Bijlage 2. Kadernota – rapport Herijking van de financiering van de ODIJ per 2027.pdf
Tekst van het document
Seinstra & Partners www.seinstraenpartners.nl
Herijking van de financiering van de ODIJ per 2027 Eindrapportage
27 november 2025
Status en toelichting op deze rapportage In voorliggende rapportage wordt de aanleiding en de uitwerking van de herijking van de financiering van ODIJmond (hierna: ODIJ) beschreven, die per 1-1-2027 moet ingaan. Deze rapportage dient als bijlage bij de kadernota 2027, waarin het bestuur de kaders en opzet van de financiering van de ODIJ weergeeft vanaf 2027. Deze kadernota vormt vervolgens weer de opmaat voor de begroting 2027. Zowel de opzet als de omvang van de ODIJ wordt aan de hand van deze rapportage fundamenteel veranderd. In deze rapportage wordt uiteengezet waarom dat nodig is en hoe deze verandering eruit ziet. Ook wordt een doorkijk gegeven naar de financiële effecten van het traject dat is doorgelopen. De definitieve effecten zullen zoals aangegeven in de begroting 2027 landen. Deze begroting zal in het voorjaar van 2026 de gebruikelijke procedure doorlopen met zienswijzen per deelnemer. Deze rapportage is opgedeeld in drie delen (deel A, B en C) en een bijlage. In deel A staat het waarom van de herijking centraal en wordt de uitkomst van herijking toegelicht. Deel B gaat over de bijbehorende financiële spelregels. Deel C beschrijft de toelichting op de SOLL uren uit de herijking. In Bijlage 1 is een nadere toelichting gegeven op de voorlopige exploitatie 2027, waarop ook het voorlopige uurtarief is gebaseerd.
Deel A – De herijking van de opzet en omvang van de financiering 1. Het waarom van een herijking van de financiering 2. Doelstellingen van de financiering 3. Uitgangspunten en grondslagen voor de nieuwe financiering 4. De huidige omvang van de financiering (we noemen dit de IST) 5. De financiering die er eigenlijk had moeten zijn geweest (deze noemen de SOLL) 6. Overzicht IST en SOLL voor het geheel en per deelnemer 7. Doorkijk indicatief fair uurtarief 2027 8. Deelnemersbijdrage in 2027: definitieve SOLL maal het uurtarief Deel B – De financiële spelregels behorend bij de financiering 9. SOLL uren 10. Bevoorschotting 11. Periodieke stand van zaken 12. Omgaan met pieken en dalen gedurende het jaar 13. Afrekenen op basis van nacalculatie 14. Rekeningresultaat Deel C – Toelichting op de opzet en werking van de SOLL uren Nadere toelichting op de totstandkoming van de SOLL uren.
2
DEEL A – De herijking van de opzet en omvang van de financiering 1. Het waarom van een herijking van de financiering van de ODIJ Omgevingsdienst IJmond komt voort uit Milieudienst IJmond. Sinds de oprichting is het aantal deelnemers gegroeid tot vijftien en zijn er uiteenlopende extra taken ingebracht. Deze toevoegingen hebben geleid tot een ingewikkelde financieringsopzet met GR-deelnemers en taken én tot een complex geheel van aanvullende afspraken via dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) en losse afspraken. Deze DVO’s zijn ook nog divers van aard, met verschillende uitgangspunten en kengetallen. Het maakt dat de opzet van de huidige financiering nauwelijks meer transparant en uitlegbaar is. Daarnaast is de omvang van de financiering toe aan een herijking. Sinds 2018 is er door de deelnemers en de dienst niet meer gekeken of de financiële middelen nog matchen met de ontwikkelingen en de uitvoering in de praktijk. Bestaande budgetten zijn steeds leidend geweest voor de inzet van uren. Nieuwe taken hebben daardoor bestaande taken voor een deel verdrongen. Hierdoor is er geen gezamenlijk beeld tussen deelnemers en de dienst wat er aan dienstverlening is uitgevoerd, c.q moet worden uitgevoerd. De organisatie heeft de afgelopen jaren een stabiel financieel resultaat gepresenteerd.
In werkelijkheid is dit echter een kunstmatig resultaat: er wordt cijfermatig toegerekend naar wat hetgeen er beschikbaar is en maar beperkt gekeken naar hetgeen er met de deelnemers is afgesproken/ de werkelijke productie. Het resultaat is in de afgelopen jaren positief geweest om twee redenen; ten eerste wordt niet al het werk uitgevoerd en ten tweede worden werkzaamheden die verbonden zijn aan extra opdrachten en subsidies uitgevoerd door medewerkers die daardoor de eigenlijke werkzaamheden dan niet of beperkter uitvoeren, terwijl hiervoor wel vergoeding wordt ontvangen. Hierdoor ontstaat financieel resultaat, maar met verdringing van de uitvoering van de eigenlijke taken. Geconcludeerd kan worden dat als de externe subsidies niet zouden worden meegewogen en als de dienst zou hebben uitgevoerd wat zij had moeten uitvoeren, er een negatief resultaat zou zijn ontstaan. Dit is ook door de dienst zichtbaar gemaakt in de begrotingswijzing 2025 en de begroting 2026, waar een negatief meerjaren resultaat is opgenomen. De aansluiting van opdracht, middelen en capaciteit is de afgelopen jaren kort gezegd uit balans geraakt. Ook werd zichtbaar dat onderdelen van de reguliere bedrijfsvoering, zoals werkplekken en ICT structureel niet goed begroot zijn.
