CConstaterende datHeemstede
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Rapport Regionale woonzorgopgave Zuid-Kennemerland IJmond (1).pdf

Gemeenteraad 30 januari 2025, gemeente HeemstedeBij agendapunt: 4: Startnotitie wonen en zorg16.002 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Regionale woonzorgopgave Zuid-Kennemerland/IJmond Juni 2024

Mia Dieters & Yan Crabbendam

Contactgegevens Juni 2024

Mia Dieters 06 4631 3340

Yan Crabbendam ycrabbendam@dsp-groep.nl 06 15472227

Met medewerking van: Lotte Hogeboom (DSP-groep) In samenwerking met: begeleidingscommissie gemeenten Haarlem, Heemskerk en Velsen Medegefinancierd door Provincie Noord-Holland

Regionale woonzorgopgave Zuid-Kennemerland/ IJmond De regio Zuid-Kennemerland/ IJmond heeft de wens om te komen tot een regionale aanpak van de woonzorgopgave voor aandachtsgroepen. Dit concept document bevat de regionale woonzorgopgave op hoofdlijnen, met uitgangspunten en voorstellen voor de regionale aanpak.

DSP-groep

RAPPORT ─ Regionale woonzorgopgave Zuid-Kennemerland/IJmond

2

Inhoud

DSP-groep

1

Aanleiding

4

1.1

Aanleiding

4

1.2

(Boven)regionale samenwerking

4

1.3

Regionale woonzorgopgave en uitgangspunten aanpak

5

1.4

Werkwijze

6

1.5

Leeswijzer

6

2

Regionale focus aandachtsgroepen

7

3

Regionale opgave wonen en zorg

10

4

Uitgangspunten regionale aanpak

18

4.1

Zorg en ondersteuning nabij

18

4.2

Zorgzame wijk: sociale basis en draagkracht

19

4.3

Komen tot voldoende sociale huurwoningen in de regio

20

4.4

Komen tot verdeling regionale voorzieningen

22

4.5

Ontwikkeling van nieuwe woonconcepten

23

4.6

Slagvaardig lokale plannen realiseren

24

4.7

Volgen van ontwikkelingen: governance, monitoring en kennisdeling

24

Bijlage 1: Begripsbepalingen BZK

26

Bijlage 2: Landelijke kaders

29

Bijlage 3: Demografische ontwikkelingen

31

Bijlage 4: Bevindingen per aandachtsgroep

33

Bijlage 5: Regionale woonafspraken en ontwikkelingen

54

RAPPORT ─ Regionale woonzorgopgave Zuid-Kennemerland/IJmond

3

1

Aanleiding

1.1

Aanleiding Er is een groeiende vraag naar geschikte, betaalbare woonruimte en (intensieve) zorg en ondersteuning aan huis. Tegelijkertijd is er een schaarste in woonruimte, zorgprofessionals en middelen. Dat maakt dat een integrale kijk op het wonen- en zorgvraagstuk noodzakelijker is dan ooit. Het vraagt ook om domeinoverstijgende samenwerking tussen wonen, zorg, welzijn en de mensen om wie het gaat. De volgende twee landelijke programma’s, als onderdeel van het Nationale Woon- en Bouwagenda (2022), zijn gericht op deze integrale opgave: 1.

Een thuis voor iedereen heeft als doel om te zorgen voor voldoende betaalbare woningen voor door het Rijk benoemde aandachtsgroepen, met een evenwichtige verdeling over gemeenten en met de juiste zorg, ondersteuning en begeleiding. Het gaat om de huisvesting en ondersteuning/ zorg voor verschillende groepen kwetsbare mensen: van dak- en thuislozen, mensen die uitstromen uit een intramurale instelling tot en met statushouders, arbeidsmigranten, woonwagenbewoners en studenten.

2.

Wonen en zorg voor ouderen heeft als doel om te komen tot voldoende geschikte woningen en een prettige leefomgeving voor ouderen. Om dat te realiseren moet er, gelet op de vergrijzing, veel voor ouderen worden gebouwd.

De lokale doorvertaling hiervan moet plaats vinden in lokale woonzorgvisies/-programma’s. Hierin maken gemeenten helder wat er nodig is aan huisvesting en ondersteuning voor de verschillende aandachtsgroepen en ouderen. Deze woonzorgvisies, waar sommige regiogemeenten al voorbereidingen voor treffen, worden in 2026 onderdeel van het verplichte gemeentelijke volkshuisvestingsprogramma, in het kader van het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting.

1.2

(Boven)regionale samenwerking In de regio Zuid-Kennemerland/ IJmond werken de zeven gemeenten1 en stakeholders samen op wonen en zorg, voor verschillende aandachtsgroepen. In het regionaal beleid 2 voor de Wmo-zorg beschermd wonen (BW) en maatschappelijke opvang (MO) werken zij ook samen met de gemeente Haarlemmermeer. Voor de uitstroom uit BW/ MO- voorzieningen en zorginstellingen voor (jong) volwassenen (MO of residentiële instelling), mensen met GGZ- problematiek en mensen met een verstandelijke beperking zijn er afspraken over de huisvesting van deze mensen, verdeeld over de regiogemeenten: Pact voor Uitstroom. De gemeente Haarlemmermeer heeft een eigen, vergelijkbare regeling: de Opstapregeling. Ook op jeugdhulp vindt regionale samenwerking3 plaats waarbij onder andere wordt ingezet op de ontwikkeling van kleinschalige

1 Beverwijk, Bloemendaal, Haarlem, Heemskerk, Heemstede, Velsen en Zandvoort. 2

Kader opvang, wonen en herstel, 2022 tot en met 2027 (2021).

3 Toekomstperspectief afbouw JeugdzorgPlus regio Zuid-Kennemerland en IJmond (2021).

DSP-groep

RAPPORT ─ Regionale woonzorgopgave Zuid-Kennemerland/IJmond

4

woonvormen voor jeugdigen. Op het gebied van wonen hebben de gemeenten met de provincie NoordHolland een Toekomstperspectief afbouw JeugdzorgPlus regio Zuid-Kennemerland en IJmond (2021).

Regionaal is het Woonakkoord Zuid-Kennemerland/ IJmond 2021-2025 vastgesteld waarmee de gemeenten onder meer met corporaties gezamenlijk uitvoering geven aan de uitvoeringsagenda. Zuid-Kennemerland/ IJmond vormen een van de deelregio’s van Metropool Regio Amsterdam (MRA). De MRA is een van de koploperregio’s binnen het landelijk programma Een thuis voor iedereen. Het koplopersprogramma wordt ingevuld via een aantal sporen en bestuurlijk aangestuurd via de stuurgroep Huisvesting Aandachtsgroepen. Vanuit de (deel)regio Zuid- Kennemerland/ IJmond nemen Haarlem, Heemskerk en Velsen deel. Een van de sporen is de ontwikkeling van een woonzorgvisie op schaal van de MRA.

1.3

Regionale woonzorgopgave en uitgangspunten aanpak Voor de brede wonen en zorg-opgave ziet de regio Zuid-Kennemerland/ IJmond4 voor zichzelf een belangrijke rol weggelegd: enerzijds om gemeenten te faciliteren met kennis en een handreiking, anderzijds om het gesprek met elkaar te (blijven) voeren over fair share, oftewel de realisatie van de opgave voor kwetsbare mensen, welke bijdragen de afzonderlijke gemeenten daarin kunnen en willen leveren, en welke afspraken partijen vastleggen. Daarom heeft de regio de handschoen opgepakt om te komen tot een analyse van de regionale woonzorgopgave en richting voor de regionale aanpak van deze opgave, als kader en handreiking voor de gemeentelijke woonzorgvisies/ -programma’s. De regio heeft de wens om te komen tot een regionale opgave met afspraken over5: verdeling huisvestingsopgave; bijbehorende zorg en ondersteuning; toewijzing en urgentie.

Dit vraagt inzicht in de ontwikkeling van vraag en aanbod in de komende periode tot en met 2040. Dit concept document bevat de regionale woonzorgopgave op hoofdlijnen met uitgangspunten voor de regionale aanpak van deze opgave. Indien dit document bestuurlijk akkoord wordt bevonden (portefeuillehoudersoverleg Volkshuisvesting en Sociaal Domein) dan kan dit in de colleges vastgesteld worden. De regionale opgave kan gebruikt worden bij het opstellen van de lokale woonzorgvisie, als onderdeel van het volkshuisvestingsprogramma.

4 Voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang hoort de gemeente Haarlemmermeer ook bij de regio. Voor de leesbaarheid wordt

dit in het vervolg niet steeds herhaald, maar wordt gesproken over de Regionale woonzorgopgave Zuid-Kennemerland/ IJmond. 5 In lijn met het wetsvoorstel Versterking regie op de volkshuisvesting.

