Bijlage 2. Ontwerp GR VRK.pdf
Tekst van het document
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING VEILIGHEIDSREGIO KENNEMERLAND / CONCEPT WAS-WORDT TABEL, VERSIE 18 DECEMBER 2023 TOELICHTING KLEUREN IN TABEL WIJZIGING IVM WET GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGEN WIJZIGING IVM STEMVERHOUDING ALGEMEEN BESTUUR WIJZIGING IVM VEILIG THUIS OVERIGE (TECHNISCHE) WIJZIGING
GR Veiligheidsregio Kennemerland versie 2019
Voorstel nieuwe tekst
Artikel 1: Begripsbepalingen a. het algemeen bestuur: het algemeen bestuur van de veiligheidsregio; b. de colleges: de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten; c. het dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de veiligheidsregio; d. de directie: de medewerkers in de ambtelijke organisatie die conform de organisatieverordening de directie vormen; e. gedeputeerde staten: het college van gedeputeerde staten van NoordHolland. f. de gemeente(n): de aan deze regeling deelnemende gemeente(n); g.. de GGD: het onderdeel van de veiligheidsregio dat zich bezig houdt met de uitvoering van de publieke gezondheidszorg; h. de regeling: deze gemeenschappelijke regeling; i. de veiligheidsregio: het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 3 van deze regeling; j. de voorzitter: de voorzitter van de veiligheidsregio.
Artikel 1: BEGRIPSBEPALINGEN
Artikel 2:
Geen wijziging
Toelichting
Geen wijziging
vervallen ARTIKEL 3:
HET OPENBAAR LICHAAM
Geen wijziging
1. Er is een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam genaamd: Veiligheidsregio Kennemerland. 2. Het openbaar lichaam is gevestigd te Haarlem. ARTIKEL 4: vervallen
Geen wijziging
Artikel 5:
Geen wijziging
Omvang
Het verzorgingsgebied van de regeling omvat het grondgebied van de deelnemende gemeenten
De Wet veiligheidsregio’s jo de Wet Publieke Gezondheid bepaalt de deelnemende gemeenten
Artikel 6: Belangen Geen wijziging De veiligheidsregio behartigt de belangen van de deelnemende gemeenten op de volgende terreinen: a. veiligheid en publieke gezondheid b. brandweerzorg c. maatschappelijke zorg en jeugd d. rampenbestrijding en crisisbeheersing e. samenwerking en coördinatie in de uitvoering van rampenbestrijding en crisisbeheersing f. het beheer van een gemeenschappelijke meldkamer g. het fungeren als overlegplatform voor onderwerpen op het gebied van veiligheid en gezondheid, maatschappelijke zorg en jeugd voor zover deze het verzorgingsgebied van de deelnemende gemeenten gezamenlijk betreffen Artikel 7 Taken 1. De veiligheidsregio is belast met de uitvoering van alle taken die bij of krachtens de wet aan de veiligheidsregio worden opgedragen. 2. De veiligheidsregio stelt de GGD in en houdt deze in stand 3. De GGD is belast met a. Taken als bedoeld in de artikelen 2,5 en 6 van de Wet publieke gezondheid, met uitzondering van artikel 5, lid 2 sub a tot en met d voor zover het betreft 0-4 jarigen. b. Taken op het gebied van ambulancezorg c. Andere taken die bij of krachtens de wet aan de GGD worden opgedragen. 4. De veiligheidsregio stimuleert en faciliteert de samenwerking tussen de verschillende veiligheids- en gezondheidspartners
Artikel 7 Taken 1. 2. 3.
4.
5.
Artikel 8:
Bevoegdheden
De veiligheidsregio is belast met de uitvoering van alle taken die bij of krachtens de wet aan de veiligheidsregio worden opgedragen. De veiligheidsregio stelt de GGD in en houdt deze in stand. De GGD is belast met a. Taken als bedoeld in de artikelen 2,5 en 6 van de Wet publieke gezondheid, met uitzondering van artikel 5, lid 2 sub a tot en met d voor zover het betreft 0-4 jarigen; b. Taken op het gebied van ambulancezorg; c. Andere taken die bij of krachtens de wet aan de GGD worden opgedragen. d. Gemeentelijke lijkschouw e. Hygiënisch woningtoezicht De veiligheidsregio is belast met de taak Veilig Thuis, zoals benoemd in hoofdstuk 4 van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning, met uitzondering voor de gemeente Uitgeest. De veiligheidsregio stimuleert en faciliteert de samenwerking tussen de verschillende veiligheids- , maatschappelijke en gezondheidspartners
Artikel 8:
Bevoegdheden
De veiligheidsregio heeft alle bevoegdheden tot regeling, bestuur en beheer die nodig zijn voor de uitvoering van de aan de veiligheidsregio opgedragen taken.
De veiligheidsregio heeft alle bevoegdheden tot regeling, bestuur en beheer die nodig zijn voor de uitvoering van de aan de veiligheidsregio opgedragen taken op basis van artikel 7 en artikel 9
9.Dienstverlening
Geen wijzigingen
Om ervoor te zorgen dat er geen discussie ontstaat over de vraag waar de bestuurlijke verantwoordelijkheden rond Veilig Thuis belegd zijn, wordt Veilig Thuis in de gemeenschappelijke regeling expliciet als taak van de VRK benoemd. Veilig Thuis is een sector binnen de VRK, met een maatschappelijk gevoelige taak. Onduidelijkheden over verantwoordelijkheden zijn daarom ongewenst. Met de invoering van een aparte bestuurscommissie (zie artikel 20) voor deze taak kunnen de betrokken portefeuillehouders gezamenlijk in regionaal verband goede sturing geven aan de uitvoering van de taak. De gemeente Uitgeest heeft de VT-taak belegd bij de regio Noord-Holland Noord. Hiermee wordt ook rekening gehouden bij de vaststelling van de begroting en jaarrekening. Verder voert de VRK al heel lange tijd ook andere taken uit in opdracht van de gemeenten die niet in de GR zijn benoemd. Voorbeelden van taken waar de VRK al langere tijd mee belast is, maar die op basis van separate opdrachten worden uitgevoerd: Hygiënisch woningtoezicht Gemeentelijke lijkschouw Toezicht WMO Zorg & Veiligheidshuis Bij de vorige wijziging GR VRK was er breed draagvlak om in ieder geval de taken hygiënisch woningtoezicht en gemeentelijke lijkschouw in de GR te benoemen.
