CConstaterende datHeemstede
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 10 - Onderzoek flora en fauna Van der Goes en Groot.pdf

Gemeenteraad 24 juni 2021, gemeente HeemstedeBij agendapunt: 10: Ontwerp-omgevingsvergunning en ontwerpverklaring van geen bedenkingen Herenboerderij, Cruquiusweg 45a9.993 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

G&G-advies QS2021-83

Cruquiusweg 45a te Heemstede

Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

Cruquiusweg 45a te Heemstede Toetsing in het kader van de natuurwetgeving

F. Lang

2021

Opdrachtgever Herenboeren

G&G-advies QS2021-83

Datum Versie

30 maart 2021 V1

Gecontroleerd door: T.S. van der Meer De onderstaande toetsing is gebaseerd op de plannen zoals aangegeven door de opdrachtgever. Bij wijziging van plannen, werkperioden, of werkwijzen kunnen andere conclusies en aanbevelingen met betrekking tot de effecten op beschermde soorten van toepassing zijn.

Bovendijk 35-G

Hazenkoog 35-A

2295 RV Kwintsheul

1822 BS Alkmaar

www.vandergoesengroot.nl

Cruquiusweg 45a te Heemstede

3

Inhoudsopgave 1

2

3

Inleiding

5

1.1

Aanleiding voor het onderzoek ............................................................................... 5

1.2

Doel van het onderzoek........................................................................................... 6

1.3

Het plangebied......................................................................................................... 6

1.4

Werkzaamheden ...................................................................................................... 6

1.5

Leeswijzer ................................................................................................................ 7

Methode

8

2.1

Soorten .................................................................................................................... 8

2.2

Gebieden.................................................................................................................. 9

Beschermde soorten Wnb

10

3.1

Beschrijving aanwezige biotopen .......................................................................... 10

3.2

Beschermde soorten.............................................................................................. 13 3.2.1 Planten .................................................................................................................... 13 3.2.2 Vissen ...................................................................................................................... 13 3.2.3 Amfibieën ................................................................................................................ 13 3.2.4 Vogels ...................................................................................................................... 16 3.2.5 Grondgebonden zoogdieren ................................................................................... 17 3.2.6 Vleermuizen ............................................................................................................ 18 3.2.7 Overige fauna .......................................................................................................... 19

3.3

4

5

Conclusie beschermde soorten ............................................................................. 20

Effectbeoordeling en maatregelen

21

4.1

Vissen ..................................................................................................................... 21

4.2

Amfibieën............................................................................................................... 21

4.3

Vogels..................................................................................................................... 21

4.4

Grondgebonden zoogdieren.................................................................................. 22

4.5

Vleermuizen ........................................................................................................... 23

4.6

Conclusie effectbeoordeling .................................................................................. 24

Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving

25

5.1

Natura 2000 ........................................................................................................... 25

5.2

Natuurnetwerk Nederland (NNN) ......................................................................... 25

5.3

Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) .................................................................. 26

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2021-83

Cruquiusweg 45a te Heemstede

4

6

5.4

Houtopstanden ......................................................................................................27

5.5

Overige relevante wetgeving .................................................................................27

5.6

Conclusie gebiedsbeschermende en overige natuurwetgeving ............................27

Conclusies

28

6.1

Beschermde soorten Wnb .....................................................................................28

6.2

Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving ...............................................29

6.3

Zorgplicht ...............................................................................................................29

6.4

Aanbevelingen ter bevordering van natuur ...........................................................30

7

Aanbevolen en geraadpleegde literatuur

31

8

Bijlagen

32

Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2021-83

Cruquiusweg 45a te Heemstede

1

5

Inleiding 1.1

Aanleiding voor het onderzoek De opdrachtgever wenst een Herenboerderij aan de Cruquiusweg 45A te Heemstede, gemeente Heemstede, Provincie Noord-Holland, in exploitatie te nemen. Hiertoe wordt een bestaande melkrundveehouderij getransformeerd tot een coöperatief gemengd agrarisch bedrijf waar op natuurinclusieve wijze duurzame groente, fruit en vlees geproduceerd wordt. Voor deze transformatie is een vergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan nodig, mede vanwege het feit dat akkerland en een fruitboomgaard niet passen binnen de regels van het huidige bestemmingsplan. Het is mogelijk dat binnen het plangebied soorten voorkomen die beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming (Wnb) of dat het plan gevolgen heeft voor nabij gelegen beschermde gebieden. In opdracht van Herenboeren heeft Ecologisch Onderzoeks- en Adviesbureau Van der Goes en Groot in het kader van de huidige natuurwetgeving een quickscan uitgevoerd om dit nader te onderzoeken. Het onderzoek heeft bestaan uit een bronnenstudie en een veldbezoek.

De ligging van het plangebied (rood omlijnd).

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2021-83

Cruquiusweg 45a te Heemstede

6

Een quickscan is een momentopname die soms slechts in beperkte mate uitsluitsel geeft over de afwezigheid van soorten. Dit onderzoek betreft geen volledige veldinventarisatie. Mochten er door de plannen effecten te verwachten zijn op beschermde soorten die mogelijk aanwezig zijn en niet zijn uit te sluiten vanwege tijdstip van het veldbezoek of niet inspecteerbare delen van het plangebied, dan wordt een nader onderzoek geadviseerd.

1.2

Doel van het onderzoek Doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in het (mogelijke) voorkomen van beschermde soorten in het kader van de Wnb. Tevens wordt onderzocht of de plannen negatieve effecten op dergelijke soorten en/of op beschermde gebieden kunnen veroorzaken. Op grond van het onderzoek wordt geadviseerd omtrent te nemen maatregelen om negatieve effecten te voorkomen of te verzachten en omtrent de noodzaak ontheffing of vergunning aan te vragen. Een uitgebreide beschrijving van de getoetste wetgeving is te vinden in Bijlage 1.

1.3

Het plangebied In Figuur 1 is de ligging van het onderzoeksgebied aangegeven. Het gebied bevindt zich ten zuiden van Haarlem en betreft een aantal agrarische percelen liggend tussen Heemstede en Zuid-Schalkwijk. Oostelijk van het plangebied loopt de waterweg Zuider Buiten Spaarne. Verder in het oosten zijn de landingsbanen van Schiphol gelegen. Ten westen van het plangebied ligt het natuurgebied Amsterdamse Waterleiding duinen.

1.4

Werkzaamheden Om het gebied geschikt te maken voor het toekomstige gebruik zullen enkele graspercelen omgezet moeten worden naar akkers en boomgaarden. De ecologisch gevoelige werkzaamheden zullen bestaan uit het verwijderen van de vegetatie-toplaag, het vergraven van de bodem of de oevers en/of het opbrengen van grond, het kappen en rooien van struiken en/of bomen. Bij uitvoering van het werk kan door geluid, trillingen of licht, verstoring optreden van (beschermde) soorten.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2021-83

Cruquiusweg 45a te Heemstede

1.5

7

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de methode van het onderzoek beschreven. In hoofdstuk 3 worden de biotopen die aanwezig zijn in het plangebied beschreven en wordt aangegeven welke soorten aanwezig (kunnen) zijn binnen en nabij het plangebied. In hoofdstuk 4 wordt ingeschat in hoeverre deze soorten negatieve effecten kunnen ondervinden van het werk en welke specifieke maatregelen eventueel noodzakelijk zijn. Hoofdstuk 5 beschrijft of- en welke gebiedsbeschermende wetgeving van toepassing is op het plangebied. Ten slotte bevat hoofdstuk 6 de conclusies. Indien van toepassing worden aanbevelingen gedaan. Hoofdstuk 7 geeft een overzicht van de gebruikte en aanbevolen literatuur. In de bijlage is aanvullende informatie opgenomen over de geldende wetgeving en de gebruikelijke procedures bij een vergunnings- en/of ontheffingsaanvraag.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2021-83

Cruquiusweg 45a te Heemstede

8

2

Methode Hieronder wordt aangegeven hoe is onderzocht welke soorten te verwachten zijn binnen het plangebied. Speciale aandacht is uitgegaan naar díe beschermde soorten waarvoor, indien aanwezig, specifieke maatregelen moeten worden getroffen of ontheffing moet worden aangevraagd bij werkzaamheden in het kader van dit plan. Daarnaast is gekeken of het plangebied tot een beschermd natuurgebied behoort of dat dergelijke gebieden aanwezig zijn in de nabijheid van het plangebied.