Uiteindelijk is gebleken dat de gehele omvang van de financiering te laag was en derhalve ook de bijdragen van de individuele deelnemers. Dit alles is voor de lange termijn niet duurzaam, ook de omvang van de financiering was derhalve toe aan een herijking. Het bovenstaande is aanleiding voor het bestuur van de ODIJ geweest om een traject van herijking uit te voeren. Seinstra & Partners heeft de dienst daarbij begeleid en dat resulteert in voorliggende rapportage. Bij deze uitwerking is ook het landelijke voorstel voor uniforme financiering betrokken zoals dat in het kader van het Inter Bestuurlijk Programma (IBP) Versterking VTH is uitgewerkt. 3
2. Doelstellingen bij de financiering Overall doel: een doelmatige en doeltreffende dienst Bestuurlijk is uitgesproken dat er een doelmatige en doeltreffende ODIJ moet zijn. Dat betekent dat er efficiënt wordt gewerkt en dat de uitvoering daadwerkelijk bijdraagt aan de bestuurlijk vastgestelde ambities en beoogde resultaten. Hiermee zou ODIJ in staat moeten zijn om de opgaven in haar verzorgingsgebied te kunnen beantwoorden, de deelnemers goed te adviseren en de kwaliteit van de leefomgeving te borgen. Financiering in het licht van een regionaal vastgesteld ambitieniveau Een belangrijke basis voor het ontstaan van omgevingsdiensten is het zorgen voor een 'level playing field' voor bedrijven. In de kern betekent dat dat gelijksoortige bedrijven binnen de regio op gelijke wijze worden behandeld, dat wil zeggen vanuit een regionale ambitie. Dit vraagt om uniformiteit in optreden en minimaliseert inmenging van het bevoegd gezag bij individuele besluiten, wat bijdraagt aan consistent en doortastend handhaven. Ook de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) benadrukt een regionaal vastgelegd speelveld voor bedrijven. Voor de ODIJ vraagt dit dat zij de verplichte basistaken uitvoeren vanuit een bestuurlijk vastgesteld regionaal ambitieniveau.
Voor de financiering van de ODIJ betekent dit dat de deelnemers dus samen een ambitieniveau moeten bepalen en dat deze ambitie vervolgens wordt uitgevoerd in iedere individuele gemeente. Balans tussen opgaven en ambities én uren en een tarief dat alle kosten dekt Zoals aangegeven matcht in de huidige situatie het aantal uren dat beschikbaar is voor de uitvoering niet meer met de uitvoeringspraktijk van opgaven en ambities. Dat moet in uren worden hersteld. Voor het geheel en per deelnemer. Daarnaast is ook het uurtarief niet meer actueel. In de huidige begroting zijn bijvoorbeeld geen budgetten voor management en ook is er niet/ nauwelijks ruimte om te ontwikkelen. Het uurtarief moet worden gerepareerd toewerkend naar 1 integraal uurtarief waarin alle kosten van de dienst zijn opgenomen. Duidelijke afspraken over verrekenen als realisatie afwijkt van begroting In de huidige situatie wordt er niet individueel met deelnemers afgerekend. Zo is een situatie ontstaan dat een aantal deelnemers structureel meebetalen aan de kosten van anderen. In een gemeenschappelijke regeling kan dat incidenteel een keer voorkomen, maar als dat structureel wordt, is aanpassing van deelnemersbijdragen noodzakelijk.
4
Resume: de doelstellingen voor de opzet van de financiering Zoals hierboven aangegeven moet de opzet van de financiering, in het licht van de regionale ambities, in gezamenlijkheid herijkt worden. En kijkend naar de huidige financiering zijn daarbij voor het bestuur de volgende doelstellingen relevant:
De doelstellingen voor de opzet financiering zijn leidend voor de uitgangspunten van de financiering. Bovenal moet de opzet duidelijker en eenvoudiger dan dat deze nu is en moet deze zorgen voor financiële stabiliteit, waarbij begroting en werk met elkaar in balans zijn. Kernpunt van de financiering is dat de bijdrage die iedere deelnemer inbrengt klopt bij de omvang van taken en ambities. 3. Uitgangspunten en grondslagen voor de nieuwe financiering Door het AB zijn in de zomer van 2025 ter ondersteuning van deze herijking de volgende uitgangspunten van financiering vastgesteld: 1. Er wordt een nieuwe begroting gemaakt op basis van een inhoudelijke analyse van omvang en complexiteit van de opgaven en een regionaal vastgelegd ambitieniveau, vertaald naar een urenoverzicht per deelnemer en vermenigvuldigd met één integraal uurtarief waarvoor de dienst in alle redelijkheid haar werk kan uitvoeren. 2. Er wordt aan het einde van het jaar afgerekend per deelnemer op basis van daadwerkelijk bestede uren en deze vorm van afrekenen wordt voor een periode van 4 jaar aangegaan en na 2 jaren geëvalueerd en daarna als nodig aangepast na 4 jaren. Voor de nieuwe begroting gelden dan twee grondslagen: 1. De uren die per deelnemer worden begroot (en daarmee voor het totaal van de dienst). 2. Een fair uurtarief voor de uitvoering van het werk door de dienst De uren worden per deelnemer begroot.
Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen de verplichte taken die de deelnemers moeten inbrengen bij de dienst en de facultatieve taken die deelnemers kunnen inbrengen, en als zodanig ook met de dienst zijn overeengekomen. 5
De verplichte taken zijn: a. Vergunningverlening en meldingen Milieu/ Omgevingswet b. Toezicht en handhaving Milieu/ Omgevingswet c. Aanpalende adviestaken Milieu/ Omgevingswet De facultatieve taken zijn: a. Bouw en woningtoezicht b. Projecten c. Overige taken (divers in soort en omvang) De dienst maakt uiteindelijk in afstemming met de deelnemers en met verwijzing van het regionaal vastgestelde ambitieniveau een uitvoeringsprogramma. Hierin is het werk uitgedrukt in uren en gebaseerd op de taken die de dienst voor een deelnemer uitvoert. De tweede grondslag voor de begroting is het uurtarief. De dienst heeft een fair uurtarief nodig om haar werk te kunnen doen. Een fair tarief wil zeggen een tarief dat efficiënt is maar de dienst ook de mogelijkheid geeft om naast de uitvoering van het primaire proces ook over een overhead te beschikken, die nodig is om de dienst aan te sturen en te draaien, Tot slot: landelijk is voorgesteld om de omgevingsdiensten een innovatiebudget van 1% mee te geven om te kunnen ontwikkelen. Ook dat is opgenomen in het nieuwe uurtarief. 4. De huidige omvang van de huidige uren: de IST (sinds 2018 niet meer ge-update) In de beschrijving van de huidige situatie (we noemen dat de IST) zijn alle bestaande afspraken met een deelnemer, zowel op basis van de GR als op basis van een DVO op een rij gezet, qua budget en qua uren.
De IST is uitgewerkt op basis van het laatste geactualiseerde overzicht van budgetten, dit stamt uit 2018. Verder zijn de cijfers betrokken van nieuwe DVO afspraken die daarna zijn overeengekomen. Per deelnemer is deze IST teruggekoppeld en uitvoerig besproken om de feitelijk huidige situatie te laten kloppen. Van alle deelnemers is een gedetailleerd IST overzicht beschikbaar. 5. De financiering die er had moeten zijn: de SOLL Omdat de IST sterk verouderd is, is een SOLL bepaald op basis van de meest actuele gegevens. De SOLL is een begroting van uren. Het beschrijft de situatie die er vandaag de dag eigenlijk had moeten zijn, als de IST periodiek was geactualiseerd, de opdracht van de deelnemers was uitgevoerd en er geen verdringingseffect zou zijn geweest. Met andere woorden om de basis op orde te brengen en de huidige gecontracteerde opdrachten volledig te kunnen uitvoeren is de SOLL nodig.
