Bijlage 2 - Toelichting bij Bijzondere subsidieverordening inwonersinitiatieven Heemstede 2026.pdf
Tekst van het document
Toelichting Behorende bij de Bijzondere subsidieverordening inwonersinitiatieven Heemstede 2026 Algemeen deel De raad heeft deze verordening vastgesteld met het doel om inwonersinitiatieven die bijdragen aan het vergroten van veiligheid, maatschappelijke betrokkenheid of leefbaarheid in de gemeente te stimuleren. Dit moet de sociale cohesie en betrokkenheid van inwoners bij hun straat, buurt, kern of gemeenschap versterken. Eigenaarschap van inwoners speelt een belangrijke rol. Voor activiteiten die bijdragen aan voorgaande kan op grond van deze verordening subsidie worden aangevraagd. Artikelsgewijs Artikel 3 Lid 1 Er is een onderscheid in kleine (hoofdstuk II) en grote inwonersinitiatieven (hoofdstuk III). De aanduidingen groot en klein verwijzen uitsluitend naar de financiële omvang van het initiatief. Het onderscheid is gemaakt, omdat er per type (groot of klein) initiatief een ander subsidieplafond, aanvraagvereisten, wijze van beoordeling en verantwoording is. Dit is uitgewerkt in de hoofdstukken II (klein) en III (groot) van de regeling. Het onderscheid groot en klein zegt niets over de aard of omvang van het initiatief. Wel dient een groot initiatief een breder maatschappelijk effect te hebben dan een klein initiatief.
Dit wil zeggen dat het meer inwoners raakt (bijvoorbeeld op wijkniveau in plaats van alleen de straat), structureler of langduriger van aard is, bijdraagt aan meerdere gemeentelijke doelen of potentie heeft om als voorbeeld te dienen voor andere initiatieven. De aanvullende vereisten voor een groot initiatief staan opgenomen in artikel 15. Lid 2 Met ‘aantoonbaar voldoende draagvlak’ wordt bedoeld dat aanvragers een inwonersinitiatief voldoende kunnen onderbouwen dat het gesteund wordt door een representatief deel van de inwoners op wie het initiatief betrekking heeft. Hierbij speelt de schaal van het initiatief een rol: een straatfeest vraagt bijvoorbeeld minder brede steun dan een wijk-breed initiatief. Voorbeelden van aantoonbaar voldoende draagvlak zijn steunbetuigingen of handtekeningen van inwoners waar het betrekking op heeft, verslagen van bewonersavonden met positieve reacties, schriftelijke steunbetuigingen van (maatschappelijke) organisaties of wijk- of dorpsraden of relevante interactie op social media. Wanneer blijkt dat een merendeel van het representatief deel van de inwoners op wie het betrekking heeft juist tegen het initiatief is, zal de aanvraag worden afgewezen op grond van artikel 7, aanhef en onder a van de verordening en artikel 15, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene subsidieverordening Heemstede 2022.