Dat een andere organisatie hiervoor opdracht zou krijgen werd op afzienbare termijn toen al niet voorzien en die heeft zich in de laatste vijf jaar ook niet aangediend. Voor de wijze van financiering heeft dit geen consequenties, maar de benoeming in de GR voorkomt discussie over fiscale aspecten en bevoegdheden. Het feit dat artikel 8 tussen artikel 7 en 9 in staat, is gebaseerd op oude nummeringen. Hierdoor kan er een misverstand ontstaan over de betekenis van dit artikel. Het is de intentie dat het bestuur van de VRK ook over alle noodzakelijke bevoegdheden kan beschikken die nodig zijn om taken op basis van artikel 9 goed uit te kunnen voeren. Door nu expliciet naar beide artikelen te verwijzen, worden misverstanden hierover voorkomen.
1.
De veiligheidsregio is bevoegd tot het verrichten van diensten voor een of meer deelnemende gemeenten en/of derden.
2.
De dienstverlening geschiedt op basis van een overeenkomst tussen de veiligheidsregio en de gemeente(n) en/of derden die het aangaat(n). In deze overeenkomst wordt neergelegd welke prestaties de veiligheidsregio zal leveren, de kosten die daarvoor in rekening worden gebracht en de voorwaarden waaronder tot dienstverlening wordt overgegaan en de beëindiging daarvan.
Artikel 10: Vervallen
Artikel 10 Zienswijze gemeenteraden 1. Aan gemeenteraden wordt een zienswijze gevraagd wanneer a. de VRK overweegt een opdracht van een of meer gemeenten of derden te aanvaarden, die leidt tot een belangrijke wijziging van het takenpakket of belangrijke uitbreiding van de formatie van de organisatie. b. de VRK anderszins plannen maakt die de strategische koers van de organisatie wijzigen 2. In andere dan al in deze regeling of in wettelijke regelingen genoemde gevallen, besluit het Algemeen Bestuur tot het vragen van een zienswijze van gemeenteraden op zijn voorgenomen besluiten, wanneer drie gemeenteraden of drie leden van het Algemeen Bestuur daar schriftelijk om verzoeken. 3. Een verzoek tot vragen van een zienswijze wordt niet gehonoreerd wanneer zwaarwegende bestuurlijke overwegingen zich tegen een zienswijzeprocedure verzetten.
De gewijzigde Wgr geeft aan dat de GR moet regelen in welke gevallen de gemeenteraden om een zienswijze wordt gevraagd. Artikel 10 en 49 van deze regeling noemen al een aantal situaties. Ook de Wet veiligheidsregio’s en de Wgr noemt een aantal gevallen waarin een zienswijze of inbreng van de gemeenteraden verplicht is. In dit artikel is aangesloten bij de wens van gemeenteraden om te worden betrokken bij uitbreiding van de VRK met nieuwe organisatie-onderdelen. Ook is verwerkt de wens van de gemeenteraden dat drie gemeenteraden of drie AB-leden een zienswijzeproces moeten kunnen initiëren . De raden hebben aangegeven ook een zienswijze te willen geven bij strategische of meerjarenplannen van de VRK. Gezien het feit dat de VRK een uitvoeringsorganisatie is, hebben dergelijke plannen echter ook altijd een uitvoerend karakter. De plannen hebben daarmee meestal geen relatie met het niveau van sturing van de raden. Daarom is gekozen voor een meer algemene formulering in lid 1 onder b., waarbij de kern is dat de raden betrokken worden bij iedere wijziging van de strategische koers van de organisatie, los van de benaming van het betreffende document. Overigens biedt het feit dat altijd een zienswijze op de meerjarenprogrammabegroting wordt gevraagd, de gemeenteraden ook een mogelijkheid een zienswijze te geven op de (meerjaren)plannen van de VRK.
Artikel 11 Vervallen
Artikel 11 Burgerparticipatie Het Dagelijks Bestuur regelt de wijze waarop burgers worden betrokken bij de taken van de VRK.
Artikel 12: Vervallen
Artikel 12 Evaluatie 1. De doeltreffendheid van de gemeenschappelijke regeling wordt eenmaal per vier jaar door het Algemeen Bestuur geëvalueerd 2. De gemeenteraden worden in staat gesteld onderwerpen aan te dragen die bij de evaluatie worden betrokken. 3. De gemeenteraden worden geïnformeerd over de uitkomst van de evaluatie.
De grote diversiteit van taken en de verschillen in daarbij passende participatievormen bij onderwerpen, leidt tot het voorstel de invulling hiervan aan het bestuur van de VRK over te laten. Door de raden is dit ook zo naar voren gebracht. Daar hebben raden ook bij aangegeven dat raadsleden de vertegenwoordigers van hun gemeente in het bestuur kunnen aanspreken als het bestuur onvoldoende invulling geeft aan de betrokkenheid van burgers. Bij het bespreken van de zienswijzen en andere VRK-gerelateerde onderwerpen kunnen de raden er daarnaast zelf voor kiezen om lokaal inspraak en participatie te organiseren, ten behoeve van de inbreng die de gemeente aan de VRK wil geven. De Wgr verplicht tot het opnemen van regels over evaluatie. Aangezien de VRK een verplichte gemeenschappelijke regeling is, is het voorstel de evaluatie te richten op de doeltreffendheid. Vanuit de gemeenteraden zijn suggesties gedaan voor de planning van de evaluatie (3e jaar van een collegeperiode). Het Algemeen Bestuur neemt dit als uitgangspunt. Omdat in de loop van de tijd behoeften en wensen van de gemeenteraden ook kunnen veranderen is de precieze inrichting van het proces niet in detail in de GR geregeld.
