenboeren is een groeiende burgerbeweging die aantoont dat de productie van ons dagelijks voedsel anders, beter en bovenal duurzamer kan. Herenboeren hebben daartoe gezamenlijk een Herenboerderij. Een Herenboerderij is een kleinschalige gemengde boerderij die op basis van natuur inclusieve principes voor haar eigen leden voedsel produceert: duurzaam, gezond en smakelijk eten. Er worden geen producten aan derden verkocht. De biologische productiewijze, zoals deze door SKAL wordt gecertificeerd, wordt op een Herenboerderij als ondergrens beschouwd. Een Herenboerderij is niet SKAL gecertificeerd, echter de uitgangspunten zijn vergelijkbaar met, en op onderdelen vooruitstrevender dan, de biologische landbouw; er worden geen kunstmeststoffen of chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt, herstel van bodem en ontwikkeling van natuur staan in de productie centraal. De Herenboerderij produceert jaarrond circa 50 soorten groenten, fruit, eieren en verschillende soorten vlees. Productieve hagen en bomen (noten, bessen, etc) maken verder deel uit van het systeem. Veevoer wordt zo veel mogelijk op de eigen boerderij, dus duurzaam en biologisch, geproduceerd. Het voer, de niet op de boerderij zelf geboren dieren en het plantmateriaal dat van derden wordt betrokken, voldoet aan de voorwaarden voor biologische productie.
Door het toepassen van principes uit de permacultuur, agro-ecologie en natuur gedreven landbouw, in combinatie met het coöperatieve organisatiemodel, produceert de Herenboerderij soeverein, transparant, bio- /divers en circulair. De bedrijfsvoering wordt gedreven door gezondheid, 1 https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/ 2 Regeling Ammoniak en Veehouderij, https://wetten.overheid.nl/BWBR0013629 3https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/04/24/voortgang-stikstofproblematiek-structurele-aanpak
dierwelzijn, menswaardigheid en klimaat. Zowel nutriënten, eiwitten, als water en energie worden (op termijn) in kringloop gebracht op bedrijfsniveau. Elke Herenboerderij werkt toe naar geen inputs (mest, inkoop planten, inkoop dieren, etc.) van buiten. Dit impliceert dat de Herenboerderijen zeer zorgvuldig omgaan met eigen resources/bronnen (nutriënten, bodem, landschap, water etc. etc.). De borging van het Herenboeren-systeem vindt plaats middels collegiale toetsing, zoals dat ook binnen de biologisch-dynamische landbouw gebruikelijk is. Herenboeren boeren vanuit de gedachte van een natuur gedreven voedselproductie. Uitgangspunt in een natuur gedreven voedselproductiesysteem is de kracht en complexiteit, en het ontwikkelend en parerend vermogen van natuurlijke processen. Observeer en lees de natuur, laat haar voor je werken, werk met haar en ga er niet tegenin; dat maakt het geheel sterker. Als je de natuurlijke processen (onder- en bovengronds, met het geheel van relaties tussen plant, dier, bodem, micro-organismen e.d.) als uitgangspunt neemt, ontstaat op termijn een veerkrachtig en (bio)divers systeem met veel (natuur)waarden in een waardevol landschap. Dat systeem, feitelijk een cross-over van wat we nu nog ‘landbouw’ en ‘natuur’ noemen, kan zich dan met een minimum aan externe inputs in stand houden én ontwikkelen.
Natuur gedreven voedselproductie betekent ook dat het natuurlijke gedrag en de leefomgeving van dieren centraal staan. Dieren hebben (net als in de natuur) een functie in een ecosysteem. Ze zorgen via bemesting voor een gezonde bodem en ook hun gewroet en betreding maakt dat de bodem er als geheel op vooruitgaat. Op termijn ontwikkelen natuur gedreven voedselproductiesystemen zich tot ecosystemen die zelf bepalen hoeveel (te consumeren) dieren ze kunnen dragen. Natuur gedreven is overigens iets anders dan niets doen en ‘laat maar waaien’. De professionele boer of tuinder is een actieve regisseur in het verbouwen van voedsel die tegelijkertijd stuurt op herstel van het hele (eco)systeem, dus inclusief het watersysteem, landschap, bodem, flora, fauna en andere (natuur)waarden. Bovendien is de route van een Herenboerenproduct van grond tot mond zo kort mogelijk, waarbij ook nog eens zo min mogelijk (niet herbruikbare) verpakkingsmaterialen gebruikt.