DSP-groep

RAPPORT ─ Regionale woonzorgopgave Zuid-Kennemerland/IJmond

5

1.4

Werkwijze Voor het in beeld brengen van de regionale opgave Zuid-Kennemerland/ IJmond is gebruik gemaakt van beschikbare data. Daarnaast zijn in 2023 verschillende groepsgesprekken gevoerd met de gemeenten (wonen en sociaal domein), regionale aanbieders ouderenzorg, GGZ, gehandicaptenzorg en jeugdhulp. De opgave is getoetst en aangevuld in een sessie met stakeholders op 28 september 2023. De uitkomsten van deze sessie, gesprekken en (bestuurlijke) overleggen zijn verwerkt in dit concept document en besproken in het bestuurlijk portefeuillehoudersoverleg Volkshuisvesting met wethouders Wonen, wethouders Sociaal Domein en bestuurders van corporaties op 28 februari 2024. Het concept is op 30 maart 2024 toegelicht in de regionale radenbijeenkomst.

Volledigheid en betrouwbaarheid van het geschetste beeld Voorliggende regionale woonzorg opgave en bijbehorende deelopgaven zijn gebaseerd op de beschikbare informatie over de behoefte- en aanbodontwikkeling, waar mogelijk per gemeente. Deze informatie over vraag- en aanbodontwikkeling verschilt in volledigheid en kwaliteit. Voor de groep mensen met een indicatie vanuit de Wet langdurige zorg (ouderen, beschermd wonen cliënten en mensen met fysieke en verstandelijke beperking) zijn regionale en lokale prognoses beschikbaar uit eerder onderzoek uit 2022 6. Voor ouderenhuisvesting is landelijke data van het ministerie van BZK en de provincie Noord-Holland gebruikt7. Voor beschermd wonen vanuit de Wmo is de regionale prognose gebruikt8. Voor jeugdigen (jeugdhulp met verblijf) was geen actuele prognose voorhanden. Naar verwachting komt het Rijk later dit jaar met data over de huidige omvang van alle aandachtsgroepen en ouderen, per gemeente. Op landelijk niveau zijn er onzekerheden, ook gezien het nieuwe kabinet, veranderend Rijksbeleid en nieuwe wetsvoorstellen, zoals Versterking regie volkshuisvesting; waar mogelijk houden we hier rekening mee.

1.5

Leeswijzer In hoofdstuk 2 lichten we de regionale focus op aandachtsgroepen toe. In hoofdstuk 3 staan de rode draden voor de regionale opgave wonen en zorg. Hoofdstuk 4 gaat in op de uitgangspunten en voorstellen voor de regionale aanpak. In de vijf bijlagen zijn begripsbepalingen opgenomen (rijksdefinities van de aandachtsgroepen), de landelijke kaders, de demografische ontwikkelingen in de regio, de analyse/ opgave per aandachtsgroep en voor ouderen, en de huidige regionale woonafspraken en ontwikkelingen.

6 Verkenning wonen met zorg 2021-2040, Zuid-Kennemerland en IJmond (ABF Research, 2022). 7 ABF Research, 2023. 8

Prognoses beschermd en beschut wonen en GGZ-Wlz voor gemeenten in regio Zuid-Kennemerland/ IJmond en Haarlemmermeer (ABF Research, 2024).

DSP-groep

RAPPORT ─ Regionale woonzorgopgave Zuid-Kennemerland/IJmond

6

2

Regionale focus aandachtsgroepen Het Rijksprogramma Een Thuis voor iedereen ziet verschillende doelgroepen voor de woonzorgopgave of programma. Het gaat in de kern om: Mensen die behoefte hebben aan een betaalbare sociale huurwoning, als basis voor ondersteuning en zorg, en dat niet zelfstandig kunnen organiseren. Mensen waarbij het accent vooral ligt op woonruimte: statushouders, arbeidsmigranten, woonwagenbewoners, mantelzorgers en studenten.

Daarnaast wordt de groep ouderen (65+) genoemd in het Rijksprogramma Wonen en zorg voor ouderen. In het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting zijn de volgende urgentiecategorieën opgenomen9, zie onderstaand overzicht van het ministerie van BZK. Statushouders vallen niet onder de urgentieregeling. Het huisvesten van statushouders gaat via de reguliere gemeentelijke taakstelling.

Figuur 1: Aandachtsgroepen en urgentiecategorieën

9 https://www.volkshuisvestingnederland.nl/onderwerpen/online-kennis-en-expertisecentrum/veelgestelde-vragen

DSP-groep

RAPPORT ─ Regionale woonzorgopgave Zuid-Kennemerland/IJmond

7

Het (in de toekomst verplichte) lokale woonzorgprogramma richt zich op alle aandachtsgroepen. Voor de regio gaan we uit van een focus op de volgende aandachtsgroepen: aandachtsgroepen waarbij de behoefte wonen én zorg betreft en voor wie zelfstandig wonen niet vanzelfsprekend is en; die niet op eigen kracht een woning kunnen vinden gezien hun beperking of aandoening en; voor wie regionale voorzieningen nodig zijn (dus aandachtsgroepen die regionaal georiënteerd zijn) en; waarbij evenwichtige verdeling over de regio afgesproken moet worden vanwege de regionale oriëntatie en; waarvan de wonen- en zorgopgave urgent is.

Dan komen we uit op de volgende aandachtsgroepen die deels overeen komen met de aandachtsgroepen uit het Rijksprogramma maar deze niet op 1 op 1 volgen. De definities10 staan benoemd in bijlage 1.

Tabel 2.1: aandachtgroepen Regionale woonzorgopgave Zuid-Kennemerland/IJmond

1

Aandachtsgroep

Onder deze aandachtsgroep verstaan we:

Mensen met psychische kwetsbaarheid

•

Mensen met een behoefte aan wonen met begeleiding, beschut, beschermd wonen (Wmo, Wlz)

•

Mensen die de thuissituatie hebben verlaten, of dreigen te verlaten in verband met risico’s voor hun veiligheid als gevolg van huiselijk geweld

2

(Dreigend) dakloze mensen

•

Mensen die uitstromen uit detentie/ forensische zorg

•

Mensen met multiproblematiek, zoals GGZ, LVB, gedragsproblematiek (intramuraal en extramuraal)

•

Personen die de thuissituatie hebben verlaten en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving (Wmo-doelgroep)

•

Personen die niet door multiproblematiek dakloos zijn geworden of blijven, maar vanwege financiële tegenslag, al dan niet als gevolg van een relatiebreuk. Alleen op het leefdomein huisvesting ondervinden zij een probleem, op andere leefdomeinen zijn zij zelfredzaam (ook wel economisch dakloze mensen genoemd)

3

Mensen met verstandelijke en fysieke beperking

4

Jeugdigen/ jongeren met zorg met verblijfbehoefte

•

Jeugdigen (18-) met een behoefte aan jeugdhulp met verblijf of verpleegzorg

•

Jongeren (18-23 jaar) met zorg-/ opvang- of verblijfbehoefte (verlengde jeugdhulp, begeleid wonen e.d.)

Ouderen

•

Ouderen van 65 jaar en ouder

5

10

Voor de begripsbepaling gebruiken we deels dezelfde begrippen als voor de urgentie, en deels niet. In bijlage 1 staat dit per subgroep toegelicht.

DSP-groep

RAPPORT ─ Regionale woonzorgopgave Zuid-Kennemerland/IJmond

8

De overige aandachtsgroepen zijn: Statushouders Woonwagenbewoners Arbeidsmigranten Mantelzorgers Studenten Bij deze groepen voert de huisvestingsvraag de boventoon. Zij worden wel in de analyse meegenomen voor het overzicht.

Daarnaast merken we op binnen een groep dat de diversiteit groot kan zijn, zoals bij mensen met een psychische kwetsbaarheid en mensen met een beperking die lichte tot zware zorg nodig hebben. De diversiteit geldt ook voor de behoefte aan type huisvesting en type zorg/ ondersteuning; waar nodig en mogelijk hebben we de diversiteit in de opgaven verwerkt.

DSP-groep

RAPPORT ─ Regionale woonzorgopgave Zuid-Kennemerland/IJmond

9

3

Regionale opgave wonen en zorg In dit hoofdstuk beschrijven we de rode draad van de regionale wonen- en zorgopgave voor de verschillende aandachtsgroepen. De informatie over de opgave per aandachtsgroep en de doelgroep ouderen, en per gemeente is in bijlage 4 samengevat. Hierin worden benoemd: het beleid, kenmerken en ontwikkelingen binnen de aandachtsgroep en behoefte-ontwikkeling huisvesting en zorg/ ondersteuning, waar mogelijk uitgesplitst naar de gemeenten.