Artikel 13: Organen Het bestuur van de veiligheidsregio bestaat uit de volgende bestuursorganen: a. het algemeen bestuur b. het dagelijks bestuur c. de voorzitter. Artikel 14: Samenstelling 1. Het algemeen bestuur bestaat uit negen leden. 2. De leden van het algemeen bestuur zijn de burgemeesters van de gemeenten. 3. De colleges wijzen uit hun midden voor elk lid een plaatsvervangend lid aan. 4. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt van rechtswege op het moment dat het lid de hoedanigheid van burgemeester verliest Artikel 15:
Bevoegdheden
Geen wijzigingen
Geen wijzigingen
Geen wijzigingen
Het algemeen bestuur heeft in het kader van de uitvoering van deze regeling: a.
de bevoegdheid tot het instellen van een commissie met het oog op de behartiging van bepaalde belangen zoals bedoeld in artikel 25 van de Wet gemeenschappelijke regelingen;
b.
bevoegdheden zoals omschreven in artikel 25, derde lid onder a. tot en met c. van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
c.
de bevoegdheden tot oprichting van en deelneming in privaatrechtelijke rechtspersonen als omschreven in artikel 31a van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Artikel 16 Besluitvorming 1. Het algemeen bestuur vergadert ten minste tweemaal per jaar. 2. Het algemeen bestuur besluit bij meerderheid van stemmen. Bij het staken der stemmen geeft de stem van de voorzitter de doorslag. De voorzitter oefent zijn doorslaggevende stem alleen uit in een volgende vergadering wanneer in deze vergadering de stemmen over hetzelfde onderwerp opnieuw staken. 3. De verdeling van de stemmen is als volgt: Uitgeest 1 Zandvoort 1 Bloemendaal 2 Heemstede 2 Beverwijk 3 Heemskerk 3 Velsen 4 Haarlem 8 Haarlemmermeer 8 4. De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. De deuren worden gesloten wanneer een vijfde van het aantal aanwezige leden dit verzoekt of de voorzitter dit nodig oordeelt. Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd
Artikel 16 Besluitvorming 1. Het algemeen bestuur vergadert ten minste tweemaal per jaar. 2. Het algemeen bestuur besluit bij meerderheid van stemmen. Bij het staken der stemmen geeft de stem van de voorzitter de doorslag. De voorzitter oefent zijn doorslaggevende stem alleen uit in een volgende vergadering wanneer in deze vergadering de stemmen over hetzelfde onderwerp opnieuw staken. 3. De leden van het algemeen bestuur hebben in de vergadering van het algemeen bestuur ieder één stem. 4. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid geldt voor het vaststellen en wijzigen van de begroting en begrotingswijzigingen en het vaststellen van de jaarrekening dat als twee van de leden namens de gemeente Haarlem, Haarlemmermeer of Velsen overwegende bezwaren hebben tegen een besluit en met het oog daarop deze twee leden tegenstemmen, die gezamenlijke tegenstemmen leiden tot verwerping van het besluit. 5. In het Reglement van Orde conform artikel 19 regelt het algemeen bestuur de stemprocedures. 6. De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. De deuren worden gesloten wanneer een vijfde van het aantal aanwezige leden dit verzoekt of de voorzitter dit nodig oordeelt. Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd
Het oude lid 3 is vervangen door lid 3 t/m 5. Met de wijziging hebben de drie AB-leden die ook lid zijn van het DB (burgemeesters van Haarlem, Haarlemmermeer en Velsen) samen geen meerderheid (qua aantal stemmen) meer in het algemeen bestuur. Hiermee wordt de positie van het algemeen bestuur versterkt. Wel wordt onderkend dat de financiële inbreng van de drie genoemde gemeenten zeer groot is (samen ca ¾ van de begroting). Dit vraagt om een speciale regeling voor besluiten met een financieel karakter. Daarom wordt gekozen voor het toekennen van het recht van ‘veto’ voor de drie genoemde gemeenten. Om daarbij niet te veel af te wijken van de huidige verdeling van belangen, geldt de begroting pas als verworpen als twee van de vertegenwoordigers van de gemeenten Haarlem, Haarlemmermeer en Velsen tegenstemmen. Het gebruik van het ‘veto’ zal ingebed moeten zijn in een zorgvuldige procedure. Het algemeen bestuur ontkomt er tenslotte niet aan, toch een sluitende programmabegroting vast te moeten stellen. Voor een uitwerking van zo’n procedure is een GR echter niet geschikt, dit zal daarom worden geregeld in het reglement van het AB.
Artikel 17: Verantwoording
Artikel 17: Verantwoording
1.
1.
2. 3. 4.
Een lid van het algemeen bestuur geeft het college waar hij deel van uitmaakt alle inlichtingen die door een of meer leden van het college worden gevraagd. Een lid van het algemeen bestuur kan door het college waar hij deel van uitmaakt ter verantwoording worden geroepen voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid. Het bepaalde in het eerste en tweede lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de raden van de deelnemende gemeenten. Het algemeen bestuur verschaft de colleges, de raden en gedeputeerde staten desgevraagd alle informatie over alle zaken de veiligheidsregio betreffende.
2.
3. 4. 5.
Artikel 18:
Advies en informatie
Een lid van het algemeen bestuur of bestuurscommissie geeft het college waar hij deel van uitmaakt alle inlichtingen die door een of meer leden van het college worden gevraagd. Een lid van het algemeen bestuur of bestuurscommissie kan door het college waar hij deel van uitmaakt ter verantwoording worden geroepen voor het door hem in het algemeen bestuur respectievelijk bestuurscommissie gevoerde beleid. Het bepaalde in het eerste en tweede lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de raden van de deelnemende gemeenten. Het algemeen bestuur en de bestuurscommissies verschaffen de raden, de colleges en gedeputeerde staten desgevraagd alle informatie over alle zaken de veiligheidsregio betreffende. Het dagelijks en algemeen bestuur respectievelijk de bestuurscommissies informeren de raden actief over vergaderingen, over genomen besluiten en uitvoering daarvan en over andere zaken die van belang zijn voor de raden
Artikel 18:
Advies en informatie
1. Het algemeen bestuur is bevoegd ongevraagd aan een of meer colleges advies te geven of voorstellen te doen, die in verband met deze regeling nodig worden geacht.