Qua ruimtegebruik bestaat een Herenboerderij uit circa 1,5 ha boomgaard (incl. ruimte voor kippen), 1 ha voor varkens, 4,5 ha groenten, 1–2 ha diervoer en 10 ha voor runderen. In totaal tussen 18 en 20 ha. Per Herenboerderij kunnen er lokale verschillen zijn. Percelen voor runderen en diervoer hoeven niet direct aan de huiskavel te grenzen. Dierrotatie maakt deel uit van de productiewijze en dit maakt dat hun ‘huisvesting’ mobiel is. Koeien lopen in principe jaarrond buiten en hebben geen tot nauwelijks huisvesting nodig. Kippen hebben een nachtverblijf in de vorm van een kipcaravan en varkens hebben toegang tot een schuilhok, bijvoorbeeld in de vorm van een omgebouwde veewagen. De dieren worden zoveel als mogelijk gehouden op een manier die het beste aansluit op hun intrinsiek en instinctief gedrag. Een Herenboerderij is een volledig grondgebonden bedrijf. Op een Herenboerderij is geen sprake van een monocultuur, door een gedegen systeem van gewasroulatie wordt de bodemvruchtbaarheid verbeterd en versterkt. Deze vruchtwisseling maakt dat gewassen gezonder zijn en minder vatbaar voor ziekten en dat de bodemkwaliteit op peil blijft. Het kleinschalige karakter van de boerderij resulteert er in dat er niet met grote, zware machines gewerkt hoeft te worden hetgeen verdichting van de bodem voorkomt. De mineralen-kringloop wordt zo gesloten mogelijk gehouden.
Gewasresten blijven op de boerderij, en, zoals de dieren gehuisvest worden, kunnen de mineralen die deze dieren uitscheiden direct aangewend worden. De natuurlijke eigenschappen van de bodem worden door deze manier van landbouw bedrijven in stand gehouden c.q. herstelt. Het dierwelzijn is gewaarborgd doordat deze in een natuurlijke habitat verblijven en hun diereigen gedrag kunnen vertonen. De wijze van de dierhouderij op een Herenboerderij maakt dat de dieren nauwelijks tot niet ziek zijn. Hierdoor is de noodzaak van het gebruik van diergeneesmiddelen afwezig. Alle producten van een Herenboerderij worden over het algemeen onbewerkt uitgeleverd aan de leden (lees door de leden opgehaald). De tijdspanne tussen oogst en uitleveren wordt zo kort
mogelijk gehouden. Het slachten van dieren gebeurt bij een lokale slager waarmee nauwgezette afspraken gemaakt worden. De kleinschaligheid en de natuur inclusieve principes van de Herenboerderij hebben tot gevolg dat, zeker in vergelijking met de traditionele landbouw, weinig (fossiele) brandstoffen gebruikt hoeven te worden voor de voedselproductie. Ook de rechtstreekse uitlevering aan lokale leden maakt dat de geproduceerde producten slechts over korte afstand getransporteerd worden. De weg van grond tot mond wordt zo kort mogelijk gehouden. Programma Aanpak Stikstof (PAS)
Zoals hiervoor gemeld, beschermt de WNb de Natura 2000-gebieden met een vergunningplicht op moment dat er vanwege een project stikstofdepositie plaatsvindt op dat gebied. Als gevolg van de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 kan het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet langer worden gebruikt voor toestemmingverlening in het kader van deze wet. Door de uitspraak is het moeilijker geworden om een vergunning in het kader van de WNb te krijgen. Echter de uitspraak hield niet in dat vergunningverlening niet meer mogelijk was, maar dat een deugdelijke onderbouwing van het PAS ontbrak en dat opnieuw moet worden gekeken naar de onderbouwing voor besluiten en vrijgestelde activiteiten. Uit vorenstaande blijkt dat een Herenboerderij niet vergelijkbaar is met een traditioneel landbouwbedrijf. Op de eerste plaats zijn de meeste landbouwbedrijven tegenwoordig vergaand gespecialiseerd en anderzijds zijn de bedrijven veel groter van omvang. Ook de afzet van de producten van een traditioneel landbouwbedrijf kent nog een lange weg tot deze de consument bereikt. Een Herenboerderij daarentegen is een kleinschalig, grondgebonden, duurzaam gemengd bedrijf. Hierbij is de weg van grond tot mond minimaal.