2.1

Soorten Bronnenstudie Op basis van literatuurgegevens en informatie, samengebracht in bijvoorbeeld de Nationale Databank Flora- en Fauna (NDFF) is bekeken in hoeverre (beschermde) soorten in het verleden zijn aangetroffen in en rond het plangebied. Voor het onderzoek van de NDFF zijn de twee kilometerhokken onderzocht waarbinnen het plangebied is gelegen en de tien daaromheen gelegen kilometerhokken, rekening houdend met relevante, overeenkomstige biotopen tussen plangebied en omgeving. In de database is gezocht naar gegevens van beschermde (vogel-) soorten met jaarrond beschermde verblijfplaatsen of naar soorten die niet provinciaal zijn vrijgesteld. Hierbij is gekeken naar waarnemingen in de afgelopen 10 jaar (2011-2021). Vervolgens is een interpretatie gedaan met betrekking tot de aard en de waarde van de waarnemingen (bijvoorbeeld foeragerend, overwinterend, trekkend, overvliegend of verblijvend). Ook is gekeken naar de onderzoeksinspanning en de (verwachte) volledigheid van de waarnemingen en de kans dat de situatie ter plaatse veranderd is. Er is in de NDFF niet gericht gezocht naar vogelsoorten met nietjaarrond beschermde nesten, provinciaal vrijgestelde soorten en in het geheel niet te verwachten soorten zoals zeezoogdieren of zoutwatervissen. Met vogels die geen jaarrond beschermd nest hebben moet, in algemene zin, wél rekening gehouden worden (zie ook §4.3).

Potenties voor vrijgestelde soorten amfibieën en grondgebonden zoogdieren die mogelijk voorkomen in het plangebied, worden kort genoemd. Voor deze soorten geldt, net als voor alle andere soorten, onverminderd de zorgplicht welke wordt besproken in de conclusies en de bijlage m.b.t. de wetgeving. Naast het onderzoek van de NDFF zijn relevante verspreidingsatlassen en eventueel andere literatuur en websites geraadpleegd

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2021-83

Cruquiusweg 45a te Heemstede

9

om de ecologische vereisten van soorten in samenhang met de verspreiding te bekijken. Potentiebeoordeling Het plangebied is op 25 maart 2021 bezocht om enerzijds de aanwezige en aangrenzende biotopen te beschrijven en anderzijds eventuele incidentele waarnemingen te doen van beschermde flora en fauna (voor zover waarneembaar). Bij het veldbezoek is voor de potentiebeoordeling tevens gericht gezocht naar verblijfsporen zoals keutels, plukresten en braakballen. Daarnaast zijn bijvoorbeeld eventueel aanwezige materialen gekeerd en zijn eventueel aanwezige spleten en holtes, zover mogelijk, oppervlakkig geïnspecteerd.

→https://www.nvwa.nl/

onderwerpen/invasieveexoten/unielijstinvasieve-exoten

Naast de aandacht voor beschermde waarden, is ook gelet op invasieve soorten die voorkomen op de ‘Unielijst’ van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (←NVWA). Deze invasieve exoten zijn op de Unielijst geplaatst omdat ze in delen van de EU schade toebrengen (of dat in de toekomst waarschijnlijk zullen gaan doen) aan de biodiversiteit en/of ecosysteemdiensten. De waargenomen soorten worden genoemd (§0) maar er worden geen nadere aanbevelingen gedaan of beleid uitgezet ten aanzien van deze soorten. Verwerking Met behulp van analyse en expertkennis is op basis van de verzamelde gegevens en de aangetroffen biotopen, een inschatting gemaakt van het mogelijk voorkomen van beschermde soorten in en nabij het plangebied. Op grond van de plannen is een korte effectbeoordeling gemaakt van de plannen op de te verwachten soorten. Als negatieve gevolgen niet zijn uit te sluiten, wordt aangegeven of specifieke maatregelen moeten en kunnen worden genomen en/of ontheffing dient te worden aangevraagd.

2.2

Gebieden Op de gebiedendatabase van het Ministerie van Economische Zaken is gekeken in hoeverre het plangebied is gelegen binnen of nabij de begrenzing van (Europees) beschermde gebieden (Natura 2000), zie: https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek2.aspx Aan de hand van Provinciale of gemeentelijke informatie, toegankelijk via internet, is bekeken of het plangebied gelegen is in andere relevante beschermde gebieden, zie bijvoorbeeld: https://maps.noord-holland.nl/WebViewer/index.html?viewer=nbp Als dit het geval is, wordt bekeken of negatieve effecten te verwachten zijn en of nadere toetsing noodzakelijk is.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2021-83

Cruquiusweg 45a te Heemstede

10

3

Beschermde soorten Wnb In dit hoofdstuk worden eerst de biotopen beschreven die aanwezig zijn binnen het plangebied. Vervolgens worden de beschermde soorten beschreven per soortgroep. In de beschrijving wordt per soortgroep eerst aangegeven welke soorten (volgens opgave van het NDFF en literatuur) in het verleden of tijdens het afgelegde veldbezoek zijn aangetroffen. Vervolgens wordt vermeld welke soorten op grond van aanwezige biotopen te verwachten zijn en welke gebruiksfuncties het plangebied kan hebben voor deze soorten.

3.1

Beschrijving aanwezige biotopen Graslanden Het plangebied bestaat voor het grootste deel uit graspercelen. Lokaal zijn kruiden als Bermzuring, Kruipende boterbloem, Madeliefje en Paarse dovenetel aanwezig. Deze soorten zijn nitrofiel en wijzen op een voedselrijke bodem. Aan de randen van de percelen zijn voornamelijk rietkragen, braamstruwelen, meidoornhagen en bomenrijen met elzen aanwezig.

Impressie van de graslanden in het plangebied.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2021-83

Cruquiusweg 45a te Heemstede

11

Impressie van één van de watergangen in het plangebied.

Wateren en oevers In en rondom het plangebied zijn afwatersloten aanwezig. De oevers van omliggende sloten zijn over het algemeen begroeid met Gewoon riet of Pitrus. Binnen het plangebied zijn de slotenkanten gemaaid. Het betreffen eutrofe sloten waarin tijdens het veldbezoek geen submerse vegetatie is waargenomen. Bebouwing In het plangebied zijn drie gebouwen aanwezig. Het betreffen een koeienstal, een reservoir en een opslaghok. De stal heeft een betonnen fundering met een golfplaten opbouw. Ook het dak bestaat uit golfplaat panelen. In de stal zijn geen openingen naar binnen waargenomen. Het reservoir is een afgesloten betonnen constructie met een deksel. Er zijn geen openingen waargenomen. Naast het reservoir is een open opslaghok aanwezig. Binnen in het hok liggen isolatiemateriaal en gedroogd riet opgeslagen. Naast het hok ligt brandhout tegen de muur. Het is een betonnen constructie met een stalen golfplaat dak op houten balken. Op deze houten balken zijn twee boerenzwaluwnesten aangetroffen.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2021-83

Cruquiusweg 45a te Heemstede

12

Van boven naar beneden: De koeienstal, het reservoir en het opslaghok.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2021-83

Cruquiusweg 45a te Heemstede

3.2

Beschermde soorten

3.2.1

Planten

13

Aangetroffen soorten In het verleden is Groot spiegelklokje waargenomen in de omgeving van het plangebied (NDFF 2011-2021). De soort is niet in het plangebied zelf waargenomen. Potentie plangebied In het plangebied wordt geen beschermde flora verwacht. Groot spiegelklokje komt voor op open zonnige stikstofarme bodems. Het plangebied wordt te intensief beheerd en is te voedselrijk om geschikt te zijn voor Groot spiegelklokje en andere beschermde plantensoorten. Diverse soorten planten, (korst)mossen en wolfsklauwen die onder de Wet natuurbescherming beschermd zijn, worden niet in het plangebied verwacht, de soorten komen nagenoeg alleen voor in natuurgebieden.