De volgende rode draden zijn te zien in de regionale woonzorgopgave:

1 Meer mensen hebben intensievere zorg (aan huis) nodig De zorgvraag wordt bij een grotere groep mensen intensiever: Bij mensen met psychische kwetsbaarheid / GGZ heeft de (huidige) intramurale instroom te maken met zware problematiek, volgens de aanbieders. De diversiteit binnen de groep verdwijnt; voorheen was er meer menging van lichtere en zwaardere zorg. Groepswonen binnen intramurale voorzieningen wordt hierdoor complexer. Bij mensen met een verstandelijke beperking is de ervaring van de aanbieders dat meervoudige problematiek meer aan de orde is dan 10 jaar geleden, zoals een combinatie met GGZ en gedragsproblematiek. Voor ouderen geldt dat het aantal ouderen met een verpleeghuiszorgvraag (vanuit de Wlz) toeneemt terwijl de intramurale capaciteit (verpleeghuizen) niet kan worden uitgebreid door Rijksbeleid.

Uit de regionale prognose wonen en zorg11 blijkt dat voor mensen met een fysieke beperking die intensieve zorg (vanuit de Wet langdurige zorg) nodig hebben, geen uitbreiding van extra plaatsen nodig is tot 2040. De beweging bij beschermd wonen en intensieve zorg voor ouderen is dat deze zorg waar mogelijk (nog meer) thuis gaat plaatsvinden. Dat maakt de vraag naar sociale huurwoningen en kleinschalige woonvormen groter, zie hierna.

2 Blijvende grote vraag naar sociale huurwoningen Een groot deel van de kwetsbaren heeft behoefte aan een sociale huurwoning. Het aanbod van woningen voor uitstromers vanuit beschermd wonen en maatschappelijke opvang komt niet overeen met de vraag qua locatie: er is veel druk op enkele gemeenten, zoals Haarlem. Hierbij is nog sprake van een onevenredige verdeling over de regio. Tegelijkertijd zetten gemeenten in op het voorkomen van instroom in (intramurale voorzieningen voor) beschermd wonen en maatschappelijke opvang. De inzet is gericht op zoveel mogelijk ondersteuning thuis: ‘van beschermd wonen naar beschermd thuis’ en ‘van opvang naar wonen eerst’. Dit zal

11 Verkenning wonen met zorg 2021-2040, Zuid-Kennemerland en IJmond (ABF Research, 2022).

DSP-groep

RAPPORT ─ Regionale woonzorgopgave Zuid-Kennemerland/IJmond

10

per saldo de druk op de sociale huurwoningvoorraad vergroten. Overigens zien we ook behoefte aan alternatieve (tijdelijke) woon- en verblijfsvormen voor bijvoorbeeld de groep economisch daklozen, bijvoorbeeld via hospitaverhuur, de tijdelijke verhuur van leegstaande (corporatie)woningen of een pensionvoorziening.

Tabel 3.1: Vraag extra sociale huurwoningen 2020-2040 uitstromers in de regio Aandachtsgroepen

Vraag extra sociale huurwoningen 2020-2040

Uitstromers uit beschermd wonen, opvang,

Huidige afspraak: maximaal 178 woningen/ jaar (Pact voor

jeugdhulp, GGZ, instellingen verstandelijk

Uitstroom, t/m 2031). De verdeelsleutel wordt zo nodig herzien

gehandicapten

na de evaluatie van Pact voor Uitstroom.

Voor de extra benodigde ouderenhuisvesting is de verdeling sociale huur/ markt niet gespecificeerd in de recente prognose van het Rijk. We komen hier bij rode draad 4 op terug.

Tabel 3.2: Vraag extra sociale huurwoningen 2020-2040 ouderen in de regio12 Ouderen

Vraag extra sociale huurwoningen 2020-2040

Ouderen 65+

Ca. 20% van extra vraag naar ouderenhuisvesting (6.820 woningen, zie rode draad 4) betreft sociale huur. Rest is markt: 20% vrije sectorhuur en 60% koop.

3 Ook behoefte aan kleinschalige woonvormen en regionale voorzieningen Naast zelfstandige sociale huurwoningen is er, volgens aanbieders, ook behoefte aan kleinschalige woonvormen en gespecialiseerde, regionale voorzieningen: (Nieuwe) kleinschalige woonvormen, oftewel geclusterde eenheden en gemengd qua groepen (met en zonder zorgvraag). Deze hoeven niet voor één specifieke groep ontworpen te zijn. Hier zitten wel verschillen per aandachtsgroep: van zelfstandige woonruimtes die dicht bij elkaar liggen tot begeleid wonen in een pand met een gezamenlijke huiskamer, als tussenvorm voor meer zelfstandig wonen. De omvang van de woonvorm varieert, ook in verband met de benodigde zorgcapaciteit. Voor jeugdhulp met verblijf gaat het bijvoorbeeld om woonhuizen met 5 slaapkamers. De omvang van een woonvorm hangt ook samen met wat passend is bij de structuur en draagkracht van de wijk. Specialistische (regionale) voorzieningen voor mensen met meervoudige problematiek. Het gaat in ieder geval om skaeve huse13 voor extreem overlastgevende personen, pauzeplekken voor (zelfstandig

12

Op basis van Verkenning wonen met zorg 2021-2040, Zuid-Kennemerland en IJmond (ABF Research, 2022).

13 Skaeve huse is in principe een lokale voorziening die gespreid over de regio nodig is.

DSP-groep

RAPPORT ─ Regionale woonzorgopgave Zuid-Kennemerland/IJmond

11

wonende) GGZ-cliënten die aangeven tijdelijk niet thuis te kunnen wonen voor stabilisatie en een voorziening voor mensen met een verstandelijke beperking die intensieve (Wlz-)zorg nodig hebben.

Voor de ontwikkeling van het aantal cliënten ‘beschermd thuis geclusterd’ (gelijk aan het huidige ‘beschut wonen’) en het aantal cliënten beschermd wonen (intramuraal) in de Wmo is een recente regionale prognose tot 2040 gedaan14. In een basisraming is gekeken naar de herkomstgemeente van de huidige cliënten en is hierop de bevolkingsprognose per gemeente toegepast (bij ongewijzigd beleid). Dan blijkt dat uitsluitend op grond van bevolkingsprognoses op regionaal niveau slechts een (beperkte) groei van het aantal cliënten verwacht mag worden (tabel 3.3). De vraag naar verschillende combinaties van wonen en zorg voor deze doelgroep is echter mede afhankelijk van maatschappelijke trends en beleidskeuzes die gemaakt worden, zoals: Landelijk beleid voor de toegang tot Wlz-GGZ Beschikbaarheid van (sociale huur)woningen Kwaliteit en beschikbaarheid van GGZ-behandeling Voortgaande trend mentale problemen bij jongeren Inzet op uitstroom uit de maatschappelijke opvang Mogelijkheden en beperkingen als gevolg van nieuwe contracten beschermd wonen per 1 juli 2024.

Daarom zijn naast de basisraming ook een gematigd en ambitieus scenario doorgerekend (respectievelijk tabel 3.4 en 3.5). De scenario’s hebben als uitgangspunt de beweging van beschermd wonen naar beschermd thuis (i.c. van intramuraal wonen naar zelfstandig wonen met begeleiding), rekening houdend met bovengenoemde factoren. Op grond van die scenario’s zou in de regio de vraag naar (intramuraal) beschermd wonen afnemen, terwijl de vraag naar andere woonzorgarrangementen toeneemt (beschut wonen, beschermd thuis, zelfstandig wonen met begeleiding). Dat laat overigens onverlet dat de vraag naar specifieke vormen van beschermd wonen, zoals Domus Plus, onverminderd blijft. De komende maanden zullen gemeenten, zorgaanbieders en corporaties bepalen welk scenario het meest realistisch wordt geacht. Dit wordt uitgewerkt in een gezamenlijk huisvestingsplan ‘van beschermd wonen naar beschermd thuis’. Hierin wordt de (kwantitatieve en kwalitatieve) opgave beschreven tot 2040, alsmede een uitvoeringsstrategie die ingaat op de rolverdeling tussen partijen en een zodanige fasering dat er geen afbouw van intramurale plekken plaatsvindt vóórdat er zekerheid is over alternatieve woon-/zorgvormen.

