CConstaterende datHeemstede
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Nota van beantwoording van de zienswijzen op de ontwerp-Omgevingsvisie.pdf

Gemeenteraad 6 november 2025, gemeente HeemstedeBij agendapunt: 6: Vaststellen Omgevingsvisie Heemstede 20406.681 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van beantwoording van de zienswijzen op de ontwerp-Omgevingsvisie Heemstede 2040 Inleiding De ontwerp-Omgevingsvisie heeft van 12 juni 2025 tot en met 23 juli 2025 voor eenieder ter inzage gelegen. In reactie op de ontwerp-Omgevingsvisie zijn 11 zienswijzen ingediend. Eén zienswijze is buiten de termijn aan de gemeente verzonden. Hoewel formeel alleen zienswijzen die binnen de gestelde termijn zijn ingediend in behandeling hoeven te worden genomen, is ervoor gekozen ook de zienswijze die buiten de termijn is ingediend mee te nemen in deze Nota van Beantwoording. Dit besluit is genomen vanwege het brede en integrale karakter van de omgevingsvisie en de maatschappelijke relevantie van de ingediende reactie. Op de volgende pagina's zijn de zienswijzen per thema samengevat en beantwoord voor de leesbaarheid en overzichtelijkheid. Daar waar een (onderdeel van een) zienswijze aanleiding is geweest de Omgevingsvisie aan te passen, is dit expliciet aangegeven. De complete zienswijzen en deze nota van beantwoording zijn geanonimiseerd gepubliceerd op de website (www.heemstede.nl/omgevingsvisie).

1

Overzicht van de indieners van de zienswijzen Zienswijze nummer 1 2 3 4 5

Indiener Inwoner Heemstede PWN Waterleidingbedrijf Noord-Holland Veiligheidsregio Kennemerland Gemeente Haarlem Stichting Huis te Manpad, mede namens Berkenrode, Ipenrode, Hartenkamp groep Inwoner Heemstede Historische Vereniging Heemstede-Bennebroek Stichting Landschap Noord-Holland Inwoner Heemstede Stichting Manpadslaangebied Prorail

6 7 8 9 10 11

2

We behouden en versterken onze waardevolle landschapsstructuur Zienswijze NR 2

Onderwerp

Samenvatting zienswijzen

Beantwoording gemeente

Landschap

Verzoek om duidelijkheid over werkruimte bij vervanging en groeiplaatsreservering van 40-60 jaar in het Groenbeleidsplan.

De gemeente probeert zoveel mogelijk de inrichtingseisen van het norminstituut bomen op te volgen waar dat kan. Een specificatie van de grootte van deze vakken kan niet gegeven worden, vanwege het aantal variabelen. Doorwortelbare diepte, bodemtype en boomsoort hebben allemaal impact op de grootte van de groeiplaats. Waar dit kan wordt er ruimte gehouden tussen de bomen en de leidingen. Mocht er wel sprake zijn van overlap in kwetsbare boomzone en de werkruimte rondom de leiding, dan wordt verwezen naar de bomenposter ‘Werken Rond Bomen’.

5

Landschap

Aandacht wordt gevraagd voor elektrisch en emissievrij varen om groen erfgoed beleefbaar te maken. Dringt aan op zichtbaar maximumsnelheid voor motorvaartuigen, ook emissievrije, om oeverafkalving te beperken.

Elektrisch en emissievrij varen wordt gezien als een goede ontwikkeling. Voor de korte termijn zijn er geen concrete plannen voor de aanleg van een laadinfrastructuur in Heemstede. Wel zal in het kader van de evaluatie van het gebruik en de mogelijkheden van de Haven worden bezien of een algemeen laadpunt in de Haven haalbaar is. Daarnaast wordt gewerkt aan een bebordingsplan voor de Heemsteedse vaarwegen.

5

Landschap

Betreurd wordt dat het begrip ‘buitenplaatsbiotoop’ niet is overgenomen. Gepleit wordt voor opname van ‘biotoop’ vanwege langdurige bescherming en erkenning van historische buitenplaatsen, vergelijkbaar met ‘molenbiotoop’.

De zienswijze wordt onderschreven. De gemeente gaat onderzoeken of het wenselijk is het landschap rondom de buitenplaatsen aan te wijzen als buitenplaatsbiotoop en een overkoepelende landgoederenzone te benoemen. Als hieruit naar voren komt dat een buitenplaatsbiotoop gewenst is, dan zal de borging daarvan plaatsvinden in het Omgevingsplan.

3

5

Landschap/klimaat

Aandacht wordt gevraagd voor schade aan parken en Heemsteeds groen door extreme weersomstandigheden. Verzoek om waterbuffering in de bodem via reservoirs of vijvers op hoger gelegen delen, om water vast te houden en bij droogte af te geven.

7

Landschap

De oproep van erfgoedvereniging Heemschut om erfgoed te beschermen wordt door de gemeente al onderschreven maar gevraagd wordt deze ook expliciet te benoemen.

Dit principe (water vasthouden en bij droogte afgeven) wordt in de Omgevingsvisie onderschreven.

De gemeente stelt momenteel de erfgoedvisie op. De bescherming van erfgoed wordt hierin meegenomen.

7

Landschap

Voorgesteld wordt het eerste beleidsthema te wijzigen in Landschap en erfgoed en dit in de overige teksten van de Omgevingsvisie te wijzigen.

Voor de éénduidigheid in proces en bijbehorende documenten is het gewenst dat titels, benamingen en begrippen op een consistente wijze worden toegepast en doorgevoerd. In verband hiermee wordt vastgehouden aan de titels, benamingen en begrippen uit de in oktober 2024 door de raad vastgestelde visieop-hoofdlijnen van de Omgevingsvisie. Overigens wordt het belang van behoud van het Heemsteeds erfgoed in de Omgevingsvisie voldoende geborgd (zie ook de beantwoording elders van deze zienswijze).

7

Landschap

Het losloopgebied voor honden in het Groenendaalse bos legt te veel druk op de natuur en het cultuurhistorisch karakter. Het gebied trekt bezoekers uit de verre omtrek. De inzet op cultuurhistorie en diverse recreatie wordt ondersteund, maar gepleit wordt voor maatregelen om het losloopgebruik te verminderen.

In het Groenbeleidsplan is bepaald dat losloopgebieden niet verder worden uitgebreid, omdat voorrang wordt gegeven aan het beschermen van de natuurwaarden. Vooralsnog wordt niet ingezet op vermindering van losloopgebieden en is in het beheerplan van Groenendaal opgenomen dat de huidige oppervlakte van het hondenlosloopgebied gehandhaafd wordt.

8

Landschap

Verzocht wordt om ook de provinciale verbinding via Bennebroekbos, Overplaats en Hartekamp richting Leyduin en de Amsterdamse Waterleiding duinen op te nemen in tekst en kaarten.