6
De SOLL is uitgewerkt volgens de het eerder genoemde onderscheid tussen verplichte taken en facultatieve taken en is meer concreet gebaseerd op: -
Een actueel overzicht van bedrijven (inrichtingen) De huidige vastgestelde ambities, die aangepast kunnen worden (zie hierna paragraaf bestuurlijke
-
keuzes) Ervaringscijfers van de dienst, waar mogelijk gemiddeld over drie jaren
-
De beschikbare kengetallen bij de ODIJ De kengetallen van 7 andere omgevingsdiensten
-
Inschatting van het effect van de Omgevingswet (dit is nog een onzekerheid)
Ten aanzien van het regionale bestuurlijke ambitieniveau is gesproken over deze ambities en mogelijke knoppen daarin om naar boven en naar beneden bij te stellen. Daarbij zijn verschillende varianten besproken en voorzien van inhoudelijke en financiële gevolgen. Het resultaat van dit bestuurlijke gesprek stellen we vast als het level playing field van de ODIJ en zijn mede de basis geweest van de berekeningen van de uren per deelnemer. De regionale bestuurlijke ambities zijn als volgt weer te geven: Taak
Ambitie
Meldingen Milieu
Alle meldingen worden integraal opgepakt
Vergunningverlening Milieu
Jaarlijks 10% van de vergunningsplichtige bedrijven actualiseren (gedurende periode van 4 jaar)
Toezicht Milieu
Categorie A Bedrijven: alleen bij klachten Categorie B Bedrijven: 1 keer per 4 jaar Categorie C Bedrijven: 1 keer per jaar
Naast ambities zijn er kengetallen. De kengetallen zijn een weergave van het werk en de uren die de ODIJ doet per product of dienst. In de SOLL zijn kengetallen gehanteerd op basis van deels ervaringsgegevens van de dienst zelf als ook die van andere collega omgevingsdiensten. Deze kengetallen zijn zo goed mogelijk bepaald maar blijven indicatief, niet in de laatste plaats omdat er nog relatief weinig ervaringen zijn met uren per product onder de Omgevingswet. Periodieke evaluaties van kengetallen zijn nodig. De kengetallen zijn terug te vinden op de SOLL overzichten. Bij de kengetallen is uitgegaan van reguliere zaken: dat wil zeggen normale gemiddelde zaken. In de praktijk zijn er altijd individuele zaken die meer tijd kosten, omdat er meer aan de hand is. Er zullen nadere afspraken met de deelnemers moeten worden gemaakt, wanneer afwijkingen worden gecommuniceerd door de dienst. Het resultaat is een dus een begroting van SOLL uren per deelnemer, zo goed mogelijk ingeschat en in ieder geval transparant herleidbaar naar uren, ambities en waar beschikbaar uren per product. In de toekomst moeten deze cijfers worden geëvalueerd en worden geactualiseerd om te zorgen dat deze actueel blijven en aansluiten bij de opdracht die de dienst heeft.
7
NB. Voor sommige taken bestaan ook nog out of pocket kosten, zoals Indirecte Lozingen en een aantal programma’s. Deze kosten zitten nu nog niet in de SOLL, omdat deze zijn gericht op alleen de uren voor de ODIJ. In deel C van deze rapportage is meer in detail toegelicht hoe er tot de SOLL is gekomen. Van alle deelnemers is een gedetailleerd overzicht van de SOLL beschikbaar en gedeeld.
6. Overzicht IST versus SOLL per deelnemer en voor het totaal Als we de totalen van de IST en de SOLL op een rij zetten, dan ontstaat het volgende overzicht: Deelnemer IST begroting IST in uren IST in fte SOLL in uren SOLL in fte Verschil in uren Verschil in FTE Beverwijk € 1.752.827 16.773 12,52 16.784 12,72 11 0,20 Bloemendaal € 452.354 4.329 3,23 4.808 3,64 479 0,41 Edam-Volendam € 465.008 4.450 3,32 5.634 4,27 1.184 0,95 Haarlem € 1.913.375 18.310 13,66 18.637 14,12 327 0,45 Heemskerk € 1.275.297 12.204 9,11 14.172 10,74 1.968 1,63 Heemstede € 383.170 3.667 2,74 4.821 3,65 1.154 0,92 Landsmeer € 963.404 9.219 6,88 9.654 7,31 435 0,43 Oostzaan € 563.390 5.391 4,02 6.038 4,57 647 0,55 Provincie Noord-Holland€ 508.800 4.869 3,63 4.974 3,77 105 0,13 Purmerend € 799.305 7.649 5,71 10.216 7,74 2.567 2,03 Subsidie verstrekker € 56.012 536 0,40 0,00 -536 -0,40 Uitgeest € 616.016 5.895 4,40 7.906 5,99 2.011 1,59 Velsen € 2.408.876 23.051 17,20 18.738 14,20 -4.313 -3,01 Waterland € 535.370 5.123 3,82 4.880 3,70 -243 -0,13 Wormerland € 813.711 7.787 5,81 7.588 5,75 -199 -0,06 Zandvoort € 1.304.832 12.486 9,32 14.373 10,89 1.887 1,57 Totaal € 14.811.744 141.739 105,78 149.223 113,05 7.484 7,27
Noot: toegelicht dient te worden dat de fte in de IST zijn gebaseerd op 1350 productieve uren, in de SOLL is gerekend met de door het bestuur voor een periode van vier jaren vastgestelde 1320 productieve uren per fte.
De overall stijging voor de ODIJ van de IST naar de SOLL is circa 7,3 fte. Belangrijkste oorzaken van deze stijgingen liggen in: - Herijking van de uren vergunningverlening (actualisaties) en stijging meldingen obv Omgevingswet -
Herijking van de uren toezicht (basis actueel overzicht bedrijven en bestaande bestuurlijke ambities) Opnemen realistische kengetallen voor controles en uren voor hercontroles (voorheen niet)
-
Nieuwe taken bij toezicht: Indirecte lozingen, Energie en Label C Ervaringscijfers van stijgende uren voor Advies
-
Inzet van data analisten
Per deelnemer zien we ook verschuivingen ontstaan, die allen een individuele achtergrond en toelichting kennen. Alle deelnemers ontvangen een detailoverzicht van hun IST en SOLL en hoe deze is opgebouwd en waar deze op is gebaseerd.