14 Prognoses beschermd en beschut wonen en GGZ-Wlz voor gemeenten in regio Zuid-Kennemerland/ IJmond

DSP-groep

RAPPORT ─ Regionale woonzorgopgave Zuid-Kennemerland/IJmond

12

Beschermd en beschut wonen met Wmo Indicatie Voor de groep beschermd wonen met een Wmo-indicatie zijn prognoses geraamd. Op grond van het bekostigingsmodel van de nieuwe aanbesteding Beschermd Wonen zijn grofweg de volgende woonzorgarrangementen af te leiden: •

Beschermd thuis (alleen trajectbegeleiding) (‘gespikkeld’)

•

Beschermd thuis met een vorm van woonbegeleiding en/of veiligheid (‘geclusterd’)

•

Beschermd wonen (intramuraal)

Categorie 1 bestaat in de huidige situatie niet (en is daarom niet meegenomen in de basisraming). Het nieuwe ‘beschermd thuis geclusterd’ komt overeen met het huidige ‘beschut wonen’. Met ‘beschermd wonen’ wordt in de oude en nieuwe situatie hetzelfde bedoeld.

Tabel 3.3. Basisraming (ongewijzigd beleid) beschermd wonen naar beschermd thuis Zuid-Kennemerland/ IJmond/ Haarlemmermeer Basisraming (ongewijzigd beleid) Basis

2030

(2021/ 2022)15 Zelfstandig wonen

Opgave t.o.v.

2040

2022

Opgave t.o.v. 2022

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

139

146

+7

151

+12

520

532

+12

552

+32

met begeleiding16 Beschermd thuis gespikkeld17 Beschermd thuis geclusterd Beschermd wonen

15 Het gemiddeld aantal cliënten per maand in 2021 en 2022 (inclusief wachtlijst). Deze aantallen vormen de basis voor de prognose. 16 In de huidige situatie zijn er wel personen die zelfstandig wonen met begeleiding, maar in de prognose wordt alleen gekeken naar het te

verwachten aantal extra personen als gevolg van het beleid ‘van beschermd wonen naar beschermd thuis’. 17 In de huidige situatie bestaat deze categorie niet; als gevolg van de aanbesteding per 1 juli 2024 wel.

DSP-groep

RAPPORT ─ Regionale woonzorgopgave Zuid-Kennemerland/IJmond

13

Tabel 3.4. Gematigd (beleid)scenario beschermd wonen naar beschermd thuis Zuid-Kennemerland / IJmond/ Haarlemmermeer Gematigd (beleid)scenario Basis

2030

Opgave t.o.v. 2022

2040

Opgave t.o.v. 2022

-

32

+32

70

+70

-

63

+63

140

+140

139

175

+36

211

+72

520

412

-108

282

-238

(2021/ 2022) Zelfstandig wonen met begeleiding Beschermd thuis gespikkeld Beschermd thuis geclusterd Beschermd wonen

Tabel 3.5. Ambitieus (beleid)scenario) beschermd wonen naar beschermd thuis ZuidKennemerland/IJmond/Haarlemmermeer Ambitieus (beleid)scenario Basis

2030

(2021/ 2022)

DSP-groep

Opgave

2040

t.o.v. 2022

Opgave t.o.v. 2022

Zelfstandig wonen met begeleiding

-

32

+32

70

+70

Beschermd thuis gespikkeld

-

94

+94

211

+211

Beschermd thuis geclusterd

139

175

+36

211

+72

Beschermd wonen

520

381

-139

211

-309

RAPPORT ─ Regionale woonzorgopgave Zuid-Kennemerland/IJmond

14

Tabel 3.6: Vraag extra aantal woonruimtes/ voorzieningen voor overige aandachtsgroepen in de regio ZuidKennemerland en IJmond Aandachtsgroepen

Vraag extra aantal woonruimtes/ voorzieningen

Pauzeplekken cliënten GGZ

Nader te bepalen met GGZ-aanbieders

Skaeve huse (met begeleiding)

24 woningen (4 clusters van 6 woningen) tot 203118

Jongeren 18- jeugdhulp met verblijf

Kleinschalige voorzieningen: nader te bepalen met jeugdhulp

Doorstromers uit jeugdhulp met verblijf (18+)

Kleinschalige woonvoorzieningen: 40 personen/ per jaar

Dakloze jongeren (18- 23 jaar)

Kleinschalige woonvoorzieningen: 50-60 personen/ per jaar

Mensen met verstandelijke handicap

•

350 extra plaatsen Wet Langdurige zorg, tot 204021

•

Voorziening meervoudige problematiek (VG7+). NB. Hierover vindt reeds overleg plaats tussen Zorgkantoor en aanbieders

19

20

4 Ouderen zijn de grootste groep Door dubbele vergrijzing (een grotere groep ouderen wordt steeds ouder) is de groep ouderen het grootst qua omvang in vergelijking met de aandachtsgroepen. Niet alle ouderen zijn kwetsbaar, in financieel of sociaal opzicht. Ouderen hebben doorgaans al een woning en zijn geworteld in hun woonplaats. Het is in eerste instantie vooral een lokale opgave. Maar gezien de omvang van de groep, is de wonen met zorg-opgave omvangrijk.

Vanwege de beperkte mogelijkheden door het Rijksbeleid voor uitbreiding van de (verpleeghuis)capaciteit en de scheiding van wonen en zorg, komt de nadruk nog meer te liggen op intensieve zorg aan huis, zoals het Volledig Pakket Thuis (VPT).

In de regio zijn tot 2030 6.820 extra woningen nodig voor ouderen22. Dit betreft vooral nultredenwoningen. Daarnaast gaat het om geclusterde (nultreden)woningen voor ouderen met en zonder zorgvraag, en om zogenaamde zorggeschikte woningen waar intensieve zorg aan huis geleverd kan worden en met specifieke eisen voor onder andere brandveiligheid. De provincie Noord-Holland heeft in 2024 een dashboard ontwikkeld

18 Kader opvang, wonen en herstel, 2022 tot en met 2027 (2021). 19 Toekomstperspectief JeugdzorgPlus Zuid-Kennemerland en IJmond (2021) 20 Inschatting zorgaanbieders, 2023. 21

Verkenning wonen met zorg 2021-2040, Zuid-Kennemerland en IJmond (ABF Research, 2022).

22 Prognose ABF Research/ RIVM (2023), via Ministerie van BZK.

DSP-groep

RAPPORT ─ Regionale woonzorgopgave Zuid-Kennemerland/IJmond

15

met de regionale en gemeentelijke data over ouderenhuisvesting, de bestaande voorraad en de opgave tot 203123. Een uitsplitsing naar (sociale) huur en koop heeft het Rijk hierbij niet gemaakt. In de eerdere regionale ABFprognose24 was de verhouding van de uitbreidingsopgave grofweg 30% sociale huur, 15% vrije sectorhuur en circa 55% koop. Er ligt dus met name een grote opgave voor het marktsegment. De opgave betreft overigens niet alleen nieuwbouw maar ook (aanpassing van) bestaande bouw. Denk aan complexen van corporaties of nabij een zorglocatie, voor geclusterd wonen. Van belang is dat er duidelijkheid is of de lokale opgave per gemeente gerealiseerd kan worden. Mocht blijken dat dit niet het geval is dan wordt de opgave alsnog een regionaal vraagstuk.

Tabel 3.7: Huisvestingsopgave in regio Zuid-Kennemerland en IJmond, tot 203125 2022- 2031 Zorggeschikte woningen (geclusterd, voor 24-

Geclusterde (nultreden)woningen

uurszorg, Wlz)

(> 12 woningen) 720

Nultredenwoningen

1.650

Totaal

4.450

6.820

Er is een aanvullende regionale prognose26 opgesteld voor de huisvesting van ouderen die verpleging en verzorging nodig hebben vanuit de Wlz (dus intensieve zorg), in opdracht van de zorgaanbieders. Hierbij zijn ook de mogelijkheden voor passend aanbod in de bestaande bouw verkend. Dit rapport dient binnen de regio nader besproken te worden; de informatie is daarom niet verwerkt in dit document. De informatie is een toevoeging op de landelijke BZK-data: gemeenten kunnen de bevindingen gebruiken voor de lokale woonzorgvisies.

5 Regionaal verdelingsvraagstuk voor maatschappelijke opvang en beschermd wonen Het regionaal verdelingsvraagstuk lijkt vooral te spelen voor de bovenlokale voorzieningen (zie rode draad 3) en voor (dreigend) dak- en thuislozen en psychisch kwetsbare mensen met behoefte aan een beschermde woonvorm. De beweging ‘van dakloosheid naar wonen eerst’ en ‘van beschermd wonen naar beschermd thuis’ is ook een beweging van centrumgemeente naar regiogemeenten. Dat betekent dat kleinschalige opvang van daklozen en geclusterde vormen van beschermd wonen (‘beschut wonen’) meer verspreid over de regio gaat plaatsvinden.