De genoemde indicatieve verbindingszone van de provincie heeft als doel een ecologische verbinding te leggen tussen de duinen en het ten oosten daarvan gelegen achterland. Met de groene oost-west

4

verbinding op de visiekaart is een indicatie gegeven over hoe de provinciale doelstelling gerealiseerd kan worden op het grondgebied van Heemstede. 8

Landschap

Zorg over het uitblijven van realisatie van natuurverbindingen door fysieke barrières. Aangedrongen wordt op daadwerkelijke uitvoering, met name bij (vaar)wegen.

Het wegnemen van fysieke barrières voor natuurverbindingen (al dan niet in combinatie met recreatieve verbindingen) is niet alleen lokaal, maar ook bovenlokaal een aandachtspunt. Dit is onderwerp van gesprek in het kader van de uitvoering van de Omgevingsvisie.

8

Landschap

Verzoek om naast borging ook in te zetten op realisatie van niet-ingevulde NNN-oppervlaktes. Indien realisatie niet mogelijk is, dan elders begrenzen. Voorkeur voor formulering: ‘borging en onvoorwaardelijke realisatie’.

De door indiener gevraagde formulering wordt niet overgenomen. De begrenzing en realisatie van (nog) niet ingevuld NNN-gebied valt onder de verantwoordelijkheid van de provincie Noord-Holland. In het Gebiedsproces Zuid-Kennemerland zet de provincie in op verwerving van de gronden en is daarover in gesprek met de betrokken eigenaren. Daarbij ziet Heemstede erop toe dat dit proces op een zorgvuldige manier gebeurt.

8

Landschap

Voorstel om bomenaanplant tegen hittestress kwantificeerbaar op te nemen, met name bij nieuwbouw. Ook recreatieve verbindingen met omliggende natuurgebieden dragen bij aan het ontlopen van hitte.

De stand van zaken rondom de 3-30-300 regel en boomkroonvolume wordt kwantificeerbaar gemaakt door middel van metingen. Daarbij wordt rekening gehouden met de recreatieve gebieden die voor de regeling van grote waarde zijn.

8

Landschap

Benadrukt het belang van de groenblauwe dooradering ter versterking van regionale natuurverbindingen en biodiversiteit. Verzoek om overname van het streefpercentage van 10% in 2025, conform het Aanvalsplan Landschap.

Het door indiener genoemde streefpercentage wordt nog niet overgenomen. De gemeente onderzoekt momenteel in het kader van het Groenbeleidsplan welke indicatoren het best kunnen worden gebruikt om de biodiversiteit te meten. Mogelijk wordt er in een later stadium aangesloten bij het Deltaplan

5

biodiversiteitsherstel (op dit moment wordt deze nog niet overgenomen). 8

Landschap

Verzoek om ook de deels binnen de gemeentegrens gelegen delen van de buitenplaatsen Leyduin en Alverna op te nemen in de kaarten, met aanduiding en pijlen vanaf de Leidsevaart, zoals bij Berkenrode en Ipenrode op pagina 16.

Er is bewust gekozen om ons in de andere kaarten te beperken tot de gemeentegrenzen. Waar de buitenplaatsen binnen de gemeentegrenzen vallen zijn deze ingetekend.

8

Landschap

Leidsevaart, Leidsevaartweg en spoorlijn vormen historische structuren die buitenplaatsen verbinden. Verzoek om de zichtlijnen van en naar de landhuizen, die in de tekst worden genoemd, ook op de kaart weer te geven.

De beleefbaarheid en zichtbaarheid van het landgoed is een belangrijk uitgangspunt. In de Omgevingsvisie wordt in paragraaf 4.1 wordt expliciet bevestigd dat wij ons erfgoed koesteren en dat een belangrijk uitgangspunt van de Omgevingsvisie is, dat bij de keuzes die we maken voor de ontwikkelrichting de historische land-schapsstructuur en cultuurhistorische stedenbouwkundige structuur (waaronder zichtlijnen) herkenbaar moeten blijven. Tevens is opgenomen dat de spelregels uit het Ontwikkelperspectief Binnenduinrand leidend zijn voor ontwikkelingen die betrekking hebben op de buitenplaatsen, landgoederen en historische groengebieden (p. 25). Ook is opgenomen dat de spelregels, waaronder die over het behoud van zichtlijnen -voor zover relevant - worden opgenomen in het Omgevingsplan (p.25).

8

Landschap

Het belang van recreatieve oost-westverbindingen, ook regionaal, wordt onderschreven. Verzocht wordt om prominente aandacht voor het slechten van barrières zoals de Leidsevaart, Leidsevaartweg en spoorlijn. Gewezen wordt op het ontbreken van aansluiting op een oost-westroute bij project ‘Gebied Manpad’ door beperkte plangrens.

Het is goed om te vernemen dat het belang van recreatieve oost-westverbindingen wordt onderschreven. De Omgevingsvisie laat vodoende ruimte voor het ontwikkelen van een passende oplossing. De door indiener genoemde groene verbinding is reeds opgenomen in zowel de visiekaart als de (deel)kaart voor ontwikkellijn 4 (p.15 en p.16). Bij de ontwikkeling

6

van het project ‘gebied Manpad’ wordt naar verwachting een brug gerealiseerd voor langzaam verkeer. 8

Landschap

Leidsevaartweg is ongeschikt voor voetgangers, terwijl deze route juist cultuurhistorisch interessant is. Verzoek om in de visie een wandelroute langs de Leidsevaart op te nemen, als herstel van het historische jaagpad.

Momenteel wordt verkend of een veilig wandelpad kan worden gerealiseerd over de weilanden in eigendom van Landschap Noord-Holland en Waternet. Tevens wordt gekeken of er subsidiemogelijkheden beschikbaar zijn voor de eventuele aanleg van dit wandelpad. Bij een positief besluit zullen de mogelijkheden tot aanleg van een veilig wandelpad verder worden onderzocht.

8

Landschap

De ‘wandelingetjes vanuit de wijk’ blijven te veel binnen de gemeente. Verzocht wordt om ook ommetjes naar o.a. Leyduin op te nemen als schakel naar groter natuurgebied richting de kust.

Doel van de wandelingetjes vanuit de wijk is om te kunnen genieten van het buitengebied dat direct aan de wijk grenst. Op die manier zorgen we er ook voor dat mensen meer in beweging komen in de gezonde buitenlucht. Voor de wat grotere wandelingen is er een regiodekkend, gemarkeerd wandelroutenetwerk, dat de stedelijke omgeving verbindt met de buitenplaatsen en het duingebied.

10

Landschap

Verzocht wordt om aan te geven hoe de Omgevingsvisie waarborgt dat de verdere planuitwerking in het Manpadslaangebied goede onderlinge verbindingen van het waardevolle landschap garandeert?