8
Nota bene: bij de uitwerking van de SOLL zijn de huidige afspraken en de huidige opdracht centraal gesteld. Er is niet gekeken of de dienst ook op alle vlakken aan de kwaliteitscriteria voldoet, noch is gekeken naar de landelijke robuustheidscriteria. Deze aspecten worden betrokken bij de uitwerking van de toekomstscenario’s, die parallel aan deze herijking van de financiering plaatsvindt. 7. Doorkijk indicatief uurtarief 2027 Om een doorkijk te geven van het mogelijke financiële effect voor de begroting 2027, is door de ODIJ indicatief een nieuw uurtarief 2027 berekend. Dat fairtarief is op de volgende uitgangspunten gebaseerd: Opbouw uurtarief 2027
Advies
Loonsom
Bepaald op basis van het einde van de schaal
Productiviteit
1.320 uur per productieve fte (evaluatie na 4 jaar met als doel de productiviteit omhoog bij te stellen)
Overhead (management/secretariaat/PIOFACH)
Maximaal 24% van het totaal
Personele ontwikkeling
3% van de loonsom
Innovatie (o.b.v. innovatie agenda)
1% van de loonsom
Deze uitgangspunten zijn voor wat betreft de loonsom gebaseerd op hoe gemeenten begroten. De productiviteitsnorm en overheadnorm zijn afgeleid van wat landelijk gangbaar is bij Omgevingsdiensten. Voor de ODIJ is de berekening tot 1320 productieve uren als volgt opgebouwd. Omschrijving
uren
aantal werkdagen
261,00
aantal feestdagen op een werkdag
7,00
bruto productieve dagen
254,00
bruto productieve uren norm 7,2
1.829
vakantie uren
-202
ziekte uren (percentage 2024:
-98
5,38) Ouderschapsverlof 1%
-18
aanwezige uren
1.510
Indirecte uren 10%
-151
Opleiding en ontwikkeling 2,5%
-39,00
Normering
1.320
Over de productiviteit moet worden opgemerkt dat deze wel afhankelijk is van de mate waarin de dienst goed opgeleide mensen kan aantrekken. De afgelopen jaren ontbrak het aan strategische personeelsbeleid waardoor er onvoldoende is geanticipeerd op het opvangen van senioriteit wat reeds is vertrokken of binnen vier jaar vertrekt. Momenteel is de arbeidsmarkt zodanig dat de dienst veel moet inzetten op het (intern) opleiden van (jonge nog onervaren) mensen. Dit zal moeten om zowel in te spelen op de te verwachten 9
uitstroom als de benodigde groei van de formatie op basis van deze herijking. Het intern opleiden van mensen legt druk op de productiviteitsnorm, omdat deze nieuwe collega’s nog niet volledig productief kunnen zijn én het veel vraagt van de begeleiding door de meer ervaren mensen binnen de dienst. De normen over ontwikkeling is gebaseerd op hetgeen landelijk is uitgewerkt onder het IBP. De uitgangspunten onder het uurtarief worden voor een periode van 4 jaar vastgesteld en na twee jaar (dus in 2029) geëvalueerd en als nodig aangepast voor de begroting die daarop volgt. Op basis van de uitgangspunten is een inschatting gemaakt van de totale exploitatiebegroting van de dienst voor 2027. Deze gedeeld door het totaal aantal productieve uren leidt tot een indicatief uurtarief voor 2027 van EUR 116,95 (dit is gebaseerd op prijspeil 2025 en dus exclusief eventuele loon- en prijsstijgingen). Het tarief voor 2025 was EUR 104,50. Deze inschatting en het daaruit volgende uurtarief, is gebaseerd op onderstaande tabel:
FTE totaal inclusief bedrijfsvoering
146,14 Prijspeil 2025
LASTEN Personele lasten Salarissen en sociale lasten uitvoering Salarissen en sociale lasten bedrijfsvoering Werving & personeelsbeleid Inhuur personeel - risico 2% Scholing & employability Overige personeelslasten
11.375.000 3.516.000 62.000 296.000 190.000
Subtotaal personele lasten
15.439.000
Kapitaalslasten Afschrijvingslast Gebouw Afschrijvingslast Verbouwing & inventaris Afschrijvingslast Vervoermiddelen Afschrijvingslast ICT Rentelast vaste schuld (aanschaf pand)
65.000 121.000 6.000 15.000 15.000
Subtotaal kapitaalslasten
222.000
Overige bedrijfslasten PZ-zaken/ salarisadministratie Organisatieontwikkeling Accountants- en advieskosten Huisvestingskosten Facilitaire kosten ICT-kosten Handhavingskosten Algemene kosten Bankkosten Subtotaal overige bedrijfslasten
60.000 25.000 50.000 326.000 36.500 799.000 15.000 339.000 1.500 1.652.000
Externe projectkosten Aanpassing externe projectkosten niet voor kostprijs Vennootschapsbelasting
-
LASTEN - Totaal
17.313.000