Met ‘zo breed mogelijk toegankelijk’ wordt bedoeld dat met het initiatief openbaarheid, inclusiviteit en gelijke toegang wordt gewaarborgd. Het uitgangspunt is dat de subsidie wordt ingezet voor activiteiten die niet zijn voorbehouden aan een gesloten groep, maar in principe voor alle belangstellende inwoners toegankelijk zijn, ongeacht achtergrond, leeftijd, lidmaatschap of andere kenmerken. Lid 4 Wanneer er € 3.000 of meer subsidie wordt verleend én het gaat over beheer en onderhoud van de grond bij een activiteit in de openbare ruimte, dient er overeenstemming te zijn tussen aanvrager en eigenaar van de grond. Ook moet een werkplan worden opgesteld. Als voorbeeld kan worden gedacht aan een groeninitiatief: een groep inwoners die € 4.000 subsidie aanvraagt voor het omvormen van een versteend gemeentelijk wijkplantsoen tot een buurtmoestuin. Er zal dan overeenstemming moeten zijn met de gemeente als eigenaar van het plantsoen en een werkplan moeten worden opgesteld, waarin wordt
vastgelegd dat de inwoners voor een aantal jaren verantwoordelijk blijven voor onderhoud, er gezamenlijke tuinmomenten zijn en wie het verslag voor de verantwoording maakt. Artikelen 3 en 5 Voor zowel de kleine als de grote inwonersinitiatieven geldt dat de subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de volledige aanvragen tot de subsidieplafonds per initiatief zijn bereikt. Bij de beoordeling geldt dat de aanvraag ook wordt getoetst aan de gestelde vereisten. Als het college bepaalt dat niet aan (één van) de vereisten is voldaan, wordt de aanvraag afgewezen en komt de aanvrager niet in aanmerking voor subsidie. Daarbij geldt onder andere dat het voldoen aan het doel van de regeling meespeelt in de beoordeling. Het college bepaalt of in voldoende mate wordt voldaan aan bijdragen aan veiligheid, maatschappelijke betrokkenheid of leefbaarheid in de gemeente. Daarnaast of het initiatief de sociale cohesie en de betrokkenheid van inwoners bij hun straat, buurt, kern of gemeenschap versterkt. En tevens of er sprake is van versterking van regie en eigenaarschap van inwoners bij het onderhouden en waarborgen van een prettige leefomgeving. Hierbij geldt ook dat een groot initiatief een breder maatschappelijk effect dient te hebben dan een klein initiatief.
Artikel 7 Onder c Het college kan de aanvraag weigeren als het initiatief betrekking heeft op privébelangen, verenigingsbelangen of commerciële belangen. Hiermee wordt bedoeld dat het initiatief niet ten goede mag komen aan belangen van een individu of een huishouden, zoals activiteiten die alleen voordeel opleveren voor de aanvrager zelf. Ook mag het initiatief niet alleen ten goede komen aan een vereniging of club zelf, zonder meerwaarde voor de bredere gemeenschap. Zoals het aanschaffen van clubmaterialen voor de leden of het verbouwen van de ruimte. Ten slotte mag het initiatief ook geen commercieel belang hebben en dus niet gericht zijn op het behalen van winst of promotie van een organisatie. Zoals marketingacties of het opzetten van een activiteit om omzet te genereren. Artikel 11 en 14 Lid 2 Het tweede deel van dit lid, dat het college in zeer specifieke gevallen kan bepalen dat de aanvraag ook later mag worden ingediend, biedt het college de mogelijkheid om maatwerk te leveren. Dit kan bijvoorbeeld aan de orde zijn wanneer er sprake is van overmacht of onvoorziene omstandigheden, het initiatief kort van tevoren tot stand is gekomen maar toch maatschappelijk zeer gewenst is of het belang van het initiatief voor de gemeenschap zodanig groot is dat strikte toepassing van de termijn onredelijk zou zijn.
In alle gevallen is wel artikel 7, aanhef en onder g van toepassing: de subsidie moet worden aangevraagd vóór de start van het initiatief. Artikel 15 Voor de grote initiatieven geldt dat er naast de vereisten van artikel 3 nog aanvullende vereisten gelden om voor subsidie in aanmerking te komen. Er zal in voldoende mate sprake moeten zijn van politieke en/of maatschappelijke urgentie om het initiatief uit te voeren. Dit betekent dat het college beoordeelt of het initiatief inspeelt op de actuele behoeften. Daarnaast beoordeelt het college of het initiatief waarde toevoegt aan één of meer thema’s binnen: duurzaamheid, verbetering van de positie van een kwetsbare groep/wijk, innovatie en/of het initiatief een vliegwieleffect heeft. Een initiatief heeft een vliegwieleffect wanneer het een duurzaam proces in gang zet dat op eigen kracht verdergaat of navolging krijgt, en waarbij de maatschappelijke waarde zich in de tijd naar waarschijnlijkheid zal vergroten of verspreiden.