23 https://geoapps.noord-holland.nl/dashboards/2023_008_Ouderenhuisvesting.htm 24 Verkenning wonen met zorg 2021-2040, Zuid-Kennemerland en IJmond (ABF Research, 2022). 25 De rijksdefinities van de drie categorieën zijn opgenomen in bijlage 4 26

Huisvestingsopgave ouderen met verpleging en verzorging op grond van de Wlz, Geactualiseerde maatschappelijke opgave tot 2040 in de zorgkantoorregio Kennemerland, Gupta Strategists, 2024. Het betreft een actualisering van de verkenning uit 2022.

DSP-groep

RAPPORT ─ Regionale woonzorgopgave Zuid-Kennemerland/IJmond

16

6 De zorgzame wijk als voorwaarde Door de beweging naar (meer) zorg aan huis komt de wijk centraler te staan: een zorgzame wijk is een belangrijke voorwaarde voor het voorkomen dat mensen hun woning kwijtraken of anderszins niet in hun woning kunnen blijven en een beroep moeten doen op de opvang en een zachte landing bij de mensen die uit een instelling uitstromen. Bij alle partijen is er zorg over de draagkracht en leefbaarheid van wijken met veel sociale huurwoningen en waar inclusie van aandachtsgroepen niet vanzelfsprekend ontstaat. Voor een zorgzame wijk is inzet op community building met en voor de wijk een vereiste: versterking van ontmoeting, participatie en sociale cohesie. Ook daar ligt een gezamenlijke opgave, om kennis te delen over wat werkt in de praktijk.

3.1.1

Tot slot: komen tot vervolgstappen De woonzorgopgave is niet voor alle aandachtsgroepen even concreet (te maken). Hoe dan ook ligt er een urgente opgave voor de verschillende aandachtsgroepen; de disclaimers over de concrete opgave mogen vervolgstappen daarom niet in de weg staan. Hiertoe geven we richting voor een gezamenlijke regionale aanpak die we in het volgend hoofdstuk toelichten.

DSP-groep

RAPPORT ─ Regionale woonzorgopgave Zuid-Kennemerland/IJmond

17

4

Uitgangspunten regionale aanpak De regio ziet de huisvesting van (psychisch) kwetsbare mensen als een belangrijke opgave die zij ook op regionale schaal wil invullen. Dat gaat zowel over woonruimte als over het bieden van ondersteuning, versterken van de lokale sociale basis etc. Voor meer en betere spreiding van het woningaanbod is het nodig om het gesprek met elkaar te (blijven) voeren over de realisatie van de regionale opgave voor kwetsbare mensen, welke bijdragen de afzonderlijke gemeenten daarin kunnen en willen leveren, en welke afspraken partijen vastleggen (fair share). Uiteraard starten we niet vanaf nul: de huidige regionale afspraken vormen een stabiele basis om op voort te bouwen. Regionaal beleid en afspraken staan in bijlagen 4 en 5. In dit hoofdstuk geven we de uitgangspunten en voorstellen voor de regionale aanpak, zoals ook besproken met stakeholders en gebaseerd op de opgave omschreven in hoofdstuk 3: 1.

Zorg en ondersteuning nabij de mensen die thuis (blijven) wonen

2.

Zorgzame wijk met lokale sociale basis en oog voor de draagkracht van de wijk

3.

Komen tot voldoende sociale huurwoningen in de regio

4.

Komen tot verdeling van regionale voorzieningen

5.

Ontwikkeling van nieuwe woonconcepten

6.

Slagvaardig lokale plannen realiseren met zorgaanbieders

7.

Volgen van ontwikkelingen: governance, monitoring en kennisdeling.

4.1

Zorg en ondersteuning nabij

4.1.1

Intensieve zorg (geclusterd) aan huis Voor de organisatie van (met name intensieve) zorg aan huis voor beschermd wonen-cliënten en ouderen kan clustering van zorg bij één of enkele aanbieders het meest efficiënt zijn gezien de beperkte personele capaciteit. Dit druist in tegen het principe van keuzevrijheid van burgers: welke aanbieder past het beste bij mijn zorgvraag en mijn mogelijkheden? Maar als de zorg niet meer geleverd kan worden dan wordt keuzevrijheid een holle frase. In Rotterdam is met de Thuisplusflats ervaring opgedaan met ouderenzorg die door één aanbieder geleverd wordt. Deze werkwijze is via de aanbesteding georganiseerd. In onze regio bestaan ook reeds afspraken tussen corporaties en individuele zorgaanbieders over de toewijzing van woningen met zorg en ondersteuning.

DSP-groep

RAPPORT ─ Regionale woonzorgopgave Zuid-Kennemerland/IJmond

18

Voorstel 1 Om zorg te aan huis vanuit de zorgverleners te kunnen faciliteren, zijn meer geclusterde woonvormen voor aandachtsgroepen en ouderen noodzakelijk en waar mogelijk ook andere vormen van toewijzen en zorgcontracten nodig. Gemeenten, zorgaanbieders en corporaties brengen knelpunten, mogelijkheden en goede voorbeelden in kaart voor de toewijzing van woningen met zorg en ondersteuning, bij geclusterd wonen, voor lessen en zo nodige afstemming binnen de regio.

4.1.2

Beperking instroom (GGZ-)voorzieningen Voor beperking dan wel voorkomen van instroom in (GGZ-)voorzieningen, zoals maatschappelijke opvang, en voorkomen van dakloosheid is het volgende (nog meer) nodig: Het mogelijk maken van intensieve begeleiding aan huis, inclusief onplanbare zorg en flexibel op-/ afschaalbare zorg, in samenhang met begeleiding die vanuit de Wmo geboden wordt/kan worden. Toegeruste sociale basis in gemeenten waarbij expertise over en voorzieningen voor mensen met psychische kwetsbaarheid voor handen zijn. Selectieve toegang: voorkomen dat mensen met vooral een woonvraag een MO-indicatie krijgen. Dat betekent dat voor de groep economisch daklozen, die niet onder de Pact-regeling vallen, een aanvullende aanpak nodig is. Voorstel 2 •

In regionale aanbestedingen voor (Wmo- en Jeugd-)zorg nemen we de mogelijkheid voor intensieve begeleiding aan huis op.

•

Voor de groep economisch daklozen wordt in samenwerking met zorgaanbieders en corporaties lokaal ingezet op alternatieve, tijdelijke woonvormen, hospitaverhuur of tijdelijke bewoning van leegstaand vastgoed.

•

We maken gebruiken van ervaringskennis (ervaringsdeskundigen, cliëntvertegenwoordigers van zorgaanbieders) tijdens de lokale planvorming.

4.2

Zorgzame wijk: sociale basis en draagkracht

4.2.1

Sociale basis in regiogemeenten Voor het gewoon wonen in de wijk is inzet op community building (opbouwwerk) van groot belang. Laagdrempelige ontmoeting is hierbij het sleutelwoord. De praktijk leert dat ontmoeting tussen verschillende wijkbewoners gefaciliteerd, en dus georganiseerd moet worden. Ook het bieden van meerwaarde voor alle

DSP-groep

RAPPORT ─ Regionale woonzorgopgave Zuid-Kennemerland/IJmond

19

wijkbewoners, zoals een sociale werkplaats in de wijk met bijvoorbeeld een fietsenmaker, draagt bij aan inclusie van aandachtsgroepen. Community building draagt bij aan preventie door zo vroeg mogelijk te ondersteunen, het netwerk in de buurt op te zetten en te onderhouden. Dit moet een plek krijgen dan wel houden in de lokale organisatie van welzijn en de sociale basis. Voorstel 3 Gemeenten werken lokaal met partners aan een sterke sociale basis waarbij een zachte landing van psychisch kwetsbare mensen in de wijk en voor community building zijn geborgd, en goede voorbeelden worden regionaal gedeeld.

4.2.2

Draagkracht en leefbaarheid in de wijk Sociale huurwoningen zijn vaak geconcentreerd in wijken, dat betekent dat verschillende aandachtsgroepen hier bij elkaar komen en wonen. De balans tussen draag’last’ en draagkracht in de wijk is een belangrijk aandachtspunt voor de leefbaarheid. De inzet op community building, zoals hiervoor is benoemd, draagt bij aan de leefbaarheid. Maar het kan ook nodig zijn om te kiezen voor een evenwichtigere spreiding van uitstroom over de wijken binnen de gemeente. Daarnaast is samenwerking tussen zorgpartijen en corporaties een vereiste om woonoverlast te voorkomen. In de afspraak rond fair share is draagkracht van de wijk onderdeel van de uitgangspunten, zie 4.4.