3.2.2

Vissen Aangetroffen soorten In en rond het plangebied zijn in het verleden en tijdens het veldbezoek geen beschermde vissoorten waargenomen (NDFF 20112021). Potentie plangebied In en rond het plangebied is geen potentie voor beschermde vissoorten aanwezig. Omdat geen sprake is van goed ontwikkelde submerse vegetatie in combinatie met geïsoleerde, verlandende wateren in het plangebied, wordt het voorkomen van Grote modderkruiper uitgesloten.

3.2.3

Amfibieën Aangetroffen soorten In het plangebied zijn tijdens het veldbezoek geen beschermde, niet vrijgestelde amfibieën waargenomen. De Rugstreeppad is bekend in het plangebied, de soort werd midden in het noordelijke deel van het plangebied vastgesteld (NDFF 20112021). De Rugstreeppad is een beschermde soort die wordt genoemd als soort beschermd onder de Habitatrichtlijn (zie Bijlage 1.2.1). In de omgeving van het plangebied is in het verleden de Alpenwatersalamander aangetroffen. Het plangebied ligt ver buiten het natuurlijke verspreidingsgebied van deze soort en het betreft daarom waarschijnlijk uitgezette of aangevoerde exemplaren.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2021-83

Cruquiusweg 45a te Heemstede

14

Potentie plangebied Het plangebied levert geschikt voortplantingswater voor enkele algemene soorten amfibieën zoals Gewone pad, Kleine watersalamander, Bruine kikker of Groene kikker (bastaardkikker en/of Meerkikker). Al deze soorten zijn beschermd onder de Wnb maar ze zijn in Noord-Holland ‘vrijgesteld’ bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zie verder Bijlage 1.2.1. In het plangebied is tevens geschikt landbiotoop aanwezig dat buiten de voortplantingsperiode kan worden benut door deze amfibieën. -Rugstreeppad Het onderzoeksgebied is geschikt voor de Rugstreeppad;. De soort is ook in het verleden in het plangebied aangetroffen. In het plangebied ligt geïsoleerd, ondiep water dat door de dieren kan worden gebruikt voor voortplanting. In het plangebied is tevens geschikt biotoop aanwezig dat buiten de voortplantingsperiode kan worden benut door deze soort. Hierbij valt te denken aan opgeslagen materialen en verlaten muizenholletjes waar de dieren kunnen wegkruipen. Als in het plangebied graafwerkzaamheden plaatsvinden of zand wordt opgebracht, is het mogelijk dat Rugstreeppadden het gebied verder benutten, door eventueel aangebracht los zand wordt het plangebied meer geschikt voor overwinterende dieren.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2021-83

Cruquiusweg 45a te Heemstede

15

De potenties voor Rugstreeppad binnen het plangebied. Rood geeft potentie van voortplantingswater weer en blauw geschikt landbiotoop met opgeslagen materialen.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2021-83

Cruquiusweg 45a te Heemstede

16

3.2.4

Vogels Alle inheemse vogelsoorten zijn beschermd. Het bevoegd gezag maakt onderscheid tussen soorten met niet-jaarrond beschermde nesten, soorten met jaarrond beschermde nesten (ingedeeld in vier categorieën) en de zogenaamde ‘categorie 5-soorten’ (zie verder Bijlage 1.2.5). Aangetroffen soorten met niet-jaarrond beschermde nesten Tijdens het veldbezoek werden diverse vogelsoorten waargenomen: Blauwe reiger (cat. 5), Aalscholver, Canadese gans, Grauwe gans, Wilde eend, Knobbelzwaan, Merel, Kauw, Houtduif, Koolmees (cat. 5), Pimpelmees (cat. 5), Zilvermeeuw en Zwarte kraai (cat. 5). Tijdens het veldbezoek werd de Nijlgans waargenomen. Deze soort wordt als invasieve exoot genoemd op de ‘Unielijst’ van de NVWA. Potentie plangebied soorten met niet-jaarrond beschermde nesten In het plangebied kunnen enkele algemene bos- en struweelvogels tot broeden komen zoals bijvoorbeeld Merel, Houtduif, Winterkoning of Heggenmus. In het water langs het plangebied broeden mogelijk water- en moerasvogels zoals Meerkoet en Wilde eend. Het is mogelijk dat in de bebouwing of de bomen categorie 5-soorten broeden als Boerenzwaluw en Kool- of Pimpelmees. Aangetroffen soorten met jaarrond beschermde nesten Tijdens het veldbezoek werden twee overvliegende Buizerds (cat. 4) waargenomen.

In de omgeving van het plangebied zijn daarnaast in het verleden Huismus, Gierzwaluw, Ooievaar, Boomvalk en Havik vastgesteld (NDFF 2011-2021). Deze soorten hebben echter geen binding met het plangebied. De meeste bekende waarnemingen betreffen overvliegende (trek)vogels of deze soorten hebben gebroed in andere biotopen zoals bebouwing en bos in de omgeving (NDFF 2011-2021). Potentie soorten met jaarrond beschermde nesten Omdat geen (geschikte) bebouwing of bomen met grote nesten aanwezig zijn en geen sporen of nesten werden waargenomen, wordt uitgesloten dat vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn in het plangebied. Huismussen broeden in huizen met zadeldaken en dakpannen of in schuren, vaak aan de rand van (dorpse) bebouwing. Gierzwaluwen gebruiken vooral gebouwen in de binnenstad om in te nestelen. De Gierzwaluw nestelt graag onder dakpannen en dakranden, daklood of in houten daklijsten. De Gierzwaluw wordt in het plangebied niet verwacht. Er werden ook geen geschikte gaten met ‘vrije uitvalmogelijkheden’ gezien in de

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2021-83

Cruquiusweg 45a te Heemstede

17

bebouwing. Gierzwaluwen kunnen niet op eigen kracht opstijgen omdat hun poten te zwak zijn om af te zetten. Het is mogelijk dat het plangebied incidenteel wordt gebruikt als onderdeel van het leefgebied van in de buurt vastgestelde vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten zoals Huismus, Ooievaar of Buizerd. Het plangebied biedt geen essentieel leefgebied voor deze soorten.

