Bijlage 2 Toelichting behorende bij Verordening openbaar water Heemstede__ (1).pdf
Tekst van het document
Toelichting behorende bij Verordening openbaar water Heemstede 2025 Algemene toelichting De Verordening openbaar water Heemstede 2016 sluit niet meer aan bij de huidige maatschappelijke situatie. De doelstelling bij het aanbieden van ligplaatsen voor pleziervaartuigen in Heemstede is om de voor ligplaatsen beschikbare, schaarse ruimte efficiënt, duurzaam en toegankelijk in te zetten. Na evaluatie van de bestaande verordening vertaalt deze doelstelling zich in de onderstaande verbeterpunten: -
Verkorten van de wachttijd voor de aanvraag van een ligplaatsvergunning; Liggelden (precario en leges) waar mogelijk kostendekkend en concurrerend maken; Administratieve processen optimaliseren en werkdruk verminderen; Handhavingstraject optimaliseren en werkdruk verminderen; Situaties met ongelijke behandeling wegnemen.
Voor het beperken van de scope van het vervolgonderzoek is op 16 mei 2024 de zienswijze van de commissie Ruimte opgehaald. Een aantal mogelijke oplossingsrichtingen zijn verwerk tot een keuzelijst en aangeboden aan de leden van de commissie. Hieruit kwamen een aantal duidelijke standpunten naar voren. Naast de genoemde verbeterpunten zijn ook de standpunten van de commissie Ruimte meegenomen in het opstellen van de nieuwe Verordening openbaar water Heemstede 2025. De wijzigingen in de verordening bestaan met name uit het volgende: • • • • • • •
• • • • • • • •
Het huidige systeem van meerdere wachtlijsten, verdeeld in wijken, wordt omgevormd naar één systeem met een enkele lijst. Het systeem van de wachtlijst is zo aangepast dat bij geen periodieke reactie van de wachtende het recht op de wachtlijstplek vervalt. Er worden twee situaties verholpen waarin sprake is van ongelijkheid. De dubbele ligplaatsen verdwijnen en een systeem met dynamische toegestane vaartuiglengte per ligplaats vervangt dit. Er wordt voorzien in uitgebreidere regelgeving over exploitatievergunningen. Het toewijzen van ligplaatsen en wachtlijstplekken kan alleen nog maar aan inwoners van de gemeente met een overgangsregeling. De verordening is zo ingericht dat deze geschikt gemaakt is om in de toekomst een aantal nieuwe beleidsstappen in te voeren die voorzien zijn, zoals de invoering van een digitaal registratie- en controlesysteem en het aan kunnen bieden van ligplaatsen in verschillende lengtecategorieën. Ook kan sneller ingespeeld worden op maatschappelijke veranderingen door een aantal bevoegdheden bij het college te leggen. De mogelijkheid om te voorzien in mogelijke nieuwe ligplaatsen in het geval van grotere gebiedsontwikkelingen (zoals bijvoorbeeld te voorzien zijn: Groot Clooster en Manpadslaangebied). Er kan effectiever gebruik gemaakt worden van de bestaande en al daarvoor in bestemde ruimte.
Er zijn aanvullende en geactualiseerde artikelen op het gebied van natuur, milieu, overlast, veiligheid en omgeving. Er zijn aanvullende artikelen opgenomen die de aansluiting op hogere wet- en regelgeving verbeteren. De artikelen zijn waar mogelijk duidelijker verwoord. Er is onderzocht of de verwijzingen naar wet- en regelgeving nog steeds kloppen. De indeling van de verordening is voorzien van meer hoofdstukken voor een betere leesbaarheid.
Artikelsgewijze toelichting Alleen de artikelen die enige toelichting behoeven zijn hieronder opgenomen.
