Bijlage 2. BBV Erfgoedvisie Overzicht reacties met antwoord gemeente.pdf
Tekst van het document
Reacties op concept Erfgoedvisie
Nr. 1.
Naam
Inhoud reactie Voorgestelde gedifferentieerde instrumentarium: eens hiermee.
Antwoord gemeente Hiervan nemen we kennis.
Gemeentelijk monument en redengevende omschrijving: volgens de visie zijn buiten- en binnenkant beschermd. Eens hiermee, maar dit is niet de praktijk in Heemstede; alleen wat in de RO staat is beschermd. Wat is binnenkant? Interieur vraagt aandacht. 1) In bestaande RO’s vermelden of interieur(onderdelen) al of niet beschermd zijn. 2)Onderscheid maken tussen gebruikelijke begrip van binnenkant (structuurkenmerken) en apart de te beschermen interieuronderdelen benoemen.
Dit punt hebben we niet overgenomen in de Erfgoedvisie. Het is niet zo dat dat alleen dat wat in de RO wordt genoemd beschermd is. Wettelijk gezien is alles op of aan een monument beschermd, ook het interieur. In een redengevende omschrijving kun je wel onderdelen uitsluiten van bescherming.
Planning: zorg hierover. Volgens visie is niet inhoud, maar beschikbare capaciteit en budget leidend. Volgens planning gaat gemeente in 2029 en 2030 aan de slag met gemeentelijke monumenten aanwijzen, terwijl inventariseren nieuwe beschermingsvormen in 2026 en 2027 plaatsvindt. Belangrijkste beleidscategorie van gemeentelijk monument is laatst aan de beurt; risico van te weinig tijd en energie hiervoor.
Bedoeld wordt in de concept erfgoedvisie dat we bij het inventariseren al het potentiële erfgoed in kaart brengen en indelen naar beschermingsvorm. Het vervolgproces van waarderen, selecteren en aanwijzen volgt daarna, inclusief nieuwe gemeentelijke monumenten. Dit is gepland in 2026/2027. De vermelding van 2029 en 2030 betreft het regelen van de bescherming van gemeentelijke monumenten via het omgevingsplan. Tot die tijd is de bescherming hiervan geregeld via de Erfgoedverordening.
Subsidieverordening: waarop is de conclusie gebaseerd dat deze voldoet? Huidig budget wordt blijkbaar niet uitgeput maar is niet toereikend. Schatting van benodigd budget voor 59 monumenten is € 50.000 per jaar (uitgaande van 1x per 6 jaar schilderen). Vraag is waarom weinig beroep op de subsidie wordt gedaan: onbekendheid? Teveel kosten/rompslomp om er een beroep op te doen? Gemeente zou moeten nagaan of de regeling wel doelmatig is. (Kosten van gemeentezijde, hebben pandeigenaren de subsidie wel nodig, is de subsidie nodig gezien de onderhoudsstand van monumenten). Liever financiële ondersteuning inzetten voor activiteiten die anders niet worden gedaan (zoals bouwhistorisch onderzoek). Subsidie verduurzaming monumenten (H5.4): Liever niet. Bij energiescans vaak weinig kennis over monumenten. Liever binnen gemeente deskundigheid organiseren en die gratis ter beschikking stellen. 2.
Politieke partij 22 mei 2025 (in raadsvergadering)
Erfgoedverordening: Gevraagd om spoed-procedure in Erfgoedverordening n.a.v. sloop De Echo Van Merlenlaan 23
We hebben deze tekst in de Erfgoedvisie nu anders geformuleerd, rekening houdend met deze punten. Overigens valt schilderen onder ‘normaal onderhoud’ en dat valt nu niet onder de subsidiabele kosten.
Dit hebben we verwerkt door een andere formulering in de Erfgoedvisie. Bij het onderzoek naar de subsidieregeling (opgenomen als actie in de Erfgoedvisie) zullen we deze aandachtspunten meenemen.
Er zijn erfgoedorganisaties die deze expertise wel hebben. Daarbij: in het actiepunt ‘Verduurzaming erfgoed’ staat de energiescan als voorbeeld; we gaan onderzoeken wat de beste methode is. Ook de interne deskundigheid bij de gemeente willen we benutten bij informatievoorziening aan monumenteigenaren. We willen in de erfgoedverordening een artikel opnemen over voorbescherming. Dan loopt de bescherming vanaf in behandeling nemen van de aanvraag. Dit, in combinatie met artikel 4 , lid 4a (overslaan advies Erfgoedcommissie bij spoedeisend belang), geeft voldoende instrumenten om sloop te voorkomen.
