Bijlage 2 Toelichting bij GR GO Beschermd Wonen-maart 2023.pdf
Tekst van het document
Toelichting bij de Gemeenschappelijke regeling Beschermd Wonen regio Zuid-Kennemerland, IJmond en Haarlemmermeer
Inleiding Het Rijk heeft de intentie de wettelijke doordecentralisatie Beschermd Wonen door te voeren, door middel van de invoering van de Wet woonplaatsbeginsel beschermd wonen. Het gevolg van deze wet is dat gemeenten verantwoordelijk worden voor het verstrekken van een voorziening Beschermd Wonen aan ingezetenen en, vanwege het daarmee samenhangende verdeelmodel, de financiële middelen voor (de nieuwe instroom) Beschermd Wonen aan individuele gemeenten worden uitgekeerd. Met het oog daarop dienen samenwerkingsafspraken te worden gemaakt met betrekking tot Beschermd Wonen (BW) tussen gemeenten in de regio Zuid-Kennemerland, IJmond en Haarlemmermeer. Om tegemoet te komen aan deze verplichting wordt de Gemeenschappelijke Regeling Beschermd Wonen regio Zuid-Kennemerland, IJmond en Haarlemmermeer opgericht. Dit is een gemeenschappelijke regeling met een bestuursorgaan genaamd gemeenschappelijk orgaan (GO), waarin collegeleden uit alle deelnemende gemeenten zitting hebben. De gemeenschappelijke regeling is het juridische kader voor de samenwerkingsafspraken die de deelnemers maken over beleid, organisatie, inkoop en financiering van regionale BW-voorzieningen en over de toegang tot die voorzieningen.
Inhoud van de regeling In de Gemeenschappelijke regeling Beschermd Wonen regio Zuid-Kennemerland, IJmond en Haarlemmermeer (hierna: de regeling) is vastgelegd hoe de acht gemeenten in de regio met elkaar samenwerken op het gebied van Beschermd Wonen. De afspraken die zijn vastgelegd in de regeling kunnen onderverdeeld worden in afspraken over: 1) Governance en organisatie 2) Taken 3) Financiën 4) Overige bepalingen In deze toelichting wordt hierop achtereenvolgens ingegaan. 1. Governance en organisatie Gelijkwaardigheid Het door middel van de regeling opgerichte bestuursorgaan GO kenmerkt zich door gelijkwaardigheid tussen de deelnemers. Dit uit zich onder andere in: • Het GO bestaat uit de acht portefeuillehouders van de deelnemende gemeenten, zijnde collegeleden • Iedere deelnemer heeft één stem • Het voorzitterschap rouleert • Besluiten worden genomen bij gewone meerderheid. Slechts enkele besluiten worden bij verzwaarde meerderheid of unanimiteit genomen, vanwege de aard van de besluitvorming. Positie gemeenteraden en informatievoorziening Op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen hebben (leden van) de gemeenteraden bepaalde wettelijke rechten ten aanzien van de gemeenschappelijke regeling. Zo ontvangt de gemeenteraad jaarlijks van het GO een kadernota en de ontwerpbegroting voor een zienswijze.
In aanvulling op deze wettelijke verplichtingen is ter versteviging van de positie van de gemeenteraden in de regeling opgenomen dat gemeenteraden ook een zienswijze kunnen indienen 1
op de bijdrageverordening en de voorlopige jaarrekening. Verder is opgenomen dat het GO gemeenteraden schriftelijk en gemotiveerd in kennis stelt van haar oordeel over de zienswijze en de eventuele conclusies die het GO daaraan verbindt. Verder wordt, indien deze taak door de colleges aan het GO wordt opgedragen, jaarlijks door het GO aan de deelnemers gerapporteerd over onder andere de stand van zaken binnen het GO, (het verloop van) de financiële samenwerkingsafspraken, de door het GO uitgevoerde taken, de aantallen cliënten en de voortgang van de realisatie van voorzieningen. Deze rapportage moet jaarlijks inzicht bieden in de stand van zaken en daarmee voorkomen dat gemeenteraden en colleges verrast worden. Uitvoeringsteam Regionale BW-taken (URB) Het GO wordt bij de uitvoering van haar taken ondersteund door het Uitvoeringsteam Regionale BW-taken (URB). Het URB is vooralsnog gepositioneerd bij de gemeente Haarlem omdat het GO zelf geen personeel in dienst kan nemen, omdat deze geen rechtspersoonlijkheid heeft. Het URB is zowel verantwoordelijk voor de bedrijfsmatige ondersteuning van het GO (P&C cyclus, administratie, etc.) als inhoudelijke ondersteuning van het GO (dit kan onder andere bestaan uit het op verzoek ondersteuning bieden aan individuele gemeenten bij toegang, voorbereiding van de inkoop of indicaties van de oude doelgroep).