Innovatie budget 1% Dekking vanuit bestemming reserves
148.910 -10.000
Te dekken door kostprijs
17.451.910
Productieve FTE x productiviteit 1320 Kostprijs
149.223 €
116,95
Een nadere toelichting op deze tabel is opgenomen in Bijlage 1. Bovenstaande cijfers zijn indicatief en worden in de uiteindelijke begroting 2027 definitief en daar waar nog nodig extra toegelicht. 10
8. Deelnemersbijdrage is uiteindelijk de definitieve SOLL maal uurtarief Op basis van de SOLL is het eerder genoemde uurtarief gebaseerd. De begrote uren maal dit tarief geeft een indicatie van de te verwachten (ontwikkeling van de) deelnemersbijdragen. De tabel met de voorlopige financiële effecten als het bovenstaande wordt doorberekend is dan:
11
DEEL B – De spelregels behorend bij de financiering De volgende spelregels worden voorgesteld: - SOLL uren -
Bevoorschotting Periodieke stand van zaken
-
Omgaan met pieken en dalen gedurende het jaar Afrekenen op basis van nacalculatie
-
Rekeningresultaat
1. SOLL uren De SOLL uren vormen de begrote uren waarvan is afgesproken dat aan het einde van het jaar, voor in ieder geval een periode van vier jaar, wordt afgerekend op basis van daadwerkelijke uren. De SOLL uren worden vastgelegd voor een periode van 4 jaar. Na twee jaar (dus in 2029) vindt er een evaluatie plaats van deze uren, waarbij op basis van de jaren 2027 en 2028 een actualisatie kan plaatsvinden van kengetallen en productie aantallen voor de begroting van 2031. Alleen indien er in de tussenliggende periode bovenmatige en onvoorziene wijzigingen ontstaan in deze SOLL uren, kan in overleg tussen dienst en deelnemer de omvang van deze SOLL uren worden aangepast. Dit geldt bijvoorbeeld voor het ontstaan of inbrengen van nieuwe taken, of bij het beëindigen van taken. Bij een substantiële afname van uren, kunnen mogelijk frictiekosten ontstaan. 2. Bevoorschotting Op basis van de begroting is de financiële bijdrage van een deelnemer bekend. Vanwege liquiditeitsredenen wordt de ODIJ door de deelnemers gefinancierd op basis van bevoorschotting. Voorgesteld wordt dat de ODIJ bevoorschot blijft conform de huidige opzet dat wil zeggen per 4 maanden. Er komen derhalve drie voorschotfacturen per jaar naar de deelnemers. 3. Periodieke stand van zaken De ODIJ geeft maandelijks na afloop van iedere maand een bondig overzicht van de realisatie van uren.
Dit overzicht is gebaseerd op het uitvoeringsprogramma en geeft als zodanig de stand van zaken weer van dat programma. Daarnaast wordt twee keer per jaar een meer uitgebreide managementrapportage gemaakt, die in samenvattende vorm ook aan het bestuur wordt voorgelegd. Deze rapportage betreft de periode van de eerste zes maanden en het jaarverslag. In deze rapportage wordt een overall beeld gegeven van de uitvoering en de stand van zaken aangaande de financiën.
12
4. Omgaan met pieken en dalen gedurende het jaar Het uitvoeringsprogramma is opgebouwd aan de hand van productgroepen. In beginsel wordt er tussen de productgroepen niet geschoven met uren, gedurende het uitvoeringsjaar, tenzij daar in bijzondere omstandigheden wel aanleiding toe is en de ODIJ en de deelnemer dat in dat geval samen overeenkomen.. 5. Afrekenen op basis van nacalculatie Na afronding van een uitvoeringsjaar wordt er per deelnemer een overzicht gemaakt van de realisatie van uren en waar relevant productie per productgroep. Vervolgens wordt er per deelnemer een afrekeningsoverzicht gemaakt en over het geheel van uren maal het tarief uit de (laatst vastgestelde) begroting een eindafrekening opgesteld. Op basis van deze eindafrekening vindt, na de accountantscontrole, afrekening plaats per deelnemer. Deze wijze van afrekening is voor 4 jaar vastgelegd door het bestuur en wordt na 2 jaar geëvalueerd. 6. Rekeningresultaat Op basis van (laatst vastgestelde) begroting, realisatie en de daarop gebaseerde afrekening per deelnemer ontstaat er voor de dienst een rekeningresultaat over het beëindigde jaar. Het rekeningresultaat wordt zoals gebruikelijk door het AB vastgesteld en wordt ofwel toegevoegd aan het algemeen eigen vermogen van de dienst, specifiek van een bestemming voorzien ofwel vloeit terug naar de deelnemers naar rato van hun aandeel in de begroting.