(geen (geen officiële reactie) officiële reactie)
Er is misschien goede wil in het raadhuis, want men is daar bezig met een Erfgoedvisie. Maar het duurt te lang. En zal het genoeg zijn? Neemt u van mij aan: zolang er geen gedegen, professioneel erfgoedbeleid is opgetuigd, met voldoende slagkracht om het uit te voeren, zal er nog menig bijzonder pand sneuvelen. De Echo was niet het eerste, en zal niet het laatste zijn. Wat niet beschermd wordt, is vogelvrij.
3.
Erfgoedvisie algemeen: eens hiermee; planning ambitieus.
Dit zorgpunt nemen we ter harte. Het college pakt met de Erfgoedvisie het erfgoedbeleid serieus op, waarbij we ook willen leren van fouten om deze in de toekomst zoveel mogelijk te voorkomen. In de visie staat o.a. dat we onderzoeken of we snel bescherming kunnen realiseren in dringende gevallen, door het mogelijk maken van voorbescherming van gemeentelijke monumenten. Met daarbij de kanttekening er geen 100% garantie is dat een soortgelijk incident zich nooit meer voordoet.
Uitvoeringsagenda met prioritering en begroting (H6): dit is soms vaag en mist urgentie. Graag ruimer budget en ambtelijke capaciteit opnemen voor inhaalslag mt beschermen.
Met het raadsvoorstel vragen we budget aan om expertise in te huren en snelheid te kunnen maken
Uitvoering op orde: de stelling dat deze op orde is wordt niet onderbouwd en niet herkend door de HVHB. Er zijn al jaren geen monumenten aangewezen en de ambtelijke capaciteit is zeer beperkt. Daarom in visie pleiten voor meer budget en meer capaciteit.
We hebben de tekst genuanceerd. De uitvoering is op orde en de gemeente voldoet aan haar wettelijke verplichtingen en taken, maar het kan altijd beter. Overigens is het aanwijzen van monumenten geen doel op zich. In een aantal tranches is het belangrijkste erfgoed aangewezen; na vaststelling van het raadsbesluit en de erfgoedvisie volgt een nieuwe tranche.
Erfgoedverordening snel als tussenstap aanpassen: verstandige aanpak.
Hiervan hebben we kennis genomen.
Invoeren lichtere beschermingsvormen: grote vooruitgang.
Hiervan hebben we kennis genomen.
Aanbeveling 1 – vage formuleringen: geef minimale inzet aan (in fte’s, financiën) of werk met scenario’s.
De benodigde financiën zijn opgenomen in het raadsvoorstel.
Aanbeveling 2 – participatie bewoners en belanghebbenden: voeg een participatieparagraaf toe aan hoofdstuk 6. De visie is hierover nu niet concreet.
We hebben een participatieparagraaf toegevoegd. Overigens wordt (afhankelijk van de actie) een participatieplan gemaakt voor de afzonderlijke acties. Daarbij houden we ons uiteraard aan het gemeentelijke participatiebeleid.
Aanbeveling 3 – geef meer inhoudelijke en beleidsmatige aandacht aan landschappelijk erfgoed. Dit blijft nu onderbelicht in de visie, terwijl Heemstede juist een groen karakter heeft.
Het grootste deel van het landschap is beschermd door de aanwijzing als rijksmonument. Van het overige groen is een groot deel in eigendom van de gemeente. Verder kunnen de beschermingsvormen karakteristieke gebieden en waardevolle structuren hierin voorzien. Daarnaast onderzoeken we nog de buitenplaatsbiotoop.
Aanbeveling 4 – overweeg een gemeenschappelijk kader voor erfgoedvisie en voor cultuurnota (zachte kant erfgoed). Hierin worden gedeelde doelstellingen en acties zichtbaar. Dit ivm risico op 2 sporen die onvoldoende op elkaar aansluiten. Suggestie 1 – voorbeeldgebieden. Noem concrete voorbeelden van gebieden die in aanmerking komen voor nieuwe beschermingsvormen.
We verwijzen in beide documenten over en weer naar elkaar en beschrijven de relatie tussen beide beleidsnota’s.