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Definities Onder het begrip object vallen voorwerpen die niet onder één van de andere begripsomschrijvingen zijn te brengen. Verder zijn hieronder begrepen in aanbouw zijnde schepen, vaartuigen, casco’s enz. Vanwege het in aanbouw zijn is het niet reëel de bepalingen voor de desbetreffende categorie in volbouwde staat van toepassing te verklaren. Voor de beoordeling of iets een object dan wel onderdeel van een woonschip of een vaartuig is, geldt het bepaalde in artikel 3:4 van het Burgerlijk Wetboek. Alleen als iets niet zonder schade afgescheiden kan worden, geldt het als bestanddeel van het woonschip of vaartuig. In de overige gevallen is sprake van een object. Het begrip ‘openbaar’ heeft hier geen bijzondere juridische betekenis. Openbaar water wordt in feitelijke zin gebruikt en omvat al het water dat voor het publiek toegankelijk is of voor enig gebruik open staat. Water dat aan een andere eigenaar dan de gemeente behoort of is verhuurd, maar dat feitelijk wel door de scheepvaart wordt gebruikt, blijft openbaar. Voor de beantwoording van de vraag of water openbaar is, is niet de eigendom of de bestemming, maar de feitelijke toegankelijkheid bepalend. Artikel 2 Werkingssfeer De gemeentelijke haven en de woonbotenhaven (Cruquiushaven) zijn uitgezonderd. Zij hebben eigen regelgeving.
Ook woonschepen met een ligplaats elders zijn uitgezonderd. Artikel 3 Verbodsbepaling Wat in de Verordening openbaar water Heemstede 2016 het ligplaatsenplan was, is omgezet naar een aanwijzingsbesluit. Het college stelt dat aanwijzingsbesluit vast met daarin de locaties waar geen ligplaats mag worden ingenomen. Er geldt een uitzondering waar beperkingengebiedactiviteiten gelden, activiteiten in een beperkingengebied. Overheden kunnen een waterstaatswerk aanwijzen als een gebied waar beperkingen gelden. Zo'n gebied heet een beperkingengebied. Het doel van dit gebied is het behouden van de functies van het waterstaatswerk en het voorkomen van schade. Voor veel activiteiten in zo’n gebied geldt een vergunningplicht, meldingsplicht of informatieplicht. Met dit artikel wordt aangesloten wordt op hogere regelgeving. Artikel 4 Voorschriften en beperkingen Hoewel in de literatuur en rechtspraak algemeen wordt aangenomen dat een bestuursorgaan in principe voorschriften en beperkingen mag opleggen bij het verlenen van een vergunning of ontheffing, is het toch verstandig om deze bevoegdheid expliciet in de regels op te nemen. Dit voorkomt onduidelijkheid en eventuele misverstanden. Daarbij is het goed om te benadrukken dat zulke voorschriften en beperkingen alleen mogen dienen om de belangen te beschermen waarvoor de vergunning of ontheffing is vereist.
Voorschriften specificeren hoe een vergunning in een bepaalde situatie of voor een specifiek doel geldt. Het niet naleven van deze voorschriften kan een reden zijn om de vergunning of ontheffing in te trekken of andere administratieve maatregelen te nemen. In artikel 10, tweede lid, aanhef en onder c is vastgelegd dat de vergunning ingetrokken kan worden bij overtreding van de voorschriften en beperkingen. Ook kan, zoals gebruikelijk, bestuursdwang worden toegepast bij niet-naleving. Door in artikel 4, tweede lid, te stellen dat naleving van de voorwaarden verplicht is, wordt hierover geen twijfel gelaten. In de strafbepaling, artikel 40, wordt vastgesteld dat overtredingen van de regels in deze verordening strafbaar zijn. Dit geldt dus ook voor het niet naleven van voorschriften en beperkingen die aan een vergunning of ontheffing zijn verbonden. Beperkingen hebben betrekking op de tijd, plaats, het doel of de persoon waarvoor de vergunning geldt.