De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit schrijft aan de Kamer dat extensivering en omschakeling naar een andere bedrijfsvoering een belangrijke bijdrage leveren aan stikstofreductie4. Het is voorstelbaar dat een drempelwaarde vastgesteld wordt voor kleinschalige, extensieve grondgebonden bedrijven. De geringe inzet van mechanisatie, het aantal transportkilometers, geen inspanning voor aankoop en vermarkten van producten (denk hierbij ook aan de impact van verpakkingen die Herenboeren niet gebruiken, waardoor ook minder afval etc.), kortom de hele keten van een Herenboerderij kent een fors lagere inzet van (fossiele) brandstoffen (ten opzichte van de traditionele sector, waarop de huidige normen gebaseerd zijn). Zo wordt fors bijgedragen aan een reductie van CO2- en stikstofuitstoot. De natuur inclusieve productiemethode (waarbij gezorgd wordt voor natuur, veerkrachtige systemen en een gezonde bodem) heeft daarnaast als voordeel dat de bodemkwaliteit toeneemt. Dit heeft bovendien als voordeel meer CO2 vastlegging in de bodem. Ook de wijze van dierhouderij bij de Herenboeren lijdt tot minder stikstofuitstoot dan in de gangbare dierhouderij. Als voorbeeld: stikstof ontstaat als urine en feaces bij elkaar komen. In een systeem waar dieren in principe permanent buiten de stal lopen, is de kans erg klein dat urine en feaces bij elkaar komen.
Ook vindt er geen bemesting (kunstmest als ook dierlijk) plaats waarbij stikstofverbindingen vrijkomen. Neem daarnaast in ogenschouw dat er geen aanvoer van kunstmeststoffen plaatsvindt. Dat maakt dat een Herenboerderij slechts een zeer geringe, zo niet een te verwaarlozen, bijdrage levert aan stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Doordat de dieren zo min mogelijk in een huisvestingssysteem (stal) gehouden worden, wordt er geen dierlijke (drijf)mest opgeslagen. Hierdoor wordt op een Herenberderij geen of nauwelijks
4Kamerbrief Landbouwmaatregelen, DGA-DAD / 20032998 (7 februari 2020)
dierlijke mest aangewend (uitgereden). Er komt dus ook geen ammoniak vrij vanwege bemesting en het leidt tot een lager gebruik van mechanisatie, waardoor minder CO2 vrij komt. Het vee-bestand op een Herenboerderij krijgt geen ‘krachtvoer’ van buiten aangevoerd. Het voer bestaat voor het merendeel uit gewassen van de Herenboerderij zelf die de dieren direct consumeren (het rundvee graast, de kippen scharrelen en de varkens wroeten hun kostje bij elkaar). De runderen zijn volledig grasgevoerd. Aangenomen mag worden dat de dieren eten naar hun behoefte. Door het natuurlijke dieet is de eiwitbenutting van het rantsoen van de dieren optimaal. Dit heeft tot gevolg dat er minder ureum uitgescheiden wordt, met als gevolg tot minder vorming van ammoniak. Door het gebruik van vlinderbloemigen wordt stikstof uit de lucht gebonden. In de teeltplannen wordt hier zoveel mogelijk rekening mee gehouden. De vlinderbloemige gewassen leggen stikstof uit de lucht vast en maken zo hun eigen nutriënten aan, die later beschikbaar komen aan de volgende generatie gewassen. Hierdoor is minder bemesting nodig en wordt een bijdrage geleverd aan het sluiten van de stikstofkringloop. Biologische productie