Voorbeelden maken het inderdaad aanschouwelijker voor de lezer. Tegelijkertijd draagt dit het risico in zich dat de voorbeelden al voor ‘waar’ of als voornemen worden opgevat. (Zie ook reactie 9). Voorbeelden nemen dan een voorschot op de inventarisatie die nog moet plaatsvinden.
Suggestie 2 – voorbescherming. Geef monumentwaardige objecten en ensembles zsm voorbescherming, voor vaststelling van de visie.
Suggestie 3 – monitoring en evaluatie. Vermeld hoe de effectiviteit van de visie zal worden gemeten. Suggestie 4 – communicatie en beeldvorming. Voorkom misverstanden, een publieksgerichte strategie kan bijdragen aan draagvlak.
Conclusie: het staat of valt bij de implementatie van de visie; voldoende ambtelijke capaciteit en budget is hiervoor essentieel. 4.
5.
6.
Geen op-/aanmerkingen. Wel vraag: komt er de mogelijkheid een erfgoedsubsidie aan te vragen voor het behoud ervan? Blij dat de eerder gezamenlijk ingebrachte aandachtspunten goed zijn verwoord in de Erfgoedvisie. Hoop dat dit ongewijzigd in de omgevingsvisie wordt overgenomen.. Differentiatie in beschermingsvormen: eens hiermee.
Hiervoor moet de Erfgoedverordening worden aangepast. Deze passen we aan op basis van het beleid in de Erfgoedvisie, die door de raad wordt vastgesteld. De Erfgoedverordening heeft prioriteit bij de uitvoering van de Erfgoedvisie. Deze suggestie hebben we verwerkt in de Erfgoedvisie. Deze suggestie ondersteunen we. We zullen communiceren over de Erfgoedvisie zelf. Daarnaast is in de Erfgoedvisie opgenomen dat we de waardering van erfgoed onder eigenaren willen bevorderen. Die waardering willen we ook onder een breder publiek bevorderen. Dat scharen we onder de ‘zachte’ kant van erfgoed, die in de cultuurnota aan bod komt. We zetten in op inhuur van expertise – en daarmee capaciteit - voor de inhaalslag.
In de visie staat dat we gaan kijken of het wenselijk is de huidige subsidie aan te passen. (Hiernaast is de mail beantwoord met info over de huidige subsidie). De omgevingsvisie is een paraplu-document waarvan de afzonderlijke visies integraal deel uitmaken. Met het vaststellen van de erfgoedvisie is deze onderdeel van de Omgevingsvisie. Hiervan nemen we kennis.
Ontwikkeling in Heemstede: Gemeente heeft niet de professionele kennis en (daardoor) niet de wettelijke middelen om bepaalde ‘ontwikkelingen’ tegen te houden.
Daarom wordt, met inzet van externe expertise, de Erfgoedvisie opgesteld.
Voorbescherming niet uitgebreid onderzoeken maar snel invoeren, samen met spoedprocedure. Want de stappen van inventariseren en dan beschermen duren lang. De huidige praktijk in Heemstede is dat gemeentelijk beleid tot nu toe reactief is, in plaats van proactief. Zie hoe dit in Amsterdam is geregeld; dit kan 1 op 1 worden overgenomen en is geen kwestie van onderzoeken of ambtelijke capaciteit maar politieke wil.
De voorbescherming willen we regelen in de Erfgoedverordening. Zo nodig zullen we daarbij het voorbeeld van Amsterdam onderzoeken. Aanpassing van de Erfgoedverordening heeft de hoogste prioriteit. Daar beginnen we mee. Totdat het definitieve omgevingsplan klaar is en de bescherming van erfgoed daaronder valt, is de Erfgoedverordening van kracht voor erfgoed. Het is de intentie hierin voorbescherming op te nemen; we onderzoeken de reden waarom voorbescherming nu buiten de Erfgoedverordening is gehouden.
Restanten dorps karakter: hanteer voor alle gebouwen van voor 1920, ipv het huidige regime ‘mag gesloopt worden, tenzij…’, het regime ‘mag niet gesloopt worden, tenzij…’
In de Erfgoedvisie worden nieuwe beschermingsvormen voorgesteld: karakteristiek bouwwerk, beschermd dorpsgezicht, karakteristiek gebied, waardevolle structuur. Deze vormen bieden voldoende mogelijkheden tot bescherming. Om voor alle gebouwen van voor 1920 een sloopvergunningsplicht op te nemen vinden we disproportioneel.