Hoofdstuk 2 De ligplaatsvergunning Artikel 6 Karakter en duur van de ligplaatsvergunning Vergunningen kunnen gekoppeld zijn aan zowel een persoon als een zaak. In deze verordening geldt dat vergunningen altijd beide gebondenheden hebben (en eventueel nog andere). Dit is logisch, omdat de ligplaatsen eigendom zijn van de gemeente Heemstede. Alleen de eigenaar mag een vergunning overdragen. Dit betekent dat bij bijvoorbeeld een verandering van vaartuigeigenaar of de aanschaf van een nieuw schip, er een nieuwe ligplaatsvergunning moet worden aangevraagd. Een ligplaatsvergunning kan dus niet zomaar worden overgedragen. Het is niet toegestaan om een ligplaats te verhuren, te verkopen,
of constructies te bedenken waarbij de ligplaatsvergunning alsnog wordt overgedragen. Als dit toch gebeurt, kan de gemeente maatregelen nemen. Zo kan bijvoorbeeld het liggeld met terugwerkende kracht worden geïnd. Artikel 8 Wachtlijst ligplaatsvergunning Nieuw hier is de toevoeging dat men voor de aanvraag van een plek op de wachtlijst ingeschreven moet staan in de Basisregistratie Personen. Ook nieuw is de bepaling dat men één keer een aangeboden ligplaats mag weigeren met behoud van de wachtlijstpositie. Bij een volgende weigering moet men opnieuw inschrijven op de wachtlijst. Dit voorkomt veel administratief werk en het bevordert de acceptatie van de ligplaatsen en daarmee de doorstroming van de wachtlijst. Mocht men een ligplaatsvergunning hebben, maar een andere ligplaats willen, dan kan men zich ook inschrijven op de wachtlijst. Artikel 9 Weigeringsgronden De weigeringsgronden zijn verplichtend geformuleerd. Nieuw hierbij is de bepaling dat de ligplaatsvergunning geweigerd wordt als men niet in de Basisregistratie Personen van de Heemstede staat ingeschreven. Nieuw is verder de bepaling dat een ligplaatsvergunning geweigerd wordt als een vaartuig aan particuliere oever langer is dan de lengte van de oever van dat perceel.
Artikel 10 Intrekkingsgronden De redenen om een ligplaatsvergunning in te trekken, zoals genoemd in dit artikel, zijn, op het eerste lid na, niet verplichtend. Of er echt wordt overgegaan tot intrekking of wijziging, hangt af van de situatie. Niet elke overtreding leidt meteen tot het intrekken van de ligplaatsvergunning. Vaak spelen principes zoals rechtszekerheid en vertrouwen een rol, die beperkingen opleggen aan deze bevoegdheid. Als het college van plan is een ligplaatsvergunning in te trekken, moeten betrokkenen de kans krijgen om hun zienswijzen kenbaar te maken (artikel 4:8 van de Awb). Bij het toepassen van artikel 10 houdt het college rekening met: a. het karakter van de straat, het water of de buurt waar de ligplaatsvergunning van toepassing is; b. de aard van wat met de ligplaatsvergunning of ontheffing wordt toegestaan; c. de mate van druk op de leefbaarheid in de omgeving; d. het gedrag van de ligplaatsvergunninghouder. Intrekken op verzoek van de ligplaatsvergunninghouder gebeurt altijd. Artikel 11 Van rechtswege vervallen van een ligplaatsvergunning Omdat nieuwe adresgegevens niet altijd te achterhalen zijn, is het van rechtswege vervallen opgenomen. Hierbij is geen contact met de ligplaatsvergunninghouder nodig om de ligplaatsvergunning te laten vervallen.
Er is een overgangsperiode van één jaar waarin men bij verhuizing buiten de gemeente maatregelen kan treffen om elders een ligplaats te vinden. Artikel 12 Tijdelijke ligplaatsen Dit artikel maakt het mogelijk voor het college om een tijdelijke ligplaats toe te wijzen. Dit kan nodig zijn als er werkzaamheden of onderhoud moet plaatsvinden waarvoor de vaste ligplaatsen enige tijd niet gebruikt kunnen worden.
Hoofdstuk 3 De exploitatievergunning voor de verhuur van vaartuigen Artikel 13 tot en met 17 Exploitatievergunningen Er is gebleken dat er vraag is naar de beschikbaarheid van dergelijke vergunningen. Exploitatievergunningen die eerder werden verleend, werden per geval beoordeeld. De randvoorwaarden zijn nu uitgebreider vastgelegd en het college behoudt de mogelijkheid alsnog per vergunning nadere regels te stellen. Ook zorgt het ervoor dat er tegen (onder)verhuur, bijvoorbeeld via websites, handhaving mogelijk is.
