Bijlage 2- was-wordt tabel verordening kinderopvang op sociaal-medische indicatie.docx.pdf
Tekst van het document
Was-wordt tabel verordening kinderopvang op sociaal-medische indicatie Was Verordening kinderopvang op sociaalmedische indicatie Heemstede 2016
Wordt Verordening kinderopvang op sociaal-medische indicatie Heemstede 2022
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder:
Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder:
a. college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heemstede. b. houder: degene aan wie een onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet 2007 toebehoort en die met die onderneming een kindercentrum of gastouderbureau exploiteert ofwel een gastouder die een voorziening voor gastouderopvang exploiteert; c. kind: jeugdige in de leeftijd van 0 t/m 12 jaar. d. kinderopvang: dagopvang op buitenschoolse opvang op grond van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen geleverd door een kindercentrum of gastouderbureau dat geregistreerd is in het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen (LRKP). e. ouder (s): degene(n) die juridisch of feitelijk verantwoordelijk is (zijn) voor de dagelijkse zorg van het kind, waaronder worden begrepen ouders, pleegouders en voogden. f. sociaal-medische gronden: lichamelijke en/of verstandelijke beperkingen of psychische problemen van ouders waardoor zij onvoldoende of niet fulltime voor hun kinderen kunnen zorgen én de ontwikkelingskansen van hun kinderen hierdoor onder druk staan. g. tegemoetkoming: bijdrage in de kosten van kinderopvang op basis van sociaalmedische gronden.
-
Artikel 2 Doelgroep Deze verordening is bedoeld voor: a. de ouder met een lichamelijke en/of verstandelijke beperking of een psychisch probleem, dievolgens de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek zijn/haar woonplaats in Heemstede heeft; en b. een kind heeft voor wie kinderopvang nodig is om zich goed en gezond te kunnen ontwikkelen; én waarbij
-
-
-
-
-
college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heemstede; houder: degene aan wie een onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet 2007 toebehoort en die met die onderneming, een kindercentrum of gastouderbureau exploiteert ofwel een gastouder die een voorziening voor gastouderopvang exploiteert; kind: jeugdige in de leeftijd van 0 t/m 12 jaar; kinderopvang: het bedrijfsmatig of anders dan kostenvrij verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint. De kinderopvangorganisatie dient ingeschreven te staan in het Landelijk Register Kinderopvang; ouder: degene(n) die juridisch of feitelijk verantwoordelijk is (zijn) voor de dagelijkse zorg van het kind, waaronder worden begrepen ouders, pleegouders en voogden; sociaal-medische gronden: lichamelijke en/of verstandelijke beperkingen of psychische problemen van ouder waardoor zij onvoldoende of niet fulltime voor hun kinderen kunnen zorgen én de ontwikkelingskansen van hun kinderen hierdoor onder druk staan; tegemoetkoming: bijdrage in de kosten van kinderopvang op basis van sociaal-medische gronden; voorliggende voorziening: elke mogelijkheid om in kinderopvang te voorzien waarvan door de aanvragende ouder gebruik kan worden gemaakt, waaronder een andere financiële tegemoetkoming of adequate kinderopvang in de
informele sfeer.
Artikel 2 Doelgroep Deze regeling is bedoeld voor: a. de ouder met een lichamelijke en/of verstandelijke beperking of een psychisch probleem, die volgens de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek zijn/haar woonplaats binnen de gemeente Heemstede heeft; en b. een kind heeft voor wie kinderopvang nodig is om zich goed en gezond te kunnen ontwikkelen; én
c. er een verband is tussen beperking of c. problematiek van de ouder en de noodzaak tot gebruik van kinderopvang.
waarbij er een verband is tussen beperking of problematiek van de ouder en de noodzaak tot gebruik van kinderopvang.