1. Het algemeen bestuur is bevoegd ongevraagd aan een of meer colleges advies te geven of voorstellen te doen, die in verband met deze regeling nodig worden geacht.
2. De desbetreffende colleges delen op zo kort mogelijke termijn aan het algemeen bestuur mee of een advies of voorstel aanleiding is geweest tot het treffen van maatregelen.
2. De desbetreffende colleges delen op zo kort mogelijke termijn aan het algemeen bestuur mee of een advies of voorstel aanleiding is geweest tot het treffen van maatregelen.
Aan dit artikel is lid 5 toegevoegd, in vervolg op de wijziging van de Wgr op het vlak van de actieve informatieplicht. Vanuit gemeenteraden zijn suggesties gedaan voor een periodieke nieuwsbrief met diverse rubrieken. Voorgesteld wordt in de gemeenschappelijke regeling tot een wat algemene formulering te komen, zodat in verloop van tijd de actieve informatie zich steeds kan aanpassen aan de eisen van de tijd, de (digitale) mogelijkheden en de wensen van de gemeenteraden. Tijdens een regionale raadsledenavond op 15 november bleek al dat andere vormen van informatievoorziening, bijv. raadsbrieven over specifieke actuele onderwerpen, door raadsleden als een alternatief wordt gezien, mede gezien de vele informatie de gemeenteraadsleden al te verwerken krijgen. Verder is in alle artikelen toegevoegd dat ook leden van de bestuurscommissies verantwoording afleggen en inlichtingen verschaffen. De bestuurscommissies hebben een eigenstandige bestuurlijke rol, waarbij past dat de leden ook aanspreekbaar zijn op besluiten en ook hun adviezen aan het AB (zie verder artikel 20).
Het derde lid is geschrapt. De organisatie van ‘verplichte’ jaarlijkse informatieve bijeenkomsten blijkt niet goed te voldoen aan de informatiebehoefte van gemeenteraden. Uiteraard zullen er nog steeds bijeenkomsten worden georganiseerd, bijv. om nieuwe raadsleden te introduceren, over een actueel onderzoek of gericht op één specifieke gemeente. Maar de frequentie daarvan kan afhangen van wat op enig moment door raadsleden en VRK-organisatie gewenst wordt geacht.
3. Het algemeen bestuur belegt ten minste eenmaal per jaar een informatieve bijeenkomst voor de raden. Artikel 19: Reglement van Orde 1. Het algemeen bestuur stelt met inachtneming van de bepalingen van deze regeling een Reglement van Orde voor zijn vergaderingen vast. 2. Dit reglement wordt ter kennisneming gezonden aan de raden van de gemeenten en aan gedeputeerde staten.
Geen wijzigingen
Artikel 20:
Artikel 20 Bestuurscommissies
Bestuurscommissies
Het algemeen bestuur stelt in ieder geval in een bestuurscommissie openbare veiligheid een bestuurscommissie publieke gezondheid en maatschappelijke zorg
Het algemeen bestuur stelt in ieder geval in een bestuurscommissie ten behoeve van de taken op het gebied van (fysieke) veiligheid, rampenbestrijding en crisisbeheersing een bestuurscommissie ten behoeve van de taken op het gebied van publieke gezondheid een bestuurscommissie ten behoeve van de taken op het gebied van maatschappelijke zorg en veiligheid.
NB aan een bestuurscommissie worden bevoegdheden van het AB overgedragen, dit past in het feit dat in twee van de bestuurscommissies onderwerpen aan de orde zijn die binnen de politiek-bestuurlijke verantwoordelijkheden vallen van wethouders en niet die van burgemeesters. Voor de construct van bestuurscommissies is gekozen om ervoor te zorgen dat de wethouders in positie blijven. Om formeel-juridische redenen vanuit de Wet Veiligheidsregio’s bestaat het AB alleen uit burgemeesters. De bevoegdheid van het VRK-bestuur tot het instellen van bestuurscommissies is op zich al geregeld in artikel 15a van deze regeling. Gezien het bovengenoemde belang van de bestuurscommissies binnen de VRK, is het echter wenselijk de drie vaste commissies ook door de colleges in de GR vast te laten leggen. Voorgesteld wordt de naamgeving van de commissies over te laten aan het bestuur van de VRK zelf. In de reglementen van de bestuurscommissies zal strak geregeld worden dat de overdracht van bevoegdheden aan een bestuurscommissie meebrengt dat de leden van de bestuurscommissie ook verantwoording dienen af te leggen over de besluiten van de commissie en over de wijze waarop het Algemeen Bestuur is geadviseerd en geïnformeerd.
Artikel 21 t/m 29 vervallen
Artikel 30: 1.
2. 3.
Samenstelling
Het dagelijks bestuur bestaat uit de burgemeester van Haarlem, Haarlemmermeer en Velsen en twee leden van de bestuurscommissie publieke gezondheid en maatschappelijke zorg, aan te wijzen door het algemeen bestuur, binnen twee maanden na de gemeenteraadsverkiezingen. De voorzitter wordt benoemd bij Koninklijk Besluit, zoals geregeld in de Wet Veiligheidsregio’s. Een voordracht van het AB zal bestaan uit een van de drie in lid 1 genoemde burgemeesters. De leden van het dagelijks bestuur zijn afkomstig uit vijf verschillende gemeenten
Artikel 30: 1.
2. 3.
Samenstelling
Het dagelijks bestuur bestaat uit de burgemeester van Haarlem, Haarlemmermeer en Velsen en twee leden met de functie van wethouder vanuit de bestuurscommissies, aan te wijzen door het algemeen bestuur. De voorzitter wordt benoemd bij Koninklijk Besluit, zoals geregeld in de Wet veiligheidsregio’s. Een voordracht van het AB zal bestaan uit een van de drie in lid 1 genoemde burgemeesters. De leden van het dagelijks bestuur zijn afkomstig uit vijf verschillende gemeenten.