3.2.5

Grondgebonden zoogdieren Aangetroffen soorten Tijdens het veldbezoek werd een Haas waargenomen. Ook zijn prooiresten van Vos in het plangebied waargenomen. De Vos en Haas zijn in Noord-Holland ‘vrijgesteld’ bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting (zie verder Bijlage 1.2.1). Daarnaast zijn molshopen en holen van Bruine rat aangetroffen. De Mol en Bruine rat zijn niet beschermd onder de Wnb. Rond het plangebied zijn in het verleden Boommarter, Damhert, Eekhoorn, Steenmarter en kleine marterachtigen (Bunzing en Wezel) waargenomen (NDFF 2011-2021). De Boommarter, Damhert, Eekhoorn, Steenmarter en kleine marterachtigen zijn beschermde soorten die worden genoemd als ‘andere soort’ (zie Bijlage 1.2.1). Vrijwel alle waarnemingen van de beschreven soorten werden in het park “Groenendaal” gedaan (NDFF 2011-2021). De Steenmarter werd in het stedelijk gebied van Haarlem vastgesteld op 900 meter afstand ten noordoosten van het plangebied. In het plangebied zelf zijn geen waarnemingen bekend van beschermde soorten grondgebonden zoogdieren. Potentie plangebied Het is mogelijk dat in het gebied enkele (kleine) zoogdieren voorkomen zoals Egel, Haas en verschillende algemene soorten (spits)muizen. Deze soorten zijn beschermd onder de Wnb maar ze zijn in Noord-Holland ‘vrijgesteld’ bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zie verder Bijlage 1.2.1.

Het plangebied is niet geschikt voor de Eekhoorn en/of Boommarter vanwege het ontbreken van dichte bosschages, grotere bomen en omvangrijke dekking biedende vegetatie in de omgeving. In het plangebied zijn (oude) holen van Konijn, Mol, of Vos aanwezig die in gebruik kunnen zijn door kleine marterachtigen (Bunzing, Hermelijn en Wezel). Het plangebied biedt veel schuilmogelijkheden in de vorm van dichte vegetatie, begroeide oeverranden, opgeslagen materialen, stronken, takken en overige dekking waar kleine marterachtigen (Bunzing, Hermelijn en Wezel) gebruik van kunnen maken. Ook het opslaghok met isolatiemateriaal en gedroogd riet

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2021-83

Cruquiusweg 45a te Heemstede

18

kan worden aangemerkt als potentieel geschikte verblijfplaats van kleine marterachtigen.

Impressie van stronken, takken, opgeslagen materialen en dichte vegetatie in het plangebied welke schuilmogelijkheden bieden voor kleine marterachtigen.

3.2.6

Vleermuizen Vleermuizen kunnen op zeer duidelijk te onderscheiden manieren van een leefgebied gebruik maken. Belangrijke gebruiksfuncties zijn verblijfplaats, foerageergebied of (deel van) een vliegroute. De manier waarop vleermuizen een gebied gebruiken kan door het jaar verschillen, een gebouw of een boom kan bijvoorbeeld tijdelijk gebruikt worden als verblijfplaats maar in andere delen van het jaar ongebruikt blijven. Aangetroffen vleermuizen In de omgeving van het plangebied zijn acht soorten vleermuizen vastgesteld (NDFF 2011-2021). Het betreft Gewone dwergvleermuis, Kleine dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis, Laatvlieger, Meervleermuis, Rosse vleermuis, Gewone grootoorvleermuis en Watervleermuis. De meeste waarnemingen betroffen foeragerende en langsvliegende exemplaren. Er zijn geen relevante waarnemingen (zoals bijvoorbeeld verblijven, kolonies, foerageergebieden of vliegroutes) bekend van vleermuizen

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2021-83

Cruquiusweg 45a te Heemstede

19

in het plangebied zelf of in de directe omgeving ervan (NDFF 20112021). Potentie verblijfplaatsen Als potentie voor verblijfplaatsen niet is uit te sluiten dan dient gericht nachtelijk onderzoek plaats te vinden om eventuele precieze verblijflocaties vast te stellen. De bekende waarnemingen (bijvoorbeeld uit de NDFF) zijn niet volledig en geven daarom geen uitsluitsel en tijdens de quickscan zijn achterliggende holtes die kunnen dienen als verblijfplaats, niet verder te inspecteren of te onderzoeken. Tevens is gebruik door vleermuizen in het verleden hiermee niet uit te sluiten. In het plangebied kunnen geen vleermuizen verblijven omdat geen geschikte holtes of spleten werden waargenomen in de aanwezige bebouwing en bomen. In de bomen rondom het plangebied kunnen mogelijk wel vleermuizen verblijven. Potentie foerageergebied Het plangebied is geschikt voor foeragerende vleermuizen. De aanwezige luwe plekken kunnen zorgen voor concentraties van insecten waardoor vleermuizen worden aangetrokken. Potentie vliegroute Gezien de ligging, de vorm en de grootte van het plangebied en het ontbreken van lijnvormige elementen zoals bomenrijen, doorlopende watergangen of brede rietkragen kan geen sprake zijn van een belangrijke functie als vliegroute voor vleermuizen.

3.2.7

Overige fauna Aangetroffen soorten De Grote vos (dagvlinder) is éénmaal waargenomen in de omgeving van het plangebied. Er zijn geen waarnemingen bekend van andere beschermde soorten in of rond het plangebied (NDFF 2011-2021). Tijdens het veldbezoek werden dergelijke soorten ook niet waargenomen. Potentie plangebied Het onderzoeksgebied is niet geschikt voor overige beschermde diersoorten in verband met het ontbreken van geschikt biotoop. Voor de Grote vos ontbreken grote vrijstaande loofbomen in combinatie met geschikt bosrandbiotoop in het plangebied.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2021-83

Cruquiusweg 45a te Heemstede

20

3.3

Conclusie beschermde soorten Op grond van §3.2.1 t/m §3.2.7 zijn beschermde, niet vrijgestelde soortgroepen te verwachten die staan weergegeven in Tabel 1. In de tabel wordt onderscheid gemaakt tussen de aangetroffen soortgroepen in en nabij het plangebied en de potenties daarvoor binnen het plangebied. In hoofdstuk 4 wordt onderzocht welke gevolgen voor deze soortgroepen worden verwacht door het uitvoeren van de plannen.

Eerder volgens literatuuropgave vastgestelde soortgroepen met beschermde, niet vrijgestelde soorten in/nabij het plangebied (kolom 2) en verwachte voorkomen daarvan binnen het plangebied (kolom 3). *Vaste rust- en verblijfplaatsen.

Beschermde, niet vrijgestelde soorten

Planten Vissen Amfibieën Vogelsoorten met niet-jaarrond beschermde nesten Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten Grondgebonden zoogdieren Vleermuizen verblijfplaats foerageergebied vliegroute Overige beschermde fauna

Van der Goes en Groot

Aangetroffen nabij het plangebied

Potentieel aanwezig binnen het plangebied

(literatuur en veldbezoek) ja nee ja

nee nee ja

ja

ja

ja

nee*

ja

ja

nee ja ? ja

nee ja nee nee*

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2021-83

Cruquiusweg 45a te Heemstede

4

21

Effectbeoordeling en maatregelen Door het plan kunnen verschillende negatieve effecten optreden in het plangebied. Deze mogelijke effecten zijn onder te verdelen in tijdelijke effecten tijdens de aanleg en effecten als gevolg van de aanwezigheid van de nieuwe situatie. De te verwachten soortgroepen met beschermde, niet vrijgestelde soorten worden in dit hoofdstuk besproken. Ze zijn samengevat in de derde kolom van Tabel 1. De aanwezigheid van deze soortgroepen kan van invloed zijn op de verdere procedure. De (negatieve) effecten die kunnen optreden bij de werkzaamheden worden onderzocht. Voorts zal worden aangegeven welke maatregelen kunnen worden genomen om effecten te voorkomen of te minimaliseren. Voor andere soortgroepen met niet beschermde of vrijgestelde soorten geldt altijd de zorgplicht (zie Bijlage 1.1.1).