Hoofdstuk 4 Openbare orde en veiligheid Artikel 18 Toepassingsbereik Delen van het openbare water in Heemstede zijn in beheer van derden, zoals het waterschap of de provincie. Die partijen hanteren eigen regelgeving en handhaving. Artikel 19 tot en met 23 Algemene afmeerregels Grotendeels inhoudelijk overgenomen uit de verordening openbaar water Heemstede 2016. Voor een betere leesbaarheid herschreven en in volgorde herschikt. Waar nodig aangevuld of aangepast aan de huidige maatschappelijke situatie. Het
verbod op het gebruik van ankers is toegevoegd om kabels, leidingen en de onderwaterbodem te beschermen (artikel 19, lid 5). Artikel 22 Verplaatsen van vaartuigen. Vaartuigen kunnen in de weg liggen als bijvoorbeeld een calamiteit moet worden bestreden. Tevens kunnen schepen zelf door een calamiteit gevaar lopen. Daarnaast zijn er openbare orde- en andere motieven denkbaar die het noodzakelijk maken dat een schip (tijdelijk) moet worden verplaatst. De verplaatsmogelijkheid voor werkzaamheden aan gemeente-eigendommen spreekt voor zich. De bevoegdheid tot en de regeling van het uitoefenen van bestuursdwang is opgenomen in de Gemeentewet en in de Algemene wet bestuursrecht. Daarbij geldt - spoedeisende gevallen uitgezonderd - dat de overtreder eerst zelf in de gelegenheid moet worden gesteld om een einde te maken aan de overtreding. Geeft de overtreder geen gevolg aan de aanzegging, dan kan op kosten van de overtreder tot verplaatsing worden overgegaan. In het derde lid wordt de mogelijkheid geboden om te verplaatsen zonder dat hier een aanzegging aan de betrokkenen aan vooraf gaat. Mocht deze situatie zich voordoen, dan is er geen sprake van een overtreding en daarom geen grondslag voor het uitoefenen van bestuursdwang. De kosten van het verplaatsen zullen daarom niet worden verhaald.
Artikel 24 Verwaarloosde vaartuigen Toegevoegd is de mogelijkheid voor het college om nadere regels te stellen over bijvoorbeeld de kenmerken van verwaarlozing om handhaving in voorkomende gevallen te verbeteren. Artikel 25 Voorwerpen in, rond of op openbaar water Het is voor het openbaar water noodzakelijk maatregelen te kunnen nemen waarmee het naar eigen inzicht ‘inrichten’ van het water kan worden tegengegaan, bijvoorbeeld met vlaggenmasten, boeien en afzettingen etc. Ter onderscheid of iets een object dan wel een deel van een woonschip is, wordt het onderscheid van aard- en nagelvast gebruikt. Als iets alleen met schade aan het woonschip verwijderd kan worden (dan zit het dus aard- en nagelvast aan het woonschip vast) dan is het geen object, maar onderdeel van het woonschip en moet het via de verbouwingsregels afgehandeld worden. Is een object niet aard- en nagelvast, dan is sprake van een object. Ten aanzien van in aanbouw zijnde schepen, andere vaartuigen of casco’s is het uitgangspunt dat dergelijke activiteiten in principe op een scheepswerf thuishoren en niet in het openbaar water. Voor veel van deze objecten is ook een omgevingsvergunning nodig. Dat geldt ook voor steigers. Het betreft hier objecten die met name tot doel hebben om aan af te meren of om erop plaats te nemen, bijvoorbeeld om te vissen. Artikel 27 Gebruik van verkeersobjecten Op grond van art.
1.13 van het Binnenvaartpolitiereglement mag men geen verkeerstekens gebruiken om daar bijvoorbeeld aan te meren. De hier geformuleerde bepaling richt zich niet alleen tot de schipper, maar ook tot de zwemmer of surfer. Het artikel is aangevuld met een tweede lid om het oneigenlijk gebruik van afmeervoorzieningen tegen te gaan, zoals het gebruik om een fiets aan op slot te zetten. Artikel 28 Gebruik bruggen Deze bepaling beoogt het misbruik van bruggen tegen te gaan en de veiligheid te borgen. Het artikel verbiedt een breed scala van activiteiten die op en vanaf bruggen kunnen worden ondernomen, zoals zwemmen, duiken of het opslaan van goederen. Artikel 29 Overlast De toegenomen drukte op het water maakt het noodzakelijk om overlast, zoals geluidshinder, zwerfafval en andere hinderlijke gedragingen op het water, tegen te kunnen gaan. Artikel 30 Verbod op nachtverblijf Dit artikel maakt het mogelijk om te kunnen handhaven op de overlast van bootnomaden of om de verhuur van boten als nachtverblijf of gebruik als bijvoorbeeld bed & breakfast tegen te gaan. Overnachten aan boord kan tegen betaling als passant op een passantenligplaats in de gemeentelijke haven. Die valt niet onder deze verordening. Dit artikel is in aanvulling op de Algemene Plaatselijke Verordening van Heemstede, die niet voorziet in een verbod op nachtverblijf op vaartuigen in openbaar water.