Artikel 31: Benoeming Voor de leden van het dagelijks bestuur die afkomstig zijn uit de bestuurscommissie publieke gezondheid geldt: a. zij worden aangewezen voor een periode van maximaal vier jaar. Een lid dat ophoudt deel uit te maken van de bestuurscommissie publieke gezondheid en maatschappelijke zorg, houdt tevens op lid te zijn van het dagelijks bestuur. b. zij kunnen te allen tijde ontslag nemen. Van dit ontslag stellen zij de voorzitter terstond in kennis. c. In vacatures wordt in de eerstvolgende vergadering van het algemeen bestuur voorzien. d. Een lid dat het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit, kan te allen tijde het lidmaatschap van het dagelijks bestuur worden ontzegd.
Artikel 31: Benoeming Voor de leden van het dagelijks bestuur die wethouder zijn in een van de gemeente, geldt: a. zij worden aangewezen voor een periode van maximaal vier jaar. Een lid dat ophoudt deel uit te maken van een bestuurscommissie, houdt tevens op lid te zijn van het dagelijks bestuur. b. zij kunnen te allen tijde ontslag nemen. Van dit ontslag stellen zij de voorzitter terstond in kennis. c. in vacatures wordt in de eerstvolgende vergadering van het algemeen bestuur voorzien. d. een lid dat het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit, kan te allen tijde het lidmaatschap van het dagelijks bestuur worden ontzegd.
Artikel 32: Taken Het dagelijks bestuur heeft tot taak: a. De voorbereiding en uitvoering van de besluitvorming in het algemeen bestuur; b. de coördinatie van de agendering van de bestuurscommissie openbare veiligheid en de bestuurscommissie publieke gezondheid en maatschappelijke zorg; c. De externe representatie van de veiligheidsregio; d. Het beheer van de organisatie. In het kader hiervan is het dagelijks bestuur bevoegd alle beslissingen te nemen op het gebied van personeel en organisatie.
Artikel 32: Taken Het dagelijks bestuur heeft tot taak: a. De voorbereiding en uitvoering van de besluitvorming in het algemeen bestuur; b. De coördinatie van de agendering van de bestuurscommissies; c. De externe representatie van de veiligheidsregio; d. Het beheer van de organisatie. In het kader hiervan is het dagelijks bestuur bevoegd alle beslissingen te nemen op het gebied van personeel en organisatie.
Artikel : 33
Geen wijzigingen
1. 2.
Vergaderingen
Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de het dagelijks bestuur dit nodig oordeelt. De vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn niet openbaar.
De gemeenten Haarlem, Haarlemmermeer en Velsen kennen een zwaar risicoprofiel en dragen financieel sterk bij aan de VRK, mede door de aanwezigheid van beroepsbrandweer in deze gemeenten. Een vaste positie in het DB past daarbij. Ook het taakgebied van publieke gezondheid en maatschappelijke zorg moeten vertegenwoordigd zijn in het DB, en ook de inbreng vanuit kleinere gemeenten moet daar worden gehoord. Dit wordt bewerkstelligd door de formulering in het derde lid, en door de twee bestuurscommissies met wethouders een voordracht te laten doen voor twee DB-leden. De precieze werkwijze wordt verder geregeld in de interne reglementen van de VRK. De regel uit het oude lid 1 dat de aanwijzing binnen twee maanden na de gemeenteraadsverkiezingen gerealiseerd moet zijn, blijkt onhaalbaar gezien de lengte van college-onderhandelingen. Bovendien blijken er geregeld ook tussentijds vacatures te ontstaan waarin moet worden voorzien. De tekst is gewijzigd vanwege het feit dat er meerdere bestuurscommissies zijn die een lid van het DB kunnen voordragen.
Tekstuele wijziging lid b. in verband met de nieuwe extra bestuurscommissie
Artikel 34: Aanwezigheid Het dagelijks bestuur nodigt de leden van het algemeen bestuur, de leden van de bestuurscommissie openbare veiligheid en de bestuurscommissie publieke gezondheid en maatschappelijke zorg uit om aanwezig te zijn bij de vergaderingen van het dagelijks bestuur.
Artikel 34: Aanwezigheid Het dagelijks bestuur nodigt de leden van het algemeen bestuur en de bestuurscommissies uit om aanwezig te zijn bij de vergaderingen van het dagelijks bestuur.
Artikel 35: Verantwoording 1. Het dagelijks bestuur geeft het algemeen bestuur alle inlichtingen die het algemeen bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. 2. Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd over het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur. Artikel 36: Reglement van Orde
Geen wijzigingen
Geen wijzigingen
Het dagelijks bestuur stelt met inachtneming van de bepalingen van deze regeling een Reglement van Orde voor zijn vergaderingen vast.
Artikel 37: Taak 1. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen en het dagelijks bestuur. 2. De voorzitter ondertekent alle stukken die het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur doen uitgaan.
Geen wijzigingen
Artikel 38: Algemeen 1. Het dagelijks bestuur benoemt, schorst en ontslaat de secretaris gehoord het algemeen bestuur en stelt een instructie voor hem vast. 2. De functie van secretaris is onverenigbaar met het lidmaatschap van het algemeen bestuur. 3. De secretaris is aanwezig bij de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. 4. De secretaris ondertekent alle stukken die het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur doen uitgaan. 5. Bij afwezigheid wordt de secretaris vervangen op een door het dagelijks bestuur bepaalde wijze.
Geen wijzigingen
Artikel 39:
Geen wijzigingen
1. 2. 3.
Algemeen
De veiligheidsregio beschikt over een ambtelijke organisatie voor de uitvoering van zijn taken. Het dagelijks bestuur stelt de inrichting van de ambtelijke organisatie vast in een organisatieverordening. Het dagelijks bestuur besluit welke bezoldigings- en overige rechtspositieregelingen van toepassing zijn op de medewerkers in dienst van de veiligheidsregio.