4.1

Vissen Er worden geen beschermde vissen verwacht in het plangebied. Indien er werkzaamheden worden uitgevoerd aan watergangen, dient voorafgaand aan de werkzaamheden in het kader van de zorgplicht echter ‘zorgvuldig’ worden gehandeld (zie §6.3 en Bijlage 1.1.1). Aanwezige vissen zullen hierbij worden verdreven of plaatselijk worden weggevangen en worden uitgezet in te behouden water. Gevoelige werkzaamheden zullen zoveel mogelijk buiten de gevoelige periode van voortplanting (april t/m juli) en overwintering (december t/m februari) plaatsvinden.

4.2

Amfibieën Bij het verwijderen van opgeslagen materialen en de vegetatieve toplaag en het vergraven van de bodem of de oevers kan schade optreden voor beschermde Rugstreeppadden. Het is derhalve noodzakelijk om voorafgaand aan het werk vervolgonderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van deze soort. Als de soort aanwezig is zullen de werkzaamheden worden uitgevoerd buiten de gevoelige perioden en zal vervangend leefgebied worden gecreëerd voor de Rugstreeppad. Er dient een ontheffing te worden aangevraagd waarbij in een op te stellen ‘Activiteitenplan’ deze maatregelen worden uitgewerkt.

4.3

Vogels Vogelnesten kunnen worden vernield bij ecologisch gevoelige werkzaamheden zoals het rooien en kappen van struiken en bomen,

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2021-83

Cruquiusweg 45a te Heemstede

22

het slopen van bebouwing, diverse graafwerkzaamheden of het verwijderen van de vegetatie-toplaag. Soorten met niet-jaarrond beschermde nesten Men dient activiteiten waarbij nesten verstoord of vernield kunnen worden buiten het broedseizoen plaats te doen vinden, dus niet van grofweg 15 maart tot 15 juli. Deze periode is afhankelijk van bijvoorbeeld het weer en de betrokken soorten. Als onverhoopt buiten deze periode vogels broedend aanwezig zijn, dienen werkzaamheden plaatselijk te worden uitgesteld. Wanneer in het broedseizoen gewerkt gaat worden is het mogelijk – voorafgaand aan het broedseizoen of voorafgaand aan de vestiging van broedvogels – het plangebied ongeschikt te maken als (nog) geen nesten aanwezig zijn. Hierbij mogen geen mogelijke nestplaatsen van jaarrond beschermde vogels ongeschikt of ontoegankelijk worden gemaakt! ‘Categorie 5’-soorten Gezien de aanwezige biotopen in de nabijheid van het plangebied zullen de (mogelijk) aanwezige vogelsoorten die genoemd worden als ‘categorie 5’-soort (Boerenzwaluw, Koolmees en Pimpelmees), kunnen uitwijken naar alternatief leefgebied. Er gelden geen zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden die een jaarrond beschermde status van nesten van deze soorten rechtvaardigen. Overigens geldt ook voor deze soorten dat activiteiten waarbij nesten verstoord of vernield kunnen worden buiten het broedseizoen plaats moeten vinden.

Soorten met jaarrond beschermde nesten Voor het mogelijk incidentele gebruik van het plangebied door overige vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten uit de omgeving van het plangebied (Buizerd, Huismus en Ooievaar), wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. Het plangebied biedt geen essentieel leefgebied voor deze soorten en ze kunnen gemakkelijk uitwijken.

4.4

Grondgebonden zoogdieren Bij het verwijderen van ruigtes, opgeslagen materialen en de vegetatieve toplaag en het vergraven van de bodem of de oevers kan schade optreden voor beschermde zoogdieren. Het is derhalve noodzakelijk om voorafgaand aan het werk vervolgonderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van beschermde grondgebonden zoogdieren. Als beschermde, niet vrijgestelde, zoogdieren aanwezig zijn dient vervangend leefgebied te worden aangeboden. Er dient een

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2021-83

Cruquiusweg 45a te Heemstede

23

ontheffing te worden aangevraagd waarbij in een op te stellen ‘Activiteitenplan’ deze maatregelen worden uitgewerkt. Indien beschermde soorten grondgebonden zoogdieren aanwezig zijn en eventueel verstoord worden door initiële werkzaamheden, wordt niet verwacht dat de nieuwe situatie een verslechtering zal zijn voor kleine marterachtigen. Door een grotere diversiteit van agrarisch landgebruik, zou de draagkracht voor kleine marterachtigen in het plangebied mogelijk kunnen toenemen.

4.5

Vleermuizen Verblijfplaatsen In de bomen rondom het plangebied kunnen mogelijk vleermuizen verblijven. Tijdens de werkzaamheden moet worden voorkomen dat ’s nachts felle verlichting aan blijft staan, zodat eventueel aanwezige verblijfplaatsen van vleermuizen in de omgeving van het plangebied niet worden verstoord. Foerageergebied Voor de mogelijk aanwezige foeragerende vleermuizen in het plangebied wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. De vleermuizen kunnen derhalve gemakkelijk uitwijken. Na realisatie van de plannen zal vanwege de ontwikkelde begroeiing en gerealiseerde fruitboomgaard de beschutting toenemen en zal het terrein geschikt blijven voor foeragerende vleermuizen.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2021-83

Cruquiusweg 45a te Heemstede

24

4.6

Conclusie effectbeoordeling Negatieve effecten van de plannen op beschermde soort(en) (indien aanwezig) zijn niet uit te sluiten. Het gaat om Rugstreeppad, Bunzing, Hermelijn en Wezel. Als ruigtes, opgeslagen materialen en/of de vegetatieve toplaag worden verwijderd of de bodem en/of de oevers worden vergraven, kan schade optreden voor beschermde zoogdieren en Rugstreeppad en dient vervolgonderzoek naar Rugstreeppad en kleine marterachtigen plaats te vinden. In Tabel 2 staan de perioden aangegeven wanneer dit onderzoek kan worden uitgevoerd. Tevens wordt het aantal bezoekrondes vermeld.

Optimale periode voor uit te voeren vervolgonderzoek naar beschermde soorten of soortgroepen die zijn aangetroffen of worden verwacht in het plangebied. *=Te combineren met andere bezoeken.

Soort/Soortgroep

Optimale periode

Aantal bezoeken

voortplantingsbiotoop: april - juli landbiotoop: juni - september

3 5

Amfibieën Rugstreeppad Rugstreeppad Grondgebonden zoogdieren Camera/vallenonderzoek zoogdieren

Bunzing Hermelijn Wezel

Van der Goes en Groot

(jaarrond)

(maart) mei-augustus (jaarrond) (maart) mei-augustus (jaarrond) (maart) mei-augustus (jaarrond)

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

1-2-3 (materialen uitzetten, controleren, ophalen) 1 1 1

QS2021-83

Cruquiusweg 45a te Heemstede

5

25

Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving In hoofdstuk 3 en 4 is beschreven welke beschermde soorten kunnen voorkomen en welke effecten de werkzaamheden kunnen hebben. De Wet Natuurbescherming kent naast soortbescherming ook gebiedsbeschermende wet- en regelgeving, in het bijzonder die van de Natura 2000-gebieden en betreffende behoud van grootschalige houtopstanden (Zie Bijlage 1.3). Naast bepalingen uit de Wnb kunnen gebieden ook beschermd zijn onder de Wet op de ruimtelijke ordening (Wro) als onderdeel van het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (voorheen Ecologische hoofdstructuur, EHS) of als Provinciaal aangewezen ‘Bijzonder Provinciaal Landschap’, ‘Weidevogelleefgebied’ of ‘Belangrijk weidevogelgebied’. Hieronder wordt aangegeven welke gebiedsbeschermende wetgeving van toepassing is op het plangebied.