Artikel 3 Aanspraak op een tegemoetkoming 1. De ouder als bedoeld in artikel 2 van deze verordening komt in aanmerking voor een tegemoetkoming in de kosten: a. als het (gezamenlijk) belastbaar jaarinkomen lager is dan € 38.000; én b. voor zover er sprake is van noodzakelijke kosten. 2. Bij de bepaling van de noodzaak houdt het college rekening met de mogelijke inzet van passende voorliggende voorzieningen voor de opvang van het kind.
-
Artikel 4 Indiening van de aanvraag 1. De aanvraag voor een tegemoetkoming in de kosten van de kinderopvang op sociaalmedische gronden wordt ingediend bij het college. 2. De aanvraag bevat in ieder geval: a. naam, adres en burgerservicenummer van de ouder. b. indien van toepassing: de naam en burgerservicenummer van de partner en, als dit afwijkt van het adres van de ouder, het adres van de partner. c. naam, geboortedatum en burgerservicenummer van het kind waarop de aangevraagde tegemoetkoming betrekking heeft. d. aantal uren waarvoor en de periode waarin kinderopvang volgens de aanvrager nood- zakelijk is. e. bewijsstukken waaruit blijkt dat de afname van kinderopvang ten behoeve van het kind op grond van de lichamelijke of verstandelijke beperking of het psychische probleem van de ouder noodzakelijk is. f. van de ouder en diens eventuele partner een loonstrook- en/of uitkeringsspecificatie of overzicht van het actuele bruto jaarinkomen. g. een offerte of contract van het kindercentrum of het gastouderbureau dat de kinderopvang gaat verzorgen waarin in ieder geval wordt aangegeven: • Het aantal uren kinderopvang per kind per week, • De kostprijs per uur, • De ingangsdatum en de einddatum van de overeenkomst met het kindercentrum of het gastouderbureau. h. een machtiging voor rechtstreekse betaling van de tegemoetkoming aan
Artikel 3 Indienen van de aanvraag 1. De aanvraag voor een tegemoetkoming in de kosten van de kinderopvang op sociaalmedische gronden wordt ingediend bij het college. 2. De aanvraag bevat in ieder geval: a. naam, adres en burgerservicenummer van de ouder. b. indien van toepassing: de naam en burgerservicenummer van de partner en, als dit afwijkt van het adres van de ouder, het adres van de partner. c. naam, geboortedatum en burgerservicenummer van het kind/de kinderen waarop de aangevraagde tegemoetkoming betrekking heeft; d. het aantal uren waarvoor en de periode waarin kinderopvang volgens de aanvrager nood- zakelijk is. e. korte omschrijving van de sociale en medische omstandigheden van de ouder, diens eventuele partner en kind(eren); f. van de ouder en diens eventuele partner een loonstrook- en/of uitkeringsspecificatie of overzicht van het actuele bruto jaarinkomen; g. de handtekening van de ouder of diens wettelijke vertegenwoordiger en diens eventuele partner.
i.
het kindercentrum of het gastouderbureau; de handtekening van de ouder of diens wettelijke vertegenwoordiger en, als de ouder een partner heeft, van de partner.
Artikel 5 Advisering Het college vraagt voor de beoordeling van de aanvraag voor een tegemoetkoming in de kosten voor kinderopvang advies aan het Loket Heemstede. Het Loket Heemstede stelt het advies op na afstemming met het Centrum voor Jeugd en Gezin.
Artikel 4 Advisering Het college vraagt voor de beoordeling van de aanvraag voor een tegemoetkoming in de kosten voor kinderopvang advies aan het Loket Heemstede of het Centrum voor Jeugd en Gezin Heemstede. Het Loket Heemstede of het Centrum voor Jeugd en Gezin Heemstede stelt binnen 3 weken het advies op na afstemming met het Centrum voor Jeugd en Gezin of het Loket Heemstede.