Artikel 31 Wedstrijden Het artikel is aangepast vanuit de vorige verordening en omvat nu alle soorten wedstrijden met vaartuigen en niet alleen snelheidswedstrijden. Bijvoorbeeld ook wedstrijden met een tijdselement, behendigheid, etc. Hierbij is ervan uitgegaan dat zulke activiteiten snel de vorm van een snelheidswedstrijd aannemen of anderszins de aandacht wegnemen van deelname aan het vaarverkeer of anderszins de ruimte voor andere watergebruikers beperken bij het afleggen van een parcours en dergelijke.
Artikel 32 IJsbreken Om bij ijsvorming het ijs glad te houden en zo schaatsen mogelijk te maken. Met uitzonderingen om vaartuigen tegen beschadiging door de ijsvorming te beschermen en het openhouden van watergangen in opdracht van het college.
Hoofdstuk 5 Milieu en veiligheid Artikel 33 Baggerverbod Dit artikel dient, naast bescherming van de waterbodem ook als bescherming tegen het in aanraking komen met mogelijk gevaarlijke baggerproducten en het verstoren van de flora en fauna onderwater. Het artikel biedt een uitzondering om voorwerpen die in het per ongeluk water zijn gevallen direct daarna te kunnen opvissen. Daarvan is de globale plek van verlies bekend en daardoor kan en mag er lokaal gezocht worden. Ook voorziet het artikel in een verbod op magneetvissen, omdat daarmee gevaarlijke voorwerpen, zoals explosieven, gevonden en uit het water gehaald kunnen worden. Artikel 34 Verbouwings-, herstel- of sloopwerkzaamheden Op verbouwings-, herstel of sloopwerkzaamheden die zich voordoen in het openbaar water is deze bepaling van toepassing. Omdat de veiligheid en het milieu bij deze werkzaamheden in het geding zijn, zijn al deze activiteiten onder de verbodsbepaling gebracht. De hoofdlijn is dat dergelijke werkzaamheden op een werf worden uitgevoerd waar de werkzaamheden op grond van een vergunning krachtens de Wet milieubeheer en de Waterwet mogen worden verricht. Op werkzaamheden waarvan geen gevaar, schade of hinder valt te verwachten, is het verbod niet van toepassing, bijvoorbeeld bij kleine interne reparaties. Ook is dit verbod niet van toepassing bij noodreparaties.
Artikel 35 Opslaan van goederen Ten einde de oevers vrij te houden van obstakels en beschadiging van het groen door deze obstakels te voorkomen dient dit artikel. Maar ook om het risico op het te water raken van deze stoffen of objecten te verkleinen en het verzakken van de oever door een gewicht van deze objecten te voorkomen. Artikel 36 en 37 (gevaarlijke) stoffen Deze artikelen zijn van belang in verband met de overlast die door stof- en rookvorming e.d. kan optreden. In de meeste gevallen zullen de bijzondere wetten geen uitkomst bieden als bij de uitstoot van stoffen, gassen e.d. geen effecten waarneembaar zijn op de omgeving. De Wet inzake de luchtverontreiniging ziet toe op het verontreinigen van de lucht, maar biedt bij het in incidentele gevallen vrijkomen van stof, rook etc. onvoldoende houvast voor het nemen van maatregelen ter voorkoming van overlast of hinder voor de watergebruikers en omwonenden. Milieu- en veiligheidswetten hebben betrekking op een inrichting en bieden geen grondslag om in gevallen als hier bedoeld op te treden; zodoende geeft deze bepaling een aanvullende regeling. Daarnaast wordt beoogd zo snel mogelijk maatregelen te kunnen treffen wanneer een dergelijke calamiteit zich voordoet. De opgelegde alertheid van de vervuiler en van degene die van een dergelijk voorval weet, dient hier aan bij te dragen.
Verder is uitdrukking gegeven aan de gedachte dat de vervuiler verantwoordelijk is voor de gevolgen van zijn daden. Ook ziet dit artikel toe op die gevallen waarin de veiligheids- en milieuwetgeving geen oplossing bieden. De artikelen hebben een aanvullend karakter.