De zienswijze wordt niet overgenomen, want in de Omgevingsvisie worden de noodzakelijke ruimtelijke keuzes op hoofdlijnen gemaakt en de ambities en uitgangspunten voor ruimtelijke ontwikkelingen in Heemstede vastgelegd. De borging van de door indiener genoemde goede onderlinge verbindingen van het waardevolle landschap voor het project ‘Gebied Manpad’ vindt in eerste instantie plaats in de ontwikkelvisie voor het project. Vervolgens worden

7

deze doorvertaald naar de juridische kaders voor de planuitwerking in het Omgevingsplan. 10

Landschap

Verzocht wordt om te bevestigen dat de historische landschapsstructuur en cultuurhistorische stedenbouwkundige structuur (zoals benoemd op p.6) ook als kader gelden voor de verdere uitwerking van plannen voor het Manpadslaangebied. Gevraagd wordt wat concreet wordt gedaan om in lijn met p.6 van de Omgevingsvisie in het Manpadslaangebied recreatie, landschap en erfgoed beter zichtbaar en beleefbaar te maken via fiets- en wandelpaden.

Ja, de door indiener aangehaalde structuren gelden als kader voor het project ‘Gebied Manpad’.

10

Landschap

10

Landschap

Gevraagd wordt of het uitgangspunt op p.25 over de zorg voor waardevolle structuren en dwarsverbindingen tussen strandvlakte, strandwal en veenweidegebied ook richtinggevend is voor het Manpadslaangebied.

Ja. In de Omgevingsvisie is echter opgenomen dat de ontwikkelgebieden, waaronder die van het project ‘Gebied Manpad’, vragen om een integrale benadering, waarbij wordt gezocht naar de juiste balans tussen wonen, werken, en (recreatieve) natuurontwikkeling. Bij de realisatie van een groene dwarsverbinding wordt het vooral van belang geacht dat deze wordt ingericht als een zowel ruimtelijk als functioneel samenhangende groenstructuur om de verbindingsfunctie voor planten en dieren goed te kunnen vervullen.

10

Landschap

Gevraagd wordt of de erfgoedwaarden zoals genoemd in de concept Erfgoedvisie (p. 36) daadwerkelijk een kader vormen voor de verdere planuitwerking van het Manpadslaangebied. En bestaat er al een goede beschrijving van de karakteristieken en is hiermee rekening gehouden.

11

Landschap

Duidelijkheid wordt gevraagd over de groene verbinding die het spoor kruist en aandacht voor overwegveiligheid bij intensiever spoorgebruik.

De Erfgoedvisie wordt momenteel opgesteld en kan daarmee nog niet als toetsingskader worden benut. De raad heeft echter de borging van cultuurhistorische waarden als kader voor de planuitwerking van project ‘Gebied Manpad’meegegeven. Bij de verdere planuitwerking, als de visie is vastgesteld, vindt deze toesting plaats. De groene verbinding op p.16 betreft een mogelijke invulling van de ecologische verbinding van de duinen en de groengebieden ten oosten daarvan.

8

De nadere uitwerking van deze onderwerpen vindt plaats in de ontwikkelvisie voor project ‘Gebied Manpad’.

Bij de realisatie van deze verbinding wordt uiteraard rekening gehouden met de (overweg)veiligheid.

We bieden ruimte voor duurzame ontwikkeling van woon- en werkruimte voor onze inwoners Zienswijze NR 4

Onderwerp

Samenvatting zienswijzen

Beantwoording gemeente

Wonen

De indiener ziet kansen voor natuur en recreatie aan de oostkant van het Spaarne met behoud van het open landschap. Er ontbreekt een wandel- en fietsroute langs de oostoever. Het westelijk deel is geschikt voor passende stedelijke verdichting. Daarnaast is aandacht voor leefbaarheid rond de N201 gewenst.

De gemeente juicht het behoud van een beleefbaar open landschap aan beide zijden van het Spaarne toe. De door indiener genoemde onderwerpen worden al betrokken bij de visievorming voor ’t Groot Clooster.

4

Wonen

De indiener ziet kansen voor woningbouw en werkfuncties bij het station Heemstede-Aerdenhout vanwege de intercitystatus en de regionale pendelproblematiek. Er wordt gewezen op het belang van goede voetgangers-, fiets- en OV-verbindingen met het station, ook in relatie tot de ontwikkelingen in Haarlem. Daarnaast wordt aandacht gevraagd voor de koppeling van het station aan het toekomstige OV-knooppunt Nieuw-Zuid en de BRT-verbinding.

De zienswijze van indiener wordt gedeeld. De genoemde kansen en aandachtspunten zijn opgenomen in de Omgevingsvisie (p.18 en p.19).

5

Wonen

Aandacht wordt gevraagd voor de voorgenomen hoogbouw (pagina 29) en benadrukt dat ruimtelijke inpasbaarheid leidend moet zijn. Specifiek voor het stationsgebied (pagina 32) wordt gepleit om bij de beoordeling van de inpasbaarheid ook de context van buitenplaats Berkenrode mee te nemen. Ook op grotere afstand kan hoogbouw als storend worden ervaren vanuit de buitenplaats.

Voor het stationsgebied wordt vooralsnog eerst de ontwikkelpotentie verkend. Op basis van de verkenning neemt de raad vervolgens een besluit over het al dan niet verder uitwerken van een integrale gebiedsontwikkeling. Overigens gaat ruimtelijke inpasbaarheid niet alleen over de bouwhoogtes, maar ook over zaken als relatie met de omgeving, zichtlijnen, etc. Hierin wordt indiener

9

gefaciliteerd. 6

Wonen

Aandacht wordt gevraagd voor vergunningsvrije vormen van kangoeroe- of zorgwoningen bij bestaande woningen. Dit kan volgens de indiener bijdragen aan doorstroming op de woningmarkt.

Het belang van doorstoming op de woningmarkt wordt onderschreven. Het zonder vergunning toestaan van de door indiener aangehaalde woonvormen, anders dan de door het Rijk als vergunningvrij aangemerkte vormen van gebruik van gebouwen voor zorggericht wonen (zoals bijv. wonen ten behoeve van mantelzorg), gaat echter een stapje te ver. Voor de genoemde woonvormen kan op planniveau een aparte ruimtelijke afweging te worden gemaakt in het kader van een omgevingsvergunningprocedure.

6

Wonen

De indiener stelt dat in de visie geen aandacht wordt besteed aan gedeeld wonen met meerdere huishoudens in één woning en vraagt om beleid dat bijdraagt aan toekomstbestendige leefbaarheid.

8

Wonen

Geadviseerd wordt om gebiedsontwikkelingen te baseren op een landschappelijk plan, waarbij het landschap leidend is en niet de restruimte vormt. Daarmee kunnen klimaatadaptieve maatregelen zoals opvang van piekbuien, droogtebestrijding en beperking van hittestress integraal worden meegenomen.