5.1

Natura 2000 Het plangebied ligt op meer dan 2,5 kilometer afstand van het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, Kennemerland-Zuid (zie Figuur 2). Gezien de grote afstand, afscherming en de aard van de uit te voeren werkzaamheden, worden op voorhand geen directe negatieve gevolgen verwacht van de plannen zoals licht, geluid of optische verstoring. Er hoeft hiernaar geen nadere toetsing uitgevoerd te worden. Gezien de toename van stikstofemissie door plannen is wellicht een berekening van precieze emissie en depositie van stikstof wenselijk voor dit project. Het betreft een zogenaamde ‘Aerius’-berekening. Aanbevolen wordt hierover vooroverleg te voeren met het bevoegd gezag, de Provincie Noord-Holland.

5.2

Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van het NNN, inclusief de zogenaamde verbindingszones die verschillende NNN-gebieden kunnen verbinden (zie Figuur 2). Er kunnen geen negatieve effecten door de plannen op het NNN gebied optreden. De plannen hoeven verder niet getoetst te worden aan beschermde waarden binnen dit netwerk. De bescherming van gebieden als NNN-gebied is een planologische bescherming die alleen geldt voor ingrepen binnen de gebieden. ‘Externe werking’ op deze gebieden hoeft niet getoetst te worden. Wel dient te worden bekeken of een project valt onder ‘een goede ruimtelijke ordening’. De vraag is daarbij of de locatie wel de beste is voor deze bestemming (ook met het oog op natuurwaarden) en of de gevolgen van het plan het nabijgelegen NNN-gebied niet in

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2021-83

Cruquiusweg 45a te Heemstede

26

betekenende mate aantasten. In het geval van het beschreven project wordt op grond van locatie, aard van het werk en afscherming geen belangrijke invloed verwacht op NNN-gebieden. Als er invloed optreedt ten opzichte van het nabijgelegen NNN-gebied, zal deze positief zijn. Het huidige gebruik is melkrundveehouderij en zal plaats maken voor kleinschalig meervoudig agrarisch landschap. Beschermde soorten (onder andere Steenuil en kleine marterachtigen) kunnen profiteren van de toekomstige situatie en daardoor de natuurwaarden binnen het aangrenzende NNN-gebied versterken.

5.3

Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) Gezien de ligging van het plangebied binnen BPL nummer 19 “Spaarnwoude en omgeving” is een toetsing van de gevolgen van dit plan voor de effecten op de kernkwaliteiten in het BPL mogelijk aan de orde. Aanbevolen wordt hierover vooroverleg te voeren met het bevoegd gezag, de Provincie Noord-Holland. De bescherming van gebieden als Bijzonder Provinciaal Landschap is over het algemeen een planologische bescherming die alleen geldt voor ingrepen binnen de gebieden. ‘Externe werking’ op deze gebieden hoeft niet getoetst te worden. Wel dient te worden bekeken of een plan valt onder ‘een goede ruimtelijke ordening’. De vraag is daarbij of de locatie wel de beste is voor deze bestemming (ook met het oog op natuurwaarden) en of de gevolgen van het plan de kernkwaliteiten van het nabijgelegen BPL niet in betekenende mate aantasten. In het geval van het beschreven project wordt op grond van locatie, aard van het werk en afscherming geen belangrijke

Ligging van het plangebied (rode cirkel) ten opzichte van Natura 2000-gebied, BPL, natuurverbindingen en het NNN.

Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2021-83

Cruquiusweg 45a te Heemstede

27

invloed verwacht op het BPL, waarbij bovendien natuurwaarden in het plangebied waarschijnlijk versterkt worden.

5.4

Houtopstanden Er worden geen buiten de (volgens de Wnb bepaalde) bebouwde kom gelegen beplantingen gekapt, groter dan 1000 m². Daarnaast voorziet het plan niet in het kappen van meer dan 20 bomen in een rijbeplanting. Op grond hiervan wordt het plangebied niet beschermd als bijzondere houtopstand.`

5.5

Overige relevante wetgeving Er is geen overige natuurwetgeving bekend die van invloed kan zijn op de plannen.

5.6

Conclusie gebiedsbeschermende en overige natuurwetgeving Vanwege de ligging van het plangebied binnen de begrenzing van BPL wordt aanbevolen contact op te nemen met bevoegd gezag (Provincie Noord-Holland) over een vervolgtoetsing. Gezien de toename van stikstofemissie door plannen is wellicht een berekening van precieze emissie en depositie van stikstof wenselijk voor dit project. Het betreft een zogenaamde ‘Aerius’-berekening. Aanbevolen wordt hierover vooroverleg te voeren met het bevoegd gezag, de Provincie Noord-Holland.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2021-83

Cruquiusweg 45a te Heemstede

28

6

Conclusies 6.1

Beschermde soorten Wnb Het onderzoeksgebied is in potentie geschikt voor beschermde soorten amfibieën, vogels, grondgebonden zoogdieren en vleermuizen. In het plangebied kunnen broedvogels met niet-jaarrond beschermde nesten voorkomen. Voor de verwachte aanwezige broedvogels dienen werkzaamheden waarbij nesten vernield of verstoord kunnen worden, buiten het broedseizoen plaats te vinden. Een ontheffing is voor broedvogels dan niet nodig. Het broedseizoen loopt ruwweg van half maart tot half juli. Voor het mogelijk incidentele terreingebruik van het plangebied door vogels met jaarrond beschermde nesten (Buizerd, Huismus, Ooievaar), wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter leefgebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. Het plangebied biedt geen essentieel leefgebied voor deze soorten en ze kunnen gemakkelijk uitwijken. In het onderzoeksgebied kunnen beschermde amfibieën en grondgebonden zoogdieren voorkomen die zijn beschermd onder de Habitatrichtlijn of als ‘andere soort’. Het gaat om de Rugstreeppad en kleine marterachtigen.

Als ruigtes, opgeslagen materialen en/of de vegetatieve toplaag worden verwijderd of de bodem en/of de oevers worden vergraven, kan schade optreden voor beschermde amfibieën en zoogdieren en dient vervolgonderzoek naar Rugstreeppad en kleine marterachtigen plaats te vinden. Worden tijdens de veldinventarisatie volgens landelijk geldende richtlijnen, protocollen, soortstandaarden en/of kennisdocumenten één of meer van deze soorten aangetroffen, dan dient een ontheffingsaanvraag te worden ingediend, waarin passende mitigerende en compenserende maatregelen worden beschreven. In de bomen rondom het plangebied kunnen mogelijk vleermuizen verblijven. Tijdens de werkzaamheden moet worden voorkomen dat ’s nachts felle verlichting aan blijft staan, zodat eventueel aanwezige verblijfplaatsen van vleermuizen in de omgeving van het plangebied niet worden verstoord. Voor de mogelijk aanwezige foeragerende vleermuizen in het plangebied wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. De vleermuizen kunnen derhalve gemakkelijk uitwijken.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2021-83

Cruquiusweg 45a te Heemstede

6.2

29

Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving Vanwege de ligging van het plangebied binnen de begrenzing van BPL wordt aanbevolen contact op te nemen met bevoegd gezag (Provincie Noord-Holland) over een vervolgtoetsing. Gezien de toename van stikstofemissie door plannen is wellicht een berekening van precieze emissie en depositie van stikstof wenselijk voor dit project. Het betreft een zogenaamde ‘Aerius’berekening. Aanbevolen wordt hierover vooroverleg te voeren met het bevoegd gezag, de Provincie Noord-Holland.