Met oude doelgroep worden cliënten bedoeld die voor de wettelijke doordecentralisatie een beschikking voor Beschermd Wonen hebben gekregen. • •
• •
In het derde jaar na inwerkingtreding van de regeling is de positionering van het URB onderwerp van evaluatie. Aanvullende afspraken zijn nodig over de bemensing van het URB, waarbij in ieder geval bij de start van de gemeenschappelijke regeling de huidige medewerkers van de gemeente Haarlem de werkzaamheden voor de oude doelgroep uit blijven voeren voor zover deze taken zijn opgedragen aan het GO. Dit is een voorwaarde van de gemeente Haarlem voor het opdragen van de taken met betrekking tot de oude doelgroep door centrumgemeente Haarlem aan het GO. Deze oude doelgroep zal in de loop der jaren steeds kleiner worden, waardoor de benodigde inzet steeds minder wordt (sterfhuisconstructie). Het Regionaal Expertiseteam dat individuele gemeenten ondersteunt bij de Toegang maakt onderdeel uit van het URB. Er wordt door de deelnemers gestreefd naar een representatieve vertegenwoordiging van de gemeenten in zowel de ambtelijke afstemmingsstructuren als in het URB.
Ambtelijke overleggen ter ondersteuning GO Het GO stelt één of meer ambtelijke overleggen vast waarin medewerkers van de gemeenten plaatsnemen. Zo’n ambtelijk overleg kan bijvoorbeeld worden ingesteld om de vergaderingen van het GO voor te bereiden. 2. Taken Beschermd Wonen Het GO voert taken uit op het gebied van Beschermd Wonen. Deze kunnen bestaan uit het gezamenlijk opstellen van beleid op het gebied van Beschermd Wonen, de voorbereiding van de inkoop van zorg, onderlinge afstemming over Beschermd Wonen en monitoren van en rapporteren over de stand van zaken op het gebied van Beschermd Wonen. Welke taken het GO uitvoert en onder welke voorwaarden dit gebeurt worden vastgelegd in een dienstverleningshandvest. In het GO is bepaald dat dit dienstverleningshandvest unaniem moet worden vastgesteld, opdat alle deelnemers het met elkaar eens zijn over de inhoud van de taken van het GO. 2
Het GO kan op verzoek aanvullende lokale taken uitvoeren voor een deelnemer. Daarbij kan gedacht worden aan de uitvoering van de toegang voor een deelnemer. Dit laatste is een zogenoemde aanvullende lokale taak waarvoor kosten in rekening worden gebracht bij de betreffende deelnemer. Naast taken op het gebied van Beschermd Wonen bestaat de mogelijkheid (op termijn) andere taken op (aanverwante) beleidsterreinen uit te voeren. Deze ruimte is in de regeling opgenomen omdat niet ondenkbaar is dat in de toekomst, bijvoorbeeld als de Maatschappelijke Opvang doordecentraliseert, behoefte is het takenpakket van het GO uit te breiden. 3. Financiën Iedere deelnemer draagt bij aan de uitvoeringskosten van de gemeenschappelijke regeling. Nadere afspraken hierover worden opgenomen in de bijdrageverordening. In de regeling is opgenomen dat deze bijdrageverordening ter zienswijze aan de raden wordt voorgelegd voordat deze bij unanimiteit wordt vastgesteld. In diezelfde bijdrageverordening worden in ieder geval afspraken opgenomen over een vereveningsfonds, het innovatiefonds en de reserve van het GO. Het vereveningsfonds is erop gericht financiële risico’s te delen. Het innovatiefonds is bedoeld om innovatie op het gebied van Beschermd Wonen te stimuleren. Het Go beschikt over een eigen reserve, om financiële risico’s op te vangen.
In de bijdrageverordening wordt opgenomen uit welke middelen deze reserve is opgebouwd en waarvoor deze kunnen worden ingezet. 4. Overige bepalingen Looptijd Er is bij het aangaan van de samenwerking geen zicht op een einddatum. De samenwerking heeft daarom een onbepaalde looptijd. Evaluatie De regeling voorziet in een vijfjaarlijkse evaluatie. In afwijking daarvan vindt, om tegemoet te komen aan alle onzekerheden rondom de doordecentralisatie, reeds in het derde jaar na inwerkingtreding van de regeling een evaluatie plaats. De regeling bevat een opsomming van een aantal onderdelen die in ieder geval in deze evaluatie aan bod moeten komen, waaronder de bijdrage van het GO aan het belang waarvoor het is ingesteld, financiële afspraken, de positionering van het URB, de governance en de samenstelling van het takenpakket. Toetreding, uittreding en opheffing Een ander college kan een verzoek doen tot toetreding. De acht colleges besluiten hierover bij unanimiteit. Uittreding is de eerste vijf jaar niet mogelijk. Bij uittreding uit de gemeenschappelijke regeling na die periode van vijf jaar zijn de kosten voor de uittreder.
3