Het geldende Omgevingsplan maakt bewoning van panden door meerdere huishoudens nu al mogelijk. In de Omgevingsvisie blijft dit uitgangspunt ongewijzigd.Het Het beleid met betrekking tot wonen is vastgelegd in de Woonvisie. Uitgangspunt voor de gebiedsontwikkelingen is een integrale benadering, waarbij we zoeken naar de juiste balans tussen wonen, werken, en (recreatieve) natuurontwikkeling. Hiervoor stellen we aparte gebiedsvisies op met daarin ruime aandacht voor de landschappelijke waarden van de betreffende gebieden. De uitgangspunten uit de Omgevingsvisie zijn daarbij richtinggevend. Hiermee wordt gehoor gegeven aan het advies van indiener.

9

Wonen

Verzocht wordt om verduidelijking of het beleid voor verdichting en ruimtelijke inpasbaarheid ook geldt voor bestaande bouw. Specifiek wordt gevraagd in hoeverre dit gevolgen heeft voor vergunningverlening bij opbouwen,

Het beleid voor verdichting en ruimtelijke inpasbaarheid geldt voor nieuwe ontwikkelingen. Dit kan ook ontwikkeling van bestaande bouw zijn (zoals bijvoorbeeld optopping van appartementengebouwen).

10

10

Wonen

aanbouwen en verduurzaming.

Voor op- en aanbouwen en verduurzaming gelden echter in beginsel de bouwregels uit het Omgevingsplan.

De indiener wijst erop dat de raad telkens nieuwe besluiten neemt over het Manpadslaangebied zonder deze te toetsen aan de eerder vastgestelde Omgevingsvisie en zonder eerdere besluiten in te trekken. Het besluit om de gebiedsvisie voor het Manpadslaangebied over te slaan lijkt in strijd met de ontwerp-Omgevingsvisie. Gevraagd wordt hoe integraal de afwegingen zijn over de gebiedsontwikkeling, gezien het al vastgestelde aantal van 149 woningen, en welke uitgangspunten er gelden voor werken, recreatie, natuur, mobiliteit, energie, klimaat en sociale aspecten in dit gebied.

De ontwikkeling van het project ‘Gebied Manpad’ kenteen veel langere historie dan die van de Omgevingsvisie. Het project, inclusief de daarvoor genomen besluiten, heeft daarmee een katalysatorrol voor de ontwikkelrichting van het Manpadslaangebied vervuld. Deze ontwikkelrichting en de ruimtelijke afweging die daaraan ten grondslag ligt, worden vastgelegd in de ontwikkelvisie voor het project ‘Gebied Manpad’. Om toekomstige initiatieven in het overige deel van het Manpadslaangebied te kunnen toetsen, wordt hiervoor een gebiedsvisie opgesteld aanvullend op en in samenhang met de ontwikkelrichting van project ’Gebied Manpad’. Naar aanleiding van de zienswijze wordt de Omgevingsvise als volgt aangepast: p.31: Achter de laatste zin van de paragraaf ‘Manpadslaangebied’ toevoegen: ‘Om toekomstige initiatieven in het overige deel van het Manpadslaangebied te kunnen toetsen, wordt hiervoor een gebiedsvisie opgesteld aanvullend op en in samenhang met de ontwikkelrichting van project ’Gebied Manpad’.’

10

Wonen

Gevraagd wordt waarom de Omgevingsvisie geen criteria geeft waaraan gebiedsvisies moeten voldoen, terwijl de raad die gebiedsvisies vaststelt.

11

De opgaven voor de ontwikkelgebieden, die in de Omgevingsvisie zijn benoemd, zijn complex en vragen om een eigen integrale ruimtelijke afweging, waarbij we zoeken naar de juiste balans tussen wonen, werken, en

(recreatieve) natuurontwikkeling. Daarbij is wel bepaald dat de uitgangspunten uit de Omgevingsvisie richtinggevend zijn. Dit maakt dat het opstellen van algemene criteria niet wenselijk en werkbaar is. 10

Wonen

Gevraagd wordt wie de gebiedsvisies maakt: de gemeente zelf of een projectontwikkelaar.

Dit is afhankelijk van de situatie. Soms heeft de gemeente de regie en soms toetst de gemeente een gebiedsvisie van een initiatiefnemer, wanneer de gronden in het betreffende gebied eigendom van een derde partij zijn. De ruimtelijke kaders worden altijd vastgesteld door de gemeente.

10

Wonen

Voor het Manpadslaangebied wordt geen gebiedsvisie opgesteld, maar direct een inrichtingsplan. Gevraagd wordt hoe de raad nog een integrale afweging kan maken en hoe inspraak mogelijk blijft voordat er besluiten worden genomen.

Er wordt voor project ‘Gebied Manpad’ een ontwikkelvisie opgesteld, bestaande uit een gebiedsvisie aangevuld met een landschappelijk en stedenbouwkundig plan. Hierover heeft uitgebreide participatie plaatsgevonden. Daarnaast wordt de ontwikkelvisie nog ter inzage gelegd als onderdeel van de formele ruimtelijke procedure.

10

Wonen

Gevraagd wordt of er al duidelijkheid is of er een Plan-MERprocedure komt voor het Manpadslaangebied, omdat in de Omgevingsvisie wordt gesteld dat zo’n procedure gekoppeld zal worden aan het planuitwerkingsproces indien nodig.

In het kader van de Omgevingsvisie heeft beoordeling op hoofdlijnen van de milieueffecten plaatsgevonden. Op basis van deze beoordeling wordt geconcludeerd dat de nieuwe concrete ontwikkelingen uit de Omgevingsvisie geen aanzienlijke onomkeerbare negatieve milieueffecten veroorzaken. Bij de verdere planuitwerking vindt een nadere beoordeling op planniveau plaats.

10

Wonen

Gevraagd wordt om concrete uitwerking van de passage op pagina 21 over extensieve recreatie en kleinschalige

Op dit moment vindt er een nadere uitwerking plaats in de ontwikkelvisie voor het project ‘Gebied Manpad’. De

12

11

Wonen

evenementen. Wat betekent dit specifiek voor het Manpadslaangebied? Tevens wordt gevraagd welke recreatieve functies het gebied zal krijgen en welke sociale voorzieningen daar worden voorzien.

toedeling van functies vindt plaats in de nadere planuitwerking. Voor wat betreft (kleinschalige) evenementen is het Heemsteedse evementenbeleid leidend.

Verzocht wordt om bij de ontwikkelingen van het Manpadslaangebied en ’t Groot Clooster te zorgen voor goede fiets- en loopverbindingen naar station HeemstedeAerdenhout.