-
Artikel 5 Offerte of contract van de kinderopvangorganisatie De ouder dient binnen twee weken na afgifte van het positieve advies van het Loket Heemstede of het Centrum voor Jeugd en Gezin Heemstede de volgende gegevens aan het college te verstrekken, in aanvulling op de aanvraag zoals beschreven in artikel 3: a. een offerte of contract van de kinderopvangorganisatie dat de kinderen gaat verzorgen, waarin in ieder geval wordt aangegeven: • Het aantal uren kinderopvang per kind, per week; • De kostprijs per uur; • De ingangsdatum en de einddatum van de overeenkomst met de kinderopvangorganisatie b. een machtiging voor rechtstreekse betaling van de tegemoetkoming aan de kinderopvangorganisatie.
Artikel 6 Beslistermijn 1. Het college neemt binnen acht weken na ontvangst van alle benodigde gegevens een besluit over de aanvraag als bedoeld in artikel 4 van deze verordening. 2. Het college kan de in het eerste lid genoemde termijn met ten hoogste vier weken verlengen. Het college stelt de aanvrager schriftelijk in kennis van de verlenging.
Artikel 6 Beslistermijn 1. Het college neemt binnen acht weken na ontvangst van alle benodigde gegevens, zoals beschreven in artikel 3 en 5, een besluit op de aanvraag. 2. Het college kan de in het eerste lid genoemde termijn met ten hoogste vier weken verlengen. Het college stelt de aanvrager schriftelijk in kennis van de verlenging.
Artikel 7 Weigeringsgronden Het college wijst de aanvraag af indien: a. de ouder niet behoort tot de doelgroep als bedoeld in artikel 2. b. de ouder of partner reeds een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang ontvangt of kan ontvangen. c. als het (gezamenlijk) belastbaar jaarinkomen hoger is dan € 38.000.
Artikel 7 Weigeringsgronden Het college wijst de aanvraag in ieder geval af indien: a. de ouder niet behoort tot de doelgroep als bedoeld in artikel 2 en er geen sociaal-medische noodzaak bestaat voor kinderopvang; b. de ouder of diens eventuele partner reeds een tegemoetkoming in de kosten van
d. indien sprake is van een voorliggende voorziening.
kinderopvang via de Belastingdienst ontvangt of kan ontvangen; c. indien ouder aanspraak kan maken op een toereikende voorliggende voorziening voor de opvang van het kind.
Artikel 8 Verlening van een tegemoetkoming Het besluit tot verlening van een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang op sociaal economische gronden bevat in ieder geval: a. de naam en de geboortedatum van het kind of de kinderen voor wie de tegemoetkoming is aangevraagd; b. het aantal uren per week waarvoor een tegemoetkoming wordt verleend; c. de periode waarvoor de tegemoetkoming wordt verleend; d. de naam en het adres van het kindercentrum of gastouderbureau waar de kinderopvang plaatsvindt; e. de wijze waarop de hoogte van de tegemoetkoming wordt bepaald en het bedrag dat op basis hiervan wordt verleend; f. de wijze waarop de tegemoetkoming wordt uitbetaald; g. de voor de ouder(s) geldende verplichtingen.
Artikel 8 Verlening van een tegemoetkoming Het besluit tot verlening van een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang op sociaal-medische gronden bevat in ieder geval: a. de naam en de geboortedatum van het kind of de kinderen voor wie de tegemoetkoming is aan- gevraagd; b. het aantal uren per week waarvoor een tegemoetkoming wordt verleend; c. de periode waarvoor de tegemoetkoming wordt verleend; d. de naam en het adres van de kinderopvangorganisatie; e. de wijze waarop de hoogte van de tegemoetkoming wordt bepaald en het bedrag dat op basis hiervan wordt verleend; f. de wijze waarop de tegemoetkoming wordt uitbetaald; g. de voor de ouder geldende verplichtingen; h. aanvullende eisen omtrent het beperken van de noodzaak van kinderopvang op sociaalmedische gronden, indien het college deze noodzakelijk acht.