6.3

Zorgplicht Voor alle in het wild levende soorten en hun leefomgeving geldt de zorgplicht (zie Bijlage 1.1.1). Teneinde de zorgplicht na te leven kan men voorafgaand aan de werkzaamheden de volgende praktische richtlijnen hanteren: Alle aanwezige bebouwing, vegetatie of bodemmateriaal kan gefaseerd verwijderd worden. Dit geeft bodembewonende dieren de kans om in de nabijgelegen omgeving een ander leefgebied te benutten; Ontzie groen en groenvoorzieningen zoveel als mogelijk tijdens de werkzaamheden en bij het (tijdelijk) opslaan van machines en materialen. Gebruik zo klein mogelijke werkbreedtes en gebruik eventuele bouwwegen zowel voor aanvoer als afvoer. Bij ecologisch gevoelige werkzaamheden kan zodanig worden gewerkt dat richting te behouden leefgebied van aanwezig fauna wordt gewerkt en dieren niet ingesloten raken en (meer) kans hebben te vluchten. Het verwijderen van groen kan zoveel mogelijk beperkt worden of na de werkzaamheden kan nieuw groen aangeplant worden op dezelfde locaties als waar groen verwijderd wordt. Houdt bij werkzaamheden rondom groenvoorzieningen een zo smal mogelijke werkbreedte aan. Bij ecologisch gevoelige werkzaamheden kan zoveel mogelijk van bestaande paden gebruik gemaakt worden, of kunnen nieuw gecreëerde paden herhaaldelijk worden gebruikt om insporing en potentiele verstoring te beperken.

Om schade aan vissen en amfibieën te beperken moeten de werkzaamheden aan wateren en oevers zoveel mogelijk worden uitgevoerd in de periode augustus tot en met oktober in verband met de perioden van voortplanting en overwintering. Uit de te dempen wateren kunnen amfibieën (alle stadia) of vissen verdreven worden door van ‘dicht’ naar ‘open’ te werken en geen dieren in te sluiten. Als dit niet mogelijk is kunnen de dieren weggevangen worden door de wateren af te dammen en het

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2021-83

Cruquiusweg 45a te Heemstede

30

waterniveau te verlagen. Deze dieren kunnen vervolgens worden overgebracht naar een geschikt water in de nabije omgeving. Bij de sloop- en bouwwerkzaamheden moet voorkomen worden dat ’s nachts met sterke bouwverlichting wordt gewerkt.

6.4

Aanbevelingen ter bevordering van natuur Met behulp van enkele eenvoudige maatregelen kan de natuur in het plangebied versterkt worden en krijgen planten en dieren ook in nieuwe ontwikkelingslocaties de ruimte. Hiervoor worden voor dit plan de volgende aanbevelingen gedaan: Het verbreden van wateren rondom planpercelen en de aanleg van natuurvriendelijke oevers; Het plaatsen van vleermuiskasten of geschikt maken of open houden van spouwmuren van nieuwbouw voor vleermuizen; Plaatsen van voorzieningen voor Huismussen, Spreeuwen en Gierzwaluwen d.m.v. speciale dakpannen, vogelvides of inmetselstenen; Het plaatsen van zogenaamde ‘insectenhotels’ aan de muren van de bebouwing, in tuinen of in bestaande of aan te planten groenstructuren; Beplanten en aanleggen van groenstructuren met inheemse soorten zoals meidoorn, Wilde liguster, Klimop en Sleedoorn die insecten, vogels en vlinders kunnen aantrekken. Beplanting kan het beste aaneengesloten worden aangelegd omdat daarmee routes ontstaan voor soorten als Egel, muizen en vleermuizen; Indien bij de inrichting van het plangebied ook gemetselde muren gerealiseerd worden kunnen hierbij speciale materialen toegepast worden die veel sneller dan gebruikelijk een groeiplaats bieden voor muurplanten.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2021-83

Cruquiusweg 45a te Heemstede

7

31

Aanbevolen en geraadpleegde literatuur BIJLSMA, ROB.G., 1993 Ecologische atlas van de Nederlandse Roofvogels. Schuyt & Co., Haarlem. BROEKHUIZEN, S., K. SPOELSTRA, J.B.M. THISSEN, K.J. KANTERS & J.C. BUYS (RED.), 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. – Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. CREEMERS, R.C.M., & J.C.W. VAN DELFT (RAVON, RED.), 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland - Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, & European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden. KNNV Uitgeverij, Utrecht. DIETZ, C., O VON HELVERSEN & D. NILL, 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noord-West Afrika. Tirion Natuur. FLORON, 2011. Nieuwe Atlas van de Nederlandse Flora. KNNV Uitgeverij, Zeist. HERDER, J.E., J. KRANENBERG, D. HOOGENBOOM, J. HAMERS & K. DEKKER (RED), 2012. Atlas van de Noord-Hollandse vissen. Landschap Noord-Holland, Heiloo & Stichting RAVON, Nijmegen. HOOGENBOOM, D.M., F. VISBEEN, J. WONDERGEM, W. RUITENBEEK (RED.), 2014. Atlas van de Noord-Hollandse zoogdieren. Landschap Noord-Holland, Heiloo & Noord-Hollandse Zoogdier Studiegroep (NOZOS), Alkmaar. KAPTEYN, K., 1995. Vleermuizen in het landschap. Over hun ecologie, gedrag en verspreiding. Provincie Noord-Holland, Noordhollandse Zoogdierstudiegroep, Het Noordhollands Landschap, Haarlem. LIMPENS, H., K.

MOSTERT & W. BONGERS (RED.), 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen: onderzoek naar verspreiding en ecologie. Utrecht. SCHARRINGA, C.J.G., W. RUITENBEEK & P.J. ZOMERDIJK, 2010. Atlas van de Noord-Hollandse broedvogels 2005-2009. Samenwerkende Vogelwerkgroepen Noord-Holland, Landschap Noord-Holland. SOVON VOGELONDERZOEK NEDERLAND, 2002. Atlas van de Nederlandse Broedvogels 1998-2000. – Nederlandse Fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden. TWISK, P., A. VAN DIEPENBEEK & J.P. BEKKER, 2009. Veldgids Europese zoogdieren. KNNV Uitgeverij, Utrecht. VLEERMUISVAKBERAAD (NETWERK GROENE BUREAUS, ZOOGDIERVERENIGING VZZ EN GEGEVENSAUTORITEIT NATUUR). Vleermuisprotocol 2020, 28 oktober 2020.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2021-83

Cruquiusweg 45a te Heemstede

32

8

Bijlagen

Bijlage 1

Huidige natuurwetgeving

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2021-83

Cruquiusweg 45a te Heemstede

Bijlage 1 Huidige natuurwetgeving Bijlage 1.1 Wet natuurbescherming (Wnb) De Wet natuurbescherming (Wnb) is het nationale wettelijke kader waarin de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet zijn samengevoegd. In de Wnb is zowel de soortbescherming van wilde flora en fauna geregeld als de gebiedsbescherming die veelal voortkomt uit bepalingen van de Europese Habitatrichtlijn (HRL) en Vogelrichtlijn (VRL). De provincies zijn, op enkele uitzonderingen na, het bevoegd gezag van de wet. De provincies organiseren de ontheffingsverlening en handhaving. Bijlage 1.1.1 Zorgplicht Een belangrijke bepaling van de Wnb is de zorgplicht die stelt dat “een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten kunnen worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.”