Het uitgangspunt voor beide gebiedsontwikkelingen is een goede ontsluiting op het huidige mobiliteitsnetwerk. Daarmee wordt de bereikbaarheid van het station Heemstede-Aerdenhout voor fietsers en wandelaars vanuit de wijk voldoende geborgd. Project ‘Gebied Manpad’ wordt naar verwachting voor het langzaam verkeer ontsloten via de Herenweg en de (brug naar) de Rivierenbuurt. ‘T Groot Clooster wordt naar verwachting via de doorfietsroute F201 verbonden.

Heemstede is regionaal bereikbaar, lokaal leefbaar Zienswijze NR 5

Onderwerp

Samenvatting zienswijzen

Beantwoording gemeente

Mobiliteit

Aandacht wordt gevraagd voor de zin op pagina 34 ‘moeders met kinderen en vitale ouderen’ waarin specifiek moeders worden genoemd als doelgroep voor prettige en veilige voetgangersroutes, maar vaders met kinderen lijken hiermee uitgesloten.

De zienswijze wordt overgenomen. p. 34: De zinsnede ‘moeders met … vitale ouderen’ wordt vervangen door ‘ouders met kinderen en vitale ouderen’.

10

Mobiliteit

Gevraagd wordt wat het toepassen van het STOMP-principe betekent voor het op stellen van het inrichtingsplan voor het Manpadslaangebied.

Het STOMP-principe is uitgangspunt voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. De verdere uitwerking van dit principe vindt plaats in de ontwikkelvisie van het project ‘Gebied Manpad’.

11

Mobiliteit

Gevraagd wordt om bij de Omgevingsvisie rekening te houden met mogelijke extra ruimte voor geluidsschermen en andere

De Omgevingsvisie maakt de aangehaalde voorzieningen niet onmogelijk. In het kader van de

13

11

Mobiliteit

fysieke maatregelen bij uitbreiding van de treindienstregeling Den Haag–Amsterdam.

planuitwerking zal een concrete ruimtelijke afweging worden gemaakt.

Verzocht wordt om in de Omgevingsvisie te benoemen dat station Heemstede-Aerdenhout mogelijk een belangrijker OVknooppunt wordt door de HOV-studie Haarlem–Amsterdam en de uitbreiding van de dienstregeling.

De zienswijze wordt overgenomen, omdat in deze HOVstudie ook directe HOV-verbinding tussen Zandvoort, Heemstede-Aerdenhout, Haarlem Nieuw-Zuid en de regio Amsterdam) is opgenomen. Overigens is in de Omgevingsvisie het behoud en waar mogelijk versterking van de positie van het station Heemstede-Aerdenhout als Intercitystation al als uitgangspunt opgenomen. Op. 34: ‘Zo willen … kan (blijven) vervullen.’ Hierachter toevoegen: ‘Temeer omdat het station mogelijk een belangrijker ov-knooppunt wordt door het vervolg van de HOV-studie Haarlem-Amsterdam en de uitbreiding van de dienstregeling’

11

Mobiliteit

Gevraagd wordt om bij toekomstige ontwikkelingen rekening te houden met de uitbreiding van fietsparkeercapaciteit bij het station en dit te benoemen in de Omgevingsvisie.

Op dit moment loopt een project voor de uitbreiding van het fietsparkeren bij het station HeemstedeAerdenhout. Daarbij wordt ingezet op het voldoen aan de huidige én lange-termijnvraag.

11

Mobiliteit

Gevraagd wordt om de beoogde locatie van de vervangende tunnel bij de NABO Leyduin in de Omgevingsvisie te duiden en deze niet onmogelijk te maken door andere ontwikkelingen.

De Omgevingsvisie maakt de genoemde voorziening niet onmogelijk.

11

Mobiliteit

Verzocht wordt om in de visie duidelijk de regels en afstandsbeperkingen rond goederenvervoer (Basisnet) te benoemen, zodat verwachtingen richting de omgeving helder zijn.

In de Omgevingsvisie worden de landelijke regels en afstandsbeperkingen rond goederenvervoer niet opgenomen. Op dit moment zijn hierover ook geen voorschriften opgenomen in het Omgevingsplan. Bij het opstellen van het nieuwe Omgevingsplan wordt bezien hoe de regels en afstandsbeperkingen uit het

14

Basisnet kunnen worden meegenomen en hoe dit naar de omgeving wordt gecommuniceerd.

We maken ons voorzieningennetwerk en onze bedrijfslocaties toekomstbestendig

Werken Zienswijze NR 6

Onderwerp

Samenvatting zienswijzen

Beantwoording gemeente

Werken

Aandacht wordt gevraagd voor de mogelijkheid van tweedelijns wonen en werken, bijvoorbeeld op voormalige bedrijfslocaties binnen woonwijken.

In de Omgevingsvisie is een afwegingskader voor de genoemde transformatieverzoeken opgenomen (p.39).

6

Werken

Transformatie van bedrijfslocaties wordt wel genoemd, maar is niet voldoende uitgewerkt. Indiener pleit voor expliciete beleidslijnen en juridische onderbouwing die functiemenging mogelijk maken.

In de Omgevingsvisie is een afwegingskader voor de genoemde transformatieverzoeken opgenomen (p.39). Dit afwegingskader biedt de gevraagde beleidslijnen en vormt de basis voor de juridische onderbouwing voor het wel of niet meewerken aan transformatieverzoeken. De juridische borging van zowel transformatie als functiemenging vind plaats in het Omgevingsplan en via Omgevingsvergunningen.

Klimaatadaptatie en duurzaamheid zijn leidend bij de inrichting van een gezonde en veilige leefomgeving

Klimaatadaptatie en verduurzaming Zienswijze NR 1

Onderwerp

Samenvatting zienswijzen

Beantwoording gemeente

Klimaatadaptatie en verduurzaming

Aandacht wordt gevraagd voor het hanteren van verschillende klimaatscenario’s, waaronder een worst-case scenario, bij het opstellen van beleid.

In regionaal verband (regio Zuid-Kennemerland en Metropoolregio Amsterdam (MRA)) zijn afspraken gemaakt over de scenario’s waar Heemstede rekening mee houdt op het gebied van klimaat. Vanuit deze

15

afspraken wordt de openbare ruimte zo ontworpen, dat bij een hevige bui kritieke gebouwen (ziekenhuis) bereikbaar en hoofdwegen begaanbaar zijn. Daarbij wordt de afweging gemaakt van kans van optreden enerzijds en de gevolgschade die er zou optreden anderzijds. Het hanteren van klimaatscenario’s heeft zijn grens, omdat deze op enig moment niet meer in verhouding staan met de maatregelen die daarvoor moeten worden getroffen. Voor hitte en droogte zijn er nog geen specifieke plannen, ook daar wordt met de regio gewerkt aan de te hanteren scenario’s. Overigens zijn in het Heemsteedse Groenbeleidsplan ambities voor de aanpak van hitte en droogte opgenomen, zoals bijvoorbeeld het 3-30-300principe voor de aanwezigheid van voldoende bomen in de openbare ruimte om hittestress tegen te gaan. 2

Klimaatadaptatie en verduurzaming

Gevraagd wordt om de ongestoorde ligging van transportleidingen in het omgevingsplan één-op-één te borgen conform de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken (Wibon), inclusief het voorkomen van bomenaanplant in de directe nabijheid van leidingen.