Een kleine tekstuele wijziging vanwege de nieuwe extra bestuurscommissie die is voorzien
Artikel 40: Directie en overige medewerkers 1. Het dagelijks bestuur benoemt, schorst en ontslaat leden van de directie 2. De taken en bevoegdheden van de directie worden geregeld in de organisatieverordening. 3. Vervallen 4. Het dagelijks bestuur benoemt, schorst en ontslaat alle overige medewerkers van de veiligheidsregio. Artikel 41: Financiële regels 1. Het algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot de inrichting van de financiële organisatie, alsmede met betrekking tot de uitgangspunten van het financieel beleid, het financieel beheer, de financiële administratie en de controle. 2. Deze regels bevatten in elk geval een beschrijving van: a. het bestuurlijk begrotings- en verantwoordingsinstrumentarium; b. het begrotings- en budgetbeheer; c. de wijze waarop de financiering plaatsvindt; d. de wijze waarop de inwonerbijdrage van de gemeenten wordt berekend; e. het stelsel van kostentoerekeningen; f. het reservebeleid; g. de wijze waarop de waardering en afschrijving van activa plaatsvindt; h. de wijze waarop de controle plaatsvindt op de financiële organisatie, het financieel beheer en de financiële administratie. Artikel 42: Begroting 1. Het dagelijks bestuur zendt, gehoord de bestuurscommissies, de ontwerpbegroting vóór 15 april van het jaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarop de begroting betrekking heeft, toe aan de raden van de gemeenten.
De ontwerpbegroting is voorzien van een behoorlijke toelichting. 2. De raden van de gemeenten kunnen binnen twee maanden na toezending hun zienswijzen op de ontwerpbegroting naar voren brengen bij het dagelijks bestuur. 3. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting en biedt de ontwerpbegroting en de zienswijzen aan aan het algemeen bestuur. 4. Het algemeen bestuur stelt de begroting vast vóór 25 juli van het jaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarop de begroting betrekking heeft. 5. Terstond na de vaststelling zendt het algemeen bestuur de begroting ter kennisneming aan de raden van de gemeenten. 6. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten. Artikel 43: Wijziging van de begroting Het bepaalde in artikel 42 is -met uitzondering van de genoemde data- van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting indien een dergelijke wijziging van invloed is op de omvang van de inwonerbijdrage van de gemeenten.
Artikel 40: Directie en overige medewerkers 1. Het dagelijks bestuur benoemt, schorst en ontslaat leden van de directie, tenzij een wettelijke bepaling het algemeen bestuur aanwijst. 2. De taken en bevoegdheden van de directie worden geregeld in de organisatieverordening. 3. Vervallen 4. Het dagelijks bestuur benoemt, schorst en ontslaat alle overige medewerkers van de veiligheidsregio. Geen wijzigingen
NB in 2016 is dit artikel geformuleerd op basis van de dualisering in de Wgr destijds. Daarbij is per abuis voorbij gegaan aan de tekst van de Wet publieke gezondheid (Wpg), die regelt dat het algemeen bestuur van de GGD de Directeur Publieke Gezondheid benoemt, vandaar de wijziging van lid 1.
Artikel 42: Begroting 1. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting twaalf weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. 2. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. 3. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat, samen met zijn reactie daarop, bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 4. vervalt 5. Terstond na de vaststelling zendt het algemeen bestuur de begroting ter kennisneming aan de raden van de gemeenten. 6. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten.
Bij de wijziging is aangesloten bij de tekst van de Wgr. Feitelijk zijn daarmee de artikelen in de GR overbodig. Voor de vindbaarheid van de regels op één plek zijn de artikelen toch in de GR opgenomen. In de GR afwijken van de termijnen die de wet noemt is niet mogelijk.
Artikel 43: Wijziging van de begroting Het bepaalde in artikel 42 is-met uitzondering van de genoemde data- van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de bijdrage aan de begroting door gemeenten, a. indien een dergelijke wijziging van invloed is op de omvang van de bijdragen van de gemeenten, b. en indien die wijziging niet het gevolg is van een opdracht aan de VRK door een of meer regiogemeenten.
Voorgestelde wordt een extra regel toe te voegen (onder b.). Deze regel is nu al verwerkt in de Nota Financieel Beleid van de VRK. Als een of meer colleges binnen hun mandaat of met toestemming van hun raad opdrachten hebben gegeven aan de VRK, leidt het vervolgens starten van een zienswijzetraject door het VRK-bestuur tot bestuurlijke stroperigheid. Let wel: als het gaat om een omvangrijke opdracht die leidt tot wezenlijke uitbreiding van het takenpakket van de VRK, dan is artikel 10 van toepassing (dus een zienswijzetraject op basis van dat artikel).
Praktisch komt de wijziging van de Wgr erop neer dat de ontwerpbegroting uiterlijk 10 juni moet worden toegezonden aan de gemeenteraden, om uiterlijk 15 september een vastgestelde begroting aan GS aan te kunnen bieden, met inachtneming van de zienswijzetermijn van 12 weken voor de gemeenteraad. Feitelijk zal de ontwerpbegroting meestal eerder in het jaar al voor een zienswijze aangeboden worden aan de raden, gezien het feit dat de zienswijzetermijn anders grotendeels in het reces valt. De tekstuele wijziging van lid 3 volgt uit de Wgr, die een reactie van het DB op de zienswijzen verplicht stelt (overigens was het geven van zo’n reactie bij de VRK al praktijk).
Artikel 44 Bijdragen van de gemeenten 1. In de begroting kan worden aangegeven welke inwonerbijdrage de gemeenten verschuldigd zijn in het kalenderjaar waarop de begroting betrekking heeft. De omvang van de inwonerbijdrage wordt vastgesteld aan de hand van het aantal inwoners per gemeente, zoals gepubliceerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek per 1 januari van het jaar dat vooraf gaat aan het jaar waarop de begroting betrekking heeft. 2. De gemeenten betalen in het kalenderjaar waarop de inwonerbijdrage betrekking heeft, bij wijze van voorschot viermaal 25% van deze bijdrage. Betaling vindt plaats voor 15 februari, 15 mei, 15 augustus en 15 november van dat jaar.