Gemeentelijke monumenten: stop met het gemeentelijke uitgangspunt ‘niet aanwijzen als de eigenaar het niet wil’, dit is principieel onjuist.
Dit uitgangspunt is niet vastgelegd in de Erfgoedverordening en is ook niet altijd praktijk .
Norm 2 aanwijzingen gemeentelijk monument: niet ambtelijke capaciteit en beschikbaar budget maar noodzaak moet uitgangspunt zijn.
De tekst hierover is overgenomen uit de huidige cultuurnota.
7.
Handhaving: dit is een punt van zorg omdat daar tot nu toe niets van terecht is gekomen.
De gemeente voert op het gebied van toezicht en handhaving haar wettelijke taken uit, zoals het hoort. Daarbij ontbreekt het nu aan instrumenten voor handhaving in de Erfgoedverordening. Het voornemen is de verordening hierop aan te passen.
Redengevende omschrijving: er staat dat bij gemeentelijke monumenten zowel het exterieur als het interieur zijn beschermd, maar dit geldt alleen als het interieur is beschreven is in de redengevende omschrijving en dat is meestal (terecht) niet zo.
Het is niet zo dat dat alleen dat wat in de RO wordt genoemd beschermd is. Wettelijk gezien is alles op of aan een monument beschermd, ook het interieur. In een redengevende omschrijving kun je wel onderdelen uitsluiten van bescherming.
Verschillende beschermingsvormen: hierbij moet er duidelijkheid komen over de criteria die gehanteerd worden bij de verschillende vormen.
Dit punt nemen we bij bij de inventarisatie. Voordat er wordt overgaan op selectie moet er een zo objectief mogelijk selectiesysteem worden ontwikkeld; denk bijvoorbeeld aan een puntensysteem. Welke criteria dat zouden kunnen zijn, willen we open laten tot aan het eind van de inventarisatie. Uit de inventarisatie en waardering volgen uitkomsten en aanbevelingen voor criteria. Op basis daarvan kan daarna het selectieproces beginnen. De focus op (delen van) het exterieur/interieur hangt samen met de uiteindelijke beschermingsvorm en de redengevende omschrijving. Dat is in deze fase nog niet aan de orde.
Naoorlogse gebouwen kunnen alzijdig zijn, focus niet alleen op voorkanten.
Voeg definities toe: wat betekenen al die termen?
Op onderdelen is de Erfgoedvisie hierop aangepast.
Goed dat er structuren benoemd worden.
Hiervan nemen we kennis.
De beschermingsvorm 'karakteristiek bouwwerk' wordt gesplitst in twee subvormen, lijkend op de 'oude' beschermingsvormen 'beeldbepalend pand' en 'karakteristiek pand'. Dit wordt vaag.
Aanscherpen van de definities op dit punt vinden we niet nodig. Dit is iets wat ook concreter wordt bij inventariseren, waarderen, aanwijzen.
Kunnen deze beschermingsvormen ook toegepast worden op kunstobjecten, of gebouwen die kunstobject zijn? Zie ook het punt over alzijdigheid, dat geldt ook voor dit soort gebouwen en objecten.
De beschermingsvormen zijn inderdaad wel toegespitst op gebouwen en gebieden, maar ze zouden in theorie ook kunnen worden toegepast op kunstobjecten. Bij de uitvoering van de Erfgoedvisie concentreren we ons op gebouwen en gebieden (ivm beschikbare capaciteit).
Plaatje kerk: Berend Hendriks, glas-inbetonkunstenaar noemen.
Dit is toegevoegd.
Aangeven dat Heemstede een woongemeente is. Als toelichting dat de nadruk vooral op wonen ligt.
Dit punt hebben we verwerkt in hoofdstuk 2 over de ruimtelijke geschiedenis van Heemstede.
Omgevingswet en Erfgoedwet bij beleidskaders.
Dit punt hebben we verwerkt bij paragraaf 3.3 Rijksbeleid.
Wat is de relatie tussen de nieuwe beschermingsvormen en de welstandsgebieden uit de welstandsnota.
Die zijn complementair waar dat kan. Als ze tegenstrijdig zijn dan vervalt de gebiedsbeschrijving uit de welstandnota. Dit zullen we meenemen in de nieuwe welstandsnota (nota omgevingskwaliteit).
De omgeving van het monument wordt nu niet expliciet benoemd?
In de Erfgoedvisie wordt de omgeving van het monument expliciet genoemd onder 5.1.