16

In de omgevingsvisie wordt het belang onderkend van een goede ordening van de ondergrondse netwerken en het effect daarvan op de bovengrond. Er moet zorgvuldig worden omgegaan met bestaande infrastructuur, zoals transportleidingen als onderdeel van een veilige en duurzame inrichting van de leefomgeving. Hiertoe zal de ondergrondse infrastructuur eerst in kaart worden gebracht. De concrete borging geschiedt vervolgens in het op te stellen Omgevingsplan. Daarin kunnen de bepalingen uit de Wibon één-op-één worden verwerkt, inclusief regels over het voorkomen van bomenaanplant in de directe nabijheid van leidingen.

2

Klimaatadaptatie en verduurzaming

Verzocht wordt om expliciet te benoemen dat ‘ondergrond’ bij ruimtelijke ontwikkeling ook aanwezige kabels en leidingen omvat.

Onderschreven wordt dat de ondergrond ook kabels en leidingen bevat. In de Omgevingsvisie wordt dit benoemd (p.41).

2

Klimaatadaptatie en verduurzaming

De gemeente onderkent het belang van coördinatie in de ondergrond. In het vervolgtraject wordt gestuurd op een zo optimaal mogelijke afstemming tussen betrokken partijen bij planvorming en uitvoering.

2

Klimaatadaptatie en verduurzaming

Aandacht wordt gevraagd voor vroegtijdige afstemming om het aantal grondopeningen voor werkzaamheden aan bijvoorbeeld kabels en leidingen te beperken en ondergrondse ontwikkelingen die elkaar beïnvloeden op elkaar af te stemmen. Graag benoemen dat ontwikkelingen in de grond elkaar kunnen beïnvloeden. Bijvoorbeeld de aanleg van een waternet kan invloed hebben op de tempratuur en dus kwaliteit van drinkwater.

8

Klimaatadaptatie en verduurzaming

Verzoek om expliciete visie op de waterkwaliteit van de Leidsevaart op te nemen. Verslechtering van kwaliteit heeft gevolgen voor natuurgebieden en afwatering via landbouw- en bollengronden. Aandacht gevraagd voor de rol van inlaat- en afvoerstromen.

Op het punt van waterkwaliteit wordt nauw samengewerkt met het Hoogheemraadschap van Rijnland, zij zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water. Uitgangspunt daarbij is dat de inrichting van het watersysteem moet leiden tot verbetering van de waterkwaliteit en de biodiversiteit. De Leidsevaart is als primaire watergang onderdeel van het Heemsteedse watersysteem. Eventuele negatieve effecten op de waterkwaliteit van het Heemsteedse deel van de Leidsevaart is beperkt, bijvoorbeeld omdat Heemstede geen bedrijven(terreinen) heeft die lozen op dit water. Daarom is er geen aanleiding om specifiek voor de Leidsevaart een visie op de waterkwaliteit op te stellen.

8

Klimaatadaptatie en verduurzaming

Stroken natuurgebied aan de westgrens, zoals Alverna en Leyduin, hebben natuurpotentie door kwelwater. Verzocht

Het benutten van onze groene gebieden voor de wateropgave door bijvoorbeeld het infiltreren, bergen

17

De zienswijze wordt overgenomen. Op pagina 41: ’er is … rioleringen, etc’ wordt aan toegevoegd: ‘ontwikkelingen in de ondergrond kunnen elkaar beïnvloeden. Zo kan de aanleg van een waternet invloed hebben op de tempratuur en dus de kwaliteit van drinkwater.’

wordt om dit op te nemen in de visie met oog op biodiversiteit en waterretentie.

en vasthouden van hemelwater en voor het verbeteren van de biodiversiteit is in de Omgevingsvisie opgenomen als algemeen principe. Daarmee wordt aangesloten op het beleid, zoals vastgelegd in de Strategie en Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie 2022-2026.

10

Klimaatadaptatie en verduurzaming

Gevraagd wordt of het uitgangspunt "groen boven parkeerplaatsen" (p. 22) ook geldt voor het Manpadslaangebied. Wat betekent dit voor de parkeernorm in het gebied?

Dit uitgangspunt is richtinggevend voor de planuitwerking van project ‘Gebied Manpad’. Ook de uitwerking van het parkeren is onderdeel van de nog op te stellen ontwikkelvisie.

10

Klimaatadaptatie en verduurzaming

Gevraagd wordt of het belang van oost-westverbindingen in het Manpadslaangebied, zoals benoemd in de Nota Ecologie voldoende wordt meegewogen en of woningbouwplannen niet haaks op de Nota Ecologie staan.

De uiteindelijke planuitwerking van project ‘Gebied Manpad’ wordt onder andere getoetst aan de Nota Ecologie.

10

Klimaatadaptatie en verduurzaming

Het Manpadslaangebied komt niet in het Groenbeleidsplan voor. Gevraagd wordt wie het toekomstige beheer van het natuurdeel uitvoert en hoe dit gefinancierd wordt.

Landschapsbeheer en -financiering is geen onderdeel van de Omgevingsvisie. De uitwerking hiervan vindt plaats op planniveau.

Gezondheid en veiligheid Zienswijze NR 1

Onderwerp

Samenvatting zienswijzen

Beantwoording gemeente

Gezondheid en veiligheid

In overweging wordt gegeven om geluid en luchtkwaliteit systematisch te gaan meten.

Samen met de Omgevingsdienst IJmond is de milieukwaliteit en daarmee de ‘gezondheid’ van de Heemsteedse fysieke leefomgeving integraal in kaart gebracht. De aspecten geluid en luchtkwaliteit worden hierin meegenomen. De kaart wordt jaarlijks geactualiseerd, waardoor verbeteringen of verslechteringen in de tijd zichtbaar worden. Op basis daarvan nemen we een besluit over

18

eventueel te nemen maatregelen of het vaststellen van het hoger ambitieniveau. Hiermee wordt tevens aangesloten op het Schone Luchtakkoord, waarvan de ondertekening ter besluitvorming voor ligt. 3

Gezondheid en veiligheid

Wettelijke milieunormen garanderen niet automatisch een gezonde leefomgeving. Ook bij lagere waarden kunnen gezondheidseffecten optreden. Daarom is het belangrijk om naast wettelijke normen ook gezondheidskundige advieswaarden als richtlijn te gebruiken.