Artikel 44 Bijdragen van de gemeenten 1. In de begroting wordt aangegeven welke bijdrage de gemeenten verschuldigd zijn in het kalenderjaar waarop de begroting betrekking heeft. De omvang van bijdragen per inwoner wordt vastgesteld aan de hand van het aantal inwoners per gemeente, zoals gepubliceerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek per 1 januari van het jaar dat vooraf gaat aan het jaar waarop de begroting betrekking heeft. 2. De gemeenten betalen in het kalenderjaar waarop de bijdrage betrekking heeft, bij wijze van voorschot maandelijks een twaalfde deel van deze bijdrage.
In het eerste lid is het woord ‘inwonerbijdrage’ vervangen door ‘bijdrage’. Het artikel is namelijk ook van toepassing op bijdragen van gemeenten die een andere basis kennen dan een berekening per inwoner.
Artikel 45: Jaarverslag 1. Het dagelijks bestuur zendt, gehoord de bestuurscommissies, het ontwerpjaarverslag over het afgelopen kalenderjaar voor 15 april van het daaropvolgende jaar aan het algemeen bestuur en de raden van de gemeenten. Het jaarverslag is vergezeld van een accountantsverklaring en een verslag van bevindingen, zoals bedoeld in artikel 213 van de Gemeentewet. 2. Bij het ontwerpjaarverslag is gevoegd een specificatie van de door elk van de gemeenten verschuldigde inwonerbijdrage. 3. De raden van de gemeenten kunnen binnen twee maanden na toezending hun zienswijzen op het ontwerpjaarverslag kenbaar maken bij het algemeen bestuur. 4. Het algemeen bestuur stelt het jaarverslag vast voor 10 juli van het jaar dat volgt op het jaar waarop de rekening betrekking heeft. 5. Vaststelling van het jaarverslag strekt het dagelijks bestuur tot décharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in geschrift of andere omstandigheden. 6. Terstond na de vaststelling zendt het algemeen bestuur het jaarverslag ter kennisneming aan de raden van de gemeenten. 7. Het dagelijks bestuur zendt het jaarverslag binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval voor 15 juli van het jaar volgend op het jaar waarop het jaarverslag betrekking heeft, aan gedeputeerde staten.
Artikel 46: Verrekening van de voorschotten inwonerbijdrage Verrekening van het verschil tussen de betaalde voorschotten en de werkelijk verschuldigde inwonerbijdrage van de gemeenten vindt plaats onmiddellijk na de vaststelling van de rekening.
Artikel 45: Jaarverslag 1. Het dagelijks bestuur zendt, gehoord de bestuurscommissies, het ontwerpjaarverslag over het afgelopen kalenderjaar voor 15 april van het daaropvolgende jaar aan het algemeen bestuur. Het jaarverslag is vergezeld van een accountantsverklaring en een verslag van bevindingen, zoals bedoeld in artikel 213 van de Gemeentewet. 2. Bij het ontwerpjaarverslag is gevoegd een specificatie van de door elk van de gemeenten verschuldigde bijdrage. 3. De gemeenteraden ontvangen het ontwerpjaarverslag ter informatie 4. vervallen 5. Vaststelling van het jaarverslag strekt het dagelijks bestuur tot décharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in geschrift of andere omstandigheden. 6. Terstond na de vaststelling zendt het algemeen bestuur het jaarverslag ter kennisneming aan de raden van de gemeenten. 7. Het dagelijks bestuur zendt het jaarverslag binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval voor 15 juli van het jaar volgend op het jaar waarop het jaarverslag betrekking heeft, aan gedeputeerde staten.
In lid 2 wordt het woord ‘inwonerbijdrage’ vervangen door ‘bijdrage’. De gemeenten betalen de VRK niet alleen op basis van een bijdrage per inwoner.
Artikel 47: Bestuursrapportages Het dagelijks bestuur stelt tweemaal per jaar een bestuursrapportage vast en biedt deze aan de bestuurscommissies en de gemeenten aan ter informatie.
Artikel 47: Bestuursrapportages Het dagelijks bestuur stelt tweemaal per jaar een bestuursrapportage vast en biedt deze ter informatie aan de bestuurscommissies, de colleges en de gemeenteraden.
Betaling per maand in plaats van per kwartaal sluit aan bij de praktijk.
Lid 4 is overbodig, lid 7 regelt al dat het jaarverslag in ieder geval vóór 15 juli moet worden vastgesteld. Dat is ook de wettelijke termijn. De zienswijze bij het jaarverslag wordt vervangen door aanbieding ter informatie van het ontwerpjaarverslag. De gemeenteraden ontvangen het (ontwerp)jaarverslag op tijd om dit te betrekken bij de meer belangrijke zienswijze op de programmabegroting. Wanneer op beide documenten een zienswijze van de raad nodig zou blijven, leidt dit ertoe dat geen goed gebruik gemaakt kan worden van de verlengde termijn voor de zienswijze op de programmabegroting (zie artikel 42). Het jaarverslag moet namelijk voor 15 juli bij gedeputeerde staten worden ingeleverd. Een ongewenst alternatief zou zijn dat de gemeenteraden zich twee keer kort na elkaar over de financiën van de VRK moet buigen: gezien de werklast voor gemeenteraden én ambtelijke ondersteuning heeft dat niet de voorkeur.
Geen wijzigingen
De gemeenteraden zijn toegevoegd als ontvangers van de bestuursrapportages.
Artikel 48: Archivering 1. Ten aanzien van de zorg en het beheer van de archiefbescheiden van de veiligheidsregio alsmede ten aanzien van het toezicht op het beheer, zijn de voorschriften van de gemeente Haarlem van overeenkomstige toepassing, tenzij het algemeen bestuur anders besluit. 2. De aan de uitvoering van het eerste lid verbonden kosten komen ten laste van de veiligheidsregio. Artikel 49: Toetreding Gemeenten die willen toetreden tot de regeling kunnen hiertoe een verzoek indienen. 2. Daarbij worden in elk geval overgelegd de daartoe strekkende besluiten van de bestuursorganen van de desbetreffende gemeente(n). 3. Het algemeen bestuur beslist over de toetreding, gehoord hebbende de raden van alle gemeenten. 4. Aan de inwilliging van een verzoek tot toetreding kunnen voorwaarden worden verbonden. 5. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van toetreding, de financiële gevolgen daaronder begrepen. 6. De toetreding treedt in werking met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin het besluit tot toetreding door de gemeente Haarlem bekend is gemaakt. Artikel 50: Uittreding 1. Gemeenten die willen uittreden tot de regeling kunnen hiertoe een verzoek indienen. Daarbij worden in elk geval overhandigd de daartoe strekkende besluiten van de bestuursorganen van de desbetreffende gemeente(n). 2.