Artikel 9 Ingangsdatum 1. De tegemoetkoming wordt verleend met ingang van de datum waarop de volledige aanvraag voor de tegemoetkoming door het college is ontvangen. 2. Als op de datum bedoeld in lid 1 van dit artikel nog geen kinderopvang plaatsvindt, wordt de tegemoetkoming verleend met ingang van de aanvangsdatum van de kinderopvang.
Artikel 9 Ingangsdatum 1. De tegemoetkoming wordt verleend met ingang van de datum waarop de aanvraag voor de tegemoetkoming door het college is ontvangen. 2. Als op de datum bedoeld in het eerste lid van dit artikel nog geen kinderopvang plaatsvindt, wordt de tegemoetkoming verleend met ingang van de aanvangsdatum van de kinderopvang.
Artikel 10 Omvang en duur van de tegemoetkoming 1. De tegemoetkoming wordt slechts verleend voor het aantal uren per week waarvoor de inzet van de kinderopvang op sociaal medische gronden naar het oordeel van het college noodzakelijk is. Hierbij geldt een maximum van 26 uren per week. 2. De tegemoetkoming wordt slechts verleend voor de periode waarvoor de inzet van de kinderopvang op sociaal medische gronden naar het oordeel van het college noodzakelijk is. Hierbij geldt een maximum 12 maanden.
Artikel 10 Omvang en duur van de tegemoetkoming 1. De tegemoetkoming wordt slechts verleend voor het aantal uren per week waarvoor de inzet van de kinderopvang op sociaal-medische gronden naar het oordeel van het college noodzakelijk is. Hierbij geldt een maximum van 33 uren per kind per week. 2. De tegemoetkoming wordt slechts verleend voor de periode waarvoor de inzet van de kinderopvang op sociaalmedische gronden naar het oordeel van het college noodzakelijk is. Hierbij geldt een maximum 12 maanden. 3. Indien het college dit noodzakelijk acht
vindt verlenging van de tegemoetkoming plaats. Verlenging vindt alleen plaats indien de ouder heeft meegewerkt of in voldoende mate meewerkt aan hulpverlening om de situatie te verbeteren en de noodzaak van kinderopvang op sociaal-medische gronden weg te nemen. De verlenging van de tegemoetkoming kan eenmalig worden verleend voor ten hoogste 12 maanden. Artikel 11 Hoogte van de tegemoetkoming 1. De hoogte van de tegemoetkoming voor de in artikel 2 genoemde doelgroep, wordt vastgesteld overeenkomstig de methodiek van de kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst, rekening houdend met het inkomen van de ouder en diens (eventuele) partner. 2. Voor de kosten van de kinderopvang wordt maximaal het door het rijk jaarlijks vastgestelde fiscale tarief gehanteerd. Eventuele meerkosten komen voor rekening van de ouder
Artikel 11 Hoogte van de tegemoetkoming 1. De hoogte van de tegemoetkoming voor de in artikel 2 genoemde doelgroep, wordt vastgesteld overeenkomstig de methodiek van de kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst, rekening houdend met het toetsingsinkomen van de ouder en diens eventuele partner. 2. Voor de kosten van de kinderopvang wordt maximaal het door het rijk jaarlijks vastgestelde fiscale tarief gehanteerd. Opvangkosten die boven het fiscale uurtarief komen (meerkosten) en de eigen inkomensafhankelijke ouderbijdrage komen voor rekening van de ouder.
Artikel 12 De betaling van de tegemoetkoming 1. De tegemoetkoming wordt in de vorm van maandelijkse termijnen uitbetaald aan de houder van het kindercentrum of het gastouderbureau. 2. De ouder verstrekt na iedere maand de factuur van het kindercentrum of gastouderbureau van de betreffende kalendermaand waarover de tegemoetkoming verstrekt is door het college.
Artikel 12 De betaling van de tegemoetkoming 1. De tegemoetkoming wordt in de vorm van maandelijkse termijnen uitbetaald aan de houder van de kinderopvangorganisatie. 2. De ouder verstrekt na iedere maand de factuur van de kinderopvangorganisatie van de betreffende kalendermaand waarover de tegemoetkoming door het college is verstrekt.