Bijlage 1.2 Soortbescherming Bijlage 1.2.1 Categorieën Onder de Wnb wordt een aantal soorten planten en dieren beschermd. Er zijn vier categorieën met beschermde soorten. Twee categorieën bevatten de soorten die respectievelijk zijn beschermd onder de HRL en soorten genoemd in de VRL. Naast deze Europees beschermde soorten heeft de wetgever nog een extra categorie soorten toegevoegd, de ‘andere soorten’. Per provincie is conform artikel 3.11 nog een vierde categorie opgesteld, die van de ‘vrijgestelde soorten’. Alleen soorten uit de derde categorie kunnen worden vrijgesteld. Voor deze soorten geldt een vrijstelling van ontheffingsplicht bij het overtreden van de verbodsbepalingen (zie Bijlage 1.2.2) bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting en bestendig beheer. De lijst van vrijgestelde soorten kan per provincie variëren en is te vinden in Tabel 3.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2021-83

Cruquiusweg 45a te Heemstede

Daarnaast zijn Bosmuis, Veldmuis en Huisspitsmuis in of op gebouwen of daarbij behorende erven in alle gevallen vrijgesteld van de genoemde verboden in artikel 3.10.

Vrijgestelde soorten per provincie. Rood=niet vrijgesteld. DR

FL

FR

GL

GR

L

NB

NH

OV

UT

ZH

ZL

+ + + + +

+ +

+ + + + +

+ +

+ + + + +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ + + + +

+ +

+ +

+ + + + +

+ + + + + + + + +

+ + +

+ + + + + + + + +

+ + +

+ + +

+ + +

+ +

+ + + + +

+ + + + +

+ + + + + + + + +

+ +

+ + + + +

+ + + + + + + + +

+ + + +

+ + +

+ + + +

+ + +

+ + + +

+ + + + + +1 + + + + + + + + + +2 + + + +

+ + +

+ + +

+ + +

+ + + +

+ + + +

+ + + +

+

+

+

+

+

+

+ +

+

+

+

+

+

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ + +3 + +4 + +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

Zoogdieren Aardmuis Bosmuis* Bunzing Dwergmuis Dwergspitsmuis Eekhoorn Egel Gewone bosspitsmuis Haas Hermelijn Huisspitsmuis* Konijn Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Steenmarter Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos Wezel Wild zwijn Woelrat Amfibieën en reptielen Bruine Kikker Gewone pad Hazelworm Kleine watersalamander Levendbarende hagedis Meerkikker Bastaardkikker

Van der Goes en Groot

+ +

+ + + + +

+ +

+ + + + +

+ + + + + + + + +

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2021-83

+ +

+

+ +

Cruquiusweg 45a te Heemstede

Bijlage 1.2.2 Verbodsbepalingen De Wnb bepaalt conform artikel 3.1, 3.5 & 3.10 dat de volgende zaken verboden zijn: 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende dieren voorkomend in de Habitatrichtlijn, vogels genoemd in de Vogelrichtlijn en aangewezen ‘andere soorten’ opzettelijk te doden of te vangen¹ 2. Het is verboden dieren voorkomend in de Habitatrichtlijn opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van hierboven genoemde soorten te vernielen of te beschadigen of nesten of eieren van vogels weg te nemen. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste punt opzettelijk te verstoren als deze verstoring van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. 5. Het is verboden planten van soorten genoemd in de Habitatrichtlijn (bijlage IV, Bijlage 1 Verdrag van Bern) of als ‘andere soorten’ (Bijlage B bij de wet) in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Bijlage 1.2.3 Ontheffingsmogelijkheid Ruimtelijke ontwikkeling en (her)inrichting zoals het slopen, renoveren of bouwen van woningen, het dempen van wateren of het aanleggen bedrijventerreinen, kan beschadiging of vernieling tot gevolg hebben van de voortplantings- en rustplaatsen van de in het gebied voorkomende (beschermde) soorten. Dit hangt af van de fysieke uitvoering daarvan en de periode waarin het project plaatsvindt. In bepaalde gevallen moet dan ontheffing voor de Wnb verkregen worden. Als er beschermde soorten (zie Bijlage 1.2.1) voorkomen die niet zijn vrijgesteld én verbodsbepalingen (zie Bijlage 1.2.2) worden overtreden, dan is ontheffing vereist of moet, indien mogelijk, conform art. 3.31 gewerkt worden met een door het Ministerie van EZ goedgekeurde gedragscode. De vraag of de ontheffing kan worden verleend zal worden beoordeeld door het bevoegde gezag (veelal de provincie waarin het plangebied is gelegen). Belangrijk daarbij is de vraag in hoeverre schade optreedt, of de gunstige staat van instandhouding van de

¹Het betreft soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, soorten genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn in hun natuurlijke verspreidingsgebied. Alsmede andere soorten, genoemd in bijlage, onderdeel A, bij de wet.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2021-83

Cruquiusweg 45a te Heemstede

betrokken soort(en) in gevaar komt en of er bevredigende alternatieven voorhanden zijn voor de ingreep of de locatie daarvan. Bijlage 1.2.4 Wettelijk belang Per categorie is het bij het al dan niet verkrijgen van een ontheffing belangrijk wat het belang is van het uit te voeren plan en de te verkrijgen ontheffing. Als schade niet te voorkomen is, dient één van de onderstaande wettelijke belangen van toepassing te zijn: Soorten van de Vogelrichtlijn Ontheffing is nodig: in het belang van de volksgezondheid of openbare veiligheid. in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer. ter bescherming van flora en fauna. Soorten van de Habitatrichtlijn Ontheffing is nodig: ter bescherming van flora en fauna. in het belang van de volksgezondheid, openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. Andere soorten Ontheffing is nodig: ter bescherming van flora en fauna. in het belang van de volksgezondheid, openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. in het kader van ruimtelijke ontwikkeling of inrichting van gebieden en het toekomstig gebruik daarvan.

ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen. Bijlage 1.2.5 Broedvogels Voor broedvogels wordt in principe geen ontheffing verleend. Als men verstorende activiteiten buiten het broedseizoen laat plaatsvinden worden de vogels geacht te kunnen uitwijken, treedt geen schade op en is geen ontheffing noodzakelijk. Er is een uitzondering, vogelnesten die buiten het broedseizoen in gebruik zijn vallen onder de definitie van ‘vaste rust- of verblijfplaatsen’ en zijn daarom jaarrond beschermd. Er zijn vier verschillende categorieën ‘broedvogels met jaarrond beschermde nesten’, categorie 1 t/m 4, zie kader volgende pagina.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2021-83

Cruquiusweg 45a te Heemstede

Kader: Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten en bijbehorende categorie. *Geldt alleen in provincie Limburg en Overijssel Categorieën waarbinnen de soorten in deze provincies vallen zijn aangegeven voor Limburg, Overijssel.

**Geldt alleen in provincie Limburg.

***Geldt alleen in provincie Overijssel

Soort Bijeneter** Blauwe reiger** Boerenzwaluw* Boomvalk Bosuil* Buizerd Draaihals** Gierzwaluw Grauwe klauwier** Grote gele kwikstaart Grutto** Havik Huismus Huiszwaluw* IJsvogel** Kerkuil Kramsvogel** Kwartelkoning** Oehoe Ooievaar Paapje** Raaf* Ransuil Ringmus** Roek Roerdomp** Rode Wouw** Slechtvalk Sperwer Spotvogel** Steenuil Torenvalk* Visdief** Wespendief Wulp** Zeearend*** Zomertortel** Zwarte specht* Zwarte wouw

Categorie 4 4 2,3 4 2, 3 4 4 2 4 3 4 4 2 2 4 3 4 4 3 3 4 3, 4 4 4 2 4 3 3 4 4 1 3, 4 4 4 4 4 4 4, 3 4

Toelichting codes Vogelsoorten waarvan de nesten in principe jaarrond zijn beschermd met beschermingscategorie: 1 = soorten die ook buiten het broedseizoen het nest gebruiken als vaste rust- of verblijfplaats; 2 = koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop; 3 = soorten die elk jaar op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing; 4 = soorten die niet of nauwelijks zelf in staat zijn een nest te maken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.heemstede.nl/api/v1/meetings/1161/documents/14261