De zienswijze van indiener, dat het voldoen aan de wettelijke milieunormen niet per definitie een gezonde leefomgeving garandeert, wordt onderschreven. Het is op dit moment echter niet wenselijk om WHOadvieswaarden als omgevingswaarde in de Omgevingsvisie op te nemen. De WHO heeft in 2021 bijvoorbeeld de advieswaarden voor luchtkwaliteit aangescherpt. Het Rijk onderzoekt nu wat dit betekent voor het nationale beleid voor luchtkwaliteit. Als dit onderzoek uitwijst, dat aanpassing van het ambitieniveau gewenst is of als uit de monitoring van de omgevingskwaliteit blijkt dat aanpassing gewenst is, dan wordt hierover op dat moment een besluit genomen. In het kader van de ondertekening van het Schone Lucht Akkoord, dat momenteel ter besluitvorming voorligt, wordt met inachtneming van de resultaten van het genoemde Rijksonderzoek het gemeentelijke ambitieniveau bepaald.

Onderwerp

Samenvatting zienswijzen

Beantwoording gemeente

Proces

Gevraagd wordt om indiener structureel te betrekken bij de

De waardes worden jaarlijks gemonitord. Wanneer de

Proces Zienswijze NR 11

19

jaarlijkse actualisatie van milieukwaliteit langs het spoor.

uitkomsten vanuit de monitoring aanleiding geven tot actie treden we hierover in overleg met de betrokken partijen.

11

Proces

De indiener vraagt om de ontbrekende kaarten voor natuurontwikkeling en klimaatadaptatie.

De kaarten voor natuurontwikkeling en klimaatadaptatie zijn deels opgenomen in de visiekaarten en komen deels voort uit nog op te stellen sectoraal beleid, zoals opgenomen in de uitvoeringsparagraaf van de Omgevingsvisie. Indiener wordt hierover te zijner tijd nader geïnformeerd.

11

Proces

Aandacht wordt gevraagd voor voldoende ruimte voor het spoornetwerk om in de toekomst te functioneren en de effecten op de omgeving te beperken. Indiener vraagt om vroegtijdig te worden betrokken bij ontwikkelingen in de nabijheid van het spoornetwerk (met name de mogelijke gebiedsontwikkeling van de stationsomgeving).

Het uitgangspunt bij planontwikkeling is dat betrokken partijen in een vroegtijdig stadium worden meegenomen.

11

Proces

Indiener verzoekt om in het Omgevingsplan de landelijke instructieregel te respecteren dat geen regels worden gesteld die het gebruik, instandhouding, verbetering of vernieuwing van de spoorinfrastructuur belemmeren.

De landelijke instructieregel wordt betrokken bij het opstellen van het omgevingsplan. Bij die uitwerking wordt, in samenhang met andere belangen en regelgeving, bezien op welke wijze hiermee rekening kan worden gehouden.

Onderwerp

Samenvatting zienswijzen

Beantwoording gemeente

Uitvoering

Wijst op het belang van landschap, monumenten en archeologisch waardevolle gebieden als onderscheidende kwaliteiten van Heemstede. Vindt dat de plaatsing van

De zienswijze van indiener wordt niet gedeeld. In paragraaf 4.1 wordt expliciet bevestigd dat wij ons erfgoed koesteren en dat een belangrijk uitgangspunt

Uitvoering Zienswijze NR 7

20

10

‘Opstellen erfgoedvisie’ onder een aandachtsstreepje in hoofdstuk 6 tekortdoet aan de waardering voor erfgoed. Pleit voor een nadrukkelijkere benoeming van erfgoed in de Omgevingsvisie.

van de Omgevingsvisie is dat bij de keuzes die we maken voor de ontwikkelrichting de historische landschapsstructuur en cultuurhistorische stedenbouwkundige structuur herkenbaar moeten blijven. In paragraaf 5.1 wordt uitgebreid toegelicht hoe we ons tot het erfgoed in Heemstede willen verhouden en welke ambities we op dat punt hebben. Daarbij wordt tevens ingegaan op de nieuwe Erfgoedvisie.

Uitvoering

Gevraagd wordt of het Manpadslaangebied nog steeds als sleutelproject geldt zoals op p. 47 van de ontwerpOmgevingsvisie vermeld. Komt er alsnog een gebiedsvisie of is dit hetzelfde als de ontwikkelvisie. Hoe borgt de gemeente dat uitvoering wordt gegeven aan de ontwikkellijnen.

De gebiedsuitwerking is een van de sleutelprojecten. Voor project ‘Gebied Manpad’ wordt een ontwikkelvisie opgestelt, die naast een gebiedsvisie ook een landschappelijk en stedenbouwkundig plan omvat. De borging van de uitvoering vindt plaats door vastlegging in de (nog overeen te komen) anterieure overeenkomst tussen gemeente en ontwikkelaar.

Onderwerp

Samenvatting zienswijzen

Beantwoording gemeente

Overig

Het begrip ‘duurzaam ontwikkelen’ is een te algemene formulering

Duurzaam ontwikkelen houdt in dat huidige generaties in hun behoeften kunnen voorzien zonder de mogelijkheden van toekomstige generaties in gevaar te brengen. In de vijf ontwikkelrichtingen en de toelichting daarop wordt nader uitgewerkt hoe Heemstede de invulling van het begrip ‘duurzaam ontwikkelen’ voor zich ziet. De uitwerking vindt vervolgens plaats door de uitvoering van de sleutelprojecten, zoals die zijn benoemd in hoofdstuk 6.

Overig Zienswijze NR 6

21

6

Overig

De visie leunt te sterk op de huidige situatie en houdt te weinig rekening met onvoorziene ontwikkelingen, zoals veranderend ruimtegebruik bij een crisis (zoals corona).

De visie is een richtinggevend document tot 2040 waarbij wordt ingespeeld op de trends en ontwikkelingen zoals die op ons afkomen. Voor onvoorziene ontwikkelingen -de naam zegt het al- is dat nauwelijks mogelijk. Als dergelijke ontwikkelingen zich voordoen, dan zal worden beoordeeld wat de ruimtelijke impact daarvan is. Als die beoordeling aanleiding geeft om de gemaakte keuzes of de gehanteerde uitgangspunten opnieuw af te wegen, dan zal de Omgevingsvisie worden herzien.

6

Overig

De Omgevingsvisie is juridisch te strak dichtgetimmerd. Gevraagd wordt om ruimte te bieden voor interpretatie, creativiteit en kwalitatieve oplossingen. Ook wordt meer aandacht gevraagd voor uitvoeringsregels en concrete beleidslijnen.