Artikel 13 Terugvordering Wanneer blijkt dat de tegemoetkoming onterecht is uitgekeerd, wordt het teveel betaalde teruggevorderd.
Artikel 13 Terugvordering Wanneer blijkt dat de tegemoetkoming onterecht is uitgekeerd, wordt het teveel betaalde teruggevorderd.
Artikel 14 Beperking noodzaak 1. De ouder doet al het mogelijke om de periode waarin noodzakelijke kinderopvang moet worden afgenomen, zo kort mogelijk te laten zijn. 2. De ouder doet al het mogelijke om het aantal uren waarop noodzakelijke kinderopvang moet worden afgenomen, zo gering mogelijk te
Artikel 14 Beperking noodzaak 1. De ouder doet al het mogelijke om de periode waarin noodzakelijke kinderopvang op sociaal-medische gronden moet worden afgenomen, zo kort mogelijk te laten zijn. 2. De ouder doet al het mogelijke om het aantal uren waarop noodzakelijke kinderopvang op sociaal-medische gronden moet worden afgenomen, zo
laten zijn.
gering mogelijk te laten zijn. 3. Het college mag, indien het dit noodzakelijk acht, aanvullende eisen stellen omtrent het beperken van de noodzaak van kinderopvang op sociaalmedische gronden.
Artikel 15 Inlichtingenplicht 1. De ouder verstrekt op verzoek, binnen een door het college gestelde termijn, aan het college alle gegevens en inlichtingen van hem en zijn partner die voor de aanspraak op en de hoogte van de vergoeding van belang kunnen zijn. 2. De ouder doet het college onmiddellijk, na het bekend worden daarvan, uit eigen beweging schriftelijk mededeling van inlichtingen en gegevens die kunnen leiden tot een verlaging van de vergoeding. 3. De houder verstrekt desgevraagd aan het college alle gegevens en inlichtingen die voor de aanspraak van de ouder op de tegemoetkoming van het college van belang zijn.
Artikel 15 Inlichtingenplicht 1. De ouder verstrekt op verzoek, binnen een door het college gestelde termijn, aan het college alle gegevens en inlichtingen van hem en diens eventuele partner die voor de aanspraak op en de hoogte van de vergoeding van belang kunnen zijn. 2. De ouder doet het college onmiddellijk, na het bekend worden daarvan, uit eigen beweging schriftelijk mededeling van inlichtingen en gegevens die kunnen leiden tot een verlaging van de vergoeding. 3. De houder van de kinderopvangorganisatie verstrekt desgevraagd aan het college alle gegevens en inlichtingen die voor de aanspraak van de ouder op de tegemoetkoming van belang zijn.
Artikel 16 Overleggen facturen 1. De ouder verstrekt elke maand aan het college een kopie van de factuur van het kindercentrum of het gastouderbureau. 2. De in het eerste lid van dit artikel bedoelde factuur wordt uiterlijk voor het einde van de maand aan het college verstrekt.
-
Artikel 17 Intrekking oude verordening De Verordening sociaal medisch geïndiceerde kinderopvang Heemstede 2013 wordt ingetrokken.
Artikel 16 Intrekking oude regeling De Verordening kinderopvang op sociaalmedische indicatie Heemstede 2016 wordt ingetrokken.
Artikel 18 Hardheidsclausule Het college kan ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen van deze verordening, indien de toepassing van de verordening zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard.
Artikel 17 Hardheidsclausule Het college kan ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen van deze regeling, indien de toepassing er van zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard.
Artikel 19 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 5 februari 2016.
Artikel 18 Inwerkingtreding Deze verordening treedt, zo nodig met terugwerkende kracht, in werking op 1 januari 2022. Artikel 19 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening kinderopvang op sociaalmedische indicatie Heemstede 2022.
Artikel 20 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening kinderopvang op sociaalmedische indicatie Heemstede 2016.