Hoofdstuk 6 Handhavingsbepalingen Artikel 38 Toezicht In dit artikel worden de toezichthouders genoemd. De basis voor toezichthoudende bevoegdheid wordt gevonden in hoofdstuk 5 van de Awb. In dat hoofdstuk zijn algemene regels gegeven voor de bestuursrechtelijke handhaving van algemeen geldende rechtsregels en individueel geldende voorschriften. Afdeling 1 van dat hoofdstuk geeft regels voor het toezicht. Op basis van artikel 142, eerste lid, aanhef en onder c, van het Wetboek van Strafvordering hebben personen die bij de verordening zijn belast met het toezicht op de naleving van die verordening, een en ander voor zover het die feiten betreft en die personen zijn beëdigd, bijzondere opsporingsbevoegdheid. De aanwijzing als toezichthouders in de Verordening openbaar water Heemstede 2025 is de grondslag voor de aanwijzing als buitengewoon opsporingsambtenaar. Met het toezicht op naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn dus zowel toezichthouders in de zin van de Awb bevoegd als buitengewoon opsporingsambtenaren (BOA’s) in de zin van het Wetboek van Strafrecht.
Artikel 39 Nakoming bevelen Op het water is het gebruikelijk dat de havenmeester/toezichthouder/handhaver mondeling bevelen geeft. Dat komt omdat er vaak sprake is van spoed en onomkeerbare situaties. Essentieel hierbij is dat er snel gehandeld moet worden. Het is vergelijkbaar met controles van de politie waarbij bevelen mondeling gegeven worden en het voor de uitoefening van de functie niet mogelijk is om de bevelen schriftelijk te geven. Bevelen hebben in dit geval betrekking op het vaargedrag en de vaaraanwijzingen die team Handhaving of een ander namens het college handelend persoon kunnen geven. Een aantal voorbeelden van bevelen zijn: iemand bevelen om door rood licht te varen, iemand bevelen om op een bepaalde locatie af te meren waar afmeren normaliter verboden is, iemand bevelen aan een bepaalde kant van het vaarwater te varen (dat kan in verband met een gezonken boot, duikers in het water, werkzaamheden enz) of iemand bevelen de snelheid te overtreden. Artikel 40 Strafbepaling Op grond van artikel 154 van de Gemeentewet kan de gemeenteraad op overtreding van zijn verordeningen straf stellen. Deze straf mag niet zwaarder zijn dan hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie, al dan niet met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.
Het is overigens uiteindelijk de strafrechter die de soort en de maat van de straf in een concreet geval bepaalt, tot de grens van de door de gemeenteraad gekozen boetecategorie.
Hoofdstuk 7 Slotbepalingen Artikel 41 Overgangsrecht algemeen Dit artikel bepaalt hoe lopende zaken moeten worden geregeld na inwerkingtreding van deze verordening. De belangrijkste wijzigingen hierin zijn het toevoegen van de leden 3, 4, 5 en 6 die het intrekken van de ligplaatsvergunningen regelen van ligplaatsvergunninghouders die niet in Heemstede staan ingeschreven (lid 3) en van ligplaatsvergunninghouders met meer dan één ligplaatsvergunning (lid 4). Lid 5 bepaalt dat de in lid 3 en 4 genoemde gevallen de ligplaatsvergunning van rechtswege drie jaar na inwerkingtreding van de Verordening openbaar water Heemstede 2025 vervalt. Lid 6 bepaalt dat de vergunningplicht voor een ligplaats aan particuliere oever, zoals bedoeld in lid 4, drie jaar na inwerkingtreding van de Verordening openbaar water Heemstede 2025 in gaat, zodat men drie jaar de tijd heeft om alternatieven te vinden. Artikel 42 Overgangsrecht wachtlijst Dit artikel regelt het omzetten van de wachtlijstsysteem van meerdere wachtlijsten naar een systeem met één enkele wachtlijst. Hierbij wordt de enkele wachtlijst samengesteld uit alle wachtenden op de individuele wachtlijsten. Van alle oorspronkelijke aanmeldingen is de relatieve volgorde van aanmelden bekend of te achterhalen.
Als de wachtlijstplekken op de bestaande wachtlijsten zijn bepaald door een loting, wordt de volgorde volgend uit deze loting aangehouden; de groep uit de loting wordt op die volgorde integraal ingevoegd op de nieuwe lijst, tussen de laatste aanmelding gedaan vóór het plaatsvinden van de loting en de eerste aanmelding gedaan ná het plaatsvinden van de loting.