De Omgevingsvisie is juist bedoeld om de noodzakelijke ruimtelijke keuzes op hoofdlijnen te maken en de ambities en uitgangspunten voor ruimtelijke ontwikkelingen in Heemstede vast te leggen. Daarmee is de Omgevingsvisie niet een juridisch bindend instrument, zoals het Omgevingsplan, maar een strategisch ruimtelijk kader met de door indiener bedoelde ruimte voor interpretatie, creativiteit en kwalitatieve oplossingen.

6

Overig

Voorgesteld wordt om aanvullend op de Omgevingsvisie een stedenbouwkundig en landschappelijk stappenplan op te stellen om te komen tot een betere ruimtelijke kwaliteit.

In de Omgevingsvisie is reeds opgenomen dat het behoud van de landschappelijke waarden en ruimtelijke uitgangspunten bij ontwikelingen leidend zijn. Dit wordt nog eens onderschreven in sectorale beleidsvisie, op het gebied van bijvoorbeeld erfgoed, groen, economie en wonen. Bovendien wordt de ruimtelijke kwaliteit geborgd in het Omgevingsplan en het welstandsbeleid.

6

Overig

Ruimtelijke initiatieven hebben onvoldoende rechtszekerheid. Gepleit wordt voor meer formele status en rechtsbescherming, vergelijkbaar met een reguliere vergunningprocedure.

De door indiener gevraagde formele status en rechtszekerheid wordt -conform de Omgevingswetgeregeld in het Omgevingsplan en de

22

Omgevingsvergunning (zie ook onder 21). 6

Overig

In relatie tot de buurgemeenten Haarlem en Haarlemmermeer wordt gepleit voor een duidelijke eigen koers, waarbij ruimte blijft voor maatwerk en lokale afwegingen.

Veel van de ruimtelijke opgaven vragen om een (boven)regionale aanpak en hiervoor is de samenwerking met de buurgemeenten, maar ook met de provincie Noord-Holland en de MRA (en via de MRA het Rijk) om de benodigde medewerking en middelen te krijgen hard nodig. Tegelijk vindt Heemstede het belangrijk om als kleine, zelfstandige gemeente te bepalen hoe zij het aandeel in de regionale opgaven en de eigen lokale opgaven zo optimaal mogelijk kan invullen en daarbij een heldere eigen koers varen zonder het belang van de regio uit het oog te verliezen.

6

Overig

Gepleit wordt voor meer beleidsruimte en flexibiliteit, in lijn met de geest van de Omgevingswet. De visie zou ruimte moeten laten voor maatwerk en afwijking van het omgevingsplan, met duidelijke afwijkingsregels.

De kaders voor flexibiliteit en afwijking van het Omgevingsplan zijn vastgelegd in de Omgevingswet. De Omgevingsvisie heeft als doel de noodzakelijke ruimtelijke keuzes op hoofdlijnen te maken en de ambities en uitgangspunten voor ruimtelijke ontwikkelingen in Heemstede vast te leggen (zie ook onder 21).

8

Overig

De vertaling van de (boven)regionale positionering ontbreekt en de kaarten houden te veel op bij de gemeentegrens.

In paragraaf 1.5 is een regionale kaart opgenomen waarin de positionering van Heemstede binnen de regio is geschetst. Er is bewust gekozen om ons in de andere kaarten te beperken tot de gemeentegrenzen. Daar waar keuzes of ambities zijn neergelegd die de gemeentegrenzen overschrijden is dit op de visie kaarten aangegeven door grensoverschrijdende pijlen.

10

Overig

Gevraagd wordt waarom de gemeente reclame maakt voor een adviesbureau op de voorpagina en of het opstellen van de

De gemeente heeft de visie opgesteld en is daarbij voor wat betreft het redigeren van de teksten, de

23

visie volledig is uitbesteed aan een marktpartij.

visiekaarten en de vormgeving ondersteund door het adviesbureau. Overigens is het gebruikelijk dat bij een samenwerking als deze de naam van het adviesbureau wordt vermeld.

10

Overig

Verzocht wordt om aan te geven op welke manier de 20 spelregels uit het Ontwikkelperspectief Binnenduinrand (vastgesteld november 2019) zijn verwerkt in de ontwerpOmgevingsvisie en hoe deze spelregels als kader dienen voor het inrichtingsplan van het Manpadslaangebied.

In de Omgevingsvisie is opgenomen dat de spelregels uit het Ontwikkelperspectief Binnenduinrand leidend zijn voor ontwikkelingen die betrekking hebben op de buitenplaatsen, landgoederen en historische groengebieden. Ook is opgenomen dat de spelregels voor zover relevant - worden opgenomen in het Omgevingsplan.

10

Overig

Gevraagd wordt of sectorale plannen, zoals de woonvisie en het economisch actieprogramma, wel echt integraal worden meegenomen in de Omgevingsvisie. Specifiek vraagt men of bij het Manpadslaangebied de vastgestelde woningaantallen zijn bepaald met een integrale gebiedsvisie, zoals de Omgevingswet voorschrijft, of dat deze aantallen zonder zo’n afweging zijn vastgesteld.

Sectorale plannen, zoals de Woonvisie en het economisch actieprogramma, en de opgaven die daarin zijn benoemd zijn integraal meegenomen als bouwsteen voor de Omgevingsvisie. De essentie (en meerwaarde) van de Omgevingsvisie is echter, dat hierin keuzes worden gemaakt daar waar opgaven om dezelfde ruimte concurreren en koppelkansen (het invullen van meerdere opgaven in dezelfde ruimte) worden benoemd. Daarmee wordt invulling gegeven aan het centrale doel van de Omgevingswet, te weten een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Onderdeel van de brede ruimtelijke afweging zoals die in ontwikkelvisie is gemaakt is hoeveel woningen er in het plan worden gerealiseerd. De vaststelling van de woningaantallen vindt ook voor het Manpadslaangebied plaats in het kader van de ontwikkelvisie, zoals die op dit moment wordt opgesteld.

24

10

Overig

De indiener vraagt in hoeverre regionale en provinciale beleidsdocumenten, met name het “Ontwikkelperspectief Binnenduinrand”, een rol hebben gespeeld bij de totstandkoming van de Ontwerp Omgevingsvisie. Tevens wordt gevraagd hoe deze documenten als kader dienen voor de gebiedsontwikkeling van het Manpadslaangebied.

25

In de Omgevingsvisie beschrijven we voor de bovenlokale opgaven, zoals beschreven in de regionale en provinciale beleidsdocumenten, wat de gewenste ontwikkeling is voor ons eigen grondgebied. Tevens is opgenomen dat de spelregels uit het Ontwikkelperspectief Binnenduinrand leidend zijn voor ontwikkelingen die betrekking hebben op de buitenplaatsen, landgoederen en historische groengebieden. Ook is opgenomen dat de spelregels voor zover relevant - worden opgenomen in het Omgevingsplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.heemstede.nl/api/v1/meetings/2763/documents/42171