13
DEEL C – Toelichting op opzet en werking van de SOLL uren Bij de SOLL is het meest recente overzicht van Bedrijven meegenomen. Dit overzicht ziet er als volgt uit: Beverwijk Heemskerk Velsen Uitgeest Haarlem Zandvoort Heemstede Bloemendaal Purmerend Wormerland Oostzaan Waterland Landsmeer Edam-Volendam Totaal aantal 487 331 814 136 1583 115 376 137 66 138 90 209 95 282 4859 593 424 1008 176 2064 296 257 190 518 237 106 275 132 194 6470 19 7 49 4 26 2 3 4 31 17 7 11 6 17 203
Voormalig type A Voormalig type B Voormalig type C
Voor de provincie worden 4 bedrijven van toezicht voorzien. De SOLL heeft verder de volgende toelichting. Vergunningverlening en meldingen Milieu De begroting van deze uren is gebaseerd op: -
Actueel overzicht van meldings- en vergunningsplichtige inrichtingen Een inschatting van het aantal vergunningsaanvragen per jaar gebaseerd op ervaringen van afgelopen drie jaar aangevuld met de resultaten van een actualisatietoets Een aanname dat jaarlijks 10% van de meldingsplichtige inrichtingen een melding doet (soms gebaseerd op voorlichting, soms op basis van controle of zelfstandig) Een inschatting van de meldingen bodem die binnen komen gebaseerd op de ervaringen van drie jaren Idem voor asbestmeldingen Idem voor uren voor wettelijk adviseurschap Kengetallen voorzien van een inschatting van het werk van de Omgevingswet
Toezicht Milieu De begroting van deze uren is gebaseerd op: -
-
Een actueel overzicht van bedrijven, verdeeld over type A, B en C Frequenties van toezicht op basis van de huidige ambities: o Type A: geen controle, alleen als er een klacht is o Type B: 1 per 4 jaar een controle o Type C: jaarlijks controle Uren ten behoeve van hercontroles (over de afgelopen jaren bleek dat er gemiddeld 25% van de controles leidde tot een hercontrole) Uren ten behoeve van energiecontroles: aantal maal kengetal Inschattingen van uren voor Label C en Indirecte lozingen Uren voor klachten en evenementen gebaseerd op aantallen van de afgelopen drie jaren Kengetallen voorzien van een inschatting van het werk van de Omgevingswet Uren voor de collectieve taken 24- uurs bereikbaarheid en strafrecht Uren zoals afgesproken per deelnemer voor de inzet van het tegen gaan van Ondermijning
Handhaving Milieu De begroting van deze uren is gebaseerd op totale inzet van uren voor handhavingszaken, bezwaren en beroepen en juridische kwaliteit. Een gedetailleerde inschatting per deelnemer is nu niet te geven en afhankelijk van daadwerkelijke zaken. Om die reden zijn de totale uren die gedeeld door het aantal deelnemers leiden tot een begroting per deelnemer.
Advies 14
De begroting van deze uren is gebaseerd op: -
-
Ervaringscijfers over de afgelopen jaren Uren toebedeeld naar gemeenten in drie categorieën onderscheidend aantal inwoners, oppervlakte en gemaakte afspraken uit het verleden naar: grote, middel, kleine gemeenten. o Grote gemeenten: Haarlem, Velsen, Purmerend, Beverwijk en Heemskerk o Middel gemeente: Edam-Volendam o Kleine gemeenten: Bloemendaal, Heemstede, Uitgeest, Oostzaan, Wormerland, Waterland, Landsmeer en Zandvoort Voor de provincie is een aparte analyse gemaakt kijkend naar inhoudelijke vraagstukken en ervaringen Uren die zijn overeengekomen voor inzet bij individuele projecten/ vragen van deelnemers Inschattingen van vragen die gaan komen als gevolg van de Omgevingswet
Bouwen en woning toezicht De uitvoering van de BWT-taken door de ODIJ is erg divers van aard: een aantal deelnemers heeft zowel de vergunningverlening als het toezicht ondergebracht bij ODIJ, een aantal deelnemers alleen het toezicht en een aantal deelnemers voert deze taak geheel zelf uit. Ook zijn er als het gaat om de reikwijdte van uitvoering verschillende afspraken gemaakt. Soms zijn er ook helemaal geen afspraken gemaakt en voert de dienst de taken uit op basis van de formatie die al jaren geleden is overgekomen. De SOLL is om die reden nu niet goed te objectiveren, maar is gebaseerd op ervaringscijfers van inzet van de uren over de afgelopen twee jaren. De komende tijd is op deze SOLL nog wel verdieping nodig. Dit geldt dan vooral voor: -
Relatie tussen de omvang van de vergunningen en de daarop te baseren omvang van het toezicht Het niveau van de dienstverlening naar burgers/ bedrijven (bestaan geen concrete afspraken voor) De vraag of ook bestaande bouw moet worden gecontroleerd (dit gebeurt nu voor geen van de deelnemers) De mogelijke effecten van de Wet Kwaliteitsborging Bouw
Daarbij is nog relevant dat naast de kosten voor de uitvoering van deze taak ook inkomsten tegenover staan in de vorm van leges. In beginsel zou een stijging van de inzet van de ODIJ (deels) gedekt moeten worden door legesinkomsten, dit afhankelijk van de legesverordening die in de gemeenteraad is vastgesteld met daarbij behorend de mate van kostendekkendheid van deze leges. Voorgesteld wordt nu de SOLL te hanteren gebaseerd op de genoemde uren van de afgelopen twee jaren, totdat bovengenoemde verdieping heeft plaatsgevonden. Projecten De begroting van deze uren is gebaseerd op bestaande projectplannen (en de deelnemers aan deze projecten) vooral op het gebied van stimulering, of op verwachtingen van de dienst als het gaat om deze projecten. Daarnaast is er een drietal programma’s specifiek voor de gemeenten Beverwijk, Heemskerk en Velsen alleen.