4.3

Komen tot voldoende sociale huurwoningen in de regio De leefbaarheid in sommige buurten en wijken staat steeds meer onder druk door ongelijke verdeling van de huisvesting binnen gemeenten en tussen gemeenten onderling, zowel in onze regio als binnen de hele MRA. De verantwoordelijkheid ligt bij de gemeenten, maar we zien hierin een belangrijke gezamenlijke rol als regio Zuid-Kennemerland/IJmond. Voor de bovenlokale opgaven geldt daarom het regionale solidariteitsprincipe. Dat betekent dat de regiogemeenten verantwoordelijkheid nemen voor het volgende.

4.3.1

Voldoende zelfstandige huisvesting voor alle aandachtsgroepen In de MRA Woondealafspraken is opgenomen dat iedere gemeente een fair share neemt van de regionale bouwopgave: tweederde in het betaalbare segment (30% sociaal en 36% middelduur). Daarnaast is in de Woondeal afgesproken dat iedere gemeente ‘betekenisvolle stappen’ neemt om binnen een aanvaardbare termijn toe te groeien naar tenminste 30% sociale huur in de voorraad. Dit zorgt voor een evenredige verdeling van huisvesting tussen gemeenten. Om, naast de afspraken over het bouwprogramma, ervoor te zorgen dat iedere gemeente naar minimaal 30% sociale huur in de voorraad toegroeit, zal het bouwprogramma in sommige gemeenten hoger dan de afgesproken 30% moeten worden. Zie tabel hieronder voor de verhoudingen tussen de regiogemeenten. Bloemendaal en Heemstede hebben een lager aandeel sociale

DSP-groep

RAPPORT ─ Regionale woonzorgopgave Zuid-Kennemerland/IJmond

20

huurvoorraad in vergelijking met de andere regiogemeenten; deze gemeenten geven met hun woonvisie aan hierin verdere stappen te gaan zetten. We benadrukken dat de druk op de sociale huurvoorraad onverminderd groot blijft, vanwege de huisvesting van aandachtsgroepen én van de reguliere huurders. Om te bezien of 30% sociale huur per gemeente voldoende is, is het nodig om deze ontwikkelingen regionaal te monitoren en zo nodig afspraken hierover te bezien. Voorstel 4 We zetten betekenisvolle stappen naar minimaal 30% sociale huur in de woningvoorraad. We houden elkaar door regionale monitoring scherp op de regionaal gemaakte afspraken over het bouwprogramma. Hiermee krijgen we inzicht in het toegroeien naar 30% sociale huur per gemeente en in hoeverre 30% voldoende is voor de brede vraag naar sociale huur. Zo nodig passen we afspraken hierover aan.

Tabel 4.1: Percentages sociale huur in de woningvoorraad en het percentage voor sociale huur in het bouwbeleid, per gemeente (2021)27: Gemeenten

Huidig % sociale huur (corporaties)

Bouwbeleid % sociale huur

woningvoorraad Haarlem

27%

40%

Zandvoort

27%

30%

Bloemendaal

16%

33%

Heemstede

18%

30%

Velsen

32%

30%28

Beverwijk

33%

20%

Heemskerk

29%

30%

Het aandeel sociale huur van particulieren bedraagt in de regio tussen de 2% en 6% van de woningvoorraad29.

4.3.2

Toewijzing van woningen aan aandachtsgroepen Het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting zal de kaders aangeven hoe gemeenten de toewijzing in samenwerking met partijen in de regio verder invulling moeten geven. In de concept-versie is opgenomen dat gemeenten onderling afspraken moeten maken over evenredige verdeling van de urgente groepen binnen een door de provincie vastgestelde regio. Wanneer gemeenten hier niet uitkomen dan is een percentage van 15%

27 Bron: Datawonen - Een thuis voor iedereen (2021). 28 Op IJmuiden en Velsen-Noord na. 29 Bron: Woondeal, op basis van WimRA 2021. Het particuliere deel kan niet zonder meer worden opgeteld bij de het corporatiedeel. De

woning moet aantoonbaar minstens 25 jaar –ook bij mutatie- met een huur onder de liberalisatiegrens worden verhuurd. Daarnaast moeten de betreffende woningen onder de huisvestingsverordening vallen om te verzekeren dat sociale huur bij de doelgroep terecht komt.

DSP-groep

RAPPORT ─ Regionale woonzorgopgave Zuid-Kennemerland/IJmond

21

toewijzing aan wettelijke urgenten kaderstellend. Deze wettelijke urgenten moeten in een huisvestingsverordening worden opgenomen.

In de regio zijn al afspraken vastgelegd over evenredigheid van toewijzing van woningen aan de urgente groep van uitstromers uit intramurale voorzieningen30 (Pact voor Uitstroom: maximaal 178 woningen per jaar, tot en met 2031). Dit beslaat deels de urgente categorieën uit het wetsvoorstel Regie versterking volkshuisvesting, behalve mantelzorgers/-ontvangers, mensen die chronisch en ernstig ziek zijn, mensen uit detentie, stoppende sekswerkers. Eind 2023 werd duidelijk dat het aantal verhuringen op grond van het Pact voor Uitstroom ver achter bleef bij wat verwacht mocht worden en wat als noodzakelijk werd gezien. Begin 2024 zijn daarom enkele verbetermaatregelen doorgevoerd (i.c. het woonplaatsbeginsel niet meer leidend laten zijn en alleen nog rekening houden met woonvereisten en niet meer met woonwensen). Daarnaast is bestuurlijk besloten om de evaluatie van het Pact in 2024 plaats te laten vinden, in plaats van 2025.

Voorstel 5 •

Op grond van de evaluatie van het Pact voor Uitstroom en de definitieve wettekst Versterken regie volkshuisvesting wordt bepaald of aanvullende afspraken (over het Pact voor Uitstroom en/of de Huisvestingsverordening van de gemeenten) nodig dan wel wenselijk zijn. Dit loopt via de projectgroep en Stuurgroep voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang (zie 4.7).

•

In de regionale monitor houden we zicht op de mate van toewijzing aan de verschillende aandachtsgroepen. Zo nodig vindt hier in overleg met corporaties een aanpassing van de toewijzing plaats.

4.4

Komen tot verdeling regionale voorzieningen De noodzaak voor regionale voorzieningen lijkt vooral te liggen bij meervoudige problematiek GGZ (Domus Plus), bij mensen met een verstandelijke beperking (een voorziening voor meervoudige problematiek) en bij jeugdigen (kleinschalige woonvoorzieningen tot 18 jaar en woonvormen voor jongeren tot 23 jaar). Ook enkele pauzeplekken voor de GGZ-groep zijn nodig: een preventieve voorziening voor het thuis wonen met ondersteuning, om bij te komen of voor stabilisatie.

30

Dit betreft: Maatschappelijke Opvang, Beschermd en Beschut Wonen, zorginstelling voor volwassenen, jeugdvoorziening, GGZ (inclusief verslavingszorg) en VG (Verstandelijk Gehandicapt).

DSP-groep

RAPPORT ─ Regionale woonzorgopgave Zuid-Kennemerland/IJmond

22

Voorstel 6 •

Voor een spreiding in de regio gaan we uit van een evenwichtige verdeling van regionale voorzieningen waarbij we rekening houden met de lokale context en waarbij gemeenten de lokale ontwikkelingsmogelijkheden in beeld brengen.

•

Voor de groepen mensen met een verstandelijke beperking, jeugdigen en ouderen, specificeren we in 2024 de omvang en/ of invulling van een regionale voorziening. Dit geldt ook voor de pauzeplekken voor (zelfstandig wonende) GGZ-cliënten.

4.4.1

Opgaven maatschappelijke opvang en beschermd wonen De gemeenten in Zuid-Kennemerland, IJmond en Haarlemmermeer zetten in op de beweging ‘van opvang naar wonen eerst’ en ‘van beschermd wonen naar beschermd thuis’. De inzet is gericht op kleinschalige opvang- en andere voorzieningen, woonplekken en woonoplossingen in de regio. We merken op dat bij de MRA-opgave voor aandachtsgroepen de wens is om tot evenredige verdeling van groepen te komen; de invulling hiervan is nog niet gereed.

Voorstel 7 In 2024 wordt concreet in beeld gebracht wat per gemeente nodig is aan kleinschalige opvang- en andere voorzieningen (ook beschermd wonen), woonplekken en woonoplossingen, en afspraken om dit te realiseren. Dit loopt via de projectgroep en Stuurgroep voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang (zie 4.7).