Moet dat wel? Of noemen en vermelden dat dit nog nader uitgewerkt wordt.
In paragraaf 5.1 is opgenomen dat we dit gaan verankeren in het omgevingsplan. De Erfgoedvisie gaat over de hoofdlijnen van beleid, de nadere
uitwerking volgt in de fase van uitvoering van alle acties. Hoe wordt de sloopvergunningsplicht opgenomen bij karakteristiek bouwwerk? Hoe werkt dit? Wie beoordeelt of die wordt verleend, en op welke criteria is dat gebaseerd? Daarbij: nog goed kijken naar de omschrijving op p. 27 van die sloopvergunning. 'Delen van karakteristiek bouwwerk'? Wat is het bouwwerk? Het hele pand? Alleen voorgevel? Bij deze vorm focussen we toch sowieso al op de voorgevels? Actie Erfgoedverordening. Waarom wordt artikel 5, lid 3 geschrapt? Reden? Is dat handig? Sowieso voorwaarden stellen, anders kan het elk jaar opnieuw worden voorgedragen.
Waarderen en selecteren: het verschil explicieter maken. Waardering is niet automatisch selectie voor een beschermingsvorm. Ook om te voorkomen dat er valse verwachtingen gewekt worden.
De Erfgoedvisie gaat over de hoofdlijnen van beleid, de nadere uitwerking volgt in de fase van uitvoering.
Dit is verwerkt in de Erfgoedvisie.
De letterlijke tekst van artikel 5 lid 3 zegt nu dat gewijzigde inzichten nooit kunnen leiden tot heroverweging en alsnog aanwijzing van een object tot monument. Bovendien regelt ook artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht dit punt al, zodat artikel 5 lid 3 van de Erfgoedverordening in feite overbodig maakt. We kunnen een overgangsperiode overwegen, bijv. dat binnen een periode van 10 jaar aanvragen van eerder afgewezen monumenten niet in behandeling worden genomen. Dit wordt onderzocht en uitgewerkt bij de 1e aanpassingsronde v an de Erfgoedverordening. Dit zullen we ter harte nemen, het onderscheid tussen ‘waarderen’ en ‘selecteren’ moet inderdaad duidelijk zijn. In de Erfgoedvisie is dit verduidelijkt.
Tip: kijk eens naar de beschermingsvorm in Wassenaar, buitenplaatszone. Is dat iets voor Heemstede?
8.
9.
Het College van Kerkrentmeesters staat erachter dat het gemeentebestuur oog heeft voor erfgoed in ruime zin; ook voor de kerkelijke gemeente is het van belang dat de historische componenten van de directe omgeving van de Oude Kerk aan het Wilhelminaplein op waarde worden geschat. Van belang voor toekomstige bestemmingsplannen. Steun aan initiatief om differentiatie in beschermingsvormen aan te brengen.
Dank voor de tip. In de concept Erfgoedvisie doen we al de suggestie van de ‘buitenplaatsbiotoop’ en de ‘landgoederenzone’. Overigens lijken ons de beschermingsvormen die in de visie worden voorgesteld, in combinatie met het omgevingsplan Landgoederen en groene gebieden, voldoende. Mocht bij de uitwerking blijken dat het wenselijk is de buitenplaatsen als zone te beschermen, dan is het goed te weten dat Wassenaar hiermee al werkt. Dit zien we als een steunbetuiging aan het voorgestelde erfgoedbeleid. Met dank voor de reactie nemen we hiervan kennis.
Hiervan nemen we kennis.
De gemeentelijke monumentenstatus voor het ensemble Raadhuisplein/Van Merlenlaan is een te zware bescherming, bij gebrek aan -indertijd- andere beschermingsvormen. Nieuwe beschermingsvorm van ‘karakteristiek gebied’ past beter bij dit ensemble.
Hiervan nemen we kennis. Na vaststelling van de Erfgoedvisie starten we met inventariseren, waarderen, selecteren en aanwijzen. Daarbij ligt de prioriteit bij nog niet beschermd erfgoed. Het eventueel aanpassen van de beschermingsvorm van huidige gemeentelijke monumenten volgt daarna.