15
Voor deze programma’s is de volgende verdeelsleutel toegepast: Verdeelsleutel in % van de totale uren
Beverwijk
Heemskerk
Velsen
Uitgeest
Totaal aantal uren
Gezonde leefomgeving Ijmond
25%
25%
50%
-
1542
Greenbiz Ijmond
27%
22%
32%
19%
3.297
IJmond bereikbaar
33%
33%
33%
-
1181
Overige taken De begroting van deze uren is gebaseerd op: -
-
Een aantal collectieve taken (1:1 verdeeld over de deelnemers) zoals: o Regionale projecten (2 fte), o Fondsverwerving (1 fte) o Contactfunctionarissen (3 fte) o Beheer bedrijvenbestand (0,5 fte) o Data analisten (3 fte) Een aantal specifieke taken die de dienst uitvoert voor 1 of meerdere deelnemers met daarbij de ervaringscijfers van de afgelopen jaren/ dan wel de verwachtingen die de dienst heeft voor de komende tijd.
16
BIJLAGE 1 – Nadere toelichting op de voorlopige exploitatie 2027
1.
Salarissen en sociale lasten
Loonkosten zijn voor uitvoering en bedrijfsvoering apart berekend. - Basis loonkosten januari 2025 + indexatie van 3,9% - Eindschalen per functie - Geen inhuur budget moet vanaf salarissen gefinancierd worden, door aanpassing naar eindschalen. Kanttekening: -
Cao-afspraken onbekend Functiehuis verouderd moet worden herzien Geen FTE voor landelijk KIS platvorm
Uitvoering: FTE op basis van Soll Bedrijfsvoering & Sturing: Toegevoegd ten opzichte van de huidige situatie: -
Manager bedrijfsvoering ten behoeve van sturing Vaste formatie voor inzet recruitment Uitvoeringscapaciteit op informatiemanagement Capaciteit op inkoop 2 x teamleider uitvoering
Ombuiging binnen de begroting: 2. -
Manager primair proces Manager/ teamleider advies en projecten
Kapitaalslasten Verschuiving van kapitaalslasten naar ICT kosten voor berekening. In begroting moet dit aangepast worden vanwege regelgeving.
Aanpassing gedaan voor de kapitaalslasten voor aangeschafte apparatuur in de uitvoering die gekocht is met subsidies, in tarief moet hier vervang investering voor mogelijk zijn. -
Vervanging van toen tweedehands bureaus bijgesteld naar vervanging wat er nu nodig is voor ook Arborichtlijnen.
Kanttekeningen -
Gebruik van het pand is niet uitgerust op groei en met opnieuw worden bepaald. Hiervoor moet eerst
-
de toekomstverkenning helder zijn. Er is geen rekening gehouden met eventuele verbouwingen. Financiering pand is aflossingsvrij en tegen 0,38% rente. In deze berekening is geen rekening gehouden met een andere financieringsvorm
3.
PZ-salaris administratie betreft uitbesteding van loonadministratie bij IJk aangepast naar groei en prijs. 4. Organisatieontwikkeling minimaal budget 5. Accountants & advieskosten, alleen voor reguliere P&C cyclus geen extra adviezen
17
6. -
Huisvestingslasten aanpassing alleen voor ingeschatte aanpassing voor groot onderhoud in verband met onvolledig MJOP en het inzetten van een externe partij ten behoeve van het beheer van het pand. Huisvestingslasten bestaan alleen uit VVE & MJOP
7. -
ICT kosten: Alle huidige licenties gekoppeld naar gebruik FTE uitvoering en bedrijfsvoering Randapparatuur gekoppeld aan FTE Bijstelling gedaan voor headcount inschatting 12%
Kanttekening: -
Voor inhuur voor projecten moeten de ICT kosten in project begrotingen worden meegenomen. Dit zit niet berekend in de licentiekosten. Prijsinflatie op IMOC gehouden 2,2% in praktijk is dit voor ICT mager.
8. Algemene kosten - Wagenpark gebaseerd op 14 x leaseauto - Bijstelling gedaan voor ODNL-contributie omdat deze afhankelijk is van aantal FTE uitvoering en ‘omzet’ - Geen rekening gehouden met events zoals de IJMOND-duurzaamheid award
18