4.5

Ontwikkeling van nieuwe woonconcepten Nieuwe woonconcepten hebben als gemeenschappelijke deler: zoveel mogelijk zelfstandig en gewoon in de wijk als het kan. Voor de gebiedsontwikkeling is het van belang dat er ruimte wordt gemaakt voor woonconcepten. Deze kunnen flexibel zijn qua invulling, dat wil zeggen: er hoeft niet vooraf al één specifieke doelgroep voor het woonconcept gekozen te zijn. Een aansprekend concept is dat van gemengd wonen. Dit zijn woonprojecten waarin verschillende groepen mensen doelbewust samenwonen, contact onderhouden en gezamenlijk activiteiten ondernemen. Het kan hierbij gaan om reguliere huurders met ex-dak- en -thuislozen, studenten in combinatie met jongeren met een licht verstandelijke beperking, werkende jongeren die samenwonen met mensen met een psychische kwetsbaarheid of juist een waaier aan doelgroepen door elkaar waaronder ook ouderen en vluchtelingen.

DSP-groep

RAPPORT ─ Regionale woonzorgopgave Zuid-Kennemerland/IJmond

23

Voorstel 8 In 2024 wordt gemengde wonenconcept met betrokken partijen verder uitgewerkt, worden bestaande initiatieven in de regio of elders gevolgd (voor de ervaringen en lessen) en worden nieuwe initiatieven voor gemengd wonen in de regio waar mogelijk opgestart.

4.6

Slagvaardig lokale plannen realiseren Als uitwerking van de regionale afstemming betrekt de gemeente op lokaal niveau de zorgaanbieders bij gebiedsontwikkeling voor programmering van woonconcepten en ontmoetingspunten. Dat kan gaan om nieuwbouw en bestaande bouw (denk aan transformatie van zorgvastgoed). In Haarlem zijn goede ervaringen rond ouderenhuisvesting: de gemeente heeft ‘spelregels’ voor nieuwbouw waaronder nultredenwoningen vastgesteld. Deze spelregels worden in kansrijke herontwikkellocaties in de plannen van ontwikkelaars en corporaties toegepast; de uitwerking vindt plaats met de aanbieders ouderenzorg.

Voorstel 9 We betrekken op lokaal niveau de zorgaanbieders bij gebiedsontwikkeling voor programmering van woonconcepten en ontmoetingspunten.

4.7

Volgen van ontwikkelingen: governance, monitoring en kennisdeling Voor het kunnen volgen van de behoefte en aanbodontwikkeling worden de regionale opgaven gemonitord aan de hand van bestaande monitoren, zoals de regionale monitor nieuwbouw, monitor Pact voor Uitstroom en woonruimteverdeling, naast de landelijke en provinciale monitors. Voor de woonzorgaanpak voor de overige aandachtsgroepen en meer lokale invulling is kennisdeling over werkende interventies en inzicht in belangrijke condities essentieel; niet alleen tussen gemeenten maar ook tussen de verschillende stakeholders, zie de regionale kennisbijeenkomsten rond ouderenhuisvesting van de afgelopen jaren.

DSP-groep

RAPPORT ─ Regionale woonzorgopgave Zuid-Kennemerland/IJmond

24

Voorstel 10 •

De uitgangspunten werken we met stakeholders uit in de woonzorgagenda van de regio, als onderdeel van het Regionaal Woonakkoord. Eén regiogemeente wordt trekker van deze uitvoeringsagenda.

•

We dragen zorg voor monitoring om de voortgang te volgen en zo nodig afspraken te maken en bij te sturen.

•

Jaarlijks bespreken we de voortgang en mogelijke regionale vervolgacties in portefeuillehoudersoverleg Volkshuisvesting en Sociaal Domein.

4.7.1

Beschermd wonen en maatschappelijke opvang Voor de opgaven op het gebied van beschermd wonen (‘beschermd thuis’) en maatschappelijke opvang (‘wonen eerst’) ontbreekt het aan een regionale overlegstructuur waar gemeenten, zorgaanbieders én corporaties elkaar treffen. Voor bestuurlijk draagvlak en het uitwerken van de opgaven is dit wel noodzakelijk. Gezien het grote aantal betrokken partijen is het een uitdaging dit overleg compact en slagvaardig te houden. Daarom wordt gedacht aan het instellen van een Bestuurlijke Stuurgroep waarin de drie sectoren vertegenwoordigd zijn. Het is aan de vertegenwoordigers in de Bestuurlijke Stuurgroep om hun achterbannen te informeren en te betrekken. De Bestuurlijke Stuurgroep kan tevens dienen als bestuurlijke tafel voor het Pact voor Uitstroom, zodat de bestuurlijke aansturing van deze afspraken ook versterkt kan worden. Voorgestelde samenstelling van de Bestuurlijke Stuurgroep is als volgt: Drie wethouders (waarvan minimaal één sociaal en één wonen; en één Haarlem, Haarlemmermeer en IJmond; minimaal één vertegenwoordiger GO BW). Drie corporaties (twee grotere en één kleinere, gezamenlijk actief in alle gemeenten). Drie zorg- en welzijnsaanbieders (één BW, één MO en één welzijn).

Voorstel 11 We stellen een Bestuurlijke Stuurgroep in, met een vertegenwoordiging van gemeenten, zorg- en welzijnsaanbieders en corporaties, voor de sturing op de opgaven voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang en het Pact voor Uitstroom. Van gemeentezijde nemen wethouders van Haarlem (welzijn en zorg), Heemstede (wonen), Heemskerk en Velsen (welzijn en zorg/ wonen) hieraan deel, evenals gemeente Haarlemmermeer.

DSP-groep

RAPPORT ─ Regionale woonzorgopgave Zuid-Kennemerland/IJmond

25

Bijlage 1: Begripsbepalingen BZK Onderstaande begripsbepalingen voor aandachtsgroepen en ouderen als onderdeel van volkshuisvestingsprogramma, zijn concept definities van het ministerie van BZK (juni 2023).

Begripsbepaling voor (lokale) woonzorgvisie is hetzelfde als voor de urgentie Woningzoekenden die uitstromen uit een beschermd wonen instelling: Woningzoekenden die een voorziening voor beschermd wonen als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 verlaten.

Woningzoekenden die uitstromen uit instellingen voor klinische geestelijke gezondheidszorg: Woningzoekenden die een verblijf in een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg verlaten waar zij geneeskundige geestelijke zorg ontvingen of woningzoekenden die in verband met geneeskundige zorg als bedoeld in artikel 10, onderdeel g, van de Zorgverzekeringswet in een instelling verbleven in verband met zorg zoals psychiaters en klinisch-psychologen plegen te bieden en deze verlaten.

Woningzoekenden die uitstromen uit de vrouwenopvang en opvang voor slachtoffers van mensenhandel: Woningzoekenden die een voorziening voor opvang als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 verlaten voor slachtoffers van huiselijk geweld of mensenhandel en die daar verbleven omdat zij door problemen van relationele aard of geweld hun woonruimte hebben moeten verlaten.

Woningzoekenden die uitstromen uit detentie en forensische zorg: Woningzoekenden die een inrichting of voorziening als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, een penitentiaire inrichting als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Penitentiaire beginselenwet of een instelling voor forensische zorg als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet forensische zorg verlaten.

Stoppende sekswerkers: Woningzoekenden die deelnemen aan een programma gericht op duurzaam stoppen met sekswerk waarbinnen begeleiding van sekswerkers plaatsvindt bij het vinden van ander werk, een andere woning of juiste zorg.

Begripsbepaling voor (lokale) woonzorgvisie is breder dan voor de urgentie Mantelzorgers en mantelzorgontvangers:

DSP-groep

RAPPORT ─ Regionale woonzorgopgave Zuid-Kennemerland/IJmond

26

Woningzoekenden die wegens het langdurige en intensieve karakter van de mantelzorg behoefte hebben aan andere woonruimte zodat zij deze kunnen ontvangen of verlenen. De definitie van de aandachtsgroep kan door de gemeente indien gewenst ruimer worden geformuleerd dan de urgentiecategorie. Voor de urgentiecategorie geldt dat we in de ministeriele regeling nadere criteria opnemen voor de minimale afstand tussen mantelzorgontvanger en – verlener, intensiteit van de mantelzorg, verwachtte duur, etc. Gemeenten kunnen de criteria ten gunste van de aanvrager verruimen, maar niet strenger inkaderen.

Mensen met een lichamelijke, verstandelijke of zintuigelijke beperking of psychische kwetsbaarheid en rolstoelafhankelijken: Woningzoekenden die op grond van ernstige en chronische medische redenen (lichamelijke, verstandelijke of zintuigelijke beperking of psychische kwetsbaarheid of rolstoelafhankelijkheid) andere woonruimte of specifieke woonvormen behoeven. Het gaat om de groep woningzoekenden waarbij de huidige huisvestingssituatie ook na aanpassingen op basis van de Wmo niet volstaat én om mensen die wegens hun beperking een specifieke woonbehoefte hebben (denk bijvoorbeeld mensen die hun ouderlijk huis willen verlaten). We zoeken aansluiting bij de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte.