Het algemeen bestuur regelt ten minste zes maanden voor het tijdstip van uittreding de gevolgen daarvan, waaronder de financiële gevolgen, gehoord hebbende de raden van alle gemeenten. 3. Indien in de genoemde periode geen overeenstemming kan worden bereikt, wordt er geacht een geschil te bestaan als bedoeld in artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 4. De uittreding treedt in werking met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin het besluit tot uittreden door de gemeente Haarlem bekend is gemaakt.
Artikel 48: Archief 1. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden overeenkomstig en volgens een door het algemeen bestuur vast te stellen regeling ingevolge artikel 40 van de Archiefwet 1995. 2. De directie van de gemeenschappelijke regeling is belast met de bewaring en het beheer van deze archiefbescheiden.
De VRK heeft een eigen archiefverordening vastgesteld, die past op de specifieke situatie van de organisatie. Daardoor is het niet langer nodig te verwijzen naar de regeling zoals de gemeente Haarlem die hanteert.
Vervalt, met verwijzing naar nieuw artikel 50
Er is sprake van een verplichte gemeenschappelijke regeling waarbij de wetgever de regio-indeling bepaalt. De oude tekst maakt dat onvoldoende duidelijk. In artikel 50 is een regeling getroffen voor toe- en uittreding.
Artikel 50: Toe- en uittreding 1. Toe- en uittreding van colleges van burgemeester en wethouders tot de gemeenschappelijke regeling is slechts mogelijk na wijziging van de verdeling van gemeenten in regio’s, als bedoeld in artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s. 2. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de toetreding of de uittreding en kan hieraan voorwaarden verbinden. 3. De voorwaarden voor uittreding zien in ieder geval op de gevolgen voor personeel, contracten, huisvesting en investeringen 4. De uittredende gemeente draagt de kosten die het rechtstreekse gevolg zijn van de uittreding en de overige gemeenten ondervinden geen financieel nadeel van de uittreding.
Toe- of uittreding uit de VRK is alleen mogelijk als de wetgever daarvoor de mogelijkheid biedt, er is sprake van een verplichte gemeenschappelijke regeling op basis van de Wet veiligheidsregio’s en de Wet publieke gezondheid. De nieuwe tekst geeft hier beter uitdrukking aan. De Wgr stelt verplicht een regeling op te nemen voor de gevolgen van uittreding ven een gemeente voor het vermogen voor de rechtspersoon. Er is bij dit artikel aangesloten bij teksten van Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond en Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland
1.
Artikel 51: Wijziging 1. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de bestuursorganen van de gemeenten kunnen voorstellen tot wijziging van de regeling doen. 2. De regeling wordt gewijzigd wanneer de bestuursorganen van de gemeenten daartoe eensluidend besluiten. 3. De wijziging treedt in werking met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin het besluit tot wijziging door de gemeente Haarlem bekend is gemaakt.
Geen wijzigingen
Artikel 52: Opheffing 1. De bestuursorganen van de gemeenten kunnen bij eensluidend besluit besluiten tot de opheffing van de regeling indien dit noodzakelijk is. 2. In geval van opheffing van de regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor de nodige regels, waaronder het tijdstip van opheffing. 3. Het algemeen bestuur stelt, gehoord hebbende de bestuursorganen van de gemeenten, ten minste zes maanden voor het tijdstip van opheffing, een liquidatieplan en een sociaal plan voor het personeel vast. Het liquidatieplan voorziet in de financiële gevolgen van de opheffing. Artikel 53: Geschillenregeling Ten aanzien van geschillen omtrent de toepassing van de regeling in de ruimste zin van het woord, geldt het gestelde in artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Geen wijzigingen
Artikel 54: Bekendmaking 1. Het college van de gemeente Haarlem draagt zorg voor de toezending van deze regeling en van de besluiten tot toe-en uittreding, wijziging of opheffing aan gedeputeerde staten en is belast met de bekendmaking in alle deelnemende gemeenten. 2. Binnen een maand na vaststelling van de regeling dragen de colleges van de gemeenten zorg voor de opname van de regeling in het register als bedoeld in artikel 27 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 3. Het college van de gemeente Haarlem zendt de regeling aan gedeputeerde staten. 4. Het bepaalde in het eerste tot en met het derde lid is ook van toepassing op besluiten tot toetreding en uittreding tot de regeling alsmede tot wijziging en opheffing van de regeling. Artikel 55 Inwerkingtreding en duur 1. De regeling treedt in werking nadat het besluit tot wijziging door de gemeente Haarlem bekend is gemaakt, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2019 2. De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.
Artikel 54: Bekendmaking 1. Het college van de gemeente Haarlem draagt zorg voor de toezending van deze regeling en van de besluiten tot toe-en uittreding, wijziging of opheffing aan gedeputeerde staten en is belast met de bekendmaking in alle deelnemende gemeenten. 2. Vervallen 3. Vervallen 4. Vervallen
Artikel 56: Titel De regeling wordt aangehaald als: gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Kennemerland 2019. Artikel 57 Vervallen
Geen wijzigingen
ARTIKEL 55: Inwerkingtreding en duur 1. De regeling treedt in werking op de eerste dag van de maand volgend op die waarin het besluit tot wijziging door de gemeente Haarlem bekend is gemaakt. 2. De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. Artikel 56: Titel De regeling wordt aangehaald als: gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Kennemerland 2024
Lid 2 vervalt, omdat het artikel 27 niet meer bestaat in de Wet gemeenschappelijke regelingen. Het bepaalde in de lid 3 is al geregeld in lid 1. En ook dat wat geregeld wordt in lid 4, staat al in lid 1. Daarmee kunnen deze twee bepalingen ook vervallen.