De voorgestelde benoeming van het Raadhuisplein, en daarmee ook van het Ensemble Raadhuisplein/Van Merlenlaan, tot beschermd dorpsgezicht is te zwaar. De bescherming van detaillering en het gebruik van materialen is voor
Om het voor de lezer aanschouwelijk te maken is het fraaie Raadhuisplein als voorbeeld genoemd. Het is geen concreet voorstel in de Erfgoedvisie. Het proces van inventariseren, waarderen, selecteren en aanwijzen volgt in een latere fase. Het eventueel
gemeentelijke monumenten en beschermde dorpsgezichten even zwaar. Gezien alle wijzigingen die er al zijn in de detaillering is het beter het Raadhuisplein en Raadhuisplein/Van Merlenlaan ate beschermen als karakteristiek gebied. De gemeente stelt zich star op bij aanpassingen ter verduurzaming van ons gemeentelijk monument en past de regels niet gelijk toe bij vergelijkbare gemeentelijke monumenten. Bijvoorbeeld ten aanzien van de detaillering van de kozijnen. Dit voelt zeer onrechtvaardig en buiten de huidige tijdgeest. Wij zijn van mening dat enige mate van flexibiliteit en oplossingsgericht denken op zijn plaats zou zijn geweest. De gemeente wil meer flexibiliteit betrachten maar het is ons niet duidelijk welk beleid gevoerd zal worden en wat de consequenties zullen zijn. Zo is de in de concept visie beschreven bescherming van gemeentelijke monumenten zwaarder dan het huidige beleid. Er staat dat alles, zowel buiten- als binnenkant, beschermd is tenzij expliciet uitgesloten. In de huidige praktijk is nu alleen beschermd wat specifiek als beschermenswaardig is benoemd in de redengevende omschrijving. De concept erfgoedvisie doet vermoeden dat de gemeente in alle beschreven beschermingsvormen objecten/gebieden/structuren wil aanwijzen. De vraag is in hoeverre dat reëel is.
veranderen van de status van huidige gemeentelijke monumenten volgt weer daarna.
In de erfgoedvisie is opgenomen doel dat we rekening willen houden met verduurzamingsmaatregelen en daar waar mogelijk ruimte aan willen geven. Deze reactie zien we daarom als een ondersteuning van dit streven. Als hiermee in het verleden onvoldoende rekening is gehouden, betreuren we dit; deze individuele ervaring leidt niet tot aanpassing van de erfgoedvisie.
De flexibiliteit zit hem in de verschillende gradaties van bescherming. Het is niet zo dat dat alleen dat wat in de RO wordt genoemd beschermd is. Wettelijk gezien is alles op of aan een monument beschermd, ook het interieur. In een redengevende omschrijving kun je wel onderdelen uitsluiten van bescherming.
We hebben in de concept visie toegevoegd dat de opgenomen beschermingsvormen niet persé betekenen dat in alle categorieën objecten/gebieden/structuren worden aangewezen.
Vooruitlopend op de besluitvorming, verzoeken wij nu al de juistheid van de monumentenstatus van ons huis en rijtje te onderzoeken en te zijner tijd aan te passen naar karakteristiek gebied.
10.
Wij onderschrijven alle punten die door [naam] (reactie nummer 6) zijn ingebracht. Positief dat Heemstede actief erfgoedbeleid gaat voeren na jaren alleen de wettelijke taken te doen. De doelstelling in de concept visie ondersteunen we.
Inzet van de erfgoedvisie is een betere bescherming van het erfgoed. De prioriteit ligt bij erfgoed dat nu nog niet beschermd is. Het eventueel veranderen van de status van huidige gemeentelijke monumenten volgt weer daarna. Hiervan nemen we kennis. Een inhoudelijk antwoord op deze ingebrachte punten staat bij reactie nummer 6. Hiervan nemen we kennis.
Verzoek aan college om zo snel mogelijk via een spoedprocedure een omgevingsplan op te stellen waarbij karakteristieke panden tegen sloop worden beschermd (n.a.v. Van Merlenlaan 23). Een goed onderhouden monumentaal pand verdween zomaar wegens gebrek aan regelgeving. Dat mag niet meer gebeuren.
Bij aanpassing van de Erfgoedverordening willen we voorbescherming invoeren. In een later stadium vertalen we dit door naar het omgevingsplan.
Wassenaar en Alphen aan den Rijn hebben een ‘parapluplan erfgoed’ waarbij het monumentaal erfgoed tegen sloop op ruimtelijk niveau is beschermd. Vervolgens kunnen zgn. topmonumenten worden aangewezen als gemeentelijk monument.
Voor Heemstede stellen we een ander regime voor met verschillende beschermingsvormen, dat beter past bij de lokale situatie.