(Dreigend) dakloze mensen: Definitie (dreigend) dakloze mensen: Woningzoekenden die buitenslapen, mensen die verblijven in maatschappelijke opvang (woningzoekenden aan wie wegens dakloosheid een voorziening voor opvang is verleend als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015), mensen in nietconventionele woonplekken vanwege een gebrek aan huisvesting (zoals op een vakantiepark) en mensen die uit nood verblijven bij familie en vrienden.

Woningzoekenden die uitstromen uit de Jeugdhulp met verblijf en pleegzorg: Woningzoekenden die de leeftijd van achttien jaar doch [maar] niet de leeftijd van drieëntwintig jaar hebben bereikt en die een accommodatie, gesloten accommodatie of voorziening voor pleegzorg als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet verlaten. De definitie van de aandachtsgroep is ruimer dan die van de urgentiecategorie: verschil met de urgentiecategorie is dat voor de bepaling van de woonbehoefte óók de woonvraag van mensen die uitstromen uit pleegzorg moet worden meegenomen.

Wel in (lokale) woonzorgvisie, geen wettelijke urgentie Arbeidsmigranten:

DSP-groep

RAPPORT ─ Regionale woonzorgopgave Zuid-Kennemerland/IJmond

27

Onderdaan van een andere lidstaat van de EU die zijn hoofdverblijf niet in NL heeft en in Nederland verblijft om tijdelijke werkzaamheden te verrichten. Heeft betrekking op de woonbehoefte voor tijdelijke arbeidsmigranten, gebaseerd op het aantal werkplekken (binnen de woningmarktregio) dat door tijdelijke EU- arbeidsmigranten wordt ingevuld.

Woningzoekende studenten: Woningzoekende die voltijds is ingeschreven bij een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1. van de Wet educatie en beroepsonderwijs of bij een instelling als bedoeld in artikel 1.2 onderdelen a en b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, gevestigd binnen het gebied van de woningmarktregio.

Woonwagenbewoners: Woningzoekende die wil wonen in een woonwagen 31 en voor wie het wonen in een woonwagen onderdeel uitmaakt van diens culturele identiteit doordat deze persoon zelf of zijn ouders of grootouders in een woonwagen hebben gewoond.

Woningzoekende ouderen: Woningzoekenden van 65 jaar en ouder. Het gaat hier met name om de woonbehoefte van mensen van huishoudens die toe zijn aan de volgende stap in hun wooncarrière, die beter past bij hun levensfase (denk aan behoefte aan geclusterde woonvorm, kleiner wonen nu kinderen uit huis zijn, etc). Dit sluit aan bij de uitwerking van het programma Wonen en Zorg voor Ouderen.

Wettelijke taakstelling vergunninghouders: Houders van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 8, onderdeel a, b, c, of d, van de Vreemdelingenwet 2000, op basis van de gemeentelijke taakstelling bedoeld in artikel 28 van de Huisvestingswet. Het huisvesten van vergunninghouders is al een wettelijke taak. De huisvesting van aandachtsgroepen moet plaatsvinden naast de huisvesting van urgenten.

31 Als bedoeld in artikel 235 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.

DSP-groep

RAPPORT ─ Regionale woonzorgopgave Zuid-Kennemerland/IJmond

28

Bijlage 2: Landelijke kaders Nationale woon- en bouwagenda Het Rijk heeft in maart 2022 de Nationale Woon- en Bouwagenda vastgesteld, waarmee het Rijk de diverse woon- en bouwopgaven in samenhang met andere belangen wil aanpakken, financieren en monitoren. De agenda kent een aantal programma’s: Woningbouw, Betaalbaar wonen, Verduurzaming gebouwde omgeving, Leefbaarheid en veiligheid, Een thuis voor iedereen en Wonen en zorg voor ouderen. Meer dan voorheen neemt het Rijk hierbij de rol van normsteller en bewaker van nationale doelen die gerealiseerd dienen te worden.

Het Rijksprogramma Een thuis voor iedereen is erop gericht om de huisvesting van kwetsbare mensen (dak- en thuislozen, mensen die uitstromen uit een intramurale instelling, statushouders, sociaal-medisch urgenten) te verbeteren. Daarnaast richt het programma zich op de huisvesting van arbeidsmigranten, woonwagenbewoners en studenten. Belangrijk uitgangspunt van het programma is de inzet naar evenwichtige verdeling van kwetsbare groepen, en dat iedere gemeente daaraan bijdraagt door behoud en/of realisatie van voldoende sociale huurwoningen en toewijzing aan urgente groepen (fair share).

Het Rijksprogramma Wonen en zorg voor ouderen richt zich op de totstandkoming van voldoende geschikte woningen voor ouderen. Het programma sluit aan bij het programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor ouderen waarin het ministerie van VWS het voortouw neemt.

Beschermd wonen en maatschappelijke opvang Andere relevante ontwikkelingen op het snijvlak van wonen en zorg zijn de ingezette doordecentralisatie van Beschermd wonen en het Nationale Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis. De doordecentralisatie betekent dat niet alleen de centrumgemeenten, waaronder Haarlem, maar iedere individuele gemeente zich in moet zetten voor inwoners die behoefte hebben aan beschermd wonen. De insteek hierbij is dat mensen met psychische problemen zoveel mogelijk ondersteuning thuis (ambulant) of in de eigen woonplaats kunnen ontvangen.

Het Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis stelt als ambitie om dakloosheid fors en structureel terug te dringen, aansluitend bij de verklaring van Lissabon3229 om dakloosheid in 2030 te beëindigen. Inzet is om toe te werken naar afbouw van langdurige en grootschalige opvang en in plaats daarvan – met zo min mogelijk tussenstappen – toe te werken naar het bieden van een stabiele woonplek met – gescheiden daarvan – de juiste begeleiding. 32 In de Declaration on Combatting Homelessness die op 21 juni 2021 door de 27 EU lidstaten is ondertekend, is opgenomen dat in 2030

niemand meer onvrijwillig op straat mag slapen omdat er geen veilige opvang is, het verblijf in opvanghuizen zo kort mogelijk moet duren, dakloze mensen die een zorginstelling, detentie of ziekenhuis verlaten passende huisvesting moeten krijgen, huisuitzettingen moeten worden voorkomen en niemand uit huis mag worden gezet zonder dat er een alternatief wordt geboden.

DSP-groep

RAPPORT ─ Regionale woonzorgopgave Zuid-Kennemerland/IJmond

29

Regie op de volkshuisvesting Om door middel van wet- en regelgeving de regie op de volkshuisvesting te versterken is een concept Wet versterking regie Volkshuisvesting in procedure gebracht33. In de concept-wet is opgenomen dat gemeenten verplicht worden een volkshuisvestingsprogramma vast te stellen. Het volkshuisvestingsprogramma vervangt de (verplichte) woonvisie en wordt ondergebracht onder de Omgevingswet. Volgens de concept-wet zal het Rijk voorschrijven wat gemeenten moeten opnemen in het volkshuisvestingsprogramma. De woonzorgvisie (of het woonzorgprogramma) is een verplicht onderdeel hiervan, en bevat de lokale uitwerking van de nationale programma’s Een thuis voor iedereen en Wonen en zorg voor ouderen.

Integraal Zorg Akkoord Of mensen nu zelfstandig thuis wonen of in een intramurale zorgomgeving, overal dient zorg en ondersteuning passend te zijn. Door alle zorgpartijen in Nederland (inclusief zorgverzekeraars, zorgkantoren, Rijk en gemeenten) is daarvoor het Integraal Zorg Akkoord (IZA) ondertekend. Doel van dit akkoord is de zorg in Nederland toegankelijk, betaalbaar en van voldoende kwaliteit te houden. Daartoe wordt onder andere ingezet op gezondheid en welzijn (preventie) en het beter organiseren van zorg en ondersteuning in de thuissituatie. Het IZA hangt samen met andere landelijke programma’s en akkoorden, zoals de eerder genoemde, het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en de Hervormingsagenda Jeugd.

33

Het wetsvoorstel is in juli 2023 voor advies naar de Raad van State gestuurd en zal met het advies van de Raad van State te zijner tijd aan de Tweede Kamer worden aangeboden.

DSP-groep

RAPPORT ─ Regionale woonzorgopgave Zuid-Kennemerland/IJmond

30

Bijlage 3: Demografische ontwikkelingen In deze bijlage een aantal demografische cijfers en ontwikkelingen in de regio op een rij.

Tabel bijlage 3.1: Bevolkingsgrootte gemeenten 202334 Gemeenten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.heemstede.nl/api/v1/meetings/2756/documents/37648