Volgens EG-verordening 834/2007 van de Raad van de Europese Unie wordt onder ‘biologische productie’ het volgende verstaan: het gebruik van productiemethoden die in overeenstemming zijn met de in deze verordening vastgestelde voorschriften, in alle stadia van de productie, bereiding en distributie. Een biologische productiemethode streeft een duurzaam beheerssysteem voor de landbouw na. Dit betekent dat de natuurlijke systemen en cycli gerespecteerd worden waardoor: - de gezondheid van bodem, water, planten en dieren beter wordt; - het niveau van biodiversiteit verbetert; - er verantwoord gebruik gemaakt wordt van energie en natuurlijke hulpbronnen (water, bodem, organische stoffen, lucht); - voldaan wordt aan hoge normen voor dierenwelzijn, rekening houdende met gedragsbehoeften van dieren. Daarnaast streeft een biologische productie producten van hoge kwaliteit en een rijke verscheidenheid na, waarbij de productie van door de consument gewenste producten (voedingsmiddelen) geen schade toebrengen aan milieu, gezondheid voor de mens, gezondheid van de planten of de gezondheid en het welzijn van dieren. De bedrijfsvoering van de Herenboerderij heeft dus een volledige overlap met bovenstaande en gaat zelfs nog een stuk verder. Telen Herenboeren biologisch? Officieel niet. Biologisch is een officieel door SKAL verleend keurmerk.
Iedereen die een biologisch product koopt bij een boer, speciaalzaak of supermarkt, weet dan dat het voldoet aan de criteria van het keurmerk. Binnen de coöperatie kopen we niet, zijn we onze eigen markt en bepalen we zelf hoe we werken aan een in alle opzichten duurzame voedselproductie. Het is onderdeel van onze zoektocht naar de 'meest duurzame vorm van landbouw'. We noemen het zelf ook wel natuur gedreven landbouw. We vinden transparantie en grip op de methode momenteel het belangrijkste sturingselement. Vraag gestuurd voedsel produceren, zo natuurlijk mogelijk; dat is wat ons drijft. We zoeken naar de draagkracht van de bodem voor voedselproductie, uitgaande van een gezonde bodem in een gezond landschap. Het gebruik van middelen wordt hierbij zoveel mogelijk voorkomen. En mocht het noodzakelijk zijn, dan gebruiken we niet chemisch-synthetische bestrijdingsmiddelen, die in de biologische landbouw zijn toegestaan.
Als afgestemd met Miriam van Bree Manager Kennis & Innovatie van Bionext, d.d. 19 december 2019
De Herenboerderij en het Besluit emissiearme huisvesting
Het Besluit emissiearme huisvesting5 geeft emissieregels (ammoniak en zwevende deeltjes) waaraan stalsystemen moeten voldoen. Het is de vraag of bij het houden van dieren op een Herenboerderij al van een stalsysteem gesproken kan worden. Gelet op de geest van de wet, is het standpunt dat een mobiele huisvestingsmethode voor een zeer beperkt aantal dieren niet valt onder het begrip ‘dierenverblijf’ te rechtvaardigen. Daarenboven komt dat dieren die gehouden worden overeenkomstig de biologische productiemethode uitgezonderd zijn. Dat dieren op een Herenboerderij overeenkomstig de biologische productiemethode gehouden worden blijkt uit bovenstaande. Voldoen aan het Besluit emissiearme huisvesting levert, zonder emissiebeperkende maatregelen, geen belemmering op voor de bedrijfsvoering van een Herenboerderij. Conclusie
Het bovenstaande overziend is er sprake van een zeer beperkte uitstoot van ammoniak en stikstofoxiden bij de bedrijfsvoering van een Herenboerderij en daarmee een ecologisch te verwaarlozen depositie op Natura2000 gebieden.
5 https://wetten.overheid.nl/BWBR0036748/